Amendement van het lid Ergin over ook vastleggen op welke concrete discriminatiegrond een discriminatie-incident betrekking heeft gehad
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)
Amendement
Nummer: 2026D26507, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-01 21:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.A. Ergin, Tweede Kamerlid (DENK)
Onderdeel van zaak 2026Z11617:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-02 18:30 โ Ingetrokken. (Besluit)
Preview document (๐ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 777 | Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs) | |
| Nr. 19 | AMENDEMENT VAN HET LID ergin | |
| Ontvangen 1 juni 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
In artikel I, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 4c1, derde lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
ba. voor zover sprake is van een veiligheidsincident als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of daarbij onderscheid is gemaakt op grond van onder andere godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, handicap of chronische ziekte;
II
In artikel II, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 6b, derde lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
ba. voor zover sprake is van een veiligheidsincident als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of daarbij onderscheid is gemaakt op grond van onder andere godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, handicap of chronische ziekte;
III
In artikel III, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 5a1, derde lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
ba. voor zover sprake is van een veiligheidsincident als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of daarbij onderscheid is gemaakt op grond van onder andere godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, handicap of chronische ziekte;
IV
In artikel IV, onderdeel G, wordt in het voorgestelde artikel 3.40a, derde lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
ba. voor zover sprake is van een veiligheidsincident als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of daarbij onderscheid is gemaakt op grond van onder andere godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, handicap of chronische ziekte;
Toelichting
Met dit amendement wordt geregeld dat scholen bij de registratie van discriminatie-incidenten tevens vastleggen op welke discriminatiegrond het incident betrekking heeft.
Het doel van de registratieplicht is om beter inzicht te krijgen in de aard en omvang van veiligheidsincidenten binnen scholen. Dat doel wordt slechts beperkt bereikt wanneer wel wordt geregistreerd dรกt sprake is van discriminatie, maar niet waarop de discriminatie betrekking heeft.
Uit het onderzoek Gediscrimineerd, en dan? blijkt dat discriminatie in het onderwijs voorkomt op uiteenlopende gronden. Het onderzoek constateert tevens dat onvoldoende zicht bestaat op de verschillende discriminatiegronden, waardoor groepen die met discriminatie worden geconfronteerd onzichtbaar kunnen blijven.
Onder discriminatiegronden worden in ieder geval verstaan de gronden die voortvloeien uit Algemene wet gelijke behandeling, waaronder godsdienst, levensovertuiging, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele gerichtheid, handicap of chronische ziekte. Registratie van deze gronden maakt het mogelijk om beter zicht te krijgen op onder meer moslimdiscriminatie, antisemitisme, discriminatie op grond van afkomst of huidskleur, discriminatie van personen met een beperking en discriminatie van lhbtiq+-personen.
Door ook de discriminatiegrond te registreren kunnen scholen gerichter beleid ontwikkelen, passende maatregelen treffen en ontwikkelingen in de tijd volgen.
De registratie van de discriminatiegrond geschiedt voor zover deze redelijkerwijs kan worden vastgesteld.
Ergin