[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Kinderen in de asielopvang

Vreemdelingenbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D26784, datum: 2026-06-02, bijgewerkt: 2026-06-04 14:59, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 19637 -3565 Vreemdelingenbeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z11749:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De positie van kinderen in de asielopvang, onder wie alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv), vraagt blijvend om expliciete aandacht in een context van aanhoudende druk op de opvangcapaciteit. Het gesprek over deze complexe opgave wordt al langer gevoerd. Ook dit kabinet zet zich in om de positie van kinderen in de asielketen verder te verbeteren.

Dit gebeurt langs meerdere sporen. Zo wordt gewerkt aan structurele verbeteringen in het asiellandschap via wet- en regelgeving, waaronder de implementatie van het Europese asiel- en migratiepact. Daarnaast wordt ingezet op financiële versterking van de opvang en begeleiding, onder meer via structurele middelen voor het COA en Nidos. Tegelijkertijd blijft inzet nodig op het versnellen van procedures, zodat kinderen zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over hun toekomst, evenals op flankerend beleid en, waar nodig, tijdelijke oplossingen in een situatie van aanhoudende capaciteitsdruk.

Tegen deze achtergrond heeft uw Kamer in verschillende debatten, verzoeken en moties, waaronder de motie van het lid Van Nispen over het hanteren van minimale eisen voor opvanglocaties waar kinderen verblijven, en de motie van het lid Westerveld over het niet langer plaatsen van nieuwe kinderen in (crisis)noodopvang, verzocht om intensievere inzet om de situatie van kinderen in de opvang te verbeteren. Deze moties zien met name op het verbeteren van de veiligheid en kwaliteit van opvanglocaties, het minimaliseren van verhuisbewegingen, het borgen van toegang tot zorg en onderwijs, en het terugdringen van het verblijf van kinderen in noodopvang.

Met deze brief geef ik een overzicht van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de moties en toezeggingen en informeer ik uw Kamer over de actuele stand van zaken in deze volgorde:

  1. Kwaliteit en veiligheid van opvanglocaties voor kinderen

    1. COA inventarisatie

    2. Onderwijs

    3. Zorg

  2. Terugdringen van het verblijf van kinderen in de noodopvang

  3. Algemene stand van zaken t.a.v. opvang van amv

  4. Afsluitende noot

  1. Kwaliteit en veiligheid van opvanglocaties voor kinderen

Brief Kinderrechtencollectief over kinderen in de noodopvang

Het Kinderrechtencollectief heeft aandacht gevraagd voor de sterke toename van het aantal kinderen in noodopvanglocaties en de negatieve gevolgen daarvan voor hun ontwikkeling en welzijn. Volgens het collectief verblijven kinderen te lang in instabiele opvangsituaties, worden zij frequent overgeplaatst en hebben zij onvoldoende toegang tot onderwijs, zorg en een veilige leefomgeving. Het collectief verzoekt het kabinet onder meer om een concrete tijdlijn voor de afbouw van noodopvang voor kinderen, verbetering van de leefomstandigheden en structurele borging van het belang van het kind in het opvangbeleid.

Ik herken de zorgen die het Kinderrechtencollectief uit over de impact die langdurig verblijf in noodopvang kan hebben op kinderen, zoals hieronder ook nog verder wordt toegelicht. Met name de gevolgen van frequente verhuizingen, beperkte stabiliteit en verminderde toegang tot voorzieningen zoals onderwijs en zorg vragen blijvende aandacht. Ik vind het belangrijk deze signalen zorgvuldig te bespreken en ga daarom met het Kinderrechtencollectief graag in gesprek over de door hen aangedragen zorgen en verzoeken, waaronder de voortgang van de afbouw van noodopvanglocaties en de positie van kinderen binnen het opvangstelsel.

COA inventarisatie

In de Kamerbrief van 19 september 2025 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd over de laatste stand van zaken ten aanzien van de situatie van kinderen in de asielopvang1. In deze brief is uw Kamer tevens geïnformeerd over de kwantitatieve inventarisatie die in 2025 door het COA is uitgevoerd op alle locaties waar op dat moment kinderen werden opgevangen. Op basis van de uitkomsten van de inventarisatie zijn diverse acties in gang gezet door het COA. Er is onder andere ingezet op het versterken van de rol van de contactpersoon kinderen op de locaties en het verbeteren van het voorlichtingsmateriaal voor kinderen. Structurele monitoring van de leef- en verblijfsomstandigheden van kinderen wordt ingebed in het bredere kwaliteitskader. Vanuit het ministerie van OCW hebben de regiocoördinatoren nieuwkomersonderwijs contact gehad met alle locaties waarvan uit de inventarisatie bleek dat er knelpunten waren, met als doel om bij te dragen aan het oplossen van deze knelpunten. In het overgrote deel van de gevallen zijn de knelpunten opgelost of niet meer van toepassing .

Zoals eerder aan uw Kamer toegezegd, voert het COA momenteel opnieuw een inventarisatie uit. Het onderzoek is vergelijkend van aard: dezelfde tien criteria worden opnieuw getoetst, zodat duidelijk wordt in hoeverre de situatie op de verschillende locaties is verbeterd en op welke locaties extra maatregelen genomen moeten worden. In de rapportage rondom de inventarisatie zal worden ingegaan op de huidige stand van zaken, maar ook op concrete verbeteracties die sinds de vorige inventarisatie zijn genomen en de knelpunten in het behalen van de gewenste resultaten. Ook zal er worden aangegeven welke vervolgstappen naar aanleiding van deze inventarisatie nodig zijn. Hierbij moet worden opgemerkt dat de ruimte voor met name de structurele verbetering ook afhankelijk is van de landelijke opvangcapaciteit.

Volledigheidshalve noem ik hier nogmaals de criteria die zullen worden getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen harde criteria en zachte criteria voor het opvangen van kinderen (NB: standaardcriteria die in algemene zin gelden voor de asielopvang zoals veiligheid en hygiëne worden hierin niet expliciet opgenomen). Harde criteria betreffen wettelijke verplichtingen waar het COA of samenwerkingspartners aan moeten voldoen of verplichtingen voortkomend uit de opdracht van het COA, deze zijn:

  1. Toegang tot onderwijs (kinderen gaan zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 3 maanden2 na aankomst in Nederland naar school).

  2. Toegang tot eerstelijnszorg (kinderen hebben toegang tot huisartsenzorg).

  3. Aanbod van spel en recreatie activiteiten (aanwezigheid van wekelijks activiteitenaanbod voor kinderen (per leeftijdsgroep).

  4. Aanwezigheid van een Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermishandeling op locatie.

  5. Aanwezigheid van een Contactpersoon Kinderen op locatie

De zachte criteria zijn gebaseerd op interne beleidskaders. Deze betreffen:

  1. Privacy (kinderen overnachten met hun gezin in een eigen afgesloten ruimte/amv overnacht in een afgesloten ruimte).

  2. Aanwezigheid van kookfaciliteiten (amv/gezinnen zijn in de gelegenheid om zelfstandig of in samenwerking met een cateraar te koken).

  3. Speelmogelijkheden (kinderen hebben een binnen- en buitenruimte en spelmateriaal per leeftijdsgroep tot hun beschikking).

  4. Voorlichting (kinderen ontvangen voorlichting over veiligheid en het leven en wonen op locatie).

  5. Participatie (kinderen kunnen meedenken over zaken die relevant zijn voor hun welzijn).

Aan de hand van deze criteria kan worden beoordeeld in hoeverre een locatie kindvriendelijk en veilig is. Op het moment dat een locatie niet aan één of meer van de harde eisen voldoet, of daar niet snel alsnog aan kan voldoen, is het op zijn minst onwenselijk om kinderen op deze locatie op te vangen. Dat wil nog niet direct zeggen dat de locatie ook fysiek onveilig is, maar het is evident dat snel ingrijpen op deze locatie noodzakelijk is. Het uitgangspunt is immers dat kinderen niet worden geplaatst op locaties die niet aan de harde eisen voldoen. Indien een locatie (tijdelijk) tekortschiet, worden maatregelen getroffen of wordt waar mogelijk afgezien van plaatsing van kinderen. In de praktijk betekent dit dat er locaties zijn waar bewust geen (nieuwe) kinderen worden geplaatst, bijvoorbeeld vanwege beperkte voorzieningen of een ongeschikte inrichting. Uiteraard vormen de zachte criteria ook belangrijke factoren die een opvanglocatie kindvriendelijk maken. Ook hier geldt dat een locatie die niet voldoet aan één van de zachte criteria, zo snel mogelijk actie moet ondernemen om wel aan deze criteria te voldoen.

Onderwijs

COA en het ministerie van OCW verkennen de mogelijkheden om opvang, onderwijs en zorg voor kinderen in de asielketen dichter bij elkaar te brengen, conform de motie-Van Nispen c.s. Deze verkenning laat zien dat het allereerst van belang blijkt om alle betrokkenen in de keten goed te informeren over de verschillende verantwoordelijkheden m.b.t. opvang, onderwijs en zorg en voor de mogelijkheden om impasses te kunnen doorbreken. Een voorbeeld van een bekende uitdaging is het voorkomen en terugdringen van schoolverzuim onder amv waarbij samenwerking en een heldere rolverdeling tussen alle betrokkenen die om de jongere heen staan (zoals de medewerker van Nidos en COA, de leerkracht, schoolleider en leerplichtambtenaar) van cruciaal belang is. Specifiek als het gaat om onderwijs is er ondersteuning voor gemeenten en scholen vanuit de vijf regiocoördinatoren nieuwkomersonderwijs. Ook netwerkorganisatie LOWAN kan scholen ondersteunen in opdracht van het ministerie van OCW. Bij wijze van noodmaatregel kunnen scholen ook gebruik maken van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening, waarmee ze ruimte krijgen in het onderwijs aan nieuwkomers door bijvoorbeeld minder uren onderwijs te bieden. Er wordt momenteel gewerkt aan het wetsvoorstel Onderwijs aan nieuwkomers, waarover uw Kamer vorig jaar juni is geïnformeerd3. Zoals toegezegd wordt uw Kamer in september geïnformeerd over de contouren van dit wetsvoorstel.

Zorg

Een bekend knelpunt is dat gemeenten een jeugdzorgtraject starten, waarna de jeugdige verhuist. De nieuwe gemeente is dan niet op de hoogte van het lopende traject, met onnodige verspilling van middelen als gevolg. Daarnaast wordt ook het hulptraject afgebroken. Dat heeft een negatief effect op jeugdigen. Op dit moment ben ik daarom met verschillende partners aan het onderzoeken hoe de gegevensuitwisseling verbeterd kan worden. Hoewel deze kwestie geen onderdeel is van het harde criterium ‘toegang tot eerstelijnszorg’, wil ik dit onderzoek hier toch benoemen, omdat effectieve en efficiënte gegevensuitwisseling van belang is voor veel aspecten die de situatie van kinderen in de asielopvang beïnvloeden. Zodanig dat nieuwe gemeenten op de hoogte gesteld kunnen worden van contacten over onderwijs en jeugdzorg uit de voorgaande gemeente.

Daarnaast heeft uw Kamer op 2 oktober 2025 een motie aangenomen van het lid Podt (D66)4. In die motie wordt de regering gevraagd om de psychosociale ondersteuning voor kinderen in de asielopvang structureel in te bedden. In december vorig jaar is de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van de uitvoering van de motie Podt (D66)5. Naar aanleiding van de motie zijn overleggen gevoerd met het COA en de organisaties die nu activiteiten uitvoeren op het terrein van psychosociale ondersteuning, Stichting de Vrolijkheid, VluchtelingenWerk Nederland, Save the Children. Ook is er gesproken met War Child die veel ervaring heeft met kinderen die te maken hebben met oorlogstrauma’s en met Pharos, het kenniscentrum voor gezondheidszorg en vluchtelingen. Op grond van deze gesprekken is in kaart gebracht wat nodig is om kinderen de juiste psychosociale ondersteuning te bieden en wat de financiële implicaties daarvan zijn. Momenteel wordt gekeken hoe financiële dekking kan worden gekregen zodat de activiteiten, conform de motie, structureel geborgd kunnen worden. Hierover wordt de Kamer in een aparte brief op de hoogte gehouden.

  1. Terugdringen van verblijf in noodopvang

Het kabinet onderschrijft het uitgangspunt dat kinderen niet in (crisis)noodopvang horen te verblijven. Tegelijkertijd is de situatie in de asielopvang kritiek. Er is een groot tekort aan opvangplekken wat de komende maanden naar verwachting verder oploopt. De realiteit is dat circa twee derde van de opvanglocaties uit noodopvang bestaat. Het volledig beëindigen van plaatsingen van kinderen in noodopvang is op korte termijn daarom helaas niet haalbaar. Uiteraard streven we hier wel naartoe.

Het kabinet zet zich, onder meer via de Spreidingswet, in voor het realiseren van voldoende stabiele en reguliere opvangplekken. Zodra het aantal reguliere plekken iets meer bewegingsruimte toelaat in het plaatsingsbeleid van het COA, heeft het stoppen met het plaatsen van kinderen in noodopvanglocaties hoge prioriteit. Daarmee gepaard gaat ook het beperken van verhuisbewegingen van kinderen, door ze op duurzame locaties onder te brengen. In dit licht wordt uitvoering gegeven aan de motie van het Lid Westerveld, waarin wordt verzocht geen nieuwe kinderen meer te plaatsen in (crisis)noodopvang en te komen met een plan met concrete doelstellingen om kinderen die momenteel in de (crisis)noodopvang verblijven over te plaatsen naar reguliere opvangplekken.

In de tussentijd treft het COA, mede op basis van de uitkomsten van de inventarisatie, gerichte maatregelen om ervoor te zorgen dat de omstandigheden voor kinderen ook op noodopvanglocaties zo goed mogelijk voldoen aan de geldende opvangstandaarden.

  1. Opvang en begeleiding van amv

De opvang van amv staat nog altijd onder druk. Er is sprake van een aanhoudend tekort aan kleinschalige opvangplekken (KSO) bij Nidos, waardoor niet alle jongeren direct in de meest passende opvangvorm kunnen worden geplaatst. Tegelijkertijd is de druk op de opvangcapaciteit bij het COA momenteel zeer hoog. Het grootste knelpunt bevindt zich momenteel niet zo zeer in de amv-locaties van het COA, maar in de reguliere opvanglocaties. Momenteel verblijft een aanzienlijk aantal jongeren dat reeds de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt in de amv-opvang bij het COA. Op 29 april ging dit om bijna 1.000 personen. Daarnaast bereiken binnen een jaar nog eens 1.900 jongeren de leeftijd van 18 jaar. Deze jongeren dienen door te stromen naar de reguliere opvang voor volwassenen, maar door de beperkte beschikbaarheid van plekken is dit niet altijd tijdig mogelijk. Dit leidt tot stagnatie in de doorstroom en vergroot de druk op zowel de amv-opvang als de reguliere opvang. Het COA zet zich in om amv zoveel mogelijk in dezelfde regio te houden indien ze van opvanglocatie moeten wisselen nadat ze 18 worden. Door de huidige capaciteitsdruk komt het echter ook regelmatig voor dat deze jongeren in een ander deel van het land moeten worden geplaatst. Dit brengt risico’s met zich mee voor de continuïteit en kwaliteit van de begeleiding, onderwijs en zorg van deze jongeren.

De overgang naar volledig zelfstandig leven is voor amv niet altijd eenvoudig. Het regeerakkoord benadrukt dat kwetsbare amv, waar nodig, tot hun 21e jaar begeleid kunnen worden. Voor amv met een verblijfsvergunning valt deze verlengde opvang onder de verantwoordelijkheid van Nidos. Zij kunnen maximaal tot hun 21e jaar in hun opvanggezin of KSO blijven, of kiezen voor zelfstandig wonen met ambulante begeleiding van Nidos mits vervolghuisvesting beschikbaar is. De regeling voor verlengde opvang van Nidos bestaat sinds 2023. Nu de eerste jongeren deze volledige periode doorlopen en 21 jaar zijn geworden, is dit een passend moment voor een eerste evaluatie van deze vorm van opvang en begeleiding. U zult over de uitkomsten van deze evaluatie worden geïnformeerd. Voor amv die nog in procedure zijn en bij het COA verblijven, zijn de mogelijkheden voor verlengde begeleiding na hun 18e beperkt en in de huidige situatie zo goed als nihil. Daarom verkennen mijn ministerie en het COA momenteel mogelijkheden om ook binnen de COA-opvang een vorm van verlengde begeleiding voor deze jongeren te realiseren.

Hiermee geef ik uitvoering aan motie van het lid Podt om uw Kamer ieder kwartaal te informeren over de stand van zaken ten aanzien van de opvang van amv.

  1. Tot slot

Met deze inzet zet het kabinet concrete stappen om de veiligheid van kinderen en jongeren in de asielopvang en de toegang tot en kwaliteit van opvang en voorzieningen te verbeteren. Helaas zijn we er nog niet. Ik realiseer me dat er van COA, IND, Nidos, gemeenten, scholen en andere betrokken actoren vaak veel wordt gevraagd. Daar spreek ik graag nogmaals mijn waardering voor uit. Ik houd mij ook zeer aanbevolen voor goede praktijkvoorbeelden in de keten en vanuit alle belanghebbenden die bij kunnen dragen aan het verbeteren van de positie van deze doelgroep. Gezien de aanhoudende druk op het opvangstelsel blijft verdere inzet noodzakelijk. Ik houd uw Kamer op de hoogte van de voortgang.

De Minister van Asiel en Migratie,

Bart van den Brink


  1. Kamerstuk 19637, nr.3474↩︎

  2. Dit is bepaald in de Opvangrichtlijn uit 2024. Met ingang van het Migratiepact wordt deze termijn verkort naar ten hoogste 2 maanden.↩︎

  3. Een betere start voor kinderen met Nederlands als tweede taal (2025Z13075&did=2025D29611">32824-455).↩︎

  4. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 3486↩︎

  5. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 3500↩︎