Reactie op verzoek commissie inzake nota naar aanleiding van het verslag over Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van medisch hulpverlener acute zorg en klinisch fysicus in de lijst van registerberoepen (36832-6)
Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de medisch hulpverlener acute zorg en de klinisch fysicus in de lijst van registerberoepen
Brief regering
Nummer: 2026D26918, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-06-08 15:26, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36832 -9 Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de medisch hulpverlener acute zorg en de klinisch fysicus in de lijst van registerberoepen.
Onderdeel van zaak 2026Z11790:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-10 10:15 ⇒ Betrekken bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van medisch hulpverlener acute zorg en klinisch fysicus in de lijst van registerberoepen. (Besluit)
- 2026-06-09 16:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-09 16:20: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-10 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
36832 Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de medisch hulpverlener acute zorg en de klinisch fysicus in de lijst van registerberoepen
Nr. 9 Brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft mij in
haar brief van 13 mei 2026 gevraagd om te reageren op een brief die zij
heeft ontvangen van DW. De betreffende brief is gestuurd naar aanleiding
van de nota naar aanleiding van het verslag over Wijziging van de Wet op
de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen
van medisch hulpverlener acute zorg en klinisch fysicus in de lijst van
registerberoepen.1
In de brief reageert DW op antwoorden die uw Kamer op 18 maart 2026 van mij heeft ontvangen in de nota naar aanleiding van het verslag. Specifiek gaan de opmerkingen over antwoorden die zien op het op 21 november 2024 genomen besluit om het conceptwetsvoorstel ter vereenvoudiging van de beroepenstructuur van de psychologische beroepen niet door te laten gaan, alsmede de gevolgen voor de kinder- en jeugdpsycholoog NIP (K&J-psychologen). Hierbij noemt DW onder meer dat K&J-psychologen beperkingen zouden ondervinden tijdens het uitvoeren van hun werkzaamheden en dat die beperkingen volgens DW niet juist zijn weergegeven in de nota naar aanleiding van het verslag.
Verdere opmerkingen gaan over een vermeende verkeerde uitvoering van de motie van de leden Bushoff (GroenLinks-PvdA) en Van den Hil (VVD) waarin de regering wordt verzocht om in gesprek te gaan met het veld2, het rondetafelgesprek dat met veldpartijen uit de ggz3 op 4 februari 2026 is
gehouden, de omzetting van K&J-psycholoog naar gz-psycholoog de uitkomsten van de internetconsultatie betreffende het conceptwetsvoorstel ter vereenvoudiging van de beroepenstructuur van de psychologische beroepen en de verwachtingen die omtrent dit conceptwetsvoorstel zouden zijn geschept.
In bijlage 11 van de brief geeft DW aan leden van uw Kamer enkele Kamervragen ter overweging aangereikt die gaan over de hierboven genoemde opmerkingen van de briefschrijver. Ik kan uw Kamer melden dat deze vragen grotendeels inhoudelijk overeenkomen met de Kamervragen die reeds door het lid Bikker (ChristenUnie) en het lid Van Dijk (SGP) op respectievelijk 17 april jl. en 20 april jl. zijn gesteld. Voor mijn inhoudelijke reactie op de punten die uw Kamer in de brief van DW heeft ontvangen verwijs ik graag naar de beantwoording van voornoemde Kamervragen.
Hiernaast wil ik u erop attenderen dat dit onderwerp met hoogste zorgvuldigheid door mij en mijn voorgangers is behandeld, ik continu in overleg ben met vertegenwoordigers van beroepsverenigingen, brancheorganisaties en cliëntenorganisaties en uw Kamer veelvuldig is geïnformeerd:
Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 583 (Verzamelbrief Wet BIG 2024, 21 november 2024);
Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 585 (Beantwoording feitelijke vragen bij de Verzamelbrief Wet BIG 2024, 16 december 2024);
Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 589 (Motie, 19 december 2024);
Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 606 (Uitwerking motie, brief van 27 mei 2025);
Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2495 (Beantwoording Kamervragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) over bericht 'Noodkreet GGZ-instelling de Waag' 18 juni 2025);
Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 613 (Beantwoording schriftelijk overleg, 23 september 2025);
Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 613 (Tweeminutendebat ‘Uitwerking motie Bushoff/Van den Hil’, 26 november 2025);
Kamerstukken II 2025/26, 36 832, nr. 6 (nota naar aanleiding van het verslag, 18 maart 2026)
Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XVI, nr. 68 (Verslag van een schriftelijk overleg inzake ‘Stand van zaken diverse moties en toezeggingen VWS 2026’, 12 februari 2026)
Antwoorden op de vragen van lid Bikker (ChristenUnie) die op 17 april jl. zijn gesteld;
Antwoorden op de vragen van het lid Van Dijk (SGP) die op 20 april jl zijn gesteld.
Tot slot informeer ik uw Kamer dat in de bijlagen van de brief van DW afschriften van e-mails en brieven met daarin namen, emailadressen en telefoonnummers van mijn medewerkers en persoonsgegeven van andere organisaties staan. Deze documenten zijn vervolgens door uw Kamer in dezelfde vorm naar mijn ministerie verzonden. Het ministerie van VWS heeft uw Kamer erop gewezen dat in deze
stukken persoonsgegevens zijn opgenomen en dat sprake is van een datalek waarvoor melding dient te worden gedaan. Ik vertrouw erop dat hieromtrent direct actie is ondernomen om de schade te beperken.
De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,
W.R.C. Sterk
Kamerstukken II 2025/26, 36 832, nr. 6.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 589↩︎
Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP); De Nederlandse ggz; Zorgverzekeraars Nederland; Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP); Platform MEERGGZ; Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG); Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen (NVO); Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP); Jeugdzorg Nederland; Mind; en de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten (LVVP).↩︎