Jaarbericht Openbaar Ministerie 2025
Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie
Brief regering
Nummer: 2026D29584, datum: 2026-06-15, bijgewerkt: 2026-08-31 10:56, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-28844-305).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van kamerstukdossier 28844 -305 Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie.
Onderdeel van zaak 2026Z13097:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-07-01 14:30 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat over de strafrechtketen op 8 september 2026. (Besluit)
- 2026-06-16 16:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-16 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-07-01 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-09-08 16:30: Strafrechtketen (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
28 844 Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie
Nr. 305 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Ieder jaar publiceert het Openbaar Ministerie een jaarbericht over het afgelopen jaar. Hierbij stuur ik u het jaarbericht over 2025, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, toe. In het jaarbericht legt het Openbaar Ministerie verantwoording af aan de Nederlandse samenleving over de inzet, prestaties en resultaten. Hieronder licht ik enkele belangrijke ontwikkelingen toe.
Ontwikkeling soorten strafzaken
Het aantal nieuwe zaken dat het OM in 2025 registreerde betreft 171.100. Dit is een daling van 15% ten opzichte van 2024, die in ieder geval deels kan worden verklaard door de ICT-inbreuk waarmee het OM in 2025 werd geconfronteerd. Door deze verstoring moest het OM zijn ICT-systemen offline halen, waardoor het OM gedurende ruim twee maanden zijn werk op basis van noodprocessen heeft verricht en veelal handmatig1. De hierdoor ontstane achterstanden zijn inmiddels vrijwel volledig ingelopen.
Verder is – overeenkomstig het beeld in het vorige jaarbericht – nog steeds sprake van een relatief hoog aantal rijden-onder-invloedzaken en een relatief laag aantal interventiezaken (veelvoorkomende criminaliteit, zoals diefstal en oplichting). Bij rijden-onder-invloedzaken gaat het in steeds meer gevallen om rijden onder invloed van drugs (al dan niet in combinatie met alcohol). Het aantal bestuurders dat wordt gepakt voor rijden onder invloed van drugs neemt sinds de invoering van de speekseltester in 2017, ieder jaar toe. De speekseltester wordt, naast de psychomotorische test2, door de politie als preselectiemiddel ingezet om een indicatie van drugsgebruik vast te stellen.
Het OM signaleert dat het aantal jeugdige verdachten zowel in absolute als relatieve zin toeneemt. Ook constateert het OM net als in het vorige jaarbericht een stijging van het aantal jeugdige verdachten in onderzoekszaken (zwaardere misdrijven zoals bedreiging, overvallen en wapenbezit). In 2024 was een sprake van een toename van 14 procent ten opzichte van 2023 en in 2025 was sprake van een toename van 5 procent ten opzichte van 2024. De Staatssecretaris van JenV volgt de ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit nauwgezet door middel van de Monitor Jeugdcriminaliteit, waarin de verdachtencijfers van de politie, justitiecijfers over jeugdige daders en zelfrapportagegegevens met elkaar worden vergeleken.
De verdachtencijfers op basis van de politieregistraties van het CBS laten over de afgelopen vijf jaar een stabiel niveau zien van het aantal minderjarige verdachten van geweldscriminaliteit en een forse afname bij de jongvolwassenen. Dat het OM tegelijkertijd een toenemende instroom registreert kan verschillende oorzaken hebben. Registratie-effecten kunnen hierbij een rol spelen, zoals doorlooptijd tussen politieregistratie en OM-instroom.
De relatieve toename van het aantal jeugdige verdachten dat strafrechtelijk wordt afgedaan kan ook betekenen dat gepleegde misdrijven door jeugdigen gemiddeld zwaarder worden en om die reden minder buitenstrafrechtelijk worden afgedaan. Dit zou een zorgwekkende ontwikkeling zijn. Of dat ook echt zo is moet blijken uit de cijfers over jeugdige veroordelingen. Eind van dit jaar verschijnt een nieuwe Monitor Jeugdcriminaliteit waarin onder meer cijfers over jeugdig daderschap tot en met 2025 worden gepubliceerd. Daarin zal ook aandacht zijn voor de ontwikkeling ten aanzien van de zwaardere misdrijven. Deze en andere ontwikkelingen kunnen aanleiding vormen tot gerichte beleidsinzet. De Staatssecretaris zal uw Kamer eind dit jaar over de uitkomsten van de monitor informeren.
Op het gebied van de doorlooptijden voor de verschillende soorten strafzaken zijn de resultaten wisselend en is geen duidelijke verbetering waarneembaar. Hierbij speelde de ICT-inbreuk een rol, maar ook de schaarse capaciteit in de strafrechtketen zoals beperkte zittingsruimte bij rechtbanken. Het OM blijft zich echter inzetten op de verbetering van de doorlooptijden.
In het jaarbericht licht het OM toe in overleg met de politie te zijn om het zaaksaanbod meer te laten aansluiten bij het criminaliteitsbeeld. Dit betekent bijvoorbeeld dat het OM meer zaken van de politie wilt ontvangen op het gebied van online criminaliteit. Op dit moment ontvangt het OM nog onvoldoende zaken op dit gebied als dit wordt afgezet tegen de totale online criminaliteit. Het oppakken van meer zaken op het gebied van online criminaliteit betekent dat op sommige andere terreinen minder capaciteit zal worden ingezet. De afspraken met de politie zullen naar verwachting in 2026 leiden tot aanpassing van de Aanwijzing voor de opsporing. In deze aanwijzing is het afwegingskader opgenomen dat wordt gehanteerd bij het maken van de keuze om wel of niet beperkt beschikbare opsporingscapaciteit in te zetten bij verschillende strafbare feiten.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Kamerstukken II, 2025–2026, 26 643, nr. 1390.↩︎
Een psychomotorische test kan worden ingezet om aanwijzingen van drugsgebruik vast te stellen aan de hand van o.a. reactievermogen, motoriek, spraak en oogreactie.↩︎