[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Nationaal Isolatieoffensief en Energiehuis

Integrale visie op de woningmarkt

Brief regering

Nummer: 2026D31336, datum: 2026-06-22, bijgewerkt: 2026-09-16 08:23, versie: 4 (versie 1, versie 2, versie 3)

Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-32847-1490).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 32847 -1490 Integrale visie op de woningmarkt.

Onderdeel van zaak 2026Z13968:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026

32 847 Integrale visie op de woningmarkt

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 1490 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2026

De afgelopen jaren hebben veel Nederlanders gemerkt hoe kwetsbaar we kunnen zijn voor stijgende energieprijzen. Een tochtige woning, koude muren of een onbetaalbare rekening: het raakt mensen in hun portemonnee en welzijn. Isoleren biedt hierbij uitkomst. Het verlaagt niet alleen de energiekosten, maar zorgt ook voor meer grip op de energierekening, meer comfort en een gezonder thuis. Bovendien maakt een lager energieverbruik ons land minder afhankelijk van energie uit het buitenland.

In het regeerakkoord hebben we daarom het Nationaal Isolatieoffensief aangekondigd (hierna isolatieoffensief). Hiermee willen we meer woningen sneller en efficiënter isoleren, zodat huishoudens minder kwetsbaar zijn voor de grilligheden van de energiemarkt. Ik roep gemeenten, isolatiebedrijven, banken, energieleveranciers, verhuurders en ook woningeigenaren op om in een hoog tempo door te gaan met het isoleren van huizen juist in deze tijden waarin energieprijzen onzeker zijn. In deze brief leg ik uit welke stappen we al hebben gezet binnen het Nationaal Isolatieprogramma (NIP, 2022) en hoe we met het isolatieoffensief op korte termijn gaan versnellen. Zo geef ik invulling aan de moties van de leden Van Oosterhout, Kröger1, Grinwis en Steen2 en Klos c.s.3, die pleiten voor een grootschalige en ontzorgende aanpak.

Een belangrijke rol in de nieuwe aanpak speelt het Energiehuis. Dit wordt het herkenbare en centrale punt waar bewoners en bedrijven terecht kunnen voor begrijpelijke en betrouwbare informatie, praktische ondersteuning en ontzorging. Het Energiehuis maakt verduurzaming straks makkelijker én menselijker. Zo geef ik invulling aan de motie van de leden Erkens en Grinwis4 en de motie van Müller5 over één loket, de motie van de leden Verouden en Postma over de uitrol van het Energiehuis6 en de toezegging om hierover voor het zomerreces te rapporteren.7

Het kabinet heeft met de voorjaarsnota € 300 miljoen uitgetrokken om woningen versneld te isoleren. Deze inzet richt zich vooral op huishoudens met lage inkomens die in slecht geïsoleerde woningen wonen. Dat gebeurt via subsidie aan verenigingen van eigenaars (SVVE), het Nationaal Warmtefonds en het Nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Ook stelt het kabinet direct € 80 miljoen extra beschikbaar voor extra inzet op energiearmoede waarvan 40 miljoen in 2026. Specifiek voor de aanpak in de twintig gebieden van het NPLV is 15 miljoen vrijgemaakt.

Deze aanpak sluit aan bij de oproep van Natuur & Milieu8 en de adviezen van de Sociaal Economische Raad: de energietransitie moet voor iedereen bereikbaar zijn, met extra aandacht voor groepen die meer ondersteuning nodig hebben.9

Wat gebeurt er al om woningen te isoleren?

Nationaal isolatieprogramma

Sinds 2022 werken we met het NIP aan het ambitieuze doel om tot en met 2030 in totaal 2,5 miljoen woningen te isoleren10 met een budget van ruim 4 miljard euro. Hierbij richten we ons in de eerste plaats op de woningen die het meest dringend aan de beurt zijn. Dit zijn de slechtst geïsoleerde huizen, waar de energierekening het hoogst is en het wooncomfort het laagst. Zo kunnen woningeigenaren zelf aan de slag met de beschikbare subsidies (zoals de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing; (ISDE)) en leningen van het Nationaal Warmtefonds en vinden ze informatie en tools via verbeterjehuis.nl.

Lokale aanpak NIP (koop en VvE)

Maar voor sommige huishoudens is meer nodig om tot verduurzamingsstappen te komen. Juist de huishoudens die het hardst getroffen worden door hoge energiekosten, hebben extra financiële en praktische ondersteuning nodig. Hiervoor is de lokale aanpak via gemeenten ontwikkeld met ondersteuning van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Deze lokale aanpak richt zich op 750.000 eigenaar-bewoners en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) met slecht geïsoleerde woningen die de extra hulp nodig hebben om hun woning te isoleren. Hiervoor is de afgelopen jaren in totaal 1,6 miljard euro beschikbaar gesteld aan alle 342 gemeenten. Deze financiële ondersteuning kunnen gemeenten inzetten voor extra subsidies, begeleiding en ontzorging. Dit is extra, bovenop de landelijke subsidies als de ISDE, de SVVE en het Volkshuisvestingfonds. In sommige gemeenten kunnen de laagste inkomensgroepen hierdoor zelfs 100% subsidie krijgen. Al deze subsidies voor bewoners kunnen gecombineerd worden met financiering van het Nationaal Warmtefonds, met 0% leningen voor huishoudens met een laag inkomen. VvE’s krijgen een rentekorting. Appartementseigenaren met een laag inkomen hebben de mogelijkheid via de VvE-ledenlening, om de stijgende VvE-bijdrage deels op te vangen met een lening bij het Nationaal Warmtefonds. Op deze wijze kunnen ook huishoudens met een laag inkomen en VvE’s de verduurzaming financieren.

Om gemeenten te ondersteunen is vorig jaar 9 miljoen euro uitgekeerd via de Specifieke uitkering isolatieopgave Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (SpUk isolatieopgave NPLW). Daarmee wordt via de 30 Regionale Energiestrategie regio’s praktische ondersteuning geboden door de regio coördinatoren.

Huurwoningen

Het NIP richt zich ook op het isoleren van 1 miljoen huurwoningen. Voor sociale huurwoningen zijn de Nationale prestatieafspraken gemaakt. Dit gaat om het verlagen van de warmtebehoefte van huurwoningen en het uiterlijk in 2028 uitfaseren van de EFG energielabels11. Voor private huurwoningen zijn twee instrumenten beschikbaar: de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH), waar nog € 114 miljoen voor beschikbaar is, en het Ondersteuningspakket verduurzaming particuliere verhuur. Daarnaast zorgen we met regelgeving ervoor dat per 2029 alle huurwoningen minimaal energielabel D moeten zijn en is in het Regeerprogramma aangekondigd dat in 2040 dit minimaal label B moet zijn.12

Voortgang en uitdagingen

De inzet via het NIP heeft al veel huishoudens geholpen aan een beter geïsoleerde woning en een lagere energierekening. Zo lag het gemiddelde aantal ISDE-aanvragen de afgelopen twee jaar boven de 200.000 per jaar, met een stijging van 97.000 in 2022 naar 212.000 in 2025. Ook bij het Nationaal Warmtefonds zien we een sterke groei: van 15.000 leningen in 2022 naar 31.000 in 2025, waarbij de helft van de maatregelen isolatie betreft. Voor VvE’s is het merendeel van de leningen bestemd voor isolatie, stijgen de SVVE-aanvragen van 558 in 2023 naar 673 in 2025 en is de stijging in beschikbaar gesteld budget fors (van 48 miljoen in 2023 naar 179 miljoen in 2026).

In de sociale huursector zijn de afgelopen jaren flinke stappen gezet: van circa 247.000 woningen met energielabels EFG medio 2022, naar circa 115.000 in 2025. Toch waren er in 2025 nog ongeveer 360.000 woningen met een E, F of G-label, verdeeld over 115.000 corporatiewoningen en 220.000 particuliere huurwoningen (exclusief monumenten). Voor corporatiewoningen lopen we op schema om de EFG-labels uiterlijk in 2028 uit te faseren en ook de warmtevraagreductie zoals afgesproken in de Nationale prestatieafspraken ligt op koers: in 2030 wordt een gemiddelde van 94 kWh/m² verwacht.

Voortgang lokale aanpak via gemeenten

Met de lokale aanpak zijn dit jaar ruim 80.000 woningen aangepakt met één of meerdere grote isolatiemaatregelen – een verviervoudiging ten opzichte van 2024, toen slechts 20.000 woningen via deze route werden geïsoleerd. Als onderdeel van deze aanpak ontvangt een grote groep huishoudens ondersteuning en advies in het proces. Zo is er 120.000 keer een energieadvies afgegeven, 6.000 keer financieel advies gegeven en is 13.000 keer ondersteund bij het aanvragen van landelijke subsidies. Meer dan 5.000 van de verbeterde woningen is aangepakt via doe-het-zelf isolatie.13

Uitdagingen

Ondanks deze inzet is er nog een flinke versnelling nodig om het doel van 2,5 miljoen woningen van het NIP voor 2031 te behalen en blijven er structurele uitdagingen bestaan die een gerichte aanpak vragen:

1. Versnipperd en ondoorzichtig aanbod: huishoudens weten niet waar te beginnen

Er is veel aanbod aan subsidies, leningen, adviezen en uitvoerders, maar dit is versnipperd, complex en onvoldoende op elkaar afgestemd.14 Onderzoek laat zien dat de grootste uitdaging om tot actie over te gaan niet ligt in motivatie, maar in onzekerheid, complexiteit en gebrek aan overzicht.15 Twee derde van de inwoners geeft aan behoefte te hebben aan hulp tijdens de verduurzamingsreis16, maar kunnen dit niet altijd vinden juist door die veelheid van informatie en mogelijkheden.

2. Ongelijke voortgang tussen gemeenten

Sommige gemeenten lopen voorop in de lokale aanpak en hebben al meer dan de helft van hun isolatieopgave gerealiseerd. Andere gemeenten komen moeilijk op gang. Er valt dus nog veel te winnen door de aanpakken die goed werken breder in te zetten, en gemeenten die dat nodig hebben meer begeleiding te bieden. Maar er spelen ook nog praktische uitdagingen die opgelost moeten worden, zoals faillissementen van uitvoerders, vraagstukken over de uitvoering van de aanpak en het bereiken en activeren van de doelgroep.

3. Kwetsbare groepen en wijken bereiken we onvoldoende

In 2024 kampten 510.000 huishoudens (6,1%) met energiearmoede, en 1 miljoen huishoudens (12,9%) hebben risico op energiearmoede bij bijvoorbeeld stijgende energieprijzen. Deze groepen hebben vaak een laag inkomen, hoge energiekosten en een woning van lage energetische kwaliteit, wat hen extra kwetsbaar maakt voor prijsstijgingen17. 75% van de huishoudens die te kampen heeft met energiearmoede zit in de sociale huursector. Maar het probleem zit niet uitsluitend in de huur: van de huishoudens met een risico op energiearmoede woont 41% in een koopwoning. Vaak is verduurzaming van hun woning niet een van hun prioriteiten. In NPLV-gebieden woont 15% van alle huishoudens met energiearmoede (75.000 huishoudens) en is het percentage energiearmoede twee keer zo hoog als landelijk (12% vs 6%)18. Ook VvE’s en particuliere huurders blijven vaak achter, omdat zij afhankelijk zijn van anderen om stappen te zetten. Ondanks dat voor deze groep soms volledige financiële en praktische ondersteuning beschikbaar is bij het hele verduurzamingstraject, blijven ze moeilijk bereikbaar en weinig bereid om stappen te zetten.

4. Gebrek aan gecoördineerde samenwerking

Er zijn veel losse initiatieven van overheden, marktpartijen en sociale organisaties, maar te weinig afstemming. Hierdoor benutten we kansen niet optimaal, zoals collectieve inkoop of kennisdeling. Ook de samenwerking tussen partijen in de keten (bv. gemeenten, financiële instellingen, uitvoerders) verloopt niet altijd soepel, wat de verduurzaming niet alleen praktisch gezien vertraagt maar ook bevriezing veroorzaakt bij gebouweigenaren. Dat komt omdat ze niet meer weten wat goed is om te doen, bijvoorbeeld omdat ze tegenstrijdige adviezen krijgen.

5. Bescherming van diersoorten in relatie tot isoleren

Het isoleren van woningen moet hand in hand gaan met de bescherming van diersoorten vanuit de EU-Habitat en vogelrichtlijn (Omgevingswet). Hierbij gaat het om de gierzwaluw, de huismus en vooral vleermuizen die aanwezig zijn in bijvoorbeeld spouwmuren. Er geldt dan een vergunningplicht en in de meeste gevallen volgt ecologisch onderzoek. Het Rijk en de stakeholders werken daarom al enige tijd aan oplossingen. In maart 2025 is de landelijke eDNA-regeling opgenomen in de Omgevingsregeling. Hiermee kan op een snelle en effectieve manier de afwezigheid van een vleermuis worden aangetoond. Wanneer vleermuizen afwezig zijn, kunnen woningeigenaren isoleren zonder maatregelen en vergunning. Bij een positieve test moeten zij eerst bij de provincie nagaan welk beleid geldt. Meestal is er dan sprake van een vergunningprocedure.

Om meer handelingsperspectief te geven werkt het rijk, het IPO, de provincies, de VNG, soortenorganisaties en de isolatiebranche aan nieuwe oplossing. Dat is een landelijke, tijdelijke gedragscode zonder vergunningplicht als overbrugging naar de Soorten Management Plannen (SMP’s).19 Deze gedragscode verwachten we in de tweede helft van 2026 te kunnen consulteren. Hiermee geef ik invulling aan de moties van Mooiman20, Van den Berg21, en Wijen-Nass22.

Het Nationaal Isolatieoffensief

Om deze uitdagingen aan te pakken, is naast de gedragscode, op korte termijn een gerichte aanpak nodig: het isolatieoffensief. Hiervoor is een gezamenlijke inspanning van veel partijen nodig. Met name voor de doelgroepen die niet zelf makkelijk in beweging kunnen komen, is gerichte hulp van gemeenten en marktpartijen nodig. Daarom roep ik gemeenten, de financiële sector, uitvoerders, verhuurders en ook woningeigenaren op om door te zetten met isoleren, juist in deze tijden waarin energieprijzen onzeker zijn. Met het isolatieoffensief versnellen we op korte termijn de isolatieopgave flink en geven we de voortgang bij alle gemeenten een stevige impuls. We zetten hierbij in op vier sporen, waarbij het gaat om het aanbieden van betrouwbare en eenduidige informatie, het bundelen van instrumenten, en het bieden van ondersteuning op maat, met voorrang aan die huishoudens die dat het meest nodig hebben. Het bredere Energiehuis speelt een centrale rol in de uitvoering van het isolatieoffensief en voorziet ook in het lange termijn perspectief voor ondersteuning bij verduurzaming voor alle doelgroepen en naast isolatie ook op duurzame warmteoplossingen in gebouwen.

Vier sporen van het isolatieoffensief:

1.) Standaardisatie van en meer regie op de uitvoering

2.) Intensivering energiearmoede aanpak via het NPLV

3.) Intensivering samenwerking markt en overheid.

4.) Het Energiehuis, het lange termijn perspectief en centraal punt voor de verduurzaming

1.) Standaardisatie van en meer regie op de uitvoering

Uit ervaringen uit de eerste jaren van de lokale aanpak blijkt welke isolatieaanpakken succesvol zijn en hoe gemeenten die achterblijven hiermee ondersteund kunnen worden. Deze lessen zijn de basis voor de inhoudelijke lijnen waarmee we de gemeenten die achterblijven kunnen helpen. En die daarnaast ook van toegevoegde waarde kunnen zijn voor gemeenten die al wel op goed weg zijn met hun isolatieaanpak. Onderstaand zijn deze inhoudelijke lijnen beschreven, die via het NPLW worden gedeeld via hun website, via de regiocoördinatoren in de 30 RES-regio’s en op de Impulsdag All-electric & Isoleren op 23 september aanstaande.

Standaardisatie

Om de uitvoering van de isolatieaanpak te versnellen en effectiever hulp aan te bieden, zetten we in op standaardisatie. Veel gemeenten hebben voor de uitvoering van de lokale aanpak behoefte aan kennis over wat werkt, praktische hulpmiddelen en eenvoudige uitvoeringsprocessen. Daarom ontwikkelen we handreikingen met do’s en don’ts, standaardformats voor aanbestedingen en meer uniforme inrichting van subsidieregelingen om uitzonderingen zoveel mogelijk te beperken.

Door een gebrek aan standaardisatie in de lokale aanpakken kunnen kosten hoger zijn, arbeidsmarktkrapte toenemen en de uitvoering worden vertraagd. Om de transitie te versnellen, is geïndustrialiseerde opschaling onontkoombaar. Het programma Verbouwstromen zet daarbij in op standaardisatie van aanpakken met hun Meerjarige Collectieve Ontzorging (MCO) die ze uitvoeren bij tientallen gemeenten. Ook zal aandacht zijn voor collectieve inkoopacties, zodat meer eigenaren ontzorgd worden, met zorgvuldig geselecteerde uitvoeringspartijen.

Het Energiehuis kan dit op langere termijn borgen als regisseur in deze gestandaardiseerde aanpak, zodat inwoners en bedrijven eenvoudig toegang krijgen tot informatie, ondersteuning en uitvoering.

Communicatie offensief

Effectieve communicatie op korte termijn is essentieel om woningeigenaren te informeren over de hulp die er nu al voor hen beschikbaar is. Landelijke en lokale campagnes spelen hierin een belangrijke rol, maar ook een actieve, deur aan deur aanpak is nodig voor deze doelgroep. Brieven alleen zijn onvoldoende om inwoners te bereiken en te activeren. Daarom bieden we white label materialen van de landelijke campagne en stimuleren we via de do’s en don’ts gemeenten om aanvullende communicatiemiddelen in te zetten, waaronder persoonlijke benadering in de wijk en actieve ondersteuning aan huis. Ook kennisdeling tussen uitvoerende partijen en ontzorgers wordt versterkt, zodat inzichten over wat in de praktijk wel en niet werkt breed beschikbaar komen.

Uitbreiding ondersteuning gemeenten

Alle gemeenten worden ondersteund met praktische hulpmiddelen en expertise om de uitvoering van hun isolatieaanpak te versterken. Regiocoördinatoren van het NPLW bieden daarnaast ondersteuning bij de inzet van beschikbare middelen en de inrichting van programma’s. Ook is een rekentool gelanceerd23, die inzicht geeft in de financiële middelen die gemeenten voor de lokale aanpak nog beschikbaar hebben en hoe ze dit kunnen inzetten. Hier bleek grote behoefte aan bij gemeenten. Er komt informatie over situaties waarin uitvoerende partijen of intermediairs wegvallen door faillissement, zodat gemeenten beschikken over handelingsperspectieven om de voortgang van projecten te waarborgen.

Versterkingsteam isolatie

Voor gemeenten die meer gerichte ondersteuning nodig hebben om de isolatieaanpak van de grond te krijgen wordt een versterkingsteam isolatie vormgegeven door het NPLW. Dit team zal gemeenten bij wie de voortgang het meest achterblijft actief benaderen en begeleiden. Hierbij maken ze gebruik van de inzichten en de standaardisatie die in de vorige paragraaf zijn benoemd. Er wordt ook een versnellingsaanpak vastgesteld die aansluit bij de knelpunten waar gemeenten tegenaan lopen. Voorbeelden zijn concrete hulp bieden bij het opstellen van subsidieverordeningen en activatie van bewoners in de wijken. In het bijzonder gaat het hierbij om begrijpelijke communicatie, vertrouwen opbouwen, ontzorging en persoonlijk contact. Daarnaast deelt het NPLW kennis over de koplopergemeenten om te leren van elkaar en zo gebruik te maken van inzichten uit de praktijk.

Koppeling lokale aanpak isolatie en energiefixer en -coaches

De verbinding tussen de lokale isolatieaanpak en de inzet van middelen uit de specifieke uitkering Energiearmoede is van groot belang. Door beide aanpakken beter met elkaar te verbinden, kunnen bewoners effectiever worden ondersteund. Met energiecoaches en energiefixers worden huishoudens vaak als eerste bereikt met kleine energiebesparende maatregelen, hierbij gaat het naast radiatorfolie en tochtstrips ook om maatregelen met nog meer effect zoals waterzijdig inregelen. Deze eerste stappen vormen regelmatig de opmaat naar grotere investeringen in woningisolatie.

2.) Energiearmoede aanpak in de NPLV-gebieden

In het regeerakkoord is aangegeven dat via het NPLV de wijken met de grootste energiearmoede extra worden geholpen. Er zijn middelen vrijgemaakt in het regeerakkoord voor de aanpak van energiearmoede in de focusgebieden. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. De komende periode wordt in gezamenlijkheid met de gebieden bezien wat de exacte opgave is en wat er nodig is. De verwachting is dat de Tweede Kamer hierover in september geïnformeerd kan worden.

Vooruitlopend hierop heeft het kabinet in de Kamerbrief over het maatregelenpakket Acties Weerbaarheid Energieschok van 20 april jl. al € 15 miljoen vrijgemaakt voor het verminderen van de energiearmoede, verdeeld over de jaren 2026, 2027 en 2028. Deze middelen worden via de specifieke uitkering Energiearmoede toegekend aan de 19 gemeenten.

Met de betreffende gemeenten is de afspraak gemaakt dat deze middelen ook daadwerkelijk worden gealloceerd in de focusgebieden. De lokale Alliantie van het betreffende gebied bepaalt dan in gezamenlijkheid over de inzet van deze middelen en is verantwoordelijk voor de sturing, uitvoering en monitoring daarvan. Zij kunnen hiervoor ook gebruik maken van de inhoudelijke lijnen die zijn uitgewerkt om isolatieaanpakken succesvol in te zetten (zie onder 1).

Met deze € 15 miljoen kan bijvoorbeeld extra worden ingezet op het in contact komen met en vertrouwen winnen van bewoners; de ervaring van energiehulporganisaties is dat hier vaak meerdere bezoeken voor nodig zijn. Het doel is om bewoners te ontzorgen bij de verduurzaming van de woning, waarbij met deze aanvullende middelen ook gekozen kan worden om meerdere energiebesparende maatregelen in de woning te nemen.

3.) Regie op de samenwerking met de financiële sector, andere partijen in de koopketen en energiebedrijven, isolatiebedrijven, bouwpartijen en private verhuurders

Een succesvolle isolatieaanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen gemeenten, koepels, marktpartijen en lokale netwerken. Het sociaal domein en lokale initiatieven en netwerken spelen een belangrijke rol bij het bereiken en begeleiden van bewoners. Door deze partijen actief te betrekken, kunnen meer huishoudens worden ondersteund bij het nemen van isolatiemaatregelen.

Ook financiële instellingen, energieleveranciers bouw- en installatiebedrijven en adviseurs zijn van belang om bewoners te ondersteunen bij het maken van keuzes en het organiseren van financiering. Het opzetten van deze samenwerkingen is een onderdeel van do’s en don’ts van de isolatie aanpakken. Door het gesprek hierover aan te gaan met VNG en NPLW over de belangrijke rol van lokale organisaties, geef ik invulling aan de motie van het lid Klos24.

De samenwerking tussen partijen in de keten van de verduurzamingsreis wordt geborgd door alle professionals te laten aansluiten bij de dienstverlening in het Energiehuis. Een goed voorbeeld is de intentieverklaring die tijdens de Provada (10 juni jl.) is getekend. Partijen in de koopketen kunnen een belangrijke rol spelen voor een (toekomstig) huiseigenaar wat er nodig is om een woning goed te isoleren, en welke financieringsmogelijkheden daarvoor beschikbaar zijn. Dit gaat onder andere om makelaars, taxateurs, hypotheekadviseurs en -verstrekkers, energieadviseurs en de betrokken overheidspartijen. Een ander voorbeeld is het ontwikkelen van een softwareapplicatie die verschillende (isolatie) subsidies, zowel landelijk als lokaal, samenbrengt met financieringsvormen van het Nationaal Warmtefonds, Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) en hypotheekaanbieders.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt aan het Noodfonds Energie. Hiermee wil het kabinet de meest kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening ondersteunen. Het kabinet reserveert hiervoor € 193 miljoen, waarmee significant meer huishoudens kunnen worden ondersteund dan in voorgaande jaren. Uitgangspunt is dat alle huishoudens die aan de criteria voldoen en een aanvraag doen, daadwerkelijk een tegemoetkoming kunnen ontvangen. Verkend wordt met betrokken partijen of het fonds een rol kan spelen bij het kunnen koppelen van huishoudens aan hulp bij woningverduurzaming en energiebesparing. Voor de zomer informeert de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Kamer over de totstandkoming van het Noodfonds Energie.

Ook vinden er gesprekken plaats met zorgverzekeraars over de rol die zij bij verduurzaming kunnen spelen in het kader van de nieuwe City Deal Energiearmoede, Gezondheid en Verduurzaming. Hierin werken steden en Rijk samen aan het creëren van innovatieve aanpakken waarbij huisartsen en andere professionals in de eerstelijnsgezondheidszorg een rol spelen in het bereiken van huishoudens in kwetsbare wijken en het versnellen van de verduurzaming van hun woning. Huisartsen zien een tendens van gezondheidsklachten die deels terug te voeren zijn op een slecht binnenklimaat en/of slechte isolatie van de woning. Pilots waarbij energiecoaches en -fixers worden ingezet om «quick wins» te realiseren, zoals het aanbrengen van radiatorfolie, laten zien dat deze maatregelen kunnen bijdragen aan het terugdringen van medicijngebruik.25

In de komende periode ga ik onderzoeken of we de isolatieaanpak verder kunnen versterken door het sluiten van convenanten met grote private verhuurders, zoals de motie van de leden Grinwis en Steen verzoekt.

4.) Het Energiehuis: het lange termijn perspectief en centraal punt voor de verduurzaming

We introduceren het Energiehuis als centraal en herkenbaar punt voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het Energiehuis is meer dan alleen isolatie en richt zich op alle doelgroepen – van woningeigenaren tot mkb en maatschappelijk vastgoed – en voorziet in een lange termijn perspectief. De aanwezigheid van een langdurig, lokaal gericht en centraal Energiehuis creëert vertrouwen. Het biedt een uniform en samenhangend geheel van begrijpelijke informatie, ondersteuning en ontzorging, met als doel verduurzaming makkelijker en praktisch haalbaar te maken. Dat doen we door iedereen (digitale) basisondersteuning te geven, aangevuld met een lokale en doelgroepgerichte aanpak. Het Energiehuis is de Nederlandse invulling van de Europese richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD IV) die lidstaten uit Europa verplicht om een zogenoemd one-stop-shop-systeem in te richten voor ondersteuning bij de verduurzaming van gebouwen.

Hoe bouwen we het Energiehuis?

Nationaal: een gestroomlijnde integrale basisvoorziening voor iedereen

Het Energiehuis is een groeimodel waarin bestaande ondersteuningsinstrumenten stap-voor-stap aan elkaar gekoppeld worden, zodat uitvoering door kan gaan én verbetering plaatsvindt. Het is niet de bedoeling om de bestaande initiatieven op te heffen voor iets nieuws.

In het Energiehuis staat de mensgerichte aanpak centraal. Denk hierbij aan een gestroomlijnde keten van betrouwbare informatie en ondersteuning bij alle stappen van verduurzaming die gebouwd is vanuit het perspectief en de «klantreis» van de gebruiker. Dit sluit aan op alle fasen van de verduurzamingsreis: van bewustwording en oriëntatie tot uitvoering en nazorg.

Om deze landelijke basisvoorziening te realiseren, zet het Rijk in op vijf pijlers:

1. Voor de digitale basisvoorziening treedt de rijksoverheid op als ketenregisseur en draagt zorg voor een integrale, interactieve en laagdrempelige digitale verduurzamingsreis. Hier krijgen eigenaren stapsgewijs inzicht in de verduurzaming van hun gebouw van huidige staat tot aan de isolatiestandaard, of zero-emissie eis en directe toegang tot professionals voor advies en uitvoering. Concreet is dit een doorontwikkeling van het huidige platform www.verbeterjehuis.nl tot een passend systeem voor particulieren, onder andere door een sterk verbeterde rekenkern, de renovatieverkenner.26 Ook voor utiliteitsbouw wordt aan een vergelijkbaar systeem gewerkt.

2. Intermediairs, zoals taxateurs, EP-adviseurs en installateurs, worden actief gekoppeld aan de digitale verduurzamingsreis van het Energiehuis. Hier starten we mee met spoor 3, maar gaat nog veel verder in het Energiehuis. Het doel is één gestroomlijnde verduurzamingsreis voor de eindgebruiker, waar de relevante stakeholders op aangesloten zijn zonder dat de eindgebruiker last heeft van de verschillende bestaande systemen of instrumenten. Of het nu een makelaar, adviseur of installateur is die een aandeel levert, voor de gebouweigenaar blijft het één reis.

3. Kennisdeling: Samen met RVO en het NPLW wordt de Community of Practice (CoP) voortgezet. Dit platform stimuleert de onderlinge communicatie en het delen van praktijkervaring tussen gemeenten, ook voor VvE’s en utiliteitsbouw.

4. Uniformering via de Handreiking Energiehuis: De handreiking biedt gemeenten en uitvoerders concrete handvatten, minimale kwaliteitseisen en instrumenten. Een bijbehorend inspiratieboek bundelt bestaande praktijkvoorbeelden. De handreiking wordt regelmatig waar nodig en minimaal tweejaarlijks herzien.

5. Datagedreven monitoring: Om gericht bij te sturen, is een meerjarige monitor (2025–2027) ingericht die het ondersteuningsaanbod kwantitatief in kaart brengt. De nulmeting uit 202527 leverde al geüniformeerde definities op en toonde aan dat websites bijna een miljoen mensen bereikten (exclusief 1,2 miljoen bezoekers op verbeterjehuis.nl) en fysieke loketten 65.000 bezoekers trokken. De monitor laat zien dat het aanbod nu nog sterk gericht is op woningeigenaren. In 2026 volgt een vervolgmeting om trends te vergelijken.

Personele ondersteuning en maatwerk

Naast de landelijke, digitale basisvoorziening wordt lokaal personele ondersteuning georganiseerd. Deze bestaat uit een mix van procesbegeleiders, energiecoaches die maatwerkadvies geven, experts en energiefixers die bij kwetsbare doelgroepen thuis verduurzamingsmaatregelen uitvoeren. Deze lokale inbedding is essentieel: het sociale kapitaal en de bestaande netwerken in gemeenschappen blijken cruciaal voor het slagen van de transitie. Veel van deze professionele ondersteuning is oorspronkelijk opgetuigd met energiearmoede-middelen en wordt nu onder de vlag van het Energiehuis doorgezet. Doordat alle professionals zijn aangesloten op de landelijke digitale infrastructuur, ontstaat een soepele en integrale samenwerking tussen landelijke partijen en lokaal gewortelde organisaties, zoals energiecoöperaties en energiefixteams.

De inzet van de genoemde professionals is afhankelijk van de behoeften van de doelgroep:

– Lokaal: Vooral kwetsbare huishoudens en inwoners met een lager doenvermogen hebben behoefte aan extra begeleiding en praktische hulp van bijvoorbeeld een energiefixer. Dit vraagt om maatwerk en gericht advies en begeleiding die lokaal verankerd is.28 Lokaal, door of via gemeenten worden de meeste kwetsbare doelgroepen benaderd. Ook waar warmteplannen worden uitgevoerd en de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet om het gas af te sluiten is het logisch dat er proactieve en lokale ondersteuning is. Een goed voorbeeld van vereenvoudiging is de pilot van het Nationaal Warmtefonds waarbij zij subsidie voorschieten en de subsidieaanvraag regelen namens degene die de lening aanvraagt.

– Regionaal en centraal: Voor doelgroepen die sterk in mate verschillen per locatie. Denk hierbij aan de aanwezigheid van VvE’s in stedelijk gebied in vergelijking met landelijke gebied. Voor het maatschappelijk vastgoed en het mkb wordt voornamelijk op regionaal of centraal niveau ondersteuning geboden. Het huidige VvE-kenniscentrum is hier een voorbeeld van, bestuurders of professionals kunnen daar terecht met vragen over VvE-verduurzaming.

Strategische communicatie die aansluit op perspectief van de doelgroepen

Effectieve communicatie is essentieel om mensen in beweging te krijgen. De communicatiestrategie rust op drie niveaus: landelijke publiekscampagnes voor herkenbaarheid, uniforme (white label) communicatiemiddelen voor doelgerichte activering via gemeenten en wijkgerichte communicatie op maat via lokale uitvoerders29. De optelsom van deze onderdelen van de communicatiestrategie bepaalt het succes van het Energiehuis en het isolatieoffensief.

Landelijk is in 2025 de publiekscampagne «Wie isoleert profiteert» actief geweest waarin woningeigenaren gewezen zijn op de voordelen van isolatie- en ventilatiemaatregelen en de ondersteuning die gemeenten geven via energieloketten. Deze maand is de nieuwe meerjarige publiekscampagne «Is jouw huis klaar voor de toekomst?» gelanceerd. Ook hierbij benadrukken we de voordelen van verduurzaming waaronder isoleren en hoe men hier zelf stap voor stap naar toe kan werken. Bij de campagne zijn er materialen beschikbaar voor gemeenten om aan te sluiten. De specifieke communicatie vanuit het Energiehuis start in 2027, zodra de inrichting definitief is en alle rollen met betrokken partijen zijn afgestemd.

Financiering, bestuurlijke samenwerking en procesinrichting

In het Europese Sociaal Klimaatfonds is voor Nederland 720 miljoen beschikbaar. Om hierop aanspraak te maken heeft het kabinet een Sociaal Klimaatplan gemaakt. Vanuit BZK staan hierin twee maatregelen om hoge energierekeningen tegen te gaan bij kwetsbare doelgroepen. Ten eerste energiehulp door energiecoaches en -fixers vanuit het Energiehuis aan kwetsbare huishoudens. Ten tweede een intensivering van het Nationaal Warmtefonds. Het plan moet nog door de Europese Commissie goedgekeurd worden.

Om de ontwikkeling van het Energiehuis in goede banen te leiden, richten het Rijk, de VNG en het IPO een gezamenlijke stuurgroep op. Samen met gemeenten en provincies werkt deze stuurgroep de komende periode nauwkeurig uit wat de gekozen aanpak concreet betekent per doelgroep. Omdat een constructieve samenwerking tussen alle partijen in de verduurzamingsreis cruciaal is, vraagt dit om heldere uitgangspunten en een stevig fundament van objectieve data. Naast de overheden dragen op termijn ook marktpartijen en andere stakeholders bij aan het Energiehuis. Hun inbreng en betrokkenheid worden geborgd via gerichte, individuele gesprekken en een centrale klankbordgroep.

Gefaseerde uitbreiding per doelgroep

Het Energiehuis wordt via een groeimodel stapsgewijs opgebouwd en uitgebreid. In de eerste ontwikkelfase ligt de prioriteit bij het versterken en versnellen van de ondersteuning van kwetsbare huishoudens en individuele woningeigenaren met bestaande instrumenten, waarbij de basis van het bestaande platform Verbeterjehuis.nl wordt benut. Vanaf 2027 wordt de dienstverlening stapsgewijs doorontwikkeld naar andere segmenten, waaronder het maatschappelijk vastgoed en het mkb. In de tussentijd bepalen overheden via welke specifieke instrumenten en op welke logische momenten zij deze diverse doelgroepen de meest passende ondersteuning kunnen bieden.

Reactie op SER-rapport «Energie voor iedereen: Een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving»

Zoals in de inleiding gemeld heeft de SER het rapport «Energie voor iedereen: Een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving» geschreven. We spraken in het Kamerdebat van 25 maart 2026 over dit breed gedragen en belangwekkende rapport en ik heb aangegeven hier per brief op te reflecteren30. Op 2 juni 2026 heb ik uitgebreid met de voorzitter van de SER gesproken over het rapport, onder andere over het belang van lokale energiehulporganisaties, het NPLV, de rol van normering, het isolatieoffensief en de arbeidsmarkt. Binnen het isolatieoffensief en met het Energiehuis geven we zo goed mogelijk gehoor aan de volgende oproepen van de SER.

De SER adviseert om een begrijpelijk verhaal te vertellen dat aansluit bij de belangen en zorgen van huishoudens en ondernemers. De vindbaarheid en toegankelijkheid van informatie en kennis moet worden vergroot, lokale collectieve initiatieven voor verduurzaming in de wijk moeten worden vergroot en versterkt. Ook is er aanpak nodig die aansluit bij de specifieke belangen en behoeften van de groepen die nu niet kunnen meekomen. Deze adviezen passen goed in lijn met het isolatieoffensief en het Energiehuis.

De SER adviseert ook om op korte termijn duidelijkheid te geven over de route na 2030 richting 2050. De SER stelt dat beleidsmatig het pad van 2030 tot 2050 (en daarna) nog nauwelijks is uitgewerkt. Zeer recent heeft Nederland, in het kader van de Richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD IV), de verduurzamingsopgave voor de gebouwde omgeving richting 2050 concreet gemaakt en beschreven in het National Building Renovation Plan (NBRP). Het beleidsinstrumentarium en de financiering richting 2040 en 2050 wordt daarin nog nader uitgewerkt.31 Verder wordt eind dit jaar vanuit de EU een voorstel verwacht hoe invulling te geven aan de doelen van 2040, zoals ook aangekondigd in het regeerakkoord. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet om het pad richting 2040 en verder vorm te geven. Tot slot zal het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) energietransitie van de woningvoorraad, dat dit najaar wordt opgeleverd, inzichten kunnen bieden in de keuzes die er zijn m.b.t. beleidsinstrumenten en financiering voor de lange termijn.

De SER adviseert normerend beleid dat aansluit bij de praktijk van huishoudens en ondernemers. In het regeerakkoord is aangekondigd dat we hierin stappen gaan zetten. De uitfasering van EFG labels in de huursector per 2029 en C en D in 2040 zijn hier goede voorbeelden van, maar ook de aangekondigde normering van slimme, hybride warmtepompen per 2029.

Slot

Met het isolatieoffensief gaan we dit jaar al concreet aan de slag met het versnellen van de uitvoering. De extra inzet in het isolatieoffensief baseren we op inzichten die zijn opgedaan afgelopen jaren. Van effectieve aanpakken en efficiënte organisatie, handvatten, duidelijkheid tot richting geven voor de verdere ontwikkeling. We zetten hiermee een belangrijke stap van leren en ontdekken, naar meer concluderen en toepassen. Dit zorgt voor efficiëntere uitvoering en het beter kunnen helpen van mensen met verduurzaming en het beheersbaar houden van de energierekening.

Door middel van het Energiehuis creëren we op de middel tot langere termijn uniformiteit en meer overzicht voor de eindgebruiker en de markt met een effectieve aanpak en eenduidige communicatie. Zo zetten we beter in op opschaling en standaardisatie met prioriteit daar waar de urgentie het hoogst is, zonder de succesvolle aanpakken die al ingezet zijn te doorkruizen. We pakken meer regie en werken hierbij samen met gemeenten in wijken en dorpen waar relatief veel slecht geïsoleerde woningen nog niet aangepakt zijn. Samen met onder andere financiële partijen, lokale netwerken in de wijk en het sociaal domein zorgen we ervoor dat mensen ondersteuning en begeleiding krijgen om echt stappen in de verduurzaming van hun huis te zetten. Het Energiehuis zorgt er daarnaast voor dat we niet alleen woningeigenaren en VvE’s bereiken, maar ook het mkb en maatschappelijk vastgoed.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan


  1. Kamerstuk 32 847, nr. 1436 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎

  2. Kamerstuk 32 847, nr. 1433 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎

  3. Kamerstuk 29 023, nr. 699 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎

  4. Kamerstuk 36 387, nr. 25 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎

  5. Voorzienings- en leveringszekerheid energie | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎

  6. Kamerstuk II 2025/26, 31 239, nr. 436 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎

  7. TZ202604-040 en Kamerstuk 32 847, nr. 1405↩︎

  8. Natuur & Milieu↩︎

  9. Energie voor iedereen – Een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving↩︎

  10. Duurzame ontwikkeling en beleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎

  11. Kamerbrief over verduurzaming gebouwde omgeving | Rijksoverheid.nl↩︎

  12. Met deze brief wordt ook invulling gegeven aan de toezegging van het lid Grinwis (TZ202604-156) inzake de aanpak ten aanzien van de corporatiewoningen↩︎

  13. https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-lokale-aanpak-isolatie/#resultaten↩︎

  14. Bureau 7tien: op weg naar het Energiehuis↩︎

  15. Monitor Energiehuis 2025↩︎

  16. I&O Ipsos: Op weg naar het Energiehuis↩︎

  17. https://energiearmoede.tno.nl/↩︎

  18. https://publications.tno.nl/publication/34646086/3Vr2p5Tk/TNO-2026-16773.pdf↩︎

  19. Natuurvriendelijk Isoleren | Home | Volkshuisvesting Nederland↩︎

  20. Kamerstuk 32847, nr. 1429 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen,↩︎

  21. Kamerstuk 29 023, nr. 693↩︎

  22. Kamerstuk 32 847, nr. 1335↩︎

  23. Rijksoverheid formulier | Rekentool SpUk Lokale Aanpak Isolatie – Rekentool↩︎

  24. Kamerstuk II 2025/26, 29023, nr. 607↩︎

  25. https://energy.nl/publications/energiehulp-waardevol-bij-energiearmoede/↩︎

  26. De Renovatieverkenner is een rekenmodel voor woningverduurzaming dat wordt ontwikkeld door een consortium van de Technische Universiteit Eindhoven, TNO en Woonconnect in opdracht van BZK↩︎

  27. Monitor Energiehuis 2025↩︎

  28. TNO-onderzoek: Energiehulpen met lokale inbedding het meest effectief↩︎

  29. Onderzoek communicatie over de isolatiestandaard, Onderzoek vertrouwen en weerstand bij een (hybride) warmtepomp↩︎

  30. T202604-044↩︎

  31. Nationaal plan voor de renovatie van gebouwen | Home | Volkshuisvesting Nederland↩︎