Moties en toezeggingen op het gebied van digitalisering
Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Brief regering
Nummer: 2026D36348, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-08-03 12:07, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
- Mede ondertekenaar: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit VVD kamerlid)
- Overzicht moties en toezeggingen in Verzamelbrief digitalisering Q2
- Overheidsbrede visie op proactieve dienstverlening
- Overheidsbrede visie op signaalmanagement
- Beslisnota bij Kamerbrief over moties en toezeggingen op het gebied van digitalisering
- Actieagenda Verantwoord Digitaliseren
- NDS-Raad advies Digitale Dienst
- Rapport Kosten-batenanalyse geodatafundament BES-eilanden
- Eindrapport Evaluatie PPS’en Kennis & Innovatie
- Onderzoek wetenschappelijke standaard en bijsluiter voor modellen en algoritmen 'Wanneer modellen beleid dragen'
- Rapport Advies datacenterstrategie Caribisch Nederland
- Evaluatieonderzoek IAMA
Onderdeel van kamerstukdossier 26643 -1547 Informatie- en communicatietechnologie (ICT).
Onderdeel van zaak 2026Z16081:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Digitale Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-02 11:00 ⇒ (Concept voorstel)
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-02 11:00: Procedurevergadering Digitale Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Digitale Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Met deze Kamerbrief wordt uw Kamer geïnformeerd over openstaande moties en toezeggingen op het gebied van digitalisering. Ook zijn er verschillende rapporten welke met deze brief aan uw Kamer worden verzonden. In bijlage 1 is opgenomen om welke moties en toezeggingen het gaat en op welke pagina’s deze te vinden zijn. De moties, toezeggingen en rapporten zijn verdeeld over zeven onderdelen, te weten:
Digitale weerbaarheid en digitale autonomie
Dienstbare overheid
AI en Algoritmen
Digitale samenleving
Caribisch Nederland
Financiën en Digitalisering
Digitale Economie
Deze brief bevat onderwerpen die onder de verantwoordelijkheid vallen van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op deze manier wordt uw commissie in één keer geïnformeerd.
Digitale weerbaarheid en digitale autonomie
Motie Thijssen (PRO) en Bruyning (NSC) – 30% van alle cloudopslagdiensten van Nederlands-Europese bodem1
In de Kamerbrief Plan van aanpak aangenomen en ontraden moties2 is aangekondigd terug te komen op de motie Thijssen (PRO) en Bruyning (NSC) over hoe en wat er gemeten wordt om de voorgestelde 30% norm te hanteren, omdat hier op verschillende manieren invulling aan kan worden gegeven. De Algemene Rekenkamer heeft een achterstand geconstateerd in de registratie van cloudapplicaties voor materieel gebruik. Als onderdeel van het wegwerken van deze achterstand wordt een eerste inschatting gemaakt van het huidige percentage Nederlands-Europese cloudopslagdiensten en -applicaties binnen de rijksoverheid. Op basis van deze uitkomsten zal een voorstel voor normering en monitoring daarvan worden afgestemd met de departementen. Zodra hierover overeenstemming is bereikt, wordt uw Kamer verder geïnformeerd. Daarnaast is het streefdoel van 30% zoals eerder toegezegd3 opgenomen in de pre-ambule van de herziening van het rijksbreed cloudbeleid, welke uw Kamer recent heeft ontvangen.4 De ambitie is om via het uitvoeringsprogramma Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) de medeoverheden ook actief mee te nemen bij dit streefdoel.
Met het recent gepubliceerde wetsvoorstel voor een Cloud & AI Development Act (CADA) heeft de Europese Commissie eveneens tot doel overheden in de EU te stimuleren tot inkoop van Europese clouddiensten. Naar verwachting kan de CADA op termijn een positieve bijdrage leveren aan het halen van de voorgestelde 30%-norm.
Motie El Abassi (DENK) – Geopolitieke risicoanalyse bij aanbestedingen van vitale digitale infrastructuur waarbij buitenlandse wetgeving wordt opgenomen5
De motie van het lid El Abassi (DENK) verzoekt het verplicht stellen van een geopolitieke risicoanalyse bij aanbesteding van vitale digitale infrastructuur, hierbij expliciet bepaalde buitenlandse wetgeving mee te nemen, en daarover te rapporteren. Voor specifieke aanbestedingen, zoals mogelijk (onderdelen van) vitale digitale infrastructuur, gelden inmiddels de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO). Daarin is opgenomen dat opdrachtnemers voorafgaand aan een opdracht een risicoanalyse moeten uitvoeren, de resultaten daarvan kenbaar moeten maken en deze jaarlijks moet evalueren en indien nodig herzien.6 Ook kan toetsing gedurende het contract of toetsing na afloop door verschillende toezichthouders ingezet worden, mede afhankelijk van het uit de analyse geconstateerde risico. De rapportage zal mede uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend gebeuren op het afgesproken niveau. Dit vindt uw Kamer in informatie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid zoals het Cybersecuritybeeld.7 Hiermee hebben we invulling gegeven aan de motie.
Motie Zwinkels (CDA) c.s. – GAP-analyse bij kritieke digitale infrastructuur8
De motie van het lid Zwinkels (CDA) c.s. vraagt om een GAP-analyse voor het in kaart brengen van betreffende digitale dienstverlening in Europa aan de voorkant van aanbestedingen. Conform geldende wet- en regelgeving wordt, waar mogelijk bij het opstarten van aanbestedingen afhankelijk van het benodigde type digitale dienstverlening, vooraf een analyse uitgevoerd rond mogelijke dienstverlening in Europa. Het streven is om bij de uitvoering van de motie Dassen (VOLT)9 over een routekaart met digitale alternatieven uw Kamer hier uitgebreider over te informeren. Naast de huidige instrumenten en de professionele kennis van de beschikbare markt wordt ook ingezet op vernieuwing van EU-regelgeving op dit vlak; hierover wordt de Kamer vanzelfsprekend geïnformeerd. Op deze manier wordt aan de motie van het lid Zwinkels (CDA) c.s. invulling gegeven.
Motie Van den Berg (JA21) c.s. - Minimumeisen dataportabiliteit, periodieke migratie- en failover-tests10
De motie van het lid Van den Berg (JA21) c.s. vraagt om bij (her)contractering van vitale digitale overheidsdiensten minimumeisen op te nemen voor dataportabiliteit, periodieke migratie- en failover-tests. Aanvullend verzoekt de motie om te oefenen alsof het morgen misgaat en vraagt een aantoonbare exitroute naar alternatieve leveranciers. De motie sluit sterk aan bij de bevindingen en aanbevelingen van het rapport “Van kwetsbaar naar weerbaar. Geleerde lessen uit dreigende acute en langdurige uitval van uitbestede ICT-dienstverlening bij overheidsorganisaties” dat vorig jaar met de Kamer is gedeeld.11 Diverse maatregelen worden benoemd, zoals: de wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke), de Cyberbeveiligingswet (Cbw), voorafgaande toetsing, IT-sourcing strategie, kaders, risicomanagement, crisisoefeningen, uitvalfaciliteiten en de versterking van continuïteitsmanagement. De beleidsreactie geeft aan dat door de veelheid van aanbevelingen deze in de tijd geprioriteerd worden. Hiermee is invulling gegeven aan de motie van het lid Van den Berg (JA21) c.s. Over de voortgang van de maatregelen zal, in het brede thema van digitale weerbaarheid, uw Kamer blijvend geïnformeerd worden.
Motie Dassen (VOLT) – Afnamegaranties aan EU-leveranciers in beleid12
De motie van het lid Dassen (VOLT) vraagt het kabinet om in het beleid om digitale soevereiniteit te stimuleren, ook de optie van afnamegaranties aan Europese leveranciers mee te nemen. Digitale soevereiniteit wordt gestimuleerd via verschillende instrumenten en maatregelen. Het financiële instrument van afnamegaranties staat op gespannen voet met elementen uit het aanbestedingsrecht, zo is een omgekeerde vendor lock-in of ongeoorloofde staatssteun af te raden. Instrumenten als een Europees voorkeursprincipe of een voorrangsregeling voor scale-ups en start-ups zijn toegelicht door de minister van Economische Zaken en Klimaat op 16 juni 2026.13 Bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zet Nederland zich er daarom voor in dat aanbestedende diensten voldoende ruimte houden om bij aanbestedingen rekening te houden met strategische belangen, zoals leveringszekerheid, innovatie en veiligheid, met behoud van een goed functionerende Europese interne markt. Op deze manier wordt aan de motie invulling gegeven.
Motie Van den Berg (JA21) en Stoffer (SGP) – Raamwerkafspraken met gemeenten, provincies en waterschappen voor veelvoorkomende digitale diensten14
De motie van de leden Van den Berg (JA21) en Stoffer (SGP) vraagt om samen met gemeenten, provincies en waterschappen raamwerkafspraken te ontwikkelen voor veelvoorkomende digitale diensten (zoals parkeren, vergunningen en andere portals), met soevereiniteit en securityeisen als standaardcomponent. Raamwerkafspraken en het gezamenlijk benutten van inkooptrajecten krijgt al vorm via verschillende instrumenten. De Nederlandse Digitalisering Strategie (NDS) verwoordt dit in de interventie “bundelen inkoopkracht”. Tegelijkertijd staan raamwerkafspraken van het Strategische Leveranciers Management Rijk open voor gebruik door decentrale overheden of zelfstandige bestuursorganen. Een aantal EU-richtlijnen, zoals de verordening inzake cloud- en AI-ontwikkeling (CADA), maakt het steeds normaler dat verschillende overheidslagen gebruik kunnen maken van eenzelfde aanbesteedde dienstverlening. Hiermee hebben we invulling gegeven aan de motie.
Casus Winterswijk en analyse van aanbestedingseisen15
In het debat over de verkoop van een cloudbedrijf, afgelopen 11 februari, is kort gewezen naar de casuïstiek van de gemeente Winterswijk en is toegezegd om uw Kamer hierover nader te informeren. Het inkooptraject voor specifieke digitale dienstverlening is door de gemeente pragmatisch ingezet en aan de voorkant zodanig door de opdrachtgever aangeboden aan de algehele markt dat er inderdaad Europese partners uit de selectie kwamen. Een aantal elementen maakten dit mogelijk, waaronder de specifieke dienstverlening, de gehanteerde aanbieding aan de markt en het beperkte financiële volume van de opdracht. De opgedane ervaring wordt gedeeld binnen het netwerk van het expertisecentrum voor inkoop en aanbesteding van de overheid (PIANOo) en draagt als voorbeeld bij aan interventies van de NDS om overheidsbreed samen te werken.
Dienstbare overheid
Overheidsbrede visies op proactieve dienstverlening en signaalmanagement
Het is belangrijk dat de overheid op tijd actie onderneemt om mensen te benaderen en gebruik maakt van signalen die zij al heeft. Want mensen ervaren problemen met de complexiteit van overheidsdienstverlening en wet- en regelgeving en maken lang niet altijd gebruik van de voorzieningen waarop ze recht hebben. Mensen moeten op dit moment veel dienstverlening zelf opzoeken en/of aanvragen. Daarom is samen met medeoverheden en publieke dienstverleners, en op basis van de behoeften van mensen, in een uitgebreid beleidsontwikkelingstraject gewerkt aan overheidsbrede visies op proactieve dienstverlening en signaalmanagement.
Zoals aan uw Kamer toegezegd16, vindt uw Kamer de visies op overheidsbrede proactieve dienstverlening (bijlage 2) en op signaalmanagement (bijlage 3) bij deze brief. Hiermee is invulling gegeven aan de toezegging. De visies geven invulling aan de inzet op een uitstekende (digitale) publieke dienstverlening vanuit de Taskforce Slagvaardige Overheid en aan de prioriteit Burger en Ondernemer centraal vanuit de NDS.
De inzet is om overheidsbreed vanuit een gedeeld beeld en gezamenlijke uitgangspunten van beide visies te werken aan het verbeteren van dienstverlening. Daarom werken we samen met landelijke publieke dienstverleners en medeoverheden aan de realisatie van de beschreven ambities. Hierbij leren we stap voor stap van bestaande initiatieven, praktijkervaringen en signalen uit de samenleving.
Voorbeelden van opvolging van signalen van burgers en bedrijven
Uw Kamer is ook toegezegd om voorbeelden van opvolging van signalen van burgers en bedrijven in de overheidsbrede aanpak digitale dienstverlening te ontvangen.17 Een voorbeeld hiervan is dat op basis van signalen over (vaak hoog uitvallende) nabetalingen werken onder andere het ministerie van SZW, de Belastingdienst en het UWV samen om burgers hierover beter te informeren en de ongewenste gevolgen voor inkomensafhankelijke regelingen of de hoogte van de inkomstenbelasting te verminderen. Verder heeft de gemeente Rotterdam inmiddels verkenningen uitgevoerd met SZW naar signalen over financiële zorgen. Ook heeft de gemeente Rotterdam met de Belastingdienst onderzocht hoe vaak die organisaties in signalen bij de gemeente genoemd worden. Het uitwisselen van signalen binnen de overheid is nog volop in ontwikkeling. Bovenstaande informatie geeft uw Kamer enkele voorbeelden. Hiermee is invulling gegeven aan de toezegging.
Motie Buijsse (VVD) - Inventarisatie mogelijkheden geïntegreerde aanpak van agentschappen18
Het lid Buijsse (VVD) heeft de regering verzocht, in samenwerking met de betrokken ICT-dienstverleners, te inventariseren welke mogelijkheden er zijn voor een meer geïntegreerde of gezamenlijke aanpak, inclusief een mogelijke samenvoeging. In lijn met de beschreven aanpak in de Verzamelbrief digitalisering van december 202519 is de Auditdienst Rijk gevraagd een verkennend onderzoek te doen hoe de samenwerking tussen (enkele) dienstverleners verbeterd kan worden en of samenvoeging van diensten/dienstverleners daarbij voordelen kan bieden. In het onderzoek wordt eerst voor enkele diensten en enkele van de huidige dienstverleners20 onderzocht of, en op welke manier een meer geïntegreerde of gezamenlijke aanpak kan leiden tot synergie- en schaalvoordelen. De resultaten hiervan worden in de eerste helft 2027 verwacht. Ook wordt vanuit de rijksorganisatie zelf gekeken hoe een verdere harmonisatie van de dienstverleners eruit zou kunnen zien. Parallel hieraan is al een samenwerkingstraject gestart tussen SSC-ICT en DICTU en DUO op het terrein van de digitale (soevereine) werkplek.
De Nederlandse Digitale Dienst (NDD)
In het coalitieakkoord is afgesproken dat we een Nederlandse Digitale Dienst (NDD) oprichten: compact, deskundig en met doorzettingsmacht. In de Verzamelbrief digitalisering december 202521 is uw Kamer toegezegd in het tweede kwartaal van 2026 te worden geïnformeerd over de stand van zaken rond de oprichting van een digitale dienst. Met deze brief wordt invulling gegeven aan die toezegging. Daarmee wordt tevens opvolging gegeven aan de motie van het lid Kathmann (PRO) c.s.22, waarin het kabinet is verzocht een voorstel uit te werken voor de oprichting van één digitale dienst met mandaat, capaciteit en voldoende middelen om overheids-ICT te centraliseren, dit samen met de partners van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) vorm te geven en hierover in de eerste helft van 2026 te rapporteren. Ook is uw Kamer toegezegd om de vragen uit het wetgevingsoverleg van 18 juni jl. hierin mee te nemen.23 In onderstaande beantwoording zijn deze vragen meegenomen, waarmee invulling wordt gegeven aan de toezegging.
Ter voorbereiding is de NDS-Raad om advies gevraagd over de
positionering en taken van een digitale dienst. Het advies is op 7 mei
2026 in ontvangst genomen en gepubliceerd. Het advies is ook bij deze
brief gevoegd (bijlage 4). De Raad adviseert om de digitale
dienst niet zelf alle voorzieningen te laten ontwikkelen of beheren,
maar regie te laten voeren op de toepassing en opschaling van
overheidsbrede afspraken, bouwstenen en standaarden. Daartoe adviseert
de Raad de dienst vier samenhangende randvoorwaarden te laten
organiseren:
1. architectuur- en portfoliosturing als toetsbaar kompas; 2.
operationele slagkracht voor implementatie- en adoptieondersteuning van
overheidsbrede bouwstenen; 3. passende financiering voor frictiekosten,
migraties en organisatie-eigen legacy-afbouw; en 4. bundeling
van marktvraag, met aandacht voor exit en
leveranciersonafhankelijkheid.
De hoofdlijn van het advies wordt als volgt opgevolgd. De architectuur- en portfoliosturing, de implementatie- en adoptieondersteuning en het bundelen van de marktvraag wordt meegenomen in het opbouwen van de dienst. Het derde punt inzake passende financiering voor frictiekosten, migraties en organisatie-eigen legacy-afbouw wordt niet overgenomen als taak van de dienst zelf. Dit is een bekend en reëel vraagstuk, maar het eigenaarschap voor legacy-afbouw ligt in beginsel bij de individuele organisaties. De digitale dienst is daarvoor op zichzelf geen oplossing. Wel is het noodzakelijk om hiervoor in samenwerking met overheidsorganisaties goede oplossingen te vinden.
Aanvullend op het NDS-raad advies zal de Digitale Dienst niet alleen regie voeren, maar ook zelf aan de slag gaan met het leveren van meerwaarde voor burgers en ondernemers. Concreet start de NDD, onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, nog deze zomer langs drie lijnen: 1. een doorbraakfunctie op prioritaire projecten, 2. het vaststellen en aanjagen van het gebruik van standaarden zodat de overheid als één werkt, en 3. het introduceren van richtlijnen voor moderne IT-ontwikkeling. Uitgangspunt hierbij is dat dienst een ‘makers- en doe-mentaliteit’ heeft en met eigen technisch personeel in samenwerking met andere overheidsorganisaties aan de slag gaat.
Deze start wordt gemaakt met gebruik van bestaande, tijdelijke financiering en capaciteit van organisatieonderdelen die nu nog onder de BZK-begroting vallen. Op basis van deze snelle start en de opgedane ervaring vindt volgend jaar formele besluitvorming plaats over de uiteindelijke taken, het mandaat van de digitale dienst en passende structurele financiering.
De aangebrachte aandachtspunten inzake het zorg dragen voor voldoende mandaat en regie zoals ook verwoord in de motie van het lid Zwinkels (CDA)24 sluiten goed aan bij de inzet van het kabinet en worden meegenomen. De start en verdere uitwerking van de NDD dragen bij aan de doelen van de Ministeriële Taskforce Slagvaardige Overheid, die erop is gericht om departementoverstijgende regie te kunnen voeren.
Artificiële Intelligentie (AI) en algoritmen
Onderzoek wetenschappelijke standaard en bijsluiter voor modellen en algoritmen
In de Verzamelbrief digitalisering van december vorig jaar25 is toegezegd om het onderzoek van de Universiteit Leiden rondom de wetenschappelijke standaard voor modellen en algoritmen voor de zomer van 2026 met uw Kamer te delen. Deze toezegging houdt verband met de motie van de leden Six Dijkstra en Omtzigt (beide NSC) die de regering verzoekt om duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop de wetenschappelijke standaard voor modellen en algoritmes zal worden samengesteld, hoe deze afdwingbaar en navolgbaar zal worden gemaakt en hoe de bijsluiter zal worden opgesteld.26 Het onderzoek, dat als bijlage 5 bij deze brief is gevoegd, maakt duidelijk dat een praktisch hulpmiddel voor reflectie en dialoog over modelgebruik meer passend is dan een uniforme standaard of afvinklijst. Daarmee sluit het instrument aan bij de diversiteit aan modellen en beleidscontexten binnen de overheid. Inhoudelijk biedt het opgeleverde product taal en ruimte voor situaties waarin modellen mede vormgeven aan beleid. Een belangrijke meerwaarde is het bieden van een gemeenschappelijke taal en een expliciet afwegingsmoment voor verantwoord modelgebruik, als aanvulling op bestaande instrumenten. Hiermee wordt invulling gegeven aan zowel de toezegging, als de motie Six-Dijkstra en Omtzigt (beide NSC).
Motie Kathmann (PRO) en Six Dijkstra (NSC) - Burgers altijd informeren als er een (deels) geautomatiseerde risicoselectie heeft plaatsgevonden en dit tot een besluit heeft geleid27
Uw Kamer is op 14 november 202528 geïnformeerd over de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de motie Kathmann (PRO) en Six Dijkstra (NSC). Met onderstaande informatie wordt uw Kamer geïnformeerd over de vervolgstappen. De motie verzoekt de regering om:
het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens op te volgen en burgers altijd te informeren wanneer er ten aanzien van hen (deels) geautomatiseerde risicoselectie heeft plaatsgevonden en dit tot een besluit heeft geleid;
hier duidelijk in de brieven en communicatie richting burgers melding van te maken, en te wijzen op alle mogelijkheden om bezwaar te maken of een klacht in te dienen;
deze mogelijkheid samen met de Autoriteit Persoonsgegevens vorm te geven en de Kamer binnen drie maanden te informeren over de uitkomst
Mede in het licht van de motie Six Dijkstra (NSC)29 en de motie Van Nispen (SP)30 zijn overheden bezig met de registratie van risicoselectie-instrumenten in het Algoritmeregister. In de Verzamelbrief van oktober 2025 is uw Kamer geïnformeerd dat binnen de Rijksoverheid deze algoritmen, die merendeels geclassificeerd kunnen worden als impactvolle algoritmen, voor het eind van 2026 worden geregistreerd.31 Er kan reden zijn om bepaalde informatie over een algoritme niet of niet volledig in het register op te nemen, bijvoorbeeld als bepaalde informatie over selectiecriteria door potentiële fraudeurs misbruikt kunnen worden. Daarnaast moeten overheden die persoonsgegevens verwerken voor geautomatiseerde risicoselectie hiervan melding maken in hun privacyverklaring. Binnen de Rijksoverheid is afgesproken dit uiterlijk 31 december 2026 te realiseren. Met deze acties wordt algemene informatie over het gebruik van risicoselecties (ook) aan burgers verstrekt. Voor het individueel informeren van burgers in besluiten worden de uitkomsten van het beleidsonderzoek 'Algoritmische besluitvorming en de Algemene wet bestuursrecht' afgewacht. De verwachting is dat uw Kamer nog dit jaar over deze uitkomsten wordt geïnformeerd.
Verdiepend evaluatieonderzoek naar Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA)
In 2025 is in opdracht van het ministerie van BZK een verdiepend evaluatieonderzoek gedaan naar de interne kwaliteit van het Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA). Via deze weg bieden we dat onderzoek graag bij uw Kamer aan (zie bijlage 6). Uit het onderzoek blijkt dat de diepgang van de huidige assessments in de praktijk sterk varieert. Het rapport bevat concrete inzichten voor verbetering van mensenrechten impactassessments. Deze inzichten zijn zeer waardevol, ook met het oog op de komende Europese verplichting tot het uitvoeren van een Fundamental Rights Impact Assessment (FRIA) voor hoog-risico AI-systemen onder artikel 27 van de AI-verordening.
Digitale samenleving
Onderzoek naar verantwoord digitaliseren
Om ervoor te zorgen dat technologie op een verantwoorde manier wordt ingezet in de samenleving, is het van belang dat we oog hebben voor publieke waarden en grondrechten, zoals privacy van burgers, zeggenschap over technologie en menselijke waardigheid. Daarin is een rol weggelegd voor de overheid en de samenleving zelf, maar ook voor bedrijven die technologieën ontwikkelen en toepassen. In samenwerking met de provincie Zuid-Holland heeft het ministerie van BZK laten onderzoeken in hoeverre technologieontwikkelaars en -toepassers op het gebied van immersieve technologie, kunstmatige intelligentie en quantumtechnologie publieke waarden meenemen in hun bedrijfsactiviteiten en welke obstakels ze daarbij ervaren. U vindt het rapport in bijlage 7. Aan de hand van de bevindingen van dat onderzoek zijn beleidsopties geformuleerd die het borgen van publieke waarden door technologieontwikkelaars en -toepassers kunnen versterken. We betrekken de adviezen uit het rapport bij bestaande beleidsinitiatieven en maatregelen en verkennen of aanvullend beleid gewenst is.
Gesprek met Prinsjesdag jongeren 2025
Jongerenparticipatie is van groot belang om hun visie mee te nemen in beleid. Om die reden voer ik, als staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, regelmatig gesprekken met de Jongerenraad Digitalisering van UNICEF. Daarin spreek ik met jongeren over verschillende thema’s op het gebied van digitalisering, zoals schermtijd en schadelijke content online.
Er staat nog een toezegging open aan uw Kamer dat er een gesprek zou plaatsvinden met de Prinsjesdagjongeren32, die deelnamen aan de door UNICEF georganiseerde Jongeren Prinsjesdag 2025 en een jongerenadvies overhandigden aan de staatssecretaris van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Zij heeft het advies in ontvangst genomen en is direct met de jongeren in gesprek gegaan over de inhoud ervan. Vervolgens heeft het ministerie van VWS het advies verspreid onder collega’s van de verschillende departementen, zodat de inbreng van de jongeren breed onder de aandacht is gebracht. Gezien de overlap met de Jongerenraad Digitalisering en de overlap met de voor mij relevante thema’s uit het jongerenadvies van Prinsjesdag, heeft er niet nog een afzonderlijk gesprek plaatsgevonden met de deelnemers aan Jongeren Prinsjesdag 2025. Ik kijk wel uit naar het jongerenadvies voor komende Prinsjesdag. De thema’s die daarin worden besproken zijn nog niet bekend, maar ik zeg graag toe met de jongeren in gesprek te gaan als het advies raakt aan dossiers waar ik verantwoordelijk voor ben.
Caribisch Nederland
Advies datacenterstrategie Caribisch Nederland
Het onderzoek naar de datacenterstrategie voor de overheid in Caribisch Nederland is opgeleverd en wordt hierbij aan uw kamer aangeboden (zie hiervoor bijlage 8).
De bevindingen uit het rapport worden meegenomen in de Visie Digitale overheid Caribisch Nederland en bijbehorend Aansluitplan, waarin aandacht zal zijn voor de digitale infrastructuur en cloud voor Caribisch Nederland. De conclusie dat de huidige digitale infrastructuur van de overheid in Caribisch Nederland kwetsbaar en onvoldoende toekomstbestendig is, wordt gedeeld en de noodzaak tot actie erkend. Op het moment dat een variant is gekozen dan zal voor die variant ook een uitvoeringstoets uitgevoerd worden om de impact en invulling van de gekozen variant in beeld te brengen en de aanbevelingen nader uitwerken. Over de verdere besluitvorming wordt uw Kamer in het eerste kwartaal van 2027 geïnformeerd.
Rapport kosten-batenanalyse geodatafundament Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES)
Vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid als staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid bied ik uw Kamer het onderzoek kosten-batenanalyse geodatafundament aan (zie bijlage 9). Dit is tot stand gekomen samen met het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), thans weer onderdeel van het ministerie van BZK. Het doel van dit onderzoek was het opstellen van een businesscase voor het op een vergelijkbaar niveau brengen van de digitale dienstverlening van de overheid in Caribisch Nederland als in het Europese deel van Nederland. Dit specifiek met betrekking tot het geodatafundament. Dit is een verzameling geografische basisregistraties en basisvoorzieningen en bevat o.a. een adressenregistratie, topografische kaarten, actuele luchtfoto’s en satellietbeelden. Deze zijn relevant voor een groot aantal taken waar naast de lokale overheden ook diverse ministeries verantwoordelijk voor zijn. Beschikbaarheid van basisregistraties en -voorzieningen is namelijk een belangrijke bron als randvoorwaarde voor het slagvaardig functioneren van de digitale overheid. Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn deze basisregistraties niet of nauwelijks ingericht.
Het rapport beschrijft een positieve kosten-batenanalyse waarbij de potentiële baten in totaal tussen 13 en 26 miljoen euro bedragen. De structurele kosten voor het geodatafundament bedragen afgerond 2 tot 3 miljoen euro. Jaarlijks is een potentieel positief saldo van circa 10 tot 23 miljoen euro in beeld. Afgezet tegen de ingeschatte éénmalige projectkosten van 4 tot 5 miljoen euro, kan dit binnen afzienbare tijd worden terugverdiend. Het rapport concludeert dat de businesscase voor het geodatafundament robuust is.
Met de minister van VRO zal ik in gesprek gaan over de regie op de realisatie vanuit de verantwoordelijkheid voor de geo-informatie infrastructuur en de daaronder vallende geo-basisregistraties en -voorzieningen die bij haar ligt. Ik werk vanuit het stelsel basisregistraties mee om de betrokken departementen de nodige investeringen bij elkaar te laten brengen om te bezien of dit lukt. Want hoewel zowel de initiële kosten als de beheerlasten overzichtelijk zijn, is het nodig hier afspraken over te maken, omdat deze kosten niet zijn voorzien binnen de beheer- en ontwikkelmiddelen voor de registraties in Europees Nederland. Daarnaast bespreek ik met de minister van VRO hoe we de (basis)registraties BES juridisch gefaseerd in de tijd onder het stelsel basisregistraties kunnen brengen via de voor Europees Nederland geldende basisregistratie-wetten.
AI-verdrag Raad van Europa in relatie tot Bonaire Sint Eustatius en Saba
In het schriftelijk overleg telecomraad van 20 april 2026, en tijdens het tweeminutendebat Telecomraad van 23 april 2026 is uw Kamer toegezegd meer informatie te geven over het vervolgtraject ten aanzien van de gelding van het AI-verdrag van de Raad van Europa in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Met onderstaande informatie wordt deze toezegging nagekomen.
Het Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat33 is een verdrag dat openstaat voor ondertekening door zowel lidstaten als niet-lidstaten van de Raad van Europa. Het verdrag verplicht partijen wetgevende en andere maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat AI-systemen ontworpen, ontwikkeld, toegepast en ontmanteld worden op een manier die in overeenstemming is met mensenrechten, de rechtsstaat en democratische waarden, zoals menselijke waardigheid, privacy en non-discriminatie. Ook verplicht het verdrag partijen om toezicht te organiseren en burgers waarborgen te bieden bij de inzet van AI. De EU heeft het verdrag op 15 mei 2026 formeel goedgekeurd waardoor de EU partij kan worden bij het verdrag. Aangezien de EU exclusief bevoegd is, zal Europees Nederland via de EU gebonden worden aan de bepalingen van het verdrag. Het Koninkrijk der Nederlanden wordt om die reden niet zelfstandig partij bij het verdrag. De EU verwacht via de AI-verordening aan haar verdragsverplichtingen te voldoen en zal geen aanvullende implementatiemaatregelen nemen.
Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba bepaalt Nederland of het verdrag daar zal gelden. Het beleid is dat mensenrechtenverdragen in principe ook daar moeten gelden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen.34
Om dat te beoordelen en de meest effectieve route te bepalen, zetten we onderzoek uit dat is gericht op de staat van het AI gebruik in Caribisch Nederland, en op de gevolgen die medegelding en implementatie van het verdrag zouden hebben voor wetgeving en uitvoering. Daarnaast is er ambtelijk contact met vertegenwoordigers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De onderzoeksresultaten worden eind 2026 verwacht. Aan de hand van de onderzoeksresultaten zal uw Kamer vervolgens geïnformeerd worden op welke wijze invulling wordt gegeven aan dit vraagstuk.
Financiën en Digitalisering
Financiering en uitvoering NDS
Uw Kamer vraagt om meer inzicht in de financiering en concrete uitvoering van de NDS, onder andere via de moties Kathmann (PRO)35 en Vermeer (BBB)36. In de Kamerbrief Stand van zaken Investeringsagenda NDS37 is een eerste inzicht geboden in de kosten om de strategische doelen van de NDS geheel te kunnen realiseren. Daarin is de verwachting uitgesproken dat in de eerste helft van 2026 een meer volledige investeringsagenda opgeleverd zou kunnen worden. Er is echter meer tijd nodig dan gedacht om de beschikbare middelen in kaart te brengen en op basis daarvan scherpe keuzes te maken over welke NDS-onderdelen uitgevoerd, afgeschaald of gestopt worden. Hierover wordt uw Kamer nog dit jaar geïnformeerd.
IT-projecten duurder dan 5 miljoen euro
Tijdens het WGO van 2 maart jl. is uw Kamer toegezegd38 voor de zomer te worden geïnformeerd over de uitwerking van de maatregel dat IT-projecten duurder van 5 miljoen euro aan centrale IT-standaarden moeten worden getoetst voordat zij in aanmerking komen voor financiering.39 Daarbij wordt op verzoek van het lid Zwinkels (CDA) ook ingegaan op het proces ten aanzien van de besluitvorming rondom dit soort grote IT-projecten.
Het toetsen van grote ICT-activiteiten40 is één van de taken van de departementale Chief Information Officer (CIO). De CIO geeft aanbevelingen en een ‘go/no no-advies’ (groen, oranje, rood). De toetsing wordt op de moment grondig herzien41 en de maatregel uit het coalitieakkoord wordt hierin meegenomen. Hierbij wordt gekeken of de CIO met het CIO-oordeel de grote ICT-activiteiten vooraf kan toetsen op Rijksbrede startvoorwaarden, met een duidelijk go/no go-advies aan de opdrachtgever die verantwoordelijk is voor de financiering. De uitwerking en besluitvorming duurt langer dan gedacht, waardoor er meer tijd nodig is. Uw Kamer wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van dit jaar geïnformeerd.
Digitale Economie
Evaluatie Publiek-Private Samenwerkingsverbanden (PPS-en)
In de voortgangsrapportage van de Strategie Digitale Economie (SDE) is, mede op verzoek van uw Kamer, de agenda van evaluaties op het gebied van kennis en innovatie in de digitale economie opgenomen.42 Eén van de daar aangekondigde evaluaties betrof een onderzoek naar vijf publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS-en) in relatie tot het versterken van innovatie ecosystemen. Deze evaluatie is als bijlage 10 opgenomen bij deze brief. In de kern was het een onderzoek naar de validiteit van de beleidsaanname, dat in de markt afzonderlijke partijen niet of slechts langzaam tot samenwerking op de verkenning van innovatieve technologieën komen, maar dat de overheid de totstandkoming van dergelijke ecosystemen kan bespoedigen door actief te handelen. In de door Birch Consultants uitgevoerde evaluatie zijn vijf PPS-en onderzocht: de Dutch Blokchain Coalitie (DBC), Commit-to-Data (C2D), de Data Sharing Coalition (DSC), de Nederlandse AI Coalitie (NLAIC), en de Taskforce Diversiteit en Inclusie (Taskforce D&I).
De algemene conclusie is dat het initiëren van PPS-en een geschikt instrument is om met relatief bescheiden middelen impact te creëren op de totstandkoming van innovatieve ecosystemen. Daarnaast wordt opgemerkt dat de gekozen organisatiestructuur een belangrijke factor kan zijn voor het type resultaten dat verwacht kan worden. Dat het instrument van de PPS als een doelmatig instrument wordt gekwalificeerd versterkt het gekozen beleid. Dat de investeringen van EZK bescheiden zijn en dat de bijdrage van EZK vanaf de start van een PPS werd aangevuld tot gemiddeld twee-derde aan medefinanciering van andere partijen, versterkt het effect van de door EZK ingezette middelen. Het is, volgens de onderzoekers, winst dat twee van de vijf PPS-en, een beroep konden doen op financiering van NWO (Commit2Data) en Nationaal Groeifonds (NLAIC). Vastgesteld wordt dat dit het gevolg is van de aanwezigheid van een organiserende kern en een community. De conclusie dat er slechts in beperkte mate sprake is geweest van marktformatie onderstreept het grotere gewicht dat aan valorisatie wordt gegeven bij de hervorming van het innovatiebeleid van EZK.
W.J.M. Aerdts
Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Eric van der Burg
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerstukken II, 2024/2025, 36 574, nr. 5↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 36 574, nr. 17↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 36 574, nr. 5↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 2026Z15738↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1489↩︎
https://www.rijksoverheid.nl/themas/overheid-en-democratie/zakendoen-met-het-rijk/beveiligingseisen-abro↩︎
https://www.nctv.nl/onderwerpen/c/cybersecuritybeeld-nederland↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 26 643, nr. 1495↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 36 800, nr. 73↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643 nr. 1483↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 29 362 nr. 388↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1480↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 26 485, nr. 461↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643 nr. 1464↩︎
TZ202601-122↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1450↩︎
TZ202601-120↩︎
Kamerstukken II 2024/2025, 36 740 VII, nr. 30↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1450↩︎
Dit verkennende onderzoek zal in eerste instantie betrekking hebben op een selectie uit de volgende ICT-dienstverleners: het Shared Service Center ICT (SSC-ICT), de directie Informatievoorziening van de Belastingdienst, de Dienst ICT Uitvoering (DICTU), de Justitiële ICT Organisatie (JIO), Rijkswaterstaat Centrale Informatievoorziening, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), het Joint Informatievoorziening Commando (JIVC), het Ministerie van Algemene Zaken, SSC-Campus, IVO Rechtspraak en Logius.↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1450↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1404↩︎
TZ202606-162↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 36 945 VII, nr. 9↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1450↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 35 867, nr. 26↩︎
Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1287↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 26 643, nr. 1433↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 26 643, nr. 1286↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 32 761, nr. 322↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 26 643, nr. 1423↩︎
TZ202510-163↩︎
CETS No. 225↩︎
Kamerstukken II 2018/2019, 33 826, nr. 28↩︎
Kamerstukken II 2024/2025, 36 740 VII, nr. 21↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 36 945 VII, nr. 16↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1435↩︎
TZ202603-006↩︎
Zoals ook opgenomen in het coalitieakkoord ‘Aan de Slag’ blz. 58↩︎
Binnen de Rijksoverheid wordt gesproken over grote ICT-activiteiten in plaats van IT-projecten boven de 5 miljoen euro. De scope is breder, waarbij ook wordt gekeken naar grote wijzigingen in de IT die niet in projectvorm worden uitgevoerd.↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1450↩︎
Kamerstukken II 2023/2024, 26 643, nr. 1082↩︎