[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Inkoopkracht van de overheid en vereenvoudiging aanbestedingsregels

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Brief regering

Nummer: 2026D29909, datum: 2026-06-16, bijgewerkt: 2026-07-31 17:35, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 26485 -461 Maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Onderdeel van zaak 2026Z13194:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


26 485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen

29 515 Aanpak regeldruk en administratieve lasten

Nr. 461 Brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 juni 2026

Inkopen is keuzes maken. De overheid benut haar inkoopkracht nog niet altijd optimaal. Dat is een gemiste kans. Jaarlijks zetten Nederlandse overheden voor circa € 116 miljard aan opdrachten in de markt.1  Daarbij hebben ze de mogelijkheid om als launching customer of bij alledaagse overheidsopdrachten bij te dragen aan bredere maatschappelijke en strategische doelen, zoals duurzaamheid, innovatie, veiligheid en economische weerbaarheid. Tegelijk moet het voor ondernemers aantrekkelijk blijven om in te schrijven en is het belangrijk dat aanbestedende diensten eigen keuzes kunnen maken.

Met deze brief informeer ik uw Kamer over mijn inzet om de aanbestedingsregelgeving te verbeteren en te vereenvoudigen.2 Daarbij ga ik in op de aangekondigde herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen en het proces richting het verwachte voorstel van de Europese Commissie. Deze herziening biedt een belangrijke gelegenheid om de aanbestedingsregels beter te laten aansluiten bij de praktijk van aanbestedende diensten, speciale-sectorbedrijven en ondernemers. Met deze brief geef ik tevens uitvoering aan de moties van het lid Van der Lee c.s.3 en de leden Martens-America/Dassen over het beter benutten van de inkoopkracht van de overheid en de toegang van start- en scale-ups tot overheidsopdrachten.4

De huidige aanbestedingsregels zijn voor aanbestedende diensten, speciale-sectorbedrijven en ondernemers op onderdelen te complex en bieden onvoldoende ruimte voor maatwerk. Daarom wil ik dat Europese en nationale regelgeving verder gemoderniseerd en vereenvoudigd wordt. Hier ga ik vanuit mijn verantwoordelijkheid voor aanbestedingsregelgeving aan bijdragen.

Met alleen werkbare regels zijn we er echter nog niet. De regels moeten ruimte en flexibiliteit bieden aan aanbestedende diensten om goed te anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen en hun inkoopbeleid hierop in te richten. Het maken van inhoudelijke keuzes hoe de inkoopkracht wordt ingezet en de doelen worden nagestreefd is aan de aanbestedende diensten zelf. Zo werkt het Rijk onder verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan de herijking van de Rijksinkoopstrategie ‘Inkopen met impact’ die in het najaar met uw Kamer wordt gedeeld en werkt de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) aan de actualisatie van het Nationaal Plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen 2021-2025. Deze actualisatie, de Agenda en het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2026-2030, wordt in de tweede helft van 2026 naar uw Kamer gestuurd.

Hieronder geef ik eerst aan wat mijn prioriteiten zijn bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Vervolgens beschrijf ik de inzet van dit kabinet om de Europese en nationale regelgeving te verbeteren langs vier pijlers: vereenvoudiging en vermindering van regeldruk, strategische autonomie  en veiligheid ter versterking van de economische weerbaarheid, groene en sociale doelen, en voorlichting, data en digitalisering. 

Herziening Europese aanbestedingsrichtlijnen 

De Europese Commissie heeft aangekondigd in het tweede kwartaal van 2026 met een wetsvoorstel te komen voor de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen. Deze herziening biedt Nederland een belangrijke gelegenheid om  aanbestedingsregels te moderniseren en te vereenvoudigen, zodat deze beter aansluiten bij de praktijk van aanbestedende diensten en ondernemers. 

In juni 2025 is daartoe reeds een eerste reactie gegeven op de oproep van Eurocommissaris Séjourné om nationale prioriteiten voor de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen te delen. Dit stuk vindt u bijgevoegd bij deze brief.

In het afgelopen jaar heeft mijn ministerie via meerdere bijeenkomsten met aanbestedende diensten, ondernemersorganisaties en uitvoeringsorganisaties, en via een schriftelijke uitvraag, geïnventariseerd waar men in de praktijk problemen ondervindt en welke verbeteringen het meest urgent worden geacht. Deze  prioriteiten heb ik samen met Duitsland onder de aandacht van de Europese Commissie gebracht. Ook Portugal, Litouwen, Roemenië, Letland en Estland steunen de inzet.5 De belangrijke prioriteiten voor Nederland zijn:

  • Vereenvoudiging van de aanbestedingsregels, zodat procedures werkbaarder worden voor aanbestedende diensten en ondernemers en onnodige heraanbestedingen worden voorkomen.

  • Een zorgvuldig en gericht Europees voorkeursprincipe voor strategische sectoren, dat terughoudend wordt ingezet en de toegang voor gelijkgestemde handelspartners niet onnodig belemmert.

  • Versterking van de mogelijkheden om nationale veiligheidsrisico's te mitigeren, inclusief betere beheersing van de risico’s in toeleveringsketens.

  • Modernisering van het digitale kader voor aanbestedingen en verbetering van de kwaliteit en bruikbaarheid van aanbestedingsdata, in lijn met het ‘once only’-principe.

Mijn ministerie blijft ook in de komende fase in nauw contact met ondernemers en aanbestedende diensten om praktijkervaringen te betrekken bij de herziening. Zodra de Europese Commissie haar wetsvoorstel hiervoor heeft gepresenteerd, informeer ik de Kamer hierover middels een BNC-fiche.

Vereenvoudiging en vermindering van regeldruk in het aanbestedingsstelsel 

Aanbestedende diensten en ondernemers geven aan dat de huidige regels in de praktijk op onderdelen te complex zijn en dat sommige aanbestedingsprocedures onnodig zwaar zijn. Het kabinet zet zich daarom in voor een aanbestedingskader dat eenvoudiger toepasbaar is en beter aansluit bij de praktijk, met inachtneming van de grondbeginselen van proportionaliteit, transparantie, gelijke behandeling en eerlijke mededinging. 

In de onderhandelingen over de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zullen we daarbij naar verwachting onder meer inzetten op: 

  • Verruiming van de mogelijkheden voor contractwijzigingen, onder andere door hogere drempels waarbinnen wijzigingen zijn toegestaan zonder heraanbesteding, en door expliciet te maken wanneer het is toegestaan om wijzigingsgronden te combineren.

  • Meer flexibiliteit bij het gebruik en de looptijd van raamovereenkomsten. 

  • Expliciete ruimte voor herstel en rectificatie zonder automatische heraanbesteding. 

Deze inzet sluit aan bij de kabinetsbrede aanpak om regeldruk te verminderen, waarbij het kabinet heeft aangekondigd 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen, waaronder vijf aanbestedingsregels die eerder aan uw Kamer zijn gemeld.6

Naast de inzet in Europa beziet het kabinet ook nationaal waar regeldruk kan worden verminderd en welke aanbestedingsregels vereenvoudigd of geschrapt kunnen worden. Zo wordt in 2026 bijvoorbeeld de Gids Proportionaliteit geëvalueerd. De Gids Proportionaliteit is een verplicht richtsnoer dat aanbestedende diensten helpt om eisen, voorwaarden en criteria te stellen die in redelijke verhouding moeten staan tot de aard en omvang van de opdracht. De evaluatie richt zich op de inhoud van de Gids Proportionaliteit, of deze begrijpelijk en toepasbaar is voor de aanbestedingspraktijk, en in hoeverre de Gids Proportionaliteit bijdraagt aan een efficiënte en effectieve uitvoering van het proportionaliteitsbeginsel. De breed gedragen roep van aanbestedende diensten en ondernemers om regeldruk te verminderen en flexibiliteit bij aanbestedingen te vergroten wordt hierbij uitdrukkelijk meegenomen. Ik verwacht de resultaten van de evaluatie in vierde kwartaal van 2026 aan uw Kamer toe te sturen. 

Strategische autonomie en veiligheid 

Naast vereenvoudiging van het aanbestedingsstelsel zet het kabinet ook in op een grotere bijdrage van de overheidsinkoop aan bredere strategische doelen, zoals economische weerbaarheid, innovatie en veiligheid. De veranderende geopolitieke situatie maakt duidelijk dat aanbestedingen een belangrijke rol kunnen spelen bij het versterken van de economische weerbaarheid en strategische autonomie van Nederland en de EU. Bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zet Nederland zich er daarom voor in dat aanbestedende diensten voldoende ruimte houden om bij aanbestedingen rekening te houden met strategische belangen, zoals leveringszekerheid, innovatie en veiligheid, met behoud van een goed functionerende Europese interne markt. 

Europees voorkeursprincipe

Tegen deze achtergrond kondigde de Europese Commissie in het Competitiveness Compass een introductie van een Europees voorkeursprincipe bij aanbesteden aan. Recent heeft de Europese Commissie ook haar voorstel voor de Industrial Accelerator Act gepubliceerd met daarin een Europees voorkeursprincipe voor aanbesteden. Dit voorstel is in lijn met het kabinetsstandpunt over het Europees voorkeursprincipe bij aanbesteden. Het kabinet heeft in november 2025 zijn standpunt aan uw Kamer gestuurd.7

Het kabinet ziet dat een Europees voorkeursprincipe in specifieke gevallen kan bijdragen aan het versterken van de economische weerbaarheid en strategische autonomie van de Europese Unie. Tegelijk vindt het kabinet dat een dergelijk instrument zorgvuldig en gericht moet worden ingezet. Per sector moet worden afgewogen of de baten van de inzet van een dergelijk principe opwegen tegen de kosten. Het kabinet is van mening dat het instrument in beginsel alleen moet worden ingezet om de economische weerbaarheid te versterken en, als minder ingrijpende maatregelen ontoereikend zijn, om nieuwe strategische markten te stimuleren. De toepassing moet daarbij tijdelijk, doelmatig en proportioneel zijn en de toegang voor gelijkgestemde handelspartners niet belemmeren. Dit sluit aan bij het kabinetsstandpunt over het bredere Europees voorkeursprincipe.

Voorrangsregeling voor start-ups en scale-ups 

De motie van de leden Martens-America/Dassen heeft de regering verzocht om in Europees verband te onderzoeken op welke manieren Europese start-ups en scale-ups kunnen profiteren van een voorrangsregeling.8 Start-ups en scale-ups spelen een belangrijke rol bij innovatie en economische groei. Tegelijkertijd roept een voorrangsregeling in het aanbestedingsrecht vragen op over uitvoerbaarheid en wenselijkheid. Zo bestaan er op Europees niveau geen geharmoniseerde definities van start-ups en scale-ups, wat het lastig maakt om een dergelijke regulering eenduidig toe te passen. Daarnaast staat een expliciete voorrangsregeling op gespannen voet met het uitgangspunt dat je ondernemers gelijke kansen wilt bieden met het aanbestedingsrecht. Mijn verwachting is dat de inzet op vermindering van regeldruk aanbestedingen laagdrempeliger kunnen maken waardoor de toegang van innovatieve en jonge ondernemingen tot overheidsopdrachten kan worden vergemakkelijkt. Ook nationale instrumenten die innovatiegericht inkopen ondersteunen kunnen bijdragen aan betere toegang. Denk bijvoorbeeld aan de oprichting van een Nationaal agentschap voor disruptieve innovatie (NADI) waarmee de inkoopkracht van de overheid wordt ingezet voor de opschaling van veelbelovende innovatieve technologieën.

Nationale veiligheid 

Nederland vindt het belangrijk dat aanbestedende diensten bij de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen voldoende ruimte houden om nationale veiligheidsrisico’s te mitigeren. Veiligheid moet een volwaardige plaats krijgen binnen het aanbestedingskader, zonder dat dit leidt tot onnodige fragmentatie van de Europese interne markt. Nederland zet daarom in op een duidelijke uitsluitingsgrond bij aanbestedingen voor risico’s die raken aan nationale veiligheid. Daarmee krijgen aanbestedende diensten de ruimte om inschrijvers om veiligheidsredenen te weren. Ook pleit Nederland voor  betere mogelijkheden om risico’s in toeleveringsketens en bij onderaannemers te beheersen, bijvoorbeeld door aanbestedende diensten toe te staan een bovengrens te stellen aan het aandeel van de opdracht dat onderaannemers mogen uitvoeren. 

Defensierichtlijnen

Op Europees niveau wordt tevens gewerkt aan verbetering van de aanbestedingsregels voor het defensie- en veiligheidsdomein. Uw Kamer is in juli 2025 reeds geïnformeerd over het door de Europese Commissie voorgestelde Defence Readiness Omnibus-pakket.9 Dit pakket bevat onder meer aanpassingen aan de Aanbestedingsrichtlijn op defensie en veiligheidsgebied voor vereenvoudigde aanbestedingswetgeving. Zo is onder meer voorgesteld om de gezamenlijke aanschaf van in Europa geproduceerde militaire goederen meer te faciliteren en ruimte te creëren voor innovatie en de aanschaf van de daaruit voortvloeiende producten. Daarnaast heeft de Europese Commissie aangegeven de Aanbestedingsrichtlijn op defensie en veiligheidsgebied dit jaar volledig te willen herzien om de efficiëntie, transparantie en concurrentiekracht van het EU-kader voor defensieaankopen te versterken.10 Uw Kamer zal over de verdere voortgang worden geïnformeerd.

Groene en sociale doelen 

Aanbestedingen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan maatschappelijke doelen, zoals duurzaamheid, innovatie en sociale inclusie. Door deze ruimte te benutten kunnen aanbestedende diensten bijdragen aan het voorkomen van maatschappelijke kosten, zoals milieuschade of sociale misstanden in toeleveringsketens, die anders op de samenleving drukken.

In de praktijk bestaat bij aanbestedende diensten soms onzekerheid over de mate waarin zij binnen de kaders van de geldende regelgeving en jurisprudentie verder kunnen gaan dan wettelijke vereisten op het gebied van milieu-, sociale en arbeidsnormen. Bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zet Nederland zich ervoor in dat duidelijk wordt bevestigd dat aanbestedende diensten de ruimte hebben en krijgen om dergelijke doelen na te streven. Daarbij geldt uiteraard dat dit op proportionele en transparante wijze dient te gebeuren, zodat ondernemers gelijke kansen behouden.

Ook nationaal biedt het aanbestedingskader ruimte om de inkoopkracht van de overheid als  launching customer te benutten, zodat innovatieve en impactgerichte ondernemingen beter toegang krijgen tot overheidsopdrachten en daarmee de concurrentiepositie wordt versterkt en bedrijven meer langetermijnzekerheid krijgen.11 De invulling daarvan ligt bij de aanbestedende diensten zelf, ondersteund door het MVOI-beleid van de minister van Klimaat en Groene Groei. Vanuit het voornemen om het MVOI-beleid meer in lijn te brengen met de OESO-richtlijnen voor verantwoord ondernemen,12 zal met aandacht voor ketenverantwoordelijkheid worden gefocust op een selectie van prioritaire productketens waarmee overheidsinkoop het meest kan bijdragen aan maatschappelijke opgaven.

De Europese Commissie stelt  daarnaast steeds vaker eisen aan de overheidsinkoop via specifieke, sectorale Europese regelgeving, waaronder sociale en duurzaamheidsvereisten.13 Vanuit het oogpunt van regeldruk en vermindering van administratieve lasten blijft het kabinet echter terughoudend met het opleggen van aanvullende (sociale en duurzaamheids)eisen bij aanbestedingen. Het is belangrijk dat aanbestedende diensten ruimte houden om keuzes te maken en niet worden geconfronteerd met een opeenstapeling van verplichtingen die ze moeten meenemen bij iedere aanbesteding.

Waarborgen goede toegang klein mkb en sociale ondernemingen tot overheidsopdrachten

Mijn ministerie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben een onderzoek laten uitvoeren naar de positie, belemmeringen en kansen die klein mkb en sociale ondernemingen ervaren bij het verkrijgen van overheidsopdrachten.14 Sociale ondernemingen zijn ondernemingen die naast het behalen van winst nadrukkelijk een maatschappelijke doelstelling nastreven en deze doelstelling centraal stellen in hun bedrijfsvoering, zoals een schoonmaakbedrijf dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst neemt. Het is van belang dat het stelsel zodanig is ingericht dat zowel het klein mkb als sociale ondernemingen een goede kans kunnen maken bij overheidsopdrachten, vanwege hun maatschappelijke impact en hun rol in de (regionale) economie.

Uit de feitelijke deelname blijkt dat het aandeel inschrijvingen en gunningen aan het klein mkb bij Europese aanbestedingen de afgelopen jaren licht is gestegen. Dat is positief, maar tegelijk zie ik dat er bij aanbestedingen steeds meer eisen worden gesteld aan ondernemingen. Soms is dat noodzakelijk, bijvoorbeeld voor het beperken van veiligheidsrisico’s, maar deze eisen moeten wel proportioneel blijven om een goede toegang voor klein mkb te waarborgen.

Voor sociale ondernemingen is het lastiger om een goed beeld te krijgen van hun deelname aan aanbestedingen. Dit hangt samen met  het ontbreken van een uniforme definitie, waardoor deze ondernemingen niet altijd goed herkenbaar zijn in aanbestedingsdata. Mijn verwachting is dat de toegang van sociale ondernemingen tot overheidsopdrachten verder zal verbeteren, mede door sectorale regelgeving met sociale en duurzaamheidseisen en het eerdergenoemde MVOI-beleid.

Waarborgen van eenvoudige en flexibele procedures voor het sociaal domein

Voor opdrachten in het sociaal domein, zoals zorg en maatschappelijke ondersteuning, is het van belang dat aanbestedingsprocedures voldoende ruimte bieden voor maatwerk en langdurige samenwerking met vertrouwde aanbieders. Deze diensten kenmerken zich vaak door een sterke relatie met de lokale context en door het belang van continuïteit van dienstverlening voor kwetsbare groepen.

Nederland zet zich er daarom voor in dat het Europese aanbestedingskader voldoende ruimte blijft bieden voor eenvoudige en flexibele procedures voor dergelijke diensten, als onderdeel van de bredere inzet op vereenvoudiging. Daarbij is het belangrijk dat aanbestedende diensten procedures kunnen toepassen die aansluiten bij de aard van deze dienstverlening, met behoud van transparantie en gelijke behandeling van aanbieders. Nederland zal in de Europese discussies aandacht vragen voor het belang van voldoende ruimte voor continuïteit van zorg en langdurige samenwerking met vertrouwde aanbieders, zodat aanbestedende diensten maatschappelijke dienstverlening op een passende wijze kunnen organiseren.

Voorlichting, data en digitalisering

Naast regelgeving is goede ondersteuning van aanbestedende diensten en ondernemers essentieel om ervoor te zorgen dat aanbestedingsregels in de praktijk op een werkbare manier kunnen worden toegepast. Aanbestedingen worden in de praktijk uitgevoerd door een groot aantal decentrale overheden en publieke organisaties. Heldere voorlichting, kennisdeling en praktische ondersteuning spelen daarom een belangrijke rol bij de goede werking van het stelsel.

In Nederland vervult PIANOo hierbij een belangrijke rol als expertisecentrum voor aanbesteden. Naast ondersteuning bij de toepassing van aanbestedingsregels speelt PIANOo ook een rol bij het informeren van aanbestedende diensten over de mogelijkheden om via aanbestedingen bij te dragen aan bredere beleidsdoelen, zoals economische weerbaarheid, innovatie en strategische autonomie. Via kennisdeling, praktische handreikingen, opleidingen en ondersteuning helpt PIANOo aanbestedende diensten om aanbestedingsregels op een goede manier toe te passen. In maart 2026 is de evaluatie opgeleverd naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en toekomstbestendigheid van PIANOo over de jaren 2020-2024. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij deze brief gevoegd. Het algemene beeld van de evaluatie is positief. Tegelijkertijd wordt gewezen op een aantal uitdagingen voor de komende jaren, mede in het licht van de herziening van Europese aanbestedingsrichtlijnen, toenemende sectorale en digitale wetgeving, geopolitieke verschuivingen, digitalisering en de opkomst van AI, en een veranderende informatiebehoefte bij een nieuwe generatie inkopers en opdrachtgevers. De uitkomsten en aanbevelingen van deze evaluatie kan PIANOo benutten om de rol van expertisecentrum verder te versterken.

Digitalisering en beter gebruik van data 

Bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen pleit Nederland voor een modernisering van het digitale kader voor aanbestedingen, waarbij digitalisering bijdraagt aan vereenvoudiging van procedures, betere datakwaliteit en vermindering van administratieve lasten voor aanbestedende diensten en ondernemers. Betrouwbare en goed toegankelijke aanbestedingsdata zijn daarbij onmisbaar: ze dragen bij aan transparantie, beter inzicht in marktontwikkelingen en strategische afhankelijkheden, en aan monitoring van de werking van het aanbestedingsstelsel. Nederland zet zich in voor verdere digitalisering van instrumenten zoals het Europees Enkelvoudig Aanbestedingsdocument en eForms, in lijn met het 'once only’-principe, waarbij gegevens die al bij de overheid beschikbaar zijn niet opnieuw hoeven te worden aangeleverd. Daarnaast zet Nederland in op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid en analyse van aanbestedingsdata, zodat ontwikkelingen in de aanbestedingspraktijk beter gevolgd kunnen worden en beleidsmaatregelen waar nodig kunnen worden bijgestuurd. Dit draagt ook bij aan een goede aansluiting op toekomstige Europese ontwikkelingen op het gebied van datagebruik en rapportage

Nationaal speelt TenderNed een centrale rol als digitaal platform voor publicatie en ontsluiting van aanbestedingsinformatie. Het gebruik van TenderNed is de afgelopen jaren sterk gegroeid en het platform vormt inmiddels een belangrijk instrument voor transparantie en toegang tot aanbestedingsinformatie voor zowel aanbestedende diensten als ondernemers.

Tot slot 

Inkopen is keuzes maken. Vanuit mijn verantwoordelijk stel ik hiervoor de kaders: werkbare aanbestedingsregels die ruimte bieden voor maatschappelijke doelen, zonder onnodige regeldruk. Het maken van inhoudelijke keuzes welke doelen worden nagestreefd en hoe de balans wordt gevonden tussen prijs, kwaliteit en maatschappelijke impact is aan de aanbestedende diensten en inkopers zelf. In deze brief heb ik uiteengezet hoe ik dat kader wil verbeteren: langs de lijnen van vereenvoudiging, economische weerbaarheid, ruimte voor maatschappelijke doelen en betere data en digitalisering. Vanzelfsprekend houd ik uw Kamer op de hoogte van de voortgang, in het bijzonder bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen.

De minister van Economische Zaken en Klimaat,

H.G. Herbert


  1. PIANOo, Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen, geraadpleegd via www.pianoo.nl.↩︎

  2. Richtlijn 2014/24/EU en Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten (PbEU 2014, L 94), geïmplementeerd in de Aanbestedingswet 2012.↩︎

  3. Motie Van der Lee c.s., Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XIII, nr. 26.↩︎

  4. Motie Martens-America/Dassen, Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XIII, nr. 23 .↩︎

  5. Het non-paper met de Nederlandse prioriteiten en het non-paper dat met Duitsland werd opgesteld, zijn als bijlage bij deze brief gevoegd.↩︎

  6. Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, 32 637, nr. 741.↩︎

  7. Bijlage bij Kamerstukken II 21501-30, nr. 680.↩︎

  8. Motie Martens-America/Dassen, Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XIII, nr. 23.↩︎

  9. Kamerstukken II 2024/25, 22 112, nr. 4103.↩︎

  10. Europese Commissie, Defence Procurement, geraadpleegd via https://defence-industry-space.ec.europa.eu/eu-defence-industry/defence-procurement_en.↩︎

  11. Coalitieakkoord 2026-2030, zie ook Aan de slag - Coalitieakkoord 2026-2030 | Kabinetsformatie.↩︎

  12. Voorbeelden zijn de Clean Vehicles Directive, de Batterijenverordening en de Netto nul industrie verordening.↩︎

  13. Kamerstukken II 2024/25, 26 485, nr. 442.↩︎