[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde Agenda van de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02-3453)

Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D36433, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-07-27 11:47, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 02-3456 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken .

Onderdeel van zaak 2026Z16098:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 3456 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 10 juli 2026

Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse inzake de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3453) en de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juni 2026 inzake het verslag van de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3449).

De vragen en opmerkingen zijn op 6 juli 2026 aan de minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 10 juli 2026 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie,

Van Meetelen

Adjunct-griffier van de commissie,

Moonen

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

  1. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda ter voorbereiding op de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026. Naar aanleiding van deze agenda hebben de leden nog enkele vragen.

De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens bovenstaande Raad onder andere zal gaan over de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Deze leden ondersteunen hierbij het uitgangspunt van de minister dat de uitkomst van de onderhandelingen belangrijker is dan de snelheid.

Hoe kijkt de minister in dit kader naar het recente voorstel van Duitsland om de omvang van het Commissievoorstel met € 400 miljard te verlagen?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet gaat niet in op mediaberichtgeving over interne overheidsdocumenten van andere lidstaten. Zoals aangegeven in de brief van 22 mei jl. zet het kabinet in op het beperken van de stijging van de afdrachten.1 Nederland zet daartoe ook in op een verlaging van de omvang van het MFK-voorstel van de Commissie, waarbij besparingen vooral gevonden moeten worden in pijler 1 (Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP)), met uitzondering van de migratie- en interne veiligheidsfondsen en verplichte rente- en terugbetalingen van NextGeneration EU, en pijler 4 (Europese publieke administratie). Voor het kabinet is uiteindelijk het budgettaire effect van alle MFK-afspraken samen bepalend voor de vraag wat acceptabel is. Daaronder vallen ook een correctiemechanisme op de bni-afdracht, behoud van het huidige percentage (25%) van de perceptiekostenvergoeding en de invoering van eventuele nieuwe eigen middelen.

En hoe beoordeelt de minister de reactie van Eurocommissaris Piotr Serafin, die waarschuwt dat een verlaging van de omvang van het MFK vooral ten koste zal gaan van het moderniseren van de Europese begroting?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitlatingen van Eurocommissaris Serafin. Het kabinet onderschrijft het belang van modernisering van de EU-begroting, zodat deze beter aansluit bij de huidige en toekomstige uitdagingen van de Unie. Zoals uiteengezet in de brief van 22 mei jl. zet het kabinet zich in voor een modern en toekomstbestendig MFK dat sterker is gericht op prioriteiten waarvoor Europese samenwerking de meeste meerwaarde heeft, zoals het Europees concurrentievermogen, een stevig asiel- en migratiebeleid, veiligheid en defensie. Tegelijkertijd acht het kabinet het van belang dat middelen doelmatig worden ingezet, de EU-begroting strikte waarborgen voor de rechtsstaat en fundamentele rechten bevat, en dat nieuwe prioriteiten zoveel mogelijk worden gefinancierd door herprioritering binnen de EU-begroting.

Het kabinet ziet de discussie over de MFK-omvang daarom niet los van de discussie over de inhoudelijke keuzes die binnen de begroting worden gemaakt. Naar het oordeel van het kabinet hoeft een omvangbeperking van het MFK niet ten koste te gaan van de modernisering van de EU-begroting, mits voldoende scherpe keuzes worden gemaakt en middelen sterker worden gericht op de prioriteiten waar Europese samenwerking de meeste meerwaarde heeft.

Het Europees Parlement heeft ook verschillende opties geopperd voor meer eigen middelen, waaronder een Europese digitale heffing, bijdragen vanuit de cryptosector, heffingen op online kansspelen en aanpassingen aan bestaande klimaat- en luchtvaartheffingen. Daarnaast moet het Iers voorzitterschap aan de slag met een voorstel op dit terrein in opdracht van de Raad. Wat is de verwachting van de minister waar dit voorstel op uit zal komen? Kan de minister een overzicht verstrekken van alle opties die zijn geopperd en wat Nederland hiervan vindt?

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals in de Kamerbrief van 22 mei jl. is aangegeven, kan het kabinet nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat omarmen.2 Het beoordeelt voorstellen voor nieuwe eigen middelen daarom steeds op hun eigen merites.

De genoemde ideeën betreffen geen concrete voorstellen van de Commissie.

Naar aanleiding van een oproep van het Europees Parlement heeft de Commissie wel een technische verkenning uitgevoerd naar ideeën voor nieuwe eigen middelen op het gebied van digitale diensten, online gokken en cryptoactiva. Uit deze verkenning kwamen verschillende belangrijke aandachtspunten naar voren met betrekking tot de uitvoerbaarheid en de juridische haalbaarheid. Onder andere ontbreekt de benodigde Europese harmonisatie voor de verschillende ideeën. Indien er een concreet voorstel van de Commissie komt, zal het kabinet deze op eigen merites beoordelen op basis van verschillende aspecten, zoals de impact op de Nederlandse afdrachten, de voorspelbaarheid en stabiliteit van de grondslag, de uitvoerbaarheid en in hoeverre het aansluit bij nationale en Europese beleidsdoelstellingen.

Hoe staat de minister in de discussie over de omvang van de groene uitgaven? In het huidige onderhandelingskader is de voorgestelde doelstelling dat 35% van de MFK-uitgaven moet bijdragen aan klimaat- en milieudoelstellingen nog niet politiek vastgelegd. Wat is hier de verwachting van de minister? En hoe voorkomt de minister dat een dergelijke doelstelling ten koste gaat van andere doelstellingen zoals het versterken van het concurrentievermogen in de EU? Hoe beoordeelt de minister het bereikte compromis over het do-no-significant-harm-beginsel (DNSH)?

  1. Antwoord van het kabinet

Over de omvang van groene uitgaven en het voorgestelde doel van 35% zal dit najaar naar verwachting worden onderhandeld. Het kabinet zet zich in voor een bestedingspercentage van ten minste 35% voor klimaat en milieu. Naar het oordeel van het kabinet hoeft een doelstelling voor klimaat en milieu niet ten koste te gaan van andere doelstellingen, zoals het versterken van concurrentievermogen in de EU. Het bereikte compromis over het DNSH-beginsel vormt een gebalanceerde uitkomst, omdat het een gelijk speelveld tussen lidstaten borgt en tegelijkertijd rekening houdt met haalbaarheid.

De leden van de VVD-fractie merken voorts op dat er gesproken zal worden over de prioriteiten van het Iers voorzitterschap van de Europese Raad. Defensie is hierbij één van de prioriteiten. Terecht, aldus deze leden. Welke impact verwacht de minister dat het feit dat Ierland als voorzitter een lange geschiedenis kent van neutraliteit, en het feit dat Ierland relatief weinig (0.2% van het BNP in 2023) uitgeeft aan defensie-uitgaven, heeft op het materialiseren van deze prioriteit?

  1. Antwoord van het kabinet

De invulling van het Raadsvoorzitterschap staat los van nationale beleidskeuzes. Het kabinet verwelkomt de prioriteit die het Ierse voorzitterschap aan veiligheid en defensie geeft en heeft dan ook het volste vertrouwen in de inzet van het Ierse voorzitterschap ten aanzien van Europese defensievraagstukken.

Verwacht de minister daarnaast dat het belang van de agrarische sector in Ierland impact zal hebben op de onderhandelingen voor het MFK, met name op de onderhandelingen rond het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid?

  1. Antwoord van het kabinet

Het land dat Raadsvoorzitter is wordt geacht zich in de onderhandelingen zeer terughoudend op te stellen als het gaat om nationale belangen en in zijn rol als voorzitter een neutrale positie in te nemen. Het kabinet vertrouwt erop dat Ierland dit ook zal doen, ongeacht welke nationale belangen er verder zouden spelen.

De leden van de VVD-fractie constateren dat er ook stil zal worden gestaan bij de vereenvoudigingsagenda van de Europese Commissie. Deze vereenvoudigingsagenda is voor deze leden een cruciaal onderdeel van het versterken van het Europees concurrentievermogen van zowel grote bedrijven als het MKB. De minister geeft hierbij aan dat het belangrijk blijft om bij vereenvoudigingen ook een effectbeoordeling uit te voeren. Deze leden ondersteunen dit uitgangspunt, waarbij het wel belangrijk blijft dat dit niet of niet onredelijk ten koste gaat van voortvarendheid tijdens het wetgevingsproces. Hoe kijkt de minister aan tegen de spanning tussen het uitvoeren van een effectbeoordeling en de behoefte aan snelheid en voortvarendheid?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet deelt de analyse dat de vereenvoudigingsagenda cruciaal is voor het versterken van het Europees concurrentievermogen. Een goede effectbeoordeling en voortvarende besluitvorming zijn echter geen tegengestelde doelen, maar juist voorwaarden voor elkaar. Impactvolle voorstellen moeten zorgvuldig worden onderbouwd om inzicht te krijgen in de gevolgen voor regeldruk, uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en concurrentiekracht. Alleen dan kan goed worden beoordeeld of een voorstel daadwerkelijk leidt tot vereenvoudiging en lastenverlichting.

De leden van de VVD-fractie constateren tot slot dat er zal worden stilgestaan bij het EU-toetredingsproces, met name van Montenegro en Albanië. Deze leden zijn hierbij verheugd met het feit dat zowel Montenegro als Albanië voortgang lijken te boeken. Hoe wordt hierbij voorkomen dat beide landen na het sluiten van de respectievelijke hoofdstukken terug zullen vallen? Welke consequenties is de minister voornemens te verbinden aan eventuele terugval?

  1. Antwoord van het kabinet

Tijdens de toetredingsonderhandelingen met een kandidaat-lidstaat worden onderhandelingshoofdstukken onder voorbehoud gesloten. De Commissie blijft de voortgang van Montenegro en Albanië op alle hoofdstukken in het toetredingsproces monitoren en rapporteert hierover periodiek richting de Raad. In geval van terugval op relevante beleidstechnische vereisten kan een hoofdstuk opnieuw geopend worden, bij specifiek terugval op de rechtsstaat kan als uiterste consequentie besloten worden om het toetredingsproces op te schorten. Het kabinet zet verder in op stevige waarborgen in toetredingsverdragen, en heeft hierover ook een non-paper verspreid in Brussel.3

In de geannoteerde agenda valt te lezen dat Montenegro vooralsnog lijkt te voldoen aan de regels voor douaneautoriteiten. Hoe beoordeelt de minister in dit kader het risico dat deze leden identificeren waarbij het op papier lijkt dat het land voldoet aan de vereisten om grenscontroles op goederen te houden, maar waarbij dit na eventuele toetreding in de praktijk toch niet zo blijkt te zijn? Meent de minister dat de Europese Commissie bij de beoordeling over de voortgang voldoende rekening houdt met deze spanning tussen theorie en praktijk?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet sluit zich aan bij de beoordeling van de Commissie dat Montenegro voldoet aan de gestelde eisen en dat daarmee aan de benchmarks voor het hoofdstuk over de douane-unie is voldaan. De Commissie kijkt in haar beoordeling niet alleen naar de overname van relevant EU-acquis door Montenegro, maar ook naar de capaciteit van de douaneautoriteiten en plannen voor versterking hiervan. Ook nadat het hoofdstuk onder voorbehoud wordt gesloten, blijven de Commissie en de lidstaten de voortgang op dit gebied monitoren. Zo wordt ervoor gezorgd dat Montenegro ook in de praktijk kan (blijven) voldoen aan de gestelde eisen, zoals dat Montenegro blijvend investeert in versterking van de administratieve en personele capaciteit om douanewetgeving te implementeren.

Denkt de minister daarnaast dat Montenegro ook nog recht behoudt op assistentie bij de uitvoering van grenscontroles nadat het land lid van de EU is geworden, en is dit volgens de minister wenselijk?

  1. Antwoord van het kabinet

Eerdere toetredingsverdragen bevatten vrijwaringsclausules waarmee de EU vanaf de datum van EU-toetreding voor een bepaalde periode maatregelen kon treffen bij ernstige verstoringen van de interne markt. Het kabinet vindt het wenselijk dat toekomstige toetredingsverdragen, waaronder die met Montenegro ook dergelijke clausules bevatten, en dat deze een langere geldingsduur krijgen.

Heeft de minister daarnaast zich op de landen waarmee Montenegro samenwerkt bij het uitvoeren van grenscontroles? Wordt er hierbij gebruik gemaakt van hard- en software van niet-Europese bedrijven? Kan Nederland hierin inzicht vragen? Hoe kan hierbij volgens de minister worden voorkomen dat landen als Rusland en China invloed krijgen op hoe Europese landen hun grenscontroles en de controle van goederen inrichten?

  1. Antwoord van het kabinet

Vanaf het moment van EU-lidmaatschap gelden voor Montenegro dezelfde eisen als voor huidige EU-lidstaten op basis van het EU-acquis. Zo dient Montenegro haar douaneprocedures voorafgaand aan EU-toetreding te digitaliseren en te werken met de vereiste Europese douanesystemen. Verder dient Montenegro in samenwerking met de Commissie blijvend te werken aan het waarborgen van geautomatiseerd risicobeheer en effectieve controles op de goederenstromen. Ook hierop zullen de Commissie en de lidstaten nauw blijven monitoren tijdens het toetredingsproces.

Verwacht de minister daarnaast dat Nederlandse bedrijven, en met name het MKB en toeristen in het kader van hoofdstuk 8 van het EU-uitbreidingsproces eerlijk geholpen kunnen worden bij juridische conflicten waarbij Montenegrijns recht (gedeeltelijk) van toepassing zal zijn?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet volgt de analyse van de Commissie dat Montenegro voldoet aan de closing benchmarks uit Hoofdstuk 8 die zien op adequate administratieve en gerechtelijke capaciteit voor mededingingsrecht. Zo is de capaciteit van de Agency for Protection of Competition (APC) versterkt, is er een actieplan voor verdere versterking van administratieve capaciteit, en vindt verdere training van rechters plaats over mededinging en staatssteunregels.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 en hebben over het Meerjarig Financieel Kader en de Europese begroting nog enkele vragen.

De leden van de PVV-fractie constateren dat de minister in de geannoteerde agenda schrijft zich in te zetten op beperking van de stijging van de EU-afdrachten en modernisering van het MFK. Tegelijkertijd stelt de minister in de brief over het Commissievoorstel voor de EU-begroting 2027 (2026D34177) dat de prioriteiten uit dat voorstel grotendeels overeenkomen met de Nederlandse beleidsdoelstellingen. Kan de minister toelichten welke onderdelen van de EU-begroting 2027 het inhoudelijk steunt, en welke onderdelen hij juist wil terugdringen of vergroten?

De leden van de PVV-fractie constateren dat de minister-president tijdens het debat over de Europese Top van 18 en 19 juni 2026 heeft aangegeven dat het Cypriotische voorstel “niet goed genoeg” is en dat Nederland met andere landen optrekt voor een moderne begroting met een acceptabele omvang. Wat betekent “niet goed genoeg” concreet in bedragen, afdrachten en inhoudelijke prioriteiten?

  1. Antwoord van het kabinet

De prioriteiten uit het Commissievoorstel voor de Europese jaarbegroting voor 2027 komen grotendeels overeen met de inhoudelijke Nederlandse beleidsdoelstellingen voor het lopende MFK: defensie en veiligheid, migratie, onderzoek en innovatie en de groene en digitale transities. Zoals aangegeven in de brief van 22 mei jl., moet het MFK volgens het kabinet meer gericht worden op het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie. Daarnaast acht het kabinet het van groot belang dat het volgende MFK strikte waarborgen voor de rechtsstaat en fundamentele rechten bevat.

Voor wat betreft de budgettaire inzet is de huidige raming van de afdrachten het uitgangspunt, zoals opgenomen in de begroting van Buitenlandse Zaken. In de Kamerbrief van 16 juni jl.4 over het voorstel van het Cypriotische voorzitterschap voor een negotiating box heeft het kabinet aangegeven dat het verschil tussen de

Nederlandse raming van de EU-afdrachten en de negotiating box gemiddeld

EUR 2,5 - 3,4 miljard per jaar bedraagt. Het kabinet heeft in deze brief ook aangegeven dat het door het voorzitterschap voorgestelde volume niet past bij de inzet van het kabinet en gelijkgestemde lidstaten om de stijging van de afdrachten te beperken. Het kabinet acht het onwenselijk dat de voorgestelde besparingen ten opzichte van het Commissievoorstel in belangrijke mate ten koste gaan van de uitgavencategorieën die leiden tot modernisering van het MFK, met name pijler 2 (waaronder het Europees concurrentievermogenfonds) en pijler 3 (Europa in de wereld), terwijl pijler 1 (de Nationale- en Regionale Partnerschapsplannen) nagenoeg onveranderd blijft in omvang.

De leden van de PVV-fractie constateren daarnaast dat de minister-president tijdens hetzelfde debat heeft aangegeven dat de kritiek van de PVV op de verhoudingen in de begroting terecht was, onder meer omdat cohesie vele malen groter is dan veiligheid, defensie, migratie en grensmanagement. Tegelijkertijd schrijft de minister van Financiën in de kabinetsbrief over de EU-begroting 2027 dat de prioriteiten uit het Commissievoorstel grotendeels overeenkomen met de Nederlandse beleidsdoelstellingen en prioriteiten. Kan de minister toelichten hoe deze twee uitlatingen zich tot elkaar verhouden?

  1. Antwoord van het kabinet

De begroting voor 2027 is in grote mate gebaseerd op de MFK-afspraken zoals die gemaakt zijn in 2020. De budgetten worden in de Europese meerjarenbegroting voor zeven jaar vastgelegd. Dit betekent dat de kaders voor de Europese jaarbegroting voor 2027 al grotendeels vastliggen. Binnen de kaders die zijn gezet voor het MFK 2021-2027 past de jaarbegroting voor 2027 binnen de prioriteiten die het kabinet daarvoor realistisch acht.

Voor het volgende MFK is de inzet van het kabinet dat de EU-begroting gemoderniseerd moet worden en zet het kabinet in op een verschuiving in prioriteiten richting het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie.

De leden van de PVV-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat voor het kabinet de inhoud belangrijker is dan de snelheid van de onderhandelingen, terwijl het Ierse voorzitterschap streeft naar overeenstemming over het MFK voor het einde van 2026. Deze leden verzoeken de minister aan te geven welke inhoudelijke verbeteringen minimaal nodig zijn voordat Nederland kan spreken van een aanvaardbaar onderhandelingsresultaat. Ook verzoeken zij de minister toe te lichten of hij bereid is de onderhandelingen te laten vertragen wanneer het einde van 2026 nadert.

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 22 mei jl.5 zet het kabinet zich in voor een modern, toekomstbestendig en financieel houdbaar MFK dat beter aansluit bij de huidige uitdagingen van de Unie.

De laatste versies van de compromisteksten voor de gedeeltelijke algemene oriëntaties (PGA’s) zijn grotendeels in lijn met de kabinetsinzet en het kabinet heeft deze dan ook gesteund. Het kabinet verwelkomt in het bijzonder dat een belangrijk deel van de voorgestelde modernisering van het MFK en de nieuwe architectuur van de Europese begroting in de teksten is behouden, evenals een versterking van de Handvest- en rechtsstaatsconditionaliteiten. Hier heeft Nederland ook stevig op ingezet.

De komende tijd worden de onderhandelingen over zwaarwegende financiële en budgettaire aspecten evenals de meest politieke onderdelen van de verordeningen, voortgezet op basis van de negotiating box. Hierbij heeft het kabinet nog belangrijke aandachtspunten, met name ten aanzien van de omvang en de budgettaire balans van het MFK. Voor het kabinet is het onder andere van belang dat de verhouding tussen de verschillende uitgavencategorieën in evenwicht blijft, en dat het uiteindelijke MFK financieel houdbaar is. Het uiteindelijke oordeel van het kabinet zal afhangen van het totaalpakket dat aan het einde van de onderhandelingen voorligt.

Zoals aangegeven in de geannoteerde agenda hecht het kabinet meer waarde aan een goed onderhandelingsresultaat dan aan het halen van een specifieke deadline. Het kabinet zal de voortgang van de onderhandelingen en de inhoud van de voorliggende voorstellen steeds in samenhang beoordelen.

De leden van de PVV-fractie constateren dat de minister-president tijdens het debat over de Europese Top heeft aangegeven dat het kabinet openstaat voor nieuwe eigen middelen. Deze leden verzoeken de minister per mogelijk nieuw eigen middel aan te geven wat de verwachte gevolgen zijn voor Nederlandse burgers en bedrijven, en of deze lasten uiteindelijk kunnen doorwerken in hogere prijzen voor huishoudens.

  1. Antwoord van het kabinet

Een uitgebreide appreciatie van alle door de Commissie voorgestelde nieuwe eigen middelen kunt u vinden in de brief met de update op de kabinetspositie van het MFK van 22 mei jl.6 Hieronder vindt u een korte samenvatting.

Het kabinet maakt onderscheid tussen een eigen middel en het onderliggende beleidsinstrument waarop dit eigen middel is gebaseerd. De voorgestelde nieuwe eigen middelen op basis van ETS1, CBAM, e-waste en tabak staan in beginsel los van de bijbehorende beleidsinstrumenten. Een beleidsinstrument kan leiden tot lasten voor bedrijven of burgers, terwijl het voorstel voor een eigen middel op zichzelf die lasten niet veroorzaakt. Hieronder een korte reactie per voorgesteld nieuwe eigen middel:

  • Het kabinet staat in beginsel open voor een eigen middel op basis van ETS-1. Het betreft 30% van de nationale veilingopbrengsten uit het ETS. Dit is géén extra heffing voor bedrijven of burgers, maar een herschikking van bestaande inkomsten naar de EU. Het Europese ETS-beleid heeft wel directe gevolgen voor Europese bedrijven, maar het daaraan gekoppelde eigen middel niet.

  • Ook bij het voorgestelde eigen middel CBAM staat het kabinet in beginsel open voor het voorstel. De voorgestelde afdracht als eigen middel is gebaseerd op een de CBAM-opbrengsten die voortvloeien uit al bestaande Europese wet- en regelgeving. Het voorgestelde eigen middel is hiermee geen extra heffing voor bedrijven, maar een verschuiving van de bestemming van de CBAM-inkomsten.

  • Het voorgestelde eigen middel dat is gebaseerd op de hoeveelheid niet-ingezamelde elektrisch- en elektronisch afval (e-waste) betreft geen directe heffing op burgers of bedrijven, maar is nationale afdracht aan de EU gebaseerd op bestaande statistiek over de hoeveelheid e-waste in lidstaten. Het kabinet staat in beginsel open voor het voorstel voor een nieuw eigen middel op basis van e-waste, mits de vormgeving (rekenmethode) wordt aangepast en de datakwaliteit wordt verbeterd.

  • Ook het eigen middel gebaseerd op tabak (TEDOR) is geen nieuwe extra heffing voor burgers en bedrijven, maar nationale afdracht aan de EU-begroting op basis van de totale tabaksverkoop in een lidstaat. Het kabinet staat in beginsel open voor dit voorstel.

  • Het voorgestelde nieuwe eigen middel dat gebaseerd is op een afdracht die lidstaten zouden innen bij ondernemingen met een jaaromzet van meer dan EUR 100 miljoen, als bijdrage voor het mogen opereren op de interne markt, zal wel zorgen voor hogere lasten voor bedrijven en/of burgers aangezien dit een heffing betreft. Zoals aangegeven staat het kabinet afwijzend tegenover dit voorstel.

De leden van de PVV-fractie lezen in de brief over de EU-begroting 2027 dat cohesie, veerkracht en waarden veruit de grootste begrotingscategorie blijft, terwijl veiligheid en defensie en migratie en grensmanagement veel kleiner zijn. Deze leden verzoeken de minister toe te lichten hoe dit zich verhoudt tot de kabinetsinzet voor een modern MFK. Is de minister bereid expliciet te pleiten voor minder geld naar cohesie en Brusselse waardenprogramma’s, en meer Europese inzet op grensbewaking en migratiestop/-beperking, veiligheid en defensie?

  1. Antwoord van het kabinet

De jaarbegroting voor 2027 valt nog onder het MFK 2021 - 2027, zoals overeengekomen in 2020. De verdeling van de budgetten ligt voor 2027 al grotendeels vast. De middelen die verdeeld zijn in landenenveloppen, zoals landbouw en cohesie, worden gedurende het MFK niet meer aangepast. Er worden nog wel wijzigingen gedaan in de begroting, maar dit zijn voornamelijk accentverschillen.

Voor het volgende MFK zijn een stevig asiel- en migratiebeleid, veiligheid en defensie onderdeel van de inhoudelijke prioriteiten van dit kabinet. Daarnaast hecht het kabinet eraan dat EU-middelen effectief worden besteed en dat de begroting strikte rechtsstaatwaarborgen bevat. Het kabinet pleit tevens voor een verlaging van pijler 1 (Nationale en Regionale Partnerschapsplannen) ten opzichte van het Commissievoorstel voor het volgende MFK.

De leden van de PVV-fractie verzoeken de minister een overzicht te geven van begrotingsposten binnen de EU-begroting van 2027 en het toekomstige MFK die wat Nederland betreft geen prioriteit zouden moeten hebben. Deze leden verzoeken of de minister daarbij expliciet kan ingaan op programma’s rond Europese waarden, cultuur, gendergelijkheid, klimaat, externe geldstromen en cohesiebeleid.

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals uiteengezet in de brief van 22 mei jl.7 zet het kabinet zich in voor een modern en toekomstbestendig MFK, met sterke waarborgen voor de rechtsstaat en fundamentele rechten, dat sterker is gericht op prioriteiten waarvoor Europese samenwerking de meeste meerwaarde heeft, zoals het Europees concurrentievermogen, een stevig asiel- en migratiebeleid, veiligheid en defensie. Tegen die achtergrond vindt het kabinet dat besparingen zo veel mogelijk gevonden moeten worden in pijler 1 (Nationale en Regionale Partnerschapsplannen), met uitzondering van de migratie- en interne veiligheidsfondsen en verplichte rente- en terugbetalingen van NGEU, en pijler 4 (Europese publieke administratie) en zo min mogelijk ten koste moeten gaan van pijler 2 (Concurrentievermogen, welvaart en veiligheid) en 3 (Europa in de Wereld). Juist pijler 2 en 3 zijn van belang voor het versterken van het toekomstige verdienvermogen en de geopolitieke slagkracht van de Unie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026. Deze leden hebben daarover enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie lezen dat het Ierse voorzitterschap de Raad zal informeren over de voortgang van het Meerjarig Financieel Kader 2028–2034. Ook lezen deze leden dat de minister inzet op beperking van de stijging van de Nederlandse EU-afdrachten en op modernisering van het MFK. Deze leden lezen dat de minister de inhoud belangrijker vindt dan de snelheid van de onderhandelingen. Dat steunen zij. Kan de minister toezeggen dat het kabinet zich niet laat vastzetten door de ambitie om voor het einde van dit jaar al overeenstemming te bereiken? Welke waarborgen zijn er dat snelheid niet ten koste gaat van degelijke parlementaire controle?

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals aangegeven in de geannoteerde agenda hecht het kabinet meer waarde aan een goed onderhandelingsresultaat dan aan het halen van een specifieke deadline. Het kabinet zal een toekomstig MFK-akkoord beoordelen op basis van de Nederlandse inzet en zich niet uitsluitend laten leiden door het streven van het voorzitterschap om de onderhandelingen voor het einde van 2026 af te ronden.

Het kabinet hecht daarnaast groot belang aan een goede betrokkenheid van het parlement gedurende de onderhandelingen. Uw Kamer wordt via de gebruikelijke kanalen, waaronder geannoteerde agenda’s, verslagen van Raden en afzonderlijke Kamerbrieven waar relevant, geïnformeerd over de voortgang van de onderhandelingen en de Nederlandse inzet. Daarmee blijft het parlement in staat zijn controlerende rol gedurende het onderhandelingsproces uit te oefenen.

De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast of het klopt dat Duitsland inmiddels heeft geëist dat het voorstel van de Europese Commissie met 400 miljard verminderd wordt. Zo ja, wat is het standpunt van Nederland hierin?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet gaat niet in op mediaberichtgeving over interne overheidsdocumenten van andere lidstaten. Zie verder ook het antwoord op vraag 1.

De leden van de CDA-fractie lezen dat Ierland tijdens het voorzitterschap inzet op concurrentievermogen, waarden en veiligheid en defensie. Deze leden kunnen deze prioriteiten steunen. Wel vragen zij of de minister bereid is bij het Ierse voorzitterschap te pleiten om ook voortvarend in te blijven zetten op het reguleren van digitale diensten, ondanks dat veel van deze bedrijven in Ierland gevestigd zijn. Zo nee, waarom niet?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet steunt de Europese Commissie - als toezichthouder van de allergrootste online platforms en zoekmachines - in het onverminderd handhaven van Europese wetgeving voor digitale diensten (Digital Services Act). Het kabinet pleit voor het belang van deze onverminderde handhaving in Europees verband en is ook bereid om dat bij het Ierse voorzitterschap te doen indien opportuun.

De leden van de CDA-fractie lezen dat de minister vindt dat impactvolle voorstellen een effectbeoordeling nodig hebben en dat de Commissie aangeeft ervoor te willen zorgen dat deze voortaan in meer gevallen worden uitgevoerd. Kan de minister toezeggen dat Nederland in beginsel geen steun geeft aan Omnibusvoorstellen met grote gevolgen als een goede effectbeoordeling ontbreekt?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet deelt de opvatting dat voor impactvolle voorstellen een goede effectbeoordeling essentieel is voor een zorgvuldige besluitvorming. Het kabinet zal er daarom op blijven aandringen dat de Commissie bij dit soort voorstellen een effectbeoordeling opstelt of overtuigend motiveert wanneer daarvan wordt afgezien. In de onlangs verschenen mededeling Betere Regelgeving, waarover uw Kamer op 5 juni jl. is geïnformeerd,8 kondigt de Commissie onder andere aan meer te gaan inzetten op het vaker uitvoeren van effectbeoordelingen. Het is positief te zien dat in het vervolg op de gepubliceerde mededeling, de Commissie bij de recente voorstellen over Belastingen9 en Energieproducten10 wel effectbeoordelingen heeft opgesteld.

Tegelijkertijd is het niet wenselijk om op voorhand een stemstandpunt te verbinden aan alle Omnibusvoorstellen waarvoor geen effectbeoordeling beschikbaar is. In plaats daarvan zet het kabinet zich ervoor in om de zorgen binnen de onderhandelingen te adresseren door om meer analyse te vragen en voorstellen aan te passen.

Deze leden vragen daarnaast hoe de minister voorkomt dat vereenvoudiging leidt tot afzwakking van belangrijke doelen, zoals verantwoord ondernemen, consumentenbescherming, milieubescherming en eerlijke concurrentie.

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet vindt het belangrijk onnodige regeldruk te verminderen en regelgeving waar nodig aan te passen. Tegelijkertijd moet vereenvoudiging zorgvuldig gebeuren, op basis van goede effectbeoordelingen en consultatie, met oog voor het belang van rechtszekerheid en voorspelbaarheid en de beleidsdoelstellingen die met regelgeving worden gediend. Bij de standpuntbepaling en onderhandelingen over concrete EU-voorstellen heeft het kabinet hier nadrukkelijk aandacht voor.

De leden van de CDA-fractie vragen of de minister een overzicht kan geven van welke hoofdstukken in de toetredingsonderhandelingen van enerzijds Albanië en anderzijds Montenegro nog niet gesloten zijn, en of hier een inschatting van een tijdsplanning aan te koppelen is.

  1. Antwoord van het kabinet

In het toetredingsproces is het EU-acquis onderverdeeld in zes clusters van in totaal 35 hoofdstukken. Een overzicht van alle onderhandelingshoofdstukken is te vinden op de website van de Europese Commissie. 11

Met Montenegro zijn alle clusters geopend en inmiddels 16 hoofdstukken onder voorbehoud gesloten. Naast de drie hoofdstukken die momenteel behandeld worden in de Raad (H8 Mededingingsbeleid, H14 Vervoersbeleid, en H29 Douane-Unie) om deze onder voorbehoud te sluiten, zijn de volgende hoofdstukken nog niet gesloten: Vrij verkeer van goederen (H1), Financiële diensten (H9), Voedselveiligheid, veterinair en fytosanitair beleid (H12), Energie (H15), Belastingen (H16), Economisch en monetair beleid (H17), Statistieken (H18), Sociaal beleid en werkgelegenheid (H19), Regionaal beleid en coördinatie van structuurinstrumenten (H22), Rechterlijke macht en grondrechten (H23), Rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid (H24), Milieu (H27), Buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid (H31), Financiële en budgettaire bepalingen (H33), en Instellingen (H34).

Met Albanië zijn alle clusters geopend. Momenteel worden drie hoofdstukken behandeld in de Raad (H25 Wetenschap en onderzoek, H26 Onderwijs en cultuur en H30 Externe betrekkingen) om deze onder voorbehoud te sluiten. Dit zijn de eerste hoofdstukken die met Albanië onder voorbehoud gesloten kunnen worden.

Er is geen tijdspad verbonden aan het sluiten van de andere hoofdstukken. Kandidaat-lidstaten bepalen zelf het tempo van hun toetredingstraject door het doorvoeren van hervormingen. Montenegro heeft zelf de ambitie uitgesproken om in 2028 lid van de Europese Unie te zijn. Het kabinet legt zich niet vast op tijdslijnen, omdat het toetredingsproces gebaseerd is op merites.


  1. Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026, Kamerstuk 22 112, nr. 4357↩︎

  2. Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026, Kamerstuk 22 112, nr. 4357↩︎

  3. Zie de Kamerbrief EU-uitbreiding, waarborgen en de Toekomst van Europa (Kamerstuk 23 987, nr. 412).↩︎

  4. Kabinetsappreciatie negotiating box (negobox), d.d. 16 juni 2026, Kamerstuk 21 501-20, nr. 2404↩︎

  5. Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026, Kamerstuk 22 112, nr. 4357↩︎

  6. Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026, Kamerstuk 22 112, nr. 4357↩︎

  7. Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet t.a.v. het MFK en EMB, d.d. 22 mei 2026, Kamerstuk 22 112, nr. 4357↩︎

  8. Kamerstuk 22 112, nr. 4364↩︎

  9. https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_26_1439↩︎

  10. https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_26_1388↩︎

  11. Zie: Chapters of the acquis - Enlargement and Eastern Neighbourhood↩︎