[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Kisteman over het bericht ‘Oranje op groot scherm kijken peperduur terwijl het in België gratis kan: ‘Wij zijn het braafste jongetje van de klas’’

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D39407, datum: 2026-08-27, bijgewerkt: 2026-08-27 09:29, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z13642:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2780

2026Z13642

Antwoord van minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 27 augustus 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2546

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel 'Oranje op scherm kijken peperduur terwijl het in België gratis kan: ‘Wij zijn het braafste jongetje van de klas’' uit de Telegraaf van 13 juni 2026, mede gebaseerd op uw Kamerbrief over dit onderwerp van 11 juni 2026?1 2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Zou u het goed vinden als het uitzenden van voetbalwedstrijden op schermen tot 5000 bezoekers voor ondernemers gratis zou zijn?

Antwoord 2

Zoals eerder is aangegeven in de Kamerbrief van 11 juni 2026 met de reactie op de twee moties over het WK-voetbal, gunt het kabinet eenieder om van het

WK-voetbal te genieten.3 Samen voetbal kijken zorgt voor saamhorigheid en verbinding. Maar er zijn ook regels van toepassing op het vertonen van sportwedstrijden buiten de huiselijke kring (de zogenoemde public viewings). Zoals toegelicht in de brief zijn er verschillende situaties waarop verschillende regels van toepassing zijn. Het gaat onder andere om het dienstbaarheidsverbod uit de Mediawet 2008, mede gebaseerd op Europese staatssteunregels, en om de contractuele bepalingen uit de overeenkomst van de NOS met de FIFA inzake de uitzendrechten voor het WK-voetbal. Uit deze regels vloeit voort dat er een vergoeding gevraagd moet worden voor vertoningen met een commercieel karakter buiten de huiselijke kring.

De betreffende (horeca)ondernemers behalen een direct economisch voordeel door de vertoning van de wedstrijden, omdat uit ervaring blijkt dat deze op dat moment leidt tot een toename van het aantal bezoekers en daarmee tot extra omzet. Dit voordeel manifesteert zich voorafgaand, tijdens en ook na de vertoning en staat in rechtstreeks verband met de beschikbaarstelling van de uitzending. Tegen die achtergrond is de toepasselijkheid van het dienstbaarheidsverbod niet afhankelijk van het overschrijden van een bezoekersdrempel van 5.000 personen. De economische bevoordeling doet zich immers voor ongeacht de omvang van het publiek, zodat ook viewing evenementen met lagere bezoekersaantallen onder de reikwijdte van het dienstbaarheidsverbod vallen.

Vraag 3

Waar baseert u het op dat de NOS door het gratis uitzenden van het WK-voetbal tot 5.000 personen, dienstbaar zou zijn aan het maken van een meer dan normale winst van (horeca)ondernemers en dat het daarmee het dienstbaarheidsverbod in de Mediawet zou schenden, bijvoorbeeld indachtig onderzoek dat aantoont dat het WK-voetbal nauwelijks zorgt voor extra horeca-omzet omdat mensen hun bestedingspatroon verschuiven?4

Antwoord 3

Het vertonen van WK-wedstrijden in horecagelegenheden of op andere locaties is een commerciële exploitatie van de uitzendingen die zorgt voor (meer) bezoekers en bijdraagt aan meer omzet voor de ondernemers op dat moment. Ook worden speciale WK-vertoningen georganiseerd waarbij het doel nadrukkelijk is om winst te genereren middels kaartverkoop en/of door extra omzet uit de verkoop van eten en drinken. Aan de andere kant staat het horecaondernemers altijd vrij om geen WK-vertoningen te organiseren als de inschatting wordt gemaakt dat dit commercieel niet interessant is.

Dat de uitzendingen van WK-wedstrijden een substantieel commercieel voordeel kunnen opleveren, blijkt onder meer uit de vele speciaal georganiseerde WK-evenementen. Ook blijkt een aanzienlijke stijging van het aantal pintransacties en de horecaomzet tijdens wedstrijden van het Nederlands elftal.5 Dat de extra horeca-inkomsten tijdens WK-wedstrijden worden gevolgd door mogelijk lagere inkomsten op momenten dat er geen WK-wedstrijden zijn, is niet relevant voor de toepassing van het dienstbaarheidsbeginsel.

Vraag 4

Waar baseert u het op dat derden een concurrentievoordeel behalen als de NOS voor het uitzenden van het WK-voetbal tot 5.000 personen geen vergoeding vraagt, bijvoorbeeld indachtig het feit dat in dat geval iedere (horeca)ondernemer hiervan kan profiteren en er tussen (horeca)ondernemers onderling dus geen concurrentievoordeel ontstaat?

Antwoord 4

Het dienstbaarheidsverbod uit de Mediawet verbiedt publieke omroepen bij te dragen aan het behalen van een meer dan normale winst (of concurrentievoordeel) door commerciële partijen. Dit beginsel is een uitwerking van het EU-verbod op ongeoorloofde staatssteun, dat beoogt te voorkomen dat publieke middelen worden aangewend ter bevoordeling van marktpartijen.

Zie verder ook het antwoord op vraag 2.

Vraag 5

Waarom is de NOS in Nederland wel in het bezit van de rechten voor public viewings terwijl de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie (VRT) in België dit niet is? Acht u het wenselijk dat de NOS bij volgende grote voetbaltoernooien niet in het bezit van deze public viewing is, om te voorkomen dat zij, volgens u, geld moet vragen voor deze public viewings?

Antwoord 5

De NOS verkrijgt de public viewing-rechten als onderdeel van het totale rechtenpakket dat met de FIFA wordt overeengekomen. Over deze rechten wordt niet afzonderlijk onderhandeld. De huidige overeenkomst ziet overigens op zowel het WK 2026 als het WK 2030. Het niet door de NOS verwerven van de public viewing-rechten betekent overigens niet dat dan voor het commerciële gebruik van deze rechten geen vergoeding verschuldigd zou zijn. In dat geval zullen organisatoren zoals horecaondernemingen of gemeenten de benodigde rechten rechtstreeks bij de FIFA moeten afnemen. De FIFA hanteert daarbij een tariefstructuur die afhankelijk is van het verwachte bezoekersaantal. Zo geldt bijvoorbeeld een vergoeding van 1.000 USD voor evenementen tot en met 1.000 bezoekers, 2.000 USD voor 1.001 tot en met 2.000 bezoekers en 4.000 USD voor evenementen van 2.001 tot en met 5.000 bezoekers.

Daarnaast ontslaat een rechtstreekse licentie bij de FIFA de (horeca)ondernemers niet van de verplichting om toestemming te verkrijgen voor de auteursrechtelijke openbaarmaking van de betreffende uitzending. Daarvoor is in Nederland nog steeds een afzonderlijke licentie van de NOS vereist. In dat scenario zouden organisatoren derhalve met twee afzonderlijke licentieverleners moeten contracteren en twee afzonderlijke licenties moeten verkrijgen.

Een belangrijk verschil met Nederland is dat België niet beschikt over een collectieve beheersorganisatie vergelijkbaar met Videma in Nederland. De Vlaamse publieke omroep VRT is verantwoordelijk voor de licentieverlening voor de openbaarmaking van haar uitzendingen, maar verwijst ondernemers daarnaast naar de FIFA voor het verkrijgen van de benodigde public viewing-licentie. Hierdoor kunnen organisatoren geconfronteerd worden met verschillende rechthebbenden en afzonderlijke licenties met voorwaarden. In Vlaanderen kan deze onduidelijkheid leiden tot onzekerheid bij ondernemers die publieke vertoningen van wedstrijden willen organiseren.

Vraag 6

Bent u van mening dat het gratis uitzenden van het WK-voetbal door de NOS tot 5.000 bezoekers tot “maatschappelijke problemen” leidt en/of een groot risico voor het “publiek belang” kent, welke kernwaarden van het toezichtkader van het Commissariaat van de Media vormen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom doet u dan geen moreel appel op het Commissariaat van de Media om in deze casus niet te handhaven op deze bepaling uit de Mediawet?

Antwoord 6

Het maatschappelijk belang dat hier aan de orde is, is de naleving van nationale en internationale (wettelijke) normen en het onafhankelijk toezicht daarop. Het Commissariaat voor de Media is de onafhankelijke toezichthouder voor de Nederlandse mediasector. Als zelfstandig bestuursorgaan opereert het Commissariaat volledig onafhankelijk, zonder politieke of bestuurlijke inmenging. Juist voor de mediasector is het van belang dat het toezicht onafhankelijk is, mede gelet op het belang van deze sector voor de onafhankelijke nieuwsvoorziening en de democratische rechtsorde. Daarom wil ik als minister geen moreel appel doen en de deur openzetten voor andere oproepen vanuit de politiek.

Maatschappelijke problemen en/of een groot risico voor het publiek belang zijn algemene uitgangspunten die het Commissariaat voor de Media hanteert in het kader van de prioritering binnen zijn toezichtstrategie maar als onafhankelijke toezichthouder bepaalt het Commissariaat – binnen de bevoegdheden die de Mediawet hem geeft - zelf op welke zaken hij zich in zijn toezicht richt.

De NOS dient zich als publieke omroep te houden aan de regels uit de Mediawet, waaronder het dienstbaarheidsverbod. Op het moment dat het Commissariaat signalen krijgt of uit eigen onderzoek blijkt dat de NOS zich niet aan de Mediawet houdt, is het aan de onafhankelijke toezichthouder om een handhavingstraject te starten. Het past mij niet om een moreel appel te doen op het Commissariaat om dat niet te doen, of mij anderszins te mengen in de uitvoering van het toezicht door het Commissariaat.

Vraag 7

Waarom geeft u in de genoemde Kamerbrief als reactie op de motie niet aan dat u voor de lange termijn werkt aan een wetswijziging om deze situatie bij een Europees Kampioenschap over twee jaar te voorkomen? Bent u daartoe bereid?

Antwoord 7

Het dienstbaarheidsverbod is een algemeen beginsel uit de Mediawet 2008 en is tot stand gekomen na langdurige gesprekken met de Europese Commissie over de financiering van de publieke omroep. De Europese Commissie heeft in 2010 bij de afronding van die zaak aangegeven dat het dienstbaarheidsverbod belangrijk is om te zorgen dat de financiering van de publieke omroep conform de staatssteunregels verloopt en dat de publieke omroep zich marktconform gedraagt.6 De Europese staatssteunregels bieden naar mijn mening geen ruimte om voor specifieke evenementen zoals een EK- of WK-voetbal een (wettelijke) uitzondering te maken op het dienstbaarheidsverbod uit de Mediawet. Ik zie dan ook geen mogelijkheden om hiervoor een wetswijziging in gang te zetten. Het dienstbaarheidsverbod is gebaseerd op Europese staatssteunregels en is juist bedoeld om ondernemers te beschermen. De publieke omroep dient zich marktconform te gedragen en voorkomen moet worden dat de ene groep ondernemers (bovenmatig) kan profiteren terwijl een andere groep dat niet kan. Zonder het dienstbaarheidsverbod zou er dus oneerlijke concurrentie kunnen plaatsvinden, ofwel doordat de publieke omroep met eigen activiteiten marktverstorend werkt, ofwel doordat bepaalde marktpartijen de markt verstoren vanwege voordelen die zij van de publieke omroep verkrijgen.

Vraag 8

Waarom geeft u in de Kamerbrief niet duidelijker aan het wenselijk te vinden als (horeca)ondernemers en Oranjesupporters ook in de overige 60% van de Nederlandse gemeenten kunnen genieten van ruimere openingstijden?

Antwoord 8

Zoals werd aangegeven in de Kamerbrief van 11 juni 2026 is de regulering van openingstijden (van horeca) een lokale aangelegenheid. Het kabinet is naar aanleiding van de moties in gesprek gegaan met de VNG en heeft de oproep gedaan aan gemeenten om horecaondernemingen tegemoet te komen wanneer zij plannen hebben om WK-wedstrijden te vertonen en daarvoor ruimere openingstijden vereist zijn. De praktijk heeft laten zien dat gemeenten horecaondernemers deze ruimte ook hebben geboden. Steeds meer gemeenten verruimden de openingstijden. Waar in maart 2026 slechts 11% van de gemeenten ruimere openingstijden dan de reguliere sluitingstijden had ingesteld voor het WK, was dat ten tijde van de brief opgelopen naar circa 40%. Later is dit nog verder gestegen naar circa 55%.7 Zoals ook aangegeven in de brief heeft het Rijk geen eigen bevoegdheid om openingstijden landelijk te regelen of gemeenten te verplichten tijdelijk ruimere openingstijden te hanteren.

Vraag 9

Kunt u deze vragen deze week nog beantwoorden, aangezien het WK al is begonnen?

Antwoord 9

U vroeg mij deze vragen binnen een week te beantwoorden. Dat is helaas niet gelukt aangezien ik voor de beantwoording van de vragen afhankelijk was van informatie van derden en ik de antwoorden ook nog interdepartementaal diende af te stemmen. Op 10 juli 2026 heb ik u een uitstelbrief gestuurd voor de beantwoording van deze (en andere) Kamervragen.


  1. Telegraaf, 13 juni 2026, 'Oranje op scherm kijken peperduur terwijl het in België gratis kan: ‘Wij zijn het braafste jongetje van de klas’' https://www.telegraaf.nl/entertainment/media/oranje-op-groot-scherm-kijken-peperduur-terwijl-het-in-belgie-gratis-kan-wij-zijn-het-braafste-jongetje-van-de-klas/156863421.html.↩︎

  2. Kamerstuk 21501-30, 704.↩︎

  3. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 21501-30, nr. 704.↩︎

  4. Nu.nl, 11 juni 2026, 'Drukke dagen tijdens WK voetbal zorgen nauwelijks voor hogere omzet in horeca' https://www.nu.nl/economie/6398781/drukke-dagen-tijdens-wk-voetbal-zorgen-nauwelijks-voor-hogere-omzet-in-horeca.html↩︎

  5. Horeca ziet omzet exploderen dankzij Oranje-winst op WK | BNR Nieuwsradio, 22 juni 2026.↩︎

  6. https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases/198591/198591_1080759_173_2.pdf↩︎

  7. Kroegen massaal langer open voor WK-wedstrijd tussen Oranje en Marokko | Economie | NU.nl↩︎