[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag van de OJCS-Raad voor de onderdelen onderwijs en cultuur van 11 en 12 mei 2026

Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport

Brief regering

Nummer: 2026D39451, datum: 2026-08-27, bijgewerkt: 2026-09-03 10:07, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 34-458 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport .

Onderdeel van zaak 2026Z17297:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21501-34 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport

Nr. 458 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 augustus 2026

Hierbij stuur ik u mede namens de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie het verslag van de formele Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS-Raad) voor de onderdelen onderwijs en cultuur die op 11 en 12 mei 2026 plaatsvond in Brussel.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.M. Letschert

Onderwijs

Het onderdeel onderwijs vond plaats op 11 mei. Voorafgaand aan het beleidsdebat stonden Raadsconclusies over leraren in de tijd van AI ter vaststelling geagendeerd, waarover uw Kamer eerder in de geannoteerde agenda1 is geïnformeerd. Deze Raadsconclusies zijn aangenomen, waarbij door één lidstaat nog in het bijzonder aandacht is gevraagd voor strategische autonomie en AI in het onderwijs, en de noodzaak voor Europese aandacht en investeringen op dit terrein. Dit heeft geen verdere consequenties voor het aannemen van de Raadsconclusies. Hierop volgend is de gedeeltelijke algemene oriëntatie Erasmus+ 2028-2034 gepresenteerd en vond het beleidsdebat met als onderwerp ‘basisvaardigheden en de Europese Onderwijsruimte: bruggen bouwen voor de toekomst’ plaats.

Gedeeltelijke algemene oriëntatie Erasmus+ 2028-2034

Voorafgaand aan het beleidsdebat presenteerde voorzitter Cyprus de gedeeltelijke algemene oriëntatie over de verordening van het toekomstige programma Erasmus+ 2028-2034, waarover eerder in de onderwijswerkgroep van de Raad is onderhandeld en overeenstemming tussen de lidstaten is bereikt.

Enkele lidstaten hebben vooral het belang van het programma en de wijzigingen die de Raad voorstelt op het Commissievoorstel benadrukt. Deze zien toe op onder andere de betrokkenheid van de lidstaten bij de uitvoering van het programma; de balans tussen de verbinding van het programma met de Europese onderwijsruimte en de Vaardigheidsunie en de zichtbaarheid van de losse sectoren onderwijs, jeugd en sport. Ook benadrukten verschillende lidstaten het belang van het behoud van studiemobiliteit als kernelement van het programma, naast de mogelijkheid om in de toekomst ook aandacht te geven aan talent- en excellentie-ontwikkeling.

Zoals in de geannoteerde agenda is vermeld, bevat deze oriëntatie nog geen budgetindicaties of indicatieve verdeling van middelen binnen het programma. Deze staan in nauwe verbinding met de bredere MFK-budgetonderhandelingen en zullen dus in een later stadium worden besproken.

Beleidsdebat over basisvaardigheden en de Europese Onderwijsruimte: bruggen bouwen voor de toekomst.

Met dit beleidsdebat richtte het voorzitterschap zich op basisvaardigheden en in hoeverre nationale onderwijssystemen voldoende flexibel en toekomstgericht zijn om hun doelen op dit gebied te bereiken. Daarbij vroeg het voorzitterschap de lidstaten ook hoe de Europese onderwijsruimte, in synergie met de Vaardigheidsunie, hieraan kan bijdragen.

Nederland heeft de belangrijke rol van goed onderwijs in een snel veranderende wereld, die grote uitdagingen met zich meebrengt voor onze eigen maatschappij en Europa als geheel benadrukt. Een goed niveau van basisvaardigheden is voor een belangrijk deel de basis waar een sterk onderwijssysteem op rust, en Nederland hanteert een integrale benadering voor het versterken hiervan.

Een glashelder curriculum is hiervoor een vereiste, waarbij Nederland verwees naar de invoering van de nieuwe kerndoelen. Een onderdeel hiervan dat door Nederland is benoemd is taalonderwijs en de belangrijke rol die samenwerking tussen scholen, kinderopvang, bibliotheken en andere sociale partners hierbij speelt. Ook het belang van het hebben van een goed inzicht in de leerontwikkeling van kinderen, waarbij dataverzameling en duiding hiervan een sleutelrol heeft is door Nederland benoemd. Daarbij is erop gewezen dat deze aanpak alleen werkt wanneer er voldoende goed opgeleide leraren en schoolleiders zijn om de juiste begeleiding te geven, iets wat in Nederland een uitdaging is, net als in veel andere lidstaten.

Binnen de EU kunnen lidstaten van elkaar leren, zoals via de werkgroepenstructuur die onder de Europese Onderwijsruimte valt. In deze werkgroepen kunnen beleidsmakers uit alle lidstaten kennis en ervaring met elkaar uitwisselen op een laagdrempelig niveau, en zo leren van de situatie en aanpak in andere landen. Nederland heeft er daarom ook voor gepleit dat deze structuur blijft bestaan.

Ook andere lidstaten hebben veelvuldig naar de eigen nationale beleidsplannen en hervormingen in het curriculum en leerplannen verwezen, maar ook initiatieven gericht op de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en Leven Lang Ontwikkelen zijn uitgelicht. Sommige lidstaten hebben gewaarschuwd voor een ondoordachte introductie van digitale leermiddelen, zeker wanneer dit om AI-tools gaat. De Nederlandse oproep om de werkgroepenstructuur onder de Onderwijsruimte voort te zetten is door verschillende lidstaten gesteund.

AOB-punten

  • Een toelichting op een project over AI in het onderwijs (project BrAIn).

  • Een voorstel voor een EU-initiatief op onderwijsniveau gericht op een grotere rol voor de EU op het gebied van online veiligheid van minderjarigen.

  • Werkprogramma van het aantredende voorzitterschap Ierland.

Cultuur

Het onderdeel cultuur vond plaats op 12 mei. Hier stonden de gedeeltelijke algemene oriëntatie voor het programma AgoraEU en een beleidsdebat over het nieuwe EU Werkplan voor cultuur 2027-2030 op de agenda. Ook heeft het inkomende Ierse voorzitterschap het programma van haar voorzitterschap gepresenteerd, dat van 1 juli tot 31 december 2026 zal lopen.

Gedeeltelijke algemene oriëntatie AgoraEU

Het Cypriotische voorzitterschap heeft in de voorbereidende raadswerkgroepen het Commissievoorstel AgoraEU behandeld om in de OJCS-Raad tot een gedeeltelijke algemene oriëntatie op het raadsvoorstel te komen. Het budget zal later aan de orde komen. Het voorzitterschap heeft waardering uitgesproken voor de constructieve houding van de lidstaten.

Tijdens de Raad heeft Nederland aangegeven de voorliggende tekst te steunen. Hierbij heeft Nederland het belang van artistieke en redactionele vrijheid benadrukt. Nederland ziet in de samenvoeging van de huidige programma’s Creative Europe en CERV kansen voor synergie tussen projecten op het gebied van cultuur, media en mensenrechten. Verder heeft Nederland dankbaarheid uitgesproken voor het opnemen van een Programma Comité en nationale desks in de oriëntatie, en het belang onderstreept van een tekst die recht doet aan de bescherming van de fundamentele rechten van diverse groepen in de samenleving. Tenslotte heeft Nederland aangegeven voorstander te zijn van een adequate financiële verdeling tussen de programmaonderdelen van AgoraEU, zijnde Media Plus (AV, film en journalistiek), Cultuur Plus (grensoverschrijdende culturele creatie en samenwerking) en Cerv (democratie en mensenrechten). Derhalve is er gepleit voor een schot in het Media Plus-deeltussen het onderdeel Audiovisueel en Film en het onderdeel Nieuwsmedia en Journalistiek en is er ook gepleit voor een apart onderdeel voor de financiering van cross-sectorale projecten.

In de Raad is overeenstemming bereikt over de gedeeltelijke algemene oriëntatie. Veel lidstaten zijn tevreden met het Raadsvoorstel. Hierbij werden verschillende onderdelen uitgelicht. Overeenkomend met het Nederlandse standpunt gaven diverse lidstaten aan voorstander te zijn van een verdeling tussen de verschillende delen van AgoraEU, waaronder een verdeling binnen het Media Plus-onderdeel. Veel lidstaten achtten dit nodig om de voorspelbaarheid van financiering te waarborgen aangezien het om veel verschillende sectoren gaat. Daarnaast waren lidstaten tevreden dat verschillende vormen van bestrijding van racisme en andere vormen van discriminatie in de tekst worden benoemd.

Beleidsdebat over het Werkplan voor Cultuur (2027-2030)

Het Cypriotische voorzitterschap heeft in het kader van het aflopende Werkplan voor cultuur (2024-2027) een beleidsdebat over het nieuwe Werkplan 2027-2030 geagendeerd. Centraal hierin stond de vraag welke culturele onderwerpen de Raad tijdens de periode 2027-2030 moet prioriteren en welke specifieke acties de Raad kan ondernemen om deze onderwerpen te bevorderen. Ierland heeft als aankomend voorzitter aangegeven de uitkomsten van het debat mee te nemen in de verdere ontwikkeling van het Werkplan.

Nederland heeft specifiek aandacht gevraagd voor: artistieke en redactionele vrijheid en de rol hiervan voor een weerbare democratische rechtsstaat en het beschermen van cultureel erfgoed wanneer cultuur en erfgoed op zichzelf een doelwit zijn in gewapende conflicten. Daarom heeft Nederland benadrukt dat we moeten zorgen voor weerbare culturele en creatieve sectoren, waarbij er extra aandacht gaat naar cultuurbeoefening en -deelname. Daarnaast heeft Nederland het belang van menselijke creativiteit in het tijdperk van AI benadrukt. Tenslotte heeft Nederland aandacht gevraagd voor de rol van cultuur voor de leefomgeving.

De inbreng van lidstaten betrof met name aandacht voor de (maatschappelijke) veerkracht van de culturele en creatieve sectoren en de rol van cultuur in de democratie. In het kader hiervan zien lidstaten onder andere de bescherming van erfgoed, het concurrentievermogen van de culturele en creatieve sectoren en de bijdrage van sectoren aan concurrentievermogen en de toegankelijkheid van cultuur, met name voor kinderen en jongeren, als belangrijke thema’s. Daarnaast was er aandacht voor de werkomstandigheden van professionals in de culturele en creatieve sectoren. Verschillende lidstaten pleitten voor een billijke vergoeding voor het werk en vroegen aandacht voor het belang van auteursrechten en artistieke en redactionele vrijheden in een tijd waarin AI zonder vergoeding werken kopieert en de respectievelijke vrijheden onder druk staan. Tenslotte werd er genoemd dat er in het Werkplan aandacht moet komen voor internationale culturele relaties.

AOB-punten

  • Versterking van het onafhankelijke en pluralistische Europese medialandschap

  • De noodzaak om het rechtskader van de EU inzake auteursrechten te beoordelen om rekening te houden met ontwikkelingen op het vlak van AI.

  • Internationale conferentie voor de wederopbouw van Oekraïne (25-26 juni in Gdańsk, Polen).

  • Terugkeer van Rusland naar de 61e internationale kunsttentoonstelling van de Biënnale van Venetië: zorgen voor een gemeenschappelijke EU-aanpak.

  • Werkprogramma van het aantredende voorzitterschap Ierland.


  1. Kamerstuk 21501-34, nr. 456 Geannoteerde Agenda OJCS-Raad 11-12 mei.↩︎