Ontwikkelingen wolvenbeleid
Natuurbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D39541, datum: 2026-08-27, bijgewerkt: 2026-09-01 14:36, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 33576 -519 Natuurbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z17340:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-02 14:29 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-01 17:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-09-01 17:00: Debat over de wolf in Nederland (Plenair debat (debat)), TK
- 2026-09-02 14:29: Aanvang aansluitend aan de beëdiging: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-09 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (đź”— origineel)
33576 Natuurbeleid
Nr. 519 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 augustus 2026
In aanloop naar het plenaire debat van 1 september aanstaande, informeer ik uw Kamer over een aantal recente ontwikkelingen in het wolvenbeleid, reageer ik op een aantal brieven waarop uw Kamer mijn reactie had gevraagd en informeer ik u over het afdoen van twee moties.
Ontwikkelingen
Op 8 en 9 juli jl. heb ik een werkbezoek gebracht aan Duitsland. Het belangrijkste
doel van dit werkbezoek was om te leren van de Duitse ervaringen met wolven. In Duitsland komen immers al veel langer dan in Nederland, wolven voor. Ik heb op landelijk niveau gesproken met mijn collega’s van het landbouwministerie en het milieuministerie, en tevens met de minister van landbouw van de deelstaat Nedersaksen. Ook bracht ik een bezoek aan een schapenhouder die verschillende vormen van veebescherming in de praktijk bracht. Tijdens dit werkbezoek heb ik afgesproken te verkennen hoe wij nog beter en nauwer kunnen samenwerken ten aanzien van onze gedeelde wolvenpopulatie. Gesprekken zijn gestart om toe te werken naar een intentieverklaring tot samenwerking om op termijn beheer mogelijk te maken. Deze intentieverklaring verwacht ik zo spoedig mogelijk te kunnen ondertekenen.
Op 19 september 2025 heeft mijn voorganger de uitkomsten van een onderzoek naar de staat van instandhouding van de wolven in Nederland uitgevoerd door Wageningen Environmental Research met uw Kamer gedeeld (Kamerstuk II 2025-2026, 33576, nr. 466). Daarbij heeft hij aangegeven aanvullend onderzoek te laten uitvoeren door een internationale deskundige onderzoekspartij. Onlangs hebben deze onderzoekers aangegeven meer tijd nodig te hebben voor hun onderzoek. De eerste conceptresultaten worden daardoor medio september verwacht. Het definitieve rapport is naar verwachting voor het eind van 2026 afgerond. Er is periodiek contact met de onderzoekers om de voortgang te monitoren.
Op 3 december organiseer ik het eerste Nationaal Wolvenberaad, waarover ik uw Kamer eerder heb geĂŻnformeerd (Kamerstuk II 2025-2026, 33576, nr. 484). Oorspronkelijk stond het Nationaal Wolvenberaad gepland voor 25 juni jl. Helaas heb ik op heel korte termijn de geplande afspraak moeten annuleren, vanwege een andere verplichting waar ik bij aanwezig moest zijn. Ik wil bij het Nationaal Wolvenberaad persoonlijk spreken met de diverse partijen de te maken hebben met het wolvendossier, met hen een aantal onderwerpen verder uitdiepen.
In de Landelijke Aanpak Wolven is eind 2024 afgesproken dat in Q4 van 2026 een Ruimtelijke Visie gereed zou zijn. Sinds april 2025 is door mijn ministerie gewerkt aan het verkennen van de mogelijkheden voor ruimtelijk beleid ten aanzien van wolven. In dat proces is vastgesteld dat een aantal belangrijke elementen (bouwstenen) waarop eventuele ruimtelijke keuzes gebaseerd kunnen worden, nog in ontwikkeling is. Bouwstenen die reeds beschikbaar zijn, betreffen het juridisch kader voor ruimtelijke maatregelen, de beschrijving van een mogelijke zonering, de habitatgeschiktheidsanalyse, een analyse van de Favourable Reverence Values voor Nederland en een overzicht van drukfactoren op wolven in Nederland.
Het opstellen van een goed onderbouwde, toekomstbestendige Ruimtelijke Visie is op dit moment echter nog niet mogelijk. Het is met name van belang dat er eerst internationale afspraken gemaakt worden over een eerlijke en proportionele verdeling van de gezamenlijke verplichtingen uit de Habitatrichtlijn voor een gunstige staat van instandhouding van de met onze buurlanden gedeelde Centraal-Europese wolvenpopulatie. Ruimtelijke keuzes zijn in belangrijke mate afhankelijk van de omvang van de Nederlandse bijdrage aan de gezamenlijke populatie. Begin 2027 verwacht ik beter zicht te hebben op wanneer deze bouwstenen gereed zullen zijn en kan ik uw Kamer een planning geven. Zoals ik hierboven heb aangegeven, zet ik me in om zo snel mogelijk te komen tot internationale afspraken.
Reactie op brieven
Uw Kamer heeft mij gevraagd om een reactie op twee brieven van Werkgroep Wolf Leusden (Kamerstukken II 2025-2026, 2026Z09907/2026D23750 en 2026Z14671/2026D34934). In de eerste brief van de Werkgroep Wolf Leusden van 12 mei worden zorgen geuit over de mogelijkheden die de algemene maatregel van bestuur (amvb) biedt voor het afschot van wolven en de eventuele botsing met Europees recht. Ik heb de Raad van State gevraagd advies te geven over de juridische houdbaarheid van de amvb om binnen de Europeesrechtelijke kaders. Over de reactie van de Raad van State heb ik uw Kamer geĂŻnformeerd (Kamerstuk II 2025-2026, 33576, nr. 486). Er is dus geen sprake van een botsing met het Europees recht. In de tweede brief van 24 juni uit de Werkgroep zorgen over de parlementaire controle en democratische besluitvorming rond de totstandkoming van de amvb. Ik ben van mening dat deze besluitvorming volgens de juiste weg heeft plaatsgevonden. Hierover heb ik uw Kamer geĂŻnformeerd in mijn brief van 6 juli jl. (Kamerstuk II 2025-2026, 33576, nr. 512) en ik zie het plenaire debat van 1 september als goede mogelijkheid om zo nodig verder met uw Kamer van gedachten te wisselen.
Ook heeft uw Kamer mij verzocht een reactie te geven op de door gemeenteraad Midden-Drenthe aangenomen motie 'Veiligheid en leefbaarheid voorop: de wolf past niet in Midden-Drenthe' (Kamerstuk II 2025-2026, 2026Z12368/2026D31524). In deze motie geeft de gemeente Midden-Drenthe aan dat de structurele aanwezigheid van de wolf in en rond Midden-Drenthe leidt tot aanhoudende maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid en dat aanvallen op landbouwhuisdieren blijven plaatsvinden ondanks preventieve maatregelen. Ik begrijp goed dat er onrust en gevoel van onveiligheid bestaan. Mijn beleid is erop gericht om veiligheid en leefbaarheid van inwoners leidend te laten zijn. Zo maakt de amvb sneller ingrijpen bij probleemwolven mogelijk Ook probeer ik via het landelijk initiatief veebescherming dierhouders te ondersteunen om de aanvallen op vee tegen te gaan. Tijdens het Nationaal Wolvenberaad wil ik met gemeenten verder van gedachten wisselen over de mogelijkheden om samen te werken aan veiligheid en leefbaarheid in gebieden waar wolven voorkomen.
Moties,
Uw Kamer heeft mij middels de motie van het lid Den Hollander verzocht zo spoedig mogelijk te komen met een juridisch houdbare beheerstrategie voor het aanpakken van probleemwolven en probleemsituaties, daarbij nadrukkelijk aandacht te besteden aan monitoring en preventie en medeoverheden actief te betrekken bij de uitwerking (Kamerstuk II 2025/26, 36 800 XIV, nr. 51). Met het inwerkingtreden van de amvb op 11 juli jl., waar ik uw Kamer op 6 juli over heb geĂŻnformeerd (Kamerstuk II 2025-2026, 33576, nr. 512) beschouw ik deze motie als afgedaan.
In mijn brief van 26 mei jl. (Kamerstuk II 2025-2026, 33576-484) heb ik u geĂŻnformeerd over de motie van de leden Podt en Bromet waarin uw Kamer het kabinet verzocht te onderzoeken of een gebiedsgericht soortenmanagementplan, of een vergelijkbaar planmatig instrument, kan bijdragen aan een eenduidig, juridisch geborgd handelingsperspectief voor bevoegd gezag en lokale bestuurders, en aan het voorkomen van conflictsituaties tussen wolven en mensen (Kamerstuk II 2025/26, 33 118, nr. 315). Nu de amvb in werking is getreden, is voor provincies duidelijk wat de mogelijkheden zijn voor het verlenen van vergunningen. Provincies kunnen nu de afweging maken of aanvullend een SMP of een vergelijkbaar planmatig instrument nodig is. Ik blijf hierover in gesprek met de provincies en beschouw de motie hiermee als afgedaan.
De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
S.P.A. Erkens