Antwoord op vragen van de leden Raijer en Faber over het bericht 'Antifa belaagt rechtse studenten in Leiden: ‘Jullie moeten allemaal sterven, vuile fascisten’'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39698, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-08-28 16:01, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z14031:
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1812
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 28 augustus 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2551
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel ‘Antifa belaagt rechtse studenten in Leiden: ‘Jullie moeten allemaal sterven vuile fascisten’ en wat is uw reactie op de in het artikel beschreven gebeurtenissen? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja, ik heb kennisgenomen van het artikel. In de verdere beantwoording ga ik voor zover mogelijk nader op de gebeurtenissen in, maar wat in algemene zin in ieder geval geldt is dat het nooit de bedoeling kan zijn dat mensen zich geïntimideerd voelen bij de uitoefening van hun vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging.
Vraag 2
Klopt het dat leden van de Groot-Nederlandse Studentenvereniging (GNSV) in Leiden zijn omsingeld, gevolgd, geïntimideerd en bedreigd door personen die zich met Antifa identificeren, waarbij onder meer uitspraken zouden zijn gedaan als “Ik geef je een nekschot” en “jullie moeten allemaal sterven”?
Vraag 3
Welke informatie is hierover bekend bij politie en justitie en deelt u de mening dat dergelijke uitlatingen als ernstige bedreigingen strafrechtelijk onderzocht dienen te worden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Zijn er naar aanleiding van dit incident aangiftes opgenomen, verdachten geïdentificeerd of onderzoeken gestart? Zo nee waarom niet?
Vraag 5
Kunt u tevens aangeven hoe u beoordeelt dat de betrokkenen volgens berichtgeving niet alleen bij het station werden benaderd, maar ook werden gevolgd naar de locatie van hun bijeenkomst?
Antwoord op vragen 2, 3, 4 en 5
De politie heeft laten weten dat zij bekend zijn met het incident. Op basis van de bevindingen ter plaatse herkent de politie het beeld dat wordt geschetst echter niet als zodanig. Wel zijn er uitlatingen gedaan die de agenten ter plaatse noopten de desbetreffende personen daarop aan te spreken.
Zowel de politie als het Openbaar Ministerie (OM) hebben laten weten dat er tot op heden geen aangiftes zijn gedaan naar aanleiding van de gebeurtenissen. Er loopt op dit moment geen strafrechtelijk onderzoek. Mocht dat op enig moment toch aan de orde zijn, dan is de beoordeling van specifieke gedragingen op mogelijke strafbaarheid in eerste instantie aan het OM en uiteindelijk aan de rechter. Ik zal dan ook niet verder in dit specifieke geval treden.
Wel geldt in algemene zin, zoals ik in het antwoord op vraag 1 al aangaf, dat het absoluut niet de bedoeling kan zijn dat mensen zich geïntimideerd voelen bij het uitoefenen van hun vrijheid van meningsuiting of hun vrijheid van vereniging. Natuurlijk hoort bij onze democratische rechtsstaat ook dat er ruimte moet zijn voor het laten horen van tegengeluid, maar dat mag nooit gepaard gaan met intimidatie, laat staan strafbare handelingen.
Vraag 6
Deelt u de mening dat studenten, ongeacht hun politieke overtuiging, veilig moeten kunnen deelnemen aan verenigingsactiviteiten en gebruik moeten kunnen maken van hun recht op vrije meningsuiting en vereniging zonder angst voor intimidatie, geweld of doodsbedreigingen? Zo ja, welke consequenties verbindt u aan dit incident?
Vraag 8
Kunt u uitsluiten dat binnen universiteitssteden een klimaat ontstaat waarin rechtse of conservatieve studenten zich niet langer veilig voelen om hun politieke overtuiging uit te dragen? Zo nee, bent u bereid in overleg te treden met universiteiten en studentenorganisaties om politieke intimidatie en geweld keihard aan te pakken en de Kamer vóór het einde van het zomerreces te informeren over de uitkomsten van eventuele onderzoeken en aanvullende maatregelen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vragen 6 en 8
Het is binnen onze democratische rechtsorde van belang dat eenieder zijn vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging kan uitoefenen, ongeacht politieke of ideologische inhoud – zolang dat uiteraard de grenzen van het strafbare niet overschrijdt. Dat politieke of ideologische meningen tegenreacties kunnen en mogen oproepen is evenzeer onderdeel van onze democratische rechtsorde: voor het uiten van die tegenreactie en een andere mening moet ook ruimte zijn. Ook hiervoor geldt echter dat de grenzen van het strafbare niet overschreden mogen worden: voor intimidatie of geweld is geen plek. Dat dit kan schuren of botsen is bekend; incidenten uitsluiten is onmogelijk. Wanneer daarbij verstoring van de openbare orde ontstaat is de burgemeester belast met de handhaving van de openbare orde. Als er sprake is van strafbare feiten, kan door de politie onder gezag van de officier van justitie worden opgetreden.
Vraag 7
Worden extreemlinkse groeperingen die zich schuldig maken aan intimidatie, bedreiging, geweld of het verstoren van bijeenkomsten voldoende in beeld gebracht door politie, gemeenten en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en kunt u daarbij aangeven hoeveel incidenten waarbij extreemlinkse activisten betrokken waren bij bedreigingen, vernielingen, geweld of verstoringen van bijeenkomsten zich in de afgelopen vijf jaar hebben voorgedaan?
Antwoord op vraag 7
De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft geen (wettelijke) grondslag om onderzoek te doen naar organisaties of personen en zal derhalve groeperingen of individuen niet in kaart brengen. De NCTV stelt wel het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) op, waarin het actuele dreigingsniveau, trends, achtergronden en de aard van de dreiging worden beschreven. Zoals beschreven in het DTN van juni 2026 is over het algemeen de geweldsdreiging die uitgaat van de links-extremistische beweging in Nederland beperkt en deze lijkt ook niet toe te nemen.1
Bij wetsovertredingen, zoals bedreigingen of geweld, kan de politie onder bevoegd gezag van het OM optreden. Op het moment dat gedragingen de lat van extremisme of terrorisme halen, dan kunnen personen worden opgenomen in de lokale persoonsgerichte aanpak radicalisering, waar gemeenten regievoerder zijn. Personen worden opgenomen in deze aanpak aan de hand van objectieve criteria die omschreven staan in de wet. Deze criteria zijn ideologieneutraal en gaan over radicalisering en extremisme, niet over activisme. Het bespreken van personen in deze aanpak vindt plaats op lokaal niveau. Het kabinet heeft dus geen inzicht in hoeveel personen er besproken worden in de persoonsgerichte aanpak of welk gedachtegoed zij aanhangen.
Het gevraagde overzicht van incidenten in de afgelopen vijf jaar is door de politie en het OM niet te genereren, omdat er in de systemen van beide organisaties geen specifieke classificering is met betrekking tot linksextremisme.
1) Website NieuwRechts, 19 juni 2026, "Antifa belaagt rechtse studenten in Leiden: ‘Jullie moeten allemaal sterven, vuile fascisten", (’https://nieuwrechts.nl/111499-antifa-belaagt-rechtse-studenten-gnsv-in-leiden-jullie-moeten-allemaal-sterven-vuile-fascisten)
NCTV, ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland - Juni 2026’, p. 35.↩︎