[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Stand van zaken implementatie richtlijnen in het tweede kwartaal 2026

Uitvoering EU-Richtlijnen

Brief regering

Nummer: 2026D39702, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-09-02 16:56, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21109 -279 Uitvoering EU-Richtlijnen.

Onderdeel van zaak 2026Z17395:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21 109 Uitvoering EU-Richtlijnen

Nr. 279 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 augustus 2026

Hierbij bied ik u het periodieke overzicht aan van de stand van zaken bij de implementatie van EU-richtlijnen in de Nederlandse wet- en regelgeving aan het einde van het tweede kwartaal van 2026.

In deze brief wordt eerst ingegaan op de geïmplementeerde richtlijnen gevolgd door de implementatieachterstand zoals die op 1 juli 2026 gold. Daarna worden de oorzaken van deze achterstand behandeld en worden de richtlijnen die het volgende kwartaal moeten worden geïmplementeerd genoemd. Vervolgens volgt een opsomming van de ingebrekestellingprocedures die de Europese Commissie tegen Nederland is gestart als gevolg van niet-tijdige implementatie. Mede op verzoek van uw Kamer zijn ook de lopende infracties wegens (vermeende) onjuiste implementatie in het overzicht ingebrekestellingen per departement opgenomen. Het overzicht in bijlage 1 is door een technische storing nog niet volledig, omdat enkele richtlijnen met een latere implementatiedeadline nog ontbreken. Dit heeft geen gevolgen voor het beeld van de implementatie van richtlijnen in het tweede kwartaal van 2026, omdat de implementatiedeadline later is dan het tweede kwartaal van 2026.

Departement Geïmplementeerde richtlijnen Geïmplementeerde achterstallige richtlijnen
AenM
AZ
BuZa
BZK
DEF
EZ
FIN 1
IenW 3 2
JenV
KGG
LVVN 1
OCW
SZW
VRO
VWS 1
Totaal 5 2

Huidige achterstand

De achterstand bij het begin van dit kwartaal bedroeg 35 richtlijnen t.o.v. 24 richtlijnen in het vorige kwartaal. De 35 achterstallige richtlijnen zijn aan de volgende ministeries toegedeeld: AenM (3), BZ (1), BZK (3), EZK (1), FIN (10), IenW (2), KGG (4), SZW (2) en JenV (9).

De overschrijding van de implementatiedatum varieert sterk, van 1 tot 1430 dagen. Een exacte aanduiding van de overschrijding per richtlijn is te vinden in bijgevoegd kwartaaloverzicht.

Achterstanden en hun oorzaken

Wat betreft de oorzaken voor de implementatieachterstand ultimo tweede kwartaal 2026 speelt een aantal factoren een rol. Deze factoren worden hieronder per ministerie toegelicht.

AenM

1. RICHTLIJN (EU) 2021/1883 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad

Uiterste implementatiedatum: 18 november 2023

Richtlijn (EU) 2021/1883 vervangt Richtlijn 2009/50/EG en daarmee de regeling voor de Europese blauwe kaart. Bij de implementatie is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de nationale kennismigrantenregeling die op een aantal onderdelen gunstiger voorwaarden bood. De implementatietermijn is inmiddels verstreken.

Eerder hebben onder meer de sensitiviteit van het onderwerp in de politieke verhoudingen en de demissionaire status van het kabinet geleid tot vertragingen. Ook de betrokkenheid van verschillende ministeries heeft gezorgd voor vertraging bij de implementatie. Het besluit ter implementatie is in werking getreden en gereed gemeld bij de Commissie. Het wetsvoorstel is thans nog in behandeling bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft om een uitvoeringstoets gevraagd op de bij amendement van de Tweede Kamer aan het wetsvoorstel toegevoegde verplichte arbeidsmarkttoets als voorwaarde voor toegang. Inmiddels is gebleken dat de arbeidsmarkttoets voor UWV en de IND niet uitvoerbaar is en daarom is op 25 juni 2026 een novelle (Kamerstukken 36972) bij de Tweede Kamer ingediend waarmee deze verplichting weer wordt geschrapt. De Tweede Kamer heeft de datum voor inbreng verslag gesteld op 3 september 2026. De Eerste Kamer houdt de behandeling van het wetsvoorstel aan en zal dit gelijk met de novelle verder behandelen.

2. RICHTLIJN (EU) 2024/1346 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking)

Uiterste implementatiedatum: 12 juni 2026

Deze richtlijn is tijdig geïmplementeerd en genotificeerd, zonder dat er ooit sprake was van een implementatieachterstand. Deze richtlijn staat enkel op de lijst vanwege een interne administratieve fout, die nu is opgelost, Deze fout heeft geen gevolgen voor de implementatie of inwerkingtreding van de implementatiewetgeving.

3. RICHTLIJN (EU) 2024/1233 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven

Uiterste implementatiedatum: 21 mei 2026

Het wetsvoorstel tot implementatie van deze richtlijn is op 3 juni 2026 ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken 36958). De Kamer heeft op 3 juli verslag uitgebracht bij het voorstel. Dit verslag zal kort na het zomerreces beantwoord worden.

BZ

1. GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2026/325 VAN DE COMMISSIE van 27 oktober 2025 tot wijziging van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bijwerking van de lijst van defensiegerelateerde producten om deze in overeenstemming te brengen met de bijgewerkte gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen van 24 februari 2025

Uiterste implementatiedatum: 5 juni 2026

Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2026/325 van de Commissie van 27 oktober 2025 tot wijziging van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bijwerking van de lijst van defensiegerelateerde producten om deze in overeenstemming te brengen met de bijgewerkte gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen van 24 februari 2025 is volledig geïmplementeerd door het instrument van dynamische verwijzing in nationale regelgeving. Een Staatscourantmededeling terzake ex artikel 9.13 van de Aanwijzingen voor de regelgeving is gepubliceerd in de Staatscourant nr. 28138 van 7 augustus 2026.

BZK

1. RICHTLIJN (EU) 2024/1500 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot wijziging van de Richtlijnen 2006/54/EG en 2010/41/EU

Uiterste implementatiedatum: 19 juni 2026

Op 19 juni 2026 is de implementatietermijn verstreken van deze richtlijnen (2024/1499 en 2024/1500) over verplichte nationale organen voor gelijke behandeling. Nederland voldoet voor het overgrote deel aan deze richtlijnen omdat we een College voor de Rechten van de Mens (CRM) hebben en gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) die over de benodigde positie, taken en bevoegdheden beschikken. Op grond van deze richtlijnen moeten onze gelijkebehandelingsorganen ook kunnen oordelen over (en bijstand kunnen verlenen bij) gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij wetgeving omtrent sociale zekerheid (Richtlijn 79/7/EEG). Dit mandaat hebben zij nog niet.

Aangekondigde wetgeving om eenzijdig overheidshandelen onder de werking van de Algemene wet gelijke behandeling te brengen zou de omissie verhelpen,1 maar dit wetstraject bevindt zich nog in de beginfase en treedt niet tijdig in werking. Daarom zal het ministerie van BZK met tijdelijke, lagere regelgeving voorzien in het benodigde mandaat voor het CRM en de ADV’s om op die wijze op de kortst mogelijke termijn te zorgen voor volledige implementatie van de richtlijnen.

2. RICHTLIJN (EU) 2024/1499 VAN DE RAAD van 7 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling van personen ongeacht hun ras of etnische afstamming, gelijke behandeling van personen in arbeid en beroep ongeacht hun godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, gelijke behandeling van vrouwen en mannen op het gebied van sociale zekerheid en de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, en tot wijziging van Richtlijnen 2000/43/EG en 2004/113/EG

Uiterste implementatiedatum: 19 juni 2026

Op 19 juni 2026 is de implementatietermijn verstreken van de richtlijnen 2024/1499 en 2024/1500 over verplichte nationale organen voor gelijke behandeling. Nederland voldoet geheel aan Richtlijn 2024/1500 met bestaande wet- en regelgeving en ten aanzien van Richtlijn 2024/1499 voor het overgrote deel, omdat we een College voor de Rechten van de Mens (CRM) hebben en gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) die over de benodigde positie, taken en bevoegdheden beschikken. Op grond van richtlijn 2024/1499 moeten onze gelijkebehandelingsorganen ook kunnen oordelen over (en bijstand kunnen verlenen bij) gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij wetgeving omtrent sociale zekerheid (Richtlijn 79/7/EEG). Dit mandaat hebben zij nog niet.

Aangekondigde wetgeving om eenzijdig overheidshandelen onder de werking van de Algemene wet gelijke behandeling te brengen zou de omissie verhelpen,2 maar dit wetstraject bevindt zich nog in de beginfase en treedt niet tijdig in werking. Daarom zal het ministerie van BZK met tijdelijke, lagere regelgeving voorzien in het benodigde mandaat voor het CRM en de ADV’s om op die wijze op de kortst mogelijke termijn te zorgen voor volledige implementatie van de richtlijnen.

3. RICHTLIJN (EU) 2024/1275 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen

(herschikking)

Uiterste implementatiedatum: 29 mei 2026

De vernieuwde Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) wordt stap voor stap ingevoerd. Dat gebeurt in aparte onderdelen, ook wel tranches genoemd. De planning sluit aan op de Europese deadline van 29 mei 2026 en op de momenten waarop de verschillende verplichtingen gaan gelden.

De 1e tranche EPBD is conform planning op 29 mei 2026 in werking getreden, zie Stb-2026-103, Stcrt-2026-18123, Stcrt-2026-18113. In de transponeringstabel (par. 8 Toelichting algemeen) van Stcrt-2026-18123 is aangegeven welke onderdelen van de EPBD in de latere tranches in werking gaan treden.

Over de redenen van het opdelen in tranches en de bijbehorende planning is de kamer eerder geïnformeerd via de brieven op 14 juli 2025, 17 april 2026 en recent op 8 juni 2026. Actuele informatie over de inhoud en de planning van de implementatie van de EPBD IV is eveneens te volgen via Volkshuisvestingnederland.nl/epbd.

EZK

1. RICHTLIJN (EU) 2024/2749 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 9 oktober 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2000/14/EG, 2006/42/EG, 2010/35/EU, 2014/29/EU, 2014/30/EU, 2014/33/EU, 2014/34/EU, 2014/35/EU, 2014/53/EU en 2014/68/EU en tot invoering van noodprocedures voor conformiteitsbeoordeling, vermoeden van conformiteit, vaststelling van gemeenschappelijke specificaties en markttoezicht in geval van noodsituaties op de interne markt

Uiterste implementatiedatum: 29 mei 2026

Richtlijn (EU) 2024/2749 is onderdeel van een pakket, verder bestaande uit Verordening (EU) 2024/2747 (Internal Market Emergency and Resilience Act; hierna: IMERA-verordening) en Verordening (EU) 2024/2748. De IMERA-verordening beoogt het functioneren van de interne markt tijdens ernstige verstoringen en crisissituaties te waarborgen. De IMERA-verordening maakt het mogelijk dat de Europese Commissie door middel van een uitvoeringshandeling noodprocedures in gang kan zetten. Deze noodprocedures zijn met Verordening (EU) 2024/2748 en Richtlijn (EU) 2024/2749 toegevoegd aan zestien bestaande verordeningen en richtlijnen.

De implementatie van de noodprocedures die door Richtlijn (EU) 2024/2749 worden toegevoegd aan bestaande richtlijnen vindt plaats door middel van een wijziging van de Telecommunicatiewet en een wijziging van verschillende besluiten en ministeriële regelingen.3 Deze bestaande richtlijnen vallen onder de verantwoordelijkheid van de Ministers van Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Waterstaat, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2749 duurt langer vanwege de omvang en de complexiteit van het gehele pakket waar deze richtlijn deel van uitmaakt. De zestien verordeningen en richtlijnen waarin deze noodprocedures worden geïntroduceerd zien op uiteenlopende producten en vallen onder de verantwoordelijkheid van verschillende ministers. Om ervoor te zorgen dat de samenhang van de noodprocedures in stand blijft, is ervoor gekozen om deze gezamenlijk te implementeren.4 De hiervoor benodigde afstemming, ook met de betrokken toezichthouders, vroeg extra tijd.

Het wetsvoorstel is op 12 mei 2026 voor advies bij de Raad van State aanhangig gemaakt. Het wetsvoorstel zal, met inachtneming van het advies van de Raad van State, zo spoedig mogelijk worden ingediend bij de Tweede Kamer. Het implementatiebesluit zal zo spoedig mogelijk voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd. De implementatieregelingen zijn in voorbereiding.

FIN

1. RICHTLIJN (EU) 2023/2225 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG

Uiterste implementatiedatum: 20 november 2025

Deze richtlijn (de Consumer Credit Directive II, ‘CCDII’) heeft als doel een hoog niveau van consumentenbescherming bij consumentenkrediet te waarborgen en de interne markt te versterken. Het toepassingsgebied van de CCDII is verbreed ten opzichte van de voorgaande richtlijn (de CCDI): bepaalde vormen van krediet in de vorm van uitgestelde betaling, zoals ‘Buy Now, Pay Later’ (BNPL) en creditcards, vallen nu ook onder de kredietregels. Verder worden onder meer informatieverplichtingen jegens de consument aangescherpt, wordt de kredietwaardigheidstoets uitgebreid, wordt de privacy van de consument beter beschermd en wordt er meer geregeld voor preventie van problematische schulden.

De implementatie van deze richtlijn heeft helaas vertraging opgelopen. De implementatiedeadline van 20 november 2025 is inmiddels overschreden. Dit is mede het gevolg van de omvang en complexiteit van het pakket, inclusief meer dan twintig lidstaatopties en de politieke wens om gebruik van BNPL door jongeren te verbieden. Het kabinet zet zich ervoor in dat de bepalingen uit de CCDII vanaf november 2026 wel daadwerkelijk van toepassing zijn.

Het wetsvoorstel is op 2 april jongstleden ingediend bij de Tweede Kamer. De nota naar aanleiding van het verslag is op 23 juni jongstleden naar de Tweede Kamer gestuurd. Op 28 september 2026 staat het wetgevingsoverleg gepland. Het ontwerpbesluit is op 12 juni jongstleden aan de Tweede Kamer aangeboden in het kader van een voorhangprocedure. Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel aanneemt, zal het ontwerpbesluit, voor (spoed)advies naar de Raad van State worden gestuurd. Daarna volgt ook behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer. Tot slot wordt op dit moment een ministeriële regeling voorbereid, die in de zomer zal worden geconsulteerd. De toepassingsdatum op grond van de richtlijn is 20 november 2026. Het is daarom de bedoeling dat het wetsvoorstel, het ontwerpbesluit en de ministeriële regeling op 20 november 2026 in werking treden.

2. RICHTLIJN (EU) 2023/2673 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn 2002/65/EG

Uiterste implementatiedatum: 19 december 2025

Richtlijn (EU) 2023/2673 wijzigt de richtlijn consumentenrechten en trekt de richtlijn betreffende verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten in. De richtlijn bevat regels die van toepassing zijn op overeenkomsten inzake financiële diensten die op afstand gesloten zijn. Het doel van de richtlijn is om het wetgevingskader te vereenvoudigen en te moderniseren. De richtlijn beoogt verder een vangnet te zijn voor financiële diensten die niet onder sectorspecifieke Uniewetgeving vallen of zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van Uniewetgeving betreffende specifieke financiële diensten (vangnetfunctie). Zo waarborgt de richtlijn dat op de hele interne markt hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming geldt. De richtlijn bevat regels omtrent de verstrekking van precontractuele informatie, het ontbindingsrecht en regels ter bescherming van consumenten bij het online sluiten van overeenkomsten voor financiële diensten. Voorts verplicht de richtlijn bij alle consumentenovereenkomsten – dus niet enkel inzake financiële diensten – gesloten via een online-interface (website of app) dat handelaren de consument gedurende de ontbindingstermijn van 14 dagen in staat stellen de overeenkomst via een functie op deze online interface te kunnen ontbinden (de “ontbindingsfunctie”). De richtlijn moest op 19 december 2025 zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving en moet vanaf 19 juni 2026 worden toegepast door handelaren en financiële dienstverleners.

De implementatie van de richtlijn vindt plaats door middel van een wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) en enige op de Wet op het financieel toezicht gebaseerde lagere regelgeving.

De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen wegens de complexiteit. De Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten is op 24 juni 2026 gepubliceerd in het Staatsblad en op 25 juni 2026 in werking getreden. Op 10 juni 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State advies uitgebracht over het ontwerp-Implementatiebesluit richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten. Dit implementatiebesluit zal zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd in het Staatsblad.

3. RICHTLIJN (EU) 2023/2226 VAN DE RAAD van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen.

Uiterste implementatiedatum: 31 december 2025

Richtlijn 2023/2226 (‘DAC8’) voorziet in een rapportageplicht voor aanbieders van cryptoactivadiensten. Zij moeten aan de belastingdienst van het land waar zij geregistreerd staan bepaalde persoonsgegevens en gegevens over cryptoactiva-transacties van hun klanten rapporteren. Doel daarvan is dat die belastingdienst beter kan controleren of die klanten op een juiste wijze het bezit van cryptoactiva in hun belastingaangifte hebben verantwoord. Voorts moeten de belastingdiensten genoemde gegevens via een door de Europese Commissie beheerd centraal gegevensnetwerk met elkaar uitwisselen. De richtlijn draagt aldus bij aan de aanpak van belastingontduiking in de lidstaten.

Na in het wetgevingsproces opgetreden vertraging is de implementatiewet op 10 april jongstleden in het Staatsblad gepubliceerd en op 11 april met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 in werking getreden. Het Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten dat zijn grondslag vindt in de implementatiewet is op 23 april jongstleden in het Staatsblad gepubliceerd en op 24 april in werking getreden, eveneens met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. Hiermee is aan de implementatieplicht voldaan.

4. RICHTLIJN (EU) 2025/872 VAN DE RAAD van 14 april 2025 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

Uiterste implementatiedatum: 31 december 2025

Richtlijn 2025/872 (‘DAC9’) regelt dat lidstaten informatie met elkaar uitwisselen die voor hen nodig is om ingevolge Richtlijn (EU) 2022/2523 - de zogeheten Pijler 2-richtlijn inzake de minimumwinstbelasting - te kunnen bijheffen. Het gaat daarbij om informatie die is opgenomen in een met richtlijn 2025/872 gestandaardiseerde gaangifte (de bijheffinginformatieaangifte).

Het wetsvoorstel waarmee richtlijn 2025/872 is geïmplementeerd, is reeds in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2025, 449). Het wetsvoorstel is in werking getreden met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.

5. RICHTLIJN (EU) 2024/1619 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico’s.

Uiterste implementatiedatum: 10 januari 2026

Ter implementatie van de mondiale Bazel-standaarden voor banken worden de verordening kapitaalvereisten (Capital Requirements Regulation, CRR) en richtlijn kapitaalvereisten (Capital Requirements Directive, CRD) gewijzigd door Verordening 2024/1623 en Richtlijn 2024/1619. Het doel van de wijzigingen in de CRD is om het toezicht op banken binnen de EU verder te harmoniseren en de interne markt voor banken te versterken, en waarbij wordt gestreefd naar lagere compliance- en rapportagekosten voor kleine en niet-complexe banken.

In de CRD worden onder meer bepalingen ingevoerd omtrent institutionele vereisten voor de toezichthouder ter voorkoming van belangenverstrengeling, inzake het verwerven van deelnemingen door banken of financiële holdings, ten aanzien van het toezicht op derdeland bijkantoren, met betrekking tot ESG-plannen die banken moeten opstellen en worden de bepalingen over geschiktheid van beleidsbepalers herzien.

Omzetting van de richtlijn vindt plaats door middel van wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Bankwet 1998. Daarnaast zal de volgende lagere regelgeving worden aangepast: het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector en het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft, de Regeling taakuitoefening toezichthouders Wft en de Regeling bekostiging financieel toezicht eenmalige handelingen. Hiervoor worden een implementatiebesluit en een implementatieregeling tot stand gebracht.

De implementatie is helaas niet afgerond voor het aflopen van de implementatietermijn op 10 januari 2026. De implementatietermijn van 18 maanden die voor deze wijzigingsrichtlijn gold, is te kort gebleken in het licht van het Nederlandse wetgevingsproces en de complexiteit van deze richtlijn.

Recent hebben de Tweede en Eerste Kamer ingestemd met de implementatiewet. Het wetsvoorstel is inmiddels gepubliceerd. De Raad van State heeft op 1 juli jongstleden (blanco) advies uitgebracht over het implementatiebesluit. De internetconsultatie ten behoeve van de implementatieregeling is recent afgerond. Beoogd wordt de implementatiewet, het implementatiebesluit en de implementatieregeling gelijktijdig, kort na de zomer in werking te laten treden.

6. RICHTLIJN (EU) 2023/2864 [A] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt

Uiterste implementatiedatum: 10 januari 2026

Het Europees wetgevingspakket dat de oprichting van een Europees centraal toegangspunt (het ESAP) regelt, bestaat uit richtlijn (EU) 2023/2864 (richtlijn ESAP), Verordening (EU) 2023/2859 (verordening oprichting ESAP) en Verordening (EU) 2023/2869 (verordening ESAP). Het ESAP biedt gecentraliseerde toegang tot openbare financiële en duurzaamheidsinformatie over ondernemingen en beleggingsproducten in de EU. Het doel is om beleggers een makkelijkere toegang te bieden tot informatie waardoor ze ondernemingen en beleggingsproducten beter kunnen vergelijken. ESAP moet zorgen voor betere toegang tot financiering voor Europese bedrijven en integratie van de kapitaalmarkten.

De implementatie van artikel 3 van richtlijn ESAP (implementatietermijn van 10 juli 2025) en de overige artikelen van richtlijn ESAP (implementatietermijn van 10 januari 2026) zijn voor het grootste deel opgenomen in het wetsvoorstel implementatie Europees centraal toegangspunt. Het wetsvoorstel wijzigt de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet 2007, de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Daarnaast zal de volgende lagere regelgeving worden aangepast via het Besluit implementatie Europees centraal toegangspunt en het Wijzigingsbesluit EU-verordeningen Wft 2026: het Besluit openbare biedingen Wft, het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen, het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit EU-verordeningen Wft, het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Regeling taakuitoefening toezichthouders Wft.

De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen. Op 7 juli jongstleden heeft de Eerste Kamer het eerder genoemde wetsvoorstel aangenomen. Het wetsvoorstel is inmiddels gepubliceerd in het Staatsblad. De implementatie van artikel 3 van de richtlijn ESAP is in juli 2026 in werking getreden.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 24 juni 2026 advies uitgebracht met betrekking tot het Wijzigingsbesluit EU-verordeningen Wft 2026. Het wijzigingsbesluit naar verwachting uiterlijk september 2026 in werking treden.

Het Besluit implementatie Europees centraal toegangspunt is in juli 2026 bij de afdeling advisering van de Raad van State aanhangig gemaakt voor advies en zal naar verwachting in september 2026 in werking treden. De ministeriële regeling zal in de laatste fase van het implementatietraject worden vastgesteld en gepubliceerd.

7. RICHTLIJN (EU) 2023/2864 [B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt

Uiterste implementatiedatum: 10 juli 2025

Zie richtlijn 2023/2864 [A]

8. "RICHTLIJN (EU) 2024/790 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 28 februari 2024

tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten"

Uiterste implementatiedatum: 29 september 2025

Richtlijn 2024/790 wijzigt de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 (MiFID II-richtlijn). De wijzigingen hebben tot doel het vergroten van de transparantie van de Europese kapitaalmarkt door het wegnemen van belemmeringen voor het ontstaan van centrale databases voor handelsdata (consolidated tapes) en het verbieden van betalingen voor het doorgeven van orderstromen naar een bepaald handelsplatform (payments for order flow). Teneinde de transparantie op de financiële markten te vergroten en de volatiliteit op die markten te verminderen worden de transparantievoorschriften voor de handel in grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten gewijzigd en worden de mogelijkheden tot onderbreking of beperking van de handel in financiële instrumenten uitgebreid.

De omzetting van de richtlijn vindt plaats door middel van een wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige op die wet gebaseerde lagere regelgeving.

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn op 7 juli 2026 aangenomen. De implementatie is inmiddels gepubliceerd. Het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur ter implementatie van de richtlijn is op 30 juni 2026 bij de afdeling Advisering van de Raad van State voor advies aanhangig gemaakt. Na ontvangst van het advies wordt het nader rapport opgesteld en de algemene maatregel van bestuur vastgesteld en bekendgemaakt.

9. RICHTLIJN (EU) 2024/2994 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties

Uiterste implementatiedatum: 25 juni 2026

De richtlijn (EU) 2024/2994 (hierna: EMIR 3-richtlijn) is gepubliceerd op 4 december 2024, tegelijk met Verordening (EU) 2024/2987 (hierna: EMIR 3-verordening), die wijzigingen aanbrengt in Verordening (EU) 648/2012, beter bekend als de European Market Infrastructure Regulation (EMIR-verordening). Deze regelgeving omvat bepalingen over het verplicht centraal clearen van bepaalde derivatentransacties, het toezicht op centrale tegenpartijen (central counterparties, CCP's) en de vereisten voor transactieregisters waaraan marktpartijen hun derivatentransacties moeten vermelden. Met het Uitvoeringsbesluit EMIR 3-verordening en EMIR 3-richtlijn is het overgrote deel van de nieuwe EMIR-regelgeving reeds in juli 2025 in werking getreden.

Daarnaast worden enkele resterende bepalingen uit de EMIR-3 richtlijn geïmplementeerd met het wetsvoorstel ter implementatie van de gewijzigde richtlijn kapitaalvereisten (Capital Requirements Directive, CRD), hiervoor onder 5 genoemd. Deze bepalingen uit de EMIR 3-richtlijn leiden tot aanpassing van artikelen uit de CRD, waardoor ervoor is gekozen om de implementatie van de twee richtlijnen samen te nemen. Beoogd wordt dit wetsvoorstel, dat recent is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer, kort na de zomer in werking te laten treden.

10. RICHTLIJN (EU) 2024/2811 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU met als doel de publieke kapitaalmarkten in de Unie aantrekkelijker te maken voor ondernemingen en de toegang tot kapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen (mkb-ondernemingen) te vergemakkelijken, en tot intrekking van Richtlijn 2001/34/EG

Richtlijn (EU) 2024/2811 en Verordening (EU) 2024/2809 zijn onderdeel van een breed Europees wetgevingspakket (de Listing Act).5 Dit pakket wijzigt diverse richtlijnen en verordeningen om een notering op de publieke kapitaalmarkten aantrekkelijker te maken en de toegang tot kapitaal, met name voor het midden- en kleinbedrijf (mkb), te vergemakkelijken.6 Hiertoe bevat het wetgevingspakket onder meer regels over onderzoek op beleggingsgebied die dienen om de kwaliteit van dit onderzoek te verbeteren en te zorgen dat dit onderzoek breder beschikbaar wordt, regels die de vrijstellingsgrens van de prospectusplicht verhogen bij aanbiedingen van effecten aan het publiek en regels voor de introductie van nieuwe toelatingscriteria inzake marktkapitalisatie en het totale aandeel van aandelen dat op de beurs verhandeld wordt (free float). In verband met de intrekking van de Noteringsrichtlijn (Richtlijn 2001/34/EG) per 5 december 2026 zal bij ministeriële regeling de Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten toezicht effectenverkeer worden ingetrokken dan wel worden gewijzigd.

De omzetting van de richtlijn (implementatietermijn van 5 juni 2026) en verordening (uitvoeringstermijn van 5 maart 2026 of 5 juni 2026) vindt plaats door middel van een wijziging van de Wet op het financieel toezicht via de Implementatiewet noteringen en benchmarks. Daarnaast zal de volgende lagere regelgeving worden aangepast via het Implementatiebesluit noteringen en benchmarks: het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector en het Besluit EU-Verordeningen Wft.

De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen. Op 7 juli jongstleden heeft de Eerste Kamer het implementatiewetsvoorstel aangenomen. De Implementatiewet noteringen en benchmarks is inmiddels gepubliceerd in het Staatsblad.

Het Implementatiebesluit noteringen en benchmarks is in juli 2026 bij de Afdeling advisering van de Raad van State aanhangig gemaakt voor advies en zal - evenals de Implementatiewet noteringen en benchmarks - naar verwachting in september 2026 in werking treden. De ministeriële regeling zal in de laatste fase van het implementatietraject worden vastgesteld en gepubliceerd.

I&W

1. RICHTLIJN (EU) 2024/884 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 maart 2024 tot wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Uiterste implementatiedatum: 9 oktober 2025

Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot de wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (PbEU L 2024/884) (hierna: de Richtlijn) wordt omgezet in de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (hierna: Regeling AEEA). De implementatie van de Richtlijn is in een vergevorderd stadium. Het opstellen van de regeling ten behoeve van de implementatie van de Richtlijn in de Regeling AEEA is afgerond (hierna: de wijzigingsregeling).

De wijzigingsregeling is vastgesteld door de Minister van Klimaat en Groene Groei en op 1 juli 2026 gepubliceerd in de Staatscourant. De wijzigingsregeling en zal met terugwerkende kracht in werking treden op 9 oktober 2025. Dit is overeenkomstig de uiterste implementatiedatum van de Richtlijn. Op die manier ontstaat er geen lacune met betrekking tot de rechten en plichten als gevolg van de Richtlijn.

2. GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/1801 VAN DE COMMISSIE van 23 juni 2025 tot aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/1999 van het Europees Parlement en de Raad betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Uiterste implementatiedatum: 23 juni 2026.

Gedelegeerde richtlijn (EU) 2025/1801 vervangt Bijlage I en II bij Richtlijn (EU) 2022/1999.

Richtlijn (EU) 2022/1999 is via een dynamische verwijzing geïmplementeerd in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen. Hierdoor werkt de gedelegeerde richtlijn rechtstreeks door in de nationale rechtsorde. Voor de wijziging van de bijlagen bij deze richtlijn is derhalve geen omzettingsregelgeving nodig. Hiervan zal zo spoedig mogelijk mededeling worden gedaan.

Op 14 juli 2026 is een inbreuk ontvangen wegens de niet-tijdige omzetting. Nederland heeft tot uiterlijk 15 september 2026 de tijd om de Commissie van een reactie op deze inbreuk te voorzien. Hierin zal worden aangegeven dat de gedelegeerde richtlijn is geïmplementeerd in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.

JenV

1. RICHTLIJN (EU) 2019/1151[A] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht

Uiterste implementatiedatum: 1 augustus 2022

Zie toelichting onder richtlijn (EU) 2019/1151 [B].

2. RICHTLIJN (EU) 2019/1151[B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht

Uiterste implementatiedatum: 1 augustus 2023

De richtlijn 2019/1151 wijzigt richtlijn 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht. De richtlijn maakt het mogelijk dat bij de bedrijvenregisters in de lidstaten online een BV wordt opgericht, dat bijkantoren online kunnen worden geregistreerd en dat online informatie en documenten kunnen worden ingediend door vennootschappen en bijkantoren. De richtlijn bevat daarnaast een bepaling over bestuur verboden en de uitwisseling van informatie daarover tussen lidstaten.

Een deel van de richtlijn wordt geïmplementeerd door middel van bestaand recht, in de vorm van bepalingen in de Dienstenwet, de Handelsregisterwet 2007 en het Handelsregisterbesluit 2008. Implementatie van de overige nieuwe verplichtingen heeft plaatsgevonden in het Burgerlijk Wetboek en in de Wet op het notarisambt. Deze wijzigingen zijn op 1 januari 2024 in werking getreden. Voor enkele technische bepalingen van de richtlijn wordt door de minister van EZ een wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 voorbereid. Naar verwachting zal deze wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 in Q4 van 2026 gepubliceerd kunnen worden en in werking kunnen treden.

Ondertussen werkt de Kamer van Koophandel (hierna: de KVK) in de praktijk al in overeenstemming met de eisen uit de richtlijn. De implementatie bij de KVK was aanvankelijk vertraagd doordat de verordening met de technische specificaties pas laat gereedkwam en vanwege een overvolle ontwikkelkalender en capaciteitsbeperkingen bij zowel EZ als de KVK. Voor enkele nog resterende aanpassingen, heeft KVK vanwege aanhoudende capaciteitsbeperkingen aangegeven meer tijd nodig te hebben maar dit in 2025 alsnog grotendeels geïmplementeerd.

3. RICHTLIJN (EU) 2022/2464 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen

Uiterste implementatiedatum: 6 juli 2024

Het ontwerp voor de algemene maatregel van bestuur ter implementatie van de rapportageverplichting is op 12 juni 2024 overgelegd aan beide Kamers in het kader van de voorhang (Kamerstuk 26485, nr. 437). Hierop zijn op 12 juli en op 25 september 2024 vragen ontvangen van de Tweede Kamer respectievelijk Eerste Kamer. De beantwoording van deze vragen is eind december 2024 naar de beide Kamers gestuurd. Op 14 februari 2025 zijn nadere vragen van de Eerste Kamer ontvangen, die op 12 september 2025. zijn beantwoord.

Het wetsvoorstel is op 13 januari 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Op 27 juni 2025 heeft de Kamer het verslag ingediend, dat op 1 oktober 2025. is beantwoord. Over het ontwerp voor de algemene maatregel van bestuur over de regels voor accountants(organisaties) is de consultatie op 4 februari 2025 afgerond. Nadat de Tweede Kamer het eerdergenoemde wetsvoorstel zal hebben aangenomen, zal het ontwerpbesluit voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.

Inmiddels zijn de richtlijnen die de Europese Commissie op 26 februari 2025 heeft gepresenteerd in het pakket Omnibus I tot wijziging van de richtlijn, afgerond. De eerste wijzigingsrichtlijn voorziet in uitstel met twee jaar voor ondernemingen die een duurzaamheidsrapportering moeten opstellen en openbaar maken vanaf boekjaren 2025 en 2026. Naar de Tweede en de Eerste Kamer is een gewijzigde versie van het ontwerpimplementatiebesluit en naar de Tweede Kamer is een nota van wijziging bij het wetsvoorstel gestuurd waarin het uitstel met twee jaar is verwerkt. De Eerste Kamer heeft op 15 oktober 2025 vragen gesteld over het implementatiebesluit.

De tweede wijzigingsrichtlijn beperkt de reikwijdte van rapporteringsverplichting in de richtlijn tot ondernemingen met een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen en een gemiddeld aantal werknemers van meer dan duizend. Tevens beperkt die richtlijn de informatie die de rapporterende ondernemingen kunnen opvragen van ondernemingen in de waardeketen met een gemiddeld aantal van ten hoogste duizend werknemers, die niet onder de rapportageverplichting vallen. Ook deze richtlijn heeft gevolgen voor de aanhangige implementatievoorstellen. Zoals het kabinet heeft laten weten in een brief van 3 december 20257 neemt het kabinet de implementatie van de wijzigingen mee in het implementatietraject voor de CSRD-richtlijn. Het kabinet heeft de nota van wijziging bij het wetsvoorstel begin april voor advies naar de Raad van State gestuurd, die op 3 juni heeft geadviseerd. Het kabinet beraadt zich momenteel over de verwerking ervan. Zodra het nader rapport gereed is, zal de nota van wijziging naar de Tweede Kamer en een aangepaste versie van het ontwerpimplementatiebesluit naar beide Kamers worden gestuurd. Dan zullen ook de vragen van de Eerste Kamer uit oktober 2025 worden beantwoord, zodat daarin de laatste stand van zaken kan worden meegenomen.

4. RICHTLIJN (EU) 2022/2555 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn)

Uiterste implementatiedatum: 17 oktober 2024

Deze richtlijn wordt geïmplementeerd in de Cyberbeveiligingswet. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel voor de Cyberbeveiligingswet op 7 juli jl. aangenomen. De wet zal op 15 augustus 2026 in werking treden.

5. RICHTLIJN (EU) 2022/2557 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (CER-richtlijn) Uiterste implementatiedatum: 17 oktober 2024

Deze richtlijn wordt geïmplementeerd in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten op 7 juli jl. aangenomen. De wet zal op 15 augustus 2026 in werking treden.

6. RICHTLIJN (EU) 2023/1544 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 12 juli 2023 tot vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures

Uiterste implementatiedatum: 18 februari 2026

Het wetsvoorstel ter uitvoering van de e-Evidence verordening en de e-Evidence richtlijn (de Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal) is in behandeling bij de Tweede Kamer. De nota naar aanleiding van het verslag van de Tweede Kamer is op 26 mei bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is aangemeld voor plenaire behandeling.

7. RICHTLIJN (EU) 2024/1203 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG

Uiterste implementatiedatum: 21 mei 2026

Ter implementatie van de richtlijn dient een beperkt aantal aanscherpingen van de Nederlandse strafwetgeving plaats te vinden. Deze aanscherpingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (36876). Dit wetsvoorstel is op 30 december 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Op 13 februari 2026 heeft de Kamer verslag uitgebracht. Het verslag is op 20 mei 2026 beantwoord. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel geagendeerd voor een wetgevingsoverleg op 12 oktober 2026.8

Nadat het wetsvoorstel is aanvaard door de Tweede Kamer zal de in de memorie van toelichting aangekondigde amvb tot wijziging van het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht, dat strekt ter implementatie van een verplichting tot het vestigen van rechtsmacht uit de richtlijn, aan de Afdeling advisering van de Raad van State worden gezonden ten behoeve van een adviesaanvraag. Voor het overige is de richtlijn reeds geïmplementeerd door middel van bestaand recht.

8. RICHTLIJN (EU) 2024/1069 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”)

Uiterste implementatiedatum: 7 mei 2026

De richtlijn is grotendeels geïmplementeerd door bestaand recht. Alleen de in de richtlijn opgenomen maatregel van zekerheidstelling voor de proceskosten en schadevergoeding moest nog worden geïmplementeerd. Tevens is bij amendement nog een expliciete bepaling opgenomen over de kostenveroordeling. De nieuwe bepalingen zijn op 14 juli jl. in werking getreden.9

9. RICHTLIJN (EU) 2023/2843 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 december 2023 tot wijziging van Richtlijnen 2011/99/EU en 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2003/8/EG van de Raad en de Kaderbesluiten 2002/584/JBZ, 2003/577/JBZ, 2005/214/JBZ, 2006/783/JBZ, 2008/909/JBZ, 2008/947/JBZ, 2009/829/JBZ en 2009/948/JBZ van de Raad, wat betreft de digitalisering van de justitiële samenwerking

Uiterste implementatiedatum: 27 december 2025

De implementatietermijn voor deze richtlijn is nog niet verlopen. Er is dan ook geen sprake van niet-tijdige implementatie, of een implementatieachterstand. Deze richtlijn staat op deze lijst vanwege een interne administratieve fout ten aanzien van de registratie van de implementatiedeadline, die nu is opgelost.

KGG

1. Richtlijn (EU) 2023/2413[A] van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad

Uiterste implementatiedatum: 1 juli 2024

Richtlijn (EU) 2023/2413 betreft een omvangrijke wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001 (Renewable Energy Directive/RED), waarbij verschillende implementatietermijnen gelden. Voor een aantal van de zogenaamde “versnellingsartikelen” die er voor moeten zorgen dat projecten voor hernieuwbare energie sneller uitgerold kunnen worden, geldt een uiterste implementatiedatum van 1 juli 2024. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 7 juni 2024 (Kamerstukken II 31239, nr. 396).

Deze artikelen zijn deels reeds omgezet in bestaande wet- en regelgeving en betreffen deels feitelijk handelen waarvoor geen implementatie in wet- en regelgeving noodzakelijk is. Voor de aanpassing van de vergunningsprocedure geldt dat de Nederlandse systematiek (voor een groot deel) voldoet aan de gestelde eisen. Daar waar nodig worden deze artikelen geïmplementeerd in de Omgevingswet, de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en de Wet Windenergie op Zee en de Algemene wet bestuursrecht. Het wetsvoorstel is op 22 december 2025 bij de Tweede Kamer ingediend en op 16 juni 2026 door de Tweede Kamer aangenomen.10 Het wetsvoorstel is inmiddels in behandeling bij de Eerste Kamer.11

2. RICHTLIJN (EU) 2023/2413[B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad

Uiterste implementatiedatum: 21 mei 2025

Ook de artikelen van richtlijn (EU) 2023/2413 met een uiterste implementatiedatum van 21 mei 2025 zijn deels reeds omgezet in bestaande wet- en regelgeving en betreffen deels feitelijk handelen waarvoor geen implementatie in wet- en regelgeving noodzakelijk is. De resterende implementatie op wetsniveau die noodzakelijk is in verband met de implementatie wordt meegenomen in het wetsvoorstel Implementatiewet herziene gasrichtlijn en uitvoering herziene gasverordening, dat tot eind februari voor lag voor een uitvoerings- en handhavingstoets. Het wetvoorstel is op 15 juli 2026 ter advisering voorgelegd aan de Raad van State.

3. RICHTLIJN (EU) 2024/1711 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 tot wijziging van de Richtlijnen (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 inzake het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie
Uiterste implementatiedatum: 17 januari 2025

Richtlijn (EU) 2024/1711 vormt met twee verordeningen het in juni 2024 vastgestelde Europese Electricity Market Design pakket (EMD-pakket). Het EMD-pakket is gericht op verdere hervorming van de Europese elektriciteitsmarkt.

De uiterste datum voor implementatie is voor de meeste bepalingen uit de richtlijn gesteld op 17 januari 2025. Voor artikel 2, punten 2) en 3), de bepalingen met betrekking tot het recht op energiedelen en de vrije keuze van leverancier daarbij, is de uiterste datum voor implementatie gesteld op 1 juli 2026.

Implementatie van het EMD-pakket vindt voornamelijk plaats in de Energiewet (Stb 2025, 12) en daarnaast, in verband met implementatie van energiedelen, de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet op de accijns.

Het wetsvoorstel ter implementatie is op 7 juli 2026 ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2025/26, 36990, nr. 1, 2 en 3).

4. RICHTLIJN (EU) 2023/1791 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking)

Uiterste implementatiedatum: 11 oktober 2025

Richtlijn (EU) 2023/1791 betreft een herschikking van Richtlijn 2012/27/EU, waarbij verschillende implementatietermijnen gelden.

De verplichting op grond van artikel 12 van de richtlijn voor datacentra om gegevens over hun energieprestaties te verzamelen en jaarlijks openbaar te maken is reeds in april 2025 omgezet in nationale regelgeving met de wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Omgevingsbesluit. De artikelen 13 tot en met 21 van de richtlijn zijn reeds omgezet in nationale wet- en regelgeving.

Daar waar nodig worden de overige artikelen van de richtlijn geïmplementeerd met wijzigingen van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie en enkele andere wetten. Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn is op 10 december 2025 voor behandeling ingediend bij de Tweede Kamer en op 30 juni 2026 door de Tweede Kamer aangenomen.12 Het wetsvoorstel is inmiddels in behandeling bij de Eerste Kamer.

SZW

1. RICHTLIJN (EU) 2023/2668 [A] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2009/148/EG betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk

Uiterste implementatiedatum: 21 december 2025

De richtlijn 2023/2668 wijzigt richtlijn 2009/148 met betrekking tot de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk. Helaas heeft Nederland deze richtlijn niet voor de implementatiedatum van 21 december 2025 kunnen omzetten.

Dit komt doordat de omzetting naar nationale regelgeving een omvangrijk en complex traject is, waarbij het bestaande asbeststelsel ingrijpend moet worden aangepast. Er zijn veel partijen die tijdens het werk met asbest in aanraking kunnen komen waarvoor de situaties onderling enorm kunnen verschillen. Dit vergt een zorgvuldige afstemming met stakeholders. Daarnaast zijn er ook verschillende departementen betrokken bij de implementatie waardoor er interdepartementale afstemming vereist is. Bovendien kent de implementatie diverse uitvoeringsaspecten, waaronder aanpassing van ICT-systemen.

De Tweede Kamer is op 28 mei 2025 op de hoogte gebracht dat de implementatiedatum niet gehaald ging worden (Kamerstuk 25883, nr. 527). Ook de Commissie is hierover geïnformeerd.

Zoals in bovengenoemde brief is aangegeven heeft Nederland al strenge asbestregelgeving die in lijn ligt met het beschermingsniveau dat de Richtlijn vereist. Nederland voldoet bijvoorbeeld al aan de verlaagde grenswaarde. In een publicatie in de Staatscourant is opgenomen welke artikelen van de Richtlijn al volledig geïmplementeerd zijn in de nationale regelgeving. Deze publicatie is inmiddels aan de Commissie gezonden voor een gedeeltelijke notificatie.

De richtlijn wordt omgezet door wijzigingen in de Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit, de Arbeidsomstandighedenregeling, het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Het streven is de aangepaste regelgeving begin 2027 in werking te laten treden. Of dit haalbaar is, hangt er onder andere vanaf hoe vlot het regelgevingstraject van de lagere regelgeving verloopt en wanneer de benodigde ICT gereed is. Daarbij is het nodig om te voorzien in een overgangstermijn van om bedrijven in staat te stellen om aan onder meer vergunnings- en opleidingseisen te kunnen voldoen. De lagere regelgeving wordt naar verwachting kort na de zomer aan de Raad van State gestuurd voor advies.

Het wetsvoorstel dat regelt dat bedrijven die asbest verwijderen een vergunning moeten hebben, is inmiddels in behandeling bij de Eerste Kamer.

2. RICHTLIJN (EU) 2023/970 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen

Uiterste implementatiedatum: 7 juni 2026

Op 15 september 2025 is uw Kamer geïnformeerd over het niet halen van het voorziene tijdpad voor tijdige implementatie van Richtlijn (EU) 2023/970. Daarbij is aangegeven dat één van de belangrijkste redenen daarvoor is dat meer tijd nodig is om de nationale regelgeving en de uitvoering ervan zo vorm te geven dat werkgevers de verplichtingen effectief en met zo beperkt mogelijke administratieve lasten kunnen uitvoeren. Op 21 mei jl. is het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen verzonden naar uw Kamer. Op 24 juni heeft uw Kamer inbreng voor het verslag geleverd. Het streven is de nota naar aanleiding van het verslag zo spoedig mogelijk met uw Kamer te delen. De streefdatum voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2027. Of dit haalbaar is, is onder meer afhankelijk van het moment waarop de plenaire behandeling van het wetsvoorstel in uw Kamer kan plaatsvinden en het verdere parlementaire proces.


Richtlijnen die in het volgende kwartaal moeten worden geïmplementeerd om overschrijding te voorkomen

BZ

RICHTLIJN (EU) 2025/794 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 april 2025 tot wijziging van de Richtlijnen (EU) 2022/2464 en (EU) 2024/1760 wat betreft de datums waarop lidstaten bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportering en passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven moeten toepassen

EZK

RICHTLIJN (EU) 2024/825 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 28 februari 2024

tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken

FIN

RICHTLIJN (EU) 2025/794 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 april 2025 tot wijziging van de Richtlijnen (EU) 2022/2464 en (EU) 2024/1760 wat betreft de datums waarop lidstaten bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportering en passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven moeten toepassen

IenW

RICHTLIJN (EU) 2024/1785 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) en Richtlijn 1999/31/EG van de Raad betreffende het storten van afvalstoffen

JenV

GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/2062 VAN DE COMMISSIE van 14 oktober 2025 tot wijziging van de bijlage bij Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad in verband met het opnemen van nieuwe psychoactieve stoffen in de definitie van “drug”

RICHTLIJN (EU) 2024/1799 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828

RICHTLIJN (EU) 2024/1712 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan

KGG

RICHTLIJN (EU) 2024/1788 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG

Ingebrekestellingen wegens te late implementatie

Ingebrekestellingen wegens te late implementatie

In het tweede kwartaal van 2026 zijn er twee ingebrekestellingen wegens te late implementatie van richtlijnen van de Europese Commissie ontvangen:

  • Van EZ, zaak 2026/0257, mbt RL 2024/0825 (groene transitie)

  • Van FIN, zaak 2026/0258, mbt RL 2024/0927 (alternatieve beleggingsfondsen)

De Europese Commissie heeft in het tweede kwartaal van 2026 twee zaken wegens te late implementatie geseponeerd:

  • Van IenW, zaak 2025/0080, mbt RL 2023/0946 (stabiliteitsvereisten)

  • Van OCW, zaak 2025/0079, mbt RL 2022/2381 (genderevenwicht)

De minister van Buitenlandse Zaken,

T.B.W. Berendsen


  1. Kamerstukken II 2025/26, 28 481, nr. 25.↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/26, 28 481, nr. 25.↩︎

  3. De implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2749 vereist een wijziging van de volgende besluiten en regelingen: het Warenwetbesluit machines, het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm, het Besluit elektromagnetische compatibiliteit, het Warenwetbesluit liften 2016, het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016, het Warenwetbesluit elektrisch materiaal, het Besluit radioapparaten 2016, het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 en bijbehorende regelingen en de Regeling geluidemissie buitenmaterieel en de Regeling vervoerbare drukapparatuur 2011.↩︎

  4. Ook gezamenlijk met de uitvoering van de gewijzigde verordeningen.↩︎

  5. Het Europees ‘Listing Act’ wetgevingspakket bestaat tevens uit Richtlijn (EU) 2024/2810 inzake aandelen met meervoudig stemrecht. De richtlijn meervoudig stemrecht (implementatietermijn van 5 december 2026) zal via een separaat wetsvoorstel worden geïmplementeerd.↩︎

  6. Het Europees ‘Listing Act’ wetgevingspakket wijzigt onder meer Richtlijn (EU) 2014/65 betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID II) en drie verordeningen, te weten Verordening (EU) 2017/1129 (prospectusverordening), Verordening (EU) 596/2014 (verordening marktmisbruik) en Verordening (EU) Nr. 600/2014 (verordening markten voor financiële instrumenten, MiFIR II).↩︎

  7. Kamerstukken II 2025/26, 36678, nr. 10.↩︎

  8. Zie de convocatie van 27 mei 2026: Convocatie wetgevingsoverleg Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (36876) op 12 oktober 2026.pdf.↩︎

  9. Staatsblad 2026, 185 en 197.↩︎

  10. Kamerstukken II 2025/26, 36872, nr. 2 en 3.↩︎

  11. Kamerstukken II 2025/26, 36872, nr. 2 en 3.↩︎

  12. Kamerstukken II, 2025/26, 36868, nr. 1, 2 en 3; https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/36868.↩︎