Verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-02-3464)
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D39714, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-09-03 15:11, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (PVV)
- Mede ondertekenaar: L.B. Blom, griffier
- Beslisnota bij Verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-02-3464)
- Aanbiedingsbrief
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 02-3467 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken .
Onderdeel van zaak 2026Z17399:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-03 11:30 ⇒ Voor kennisgeving aangenomen. (Besluit)
- 2026-09-03 11:30: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-09-08 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
21501-02 Raad Algemene Zaken
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld d.d. …
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 19 augustus 2026 inzake de geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3464) en de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juli 2026 inzake het Verslag van de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3460).
Bij brief van ... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda ter voorbereiding op de informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september 2026. Naar aanleiding van deze agenda, en naar aanleiding van het verslag van de Raad Algemene Zaken van 14 juli jl. hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie zien in het bereiken van een akkoord over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) een belangrijke maar ook lastige opgave. Voor deze leden blijft hierbij de kwaliteit van het akkoord belangrijker dan snelheid. Tegelijkertijd constateren zij dat belangrijke politieke beslispunten nog openstaan, waaronder de omvang van het MFK, nieuwe eigen middelen en de prioritering binnen de begroting. In hoeverre verwacht de minister dat de nieuwe onderhandelingsbox (nego box)de Nederlandse inzet op het MFK beter zal vertegenwoordigen? Welke Nederlandse prioriteiten moeten volgens de minister in de nieuwe Ierse nego box worden veiliggesteld?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet verwacht dat het Ierse voorzitterschap dit najaar met een nieuwe onderhandelingsbox zal komen. De nieuwe onderhandelingsbox zal wat het kabinet betreft een substantiële stap moeten zetten richting een betaalbaar en evenwichtig MFK om als basis voor verdere onderhandelingen te kunnen dienen. Het kabinet zal daarom, samen met gelijkgezinde lidstaten, het voorzitterschap oproepen een realistische onderhandelingsbox voor te leggen waarin de noodzakelijke budgettaire keuzes worden gemaakt, zonder afbreuk te doen aan de modernisering van de begroting en met voldoende ruimte voor de gezamenlijke Europese prioriteiten.
De leden van de VVD-fractie vragen of de minister kan bevestigen dat Nederland blijft inzetten op het tegengaan van een verhoogde afdracht voor Nederland en het behoud van de kortingen voor Nederland. Is het kabinet ook bereid zich aan te sluiten bij de opstelling van Duitsland, dat zich verzet tegen de voorgestelde uitbreiding van het aantal Europese Unie (EU)-ambtenaren met 2.500 fte?
Antwoord van het kabinet
In de Kamerbrief1 van 22 mei jl. heeft het kabinet onderstreept dat de voorgestelde vereenvoudiging van het MFK zich ook moet vertalen in besparingen op de kosten van het ambtelijke apparaat van de EU-instellingen. Het kabinet heeft zich daarom kritisch opgesteld tegenover de door de Commissie voorgestelde administratieve uitgaven in het volgende MFK en steunt de Duitse inzet op dit punt. Het kabinet trekt samen met Duitsland en andere gelijkgezinde lidstaten op om het volgende MFK financieel houdbaar en toekomstbestendig te maken. In de gezamenlijke verklaring van 27 augustus jl. wordt onder andere opgeroepen de hoogte van het MFK te verlagen, een eerlijke correctie op de afdrachten te behouden en het EU-ambtenaren apparaat niet verder uit te breiden. 2
Kan het kabinet bevestigen dat ook met de huidige pogingen tot aanpassingen in de voorgestelde Corporate Resource for Europe (een EU-heffing van 0,1% op de omzet van grote bedrijven) Nederland zich hiertegen zal blijven verzetten vanwege het belang van een sterk EU-vestigingsklimaat en concurrentievermogen?
Antwoord van het kabinet
Zoals verwoord in de Kamerbrief3 van 22 mei jl. wijst het kabinet de Corporate Resource for Europe (CORE) als nieuw eigen middel af. Het kabinet ziet geen aanleiding deze inzet te wijzigen.
De leden van de VVD-fractie vragen of het juist is dat Nederland het enige land was dat de voorgestelde koppeling van EU-uitgaven aan hervormingen die de Commissie per land adviseert tijdens onderhandelingen expliciet steunde. Hoe voorkomt het kabinet dat conditionaliteit in de toekomst kan betekenen dat landen die zich aan alle financiële kaders houden en een gezonde economie hebben, zoals Nederland, alsnog gedwongen kunnen worden om door de Europese Commissie gewenste hervormingen door te voeren, zoals in Nederland het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek, als zij in aanmerking willen komen voor Europese middelen? Is het kabinet het eens dat dit niet aan de orde mag zijn?
Antwoord van het kabinet
Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, zijn voorstander van een koppeling tussen EU-uitgaven en hervormingen. Het kabinet hecht waarde aan deze conditionaliteiten, omdat dit de toegevoegde waarde van Europese middelen kan vergroten. Tegelijkertijd vindt het kabinet dat met het oog op proportionaliteit rekening moet worden gehouden met de verhouding tussen de omvang van de te ontvangen middelen en de verplichting tot het adresseren van de landspecifieke aanbevelingen. Daarbij maakt het kabinet onderscheid tussen de landspecifieke aanbevelingen in het Europees Semester en concrete hervormingen waaraan lidstaten zich in het kader van EU-financiering verbinden. Landspecifieke aanbevelingen zijn op zichzelf niet bindend en laten ruimte aan lidstaten voor de wijze waarop onderliggende beleidsuitdagingen worden geadresseerd.
De leden van de VVD-fractie constateren dat de voorzitter van de Europese Raad, Costa, een rondgang maakt langs Europese lidstaten over het belang van een afspraak over het MFK. Wanneer is hij in Nederland geweest, met welke bewindspersonen heeft hij gesproken en hoe is het gesprek verlopen?
Antwoord van het kabinet
Het bezoek van de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, aan Nederland heeft nog niet plaatsgevonden. Het bezoek van de voorzitter van de Europese Raad aan de minister-president staat gepland voor komend najaar.
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de voortgang van Montenegro en Albanië binnen het toetredingsproces, maar benadrukken nogmaals dat wat hen betreft het sluiten van hoofdstukken gepaard moet gaan met daadwerkelijke implementatie, voldoende administratieve capaciteit en effectieve handhaving, ook nadat een kandidaat-lidstaat daadwerkelijk lid is geworden. Kan de minister aangeven hoe Nederland erop toe zal zien dat niet alleen Montenegro, maar ook andere kandidaat-lidstaten na het sluiten van hoofdstukken hervormingen daadwerkelijk uitvoeren en dat terugval consequenties heeft voor het verdere toetredingsproces?
Antwoord van het kabinet
Bij de beoordeling of een onderhandelingshoofdstuk onder voorbehoud kan worden gesloten, wordt onder andere gekeken of een kandidaat-lidstaat adequate administratieve en personele capaciteit heeft, en plannen om deze verder te versterken. Bovendien kan naast de beoordeling van de technische vereisten ook de bredere
weging van de rechtsstaatsituatie worden meegenomen in besluitvorming. Ook na het onder voorbehoud sluiten van een hoofdstuk blijft de Commissie de voortgang van kandidaat-lidstaten op alle hoofdstukken in het toetredingsproces monitoren en rapporteert hierover periodiek richting de Raad. In geval van terugval op relevante vereisten kan een hoofdstuk opnieuw geopend worden. Bij ernstige terugval op de rechtsstaat kan het toetredingsproces stil komen te staan. Daarnaast zet het kabinet zich met een kopgroep van EU-lidstaten in voor aanvullende waarborgen in een nieuwe generatie toetredingsverdragen ter bescherming van de waarden van de EU. Hierover is uw Kamer geïnformeerd in een brief van 9 juni jl.4.
Deze leden achten daarnaast de rechtsstaat, corruptiebestrijding en de bestrijding van georganiseerde misdaad van blijvend belang. De Nederlandse terughoudendheid ten aanzien van verdere opening van hoofdstukken met Servië, zolang bredere rechtsstatelijke hervormingen onvoldoende zijn opgevolgd, ondersteunen zij. In hoeverre verwacht de minister dat Servië op korte termijn de benodigde hervormingen doorvoert, en kan Nederland een rol spelen in het stimuleren van Servië hierin?
Antwoord van het kabinet
Nederland maakt in de discussie over het openen van Cluster 3
met Servië een bredere beoordeling van de rechtsstaatsituatie en heeft
eerder aangegeven dat verdere uitvoering door Servië van
hervormingsstappen noodzakelijk is. Ook blijft voor het kabinet betere
aansluiting van Servië bij het gemeenschappelijk buitenland- en
veiligheidsbeleid (GBVB) een aandachtpunt. De GBVB-aansluiting blijft
laag met 63%, onder andere door het gebrek aan aansluiting bij
EU-sancties tegen Rusland. De Europese Commissie heeft afgelopen juli
een mondelinge update gegeven van ontwikkelingen, waaronder: (a)
de opvolging door Servië van aanbevelingen van de Venetië Commissie over
justitiewetten die de organisatie en bevoegdheden van de rechtspraak in
Servië aantastten; (b) stappen richting de langverwachte benoeming van
leden van mediatoezichthouder REM; en (c) stappen met betrekking tot
kieswetgeving en de overname van aanbevelingen van ODIHR. De Commissie
signaleert in het rechtsstaatsrapport 2026 ook significante uitdagingen
op het gebied van de rechtsstaat in Servië, zoals druk op de rechtspraak
en media. Het zal de komende periode moeten blijken in hoeverre Servië
verdere opvolging geeft aan toetredingsvereisten op het gebied van de
rechtsstaat. Nederland blijft via het MATRA-programma steun verlenen aan
het maatschappelijk middenveld, en via trainingen voor ambtenaren aan
het versterken van de rechtsstaat en de democratie.
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet verwacht dat het
EU-voorstel over interne EU-hervormingen, dat al in juni 2024 werd
verzocht door de regeringsleiders maar dat door de Europese Commissie
telkens vooruitgeschoven werd, nu toch op 30 september 2026 het licht
gaat zien. Is het juist dat het meer zal gaan om een herziening van de
regels voor nieuwe toetreders dan om daadwerkelijke hervormingen van de
EU zelf? Wat zijn de verwachtingen van het kabinet over de inhoud van
het voorstel en hoe is Nederland betrokken geweest bij de totstandkoming
ervan?
Antwoord van het kabinet
De publicatie van de beleidsevaluaties staat inderdaad
gepland voor 30 september 2026 en het kabinet verwacht dat het pakket
dan ook verschijnt. Het is de verwachting dat de evaluaties de gevolgen
van EU-uitbreiding in kaart zullen brengen en beschrijven hoe de EU in
de toekomst slagvaardig kan blijven opereren. De Europese Raad
concludeerde in juni 2024 dat deze analyse zal moeten worden uitgevoerd
langs vier pijlers: EU waarden, beleid, begroting en bestuur. Nederland
heeft ingebracht dat het handelingsvermogen van de EU centraal moet
staan.5 Het kabinet heeft bij de
Commissie telkens aangedrongen op snelle publicatie van de
beleidsevaluaties, zodat hierover verdere discussie kan plaatsvinden in
EU-verband.
Kan de minister, indien dit voorstel inderdaad op 30 september
2026 gepubliceerd wordt, per ommegaande een kabinetsreactie aan de Kamer
doen toekomen, zodat deze ruim op tijd voor het plenaire debat over de
Europese Raad van 15 oktober beschikbaar is? Kan het kabinet de Kamer
tijdig op de hoogte houden van belangrijke beslismomenten rondom het
openen en sluiten van onderhandelingsclusters en -hoofdstukken?
Antwoord van het kabinet
Zodra het voorstel van de Europese Commissie over interne EU-hervormingen is gepubliceerd, zal het kabinet uw Kamer hierover informeren volgens de staande informatieafspraken en -termijnen. Het kabinet blijft uw Kamer tijdig informeren over stappen in het toetredingsproces met kandidaat-lidstaten op de gebruikelijke wijze.
De leden van de VVD-fractie vragen wat het standpunt is van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en ook dat van het ministerie van Financiën over het financieel pakket dat de Europese Commissie recent publiceerde voor een eventuele toetreding van Montenegro. Kan de Kamer van de ministers gezamenlijk een appreciatie ontvangen?
Antwoord van het kabinet
De kabinetsappreciatie van de Commissiemededeling over een financieel pakket voor de toetredingsonderhandelingen met Montenegro zal conform de gebruikelijke informatie-afspraken met uw Kamer worden gedeeld via een BNC-fiche.
In het voorstel voor een financieel pakket wordt gesteld dat het de bedoeling is dat Montenegro vanaf zijn toetreding volledig deelneemt aan de acties en programma’s van de Unie. Hoewel er in het kader van de bestaande acties en programma’s geen specifieke financiële toewijzingen per land zijn, zal een algemene verhoging van de kredieten voor EU-programma’s volgens de Commissie nodig zijn om ervoor te zorgen dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de voor de EU-27 geplande financiering. Op basis van dezelfde methode als de methode die werd gebruikt om de verhoging van de beschikbare middelen voor intern beleid bij eerdere uitbreidingen te bepalen, zal volgens de Commissie aanvullende jaarlijkse financiering nodig zijn voor de toetreding van Montenegro. Hoe ziet het kabinet dit en waar zou die aanvullende financiering dan vandaan moeten komen?
Antwoord van het kabinet
Gezien de onderhandelingen over het MFK 2028-2034 nog lopen, is voor het kabinet van belang dat met de discussie over dit financiële pakket niet vooruitgelopen wordt op de uitkomst van de MFK-onderhandelingen. Uw Kamer ontvangt conform de gebruikelijke informatie-afspraken een BNC-fiche met een nadere appreciatie van de onderdelen uit het pakket waar het kabinet kritisch over is of een nadere onderbouwing nog ontbreekt.
Ten aanzien van het Europees Schild voor de Democratie (EDS) juichen de leden van de VVD-fractie toe dat het kabinet stevig wil bijdragen aan oplossingen voor de toenemende onveiligheid van de hoeders van onze democratie. Is het kabinet bereid bij deze discussie in de EU in te brengen dat het hier naast politici ook gaat om rechters, journalisten en hulpverleners die in toenemende mate te maken krijgen met geweld en intimidatie? Is het kabinet bereid bij deze discussie ook te betrekken wat naast bewustwording concreet gedaan kan worden in aanpassing van EU-regelgeving om online haat en intimidatie tegen te gaan?
Antwoord van het kabinet
In het European Centre of Democratic Resilience (ECDR) is reeds bepleit dat het van fundamenteel belang is om vitale instituties, processen en personen in onze democratische samenleving te beschermen. Daarbij is uiteengezet dat het niet alleen om bedreigingen, haat en intimidatie gaat van politici en ambtsdragers, maar het ook om de genoemde beroepsgroepen gaat. Vlak voor het zomerreces is met de Commissie en in de ECDR afgesproken dat begin volgend jaar een project zal starten over safety in democratic life waarin deze brede inzet zichtbaar zal zijn. Naast een aanbeveling van de Commissie over internationale normen, zet het kabinet zich ook in voor de totstandkoming van samenwerkingsafspraken en concrete instrumenten om bedreigingen, online haat en intimidatie tegen te gaan. Daarnaast lopen nog andere trajecten om geweld en intimidatie tegen de genoemde beroepsgroepen tegen te gaan. Zo is het kabinet voorstander van de Strategic Lawsuits Against Public Participation (SLAPPs-)richtlijn, die zich richt op het tegengaan van strategische rechtszaken tegen publieke participatie.
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet kan aangeven hoe het de Kamer structureel wil informeren over de uitvoering van het Europees Schild voor de Democratie en de werkzaamheden van het European Centre for Democratic Resilience, waaronder relevante ontwikkelingen rond buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FsIMI), lessen uit verkiezingsstresstests, de voortgang van aangekondigde EDS-maatregelen en nieuwe Europese richtsnoeren of uitvoeringsafspraken.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zal de Kamer over de ontwikkelingen en acties onder het Democracy Shield en het European Centre of Democratic Resilience (ECDR) informeren via reguliere brieven inzake weerbare democratische rechtsstaat, FIMI-detectie en verkiezingen. Ook zullen de ontwikkelingen rondom het Democracy Shield en de ECDR in de kwartaalrapportage over de lopende EU-wetgevingsonderhandelingen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden opgenomen. Daarnaast wordt uw Kamer op gebruikelijke wijze via de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken geïnformeerd.
Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Kamerstuk 22 112 nr. 4357↩︎
Statement of Denmark, Germany, the Netherlands, Austria, Finland, and Sweden on the Multiannual Financial Framework 2028-2034↩︎
Kamerstuk 22 112 Nr. 4357↩︎
Kamerstuk 23 987, nr. 412.↩︎
Zie bijvoorbeeld Kamerstuk 21 501-02 nr. 3226.↩︎