[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Mathlouti over de bosbranden in Frankrijk, Spanje en Italië de vraag om hulp

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D39764, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-08-28 17:07, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z16478:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2825

2026Z16478

Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 28 augustus 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2677

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving dat Frankrijk de Europese Unie om hulp heeft gevraagd bij de bestrijding van de natuurbranden en dat ook Spanje en delen van Italië te maken hebben met ernstige natuurbranden?

Antwoord op vraag 1

Ja.

Vraag 2

Hebben Frankrijk, Spanje of Italië inmiddels een verzoek om internationale of Europese bijstand gedaan? Zo ja, welke verzoeken zijn gedaan en welke rol speelt Nederland daarin?

Antwoord op vraag 2

Frankrijk en Spanje hebben een beroep gedaan op het Uniemechanisme voor Civiele Bescherming (Union Civil Protection Mechanism; UCPM). Frankrijk activeerde het mechanisme op 23 juli 2026 en verzocht om ondersteuning vanuit de lucht bij de bestrijding van natuurbranden. Spanje activeerde het mechanisme op 24 juli 2026 en verzocht om ondersteuning op de grond en vanuit de lucht. Italië had ten tijde van de berichtgeving nog geen beroep gedaan op UCPM.

Het Nationaal Crisiscentrum (NCC), onderdeel van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid, fungeert als Single-Point-of-Contact voor het Europese Emergency Response Coordination Centre (ERCC). Via het ERCC ontvangt het NCC alle bijstandsaanvragen die voortkomen uit het UCPM en coördineert de beoordeling daarvan met de betrokken Nederlandse partners. Naar aanleiding van de verzoeken van Frankrijk en Spanje heeft Nederland geen aanvullende capaciteit aangeboden. Vanwege het verhoogde natuurbrandrisico in Nederland moest voldoende specialistische capaciteit beschikbaar blijven voor de nationale paraatheid.

Vraag 3

Is Nederland bereid om, indien daarom wordt verzocht, bij te dragen aan de bestrijding van de natuurbranden in Frankrijk, Spanje of Italië? Zo ja, welke inzet kan Nederland daarbij leveren?

Antwoord op vraag 3

Ja, Nederland is bereid vanuit Europese solidariteit via het UCPM, bij te dragen aan de bestrijding van natuurbranden in het buitenland, wanneer de omstandigheden dat toelaten. Ieder verzoek wordt beoordeeld naar welke capaciteit wordt gevraagd, of het beschikbare personeel en materieel geschikt en veilig inzetbaar zijn, wat de gevolgen zijn voor de Nederlandse paraatheid en hoelang de inzet naar verwachting zal duren.

Verder zijn Italië, Frankrijk of Spanje betrokken als host-country bij het Europese pre-positioning programme. Tijdens dit programma hebben brandweerdiensten uit andere Europese lidstaten de mogelijkheid hun personeel ervaring op te laten doen in respectievelijk Italië, Frankrijk of Spanje ten behoeve van de natuurbrandbestrijding.

Los van het eerdergenoemde Spaanse bijstandsverzoek zijn er dit jaar in totaal veertig Nederlandse brandweermensen ingezet in Catalonië in verband met het pre-positioning programme. Tijdens deze internationale trainingsmissie draaide Nederlandse brandweermensen mee met hun Spaanse collega’s. Daarbij ondersteunde zij de lokale natuurbrandbestrijding en deden tegelijkertijd kennis en ervaring op die ook in Nederland kan worden benut.

Vraag 4

Heeft het kabinet hierover inmiddels contact met de betrokken landen of met de Europese Unie? Zo ja, wat is de stand van zaken?

Antwoord op vraag 4

Nederland staat voortdurend via het NCC in nauw contact met het ERCC over de ontwikkeling van natuurbranden, bijstandsverzoeken en de door lidstaten aangeboden capaciteit. Via deze Europese structuur vindt ook de afstemming met de betrokken landen plaats.

Deze verzoeken van Frankrijk en Spanje zijn met de relevante Nederlandse partners beoordeeld. Als bovengenoemd kon Nederland ten aanzien van deze bijstandsverzoeken geen aanvullende capaciteit aanbieden, omdat vanwege het verhoogde natuurbrandrisico voldoende specialistisch personeel en materieel beschikbaar moest blijven voor de nationale paraatheid.

Vraag 5

Beschikt Nederland op dit moment over voldoende capaciteit om, indien nodig, bijstand te verlenen aan andere Europese landen zonder dat dit ten koste gaat van de nationale paraatheid?

Antwoord op vraag 5

Nee, Nederland beschikt niet het hele jaar door over voldoende specialistische capaciteit voor natuurbrandbestrijding om andere Europese landen bijstand te kunnen verlenen. Dit was ook het geval ten tijde van de bijstandsaanvragen uit Spanje en Frankrijk. Vanwege het verhoogde natuurbrandrisico moest voldoende personeel en materieel beschikbaar blijven voor de bestrijding van mogelijke natuurbranden in Nederland. Dit betekent niet dat Nederland in algemene zin over onvoldoende brandweercapaciteit beschikte ten tijde van de bijstandsaanvragen. De beperking betreft specifiek de specialistische capaciteit die nodig was voor de bestrijding van binnenlandse natuurbranden.

Daarnaast zijn de Nederlandse specialistische natuurbrandteams niet volledig ingericht volgens de richtlijnen die gelden voor bestrijdingsmodules binnen het UCPM. Hierdoor sluiten de samenstelling, werkwijze en uitrusting van deze teams nog niet optimaal aan op die van andere Europese landen. Dit beperkt de snelheid en effectiviteit waarmee Nederland dergelijke teams internationaal kan aanbieden en inzetten. De landelijk en internationaal inzetbare specialistische capaciteit en het verbeteren van de aansluiting op de Europese richtlijnen zijn daarom belangrijke aandachtspunten.

Vraag 6

In hoeverre is Nederland, mede gelet op de steeds grotere risico's op natuurbranden in Europa, beter voorbereid op een periode van aanhoudende droogte en natuurbranden dan enkele jaren geleden? Welke maatregelen zijn daarvoor genomen?

Antwoord op vraag 6

Het risico op natuurbranden neemt in Europa toe, ook in Nederland. Door hogere temperaturen en langdurige droogte kunnen natuurbranden vaker ontstaan, zich sneller verspreiden en moeilijker te bestrijden zijn. De recente natuurbranden in onder meer Spanje, Frankrijk en Griekenland onderstrepen deze ontwikkeling, evenals de natuurbranden die dit voorjaar in Nederland hebben plaatsgevonden en recent in Limburg. Het kabinet neemt deze risico’s zeer serieus en zet zich in om de weerbaarheid van Nederland tegen natuurbranden te vergroten. In dit verband verwijs ik naar de brief die de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) afgelopen mei mede namens mij aan de Tweede Kamer heeft gestuurd (Kamerstuk 30.821, nr. 336). Zo wordt er geïnvesteerd in risicobeperkende maatregelen, wordt gewerkt aan de verankering van risicobeheersing in de Omgevingswet en het oprichten van een nationaal centrum voor natuurbrandbeheersing.

Afgelopen jaar is het Landelijk Crisisplan Natuurbranden vastgesteld (Kamerstuk 30.821, nr. 277). Dit plan verduidelijkt de verantwoordelijkheden, samenwerking en opschalingsstructuren bij grootschalige natuurbranden. Er wordt ook gekeken naar de operationele voorbereiding op de bestrijding van grootschalige natuurbranden. Het scenario van meerdere gelijktijdige natuurbranden maakt deel uit van het landelijk risicoprofiel en het landelijk dekkingsplan voor de brandweerzorg waaraan wordt gewerkt. De bestuurlijke besluitvorming over het landelijke dekkingsplan vindt later dit jaar plaats. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de bovenregionale samenwerking, de beschikbaarheid en inzetbaarheid van specialistische teams en het gezamenlijk opleiden, trainen en oefenen.

Zoals uit het antwoord op de vorige vraag blijkt, kent de specialistische capaciteit nog beperkingen wanneer gelijktijdig een verhoogd natuurbrandrisico in Nederland en in het buitenland bestaat. Deze aspecten worden betrokken bij de verdere ontwikkeling van de Nederlandse natuurbrandbestrijding. De inzet is erop gericht Nederland beter in staat te stellen meerdere grootschalige natuurbranden effectief te bestrijden en, wanneer de omstandigheden dat toelaten, bijstand aan andere Europese landen te verlenen.