Antwoord op vragen van het lid Hamstra over het rapport ‘Geldzaken in de praktijk (2026)’ van het Nibud
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39803, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 11:06, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Antwoord op vragen van het lid Hamstra over het rapport ‘Geldzaken in de praktijk (2026)’ van het Nibud
Onderdeel van zaak 2026Z14726:
- Gericht aan: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2829
Antwoord van minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 31 augustus 2026)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek Geldzaken in de praktijk van het Nibud? 1)
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Constaterende dat uit het Nibud-rapport blijkt dat de financiële situatie van jongvolwassenen het meest verslechterd is ten opzichte van 2024, en dat op dit moment 54% van de jongvolwassenen aangeeft moeite te hebben met rondkomen, welke verklaring ziet u hiervoor en welke gerichte maatregelen neemt u om te voorkomen dat jongvolwassenen in de schulden belanden?
Antwoord 2
Het wel of niet kunnen rondkomen van jongvolwassenen is per situatie
anders en kan verschillende oorzaken hebben. Bij jongeren spelen onder
andere hoge kosten aan wonen, energie en boodschappen en het hebben van
onzekere en wisselende inkomsten een rol. Daarbij weten jongeren vaak
niet welke financiële zaken ze precies moeten regelen of waar ze recht
op hebben. Ook zijn er diverse online en offline verleidingen die
jongeren soms moeilijk kunnen weerstaan, zoals gebruik maken van
achteraf betalen. In het boek ‘financiële gezondheid van jongeren
begrijpen en versterken’ van Rosanne Oomkens (Hogeschool Utrecht, juni
2026) zijn veel onderzoeken en inzichten over dit onderwerp
gebundeld.
Ik vind het belangrijk dat jongeren weten wat ze moeten regelen met
betrekking tot hun geldzaken en dat zij goed leren omgaan met geld.
Daarom heeft het kabinet de afgelopen jaren subsidie aan scholen
verstrekt voor het structureel inbedden van financiële educatie binnen
het onderwijs. Via deze subsidie hebben scholen onder andere
leerkrachten kunnen trainen en persoonlijke financiële begeleiding
kunnen bieden aan jongeren met geldzorgen. Daarnaast zijn vele (gratis)
lesmethodes te vinden op Geldlessen.nl en zijn er diverse websites voor
jongeren met geldvragen, zoals Wijzer in geldzaken en Digidingen-desk | Uitleg en tips voor
al je digitale regelzaken.
SZW houdt mediacampagnes voor jongeren om hen bewust te maken van financiële risico’s, zoals achteraf betalen, en hen te attenderen op hulp bij geldzorgen. Ook heeft SZW aan verschillende organisaties subsidie verstrekt om jongeren met geldzorgen te ondersteunen, zoals Geldfit en het opschalen van het Jongeren Perspectieffonds naar meer gemeenten. Later dit jaar ontvangt de Kamer meer informatie over maatregelen voor jongeren, naar aanleiding van moties die hierover zijn ingediend.1
Vraag 3
Constaterende dat uit het Nibud-rapport blijkt dat inmiddels meer dan de helft van de huishoudens ten minste één betalingsprobleem heeft gehad en dat betalingsproblemen zich opstapelen, en dat de financiële problemen vaak al groot zijn voordat huishoudens geholpen kunnen worden door gemeenten of schuldhulp, en dat de moties Hamstra 2) door de Kamer zijn aangenomen en dat deze de regering oproepen te onderzoeken of banken hun klanten en werkgevers hun werknemers kunnen doorverwijzen naar schuldhulpverlening bij signalen van geldzorgen, welke aanvullende maatregelen neemt u om mensen eerder in beeld te krijgen voordat betalingsachterstanden uitgroeien tot problematische schulden?
Antwoord 3
Voorkomen is beter dan genezen. Ik streef naar preventie van problematische schulden en vroege bereikbaarheid van mensen met geldzorgen. In 100 gemeenten worden lokale netwerken rond vindplaatsen ontwikkeld of verstevigd. Doel is om geldzorgen te signaleren en door te verwijzen naar laagdrempelige hulp. De pilot Gezond met geld van SchuldHulpmaatje ondersteunt de doorverwijzing van huisarts naar vrijwillige schuldhulp. Ook wordt in samenwerking met andere departementen gewerkt aan overheidsbrede dienstverlening en een landelijk dekkend netwerk van sociaaljuridische en laagdrempelige financiële dienstverlening.2
Ook richt ik mij op de groeiende groep werkenden met geldzorgen. Via een gerichte werkgeversaanpak streef ik naar vroege bereikbaarheid en passende ondersteuning. Ik creëer bewustzijn bij werkgevers over hun signaleringsrol en bij werknemers over financiële fitheid. Een voorbeeld hiervan is de pilot bij de Rijksschoonmaakorganisatie waarbij werkenden met geldzorgen naar de juiste hulp worden verwezen en het niet-gebruik van regelingen wordt tegengegaan.3
Bij (problematische) schulden waar mensen niet uit eigen kracht uitkomen, moet adequate en snelle hulpverlening beschikbaar zijn. Ik neem maatregelen om mensen met schulden eerder bij de hulpverlening in beeld te brengen. Zo zet ik mij in om vroegsignalering doeltreffender te maken door diverse verbetermaatregelen door te voeren met als doel om het bereik van vroegsignalering te verdubbelen en het aantal onterechte signalen te halveren. Ik verwacht hierover op korte termijn bestuurlijke afspraken te kunnen maken met betrokken partijen, waaronder de VNG, NVVK en vastelastenpartijen.
Ook binnen de basisdienstverlening schuldhulpverlening is er aandacht voor doorverwijzing door een derde, zoals vrijwilligers en hulpverleners naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. We brengen in kaart welke privacy-belemmeringen door potentiële verwijzers worden ervaren en hoe deze kunnen worden opgelost. Dit wordt opgenomen in het actieplan van de basisdienstverlening.4 Ook wordt een landelijke pauzeknop met centraal aanmeldpunt voor de schuldhulpverlening ontwikkeld. Deze moedigt mensen met schulden aan eerder hulp te zoeken. Door het versturen van de kennisgeving worden schuldeisers verzocht om de schulden te pauzeren.
In de komende voortgangsrapportage bij het Nationaal programma Armoede en schulden zal ik ingaan op de aangenomen motie Hamstra c.s. over de mogelijkheden voor banken om klanten door te verwijzen.5
Vraag 4
Constaterende dat uit het rapport van het Nibud blijkt dat inkomenszekerheid ministens zo belangrijk is als de inkomstenhoogte, en dat mensen met weinig grip op hun inkomen in 80% van de gevallen moeite hebben met rondkomen, en dat in het coalitieakkoord staat het streven naar één vaste betaaldag, welke stappen heeft u al genomen om dit te bereiken en welke stappen bent u nog voornemens om te nemen om dit te bereiken? Welke andere maatregelen neemt u om de
voorspelbaarheid en beheersbaarheid van inkomen te bevorderen?
Antwoord 4
Ik heb een onderzoek laten uitvoeren naar de praktische mogelijkheden om betaalmomenten in de inkomensondersteuning samen te voegen tot één betaaldag, met aansluiting op incasso’s van vaste lasten. Dit vergroot de grip op het inkomen voor mensen. Momenteel ben ik in gesprek met relevante ketenpartners om de voor- en nadelen van deze maatregel op een rij te zetten. Kort na het zomerreces ontvangt u de uitkomsten van dit onderzoek, voorzien van een kabinetsreactie waarin ik de vervolgstappen uiteenzet.
Naast een veelheid aan betaalmomenten, kan ook de hoogte van het inkomen voor mensen onvoorspelbaar zijn. Samen met de staatssecretaris van Financiën werk ik aan meer inkomenszekerheid vanuit de inkomensondersteuning. In het zesde spoor van de Voortgangsbrief Routekaart Hervormingsagenda6 ga ik in op hoe we de voorspelbaarheid van het inkomen kunnen vergroten, door het voorkomen en verminderen van negatieve effecten van fouten, nabetalingen en terugvorderingen. Recent heeft ook de staatssecretaris van Financiën in een verkenning uiteengezet hoe het kabinet werkt aan een zeker en actueel toeslagenstelsel.7
Vraag 5
Constaterende dat huishoudens met wisselende inkomens en jongvolwassenen vaak niet weten op welke inkomensondersteuning zij recht hebben en waar zij informatie kunnen vinden over toeslagen, terwijl deze doelgroep juist vaak recht heeft op inkomensondersteuning, en dat de Wet proactieve dienstverlening een stap in de goede richting is om niet-gebruik tegen te gaan, bent u het eens dat verregaandere stappen vereist zijn om toe te werken naar automatisch uitkeren? Welke stappen bent u voornemens om te nemen en op welk termijn?
Antwoord 5
Ik deel het belang van het terugdringen van het niet-gebruik van inkomensondersteuning. De Wet proactieve dienstverlening kan hieraan bijdragen en zal waarschijnlijk ook helpen bij de bestaande mogelijkheden voor ambtshalve toekenning, bijvoorbeeld bij de recent door de Kamer aangenomen wijziging van de Participatiewet om de individuele inkomenstoeslag automatisch toe te kennen (het gewijzigde artikel 36 van de Participatiewet).
Zoals aangegeven in de routekaart voor de hervormingsagenda inkomensondersteuning is het kabinet bereid om op middellange termijn te verkennen waar automatische toekenning mogelijk en wenselijk is en zal hierbij de aanvaarde motie Hamstra over het in kaart brengen wat er precies nodig is voor het automatisch uitkeren van inkomensondersteuning betrekken.8 Het is van belang om hierbij te realiseren dat niet alle uitkeringen en voorzieningen zich lenen voor automatische toekenning, omdat bij uitkeringen ook verplichtingen kunnen horen (zoals de verplichting om te solliciteren en participeren).
Vraag 6
Constaterende dat uit het Nibud-rapport blijkt dat de meeste huishoudens bij geldproblemen hun vaste lasten zo lang mogelijk proberen te betalen en als eerste bezuinigen op voeding, kleding,
hobby’s, sociale activiteiten en zorg, hoe voorkomt u dat huishoudens, in het bijzonder huishoudens met kinderen, niet in staat zijn om deel te nemen aan het sociale leven omdat zij anders hun vaste lasten niet kunnen betalen?
Antwoord 6
Ik onderschrijf het belang dat mensen, ook als zij geldzorgen hebben, kunnen deelnemen aan het sociale leven. Veel gemeenten bieden voor mensen met een laag inkomen via het lokale minimabeleid voorzieningen aan (bijvoorbeeld in de vorm van een stadspas) die bijdragen aan maatschappelijke participatie. Veel gemeenten bieden ook dergelijke ondersteuning, al dan niet in natura, voor kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen. In aanvulling hierop geeft het kabinet als onderdeel van het Nationaal Programma Armoede en Schulden financiële ondersteuning aan het samenwerkingsverband ‘Sam& voor alle kinderen’ die voorzieningen verstrekken waardoor kinderen kunnen meedoen met onder andere schoolactiviteiten, de sportvereniging of muziekles ondanks de financiële situatie van het gezin.
Vraag 7
Constaterende dat uit het Nibud-rapport volgt dat 25% van de huishoudens aankopen via creditcard of achteraf betalen niet betalen wanneer zij in geldproblemen zitten, en dat hierdoor een grote kans bestaat dat schulden ontstaan of verergeren, en met name jongvolwassenen zijn kwetsbaar hiervoor, bent u het eens dat deze doelgroep daartegen beschermd moet worden en op welke wijze is de minister van plan om dit te doen?
Antwoord 7
Koop-nu-betaal-later-diensten en creditcards worden gereguleerd met de implementatiewet herziening richtlijn consumentenkrediet, zoals op 2 april jl. aangeboden aan uw Kamer.9 Onderdeel van het wetsvoorstel is de verplichting om voorafgaand aan elke vorm van kredietovereenkomst de kredietwaardigheid te beoordelen, onder meer door het raadplegen van het Bureau Krediet Registratie (BKR).
Als een aanbieder van krediet problemen signaleert, zal hij op basis van de voorschriften uit de implementatiewet in het geval van financiële problemen bij de consument ook actie moeten ondernemen om verdere problemen te voorkomen, door bijvoorbeeld contact op te nemen met de consument en/of respijtmaatregelen aan te bieden. Zo verplicht de implementatiewet de aanbieder om de consument bij terugbetalingsproblemen door te verwijzen naar schuldadviesdiensten, zoals de gemeentelijke schuldhulpverlening. In de praktijk betekent dit dat de aanbieder contact opneemt met de consument en de consument doorverwijst naar de gemeente waarin de consument woont. Het is daarna aan de consument om al dan niet contact op te nemen met de schuldhulpverlening voor hulp. Daarnaast dient de aanbieder in het geval van achterstallige betaling een redelijke mate van respijt te bieden aan de consument, bijvoorbeeld een met een gehele of gedeeltelijke herfinanciering van de kredietovereenkomst, een wijziging van de bestaande voorwaarden van de kredietovereenkomst of uitstel van betaling voor de volledige of een deel van de aflossing van krediettermijnen gedurende een bepaalde periode.
Vraag 8
Hoewel op papier de koopkracht de afgelopen jaren is verbeterd, constateert het Nibud dat
huishoudens een duidelijke verslechtering ervaren in hun financiële situatie, hoe verklaart u dit
verschil?
Antwoord 8
Het Nibud rapport doet onderzoek naar hoe mensen hun financiële situatie ervaren. Hoe mensen hun financiële situatie ervaren hangt samen met verschillende ontwikkelingen en dus niet alleen of iemands koopkracht op papier is verbeterd of verslechterd. Het Nibud geeft in het rapport zelf aan dat meer mensen zich zorgen maken over hun financiële situatie door maatschappelijke ontwikkelingen en geopolitieke spanningen. Daarnaast is niet enkel de hoogte van het inkomen belangrijk, maar ook de zekerheid en voorspelbaarheid van het inkomen.
1) Nibud, juni 2026, 'Rapport Geldzaken in praktijk 2026' (https://www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapportgeldzaken-
in-de-praktijk-2026/).
2) Kamerstuk 24 515, nr. 838 en Kamerstuk 24 515, nr. 839.
Kamerstukken II, 2025/26, 24.515, nrs. 830 en 834.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 24.515, nr. 818.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 24 515 nr. 818.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 24 515, nr. 838.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 26 448, nr. 904.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 36 708, nr. 106.↩︎
Kamerstukken II, 2025 - 2026, 36800-XV-69↩︎
Kamerstukken II, 2025 - 2026, 36924, nr. 2↩︎