Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het massaal niet doorbetalen van huishoudelijke hulpen bij ziekte
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39822, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 12:10, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het massaal niet doorbetalen van huishoudelijke hulpen bij ziekte
Onderdeel van zaak 2026Z13391:
- Gericht aan: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2831
Antwoord van minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 31 augustus 2026)
Vraag 1:
Bent u bekend met het bericht dat negen op de tien huishoudens hun huishoudelijke hulp niet doorbetalen bij ziekte terwijl dat wel wettelijk verplicht is?1
Antwoord:
Ja.
Vraag 2:
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is dat een grote groep huishoudelijke hulpen inkomsten misloopt doordat werkgevers hun wettelijke verplichtingen niet nakomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Ja. Het betreft hier huishoudelijk werk gefinancierd door en voor particulieren onder de Regeling dienstverlening aan huis (‘de regeling’). De regeling is juist bedoeld ter stimulering van de markt voor persoonlijke dienstverlening en het tegengaan van zwart werken. Het is de bedoeling dat deze werknemers krijgen waar zij recht op hebben.
Vraag 3:
Welke acties heeft het kabinet de afgelopen tien jaar ondernomen om huishoudens en huishoudhulpen te informeren over hun rechten en plichten?
Antwoord:
De regeling is al in 2007 ingevoerd. Destijds is aan de introductie van de regeling veel aandacht besteed door middel van een grote voorlichtingscampagne van het ministerie van SZW en de Belastingdienst. De afgelopen tien jaar heeft het kabinet geen specifieke campagnes gevoerd om huishoudens te informeren over rechten en plichten in het kader van de regeling. Op 9 december 2024 is wel een publiekscampagne van de Future of Work Hub (Universiteit Utrecht/Instituut Gak) gelanceerd. De campagne ‘Help de hulp’ richtte zich op mensen die een huishoudelijke hulp particulier in dienst hebben en hen te wijzen op de rechten en plichten onder de regeling, waaronder het doorbetalen van het loon tijdens ziekte. Daarnaast is op de website van de Rijksoverheid een aparte pagina ingericht over de regeling.2 Hier wordt informatie gegeven over de rechten en plichten, en worden documenten beschikbaar gesteld, zoals een format voor de arbeidsovereenkomst.
Vraag 4:
Vindt u deze voorlichting voldoende? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Ja. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3. Met de informatie op de website van de Rijksoverheid en de informatie afkomstig uit de publiekscampagne van de Future of Work Hub (Universiteit Utrecht/Instituut Gak) uit 2024, meent het kabinet dat de voorlichting over de regeling voldoende is.
Vraag 5:
Op welke wijze wordt momenteel gecontroleerd of particuliere werkgevers zich houden aan de
verplichting om loon door te betalen bij ziekte?
Antwoord:
De overheid heeft geen specifieke rol als het gaat om het controleren of particuliere werkgevers zich houden aan de verplichting het loon door te betalen bij ziekte. De verplichting het loon door te betalen bij ziekte volgt uit artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en betreft een civielrechtelijke verplichting. Voor huishoudelijke hulpen met een arbeidsovereenkomst onder de regeling bedraagt de lengte van de periode van loondoorbetaling bij ziekte maximaal zes weken.
Mocht een werknemer (dus ook een huishoudelijke hulp die werknemer is in dienst van een particulier) het loon bij ziekte niet doorbetaald krijgen, dan is het van belang dat hij hierover in gesprek gaat met zijn werkgever. De werknemer heeft daarbij de mogelijkheid informatie en advies over zijn rechten in te winnen bij bijvoorbeeld het Juridisch Loket, de vakbond of rechtsbijstandsverzekeraar. Komt men er niet uit, dan heeft de werknemer uiteindelijk de mogelijkheid een procedure bij de civiele rechter te starten. Wanneer sprake is van een werkgever/werknemer-relatie in de zin van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag én er is mogelijk sprake van onderbetaling, dan kan de werknemer eveneens een melding doen bij de NLA
Vraag 6:
Hoeveel meldingen, klachten, onderzoeken en handhavingsacties zijn er de afgelopen vijf jaar
geweest met betrekking tot het niet naleven van de Regeling dienstverlening aan huis?
Antwoord:
Er is geen totaaloverzicht van dergelijke informatie van de verschillende rechtshulpverleners, zoals Het Juridisch Loket, de vakbonden en de rechtsbijstandsverzekeraars. De NLA houdt in haar registraties niet specifiek bij of dergelijke informatie betrekking heeft op situaties met werknemers zoals bedoeld in de regeling.
Vraag 7:
Welke mogelijkheden hebben huishoudelijke hulpen om hun recht op loondoorbetaling af te dwingen?
Antwoord:
Huishoudelijke hulpen kunnen voor advies en ondersteuning terecht bij verschillende rechtshulpverleners, zoals Het Juridisch Loket, de vakbond of rechtsbijstandsverzekeraar. Net als andere werknemers hebben huishoudelijke hulpen de mogelijkheid een civielrechtelijke procedure te starten indien de particuliere werkgever zijn wettelijke plichten niet nakomt (zie ook het antwoord op vraag 5).
Samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn afgelopen jaren meerdere stappen gezet om de toegang tot het recht te verbeteren.3 Er wordt gewerkt aan het verbeteren van informatievoorziening, advies en ondersteuning aan rechtszoekenden en laagdrempelige geschilbeslechting via de regelrechter. Deze mogelijkheid staat ook open voor huishoudelijke hulpen die onder de regeling vallen.
Sinds 1 maart 2025 staat onder andere voor een loonvordering een experiment open bij de zogenaamde regelrechter. Dit is experiment met een eenvoudigere, snellere en effectievere rechtsprocedure bij de kantonrechter. Dit is een uitvloeisel van het advies van de Commissie Roemer om een ‘arbeidscommissie’ op te richten. Het experiment is laagdrempelig, omdat mensen de zaak met een eenvoudig formulier kunnen starten in plaats van met een dagvaarding. Ook wordt in alle gevallen een zitting gepland om het geschil te bespreken. Daarnaast wordt tijdens de procedure op verschillende momenten contact gezocht met de partijen om hen te infomeren over de procedure en te benadrukken dat het belangrijk is om op de zitting te verschijnen.
Vraag 8:
Vindt u deze mogelijkheden toegankelijk genoeg voor mensen met een laag inkomen?
Antwoord:
Ja. Het Juridisch Loket geeft gratis juridisch advies aan mensen met een laag inkomen. Het Juridisch Loket is op meerdere manieren te bereiken. Het is ook mogelijk om zonder afspraak langs te gaan in één van de vestigingen en direct advies te krijgen. Voor vertegenwoordiging of verdere hulpverlening kunnen zij de rechtzoekende ook doorverwijzen naar bijvoorbeeld een advocaat, mediator of gemeente. Via de Raad voor Rechtsbijstand kunnen mensen met een laag inkomen ook eventueel een toevoeging krijgen voor een advocaat of mediator. Tegelijkertijd wordt het experiment voor de ‘regelrechter’ de komende tijd geëvalueerd. Daarbij wordt ook meegenomen of dit inderdaad leidt tot meer zaken en welke mensen dit betreft. Op basis van deze evaluatie kan ook worden beoordeeld wat werkt en wat mogelijk verder nog nodig is.
Vraag 9:
Deelt u de mening dat huishoudelijke hulpen door de huidige regeling in een kwetsbare positie verkeren, omdat zij afhankelijk zijn van particuliere werkgevers die vaak niet op de hoogte zijn van hun verplichtingen of deze niet nakomen? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Antwoord:
Nee, het is niet zo dat huishoudelijke hulpen door de regeling in een kwetsbare positie verkeren. De regeling is juist bedoeld om de positie van huishoudelijke hulpen te verbeteren door hen wettelijke rechten te geven en zwart werk tegen te gaan. Onder meer door informatie over de regeling en een arbeidsovereenkomst beschikbaar te stellen via de website van de Rijksoverheid, wordt getracht een eventuele informatieachterstand bij particuliere werkgevers te voorkomen. Als werkgevers de verplichtingen niet nakomen, kunnen huishoudelijke hulpen voor advies en ondersteuning terecht bij verschillende rechtshulpverleners om zo alsnog hun rechten af te dwingen.
Vraag 10:
Welke stappen neemt u om ervoor te zorgen dat huishoudhulpen krijgen waar zij recht op hebben?
Antwoord:
Zoals in het antwoord bij vraag 7 aangegeven werkt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid aan het verbeteren van de toegang tot het recht. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van informatievoorziening, advies en ondersteuning aan rechtszoekenden en laagdrempelige geschilbeslechting via de regelrechter. Dit is gericht op alle kwetsbare werknemers, waaronder huishoudelijke hulpen.
Vraag 11:
Bent u het ermee eens dat de regeling dienstverlening aan huis opnieuw tegen het licht moet worden gehouden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
In het lopende wetstraject4 rondom aanpassing van de regeling in het pgb is de regeling recent opnieuw tegen het licht gehouden. Daarbij is de afweging gemaakt dat de regeling in stand kan blijven voor de private markt5. Er is geen aanleiding daar nu een andere afweging in te maken.
Met dit wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 april 20236. In deze uitspraak oordeelde de rechter dat pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst niet uitgesloten mogen worden van de verplichte werknemersverzekeringen. Het uitsluiten van deze zorgverleners levert namelijk ongeoorloofde indirecte discriminatie van vrouwen op. De argumenten voor de regeling, namelijk het stimuleren van de markt voor persoonlijke dienstverlening en het tegengaan van zwart werk, gaan in geval van publiek gefinancierde dienstverlening, in casu pgb, niet op.
BNR, 29 april 2026, 'Huishoudens betalen massaal hun huishoudhulp niet door bij ziekte, terwijl dat wel moet' (https://www.bnr.nl/nieuws/ondernemen-werk/10599579/huishoudens-betalen-massaal-hunhuishoudhulp- niet-door-bij-ziekte-terwijl-dat-wel-moet).↩︎
Kamerstukken I, 2023/2024, 29 544, 29 279, Kamerbrief 20 oktober 2023: “Voortgang verbeteren toegang tot recht”. ”36 744,↩︎
Kamerstukken I, 2025/2026, 36 744, onder A.↩︎
Zie bijvoorbeeld vanaf p. 9 van de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel; Kamerstukken II, 2025/2026, 36 744, nr. 3.↩︎
Centrale Raad van Beroep 30 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:481.↩︎