Autonome Maatregelen Armenië
Brief regering
Nummer: 2026D39884, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 14:06, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z17465:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- 2026-09-10 13:30: Procedurevergadering Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Op 2 juli jl. publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) een voorstel voor een Verordening die voorziet in tijdelijke maatregelen voor handelsliberalisatie voor Armeense producten tot de interne markt van de Europese Unie (EU).1 Deze zogenoemde Autonome Maatregelen (ATM’s) worden ingesteld voor een periode van twee jaar na inwerkingtreding. Dergelijke ATM’s zijn eerder toegepast voor Moldavië en Oekraïne.2 Gezien de snelheid van de Brusselse besluitvormingsprocessen is ervoor gekozen uw Kamer per brief een appreciatie van het voorstel te doen toekomen in plaats van een BNC‑fiche, zodat uw Kamer tijdig is geïnformeerd.
Het voorstel komt tegemoet aan de wens van de EU om de economische veerkracht van Armenië te versterken in reactie op recente Russische maatregelen richting Armenië, alsmede om de Armeense handelsrelatie met de EU te verdiepen. Rusland heeft in mei en juni 2026 omvangrijke handelsrestricties ingesteld tegen producten uit Armenië, onder meer ten aanzien van de export van cognacbrandewijn, wijn, mineraalwater, fruit en groenten. Daarnaast belemmert Rusland de transit van bepaalde Armeense goederen via Russisch grondgebied. Dit beperkt de Armeense toegang tot traditionele afzetmarkten, verstoort waardeketens en logistieke routes, wat met name kleine en middelgrote ondernemingen en landbouwproducenten treft.
De markttoegang van Armenië tot de EU is momenteel geborgd via het Comprehensive and Enhanced Partnership Agreement (CEPA) dat sinds 2021 in werking is getreden.3 Het voorgestelde pakket bouwt hierop voort en beoogt de toegang van Armeense producten tot de EU‑markt tijdelijk verder te liberaliseren.
Daartoe worden, voor een periode van twee jaar, invoerrechten op een brede lijst van producten opgeschort. Deze toegang is vergelijkbaar met de toegang die Armenië tot 2022 genoot als begunstigde onder het GSP+-stelsel, aangevuld met enkele specifieke landbouwproducten die door Rusland zijn beperkt, met uitsluiting van voor de EU gevoelige producten zoals pluimveevlees, eieren en rundvlees. Daarnaast worden de invoerrechten voor acht geselecteerde landbouwproducten4 op nul gesteld binnen de bestaande EU‑tariefcontingenten en quota, die door de Commissie worden beheerd volgens reeds bestaande regels.
De handelspreferenties zijn onderworpen aan voorwaarden. Producten moeten voldoen aan de relevante oorsprongsregels zoals vastgelegd in de douanewetgeving5 en Armenië moet effectieve administratieve samenwerking met de EU waarborgen, onder meer voor verificatie van oorsprongsbewijzen (incl. gebruik van het REX‑systeem6). Armenië mag geen nieuwe handelsbelemmeringen richting de EU invoeren (zoals nieuwe heffingen of nieuwe kwantitatieve beperkingen) en dient democratische beginselen, rechtsstaat, mensenrechten en non‑proliferatie te blijven respecteren conform artikelen 2 en 9 CEPA. Bij onvoldoende naleving kan de Commissie de preferenties geheel of gedeeltelijk opschorten. Daarnaast is een vrijwaringsmechanisme voorzien waarmee preferenties kunnen worden opgeschort en tarieven heringevoerd indien import uit Armenië ernstige marktverstoringen veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor EU‑producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten.
Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
Essentie Nederlands beleid op dit terrein
De recente Russische maatregelen en het bredere patroon van economische druk op landen in het Europees nabuurschap worden met klem afgewezen. Het kabinet toont zich solidair met partners die worden geconfronteerd met externe economische druk en ziet het versterken van hun economische veerkracht als een belangrijke doelstelling van het Nederlandse en EU‑beleid.
De kern van de kabinetsinzet is tweeledig: enerzijds het zoveel mogelijk beperken van de negatieve effecten van dergelijke externe druk op getroffen landen, zoals Armenië, en anderzijds het versterken van economische samenwerking tussen de EU en deze partners binnen het bestaande kader, de CEPA in het geval van Armenië. Het voorstel van de Commissie past binnen deze inzet, aangezien het gericht is op het tijdelijk uitbreiden van markttoegang tot de EU en het vergemakkelijken van handel met de EU voor een partnerland in economische moeilijkheden.
Het kabinet is in algemene zin voorstander van een actief EU‑handelsbeleid waarbij handelsakkoorden en autonome handelsmaatregelen belangrijke instrumenten vormen. Implementatie en monitoring van afspraken in bestaande akkoorden, zoals de CEPA met Armenië, zijn daarbij voor Nederland een belangrijk uitgangspunt. Daarnaast sluiten de voorgestelde maatregelen aan bij zowel het Nederland-Armenië Strategisch Partnerschap als de Strategische Agenda voor het EU‑Armenië partnerschap, waarin economische diversificatie, connectiviteit en veerkracht als prioriteiten zijn benoemd.
Beoordeling en inzet ten aanzien van het voorstel
Het kabinet verwelkomt het voorstel van de Commissie. De tijdelijke opschorting van invoerrechten en het tariefvrij maken van contingenten voor acht specifieke producten kan de markttoegang voor Armeense producten tot de EU‑markt vergemakkelijken en de Armeense economie ondersteunen. Het voorstel complementeert de reeds door de EU toegezegde financiële en technische steun via het Resilience and Growth Plan voor Armenië en het aangekondigde aanvullende steunpakket.
Het kabinet is tevens positief over het voorstel omdat het de negatieve economische consequenties van de Russische handelsmaatregelen voor Armenië kan helpen mitigeren. Het tijdelijk wegnemen van handelsbarrières tussen de EU en Armenië, zoals dit voorstel beoogt, kan Armenië steun in de rug bieden om productie en uitvoer in stand te houden en helpen handelsstromen te heroriënteren en te diversifiëren.
Tegelijkertijd is nog onduidelijk in hoeverre het wegnemen van handelsbarrières op korte termijn effect zal hebben. Dit hangt samen met de verdere ontwikkeling van de Russische maatregelen tegen Armenië, de mate waarin alternatieve logistieke routes op korte termijn kunnen worden gerealiseerd en de capaciteit van Armenië om effectief gebruik te maken van de geboden preferenties.
De economische impact van deze liberalisering zal een verwaarloosbare impact hebben op de Europese markt als geheel, gezien de huidige grootte van de bestaande handelsstromen, de beperkte schaal van de Armeense economie en productiecapaciteit en de gerichte aard van de voorgestelde maatregelen. Nederlandse en Europese marktpartijen kunnen op bepaalde deelmarkten wel extra concurrentie ervaren door een toename van Armeense uitvoer maar grootschalige en plotselinge concurrentiedruk wordt niet verwacht. Ook benadrukt het kabinet dat product- en voedselveiligheidseisen onverkort van kracht zijn en blijven met dit voorstel.
Het kabinet acht het tevens belangrijk en positief dat de gebruikelijke voorwaarden op het gebied van democratische beginselen, mensenrechten en fundamentele vrijheden, rechtsstatelijkheid en non‑proliferatie, zoals vastgelegd in CEPA, als essentiële elementen worden gehandhaafd.
Het kabinet hecht er bovendien aan dat in het voorstel een vrijwaringsclausule is opgenomen, die als handrem kan dienen bij eventuele marktverstoringen door toegenomen Armeense importen in de EU als geheel, maar ook wanneer een plotselinge ernstige marktverstoring in één of meerdere lidstaten op zou treden. De vrijwaringsclausule waarborgt dat in geval van (dreigende) ernstige marktverstoringen, corrigerende maatregelen kunnen worden getroffen.
Eerste inschatting van krachtenveld
De eerste besprekingen in Brussel laten zien dat er binnen de Raad brede steun bestaat voor dit voorstel dat gericht is op het ondersteunen van Armenië in het licht van externe economische druk en op het verdiepen van de economische en handelsrelatie tussen de EU en Armenië. Onder de lidstaten is in het algemeen steun voor het inzetten van handelsinstrumenten ter versterking van de veerkracht van partners in de Europese nabuurschap en voor het beperken van verstoringen in regionale handel.
De positie van het Europees Parlement is op dit moment nog onbekend. Mogelijk zullen enkele fracties aandacht vragen voor de gevolgen van de voorgestelde liberalisering voor gevoelige producten en sectoren binnen de EU en voor de waarborging van mensenrechten- en rechtsstaatbepalingen in de relatie met Armenië.
Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit
Bevoegdheid
Het oordeel ten aanzien van de bevoegdheid voor het voorstel is positief. De EU is op basis van artikel 3, eerste lid, sub e, VWEU exclusief bevoegd op het terrein van de gemeenschappelijke handelspolitiek. Daarnaast baseert de Commissie zich op artikel 207, lid 2, VWEU. Op basis hiervan is de EU bevoegd bij verordening de maatregelen vast te stellen die het kader voor de uitvoering van de gemeenschappelijke handelspolitiek bepalen. Het kabinet kan zich vinden in de voorgestelde rechtsgrondslag.
Subsidiariteit en proportionaliteit
Gezien de exclusieve bevoegdheid van de Unie op het terrein van de gemeenschappelijke handelspolitiek, is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing. Het oordeel ten aanzien van de proportionaliteit is positief.
Het doel van het voorstel is om in de huidige context zoveel mogelijk faciliterende voorwaarden te creëren die Armenië in staat stellen zijn handelspositie te behouden en handelsbetrekkingen met de EU verder te verdiepen, door het tijdelijk liberaliseren van handelsstromen. De voorgestelde verordening voorziet in tijdelijke handelsmaatregelen voor een periode van twee jaar, in de vorm van opschorting van ad valorem invoerrechten op een lijst van producten, en het tariefvrij maken van acht landbouwproducten binnen bestaande tariefcontingenten, onder strikte voorwaarden en met een vrijwaringsmechanisme.
De voorgestelde unilaterale maatregelen en de duur hiervan zijn proportioneel aan het doel om handelsstromen te bevorderen en de economische banden met Armenië te versterken, zonder dat een nieuw juridisch kader ontstaat. Het voorstel om deze verordening voor twee jaar na inwerkingtreding te laten gelden, met de mogelijkheid om na monitoring en evaluatie de effecten te beoordelen, is daarom passend.
Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten
Consequenties EU‑begroting en financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/of decentrale overheden
Op basis van importdata uit 2025 heeft de Commissie berekend dat de EU inkomsten voor de EU vanuit douaneheffingen ongeveer 3 miljoen euro lager liggen op jaarlijkse basis als gevolg van de voorgestelde maatregelen. Voor de tweejarige periode waarop de verordening betrekking heeft, wordt de netto‑daling van de traditionele eigen middelen geraamd op circa EUR 5,4 miljoen. De daadwerkelijke cijfers zijn afhankelijk van de feitelijke ontwikkeling van de import uit Armenië en het gebruik van de tariefcontingenten.
Een algemeen risico is dat misbruik wordt gemaakt van de voorgestelde preferenties, bijvoorbeeld doordat goederen van andere oorsprong ten onrechte als Armeense producten worden geëxporteerd onder nultarief. De verordening bevat daarom waarborgen op het vlak van oorsprongseisen en administratieve samenwerking om dit risico te beperken.
Gezien de beperkte omvang van de huidige handel met Armenië en de raming van het opbrengstverlies zijn de gevolgen voor de EU‑begroting naar verwachting zeer beperkt. Nederland is van mening dat de middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU‑begroting 2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting.
Voor de Nederlandse rijksbegroting en voor decentrale overheden worden, mede door de zeer beperkte handelsstromen vanuit Armenië naar Nederland, geen noemenswaardige financiële consequenties verwacht.
Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger
Financiële consequenties voor Nederlands bedrijfsleven en burgers worden niet of slechts zeer beperkt verwacht. Verlaging van invoerrechten zorgt ervoor dat producten voor lagere prijzen kunnen worden aangeboden, wat tot neerwaartse prijsdruk kan leiden. De economische impact van deze liberalisering zal slechts een verwaarloosbare impact hebben op de Europese markt als geheel, gezien de grootte van de bestaande handelsstromen, de beperkte schaal van de Armeense economie en productiecapaciteit en de gerichte aard van de voorgestelde maatregelen. Nederlandse en Europese marktpartijen kunnen op bepaalde deelmarkten wel extra concurrentie ervaren door een toename van Armeense uitvoer, maar grootschalige en plotselinge concurrentiedruk wordt niet verwacht.
Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger
De verordening maakt gebruik van reeds bestaande structuren, waaronder de CEPA‑afspraken, de oorsprongsregels en het REX‑systeem, en introduceert geen nieuwe IT‑systemen of digitale verplichtingen. De maatregelen zijn tijdelijk en betreffen vooral aanpassing van tarieven en contingenten binnen bestaande procedures. De Commissie heeft aangegeven dat het voorstel geen nieuwe digitale of gegevensverwerkingsverplichtingen oplevert. Het kabinet verwacht dan ook geen relevante extra regeldruk of administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven of burgers.
Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke consequenties
De voorgestelde unilaterale handelspreferenties vergemakkelijken de toegang tot de EU‑markt voor producten uit Armenië. Gezien de zeer beperkte omvang van zowel de Armeense economie als de export naar de EU, is de verwachting dat de impact op de concurrentiepositie van EU‑producenten als geheel zeer beperkt tot verwaarloosbaar zal zijn. Voor specifieke producten of niches kan een toename van de import uit Armenië wel tot extra concurrentie leiden.
De verordening biedt de mogelijkheid tot activering van het vrijwaringsmechanisme bij (dreigende) ernstige marktverstoringen. Mocht er na een beoordeling van de marktsituatie, geconstateerd worden dat er inderdaad sprake is van ernstige marktverstoringen als gevolg van plotselinge toename in import vanuit Armenië, dan kunnen corrigerende maatregelen worden getroffen, waaronder het herinvoeren van invoerrechten op specifieke producten.
Het voorstel kent geopolitieke consequenties en is een duidelijk signaal van politieke en economische steun aan Armenië, in een periode waarin het land wordt geconfronteerd met externe economische druk. Het draagt naar verwachting bij aan het in stand houden en heroriënteren van handelsstromen vanuit Armenië en aan het verdiepen van de handelsrelatie met de EU. In beperkte mate kan het voorstel bijdragen aan economische stabilisatie in Armenië en aan de veerkracht van regionale handelsrelaties. Dit kan positieve effecten hebben op de bredere relaties van de EU met de landen in de oostelijke nabuurschap en op de geloofwaardigheid van de EU als partner die bereid is concrete steun te verlenen in geval van externe druk.
Vanwege de economische urgentie voor Armenië zal het voorstel naar verwachting spoedig geagendeerd worden in de Raad ter besluitvorming en goedkeuring. Het kabinet is voornemens om in te stemmen met het voorstel.
| De minister van Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma |
|---|
COM(2026)348.↩︎
Kamerstuk 22 112 nr. 3443 & Kamerstuk 36 045 en 22 112 nr. 73↩︎
https://eur-lex.europa.eu/eli/agree_internation/2018/104/oj/nld↩︎
Het betreft de volgende producten: komkommers, druiven, peren, abrikozen, kersen, perziken, pruimen en aardbeien.↩︎
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.↩︎
Het REX-systeem (Registered Exporter) is een digitaal certificeringssysteem van de douane voor de preferentiële oorsprong van goederen.↩︎