Antwoord op vragen van de leden Kathmann en Westerveld over verspreide berichten van burgerwachten in verschillende gemeenten
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39899, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 16:38, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z14744:
- Gericht aan: W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
- Gericht aan: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2846
Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 31 augustus 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2586
Vraag 1
Bent u bekend met de burgerwachten die zijn opgezet in verschillende gemeenten in navolging van de protesten over de komst van noodopvang voor asielzoekers of statushouders, zoals bijvoorbeeld wordt beschreven in het artikel 'Nagestaard, gefotografeerd en gewantrouwd'? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
In hoeveel gemeenten zijn er inmiddels soortgelijke burgerwachten opgericht?
Antwoord op vraag 2
Er is geen landelijk beeld van het aantal gemeenten waarin er actieve burgerwachten of buurtpreventieteams zijn opgericht, aangezien er niet één centrale registratie van dergelijke lokale initiatieven bestaat.
Vraag 3
Wanneer gaat dit gedrag van intimidatie over in bedreiging, stalking, laster of doxing en gaat het dus over strafbare feiten?
Antwoord op vraag 3
Een maatschappij waarin intimidatie wordt gebruikt als middel om je zin te krijgen is onaanvaardbaar. In algemene zin is het lastig aan te geven wanneer intimidatie overgaat in een strafbaar feit. Hierbij spelen de feiten en omstandigheden, de context en de vereisten van strafbare feiten als bedreiging, stalking, laster en doxing een rol. Het is aan de officier van justitie om te beoordelen wanneer het mogelijk en opportuun is om over te gaan tot vervolging voor een strafbaar feit en vervolgens aan de rechter om te bepalen of al dan niet sprake is van een strafbaar feit.
Vraag 4
Is er al aangifte gedaan van dergelijke strafbare feiten door dit soort burgerwachten door vrijwilligers, buurtbewoners of opvangbewoners?
Antwoord op vraag 4
In het registratiesysteem van de politie wordt niet systematisch vastgelegd of er een strafbaar feit is gepleegd door burgerwachten. Omdat een brede zoekslag naar mogelijke aangiften door vrijwilligers, buurtbewoners of opvangbewoners van dergelijke feiten zodoende niet kan worden uitgevoerd, kan deze vraag niet worden beantwoord.
Vraag 5
Bent u van mening dat opvangbewoners weten wanneer er sprake is van strafbare feiten? Zo nee, hoe gaat u ervoor zorgen dat zij weten wanneer er strafbare feiten tegen hen worden gepleegd? Zo ja, waarom denkt u dat?
Antwoord op vraag 5
Om ervoor te zorgen dat personen die via de asielstroom nieuw in Nederland zijn op de hoogte zijn van de Nederlandse wetten en normen, wordt hier bij aankomst bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: COA) basisinformatie over verstrekt. Daarnaast wordt door bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk Nederland informatie verstrekt over de asielprocedure en daarmee samenhangende rechten en plichten. Indien sprake is van geweld of intimidatie kunnen asielzoekers terecht bij het COA voor ondersteuning, hulp en begeleiding.
Vraag 6
Bent u van mening dat opvangbewoners de weg naar de politie kennen wanneer er sprake is van strafbare feiten? Zo nee, hoe gaat u ervoor zorgen dat zij weten dat zij en waar zij aangifte kunnen doen van strafbare feiten?
Antwoord op vraag 6
Het COA voert met asielzoekers in de eerste twee weken van het verblijf op een opvanglocatie een rechten- en plichtengesprek. In dit gesprek worden de basisvoorwaarden, leefregels en gedragsnormen voor asielzoekers besproken. Daarnaast informeert het COA de asielzoeker over de Nederlandse rechtsstaat en de grondwet. Indien een asielzoeker aangifte wil doen van een strafbaar feit, wordt deze doorverwezen naar de politie. Als er sprake is van geweld of intimidatie kunnen asielzoekers terecht bij het COA voor ondersteuning, hulp en begeleiding.
Vraag 7
Bent u bekend met het incidentenbericht in Apeldoorn waarin werd gewaarschuwd voor een man die bij een basisschool stond en onterecht in verband werd gebracht met een noodopvanglocatie, die uiteindelijk een ouder bleek te zijn die zijn kind van school kwam halen?
Vraag 8
Was hier mogelijk sprake van een strafbaar feit?
Vraag 9
Wat vindt u ervan dat er op deze manier op mensen wordt ‘gejaagd’?
Antwoorden op vragen 7, 8 en 9
Wij zijn bekend met de berichtgeving waarin melding wordt gemaakt van verschillende sociale mediaberichten, waaronder het bericht waar in deze vraag op wordt gedoeld. De beoordeling of in een individuele casus sprake is geweest van een strafbaar feit is niet aan het kabinet, maar in eerste instantie aan de politie en het Openbaar Ministerie en uiteindelijk aan de rechter. Zonder op specifieke situaties in te kunnen gaan, geldt in zijn algemeenheid dat het van belang is dat men in geval van een verdachte situatie, of bij het vermoeden dat er een strafbaar feit is gepleegd, de politie inschakelt. Het is nooit de bedoeling dat men voor eigen rechter gaat spelen.
Vraag 10
Zijn gemeenten voldoende op de hoogte wanneer zij kunnen ingrijpen en zijn zij voldoende in staat dit te doen?
Vraag 11
Hebben er gesprekken plaatsgevonden tussen uw ministerie en de gemeenten waar dit voorkomt om hen te ondersteunen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat kwam er uit deze gesprekken?
Antwoord op vragen 10 en 11
Als kabinet vinden we het belangrijk dat gemeenten die hun verantwoordelijkheid nemen om opvang te realiseren hierbij voldoende worden ondersteund. Als Minister van Asiel en Migratie ben ik daarbij altijd bereid om mee te denken met gemeenten en zal ik hierover het gesprek blijven voeren met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). Daarnaast heeft de VNG een ondersteuningsteam ingericht, dat gemeenten op verzoek kan ondersteunen bij verschillende aspecten rondom een opvanglocatie.
Vraag 12
Bent u op de hoogte van het feit dat ook vrijwilligers van asielzoekerscentra in sommige gemeenten geïntimideerd worden en zich niet veilig voelen om naar een opvanglocatie te gaan om te helpen? Hoe bent u van plan hen veilig te houden?
Antwoord op vraag 12
Vrijwilligerswerk is belangrijk en waardevol werk. Het is belangrijk dat vrijwilligers hun werk onder goede omstandigheden kunnen uitvoeren en het kan absoluut niet de bedoeling zijn dat vrijwilligers zich daarbij geïntimideerd of onveilig voelen. Het bewaken van de openbare orde is belegd bij het lokaal gezag en in gevallen waarin er sprake is van verstoring van de openbare orde is de burgemeester belast met de handhaving hiervan. Bij recente demonstraties hebben we gezien dat er veel op gemeenten af komt bij het openen en exploiteren van een asielzoekerscentrum. Als kabinet vinden we het belangrijk om kleine gemeenten hierbij te ondersteunen. De VNG heeft hierom een ondersteuningsteam opgericht, waarin kennis en expertise wordt gebundeld en dat gemeenten op verzoek ondersteunt bij verschillende aspecten rondom een opvanglocatie. Veiligheid van vrijwilligers maakt hier onderdeel van uit.
Vraag 13
Wat is volgens u de rol van sociale media wanneer foutieve berichten over vermeende opvangbewoners online worden verspreid?
Antwoord op vraag 13
Online platforms zijn gebonden aan de digitaledienstenverordening (Digital Services Act, hierna: DSA). Deze verordening heeft als doel te zorgen voor een veilige, voorspelbare en betrouwbare online omgeving, waarin de verspreiding van illegale online inhoud en de maatschappelijke risico’s die de verspreiding van desinformatie of andere inhoud met zich kunnen brengen, worden aangepakt, en waarin de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde grondrechten doeltreffend worden beschermd. Op grond van artikel 6 van de DSA, zijn hosting diensten – waaronder online platforms – niet aansprakelijk voor de informatie die afnemers van de dienst verstrekken, op voorwaarde dat zij geen kennis hebben van illegale activiteiten of van illegale inhoud die afnemers opslaan. Zodra zij die kennis wel krijgen, bijvoorbeeld door een melding, dan moeten zij prompt handelen om die inhoud te verwijderen of ontoegankelijk te maken. Op grond van de DSA moeten online platforms een toegankelijk en gebruiksvriendelijk systeem hebben waarin gebruikers of derden melding kunnen doen van illegale inhoud. Het begrip illegale inhoud omvat alle informatie die indruist tegen het Unierecht of het recht van een lidstaat. Of daarvan sprake is, moet per geval beoordeeld worden. Opgemerkt zij echter dat niet alle “foutieve” berichten per definitie illegaal zijn. Een bericht waarin bijvoorbeeld ten onrechte wordt gesteld dat een bewoner van een opvanglocatie betrokken is geweest bij een incident kwalificeert vanwege die feitelijke onjuistheid niet meteen als illegale inhoud. Dat kan anders zijn wanneer het bericht bijvoorbeeld iemand opzettelijk en ten onrechte beschuldigt van een strafbaar feit, of wanneer het bericht aanzet tot haat, discriminatie of geweld.
Op grond van de DSA moeten online platforms verder een zorgvuldig beleid ten aanzien van inhoudsmoderatie opnemen in hun algemene voorwaarden en dat beleid ook zorgvuldig toepassen in de praktijk (artikel 14 van de DSA). Op hen rust bovendien de verplichting om gebruikers die frequent illegale inhoud verspreiden, te schorsen. De zogenaamde zeer grote online platforms- en zoekmachines, die als zodanig moeten worden aangewezen door de Europese Commissie1, moeten verder ten minste één keer per jaar de zogeheten systeemrisico’s die voortvloeien uit het ontwerp of uit de werking van hun dienst en de daaraan verbonden systemen, identificeren en beperken. Deze verplichting geldt voor grote sociale mediadiensten zoals Facebook, Instagram en TikTok. Systeemrisico’s omvatten onder meer de verspreiding van illegale inhoud en de eventuele werkelijke of voorzienbare negatieve effecten op de openbare veiligheid of de uitoefening van grondrechten.
Vraag 14
Vindt u dat sociale media ervoor zouden moeten zorgen dat foutieve lasterberichten over mensen gefilterd moeten worden?
Antwoord op vraag 14
Laster is een vorm van illegale inhoud. Zoals hiervoor beschreven moeten online platforms prompt handelen om dergelijke inhoud te verwijderen zodra ze er kennis van krijgen. Artikel 8 van de DSA beperkt tegelijkertijd de ruimte om maatregelen op te leggen aan online platforms om onwettige inhoud of activiteiten op te sporen en daar preventief actie tegen te ondernemen door berichten te filteren. Artikel 8 van de DSA bepaalt dat aan dienstverleners geen verplichting wordt opgelegd tot monitoring van de door hen opgegeven of opgeslagen informatie of tot actief onderzoek naar feiten of omstandigheden die duiden op illegale activiteiten. Dit verbod beoogt de vrijheid van meningsuiting te beschermen. Indien sociale media en andere tussenhandeldiensten verplicht worden om illegale inhoud preventief te filteren dan is er een gerede kans dat zij uit voorzorg meer informatie gaan blokkeren of anderszins tegenhouden dan noodzakelijk.
Vraag 15
Hoe zorgt u ervoor dat sociale media hier hun verantwoordelijkheid nemen?
Antwoord op vraag 15
Op de DSA wordt in Nederland toezicht gehouden door de Autoriteit Consument & Markt als DSA-coördinator en de Autoriteit Persoonsgegevens als andere bevoegde autoriteit. Op de zeer grote online platforms en zoekmachines houdt de Europese Commissie primair toezicht. Er lopen inmiddels diverse onderzoeken tegen verschillende sociale media, en in een aantal zaken zijn al zogenaamde preliminary findings van niet-naleving gepubliceerd. Zo worden sociale media waar nodig gedwongen om verantwoordelijkheid te nemen.
1) NRC, 15 juni 2026, 'Nagestaard, gefotografeerd en gewantrouwd', https://www.nrc.nl/nieuws/2026/06/15/nagestaard-gefotografeerd-en-gewantrouwd-het-leven-van-asielzoekers-in-loosdrecht-a4929964?gift_token=4929964~1782198767~S49FHjJDSoeiYOud0mLLAg~FdJNIJRd_WfCKGCJJhuQO8J4JG2_P4ERarqjLQAIgvI