Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport
Wijziging van de Kadasterwet in verband met het verduidelijken van de inschrijvingseisen van registerverklaringen, het regelen van een grondslag voor de geautomatiseerde verwerking van aktes, het regelen van de verplichting voor de bewaarder om voortaan stukken in te schrijven die gesteld zijn in een vreemde of de Friese taal en een aantal andere wijzigingen (Verzamelwijziging Kadasterwet)
Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport
Nummer: 2026D39904, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-09-01 15:18, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: Th.C. de Graaf, vicepresident van de Raad van State (Ooit D66 kamerlid)
- Mede ondertekenaar: E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Onderdeel van zaak 2026Z17472:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-02 14:29 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-02 14:29 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Besluit)
- 2026-09-02 14:29: Aanvang aansluitend aan de beëdiging: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-08 16:30: Procedurevergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 37 000 | Wijziging van de Kadasterwet in verband met het verduidelijken van de inschrijvingseisen van registerverklaringen, het regelen van een grondslag voor de geautomatiseerde verwerking van aktes, het regelen van de verplichting voor de bewaarder om voortaan stukken in te schrijven die gesteld zijn in een vreemde of de Friese taal en een aantal andere wijzigingen (Verzamelwijziging Kadasterwet) | |
| Nr. 4 | ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT | |
| Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 3 juni 2026 en het nader rapport d.d. 21 juli 2026, aangeboden aan de Koning door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt. | ||
Blijkens de mededeling van de directeur van Uw kabinet van 13 april
2026, nr. 2026000779, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van
de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet
rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 3 juni
2026, nr. W04.26.00093/I, bied ik U hierbij aan.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het
voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel
bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
Bij Kabinetsmissive van 13 april 2026, no.2026000779, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Kadasterwet in verband met het verduidelijken van de inschrijvingseisen van registerverklaringen, het regelen van een grondslag voor de geautomatiseerde verwerking van aktes, het regelen van de verplichting voor de bewaarder om voortaan stukken in te schrijven die gesteld zijn in een vreemde of de Friese taal en een aantal andere wijzigingen (Verzamelwijziging Kadasterwet), met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel bevat verschillende wijzigingen van de Kadasterwet. Het herstelt omissies en zorgt voor verbeteringen, verduidelijkingen en actualiseringen. Ook bevat het een grondslag voor een ministeriële regeling van voorwaarden die worden gesteld aan de verdere verwerking van persoonsgegevens met het oogmerk deze te verstrekken aan derden.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de keuze deze nadere voorwaarden bij ministeriële regeling te laten bepalen. In verband daarmee is aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk.
De Dienst voor het Kadaster heeft onder meer tot taak het
verstrekken van inlichtingen uit de openbare registers en de
basisregistratie kadaster.1 Die inlichtingen
omvatten persoonsgegevens. Met het oog daarop bevat de Kadasterwet
bepalingen in verband met de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer.2
Het voorstel voegt aan de Kadasterwet een grondslag toe voor het stellen
van voorwaarden aan de verstrekking van inlichtingen aan ondernemingen
die deze inlichtingen, waaronder persoonsgegevens, verwerken in
producten met het oogmerk ze aan derden te verstrekken.3 De ondernemingen worden ook wel
aangeduid als resellers. Met de introductie van een erkenningsregeling
voor resellers komt het wetsvoorstel tegemoet aan de kritiek van de
Autoriteit Persoonsgegevens op een eerdere versie van het
wetsvoorstel.4
De verstrekking van persoonsgegevens raakt aan de persoonlijke
levenssfeer, zoals die wordt beschermd door artikel 10 van de Grondwet.
De hoofdlijnen van de met het oog daarop te bepalen waarborgen moeten
daarom zijn opgenomen in de wet in formele zin. De uitwerking ervan kan
worden gedelegeerd aan de regering. Een ministeriële regeling is
geschikt voor het stellen van voorschriften van administratieve aard,
uitwerking van de details van een regeling, voorschriften die vaak
wijziging behoeven en voorschriften waarvan te voorzien is dat zij
mogelijk heel snel moeten worden vastgesteld.5
Het wetsvoorstel bepaalt over de te stellen voorwaarden niet meer dan
dat zij zullen zijn 'gericht op het waarborgen van een rechtmatige en
betrouwbare verwerking van persoonsgegevens'. In de toelichting op het
wetsvoorstel kondigt de regering aan welke voorwaarden de ministeriële
regeling zal gaan bevatten. Zij noemt voorschriften over de
betrouwbaarheid, veiligheid en strafrechtelijke antecedenten van de
resellers en over de te hanteren informatiebeveiliging.6 Dat zijn belangrijke waarborgen
ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Een ministeriële
regeling is daarvoor niet de aangewezen vorm. Met de Autoriteit
Persoonsgegevens meent de Afdeling advisering dat ten minste de essentie
van de nadere voorwaarden in een algemene maatregel van bestuur is
vastgelegd.
De Afdeling adviseert het wetsvoorstel in het licht van het voorgaande
aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking
bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het
voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
De opmerking van de Afdeling is overgenomen en verwerkt in het
wetsvoorstel. De nadere voorwaarden zullen worden geregeld in een
algemene maatregel van bestuur in plaats van bij ministeriële
regeling.
Daartoe zijn in het wetsvoorstel de delegatiegrondslagen aangepast in
artikel 107d, eerste en vierde lid, en tevens is de toelichting
aangepast zodat in plaats van ministeriële regeling wordt gerefereerd
aan nadere regeling bij algemene maatregel van bestuur.
Daarnaast is van de gelegenheid van het nader rapport gebruik gemaakt om de volgende wijzigingen aan te brengen in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting die technisch en uitvoeringsgericht zijn:
In artikel I, onderdeel D, van het wetsvoorstel, betreffende het in
de Kadasterwet in te voegen artikel 11d, is het tweede lid komen te
vervallen. Het betrof een delegatiegrondslag op basis waarvan bij
ministeriële regeling eisen konden worden gesteld aan in elektronische
vorm ter inschrijving aangeboden stukken, om geautomatiseerd te kunnen
worden verwerkt.
Bij nadere inventarisatie van de voorwaarden die beoogd zijn om op basis
van deze grondslag te regelen, is gebleken dat die dermate technisch van
aard zijn, dat het passend is om regeling van dit onderwerp aan het
bestuur van de Dienst over te laten. Die regels stelt de Dienst op basis
van artikel 11d, tweede lid (nieuw), van het wetsvoorstel. In de versie
van het wetsvoorstel zoals het voor advies bij de Raad van State heeft
voorgelegen betrof dit het derde lid.
In artikel I, onderdeel T, is het in de Kadasterwet in te voegen artikel 107, onderdeel h, aangepast. Ook is de toelichting over dat onderdeel aan het slot van paragraaf 2.8 van het algemeen deel van de memorie van toelichting gewijzigd. Overwogen is dat de vorige formulering onduidelijkheid liet bestaan welk type voorwaarden er op basis van de grondslag zouden kunnen worden geregeld door de Dienst. De grondslag was te ruim. Met de nieuwe formulering van het artikelonderdeel en de toelichting is duidelijk gemaakt dat het een grondslag betreft voor het mogen stellen van de privaatrechtelijke algemene voorwaarden door de Dienst.
In het algemeen deel van de memorie van toelichting is het hoofdstuk
over de verhouding tot hoger recht en nationale regelgeving een nieuwe
paragraaf ingevoegd. Dat betreft paragraaf 3.3, waarin de verhouding van
het in de Kadasterwet in te voegen artikel 107d met de Dienstenrichtlijn
is omschreven. Kort gezegd is er geen sprake van een verbod op basis van
de Dienstenrichtlijn om de betreffende eisen te stellen en daarom ook
geen notificatieverplichting.
Ten slotte is in het in de Kadasterwet in te voegen artikel 107d, vierde
lid, de term “jaarlijks” vervangen door “periodiek”. Gebleken is dat het
voor sommige voorwaarden passend kan zijn om een herhaalde controle door
het Kadaster bijvoorbeeld vierjaarlijks te laten plaatsvinden, in plaats
van ieder jaar. Te denken valt aan het opnieuw moeten opvragen bij
JUSTIS van een VOG Rechtspersoon en aanleveren bij het Kadaster.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en
de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal te zenden.
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan
Artikel 3, eerste lid, onder i van de Kadasterwet.↩︎
Hoofdstuk 7, titel 1, afdeling 2 van de Kadasterwet.↩︎
Artikel I, onderdeel U van het wetsvoorstel.↩︎
Advies van de Autoriteit Persoonsgegevens van 8 april 2025, te raadplegen op https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/toets-wijziging-kadasterwet↩︎
Aanwijzing 2.24 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Zie ook de adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State van 12 november 2025 over het voorstel van wet houdende wijziging van de Archiefwet 1995 ter uitvoering van overweging 158 van de Algemene verordening gegevensbescherming (W05.25.00278/I), Kamerstukken II 2025/26, 36886, nr. 4, punt 2b en punt 6; van 13 maart 2024 over de Wet op de Nederlandse identiteitskaart (W04.24.00012/I), Kamerstukken II 2024/25, 36644, nr. 4 en van 19 augustus 2020 over de Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19 (W13.20.0254/III), Kamerstukken II 2019/20, 35538, nr. 4, punt 4.↩︎
Memorie van toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.8, Voorwaarden aan verdere verwerking van persoonsgegevens met oogmerk te verstrekken aan derden.↩︎