[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Patijn over het afnemen van rechten voor de werknemersverzekeringen

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D39985, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 17:19, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z13395:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2860

2026Z13395

Antwoord van minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 31 augustus 2026)

1. Kunt u uitdrukken welke groepen door de aanscherping van de referte-eis geen recht meer hebben op Werkloosheidswet (WW-)uitkering (in de huidige situatie wel WW zouden krijgen, maar door de aanscherping niet meer)? Kunt u hierbij in ieder geval de volgende groepen onderscheiden op basis van leeftijd (t/m 24 jaar, 25 t/m 34 jaar, 35 t/m 44 jaar, 45 t/m 54 jaar, 55 t/m 59 jaar, 60 t/m 64 jaar, 65 tot Algemene Ouderdomswet (AOW-)leeftijd en het gemiddelde) type contract (flex, vast en het gemiddelde) en op basis van inkomen (verdeeld in vijf kwintielen en het gemiddelde)?

In 2024 heeft het CBS voor de WW-instroom in 2022 en 2023 een analyse gemaakt van de gevolgen van een aanscherping van de referte-eis.1 Ten behoeve van de beantwoording van deze Kamervraag heeft UWV op basis van WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2024 en 2025 een nieuwe, recentere analyse gemaakt van de effecten van een eventuele aanscherping van de referte-eis van 26 uit 36 weken naar 42 uit 52 weken. UWV heeft gekeken hoeveel mensen in deze jaren geen recht zouden hebben gehad op een WW-uitkering indien de aangescherpte referte-eis toen van kracht zou zijn geweest. Uit de analyse van UWV volgt dat zowel voor WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2024 als 2025, circa 12% geen recht zou hebben gehad op een WW-uitkering door de aanscherping van de referte-eis. Dit percentage is in lijn met de analyse van het CBS. Die vond 14% voor 2022 en 11% voor 2023.

De gevolgen voor verschillende groepen zijn in de tabellen hieronder weergegeven. Deze zijn weergegeven voor WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025. De tweede kolom van onderstaande tabellen geeft steeds de verdeling van de groep die bij een aangescherpte referte-eis het recht op een WW-uitkering zou verliezen. De derde kolom geeft ter vergelijking de verdeling van de groep die ondanks een strengere referte-eis het recht op WW zou behouden. De kolommen tellen verticaal op tot 100%. Bijvoorbeeld voor tabel 1: van alle WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025 die bij een aangescherpte het recht op WW-uitkering zou verliezen, was 22% tussen de 35 en 44 jaar. Voor de WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025 die ondanks een aanscherping van de referte-eis het recht op WW zouden behouden, was 23% tussen de 35 en 44 jaar.

Zoals eerder met uw Kamer gedeeld zet het kabinet de coalitieakkoordvoorstellen voor de WW en de WIA voorlopig niet in de voorgestelde vorm door.

Tabel 1. Leeftijdsverdeling en gemiddelde leeftijd van WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025 die wel of niet aan de aangescherpte referte-eis voldoen.

Voldoen niet aan 42 uit 52 weken Voldoen wel aan 42 uit 52 weken
Gemiddelde leeftijd 38 jaar 40 jaar
t/m 24 jaar 14% 10%
25 t/m 34 jaar 32% 31%
35 t/m 44 jaar 22% 23%
45 t/m 54 jaar 17% 18%
55 t/m 59 jaar 7% 9%
60 t/m 64 jaar 6% 7%
65 tot AOW-leeftijd 1% 2%
Totaal 100% 100%

Tabel 2. Inkomensverdeling en gemiddelde inkomen van WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025 die wel of niet aan de aangescherpte referte-eis voldoen.*

Voldoen niet aan 42 uit 52 weken Voldoen wel aan 42 uit 52 weken
Gemiddelde maandloon** € 2.701 € 3.954
Minder dan €2054 per maand 33% 18%
€2054 tot €2697 per maand 29% 19%
€2698 tot €3421 per maand 20% 20%
€3422 tot €4751 per maand 12% 21%
€4752 of meer per maand 7% 22%
Totaal 100% 100%

* Voor de verdeling is gebruik gemaakt van kwintielen (vijf groepen van een gelijk aantal personen). De grenzen van de kwintielen zijn bepaald op basis van alle WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025.

** Het maandloon is 21,75 maal het dagloon. Het gemiddelde is berekend op basis van het ongemaximeerde dagloon.

Tabel 3. Contracttype van WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025 die wel of niet aan de aangescherpte referte-eis voldoen.

Voldoen niet aan 42 uit 52 weken Voldoen wel aan 42 uit 52 weken
Vast contract 6% 36%
Tijdelijk contract 50% 44%
Oproepcontract 14% 7%
Uitzendcontract 27% 13%
Overig/onbekend 3% 1%
Totaal 100% 100%

Bij deze cijfers horen enkele kanttekeningen. Allereerst bevat de loonaangifte van werkgevers uitsluitend informatie over het aantal uren per loonaangiftetijdvak en niet over het aantal uren per week. In de uitvoeringspraktijk (en voor deze exercitie) verdeelt UWV het aantal verloonde uren per loonaangiftetijdvak evenredig over het aantal weken in het loonaangiftetijdvak.

Ten tweede is, om de analyse behapbaar te houden, voor het bepalen of een werknemer zou voldoen aan de aangescherpte referte-eis een vereenvoudigde berekeningswijze gehanteerd die afwijkt van de daadwerkelijke uitvoeringspraktijk. Er is alleen gekeken naar het aantal verloonde uren in de periode van 36 dan wel 52 kalenderweken voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag. Er is geen rekening gehouden met uitzonderingsgevallen, zoals bijvoorbeeld een verlengde referteperiode als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid of uren waarover geen loon is ontvangen maar wel recht bestond op loon. De cijfers moeten dus als een indicatie van de effecten worden gezien.

2. Kunt u uitdrukken wat de gevolgen zijn van de inkorting van de maximale WW-duur en de vertraagde opbouw van WW op de gemiddelde WW-duur? Kunt u hierbij in ieder geval de volgende groepen onderscheiden op basis van leeftijd (t/m 24 jaar, 25 t/m 34 jaar, 35 t/m 44 jaar, 45 t/m 54 jaar, 55 t/m 59 jaar, 60 t/m 64 jaar, 65 tot AOW-leeftijd en het gemiddelde) type contract (flex, vast en het gemiddelde) en op basis van inkomen (verdeeld in vijf kwintielen en het gemiddelde)?

Ten behoeve van de beantwoording van deze Kamervraag heeft UWV voor WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025 berekend wat het WW-recht zou zijn geweest indien een maximale WW-duur van 12 maanden zou gelden en de opbouw van WW-recht een halve maand per jaar arbeidsverleden zou zijn.2 De uitkomst van deze analyse is dat het gemiddelde toegekende WW-recht zou dalen van 12 maanden naar 7 maanden. De gevolgen voor verschillende groepen zijn in de tabellen hieronder weergegeven.

Zoals eerder met uw Kamer gedeeld zet het kabinet de coalitieakkoordvoorstellen voor de WW en de WIA voorlopig niet in de voorgestelde vorm door.

Tabel 4. Gevolgen aanpassingen in WW-duur op gemiddeld toegekend WW-recht naar leeftijd op basis van WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025.

Daadwerkelijk toegekend WW-recht Alle jaren arbeidsverleden een halve maand WW. Maximale WW-duur 12 maanden.
t/m 24 jaar 5 maanden 3 maanden
25 t/m 34 jaar 8 maanden 5 maanden
35 t/m 44 jaar 12 maanden 7 maanden
45 t/m 54 jaar 18 maanden 10 maanden
55 t/m 59 jaar 21 maanden 11 maanden
60 t/m 64 jaar 22 maanden 11 maanden
65 tot AOW-leeftijd 22 maanden 11 maanden
Totaal 12 maanden 7 maanden

Tabel 5. Gevolgen aanpassingen in WW-duur op gemiddeld toegekend WW-recht naar inkomen op basis van WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025.*

Daadwerkelijk toegekend WW-recht Alle jaren arbeidsverleden een halve maand WW. Maximale WW-duur 12 maanden.
Minder dan €2054 per maand 10 maanden 6 maanden
€2054 tot €2697 per maand 10 maanden 6 maanden
€2698 tot €3421 per maand 12 maanden 7 maanden
€3422 tot €4751 per maand 14 maanden 8 maanden
€4752 of meer per maand 17 maanden 8 maanden
Totaal 12 maanden 7 maanden

* Voor de verdeling is gebruik gemaakt van kwintielen (vijf groepen van een gelijk aantal personen). De grenzen van de kwintielen zijn bepaald op basis van alle WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025.

Tabel 6. Gevolgen aanpassingen in WW-duur op gemiddeld toegekend WW-recht naar contracttype op basis van WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025.

Daadwerkelijk toegekend WW-recht Alle jaren arbeidsverleden een halve maand WW. Maximale WW-duur 12 maanden.
Vast contract 17 maanden 9 maanden
Tijdelijk contract 11 maanden 6 maanden
Oproepcontract 8 maanden 5 maanden
Uitzendcontract 10 maanden 6 maanden
Totaal 12 maanden 7 maanden

3. Kunt u aangeven welk deel van de mensen met WW daadwerkelijk werkloos is?

Van alle lopende WW-uitkering in maart 2026 was 64% op dat moment niet werkzaam in loondienst.3

4. Kunt u aangeven welk deel van de mensen met WW een baan naast de WW heeft?

Van alle lopende WW-uitkering in maart 2026 was 36% op dat moment naast de WW-uitkering werkzaam in loondienst.4

5. Kunt u aangeven hoeveel tijdswinst binnen keuringen er wordt bespaard door

de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) af te schaffen? Kunt u dit aangeven per persoon en in totaal (voor het totaal aantal personen en voor de totale duur dat iemand in de WIA zit)?

In het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar de WIA van afgelopen december5 is een schatting gemaakt van het aantal extra WIA-beoordelingen dat kan worden gedaan als de IVA wordt afgeschaft. Het gaat om ca. 7.500-12.000 extra beoordelingen per jaar. Afgezet tegen een beschikbare jaarlijkse capaciteit van ca. 60.000 beoordelingen betekent dat een gemiddelde versnelling van de beoordeling met ca. eenzesde oftewel 16%, of ca. 13% als wordt uitgegaan van de laagste schatting van 7.500 extra beoordelingen per jaar.

Zoals eerder met uw Kamer gedeeld zet het kabinet de coalitieakkoordvoorstellen voor de WW en de WIA voorlopig niet in de voorgestelde vorm door.

6. Kunt u aangeven hoeveel tijdswinst het oplevert dat mensen binnen de IVA niet herkeurd hoeven te worden, terwijl dit voor andere populaties binnen de WIA wel geldt? Kunt u aangeven hoe vaak er gemiddeld herkeuringen plaatsvinden binnen de periode dat mensen in de WIA zitten? Kunt u dit aangeven per persoon en in totaal (voor het totaal aantal personen en voor de totale duur dat iemand in de WIA zit)?

Het is niet zo dat mensen binnen de IVA niet herbeoordeeld hoeven te worden. Zowel in de WGA als in de IVA geldt het uitgangspunt dat een herbeoordeling moet plaatsvinden als daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld als iemands gezondheidssituatie is veranderd of als blijkt dat iemands inkomen uit werk is toegenomen. Daarbij komt dat het bestaan van de IVA er juist toe leidt dat meer herbeoordelingen worden aangevraagd in de WGA, omdat de werknemer en de werkgever (of diens verzekeraar) beide een financieel belang hebben bij een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering. In de periode 2013-2021 werden per WGA-gerechtigde gemiddeld 0,4 herbeoordelingen gedaan als de werkgever publiek verzekerd was, en 0,8 herbeoordelingen als de werkgever eigenrisicodrager was voor de WGA.6

Zoals eerder met uw Kamer gedeeld zet het kabinet de coalitieakkoordvoorstellen voor de WW en de WIA voorlopig niet in de voorgestelde vorm door.


  1. CBS (2024). Instroom werkloosheidsuitkeringen naar aantal weken gewerkt, 2022 en 2023.↩︎

  2. De veranderingen in opbouwsystematiek en maximale duur zouden alleen effect hebben op WW-gerechtigden die voldoen aan de jareneis (vier van de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag 208 uren per jaar gewerkt hebben). Dit is een voorwaarde voor het recht op een WW-uitkering langer dan 3 maanden.↩︎

  3. Bron: Dashboard Geregistreerde Werkzoekenden UWV (Geregistreerde Werkzoekenden UWV | UWV).↩︎

  4. Bron: Dashboard Geregistreerde Werkzoekenden UWV (Geregistreerde Werkzoekenden UWV | UWV).↩︎

  5. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 55↩︎

  6. UWV Kennisverslag 2025-1↩︎