Antwoord op vragen van het lid Kisteman over Kamerbrief ‘Uitkomsten onderzoek bestuurlijk handelen Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO)’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40006, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-09-01 11:20, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z16056:
- Gericht aan: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2886
Antwoord van staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 31 augustus 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2548
Vraag 1
Klopt het dat de Onderwijsinspectie opnieuw wanbeheer heeft geconstateerd bij Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO), het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum?
Antwoord 1
Ja. De inspectie heeft geconstateerd dat het bevoegd gezag langdurig en in ernstige mate het heeft nagelaten om maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en de goede voortgang van het onderwijs. De inspectie heeft in 2019 eveneens wanbeheer geconstateerd. De Raad van State heeft in 2022 de uitspraak gedaan dat er in 2019 weliswaar sprake was van onrechtmatige handelingen, maar niet van wanbeheer.
Vraag 2
Kunt u aangeven op welke punten dit wanbeheer precies ziet?
Antwoord 2
Er is sprake van wanbeheer als bedoeld in artikel 3.38, tweede lid onderdeel b van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (hierna: WVO 2020). De inspectie constateert dat het bestuur langdurig en in ernstige mate nagelaten heeft om de noodzakelijke maatregelen te treffen die nodig zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en de goede voortgang van het onderwijs. De geconstateerde tekortkomingen zien op structurele tekortkomingen. Op hoofdlijnen betreft het de bestuurlijke aansturing, kwaliteitszorg, governance en medezeggenschap. In het rapport van de inspectie naar het bestuurlijk handelen van 18 juni 2026 staan de details.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat leerlingen jarenlang onderwijs krijgen dat tekortschiet, terwijl het bevoegd gezag er niet in slaagt de noodzakelijke verbeteringen door te voeren?
Antwoord 3
Ja. Leerlingen en hun ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de school van hun keuze kwalitatief goed onderwijs biedt. Alle kinderen hebben recht op goed onderwijs.
Vraag 4
Kunt u duiden hoe een school waarbij al jarenlang ernstige zorgen bestaan over bestuurs- en onderwijskwaliteit en naleving van wettelijke eisen nog steeds door hetzelfde gezag wordt bestuurd?
Antwoord 4
De wet biedt de minister geen eigenstandige bevoegdheid om zelfstandig bestuurders te ontslaan of een nieuw bestuur te benoemen. Het is aan het bevoegd gezag om de samenstelling van het bestuur te wijzigen.
Scholen en besturen moeten de bekostiging aanwenden voor kwalitatief goed onderwijs. De inspectie constateert dat het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum er herhaaldelijk niet in slaagt de onderwijskwaliteit te waarborgen. Dit is zorgelijk voor de leerlingen van de school. Het is van groot belang dat zij op korte termijn goed onderwijs krijgen.
Wanneer sprake is van wanbeheer, beschikt de minister over verschillende mogelijkheden om in te grijpen. Op grond van de sectorwetten kan aan een bestuur een aanwijzing worden opgelegd. Dat is een bestuurlijk instrument waarmee besturen gedwongen kunnen worden maatregelen te nemen om het wanbeheer te beëindigen. Deze maatregelen kunnen ook gericht zijn op de samenstelling van het bestuur.
Vraag 5
Bent u bereid om zo snel mogelijk gebruik te maken van uw bevoegdheden om in te grijpen bij dit wanbeheer? Zo ja, hoe?
Antwoord 5
Ik vind het van het grootste belang dat de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum zo spoedig mogelijk kwalitatief goed onderwijs kunnen volgen. Ik bereid gepaste vervolgstappen voor binnen mijn bevoegdheid. Zodra ik een definitief besluit heb genomen over de vervolgstappen informeer ik uw Kamer.
Vraag 6
Welke mogelijkheden bestaan er om het huidige bestuur geheel of gedeeltelijk te vervangen wanneer sprake is van langdurig wanbeheer?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Is sluiting van de school mogelijk wanneer de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs onvoldoende gewaarborgd is? Zo ja, onder welke voorwaarden?
Antwoord 7
Ja. Op grond van artikel 2.95 WVO 2020 kan de minister besluiten een schoolsoort of leerweg op te heffen (bij openbare scholen) of de bekostiging daarvan te beëindigen (bij bijzondere scholen). Dit is een uiterste maatregel, die enkel ingezet kan worden als aan strikte wettelijke voorwaarden wordt voldaan: de inspectie moet een herhaald eindoordeel Zeer zwak hebben vastgesteld, gebaseerd op onvoldoende leerresultaten; de inspectie moet geconstateerd hebben dat het bevoegd gezag niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel onvoldoende verbeteringen heeft doorgevoerd; en het bevoegd gezag moet de mogelijkheid hebben gehad om hierop zijn zienswijze in te dienen. Aan deze wettelijke voorwaarden is in deze casus niet voldaan. Op dit moment zijn de in dit antwoord beschreven mogelijkheden wettelijk niet aan de orde. Ik bereid vervolgstappen voor op basis van het genoemde inspectierapport.
Vraag 8
Hoe wordt op dit moment gewaarborgd dat de leerlingen goed onderwijs krijgen en geen verdere leerachterstanden oplopen?
Antwoord 8
De onderwijskwaliteit en de ontwikkeling van leerlingen zijn en blijven de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school. De inspectie heeft geconcludeerd dat het bestuur nalaat om voldoende zorg te dragen voor verbetering van de onderwijskwaliteit. Op basis van de geconstateerde tekortkomingen zijn herstelopdrachten opgelegd. De inspectie ziet nu toe op de voortgang van deze herstelopdrachten. Ik bereid verdere maatregelen voor om te bewerkstelligen dat de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum op korte termijn weer onderwijs van goede kwaliteit krijgen.
Vraag 9
Welke lessen vallen er volgens u uit deze casus te trekken voor het toezicht op nieuwe scholen en kleine schoolbesturen, in het bijzonder wanneer sprake is van gebrekkig intern toezicht?
Antwoord 9
De kwaliteit van nieuw opgerichte scholen moet goed gemonitord worden. Dat doet de inspectie: nieuwe scholen krijgen standaard een kwaliteitsonderzoek binnen een jaar na oprichting, en afhankelijk van de opbrengsten daarvan vindt vervolgtoezicht plaats. Op deze manier is ook het Cornelius Haga Lyceum vanaf het begin bij de inspectie in beeld geweest.
Een zorgwekkende situatie zoals die bij SIO is uitzonderlijk. Er zijn veel kleine schoolbesturen waar de bestuurlijke kwaliteit en de onderwijskwaliteit op orde zijn. Het intern toezicht is een belangrijk gremium in de waarborging van onderwijskwaliteit. Wanneer de bestuurlijke kwaliteit wordt onderzocht, is het intern toezicht hier altijd onderdeel van. Deze casus bevestigt het belang hiervan. Dit laat ook het belang zien van toezicht van de inspectie op besturen.
Vraag 10
Bent u van mening dat het huidige instrumentarium van de Inspectie voldoende is om in te grijpen bij scholen waar langdurig sprake is van zeer zwak onderwijs of wanbeheer?
Antwoord 10
De interventiemogelijkheden van de inspectie zijn gericht op herstel van de onderwijskwaliteit. Gezien het zeer kleine aantal scholen of afdelingen in het funderend onderwijs waar sprake is van langdurig zeer zwak onderwijs, is het inspectie-instrumentarium effectief.
Vraag 11
Welke gevolgen heeft deze conclusie van de Inspectie voor de aanvragen die zijn gedaan voor het stichten van nieuwe scholen in bijvoorbeeld Almere en Tilburg?
Antwoord 11
De stichtingsaanvragen die recent zijn gedaan in Almere en Tilburg zijn door de inspectie beoordeeld op kwaliteit van het ingediende plan voor de betreffende scholen. Daarbij wordt onder andere beoordeeld of de bestuursstructuur voldoet aan de wettelijke eisen, met de waarborg van een onafhankelijke rol van intern toezicht.
Tevens is gekeken of bestuurders in de afgelopen vijf jaar een school hebben moeten sluiten vanwege zeer zwakke onderwijskwaliteit. De inspectie gaat bij alle nieuwe scholen in het eerste jaar langs en beoordeelt de scholen en besturen dan op hun functioneren. Dat zal ook in Almere en Tilburg gebeuren.