Antwoord op vragen van het lid Clemminck over lesmethoden op islamitische scholen waarin homoseksualiteit wordt afgewezen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40019, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-09-01 11:37, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z16663:
- Gericht aan: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2897
Antwoord van staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 31 augustus 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met de uitzending van Nieuwsuur over de rol van de islam bij geweld en vijandigheid tegen homoseksuelen en met het opinieonderzoek van EenVandaag naar de ervaringen van lhbti’ers in Nederland? [1] [2]
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Heeft u kennisgenomen van de in de uitzending getoonde islamitische
lesmaterialen waarin kinderen onder meer leren dat Allah een volk
vernietigde vanwege homoseksuele relaties, dieren een lhbti-vlag in het
vuur gooien en het homohuwelijk in verband wordt gebracht met de
“ontwrichting van de samenleving” en “ernstige ziektes”? Zo ja, wat is
uw reactie op deze lesmaterialen?
Antwoord 2:
Ja, ik heb kennisgenomen van de in de uitzending getoonde lesmaterialen.
Deze lesmaterialen zijn ook getoond in een uitzending van Nieuwsuur in
september vorig jaar. De suggesties die in de lesmaterialen worden
gedaan, keur ik volstrekt af. Deze suggesties kunnen ertoe leiden dat
kinderen een afkeer krijgen van homoseksualiteit en homoseksuele
personen. Dat zijn denkbeelden waar het onderwijs nooit aan mag
bijdragen.
Om dat te voorkomen, geldt in Nederland de wettelijke burgerschapsopdracht die van scholen eist dat ze de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, bevorderen en daarnaar handelen. De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) ziet erop toe dat scholen aan deze eisen voldoen.
Vraag 3
Acht u het aanvaardbaar dat dergelijke lesmaterialen worden gebruikt op
scholen die door de Nederlandse overheid worden bekostigd? Zo ja,
waarom? Zo nee, welke consequenties verbindt u hieraan?
Antwoord 3
Alle scholen in Nederland moeten zich houden aan de wettelijke
burgerschapsopdracht. De inspectie houdt daar toezicht op. De inspectie
houdt geen toezicht op afzonderlijke lesmaterialen, maar kijkt wel naar
de manieren waarop lesmaterialen worden gebruikt. Als de inspectie
lesmateriaal tegenkomt dat kan leiden tot homofobie of tot andere vormen
van onverdraagzaamheid, zal de inspectie constateren dat bij het gebruik
ervan strijdigheid met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat
kan optreden. Een onderzoek op een school die zulk lesmateriaal
gebruikt, wordt dan mede gericht op het precieze gebruik.
Ook breder controleert de inspectie hoe de school kennis en respect van en voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bevordert. Doen scholen dit onvoldoende, dan handelen ze in strijd met de wettelijke burgerschapsopdracht en kan de inspectie een herstelopdracht geven.
Vraag 4
Klopt het dat de Inspectie van het Onderwijs deze specifieke
lesmaterialen heeft beoordeeld en heeft geconcludeerd dat het gebruik
hiervan binnen de geldende wettelijke kaders is toegestaan? Zo ja, op
welke wettelijke bepalingen en inhoudelijke afwegingen is deze conclusie
gebaseerd?
Antwoord 4:
De inspectie houdt geen toezicht op lesmateriaal zelf, maar houdt
toezicht op het gebruik ervan.
Naar aanleiding van de publicatie van Nieuwsuur vorig jaar heeft de inspectie gesproken met besturen, schoolleiders, leraren en leerlingen van de betrokken scholen. In de gesprekken met besturen en schoolleiders is gesproken over de bevordering van basiswaarden binnen de religieuze context van de scholen. De inspectie heeft gesprekspartners bevraagd op hun gebruik van de leermiddelen die in de publicatie van Nieuwsuur aan bod kwamen. Onder leraren en leerlingen is vervolgens getoetst of wat besturen aangaven ook is wat in de praktijk wordt ervaren. Dat is conform de gangbare werkwijze van de inspectie.
De inspectie constateert op basis hiervan dat de betreffende scholen doordachte curricula hebben waarin zowel ruimte is voor het actief bevorderen van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat als voor de eigen levensbeschouwelijke identiteit van de school. Eén school vormt een uitzondering. Deze school heeft van de inspectie een herstelopdracht gekregen omdat het burgerschapsonderwijs op de school niet voldeed aan de wettelijke eisen. De school heeft na een hersteltermijn de geconstateerde tekortkomingen nog niet hersteld. De inspectie beraadt zich op maatregelen.
Vraag 5
Heeft de Inspectie van het Onderwijs volledig zicht op de lesmethoden,
leesboekjes en aanvullende religieuze leermiddelen die op islamitische
scholen worden gebruikt? Zo nee, hoe kan de Inspectie dan vaststellen of
het onderwijs voldoet aan de burgerschapsopdracht en of sprake is van
een sociaal veilige leeromgeving?
Antwoord 5
De inspectie houdt geen overzicht bij van alle lesmethoden die op
scholen worden gebruikt, hiermee handelt zij conform de huidige
wetgeving. . De inspectie betrekt in haar toezicht de manier waarop
lesmateriaal in de lessen wordt gebruikt om te beoordelen of de school
handelt conform de wettelijke burgerschapsopdracht en de zorgplicht voor
de veiligheid.
Vraag 6
Op welke wijze controleert de Inspectie of religieuze lesmaterialen niet
alleen afzonderlijk, maar ook in hun onderlinge samenhang bijdragen aan
een schoolcultuur die in overeenstemming is met de basiswaarden van de
democratische rechtsstaat?
Antwoord 6
De inspectie houdt toezicht op het gebruik van lesmaterialen,
afzonderlijk of samen, en hoe dat zich verhoudt tot bijvoorbeeld de
schoolcultuur. Uit de wettelijke burgerschapsopdracht volgt dat een
schoolcultuur in overeenstemming moet zijn met de basiswaarden van de
democratische rechtsstaat, waaronder vrijheid, gelijkwaardigheid en
solidariteit.
Vraag 7
Is bij u en de Inspectie bekend door welke personen, organisaties,
uitgeverijen of religieuze instellingen de in de uitzending getoonde
lesmethoden zijn ontwikkeld en verspreid? Zo ja, kunt u uiteenzetten
welke partijen hierbij betrokken zijn?
Antwoord 7
De inspectie heeft kennisgenomen van het lesmateriaal dat in de genoemde
uitzending wordt getoond, maar houdt geen toezicht de specifieke
herkomst van de methoden.
Vraag 8
Is bekend hoe de ontwikkeling, productie, aanschaf en verspreiding van
deze lesmaterialen zijn gefinancierd, waaronder eventuele financiering
door Nederlandse overheden, schoolbesturen, religieuze organisaties of
buitenlandse personen, organisaties of overheden? Zo nee, bent u bereid
dit te onderzoeken?
Antwoord 8
Dit is niet bekend. Voor de aanschaf van lesmaterialen ontvangen scholen
centrale bekostiging in de vorm van een lumpsum, waarbinnen zij zelf
bestedingsvrijheid hebben. De inspectie houdt geen toezicht op de
aanschaf van lesmaterialen door scholen. Evenmin controleert de
inspectie de financiële stromen van afzonderlijke uitgeverijen,
ontwikkelaars of lesmaterialen. Indien signalen aanhouden over dergelijk
lesmateriaal, bezie ik of nader toezicht op de herkomst van lesmateriaal
van waarde kan zijn en wat daar wettelijk voor nodig is. brengen.
Vraag 9
Worden deze lesmethoden centraal ingekocht of aanbevolen door
samenwerkingsverbanden, koepelorganisaties of andere organisaties binnen
het islamitisch onderwijs? Zo ja, welke organisaties betreft dit en op
hoeveel scholen worden deze materialen gebruikt?
Antwoord 9
Scholen bepalen zelf hoe zij de inkoop van lesmateriaal organiseren. Dit
kunnen zij doen als individuele school, maar ook op bestuursniveau of
binnen een koepelorganisatie. Hier zijn geen overzichten of tellingen
van.
Vraag 10
Welke wettelijke taken, bevoegdheden en mogelijkheden hebben gemeenten
om toezicht te houden of in te grijpen wanneer binnen hun gemeente
islamitische scholen worden opgericht of uitgebreid en er zorgen bestaan
over de gebruikte lesmaterialen, de invulling van de
burgerschapsopdracht of de sociale veiligheid van leerlingen? Acht u de
huidige positie en het instrumentarium van gemeenten hierbij toereikend?
Zo nee, bent u bereid gemeenten meer mogelijkheden te geven om
dergelijke zorgen bij de Inspectie en het ministerie af te dwingen en
opvolging daarvan te verlangen?
Antwoord 10
In de Grondwet is het onderwijs bestempeld als een verantwoordelijkheid
van de regering. De inspectie houdt toezicht op het onderwijs en
controleert of scholen aan de wettelijke eisen voldoen. Leven er binnen
een gemeente zorgen over een school, dan kunnen zij die overbrengen aan
de inspectie.
Met het oog op de stichting van scholen specifiek heeft de gemeente de mogelijkheid om bij iedere stichtingsaanvraag hun zienswijze in te brengen. De grondslag van een school is op zichzelf echter nooit een legitieme grond voor bezwaar.
De beschreven rolverdeling tussen gemeente en Rijk acht ik passend bij de grondwettelijke uitgangspunten en daarmee ook toereikend.
Vraag 11
Hoe verhoudt het gebruik van de genoemde lesmaterialen zich volgens u
tot de wettelijke burgerschapsopdracht, waaronder het bevorderen van
respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en het
creëren van een schoolcultuur die daarmee in overeenstemming is?
Antwoord 11
Vanuit de wettelijke burgerschapsopdracht heeft een school de plicht om
leerlingen kennis over en respect voor de basiswaarden van de
democratische rechtsstaat bij te brengen. Dat houdt ook in dat respect
voor verschillen de norm is, bijvoorbeeld in seksuele gerichtheid. De
genoemde lesmaterialen passen daar niet bij en leiden ertoe dat de
inspectie in haar toezicht extra aandacht heeft voor de invulling van de
burgerschapsopdracht en het burgerschapsonderwijs op de betreffende
school.
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat de vrijheid van onderwijs geen vrijbrief kan
zijn om kinderen met publiek geld les te geven uit materialen die
homoseksuele relaties stigmatiseren of in verband brengen met ziekte,
vernietiging en maatschappelijke ontwrichting?
Antwoord 12
Ja, die opvatting deel ik. Het onderwijs moet voor iedereen veilig en
vrij zijn, en geen voedingsbodem voor denkbeelden die indruisen tegen de
basiswaarden van onze democratische rechtsstaat. Dat geldt overigens
niet alleen voor het bekostigd onderwijs, maar bijvoorbeeld voor al het
onderwijs, ook particulier.
Vraag 13
Welke mogelijkheden hebben de Inspectie en de staatssecretaris op dit
moment om in te grijpen wanneer een school dergelijke lesmethoden
gebruikt, maar volgens de huidige uitleg nog niet aantoonbaar de
wettelijke ondergrens overschrijdt? Acht u dit instrumentarium
toereikend?
Antwoord 13
De inspectie ziet toe op de naleving van de wet en beoordeelt in dat
kader of scholen voldoen aan de wettelijke eisen die de
burgerschapsopdracht aan hen stelt. Zo niet, dan krijgen scholen een
herstelopdracht. Zie verder het antwoord op vraag 14 voor een
uitgebreidere beschrijving van het instrumentarium dat de inspectie en
de minister hebben bij het niet naleven van wettelijke eisen.
Vraag 14
Kunt u de zogenoemde escalatieladder uiteenzetten waarnaar u in de
uitzending van Goedenavond Nederland van 28 juli 2026 verwees, inclusief
de verschillende interventies, de voorwaarden voor toepassing daarvan en
de gemiddelde tijd die verstrijkt voordat tot een bekostigingssanctie of
sluiting kan worden overgegaan? [3]
Antwoord 14
Wanneer de inspectie constateert dat een school in strijd handelt met de
wettelijke burgerschapsopdracht, of met een andere wettelijke eis, geeft
de inspectie in principe eerst een herstelopdracht. Dat is de opdracht
aan een school om een vastgestelde tekortkoming te herstellen binnen een
bepaalde termijn, maximaal een jaar.. Na de hersteltermijn doet de
inspectie opnieuw een onderzoek. Is de tekortkoming dan nog niet
hersteld, dan kan de inspectie een bekostigingssanctie opleggen. Bij de
eerste sanctie wordt maximaal 15% van de maandelijkse bekostiging
ingehouden. Daarna loopt de sanctie gefaseerd op tot een uiteindelijke
inhouding van 100% van de maandelijkse bekostiging.
Het proces verloopt iets anders wanneer de inspectie constateert dat een school structureel of flagrant in strijd handelt met de wettelijke burgerschapsopdracht en dat dit leidt of dreigt te leiden tot een ernstige aantasting van een of meer van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. De inspectie kan dan wanbeheer vaststellen en draagt de zaak over aan de minister, die vervolgens een aanwijzing kan opleggen. Dat is een set maatregelen die het schoolbestuur moet nemen om het wanbeheer te beëindigen. Dat moet het schoolbestuur op korte termijn doen, vaak binnen enkele weken. Bij zeer hoge urgentie en de constatering van een redelijk vermoeden van wanbeheer door de inspectie kan de minister ook een spoedaanwijzing opleggen en is het aan het schoolbestuur om meteen het wanbeheer te beëindigen, binnen enkele dagen.
Als een school de (spoed)aanwijzing niet naleeft en het wanbeheer niet herstelt, kan de minister direct een bekostigingssanctie opleggen en tot 100% inhouden van de maandelijkse bekostiging. Als een school een aanwijzing specifiek gericht op burgerschap of veiligheid niet naleeft en er sprake blijft van wanbeheer, kan de minister de bekostiging van een school geheel beëindigen (bij bijzondere scholen) of de school sluiten (bij openbare scholen). Deze bevoegdheid kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden ingezet als ultimum remedium.
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat de huidige escalatieladder mogelijk onvoldoende
mogelijkheden biedt om snel en effectief in te grijpen wanneer scholen
structureel gebruikmaken van lesmateriaal dat homoseksuelen en
homoseksuele relaties stigmatiseert?
Antwoord 15
Waar het de wettelijke burgerschapsopdracht betreft, hebben de inspectie
en de minister diverse instrumenten tot hun beschikking om in te grijpen
wanneer scholen de wet niet naleven. Sinds de inwerkingtreding van de
Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium in 2023 heeft de minister de
mogelijkheid om sneller in te grijpen. Het opleggen van een
spoedaanwijziging, zoals gebeurde bij scholen die niet voornemens waren
de doorstroomtoets af te nemen, is hiervan een voorbeeld. In sommige
gevallen kan de minister echter alsnog minder snel ingrijpen dan
gewenst. Dit najaar wordt gestart met de evaluatie van de Wet. Via de
evaluatie, die in het voorjaar van 2028 gereedkomt, zal inzicht worden
verkregen in de doeltreffendheid, doelmatigheid en de effecten van deze
wet in de praktijk. De evaluatie moet vaststellen of de wet heeft geleid
tot de gewenste kwaliteitsverbeteringen en (eventuele) aanbevelingen
benoemen voor verbetering. Ik zal bezien of die aanbevelingen en de
ervaringen die worden opgedaan naast de evaluatie moeten leiden tot
aanpassingen van de wet om waar gewenst sneller te kunnen optreden.
Vraag 16
Bent u bereid de escalatieladder en de onderliggende wet- en regelgeving
te herzien, zodat scholen die structureel dergelijke lesmethoden
gebruiken sneller een aanwijzing, bekostigingssanctie of, als ultimum
remedium, sluiting tegemoet kunnen zien?
Antwoord 16
Dit najaar start een evaluatie van de Wet uitbreiding bestuurlijk
instrumentarium. In die evaluatie wordt ook bezien of verdere
uitbreiding van het huidige instrumentarium wenselijk en noodzakelijk
is. De evaluatie moet vaststellen of de wet heeft geleid tot de gewenste
kwaliteitsverbeteringen en (eventuele) aanbevelingen benoemen voor
verbetering.
Vraag 17
Uit onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel blijkt dat 70 procent van
de ondervraagde lhbti’ers het als een probleem ervaart om de eigen
seksuele oriëntatie of genderidentiteit in het openbaar te tonen en dat
zij weerstand vooral ervaren vanuit religieuze en extreemrechtse hoek,
waarbij met name de islam wordt genoemd. [4] Hoe beoordeelt u deze
uitkomsten?
Antwoord 17
Ik vind het vreselijk dat mensen zich niet geaccepteerd voelen vanwege
hun seksuele gerichtheid of genderidentiteit. In Nederland moet iedereen
in veiligheid en vrijheid zichzelf kunnen zijn en zich gelijkwaardig
weten, ongeacht seksuele gerichtheid of genderidentiteit. Dat geldt
overal: op school, tijdens het sporten, op de werkvloer en online.
Helaas laten verschillende onderzoeken zien dat lhbtiq+ personen nog
altijd een hogere mate van onveiligheid ervaren. De resultaten van dit
onderzoek zijn niet verrassend, maar daarom niet minder zorgwekkend. Ik
vind het schrijnend dat het voor een ruime meerderheid van de
lhbtiq+-gemeenschap een probleem is om hun seksuele gerichtheid in het
openbaar te laten zien. De signalen dat lhbtiq+ personen weerstand
ervaren uit religieuze en extreemrechts hoek, zijn bekend. Op basis van
nadere onderzoeksresultaten die we in 2027 verwachten, bekijken we of
aanvullend onderzoek en inzichten nodig zijn met betrekking tot de
oorzaken van dalende acceptatie in relatie tot onder andere de manosfeer
en religieus conservatisme.
Vraag 18
Deelt u de zorg dat onderwijs waarin homoseksualiteit expliciet negatief
of bedreigend wordt voorgesteld, kan bijdragen aan het maatschappelijke
klimaat waarin lhbti’ers aangeven hun gedrag, kleding en uitingen aan te
passen uit angst voor negatieve reacties?
Antwoord 18
Ja, deze zorg deel ik. Ik kan mij goed voorstellen dat als de
schoolcultuur homoseksualiteit negatief voorstelt, lhbtiq+ leerlingen
zich onveilig voelen en dat zij dit de rest van hun leven met zich
meedragen. Dat is onacceptabel. Daarom vraagt de wettelijke
burgerschapsopdracht van scholen dat zij zorgdragen voor een
schoolcultuur vanuitde basiswaarden van de democratische rechtsstaat en
waarin iedereen zich veilig en geaccepteerd weet. Doen ze dit niet, dan
handelen ze in strijd met de wet en zal de inspectie herstel
afdwingen.
Onderwijs speelt een belangrijke rol in de socialisatie van leerlingen en in het vormen van een stevige en veilige pedagogische basis, waar vanuit iedere leerling zich in vrijheid kan ontwikkelen. Het bevorderen van een positief maatschappelijk klimaat voor lhbtiq+ personen reikt echter verder dan het onderwijs. Dat is een opdracht aan ons allemaal.
Vraag 19
Bent u bereid de Inspectie van het Onderwijs opdracht te geven gericht
onderzoek te doen naar de aard, omvang en inhoud van lesmaterialen over
homoseksualiteit, relaties en het homohuwelijk binnen het islamitisch
onderwijs, en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren?
Antwoord 19
De inspectie doet verdiepend onderzoek naar de omgang van scholen met
potentiële strijdigheid in basiswaarden, onder andere met het oog op
seksuele diversiteit. Dit onderzoek richt zich op ervaringen van
leerlingen en op dilemma’s en het handelingsrepertoire van leraren.
Vraag 20
Kunt u vaststellen hoeveel scholen deze lesmethoden gebruiken of in het
verleden hebben gebruikt, gedurende welke periode dit is gebeurd en
hoeveel leerlingen naar schatting reeds met deze materialen in aanraking
zijn gekomen?
Antwoord 20
Nee, de inspectie houdt geen overzicht of tellingen van lesmethoden
bij.
Vraag 21
Deelt u de opvatting dat leerlingen die onderwijs hebben ontvangen
waarin homoseksuele relaties worden voorgesteld als ziekmakend,
maatschappelijk ontwrichtend of aanleiding voor goddelijke bestraffing,
mogelijk onvoldoende onderwijs hebben gekregen in overeenstemming met de
wettelijke burgerschapsopdracht?
Antwoord 21
Ja, die opvatting deel ik. Dergelijk onderwijs kan leiden tot een
schoolcultuur die niet in overeenstemming is met de basiswaarden van de
democratische rechtsstaat en waarin leerlingen en personeel zich
onvoldoende veilig weten. Een school die onvoldoende doet aan een
schoolcultuur vanuit de basiswaarden, handelt in strijd met de
wettelijke burgerschapsopdracht.
Vraag 22
Bent u bereid maatregelen te treffen om eventuele schade bij deze
leerlingen te herstellen, bijvoorbeeld door de betrokken scholen te
verplichten aanvullend burgerschapsonderwijs aan te bieden over
gelijkwaardigheid, het discriminatieverbod, seksuele diversiteit en de
grondrechten van lhbti’ers?
Antwoord 22
Scholen moeten zorgdragen voor een schoolcultuur vanuit de basiswaarden
van de democratische rechtsstaat en gericht op de veiligheid van
leerlingen. Doen ze dat niet, dan handelen ze in strijd met de
wettelijke burgerschapsopdracht en geeft de inspectie daarvoor een
herstelopdracht. Blijft herstel uit, ondanks de herstelopdracht, dan kan
de inspectie een financiële sanctie opleggen om de school op die manier
te dwingen de tekortkomingen te herstellen en de wet na te leven.
Op grond van de wettelijke burgerschapsopdracht, zijn alle scholen verplicht om onderwijs aan te bieden over gelijkwaardigheid, het discriminatieverbod, seksuele diversiteit en de universele rechten van de mens.
Vraag 23
Zo ja, hoe wordt gecontroleerd dat dit aanvullende onderwijs
daadwerkelijk wordt aangeboden en inhoudelijk voldoet aan de
basiswaarden van de democratische rechtsstaat? Zo nee, waarom acht u
herstelmaatregelen niet noodzakelijk?
Antwoord 23
Als de inspectie een herstelopdracht geeft, wordt vervolgens opnieuw
onderzoek gedaan op de school naar de voortgang en mate van herstel. De
inspectie onderzoekt of de school inmiddels wél voldoet aan de
wettelijke eisen.
Vraag 24
Bent u tevens bereid om, in afwachting van dat onderzoek, met de
betrokken schoolbesturen in gesprek te gaan over het onmiddellijk
uitfaseren van lesmaterialen waarin homoseksuele relaties in verband
worden gebracht met ziekte, goddelijke bestraffing of maatschappelijke
ontwrichting?
Antwoord 24
Het verbieden van lesmateriaal als zodanig past niet bij artikel 23 van
de Grondwet, waarin staat dat de keuze voor leermiddelen vrij is.
Vraag 25
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?
Antwoord 25
Ja.
[1] NOS Nieuwsuur, “Heeft links te weinig oog voor rol islam bij geweld tegen homo’s?”, uitzending van 27 juli 2026 (https://nos.nl/nieuwsuur/video/2624666-heeft-links-te-weinig-oog-voor-rol-islam-bij-geweld-tegen-homo-s)
[2] EenVandaag Opiniepanel, “7 op 10 lhbti’ers denken dat het een probleem is om hun geaardheid in openbaar te tonen: ‘Ik word dagelijks nageroepen’”, 27 juli 2026 (https://eenvandaag.avrotros.nl/opiniepanel/uitslagen/7-op-10-lhbtiers-denken-dat-het-een-probleem-is-om-hun-geaardheid-in-openbaar-te-tonen-ik-word-dagelijks-nageroepen-164335)
[3] WNL, Goedenavond Nederland, uitzending van 28 juli 2026.
[4] EenVandaag Opiniepanel, “7 op 10 lhbti’ers denken dat het een probleem is om hun geaardheid in openbaar te tonen: ‘Ik word dagelijks nageroepen’”, 27 juli 2026 (https://eenvandaag.avrotros.nl/opiniepanel/uitslagen/7-op-10-lhbtiers-denken-dat-het-een-probleem-is-om-hun-geaardheid-in-openbaar-te-tonen-ik-word-dagelijks-nageroepen-164335)