[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Coenradie over de afhandeling van geweld en belediging van politieagenten

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D40034, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:28, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z16405:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2891

2026Z16405

Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 1 september 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2656

Vraag 1

Bent u bekend met signalen van politieagenten dat zaken betreffende geweld tegen politieagenten en belediging van politieagenten in de praktijk regelmatig worden geseponeerd of slechts beperkt strafrechtelijk worden afgedaan?

Antwoord op vraag 1

Nee, deze signalen ken ik in zijn algemeenheid niet. Het Openbaar Ministerie (OM) neemt deze zaken juist zeer ernstig op. Deze worden met prioriteit behandeld en het sepotpercentage is in deze zaken lager dan gemiddeld. In 2025 werd volgens het jaarbericht van het OM 31 procent van de totale uitstroom onvoorwaardelijk geseponeerd1, terwijl in Veilig Publieke Taak-zaken in 2025 slechts 14 procent onvoorwaardelijk werd geseponeerd2 en in Geweld Tegen Politieambtenaren (GTPA)-zaken slechts 17,8 procent. Laatstgenoemde percentage blijkt uit de tabel in het antwoord op vraag 2. Een onvoorwaardelijke sepot betekent dat het OM onvoorwaardelijk afziet van vervolging. Bij een voorwaardelijk sepot zijn er voorwaarden verbonden aan het sepot, bijvoorbeeld verplichte begeleiding door Reclassering Nederland. Dit betekent niet dat er geen sepots voorkomen, bijvoorbeeld als het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt of als een andere afdoening prevaleert om een duurzame afdoening te verkrijgen.

Vraag 2

Hoeveel aangiften en processen-verbaal wegens geweld en belediging tegen politieagenten zijn in de afgelopen vijf jaar door het Openbaar Ministerie (OM) afgedaan met een sepot of een voorwaardelijk sepot? Kunt u deze cijfers per jaar uitsplitsen?

Antwoord op vraag 2

Het OM spant zich samen met de politie in voor mensen met een veilige publieke taak (VPT). In verband hiermee worden ook de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak geactualiseerd. Dit zijn opsporings- en vervolgingsafspraken van de politie en het OM. Deze afspraken zien op de strafrechtelijke aanpak van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak. De huidige versie van de ELA geldt sinds 2010. In 2025 heb ik toegezegd de ELA te zullen herzien en om daarbij de bevindingen uit de praktijk en de verschillende evaluaties te betrekken3. Naar verwachting ontvangt uw Kamer in het derde kwartaal van 2026 de herziene versie van de ELA.

Om de vervolging van VPT-zaken voor de samenleving inzichtelijk te maken publiceert het OM ieder jaar in april een memo overzicht en duiding VPT. In onderstaande tabel staat het totaal aantal ter vervolging ingestroomde VPT-zaken over de jaren 2021 t/m 2025. Onder het totaal aantal ingestroomde VPT-zaken staan de aantallen die onder de door het OM met de maatschappelijke kwalificatie Geweld Tegen Politieambtenaren (GTPA) ter vervolging zijn ingestroomd en daaronder zijn de aantallen voorwaardelijke – en onvoorwaardelijk sepots opgenomen.

2021 2022 2023 2024 2025
Totaal VPT 9823 9911 9113 9110 9811
GTPA 6527 6925 6087 6085 6703
- Vw sepot 322 407 366 358 383
- Ov sepot 793 902 842 767 810
% GTPA geseponeerd 17,1% 18,9% 19,8% 18,5% 17,8%

Vraag 3

Wat zijn de meest voorkomende sepotgronden in zaken waarin politieagenten slachtoffer zijn van geweld of belediging? Kunt u hiervan een overzicht geven?

Antwoord op vraag 3

De meest voorkomende sepotgrond bij een onvoorwaardelijke sepot is ‘onvoldoende bewijs’. Bij een voorwaardelijke sepot is dat ‘ander dan strafrechtelijk ingrijpen prevaleert’. In dat geval prevaleert bijvoorbeeld bestuursrechtelijk of tuchtrechtelijk ingrijpen.

Vraag 4

Hoeveel zaken wegens geweld en/of belediging van politieagenten hebben in de afgelopen vijf jaar geleid tot een strafbeschikking, transactie of veroordeling door de rechter? Kunt u deze cijfers per jaar uitsplitsen?

Antwoord op vraag 4

De cijfers die ik van het OM heb ontvangen, zijn niet uitgesplitst naar geweld en/of belediging. Over de afdoening van GTPA-zaken kan ik de onderstaande cijfers verstrekken. Hierin staat weergeven hoeveel zaken zijn afgedaan met een transactie/ OM-strafbeschikking en hoeveel zaken aan de rechter zijn voorgelegd. Het totaal aantal zaken dat is geseponeerd treft u in de tabel bij het antwoord op vraag 2.

2021 2022 2023 2024 2025
Transactie/ OM-strafbeschikking 1143 1403 1273 1304 1669
Aan de rechter voorgelegd 4132 4045 3897 3922 3650

Vraag 5

Herkent u de signalen uit de politiepraktijk dat ernstige beledigingen van agenten, waaronder bedreigende en intimiderende uitlatingen tijdens de uitoefening van hun functie, met regelmaat worden geseponeerd? Zo ja, hoe beoordeelt u deze ontwikkeling? Zo nee, waarop baseert u dat?

Antwoord op vraag 5

Deze signalen herken ik in zijn algemeenheid niet. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2. Daarbij hecht ik eraan het volgende op te merken. Intimiderende en bedreigende uitlatingen kunnen een grote impact hebben op agenten en zijn moreel verwerpelijk. Vanuit strafrechtelijk perspectief geldt echter dat intimiderende en bedreigende uitlatingen niet altijd een strafbaar feit opleveren. Waar het wel een (mogelijk) strafbaar feit oplevert, pakt het OM deze zaken met prioriteit op.

Van het OM heb ik, zoals hiervoor weergegeven, jaarcijfers ontvangen van het totaal aantal GTPA-zaken die ter vervolging zijn ingestroomd. Daarbij is tevens het aantal voorwaardelijke en onvoorwaardelijke sepots gegeven. Zie hiervoor ook de antwoorden op vraag 1, 3 en 4.

Vraag 6

Deelt u de opvatting dat een consequente bestraffing van geweld en ernstige belediging van politieagenten essentieel is voor het gezag van de politie, de veiligheid van onze dienders en de norm dat agressie tegen hulpverleners onacceptabel is? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7

Bent u bereid samen met het OM te onderzoeken of de huidige afdoeningspraktijk in zaken van geweld en belediging van politieagenten in overeenstemming is met het uitgangspunt dat agressie en geweld tegen publieke functionarissen een hoge opsporings- en vervolgingsprioriteit hebben? Zo nee, waarom niet?

Vraag 8

Deelt u de opvatting dat de overheid haar eigen politieagenten in de steek laat wanneer geweld en ernstige belediging van politieagenten niet consequent worden vervolgd en bestraft? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vragen 6, 7 en 8

Geweld en agressie tegen mensen met een publieke taak is onacceptabel en dit geldt zeer zeker ook voor politiemedewerkers. Een krachtige strafrechtelijke aanpak van geweld en agressie tegen alle functionarissen met een publieke taak is essentieel.

De politie heeft als werkgever een belangrijke rol in de ondersteuning van politiemedewerkers die tijdens het uitvoeren van hun werk te maken krijgen met geweld en agressie. Zo is er binnen de politie een Integrale Aanpak Geweld Tegen Politieambtenaren. Deze aanpak is gericht op de bescherming van politiemedewerkers door opleiding, registratie en vroegsignalering. De leidinggevenden vervullen een ondersteunende rol in de zorg en aandacht voor de mentale weerbaarheid van hun medewerkers. Ook wordt er in debriefings aandacht besteed aan het delen van nare ervaringen tijdens de dienst. Indien dit het geval is worden de betreffende politiemedewerkers 3 á 4 weken later uitgenodigd voor een groepsgesprek samen met een psycholoog. Ook is het Team Collegiale Ondersteuning ingericht voor ondersteuning voor en door collega’s na ingrijpende en schokkende gebeurtenissen in het werk.

Verder benoemt het OM in het requisitoir de bijzondere positie van het slachtoffer en motiveert de strafeis met inachtneming van de toepasselijke aanwijzingen van het College, als ook een afwijking daarvan. In beginsel wordt door het OM in VPT-zaken een aanmerkelijk hogere sanctie opgelegd of straf geëist. Voor mij is op basis van de geleverde informatie niet aannemelijk dat geweld en agressie van politiemedewerkers niet consequent wordt vervolgd en bestraft.

Ik informeer u op korte termijn over de herziening van de ELA bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak tussen de politie en het OM. Met deze herziening wordt beoogd om de politie en het OM nog beter in staat te stellen om VPT-delicten met meer prioriteit en kwaliteit af te handelen.


  1. Kamerstukken II 2025/26, 28844, nr. 305.↩︎

  2. cijfers-geweld-tegen-mensen-met-publieke-taak-vpt-2025 (10).pdf.↩︎

  3. Kamerstukken II 28684, nr. 778.↩︎