[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Markuszower over de gewelddadige straatroof van een 96-jarige vrouw in Overveen en het uitblijven van adequaat politieoptreden

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D40038, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:24, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z16360:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2888

2026Z16360

Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 1 september 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2649

Vraag 1
Bent u bekend met het artikel ’Mieke (96) bruut overvallen, maar politie heeft geen tijd, kleinzoon Bing (23) start massale klopjacht op daders: „Het net sluit zich”’? 1)

Antwoord op vraag 1
Ja.

Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat een 96-jarige vrouw die op 4 juli jl. in Overveen op klaarlichte dag gewelddadig van haar gouden ketting werd beroofd, van de politie te horen kreeg dat er pas over zeventien dagen plek was om aangifte te doen?

Vraag 3
Deelt u de opvatting dat een wachttijd van zeventien dagen voor het doen van aangifte van een geweldsmisdrijf tegen een hoogbejaarde volstrekt onacceptabel is, mede omdat — zoals de kleinzoon van het slachtoffer terecht constateerde — cruciaal bewijsmateriaal zoals camerabeelden na zo'n periode veelal gewist is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vragen 2 en 3
Geweldsmisdrijven als deze zijn afschuwelijk en ik veroordeel deze ten zeerste. Als minister van Justitie en Veiligheid kan ik echter niet ingaan op individuele casussen. Ik onderschrijf het belang van een bereikbare en zichtbare politie en vind het belangrijk dat burgers goed en zo snel als kan worden geholpen bij (het doen van) de aangifte. De politie is verantwoordelijk voor haar dienstverlening aan de burger en streeft ernaar om slachtoffers van misdrijven zo goed mogelijk bij te staan. Daarom spant de politie zich in om dit proces zo veel mogelijk aan te laten sluiten bij de behoefte van burgers.

In het algemeen geldt dat de politie bij het opnemen van aangiften rekening houdt met de ernst van het misdrijf, de situatie van het slachtoffer en het belang van eventueel opsporingsonderzoek.

Voor het opnemen van een aangifte van een meer complex of ernstiger strafbaar feit zoals in deze zaak, is vaak persoonlijk contact tussen de politie en het slachtoffer nodig en is het belangrijk dat er doorgevraagd kan worden om zoveel mogelijk aanknopingspunten voor de opsporing te verkrijgen. Dit kan een langere doorlooptijd met zich meebrengen. In deze casus is inmiddels de aangifte ontvangen en loopt er onderzoek.

Een belangrijk aspect hierbij is het verzamelen van bewijs, zoals het veiligstellen van relevante camerabeelden binnen de termijn waarin dat mogelijk is. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens mogen particulieren camerabeelden maximaal 4 weken (28 dagen) bewaren. Als er sprake is van een incident mogen camerabeelden langer worden bewaard. Daarnaast mogen gemeentelijke cameratoezichtbeelden in de openbare ruimte maximaal vier weken bewaard worden (artikel 151c van de Gemeentewet). Als de politie beelden heeft van een misdrijf en deze gebruikt kunnen worden voor opsporing en vervolging, mogen de beelden bewaard worden zolang dit voor het onderzoek nodig is

Tot slot geldt dat de politie voortdurend haar dienstverlening evalueert om deze waar mogelijk te verbeteren. De inzichten en lessen uit bovenstaande casus worden benut om de dienstverlening verder te ontwikkelen en in de toekomst nog beter aan te laten sluiten bij de behoeften van burgers.

Vraag 4
Hoe beoordeelt u het gegeven dat drie jonge burgers binnen enkele dagen deden wat de politie naliet: camerabeelden verzamelen bij winkeliers en bewoners, de daders haarscherp in beeld brengen — inclusief het misdrijf zelf — en dit bewijsmateriaal, in de woorden van de Telegraaf, 'op een presenteerblaadje' aanleveren bij de Haarlemse politie?

Antwoord op vraag 4
Wanneer burgers informatie aanleveren ten behoeve van een opsporingsonderzoek staat de politie daarvoor open. Informatie die aanknopingspunten voor de opsporing oplevert, is waardevol en behulpzaam bij de uitvoering van het onderzoek en het vinden van daders. Uiteraard waardeer ik de betrokkenheid van burgers en juich ik toe dat zij relevante informatie met de politie delen. Daarbij is het wel van belang dat deze informatie binnen de geldende wettelijke kaders is verkregen. Burgers beschikken namelijk niet over opsporingsbevoegdheden; het uitvoeren van opsporingsonderzoek is een taak van de politie die plaatsvindt onder het gezag van het Openbaar Ministerie (OM). De politie bepaalt echter – ook onder het gezag van het OM – welke zaken worden onderzocht en beoordeelt aangeleverde informatie altijd op betrouwbaarheid en rechtmatigheid. Voordat informatie als bewijs wordt gebruikt, verricht de politie daarom te allen tijde eigen onderzoek ter verificatie.

Vraag 5
Kunt u verklaren waarom zelfs ná het aanleveren van dit bewijsmateriaal het politieoptreden volgens de betrokkenen 'vrij bureaucratisch' verliep, waarbij het ene politiedistrict niet direct schakelde met het andere en de jongens niet konden worden doorverbonden met het district Zandvoort waar de zaak onder viel?

Antwoord op vraag 5
Ik betreur het wanneer burgers het gevoel hebben dat adequaat politieoptreden uitblijft en benadruk dat de politie ernaar streeft om slachtoffers van misdrijven zo goed mogelijk bij te staan. Het belang van een zichtbare en bereikbare politie is daarbij groot. Als minister van Justitie en Veiligheid kan ik echter niet ingaan op individuele casussen. Zie het antwoord op de vragen 2 en 3.

Vraag 6
Hoe beoordeelt u de reactie van de politiewoordvoerder dat een aangifte-afspraak „moet passen in de agenda's van de politie en de aangever”? Deelt u de opvatting van onze fractie dat bij een gewelddadige straatroof op een 96-jarige de agenda van de politie zich moet voegen naar het slachtoffer, en niet andersom?

Antwoord op vraag 6
Zoals ik in mijn beantwoording op de vragen 2 en 3 aangaf is het van groot belang dat de politie bereikbaar en zichtbaar is. Het contact tussen de politie en een burger die aangifte wil doen, dient zo veel als mogelijk op maat te zijn en te passen bij de individuele situatie en behoefte van de burger.

Vraag 7
Kunt u bevestigen dat de daders — volgens het artikel drie vermoedelijk Oost-Europese mannen — op dit moment nog altijd voortvluchtig zijn? Welke opsporingsinzet wordt er nu daadwerkelijk gepleegd om hen aan te houden, en op welke termijn verwacht u resultaat?

Antwoord op vraag 7
Als minister van Justitie en Veiligheid ga ik niet in op individuele casussen. Daarnaast kan ik geen uitspraken doen over lopend onderzoek.

Vraag 8
Kunt u de Kamer, zodra de daders zijn aangehouden, informeren over hun nationaliteit en verblijfsstatus?

Antwoord op vraag 8
Op het moment dat er verdachten zijn aangehouden is er sprake van een strafzaak en is het Openbaar Ministerie verantwoordelijk voor de communicatie. Over lopende strafzaken doe ik geen uitspraken.

Vraag 9
Deelt u de opvatting van onze fractie dat daders die een oma van 96 beroven lang in de cel horen en daarna keihard ons land uitgetrapt moeten worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 9
Ik deel uw afschuw van dit soort gewelddadige misdrijven tegen kwetsbare slachtoffers, maar het is aan de politie en het Openbaar Ministerie om de daders op te sporen en te vervolgen en aan de rechter om een straf op te leggen.

Vraag 10
Bent u bereid ervoor te zorgen dat het Openbaar Ministerie in deze zaak maximaal inzet op een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf, en dat na afloop van de detentie wordt ingezet op ongewenstverklaring, uitzetting en een duurzaam inreisverbod? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 10
Het Openbaar Ministerie handelt zelfstandig en onafhankelijk. Ik heb er alle vertrouwen in dat het OM in deze zaak tot een passende beslissing komt.

Meer algemeen gesproken, indien daartoe aanleiding bestaat, beoordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst of een strafrechtelijke veroordeling gevolgen heeft voor het verblijfsrecht. Eindigt het verblijfsrecht, dan zet de Dienst Terugkeer en Vertrek voortvarend in op terugkeer naar het land van herkomst of, indien van toepassing, overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat.

Vraag 11
​Is de politie bekend met de eerdere incidenten die in het artikel worden genoemd waarbij de daders volgens de sociale-mediacampagne van de drie vrienden meer berovingspogingen hebben gedaan en eerder een vrouw hebben achtervolgd en worden deze meegenomen in het opsporingsonderzoek?

Antwoord op vraag 11
Ik heb van de politie vernomen dat alle informatie die de kleinzoon van het slachtoffer samen met zijn vrienden heeft verzameld, is overgedragen aan de politie. Verder kan ik niet ingaan op individuele casussen en worden er geen uitspraken gedaan over lopende onderzoeken.

Vraag 12
Welke structurele maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat slachtoffers van geweldsmisdrijven direct aangifte kunnen doen en dat burgers zich niet langer genoodzaakt voelen zelf rechercheur te spelen omdat de politie geen tijd heeft?

Antwoord op vraag 12
De politie ontwikkelt haar dienstverlening steeds meer naar een multichannel-vorm, ook voor het doen van aangifte. Dat houdt in dat burgers, afhankelijk van de aard van hun melding, via de juiste route worden geholpen, zodat het contact zo veel als mogelijk aansluit bij hun situatie en behoefte. Voor het doen van aangifte zijn politie.nl en 0900-8844 in principe de primaire ingangen. Via deze kanalen kan voor een aantal strafbare feiten direct aangifte worden gedaan. In andere gevallen adviseert en verwijst de politie naar andere mogelijkheden, bijvoorbeeld door een afspraak te maken voor een aangifte op het bureau.

Vraag 13
Kunt u deze vragen, gezien de maatschappelijke onrust rond deze zaak en het feit dat de daders nog voortvluchtig zijn, ieder afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?

Antwoord op vraag 13
Waar mogelijk heb ik de vragen individueel beantwoord.