Antwoord op vragen van het lid Armut over het bericht 'Vrouwen die suïcide plegen, blijken opvallend vaak slachtoffer van huiselijk geweld'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40051, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:18, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede namens: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z14399:
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2883
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (ontvangen 1 september 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2560
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht 'Vrouwen die suïcide plegen, blijken opvallend vaak slachtoffer van huiselijk geweld'? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de bevindingen van Nederlandse deskundigen over het verband tussen huiselijk geweld en suïcide?
Antwoord op vraag 2
Uit een eerste onderzoek van de Universiteit Leiden en Forensische Artsen Rotterdam-Rijnmond (FARR) blijkt uit bijna 550 schouwverslagen van vrouwen die zijn overleden door suïcide, dat een significant deel van deze vrouwen ook zijn blootgesteld aan geweld. Deze eerste resultaten baren mij zorgen en zijn voor mij aanleiding om een driejarig vervolgonderzoek door de Universiteit Leiden mede te financieren, samen met de gemeenten Amsterdam en mogelijk ook Rotterdam. Ook ga ik in gesprek met de politie om te bezien hoe eventuele signalen van huiselijk geweld nu al – vooruitlopend op de uitkomsten van dit vervolgonderzoek - beter kunnen worden betrokken bij vermoedelijke suïcide-zaken.
Ieder jaar overlijden in Nederland ongeveer 1.800 mensen door suïcide, van wie ongeveer 1.200 mannen en 600 vrouwen.1 We weten ook dat huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland een groot probleem vormen. Naar schatting worden ongeveer 1,3 miljoen mensen van 16 jaar en ouder slachtoffer van huiselijk geweld.2 En dit huiselijk geweld kan leiden tot moord of doodslag, waarvan meestal vrouwen het slachtoffer zijn.3 Wat we nog niet goed weten is wat het verband is tussen suïcide, moord/doodslag en huiselijk geweld. Dit is tot nu toe nauwelijks systematisch onderzocht. We weten wel op basis van gesprekken met nabestaanden dat er slachtoffers zijn van huiselijk geweld die suïcide hebben gepleegd, om te ontsnappen aan hun uitzichtloze geweldssituatie of onder bedreiging door de geweldspleger. Ook zijn er zaken waarin de pleger van moord of doodslag het doet vóórkomen dat het slachtoffer suïcide heeft gepleegd. Maar hoe vaak dit alles in Nederland voorkomt is vooralsnog niet bekend. Hierdoor blijft dit verband tussen huiselijk geweld en (ogenschijnlijke) suïcide ook grotendeels onzichtbaar voor hulpverleners, forensisch artsen en de politie.
Met de financiering van het vervolgonderzoek kan het bestaande onderzoek worden opgeschaald naar landelijk niveau en kunnen de eerdere onderzoeksresultaten worden verrijkt met aanvullende data, waaronder die van de politie. Op basis van het vervolgonderzoek moet een scherper beeld komen van de mate waarin huiselijk geweld een rol speelt bij suïcides. Daarnaast kan dit onderzoek de basis vormen voor nieuwe richtlijnen, zodat hulpverleners, politie, forensisch artsen en pathologen signalen van suïcide als gevolg van huiselijk geweld beter kunnen herkennen. Zo kunnen zij beter inschatten of nader onderzoek nodig is in zaken waarin ogenschijnlijk sprake is van suïcide. Op basis daarvan kan onderbouwd antwoord gegeven worden op de vraag of het in deze zaken daadwerkelijk om suïcide gaat of dat er mogelijk ook anderen betrokken zijn bij het overlijden van het slachtoffer en een strafrechtelijk onderzoek nodig is.
Deze beoogde praktijkverbetering is ook relevant in het licht van het Wetsvoorstel inzake de Wet bestemming van lichamen van overledenen (Wblo). Dit wetsvoorstel verduidelijkt onder andere de bevoegdheden van politie en geeft de forensisch arts meer bevoegdheden om na overlijden onderzoek te doen.
Vraag 3
Herkent u het beeld dat huiselijk geweld, psychische mishandeling, stalking en dwingende controle belangrijke risicofactoren zijn voor suïcidaliteit onder vrouwen? Zo ja, op welke manier wordt hiermee rekening gehouden in beleid en praktijk?
Antwoord op vraag 3
Ja, op basis van het voornoemde eerste onderzoek van de Universiteit Leiden en FARR en op basis van gesprekken met nabestaanden herken ik dat beeld. En ook in internationale wetenschappelijke literatuur wordt dit beeld bevestigd.4 De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is erop gericht om dit geweld te voorkomen, en als het plaatsvindt, om dit geweld te stoppen en verdere escalatie en dodelijk geweld (waaronder suïcide) te voorkomen. Daarbij is specifieke aandacht voor vormen van geweld die vaak minder zichtbaar zijn, zoals psychische mishandeling en dwingende controle. Het kabinet werkt aan verschillende maatregelen om de aanpak van deze vormen van geweld te versterken. Zo is op 29 juni 2026 een wetsvoorstel in internetconsultatie gebracht waarmee psychische mishandeling en dwingende controle strafbaar worden gesteld. Dit wetsvoorstel beoogt bij te dragen aan een betere herkenning en aanpak van deze vormen van geweld en biedt, naast de bestaande mogelijkheden, een aanvullend strafrechtelijk instrument om slachtoffers beter te beschermen en plegers van geweld aan te pakken. Samen met de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en met gemeenten en betrokken organisaties en experts werk ik aan het versterken van de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling. Ik verwijs u onder meer naar de recente brief over de voortgang van de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling.5
Vraag 4
Zijn er cijfers bekend waaruit blijkt in hoeveel gevallen van suïcide sprake was van (een voorgeschiedenis van) huiselijk geweld? Zo ja, kunt u deze cijfers delen? Zo nee, bent u bereid te onderzoeken hoe dit beter in beeld kan worden gebracht?
Antwoord op vraag 4
Nee, dit zal worden onderzocht door de Universiteit Leiden, zoals vermeld in het antwoord op vraag 2.
Vraag 5
Bent u bereid te bezien of de registratie van huiselijk geweld, suïcidepogingen en suïcides beter op elkaar kan worden aangesloten, zodat patronen eerder kunnen worden herkend en gerichter beleid kan worden ontwikkeld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 5
Bij suïcidepogingen komt de politie meestal niet ter plaatse; eventueel komen er wel hulpverleners bij. Met de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport zal ik bespreken of en hoe hulpverleners die in deze gevallen betrokken worden een eventueel verband tussen huiselijk geweld en de suïcidepoging zouden kunnen herkennen en wat mogelijk is op het gebied van registratie. Bij overlijdens vermoedelijk als gevolg van suïcide doen een forensisch arts en nagenoeg altijd de politie onderzoek. Zoals vermeld in antwoord op vraag 2 zal ik met de politie bespreken hoe eventuele signalen van huiselijk geweld beter kunnen worden betrokken bij vermoedelijke suïcide-zaken; ook registratie komt hierbij aan de orde.
Vraag 6
Wat zijn op dit moment de mogelijkheden voor politie en het Openbaar Ministerie om onderzoek te doen wanneer er aanwijzingen zijn dat huiselijk geweld, psychische mishandeling of dwingende controle hebben bijgedragen aan een suïcide?
Antwoord op vraag 6
Na een ogenschijnlijke suïcide doen een forensisch arts en nagenoeg altijd de politie onderzoek. Bij dit onderzoek kijkt de politie ook naar de context, mede op basis van wat er over de overledene bekend is in de politiesystemen. De forensisch arts kan contact opnemen met betrokken zorgverleners om navraag te doen over het medisch dossier. Uit dit onderzoek kunnen signalen naar voren komen die aanleiding geven tot het doen van strafrechtelijk onderzoek.
Het bovengenoemde vervolgonderzoek beoogt beter zicht te krijgen op de genoemde aanwijzingen. Vooruitlopend daarop zal ik met de politie in overleg treden hoe signalen van huiselijk geweld beter en eerder kunnen worden betrokken bij vermoedelijke suïcide-zaken.
Vraag 7
Bent u bekend met het fenomeen "staged suicide", waarbij een overlijden ten onrechte als suïcide wordt aangemerkt terwijl sprake kan zijn van een misdrijf? Zo ja, in hoeverre komt dit volgens u voor in Nederland?
Antwoord op vraag 7
Ja, ik ben bekend met het fenomeen staged suicide en dit komt voor in Nederland. Ik verwacht met bovengenoemd vervolgonderzoek van de Universiteit Leiden een scherper beeld hiervan te kunnen krijgen.
Vraag 8
Bent u bereid onderzoek te laten doen naar de aard en omvang van staged suicide in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 8
Ja, zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 9
In hoeverre kan het aangekondigde wetsvoorstel over de strafbaarstelling van psychisch geweld bijdragen aan het voorkomen, signaleren en opsporen van situaties waarin langdurige psychische mishandeling mogelijk leidt tot suïcide of waarbij sprake kan zijn van staged suicide?
Antwoord op vraag 9
Met het wetsvoorstel met betrekking tot de verruiming van de strafbaarheid van psychisch geweld, in combinatie met beleidsmaatregelen zoals publiekscampagnes, deskundigheidsbevordering en verbetering van veiligheids- en risicotaxatie en dossiervorming, verwacht ik dat dwingende controle, psychische mishandeling en stalking beter strafrechtelijk kunnen worden aangepakt. Dit moet de betrokken organisaties extra handvatten bieden om deze vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen, zodat slachtoffers in veiligheid kunnen leven en zodat plegers hun schadelijke gedrag stoppen. Zodoende zou dit wetsvoorstel kunnen bijdragen aan het voorkomen, signaleren en opsporen van situaties waarin langdurige psychische mishandeling kan leiden tot suïcide of waarbij sprake kan zijn van staged suicide.
Vraag 10
Op welke wijze wordt binnen de Landelijke Agenda Suïcidepreventie aandacht besteed aan slachtoffers van huiselijk geweld als specifieke risicogroep?
Antwoord op vraag 10
In de vierde Landelijke Agenda Suïcidepreventie die op 24 maart jl. door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met uw Kamer is gedeeld6 is niet specifiek aandacht besteed aan slachtoffers van huiselijk geweld als risicogroep. Wel is er een aantal projecten binnen deze agenda waar vaker mensen te vinden zullen zijn die verhoogd risico lopen op overlijden door suïcide, zo mogelijk ook in verband met huiselijk geweld. Dat zijn: Sumona (het programma ‘suïcidepreventie, monitoring en nazorg’ voor mensen die een poging tot suïcide hebben ondernomen), Ter Plekke (een programma voor first responders) en Regio’s (project waarin samenwerkingspartners worden geholpen om regionale vangnetten te creëren voor specifieke groepen).
113 Zelfmoordpreventie zal als onderdeel van het in antwoord op vraag 2 genoemde onderzoek van de Universiteit Leiden een onderzoek uitvoeren met de werktitel ‘Verborgen fataal geweld: mechanismen onderliggend aan de link tussen huiselijk geweld en suïcide'. De planning is dat dit onderzoek in het voorjaar van 2027 gereed is. De bevindingen zullen op dat moment ook met behulp van een factsheet worden gepubliceerd en beschikbaar worden voor hulpverleners.
1) Algemeen Dagblad, 20 juni 2026, Vrouwen die suïcide plegen, blijken opvallend vaak slachtoffer van huiselijk geweld (https://www.ad.nl/rotterdam/vrouwen-die-suicide-plegen-blijken-opvallend-vaak-slachtoffer-van-huiselijk-geweld~ac290dda/).
1.758 zelfdodingen in 2025, gemiddeld bijna 5 per dag | CBS↩︎
Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024 | CBS↩︎
Bijvoorbeeld Wolford-Clevenger e.a., Associations of Emotional Abuse Types with Suicide Ideation among Dating Couples, Journal of Aggression, Maltreatment & Trauma, 26 (9), 2017; Keynejad e.a., Domestic abuse is important risk factor for suicide, BMJ, 2022.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 34843, nr. 133.↩︎
Kamerstukken II, 2026-2027, 32793, nr. 884.↩︎