[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Stand van zaken Belastingdienst

Brief regering

Nummer: 2026D40067, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 10:35, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17500:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Op donderdag 3 september 2026 vindt het commissiedebat Belastingdienst plaats. Ik kijk ernaar uit om met uw Kamer in gesprek te gaan over de Belastingdienst. Ter voorbereiding stuur ik u, zoals gebruikelijk, deze stand-van-zakenbrief waarin ik u meeneem in de koers van de Belastingdienst en u informeer over de voortgang op actuele onderwerpen, moties en toezeggingen.

Met deze brief neem ik u mee in waar de Belastingdienst staat en de onderwerpen waar ik mij de komende tijd op ga richten. Maar, wat mij betreft begin ik door stil te staan bij het waardevolle werk dat de ruim 28.000 Belastingdienstmedewerkers dagelijks verzetten. Zij staan belastingplichtigen te woord bij de Belastingtelefoon, ontwikkelen en onderhouden ICT-systemen in het datacenter in Apeldoorn, controleren aangiften en staan klaar om ondernemers te helpen. Met dit belangrijke werk zorgen zij ervoor dat onze publieke voorzieningen kunnen worden bekostigd.

Mijn koers voor de Belastingdienst is gericht op een moderne en toekomstbestendige organisatie, die het voor burgers en ondernemers zo eenvoudig mogelijk maakt om aan hun fiscale verplichtingen te voldoen. In deze brief ga ik nader in op twee prioriteiten die daarbij centraal staan: het verbeteren van de dienstverlening en de vereenvoudiging van fiscale wet- en regelgeving. Randvoorwaardelijk hiervoor is het voortzetten van de modernisering van de ICT bij de Belastingdienst, waar ik in deze brief eveneens op in ga.

Verder vindt uw Kamer in bijlage 1 het overzicht met ‘Actuele onderwerpen, moties en toezeggingen’. Daarmee informeer ik uw Kamer over een aantal belangrijke onderwerpen waarover uw Kamer in het verleden vragen heeft gesteld of waarover ik en mijn ambtsvoorgangers hebben toegezegd u opnieuw te informeren. In bijlage 2 vindt uw Kamer de beantwoording van de feitelijke vragen over de jaarrapportage Belastingdienst 2025 die u op 1 juli 2026 heeft gesteld.1 Ook ontvangt uw Kamer bij deze brief een aantal andere bijlagen, deze zijn hieronder voor de overzichtelijkheid in een tabel weergegeven:

1. Actuele onderwerpen, moties en toezeggingen
2. Beantwoording feitelijke vragen Jaarrapportage
3. Dienstverlening Belastingdienst tussen 2020 en 2024 - Ontwikkelingen, trends en reflecties
4. De effectiviteit van brieven van de Belastingdienst
5. Van ernaast naar erin – Klantgericht werken in het hart van de operaties brengen
6. Van visie naar praktijk – Dienstverleners met klantcontact over doorwerking ‘Visie op Dienstverlening’ op de werkvloer
7. Reactie Belastingdienst op rapporten SEA dienstverlening
8. Kamerbrief moties nalevingstekort en fraude
9. Rapportage Belangenbehartiger – Niemand tussen wal en schip: is fiscale rechtsbescherming een schijnrecht?
10. Brief AP Bias- en fairness-toetsing
11. Bijlage AP-brief
12. Invoeringstoets vrijstelling OV-abonnementen
13. Invoeringstoets Actualisatie Leegwaarderatio
14. Jaarverslag 2025 Verhuld vermogen

Continu verbeteren dienstverlening

Elk jaar hebben ruim tien miljoen burgers en bedrijven wel minimaal één keer te maken met de Belastingdienst. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Want hoe burgers en bedrijven de dienstverlening van de Belastingdienst ervaren, heeft invloed op het vertrouwen dat zij hebben in de overheid als geheel. Dat vertrouwen wil ik versterken, zoals u heeft kunnen lezen in het regeerakkoord. Het verbeteren van de dienstverlening draagt daar aan bij.

De afgelopen jaren heeft de Belastingdienst gewerkt om de dienstverlening aan burgers en ondernemers verder te verbeteren door het versterken van digitale dienstverlening en het uitbreiden van persoonlijke ondersteuning. Daarmee is de dienstverlening ontwikkeld van een aanpak die meer aanbodgericht was naar een benadering die vraaggericht is ingestoken. Zo sluit de Belastingdienst steeds beter aan op de behoeften van belastingplichtigen door hen digitaal te bedienen, terwijl voor wie het nodig heeft, persoonlijke ondersteuning beschikbaar blijft.

De Belastingdienst heeft een beweging ingezet naar “de voorkant”. Onder andere door middel van proactieve dienstverlening wordt ingezet op het voorkomen van fouten en het ondersteunen van burgers, bedrijven en fiscaal dienstverleners om een tijdige, juiste en volledige aangifte te doen en aan betalingsverplichtingen te voldoen. Toch kan het gebeuren dat er onbedoeld fouten worden gemaakt. De menselijke maat is wat mij betreft onderdeel van goede dienstverlening. Het regeerakkoord onderstreept dat vertrouwen in burgers het vertrekpunt moet zijn. Als de Belastingdienst een fout vermoedt, worden burgers en bedrijven – waar mogelijk - eerst zelf gevraagd om de aangifte aan te passen. Zo worden onnodige en dure herstelacties voorkomen.

De komende periode zet de Belastingdienst in op drie prioriteiten binnen de dienstverlening:

  1. Het verder versterken van digitale dienstverlening

  2. Het verder versterken van persoonlijke en proactieve dienstverlening

  3. Het uitbreiden van ondersteuning via maatschappelijke partijen (help-de-helper) en fiscaal dienstverleners

In bijlage 3 tot en met 6 vindt u de onderzoeken die in het kader van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) zijn uitgevoerd naar de dienstverlening van de Belastingdienst. In bijlage 7 vindt u de reactie van de Belastingdienst op de conclusies en aanbevelingen, en de wijze waarop hieraan opvolging wordt gegeven. Uit deze onderzoeken blijkt de eerder beschreven beweging naar de voorkant ook voor belastingplichtigen zichtbaar is. Zo blijkt uit het in bijlage 3 opgenomen onderzoek over trends en ontwikkelingen in de dienstverlening dat de hulp bij steunpunten van de Belastingdienst zeer positief wordt ervaren door burgers. Ook kunt u in hetzelfde onderzoek lezen dat het experiment met het ‘contactkaartje’ als onderdeel van het programma Vroegsignalering als een positieve handreiking wordt ervaren en burgers naar aanleiding hiervan contact zoeken met de Belastingdienst. Tegelijkertijd laten de onderzoeken zien dat verdere verbetering nodig blijft. Met name drie punten vragen om aandacht: het structureel verankeren van klantgericht werken, meer regie op dienstverlening en het verbeteren van samenwerking binnen de organisatie.

Versterken van digitale dienstverlening

De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren dienstverlening voor de grootste groep burgers en ondernemers verder gedigitaliseerd. De komende periode wordt ingezet op het verder versterken van digitale dienstverlening en het vergroten van de mogelijkheden voor selfservice. Burgers en bedrijven moeten hun belastingzaken zoveel mogelijk zelfstandig, eenvoudig en digitaal kunnen regelen, via een kanaal dat bij hen past.

Daarbij wordt onder meer gewerkt aan:

  • Het programma VanZelf Goed!, waarmee burgers, ondernemers en hun fiscaal dienstverleners beter worden ondersteund bij het voorkomen van fouten en het doen van goede aangiften. Zo wordt onder andere gewerkt aan interactieve hulpmiddelen waarmee ondernemers en hun fiscaal dienstverleners op het juiste moment en via het gebruikte kanaal ondersteund worden bij het doen van een goede aangifte. Het programma heeft de ambitie om op termijn de mogelijkheid voor het rechtstreeks vanuit hun boekhoudprogramma doen van aangiften voor de inkomstenbelasting en omzetbelasting door zelfstandige ondernemers te realiseren.

  • Het programma ‘De Vraag Vooruit’. Vanuit dit programma wordt onder andere gewerkt aan checkers waarmee burgers zelf digitaal kunnen checken of een bepaalde aftrekpost voor hen van toepassing is.

  • Uitbreiding van het Overzicht Betalen en Ontvangen. Dit is het digitale dashboard met een overzicht van openstaande rekeningen of te ontvangen bedragen. De komende tijd wordt gewerkt aan het toevoegen van extra functies en middelen aan het overzicht, zoals de schenk- en erfbelasting, dividendbelasting en te ontvangen toeslagen.

  • Het digitaal aanbieden van formulieren en brieven van de Belastingdienst via het programma Keuze Digitaal. Sinds december 2025 kunnen burgers en ondernemers ervoor kiezen om hun post van de Belastingdienst enkel digitaal te ontvangen. Ongeveer vier miljoen burgers hebben hun keuze voor digitale post al doorgegeven. Dit is in eerste instantie mogelijk voor de inkomensheffing. Via een gefaseerde uitrol volgt de keuzemogelijkheid voor de brieven over andere belastingmiddelen, zoals de omzetbelasting (vanaf september 2026) en vanaf 2027 volgen onder andere autoheffingen en loonheffingen.

  • De verdere ontwikkeling van de Belastingdienst-app. Momenteel is het mogelijk om via de app een eenvoudige aangifte voor de inkomstenheffing te doen. De ambitie is het toevoegen van het Overzicht Betalen en Ontvangen, iDeal|wero-betaalmogelijkheden met vooraf ingevulde gegevens en het via de app aanvragen van een betalingsregeling. Daarnaast is het de bedoeling om het mogelijk te maken om via de app een bel‑ of balieafspraak te maken voor meer persoonlijke ondersteuning.

Versterken persoonlijke en proactieve dienstverlening

De afgelopen jaren is geïnvesteerd in het uitbreiden van persoonlijke ondersteuning, zodat de groep burgers en ondernemers die extra ondersteuning nodig heeft, eerder in beeld komt. Zo zijn er – naast 22 balies op de Belastingdienstkantoren – de afgelopen jaren 21 steunpunten bijgekomen op makkelijk bereikbare locaties, zoals gemeentehuizen, stadskantoren of wijkcentra. Daarnaast kunnen mensen het hele jaar door bij bibliotheken door heel het land terecht voor hulp bij belastingen en toeslagen, met extra aandacht in drukke periodes zoals de aangiftetijd. Ook is de Belastingdienst aangesloten op de ondernemerspleinen van de Kamer van Koophandel (KvK).

De dienstverlening aan startende ondernemers is versterkt. Zo wordt een pilot uitgebreid waarbij starters die voor de eerste keer aangifte hebben gedaan een attentiebrief hebben ontvangen om te bevestigen dat ze dit op de juiste manier hebben gedaan. Er wordt verder ingezet op ondersteuning van landelijke voorlichting, onder andere door voorlichters van de Belastingdienst – bijvoorbeeld bij regionale KvK’s – beter te ondersteunen, en het versterken van educatie in de vorm van belastinglessen op scholen en een serious game voor jongeren die willen starten met ondernemen. Dit gebeurt naast de al bestaande dienstverlening voor starters via de website Goede Start Belastingdienst, webinars, live chat, videobellen, gesprekken op locatie via afspraak of spontane binnenloop.

De komende periode wordt ingezet op meer proactieve dienstverlening. Waar mogelijk wil de Belastingdienst voorkomen dat burgers en bedrijven vastlopen door eerder signalen van mogelijke fiscale of financiële problemen te herkennen en om passende ondersteuning aan te bieden.

Daarbij wordt onder meer gewerkt aan:

  • De verdere ontwikkeling van vroegsignalering bij burgers. Dit najaar start een pilot met een signaalmodel vroegsignalering waar aan belastingplichtigen die fiscale problemen ervaren, proactief hulp wordt aangeboden. Belangrijke onderdelen van de pilot zijn het onderzoeken wat belastingplichtigen vinden van deze vorm van proactieve dienstverlening én het gebruik van persoonsgegevens om mensen proactief te benaderen met een hulpaanbod.

  • De landelijke uitrol van vroegsignalering voor bedrijven. Eind 2026 heeft elk MKB-kantoor van de Belastingdienst een eigen team voor vroegsignalering. Medewerkers kunnen bedrijven met mogelijke problemen voortaan rechtstreeks bij dit team onder de aandacht brengen. Ook volgen alle MKB-medewerkers een online module vroegsignalering. Zij weten hierdoor welke hulpmiddelen beschikbaar zijn en krijgen praktische tools om signalen sneller te herkennen, het gesprek makkelijker te voeren en ondernemers gerichter te helpen.

  • Verdere samenwerking binnen overheidsbrede loketten. Burgers en bedrijven die in de knel komen hebben vaak met meerdere overheidsorganisaties te maken. De Belastingdienst werkt samen met BZK, andere uitvoeringsorganisaties (zoals het UWV en de KvK) en gemeenten aan overheidsbrede loketten, waar burgers en bedrijven integraal geholpen worden.

  • De verzending van het 'contactkaartje', deze wordt opnieuw voorbereid. Belastingplichtigen die meerdere jaren geen belastingaangifte hebben gedaan, ontvangen omstreeks oktober een contactkaartje omdat ze opnieuw niet tijdig aangifte hebben gedaan. Op het contactkaartje vindt de belastingplichtige mogelijkheden om laagdrempelig in contact te komen met de Belastingdienst om hulp te krijgen bij het doen van aangifte.

Uitbreiden ondersteuning help-de-helper en samenwerking fiscaal dienstverleners

De Belastingdienst werkt intensief samen met maatschappelijke organisaties en fiscaal dienstverleners om burgers en bedrijven beter te ondersteunen. De afgelopen jaren is onder meer geïnvesteerd in het Kennisnetwerk, relatiebeheer en samenwerking met organisaties die mensen helpen bij belastingzaken.

De komende periode wordt deze aanpak verder geïntensiveerd. Het maatschappelijk hulpnetwerk wordt continu uitgebreid om met groepen mensen die de Belastingdienst minder goed kan bereiken, toch in contact te kunnen komen. Dit gebeurt onder andere door de inzet van relatiebeheerders en samenwerking met het Landelijk Stimuleringsnetwerk Thuisadministratie van waaruit 20.000 vrijwilligers mensen helpen die geldzorgen hebben. De Belastingdienst onderzoekt hoe het online Kennisnetwerk kan worden uitgebreid. Dit is het platform voor iedereen die mensen helpt bij belasting- en toeslagzaken. Waar het Kennisnetwerk voorheen alleen gericht was op de ruim duizend maatschappelijk dienstverleners in het netwerk, wordt nu verkend of het ook bruikbaar is voor iedereen die een ander in de privésfeer wil helpen. Het onderzoek is dit najaar gereed.

Daarnaast wordt de samenwerking met fiscaal dienstverleners verder versterkt, zodat informatie, processen en ondersteuning beter op elkaar aansluiten. Hiervoor stemt de Belastingdienst periodiek af met koepel- en beroepsorganisaties van fiscaal dienstverleners en met een panel van kleinere, middelgrote en zelfstandige fiscaal dienstverleners. Ook is de bereikbaarheid van de Belastingdienst voor fiscaal dienstverleners verbeterd, bijvoorbeeld via de Contactkaart Belastingdienst waarmee in een compact overzicht staat opgenomen waar de fiscaal dienstverlener moet zijn bij de Belastingdienst voor overleg, een vraag of een andere kwestie. Ook is het Meldpunt Fiscaal Dienstverleners ontwikkeld: een webformulier voor een fiscaal dienstverlener die een probleem heeft waarvoor de bekende of beschikbare informatiekanalen geen oplossing biedt.

Verder is een digitale bezwaarvoorziening ontwikkeld waarmee fiscaal dienstverleners via een directe koppeling digitaal bezwaarschriften kunnen indienen voor de inkomensheffing, vennootschapsbelasting en omzetbelasting en ontvangen zij een ontvangstbevestiging. De ambitie is om dit verder uit te breiden voor andere middelen.

Vereenvoudiging

De beweging naar de voorkant, zoals hiervoor beschreven bij dienstverlening, is gebaat bij de vereenvoudiging van wet- en regelgeving. Daarom werk ik aan voorstellen om het belastingstelsel beter uitvoerbaar te maken door middel van vereenvoudiging. Daarbij werk ik ook toe naar een bredere hervormingsagenda die uiterlijk eind dit jaar verschijnt met daarin concrete mijlpalen in de tijd op verschillende onderdelen van het stelsel.

Naar een toekomstbestendig ICT-landschap

Een veilig, betrouwbaar en beheersbaar ICT-landschap is essentieel voor de Belastingdienst om zijn taken goed uit te voeren. Een dergelijk landschap is niet alleen noodzakelijk om de continuïteit van de heffing en inning te borgen, maar ook om grote en structurele wijzigingen door te kunnen voeren. Ook de in het vorige hoofdstuk beschreven ambities op het gebied van dienstverlening zijn hierbij gebaat. Mijn ambtsvoorganger heeft in maart 2023 aangekondigd om ruimte te maken voor de modernisering van de verouderde ICT bij de Belastingdienst. Dat was een noodzakelijke ingreep. De modernisering had jarenlang onvoldoende prioriteit gekregen, waardoor achterstallig onderhoud is ontstaan. Dit is een situatie die in de toekomst moet worden voorkomen. Daarom is het nodig om structureel ruimte te reserveren voor strategische vernieuwing om achterstallig onderhoud en grote moderniseringsopgaven in de toekomst te voorkomen.

Voortgang modernisering

De afgelopen jaren zijn binnen de ketens Autoheffingen, Inning & Betalingsverkeer en Omzetbelasting omvangrijke moderniseringstrajecten opgestart. De komende jaren worden onder meer de uitfasering van Cool:Gen binnen de ketens Inkomensheffingen (2027) en Loonheffingen (2028), de vervanging van IPAS (2027) en de implementatie van een nieuw omzetbelastingsysteem (2028) afgerond. Binnen de keten Inning & Betalingsverkeer resteert na 2028 nog een moderniseringsopgave. In de meeste andere ketens ontstaat vanaf dat moment een stabieler beeld doordat grote achterstanden zijn weggewerkt en de druk van de moderniseringsopgave afneemt.

De praktijk laat zien dat modernisering voortdurend om bijsturing vraagt. Nieuwe wetgeving, veranderende omstandigheden en extra werkzaamheden kunnen leiden tot aanpassing van de planning. Programma’s en systemen die nu toonaangevend zijn kunnen over enkele jaren verouderd zijn, want technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller. Het vernieuwen en het Life Cycle Management (LCM) van het ICT-landschap vereisen daarom doorlopend aandacht. Door tijdig in te zetten op vernieuwing en systemen planmatig te onderhouden zorgt de Belastingdienst voor het behoud van een modern landschap.

Vooruitblik ketens
Verschillende ketens zitten nog midden in omvangrijke moderniseringstrajecten of wetgevingstrajecten. Ook wordt gewerkt aan Belastingdienstbrede voorzieningen, zoals het Generiek Kantoor Platform (GKP), het Generiek platform voor Document en Archiefbeheer (GDA), Inzage Fiscaal Dossier (IFD) en de verdere ontwikkeling van de gegevenshuishouding. Daarnaast vragen opgaven op het gebied van informatiebeveiliging (Cyberbeveiligingswet), het versterken van de digitale autonomie, privacy (AVG), de Archiefwet en informatiehuishouding blijvend aandacht. Deze opgaven zijn randvoorwaardelijk voor de verdere digitalisering van de Belastingdienst.

Het moment waarop weer ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen is gewijzigd voor vijf ketens.2 Voor de keten Autoheffingen wordt deze ruimte vanaf 2029 verwacht; eerder werd uitgegaan van enige ruimte in 2028. Dit komt doordat de afronding van de MRB-modernisering en meerwerk aan grootonderhoud van technische platformen, naar 2028 verschuift. Daar komt ook de digitalisering van de BPM en de invoering van nieuwe wetgeving voor beide middelen per 2027 bij. Deze combinatie leidt ertoe dat er pas vanaf 2029 weer ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen in deze keten.

In de keten Loonheffingen ontstaat vanaf eind 2028 weer ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Dit was eerder vanaf 2028. Dit is het gevolg van inpassing van nieuwe wetgeving, zoals de ‘‘fiscale normering markt voor voertuigen gericht op personenvervoer’’ en vertraging in de planning van de uitfasering Cool:Gen. In bijlage 1 vindt u hierover verdere uitleg.

Voor de keten FIOD wordt weer ruimte verwacht vanaf medio 2029, dit was eerder 2027. Deze ruimte hangt onder meer samen met de vernieuwing van de forensische infrastructuur, die noodzakelijk is voor het verwerken en analyseren van een toenemende hoeveelheid opsporingsinformatie. Daarnaast heeft de FIOD in mei 2026, in samenwerking met Defensie (Koninklijke Marechaussee en de Joint Informatievoorziening Commando) en bijzondere opsporingsdiensten (BOD), de broncode van het opsporingszaaksysteem overgenomen. Dit is noodzakelijk om de continuïteit van een bedrijfskritisch systeem te borgen, maar vormt een omvangrijke beheersopgave.

Voor de keten Generiek Kantoor en Toezicht (GKT) ontstaat vanaf 2029 geleidelijk meer ruimte, dit was eerder 2028. Oorzaken hiervoor zijn onder andere de vervanging van verouderde applicaties, technische migraties en de implementatie van nieuwe wet- en regelgeving; waaronder de diverse Directives on Administrative Cooperation (DAC) en stroomlijning fiscaal inzagerecht. Daarnaast hebben verschuivingen in andere ketens een inherent effect op GKT.

Voor de keten Overige Middelen wordt weer ruimte verwacht vanaf 2030, dit was eerder 2029. Dit komt omdat de werkzaamheden rondom de vervanging van IPAS meer tijd en energie vragen dan vooraf ingeschat. Daarnaast heeft de modernisering van de Kansspelbelasting langer geduurd dan verwacht. Dit heeft effect gehad op de beschikbare capaciteit.

Meer ruimte voor strategische vernieuwing

Door de focus op het wegwerken van achterstallig onderhoud en het implementeren van wetgeving was er de afgelopen jaren beperkt ruimte voor verbeteringen. Door sturing op basis van een Meerjarenportfolio (MJP) wordt deze balans geleidelijk hersteld. Daarbij worden drie categorieën werkzaamheden onderscheiden: (1) essentiële modernisering om continuïteitsrisico's te voorkomen, (2) wetgeving en externe verplichtingen, en (3) strategische initiatieven die bijdragen aan betere dienstverlening, gebruiksgemak, toezicht, digitale autonomie, productiviteit, werkplezier en innovatie. Tot deze laatste categorie behoren ook investeringen die toekomstige achterstanden helpen voorkomen.

Van de IV-capaciteit in het MJP die voor deze drie categorieën te prioriteren valt, gaat op dit moment ongeveer 55 procent naar modernisering, 40 procent naar wetgeving en externe verplichtingen en slechts vijf procent naar strategische vernieuwing. De ambitie is om deze verhouding de komende jaren geleidelijk te verschuiven naar maximaal 20 procent capaciteit voor essentiële modernisering en LCM en het aandeel voor strategische vernieuwing te vergroten van circa 5 naar ten minste 20 procent van de beschikbare IV-capaciteit. Daarmee kan gericht worden geïnvesteerd in een toekomstbestendige Belastingdienst. Dat vraagt wel om scherpe keuzes, want de beschikbare capaciteit is niet oneindig. Dat betekent dat er prioriteiten moeten worden gesteld en niet elke nieuwe beleidswens direct kan worden toegepast. Ik ga daarover graag met uw Kamer in gesprek.

2028 als omslagpunt

Het jaar 2028 vormt daarbij een omslagpunt. Naarmate minder capaciteit nodig is voor de modernisering en het wegwerken van achterstallig onderhoud, ontstaat meer ruimte voor initiatieven die de Belastingdienst in staat stellen om de verwachtingen van burgers, ondernemers en medewerkers beter waar te maken. Daarbij staat de doorontwikkeling van generieke voorzieningen centraal, zoals het Generiek Kantoor Platform (GKP) en Grip op Gegevens. Daarmee zorgt de Belastingdienst ervoor dat medewerkers beter worden ondersteund in hun werk en wordt hiermee aan een belangrijke randvoorwaarde gewerkt voor de realisatie van Inzage Fiscaal Dossier (IFD). Daarnaast wordt ingezet op het voorkomen van toekomstige achterstanden door tijdig verouderde IT-voorzieningen op te ruimen, zoals Lokaal Ontwikkelde Applicaties (LOA’s) en Robuuste Tijdelijke Voorzieningen (RTV’s). De Belastingdienst zal deze ruimte ook benutten om de output van de IV-voortbrenging te verhogen, bijvoorbeeld door de inzet van AI.

Tevens ontstaat meer ruimte om nieuwe beleidswensen te verwerken, maar voor de meeste ketens geldt wel dat er dan een grote voorraad aan initiatieven klaarligt om te implementeren. Dit zijn zowel wetgevingswensen als essentiële verbeteringen in de dienstverlening of het toezicht. De focus verschuift daarmee van het herstellen van achterstanden naar het moderniseren voor de toekomst. Daarmee breekt een nieuwe fase aan: een fase waarin de aandacht niet langer primair uitgaat naar het wegwerken van achterstanden, maar meer naar het versterken van dienstverlening, toezicht en toekomstbestendigheid.

Nalevingstekort en prioritering aanpak misbruik en fraude

Vanuit uw Kamer en de maatschappij wordt terecht verwacht dat de Belastingdienst, naast dienstverlenend richting burgers en bedrijven, zichtbaar en stevig optreedt tegen fraude, misbruik en het bewust niet naleven van fiscale verplichtingen. Ik deel deze verwachting. Fraude en misbruik kunnen het maatschappelijk draagvlak voor het naleven van fiscale verplichtingen aantasten. In paragraaf 20 van bijlage 1 informeer ik u nader over de aanvragen in de inkomensheffingen waarover ik u eerder, op 18 mei jl., heb geïnformeerd.3

Ik onderschrijf het belang van het zo klein mogelijk houden van het nalevingstekort. Dit nalevingstekort is een resultaat van het functioneren van het belastingstelsel als geheel, waarvan de inspanningen van de Belastingdienst een onderdeel zijn. Het tekort wordt ook beïnvloed door externe factoren zoals maatschappelijke en economische ontwikkelingen en vertrouwen in politiek en overheid. Tegelijkertijd laat zowel de Nederlandse praktijk als de internationale ervaring zien dat het nalevingstekort al relatief laag is en niet eenvoudig of snel verder kan worden teruggebracht door uitsluitend meer controles of hogere handhavingsinspanningen. Nederland kent in vergelijking met andere landen een hoge fiscale compliance.4

Dat neemt niet weg dat er een aantal ontwikkelingen zijn die bijdragen aan het verkleinen van het nalevingstekort en het krachtig bestrijden van fraude. Niet elke vorm van niet-naleving kan met dezelfde intensiteit worden aangepakt. De inzet van toezicht- en opsporingscapaciteit is niet oneindig, dus is het noodzakelijk keuzes te maken om deze capaciteit doelmatig en gericht in te zetten.

Ik kies voor een structurele aanpak die aansluit bij de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Belastingdienst: signaleren van knelpunten in wet- en regelgeving, het voorkomen van fouten waar dat kan, het ondersteunen van burgers en bedrijven bij naleving, het gericht inzetten van toezicht en het krachtig aanpakken van fraude waar dat moet. Met de in bijlage 8 bij deze brief beschreven maatregelen geef ik uitvoering aan de moties van uw Kamer en wordt gewerkt aan een stelsel waarin het nalevingstekort duurzaam zo klein mogelijk wordt gehouden. Desgewenst bied ik u graag een technische briefing over dit onderwerp aan.

Rapportage Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden

De Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden is een onafhankelijke organisatie die burgers en ondernemers helpt die vastlopen in hun belasting- of toeslagzaak. Daarnaast vervult de Belangenbehartiger een belangrijke signaalfunctie. Door knelpunten in het stelsel vroegtijdig te agenderen, draagt de Belangenbehartiger bij aan het verbeteren van de fiscale rechtsbescherming voor iedereen, niet alleen voor de individuele burgers die direct door de Belangenbehartiger worden ondersteund. Ik hecht veel waarde aan het werk van de Belangenbehartiger. De Belangenbehartiger wijst de Belastingdienst op punten waar de uitvoering kan worden verbeterd. De Belastingdienst werkt constructief samen met de Belangenbehartiger, zodat de Belangenbehartiger dit belangrijke werk zo goed mogelijk kan uitvoeren.

In bijlage 9 treft uw Kamer de rapportage “De burger tussen wal en schip: Is fiscale rechtsbescherming een schijnrecht?” van de onafhankelijke Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden aan. De Belangenbehartiger heeft de wettelijke taak om uw Kamer periodiek te informeren over signalen uit door haar behandelde casuïstiek die door burgers worden aangedragen. In aansluiting op de eerste rapportage van 31 december 2025, laat de Belangenbehartiger in deze rapportage zien dat de praktische fiscale rechtsbescherming van burgers onder druk staat; de toegang tot passende ondersteuning hapert.

Het doel van deze rapportage is om uw Kamer aan de hand van praktijkvoorbeelden te laten zien wat het effect hiervan is op mensen. Invulling gevend aan haar signaalfunctie om knelpunten in het stelsel vroegtijdig te agenderen, biedt dit rapport waardevol inzicht in twee actuele dossiers:

1. Opvolging rondetafelgesprek fiscale rechtsbescherming op 28 mei 2026: De rapportage verschijnt op een moment waarop fiscale rechtsbescherming nadrukkelijk in de belangstelling staat. Het biedt een onderbouwing en handvatten voor het politieke vervolg op uw recente parlementaire rondetafelgesprek binnen de Vaste Kamercommissie Financiën over dit onderwerp.

2. Het amendement-Van Dijk/Grinwis5: Via dit amendement zijn structurele middelen vrijgemaakt voor de versterking van de eerstelijns rechtshulp. Deze rapportage laat zien waar die hulp in de praktijk nu nog tekortschiet en hoe de Belangenbehartiger deze middelen concreet inzet om de toegang tot de eerstelijns rechtshulp te versterken.

Ik kijk met waardering naar het werk van de Belangenbehartiger. Tegelijkertijd is de noodzaak van de Belangenbehartiger een signaal op zich. Het laat zien dat de toegang tot passende ondersteuning nog niet in alle gevallen vanzelfsprekend is.

Tot slot

Met deze brief heb ik uw Kamer meegenomen in de belangrijkste ontwikkelingen bij de Belastingdienst en mijn focusgebieden voor de komende periode: de voortgang op de modernisering van de ICT, de doorontwikkeling van de dienstverlening en de bijdrage aan het vereenvoudigen van het belastingstelsel. Dit vormt de basis voor een Belastingdienst die goed voorbereid is op de toekomst. Dat is in ons aller belang: van begrijpelijke en digitale dienstverlening aan burgers en ondernemers tot de financiering van onze publieke voorzieningen.

Hoogachtend,

de staatssecretaris van Financiën,

Eelco Eerenberg


  1. Kamerstukken II, 2025/26, 31066, nr. 1542↩︎

  2. Op Prinsjesdag ontvangt uw Kamer het Overzicht Uitvoerbaarheid, waarin per keten een uitgebreider inzicht wordt gegeven in de stand van zaken.↩︎

  3. Kamerstukken II, 2025/26, 31066, nr. 1537↩︎

  4. Zie het rapport OESO Tax Administration 2024. Kamerstukken II, 2024/25, 31066, nr. 1463↩︎

  5. Kamerstukken II, 2024/25, 36 600 IX, nr. 6↩︎