Actuele onderwerpen moties en toezeggingen
Bijlage
Nummer: 2026D40068, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 10:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Stand van zaken Belastingdienst (2026D40067)
Preview document (🔗 origineel)
Stand-van-zakenbrief Bijlage 1 – Actuele onderwerpen, moties en toezeggingen
Met deze bijlage ontvangt u voorafgaand aan het commissiedebat Belastingdienst op 3 september 2026 de laatste stand van zaken op onderwerpen waarover uw Kamer eerder vragen heeft gesteld, waarover ik toezeggingen heb gedaan of waarover ik in voorgaande brieven heb aangekondigd u nader te informeren.
| Onderwerpen | |
|---|---|
| Dienstverlening | |
| 1. | Begrijpelijke brieven |
| 2. | Handvest voor belastingbetalers en toeslaggerechtigden |
| ICT | |
| 3. | Programma Vernieuwing Motorrijtuigenbelasting |
| 4. | Modernisering systeem omzetbelasting |
| 5. | Stand van zaken uitfasering Cool:Gen |
| 6. | Extra capaciteit datacenter |
| 7. | Uitrol Microsoft 365 (M365) |
| 8. | Modernisering Contact Center (MCC) |
| 9. | Adobe Analytics |
| Extern toezicht | |
| 10. | Voortgang van het Toezichtarrangement Autoriteit Persoonsgegevens (AP) |
| 11. | Beleidsreactie op de signaalbrief ambtshalve aanslagen IBTD |
| Uitvoering en beleid | |
| 12. | Niet-fiscale taken en mogelijkheden voor uitfasering |
| 13. | Invoeringstoetsen |
| 14. | Grondslag voor gegevensuitwisseling |
| 15. | Belasting- en invorderingsrente |
| 16. | Stand van zaken inning |
| 17. | Afwikkeling coronabelastingschulden en -betalingsregeling |
| 18. | Pilot Taxatie BPM |
| 19. | Aanvragen inkomensheffing met onregelmatigheden |
| 20. | Jaarverslag 2025 Programma Verhuld Vermogen |
| 21. | Country-by-Country rapportering |
| Organisatie Belastingdienst | |
| 22. | Taakstelling |
| 23. | Weerbaarheid Belastingdienst |
| 24. | Huisbankier |
| 25. | Aanbesteding rijksbrede overeenkomst postbezorging |
| Herstel | |
| 26. | Herstel box 3 |
| 27. | Herstel uitvoering herziening WOZ |
| 28. | MSNP-tegemoetkomingsbeleid |
| 29. | Belastingrente vennootschapsbelasting |
| 30. | Monitor Fiscaal Dienstverleners en verbetering convenantbeheer |
Dienstverlening
Begrijpelijke brieven
In het vorige Commissiedebat Belastingdienst heb ik uw Kamer toegezegd om u te informeren over het contact dat de Belastingdienst heeft gehad met Stichting Meetellen over de begrijpelijkheid van brieven van de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft inmiddels een gesprek gevoerd met Stichting Meetellen. Dit gesprek bood waardevolle inzichten in de ervaringen van mensen voor wie communicatie van de overheid niet altijd eenvoudig toegankelijk is.
Tijdens het gesprek werd ook duidelijk dat Meetellen zich richt op een specifieke doelgroep met specifieke problematiek, terwijl de Belastingdienst communiceert met een zeer brede en diverse groep burgers en ondernemers. De kennis en ervaring van Meetellen levert daarmee vooral inzichten op voor specifieke doelgroepen en is niet zonder meer toepasbaar op het volledige brievenbestand van de Belastingdienst. Daarom is Meetellen nu in contact met de STELLA-teams van de Belastingdienst. Bij deze teams kunnen burgers en ondernemers terecht die zijn vastgelopen en van wie de problemen niet via de reguliere dienstverlening kunnen worden opgelost. De expertise van Meetellen sluit aan bij deze doelgroep. Op die manier wordt bezien hoe de kennis en ervaring van Meetellen kunnen bijdragen aan begrijpelijke en toegankelijke communicatie.
Voor het toetsen en verbeteren van brieven voor een breed publiek heeft de Belastingdienst de Direct Duidelijk Deal ondertekend. Deze landelijke aanpak ondersteunt organisaties bij het schrijven van begrijpelijke en toegankelijke communicatie voor uiteenlopende doelgroepen. Door deze wijze wordt structureel gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit en begrijpelijkheid van de correspondentie. Daarnaast test de Belastingdienst brieven doorlopend op begrijpelijkheid door middel van taalscans en burgerpanels, om de kwaliteit en begrijpelijkheid structureel te verbeteren.
Handvest voor belastingbetalers en toeslaggerechtigden
Tijdens het commissiedebat Belastingdienst van 19 maart 2026 heb ik toegezegd om uw Kamer na het zomerreces te informeren over het Handvest voor belastingbetalers en toeslaggerechtigden. Ik zal de handvesten voor belastingbetalers en toeslaggerechtigden in oktober 2026 publiceren en aan uw Kamer aanbieden.
ICT
Programma Vernieuwing Motorrijtuigenbelasting
In de Kamerbrief van 6 maart 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van het programma Vernieuwing Motorrijtuigenbelasting (vMRB).1 Als onderdeel van dit programma heeft de Belastingdienst, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), de afgelopen jaren een nieuw ICT-systeem voor de MRB-keten ontwikkeld. Het oude MRB ICT-systeem was verouderd en daarom was het complex om nieuwe wetgeving te implementeren.
Het programma vMRB heeft een belangrijke mijlpaal bereikt met de succesvolle migratie van ruim 11 miljoen kentekens naar het vernieuwde systeem. In 2027 wordt met het overzetten van de laatste kleine categorieën, zoals diplomatieke kentekens, het programma afgesloten.
Met de afronding van dit programma als onderdeel van de modernisering van de MRB-keten, zijn er belangrijke stappen gezet. Zo heeft de Belastingdienst met het nieuwe systeem de MRB-wetgeving voor elektrische voertuigen per 1 januari 2025 tijdig kunnen invoeren en is de compensatie voor bestelauto’s en vrachtauto’s succesvol per 1 juli in de MRB-keten geïmplementeerd.
Modernisering systeem omzetbelasting
In mijn brief van 11 juni 2026 over digitale autonomie bij de Belastingdienst heb ik uw Kamer geïnformeerd over de stand van zaken rondom de modernisering van de omzetbelasting.2 In die brief heb ik het besluit toegelicht om voor ingebruikname van het nieuwe systeem over te gaan van het housing-scenario naar het zogenoemde hosting-scenario.
In het hosting-scenario doet de Belastingdienst het beheer en onderhoud van de infrastructuur in plaats van de leverancier. De servers staan in onze eigen datacenters en worden beheerd door medewerkers van de Belastingdienst zelf, niet door de leverancier. Ook het softwaredistributiemechanisme komt onder controle van de Belastingdienst. Daardoor heeft de Belastingdienst controle over de toegang tot de software en de bijbehorende data.
Met de overgang naar het hosting-scenario kunnen, in combinatie met de eerder in mijn Kamerbrief van 17 maart 2026 aangekondigde beheersmaatregelen, de risico’s voor de continuïteit van de dienstverlening en de vertrouwelijkheid van gegevens binnen de huidige geopolitieke context afdoende worden gemitigeerd. De keuze om vlak voor de implementatie van het onderdeel VAT-refund in een langlopend en belangrijk moderniseringstraject over te stappen op het hosting-scenario heeft geleid tot extra werk. Zoals aangegeven in mijn brief van 11 juni jl. kon de livegang van VAT-refund per 1 juli 2026 daardoor niet plaatsvinden.
De Belastingdienst heeft samen met de leverancier gewerkt aan het ontwerp en nadere invulling van het hosting-scenario. Hiermee worden de risico’s ten aanzien van de continuïteit en vertrouwelijkheid van de omzetbelasting (data) afdoende gemitigeerd. Het realiseren van de hosting-omgeving, de configuratie en installatie van de applicatie en de testwerkzaamheden zijn gepland. Dit resulteert in een geactualiseerde planning voor de livegang van VAT-refund in april 2027. De ondernemers die gebruik maken van de VAT-refund regeling zijn geïnformeerd over de uitgestelde livegang en zullen tijdig voorafgaand aan de nieuwe planningsdatum worden geïnformeerd.
De uitloop naar april 2027 wordt veroorzaakt doordat er extra doorlooptijd nodig is voor het ontwerpen, installeren en testen van de hosting-omgeving. Daarna is doorlooptijd nodig voor het omleggen en de realisatie van de software en interfaces naar de nieuwe hosting-omgeving, het uitvoeren van een penetratietest inclusief het oplossen van eventuele bevindingen en het laten plaatsvinden van een validatie door een externe partij zoals toegezegd aan uw Kamer. Daarvoor wordt een externe partij geselecteerd door de Belastingdienst. De planning voor de uitrol van de binnenlandse omzetbelasting, intracommunautaire processen en de Nederlandse kleineondernemersregeling (NL-KOR) verschuift hierdoor van 1 juli 2027 naar het derde kwartaal van 2027. De actuele planning vindt u hieronder.
| April 2027 | 1. VAT-refund: btw-teruggave in Nederland voor internationale ondernemers in Nederland |
|---|---|
| Q3 2027 | 2. De binnenlandse omzetbelasting; 3. Intracommunautaire processen: leveringen en diensten tussen Europese lidstaten; 4. De Nederlandse kleineondernemersregeling (NL-KOR): de btw-vrijstelling voor Nederlandse ondernemers met een jaaromzet onder de € 20.000. |
| Juli 2028 | 5. One Stop Shop: voor EU btw op e-commerce: het EU-btw éénloketsysteem wat na registratie periodiek in één melding btw-aangifte voor alle andere EU-lidstaten doet; 6. EU-KOR: het kader van de Europese Commissie dat btw-vrijstelling voor kleine ondernemers uit andere EU-landen met een omzet onder de € 100.000 geeft. |
Uitfasering Cool:Gen
In de stand-van-zakenbrief van 13 november 2025 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de uitfasering van Cool:Gen in de ketens Inkomensheffingen (IH) en Loonheffingen (LH).3
Keten Inkomensheffingen
De modernisering van de Inkomensheffing verloopt volgens planning en afronding is voorzien in 2027. Tegelijkertijd zijn er binnen deze keten omvangrijke wetgevingsopgaven, waaronder het rechtsherstel box 3, uitgevoerd.
Keten Vennootschapsbelasting
Ook in de keten Vennootschapsbelasting (Vpb) wordt gebruik gemaakt van Cool:Gen. Het moderniseringstraject om dit uit te faseren in deze keten ligt op koers, afronding is voorzien in het eerste kwartaal van 2027.
Keten Loonheffingen
In de keten LH loopt de uitfasering van Cool:Gen langer door. In november 2025 is aangegeven dat de uitfasering van Cool:Gen in de keten LH, in verband met de implementatie per 1 januari 2027 van de maatregel ‘‘fiscale normering markt voor voertuigen gericht op personenvervoer’’ (de zogenoemde pseudo-eindheffing), langer doorloopt. Voor de inpasbaarheid van deze heffing was herprioritering nodig in de keten LH. Dit resulteerde in de vertraging van drie tot zes maanden voor de planning van de uitfasering Cool:Gen in de keten Loonheffingen met als gevolg dat de deadline van 1 juli 2027 is verplaatst naar uiterlijk 1 januari 2028. De Belastingdienst heeft de planning voor deze keten herijkt, waaruit blijkt dat de deadline van 1 januari 2028 niet langer haalbaar is. Dit is onder andere het gevolg van achterblijvende productiviteit en realisatie, een gebrek aan actuele testomgevingen, verouderde testtooling en afhankelijkheden met een andere keten. De vertraging heeft op basis van de huidige inzichten geen gevolgen voor reeds ingeplande wetgeving in het portfolio. Wel beperkt de vertraging de inpasbaarheid van nieuwe wetswijzigingen. De Belastingdienst heeft mitigerende maatregelen getroffen met als doel de uitfasering Cool:Gen in de keten zo spoedig mogelijk in 2028 af te ronden. Deze maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de productiviteit, het borgen van kennisoverdracht. Zo wordt er met ingang van het derde kwartaal van 2026 een Quality Assurance ingericht. Deze Quality Assurance is aanvullend op de ingerichte governance binnen het project en de keten met als doel het periodiek objectief monitoren van de voortgang en effectiviteit van de beheersmaatregelen.
Extra capaciteit datacenter
In de Kamerbrief over digitale autonomie van 11 juni jl.4 heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn streven om de datacenterinfrastructuur van de Belastingdienst uit te breiden. Deze uitbreiding is essentieel omdat de behoefte aan rekenkracht en opslag jaarlijks groeit en de verwachting is dat deze groei verder versnelt, mede als gevolg van ontwikkelingen op het gebied van artificiële intelligentie (AI). Daarnaast wil de Belastingdienst, ook in de toekomst, een organisatie zijn die zo onafhankelijk mogelijk keuzes kan maken over zijn digitale omgeving en minder afhankelijk wordt van een beperkt aantal, vaak niet-Europese, technologieleveranciers. Daarom wordt het in eigen beheer houden van data, applicaties en onderliggende infrastructuur steeds belangrijker, wat de vraag naar datacentercapaciteit verder versterkt.
Uitbreiding van het eigen datacenter in Apeldoorn is op dit moment niet mogelijk vanwege netcongestie. Daarom zet de Belastingdienst in op het gebruik van datacenters van andere Europese partijen. In de zomer van 2026 heeft de Belastingdienst voor de komende jaren aanvullende datacentercapaciteit verkregen via een co-locatieovereenkomst met Previder. Hierbij zijn duidelijke afspraken gemaakt over autonomie, soevereiniteit en de informatiebeveiliging van de Belastingdienst.
Daarnaast is in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) een traject gestart om de eigen datacentercapaciteit binnen vijf tot zeven jaar structureel uit te breiden, hetzij door verwerving van bestaande voorzieningen, hetzij door nieuwbouw. Uw Kamer zal via de stand-van-zaken brieven periodiek worden geïnformeerd over ontwikkelingen in de datacenterinfrastructuur van de Belastingdienst.
Uitrol Microsoft 365 (M365)
In mijn brief over digitale autonomie bij de Belastingdienst van 11 juni jl. en mijn bestuurlijke reactie op het Adviescollege ICT-Toetsing (AcICT) van 9 juli jl. heb ik u recent geïnformeerd over de uitrol van Microsoft 365 (M365) binnen de Belastingdienst, Douane en Toeslagen. Zoals aangegeven zijn het programma M365 en de uitrol voor nu gepauzeerd.
Ik heb daarbij aangegeven dat de Belastingdienst de in 2025 gemaakte keuzes opnieuw bekijkt en het on-premises scenario opnieuw uitloopt. Dat is onderdeel van mijn ambitie om de goede uitgangspositie van de Belastingdienst op het vlak van digitale autonomie verder te versterken. Deze keuze wordt gesterkt doordat in een jaar tijd omstandigheden zijn veranderd, zoals de beschikbaarheid van datacentercapaciteit. Daardoor zijn eerdere niet-haalbare opties nu wel mogelijk. Op dit moment worden er drie scenario’s verkend: 1) een Microsoft on-premises variant 2) een Microsoft on-premises variant in combinatie met open source en 3) een Europese soevereine oplossing. Ik zal uw Kamer hierover voor het einde van dit jaar opnieuw informeren.
Modernisering contact center
In de Kamerbrief van 11 juni jl. over Digitale Autonomie heb ik uw Kamer geïnformeerd over de modernisering van het contactcenter bij de Belastingdienst. De huidige contactcentervoorziening is technisch en functioneel verouderd en moet daarom worden vervangen en gemoderniseerd. Het contract met de leverancier loopt in 2028 af. Het huidige on-premises product wordt niet langer aangeboden en ondersteund door de leverancier. De Belastingdienst is daarom gestart met het programma Modernisering Contactcentervoorziening (MCC). Daarmee kan de dienstverlening aan burgers, ondernemers en intermediairs worden voortgezet en verbeterd.
Bij mijn brief over digitale autonomie heeft u ook het rapport van het Adviescollege ICT-Toetsing (AcICT) over MCC ontvangen. Het AcICT heeft in zijn aanbevelingen opgenomen om een transparante vergelijking te maken tussen beschikbare CCaaS- en on-premises-oplossingen. Daarnaast beveelt het AcICT aan om voor de gunningsfase op basis van een nieuwe risicoanalyse te besluiten of de aanbesteding in de huidige vorm moet worden voortgezet.
De Belastingdienst volgt de adviezen van het AcICT inzake het programma MCC op. Daarbij werkt de Belastingdienst scenario’s uit. De uitkomst moet recht doen aan mijn ambitie op het vlak van digitale autonomie, continuïteit van de dienstverlening en veiligheid van gegevens van burgers en ondernemers. In ieder geval geldt dat niet akkoord wordt gegaan met onverantwoorde risico's op deze vlakken. Daarnaast worden de scenario’s ook onderzocht op de volgende aspecten: financiën, juridische aspecten en uitvoering. Parallel hieraan wint de Belastingdienst extern advies in over de mogelijkheden die meer soevereine opties op korte en middellange termijn kunnen bieden. Ik zal uw Kamer voor het einde van dit jaar informeren over het vervolg.
Adobe Analytics
Op 3 juni jl. heeft het Kamerlid Van den Berg van JA21 Kamervragen gesteld over het gebruik van Adobe Analytics in de betaalomgeving van de Belastingdienst. De beantwoording op deze vragen heb ik op 25 juni jl. met uw Kamer gedeeld.5 In deze beantwoording heb ik toegezegd de uitkomsten te delen van een verkenning naar de vraag of er op andere plekken binnen de Belastingdienst, Toeslagen of Douane sprake is van vergelijkbare onzorgvuldigheden bij het gebruik van de analytics tooling. Deze toegezegde analyse heeft plaatsgevonden bij de Belastingdienst, Douane en Toeslagen. Hierbij zijn geen vergelijkbare onzorgvuldigheden gevonden.
Extern toezicht
Voortgang toezichtarrangement Autoriteit Persoonsgegevens
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft in 2024 een vijfjarig toezichtarrangement ingesteld. Het doel van dit toezichtarrangement is om de naleving van de AVG verder te bevorderen en te zorgen voor een structurele verbetering van de privacybescherming binnen de Belastingdienst.
In deze stand-van-zakenbrief wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de projecten binnen het toezichtarrangement, waarover relevante voortgang te melden is. Eerder dit jaar heeft uw Kamer brieven ontvangen over de uitkomsten van de herbeoordeling van de privacyorganisatie door de AP (16 april 2026)6 en over de brief van de AP over BSN in betalingskenmerken en vorderingsnummers (10 juni 2026). 7
Selectie-instrumenten
De Belastingdienst gebruikt selectie-instrumenten, zoals signaalmodellen of selectiemodules, om te bepalen of een aangifte, aanvraag of verzoek voor handmatige beoordeling in aanmerking komt. Deze inzet is essentieel om burgers en bedrijven zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden, fouten te voorkomen en te herstellen en fraude zoveel mogelijk te voorkomen. De AP heeft in augustus 2025 heeft de AP aandacht gevraagd voor dit onderwerp. Bij meer dan de helft van de selectie-instrumenten berustte de onderbouwing van de selectiecriteria op algemene ervaring of was deze onvoldoende gedocumenteerd. Daarnaast werd niet structureel en periodiek onderzocht of discriminatoire verwerkingen zich konden voordoen.
In de stand-van-zakenbrief Belastingdienst van 12 maart 2026 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het Plan van Aanpak voor de toetsing van (geautomatiseerde) selectie-instrumenten en de positieve reactie van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) daarop. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van de uitvoering van het plan. Begin 2026 is het geconsolideerde toetsingskader (supplement selectie-instrumenten) vastgesteld en in gebruik genomen. Op basis van dit toetsingskader worden de selectie-instrumenten interdisciplinair getoetst. Daarnaast is een integraal voortgangsoverzicht ingericht waarmee de voortgang van de toetsingen wordt gemonitord. De eerste afgeronde toetsingen zijn in juli 2026 aan de AP voorgelegd voor nacontrole. De doelstellingen uit het Plan van Aanpak blijven ongewijzigd. Wel geldt dat het realiseren daarvan een omvangrijke opgave vormt voor de Belastingdienst, waardoor de planning onder druk staat. Om deze doelstellingen te realiseren intensiveert de Belastingdienst in de tweede helft van 2026 de uitvoering van de toetsingen onder meer door opschaling van de capaciteit. Daarbij zet de Belastingdienst in op het toetsen van de selectie-instrumenten met een zeer hoge of hoge prioriteit én het in 2026 toetsen van in totaal veertig selectie-instrumenten. De doelstelling is om uiterlijk in 2027 alle selectie-instrumenten te hebben getoetst.
Tot op heden hebben de uitgevoerde toetsingen geen aanleiding gegeven tot aanpassing van de getoetste selectie-instrumenten. De Belastingdienst en de AP voeren maandelijks overleg over de voortgang van de uitvoering van het Plan van Aanpak. Daarbij heeft de AP aangegeven op alle in 2026 afgeronde toetsingen een nacontrole uit te voeren.
Advies Bias- en fairness-toetsing
De AP heeft de Belastingdienst op 14 augustus jl. een brief gestuurd met een advies over het gebruik van persoonsgegevens bij de zogenoemde bias- en fairness-toetsing. Hierbij zend ik uw Kamer de brief en bijlage (bijlagen 10 en 11). De Belastingdienst bedankt de AP voor dit uitgebreide advies en neemt deze, voor zover mogelijk, mee bij de uitvoering. De Belastingdienst gaat daarnaast ook graag met de AP in gesprek om van gedachten te wisselen over de duiding van het advies.
Om te controleren of de inzet van een selectie-instrument niet leidt tot discriminerende effecten, voert de Belastingdienst bias- en fairness-toetsing uit. Daarvoor kan het nodig zijn dat de Belastingdienst bijzondere persoonsgegevens verwerkt. Met deze gegevens kan worden getoetst of de maatregel vertekeningen (bias) bevat die bepaalde (beschermde of kwetsbare) groepen disproportioneel raakt.
In het advies meldt de AP dat zij het evenredig acht dat de Belastingdienst in uitzonderlijke gevallen ook bijzondere persoonsgegevens verwerkt voor bias- en fairness-toetsing van de geautomatiseerde selectie-instrumenten bij de uitvoering van het Plan van Aanpak Selectie-instrumenten. Maar alleen voor zover dit strikt noodzakelijk is om (indirecte) discriminerende verwerkingen te voorkomen door de opsporing van bias, en mits passende waarborgen worden geboden voor de grondrechten van burgers en ondernemers. Voorafgaand aan de keuze om bijzondere persoonsgegevens te verwerken bij bias-toetsing, dient de Belastingdienst, per selectie-instrument, een zorgvuldige afweging te maken, rekening houdend met een aantal voorwaarden. In de brief noemt de AP deze voorwaarden.
Bias- en fairness-toetsing is een actueel onderwerp. Zo verkent het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties momenteel de wettelijke voorwaarden voor het gebruik van persoonsgegevens bij bias- en fairness-toetsing.
Verwerkingsregisters AVG en Wet politiegegevens
In de Kamerbrief van 12 februari 2026 is uw Kamer geïnformeerd over de bevindingen van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ten aanzien van de verwerkingsregisters AVG en Wet politiegegevens. Inmiddels zijn zowel het AVG-verwerkingsregister als het Wpg-verwerkingsregister afgerond en met de AP gedeeld. De Belastingdienst heeft daarnaast afspraken vastgelegd over het structurele beheer van de verwerkingsregisters. Daarbij zijn de rollen, verantwoordelijkheden en werkprocessen voor het beheer vastgelegd. De AP heeft daarbij enkele aandachtspunten meegegeven ten aanzien van de afspraken over het beheer. Ook wordt gewerkt aan een duurzame en structurele oplossing voor het beheer van de verwerkingsregisters. Totdat deze gereed is, vindt het beheer plaats volgens de vastgestelde werkafspraken.
Logging en Monitoring
In de Kamerbrief van 12 februari 2026 is uw Kamer vertrouwelijk geïnformeerd over het onderzoek van de AP naar logging, monitoring en autorisatiebeheer binnen de Belastingdienst. Dit betreft de vastlegging van wie welke gegevens raadpleegt, het toezicht daarop en de manier waarop toegang tot systemen wordt toegekend en beheerd. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de AP werkt de Belastingdienst aan de verdere uitvoering hiervan. Het beleid voor logging en monitoring, en het beleid voor toegang tot systemen worden in september 2026 vastgesteld. Daarnaast is een eerste actieplan opgesteld voor de verdere uitvoering van de aanbevelingen. Op 29 juni 2026 is een voortgangsrapportage over de uitvoering van de aanbevelingen aan de AP verstrekt.
Lokaal ontwikkelde applicaties (LOA’s) en robuuste tijdelijke voorzieningen (RTV’s)
In de Kamerbrief van 12 februari 2026 is uw Kamer geïnformeerd over het onderzoek van de AP naar het gebruik van lokaal ontwikkelde applicaties (LOA’s) en robuuste tijdelijke voorzieningen (RTV’s). Dit zijn applicaties die buiten de reguliere IV-voortbrenging zijn ontstaan, veelal om tijdig in te spelen op operationele en uitvoeringsbehoeften. De AP heeft de Belastingdienst aanbevolen de beheersing van deze applicaties te verbeteren, onder meer door de centrale regie te versterken, een centraal overzicht op te stellen en een uitfaseringsaanpak te ontwikkelen. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de AP heeft de Belastingdienst een plan van aanpak opgesteld en is gestart met de implementatie. Daarnaast is een eenduidige definitie van LOA’s vastgesteld en wordt gewerkt aan een centraal overzicht van LOA’s en RTV’s. De volgende stap is het waar gewenst uitfaseren en ombouwen van LOA’s en RTV’s naar reguliere applicaties.
BSN in betalingskenmerken en vorderingsnummers
De AP heeft vastgesteld dat het gebruik van het BSN in betalingskenmerken niet noodzakelijk is. De Belastingdienst gebruikt het BSN van burgers in betalingskenmerken en vorderingsnummers voor het verwerken van betalingen. De AP heeft geconcludeerd dat deze verwerking ook zonder gebruik van het BSN kan worden gemaakt, door te werken met een betekenisloos betalingskenmerk. De Belastingdienst onderschrijft deze conclusie en heeft daarom, met akkoord van de AP, besloten het gebruik van het BSN in betalingskenmerken uit te faseren.
In onze brief van 10 juni 2026 hebben wij uw Kamer geïnformeerd dat nieuw uit te geven betalingskenmerken uiterlijk eind 2026 geen BSN meer bevatten. Voor particulieren wordt de eerder gecommuniceerde planning eind 2026 gehaald. Inmiddels is duidelijk geworden dat de in deze brief gecommuniceerde planning voor ondernemers die een BSN gebruiken niet wordt gehaald. De verschuiving van de planning voor ondernemers die een BSN gebruiken houdt verband met de koppeling van de betekenisloze betalingskenmerken voor ondernemers aan het nieuwe softwarepakket voor de omzetbelasting (OB). Zoals aangegeven in paragraaf 4 is de planning van de modernisering van de omzetbelasting aangepast als gevolg van de overgang naar het hosting-scenario, waardoor de invoering van betekenisloze betalingskenmerken voor deze groep opschuift. Daarom wordt de invoering van een betekenisloos betalingskenmerken voor ondernemers die een BSN gebruiken voorzien vanaf Q3 2027.
Beleidsreactie op de signaalbrief ambtshalve aanslagen IBTD
Op 9 juni jl. deelde de Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) een signaalbrief met de Minister van Financiën en mij. Deze gaat over ambtshalve aanslagen in de inkomstenbelasting: aanslagen die de Belastingdienst zelf vaststelt wanneer iemand geen aangifte doet. De IBTD gaat in op de manier waarop de Belastingdienst het inkomen in dat geval inschat, en de doorwerking ervan via de Basisregistratie Inkomen (BRI) op de inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen. Daarmee vraagt de IBTD in bredere zin aandacht voor de problemen die burgers en ondernemers hierdoor kunnen ondervinden, en voor de inspanningen om die problemen te voorkomen.
De Belastingdienst vindt het belangrijk om aanslagen zorgvuldig op te leggen, juist voor burgers en ondernemers die al in de knel zitten. Daarom zet de Belastingdienst eerst in op het voorkómen van problemen. Met de instrumenten van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie helpt de Belastingdienst burgers en bedrijven om zo veel mogelijk uit zichzelf en op tijd aangifte te doen. Pas als iemand ondanks herhaalde inspanningen geen aangifte doet, legt de Belastingdienst een ambtshalve aanslag op. Ik onderken het belang van deze aanslagen en de doorwerking die zij kunnen hebben op inkomensafhankelijke regelingen.
Waarom een ambtshalve aanslag kan afwijken van de aanslag na
aangifte
Voor de vaststelling van een aanslag heeft de Belastingdienst gegevens
van de particulier of ondernemer zelf nodig en die zijn er op het moment
dat de aanslag ambtshalve moet worden vastgesteld niet, als een burger
of ondernemer daarvoor geen aangifte indient. Hoe meer gegevens nodig
zijn en hoe meer van deze gegevens fiscale duiding vergen, hoe groter
het verschil kan uitvallen tussen de ambtshalve aanslag, gebaseerd op
een redelijke schatting, en de aanslag die zou zijn vastgesteld ingeval
wel aangifte was gedaan (zie tabel 1 en 2).
Dit verschil is bij ondernemers (MKB) groter dan bij particulieren (P). Dat komt door het verschil in gegevens per doelgroep waarover de Belastingdienst beschikt. De Belastingdienst heeft voor particulieren een belangrijke bron van vooraf ingevulde gegevens (VIA-gegevens), zoals loongegevens uit de polisadministratie. Bij ondernemers ontbreekt zo’n betrouwbare gegevensbron: vanwege de eigen verantwoordelijkheid voor de administratie en winstinformatie is er doorgaans weinig tot geen contra-informatie beschikbaar, zoals gegevens over gemaakte kosten of ondernemersfaciliteiten. Gegevens over persoonsgebonden aftrekposten zijn voor zowel particulieren als ondernemers niet bekend bij de Belastingdienst.
IBTD-advies: zicht op het aantal ambtshalve aanslagen
De IBTD roept op tot zicht op het aantal ambtshalve aanslagen. De
Belastingdienst heeft jaarlijks zicht op informatie over de
aanslagregeling. Hieronder geeft de Belastingdienst inzicht in het
aantal ambtshalve aanslagen, de gemiddelde bedragen en de latere
aanpassing daarvan, voor belastingjaar 2022. In totaal legde de
Belastingdienst dat jaar 78.600 ambtshalve aanslagen op.
Tabel 1: Aantal personen dat na een ambtshalve definitieve aanslag middels een bezwaar, ambtshalve vermindering of navordering een nieuw vastgesteld belastingbedrag heeft, belastingjaar 2022 naar klantsegment.
| belastingjaar | aantal personen* |
|---|---|
| MKB | 12.600 |
| P (incl. buitenland) | 1.300 |
| totaal nieuw vastgesteld belastingbedrag 2022 | 13.900 |
*Aantal afgerond op honderdtallen, peildatum 15 april 2026.
Tabel 2: Gemiddelde belastingbedragen van de ambtshalve aanslag en de aanpassing, belastingjaar 2022 naar klantsegment.
| klantsegment | gemiddelde van ambtshalve aanslag | gemiddelde na aanpassing |
gemiddeld verschil |
|---|---|---|---|
| MKB | € 13.625 | € 4.276 | -€ 9.391 |
| P (incl. buitenland) | € 2.542 | € 803 | -€ 1.739 |
| totaal 2022 | € 12.610 | € 3.958 | -€ 8.691 |
*Peildatum 15 april 2026. Belastingbedrag exclusief boete en rente. ‘Aanpassing’ kan een bezwaar, navordering of vermindering betreffen.
**Het gemiddeld verschil is niet terug te rekenen op basis van de gemiddelden van de AH-aanslag en - aanpassing door een ontbrekend cijfer in de bronbestanden.
De bedragen in de tabellen gaan over de aanpassingen na bezwaar, navordering of vermindering. Ze gelden dus alleen voor de aanslagen die zijn aangepast, en kunnen niet worden doorgetrokken naar alle 78.600 ambtshalve aanslagen samen. Bij 64.700 van de 78.600 ambtshalve aanslagen is niet gereageerd. De reden hiervoor kan niet achterhaald worden. Het kan betekenen dat in deze gevallen de aanslag juist of niet te hoog is vastgesteld.
IBTD-advies: transparantie over geschat inkomen, zicht op de
gevolgen en de kwaliteit van schattingen
De IBTD vraagt de Belastingdienst transparanter te zijn over het moment
waarop sprake is van een geschat inkomen, en over de mogelijke gevolgen
daarvan voor inkomensafhankelijke regelingen. De Belastingdienst
onderzoekt daarom de mogelijkheid om in de BRI een statusvermelding op
te nemen wanneer een aanslag ambtshalve is vastgesteld en om burgers en
bedrijven daar in de brief over hun aanslag op te attenderen.
Daarnaast verbetert de Belastingdienst doorlopend de instrumenten voor het inschatten van het inkomen en meet zij de effectiviteit daarvan. Er lopen al initiatieven om het beschrijvingsbeleid en de schattingsmethoden verder te verbeteren. De IBTD wijst er in dit verband op dat het onderzoek naar de kwaliteit van inkomensschattingen – in 2023 aangekondigd, met bevindingen en verbeterplan ontvangen in april 2026 – zich vooral richtte op de vraag of medewerkers de werkinstructie volgen, en niet op de kwaliteit van de schattingsmethode zelf. De IBTD vraagt daar alsnog aandacht voor. Ik onderschrijf dat belang; mijn beeld is dat de focus op het volgen van de instructie in combinatie met de verbeterinitiatieven bijdragen aan de kwaliteit.
IBTD-advies: een voorwaardelijke (verzuim)boete
In het rapport Vroegsignalering riep de IBTD op te verkennen of
een voorwaardelijke (verzuim)boete een waardevolle toevoeging kan zijn
binnen het wettelijke stelsel en het bestaande
handhavingsinstrumentarium; in de signaalbrief herhaalt de IBTD dit
voorstel. Ik kan aangeven dat invoering van een voorwaardelijke boete op
een redelijke termijn nu niet haalbaar is: de massaliteit van het
uitvoeringsproces en de voorziene omvang van de verlangde aanpassingen
in de automatisering om een voorwaardelijke boete te kunnen opleggen
staan in de weg aan invoering binnen redelijke termijn. Ik acht het
daarom nu niet opportuun hier verder onderzoek naar te doen. In plaats
daarvan werkt de Belastingdienst aan een sterkere vaktechnische borging
van ruimte om maatwerk te bieden bij de verzuimboete.
IBTD-advies: wijziging van het formele recht
Ik werk aan het verbeteren van het heffingsproces bij de
inkomstenbelasting en de premieheffing volksverzekeringen. Op dit moment
onderzoek ik verschillende mogelijkheden en streef ernaar de Kamer dit
najaar te informeren.
Gegevensbehoefte en de vooringevulde aangifte
De signaalbrief van de IBTD laat zien dat in het huidige
uitvoeringsproces op onderdelen informatie en data ontbreken om het
inkomen en het te betalen belastingbedrag zo dicht mogelijk bij de
werkelijkheid vast te stellen. Het dichten van dat gegevensgat is nodig
om de ambitie van de Belastingdienst te realiseren. Ik zie het belang
van dit thema, en waardeer de aandacht van de IBTD voor de problematiek
die hieraan ten grondslag ligt.
Uitvoering en beleid
Niet-fiscale taken en mogelijkheden voor uitfasering
Zoals toegezegd in het commissiedebat van 19 maart jl. kom ik hierbij terug op de stand van zaken rondom de niet-fiscale taken (NFT) van de Belastingdienst en de mogelijkheden voor uitfasering daarvan. In een eerder rapport is een overzicht gegeven van ruim 300 niet-fiscale taken. Deze zijn te onderscheiden in verschillende types, die ieder hun eigen benadering vragen.
Een aanzienlijk deel betreft volledig niet-fiscale taken. Dit zijn werkzaamheden zonder directe relatie tot fiscale kernprocessen. Deze taken zijn soms historisch bij de Belastingdienst belegd vanwege specifieke expertise, maar regelmatig is niet evident waarom de Belastingdienst daarvoor de aangewezen uitvoerder is. De lijn is hier om bij natuurlijke verandermomenten (zoals stelselwijzigingen of ICT-vernieuwingen) te bezien of deze taken uitgefaseerd of verplaatst kunnen worden. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met de verplaatsing van taken van de Belastingdienst naar Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) voor onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
Daarnaast zijn er taken die gegevensinwinning voor fiscale doeleinden betreffen. Niet alle niet-fiscale taken staan immers volledig los van de Belastingdienst-kerntaak; een deel bestaat uit het verzamelen en verwerken van gegevens die direct nodig zijn voor juiste belastingheffing. Bijvoorbeeld de beoordeling of sprake is van een kampeerauto, of van de onderwijsvrijstelling. Ook hier wordt voor uitfasering uitgegaan van natuurlijke verandermomenten, met name stelselherzieningen in dit geval. Insteek hierbij is dat de Belastingdienst gebruik maakt van de expertise van andere partijen, zoals dat gebeurt bij de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Op basis van een verklaring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kan de belastingplichtige de aftrek toepassen.
Een derde categorie betreft het leveren van gegevens aan andere departementen of publieke uitvoerders, bijvoorbeeld ten behoeve van schuldhulpverlening. Gezien de unieke informatiepositie van de Belastingdienst zijn dergelijke taken maatschappelijk vaak (zeer) wenselijk. Hier wordt daarom niet op uitfasering gestuurd. Elk nieuw verzoek wordt zorgvuldig getoetst op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en wenselijkheid.
Naast uitfasering van taken wordt in voorkomende gevallen toch de afweging gemaakt dat de Belastingdienst de beste uitvoerder van een nieuwe taak is. Bijvoorbeeld voor de Wet Personeelsbehoud bij Crisis. Doordat sinds 2020 het principe ‘nee, tenzij’ wordt gehanteerd, blijkt dat er vaker voor andere vormgeving of uitvoerder van beleid gekozen wordt.
De aanpak waar afgelopen jaren op in is gezet leidt tot een geleidelijke verandering bij de Belastingdienst: er komen zowel minder nieuwe niet-fiscale taken bij als dat een gedeelte van de bestaande niet-fiscale taken geleidelijk uitgefaseerd kan worden. Waar recent taken zijn overgedragen vanuit de Belastingdienst, bijvoorbeeld het Bureau Wwft, laat de ervaring zien dat samenwerking en een rijksbrede benadering essentieel zijn. Alleen in gezamenlijkheid kunnen logische momenten voor overname worden benut en kan worden toegewerkt naar een situatie waarin elke taak op de beste plek in het uitvoeringslandschap wordt belegd. Doordat gewacht wordt op ‘natuurlijke verandermomenten’ kan daarbij worden meegelift op lopende veranderprocessen. Dit vergroot de kans van slagen en borgt dat ambtelijke capaciteit efficiënt wordt ingezet. Deze aanpak leidt geleidelijk tot een daling van het aantal NFT’s.
Invoeringstoetsen
De Belastingdienst voert invoeringstoetsen uit op een selectie van nieuwe- of gewijzigde wet- en regelgeving met als focus de werking in de praktijk voor de uitvoering en de doelgroep. Via de stand-van-zakenbrieven wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd over de afgeronde, lopende en te starten invoeringstoetsen.
Afgeronde invoeringstoetsen:
Bij deze brief ontvangt u in bijlage 12 en 13 twee afgeronde invoeringstoetsen, deze zal ik hieronder toelichten.
Verruiming vrijstelling OV-abonnementen en voordeelurenkaart
Gedurende de doorlooptijd van deze invoeringstoets zijn er geen knelpunten of onbedoelde effecten aan het licht gekomen. In 2028 is gepland om deze regeling te evalueren. Dan zal worden bezien of, en zo ja, hoe de verruiming van de gerichte vrijstelling voor openbaar vervoer in deze evaluatie wordt meegenomen.
Actualisatie Leegwaarderatio
Tijdens deze invoeringstoets is als knelpunt naar voren gekomen dat belastingplichtigen nauwelijks op de hoogte zijn van de bestaande mogelijkheid om tegenbewijs te leveren voor de berekende waardering volgens de leegwaarderatio-regeling. Volgens de ondervraagden ontbreekt uitleg over deze mogelijkheid om tegenbewijs te leveren op de website van de Belastingdienst. De tekst op de website wordt uitgebreid en verduidelijkt. Uit het externe onderzoek blijkt daarnaast dat voor zover belastingplichtigen wel op de hoogte waren van de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren, het leveren van het tegenbewijs in sommige gevallen als lastig wordt ervaren. Dit knelpunt, het als lastig ervaren van het leveren van tegenbewijs, ziet op de toepassing van de leegwaarderatio-regeling in het algemeen en niet specifiek op de actualisatie van de leegwaarderatio-regeling en de wijzigingen per 1 januari 2023. De regeling versterkt de rechtspositie van belastingplichtigen. Tegelijkertijd is enige complexiteit inherent aan dit type regeling.
Lopende invoeringstoetsen:
Momenteel zijn er zes invoeringstoetsen in uitvoering:
Pijnpunten bij de uitvoering van de belastingrente wegnemen
Aanpassen Heffingsvrijvermogen box 3;
Verlagen van de belastingdruk arbeid via de arbeidskorting;
Zelfstandigenaftrek;
CO2 Glastuinbouw en
DAC 7 Gegevensuitwisseling Digitale Platvormen.
Deze invoeringstoetsen bevinden zich in verschillende fasen van uitvoering. Een deel van de invoeringstoetsen wordt in de loop van dit najaar afgerond en het overige deel in de loop van volgende jaar.
In het derde en vierde kwartaal van 2026 worden vier nieuwe invoeringstoetsen opgestart:
Introductie twee schijven box 2;
Verdeling maximumbedrag excessief lenen;
Expatregeling beperken tot Balkenendenorm en
Afschaffen middelingsregeling.
Te starten invoeringstoetsen:
Het selectieproces, op basis van het afwegingskader, wordt aan het einde van het derde kwartaal 2026 afgerond.8
Grondslag voor gegevensuitwisseling
Tijdens het commissiedebat Belastingdienst van 19 maart jl. heeft uw Kamer geïnformeerd over gegevensdeling en of er een aanvullende wettelijke grondslag nodig is om gegevensdeling ten behoeve van fraudebestrijding te verbeteren.
Verstrekken van gegevens aan de Belastingdienst
De Belastingdienst kan meldingen ontvangen van een aantal andere overheidsorganisaties, zoals de Koninklijke Marechaussee, Logius en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het proces hiervoor is in de afgelopen periode zorgvuldig ingericht met de ontwikkeling van de applicatie Fiscale Meldingen en Informatie (hierna: FMI). Op dit moment wordt het aantal overheidsorganisaties dat op dit proces is aangesloten verder uitgebreid.
Wanneer een andere overheidsorganisatie gegevens met de Belastingdienst wil delen, ligt het initiatief en de verantwoordelijkheid bij die organisatie om de toepasselijke wettelijke grondslag vast te stellen en de gegevensdeling rechtmatig te organiseren. De Belastingdienst beoordeelt vervolgens of de betreffende gegevens rechtmatig kunnen worden ontvangen. Voor de ontvangst van deze meldingen heeft de Belastingdienst de applicatie FMI ontwikkeld. Geleidelijk zullen informatiestromen worden toegevoegd aan de FMI-applicatie.
In de Koersbrief van de minister van Justitie en Veiligheid van 26 mei jl.9 wordt het belang van informatiedeling, en specifiek het wegnemen van knelpunten daarbinnen, tussen partners in de ondermijningsaanpak onderschreven. De ambtelijke Taskforce gegevensdeling van het ministerie van Justitie en Veiligheid speelt hierin een belangrijke rol. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op dit moment diverse beleidsverkenningen lopen op het gebied van de verbetering van gegevensdeling. Een van de oplossingen waar in gezamenlijkheid met de Belastingdienst naar gekeken wordt is de aanpassing van het Besluit politiegegevens om structurele gegevensverstrekking mogelijk te maken.
Verstrekken van gegevens door de Belastingdienst
De Belastingdienst kan fiscale gegevens aan andere overheidsorganisaties verstrekken als daar een wettelijke grondslag voor is. Een voorbeeld van verstrekkingen die voortvloeien uit een wettelijke grondslag is het verstrekken van fiscale gegevens binnen de samenwerkingsverbanden die onder de Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS) vallen, zoals de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s), het Financieel Expertise Centrum (FEC) en de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV). Andere voorbeelden van verstrekkingen die voortvloeien uit een wettelijke grondslag zijn het verstrekken van fiscale gegevens in het kader van de wet Bibob10, het verstrekken van fiscale gegevens naar aanleiding van een vordering van de Officier van Justitie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek en het verstrekken van fiscale gegevens met het Informatieknooppunt Zorgfraude in het kader van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz).
De WGS is per 1 maart 2025 in werking getreden. Op dit moment wordt, zoals toegezegd door de minister van Justitie en Veiligheid aan de Eerste Kamer op 11 juni 2024, een invoeringstoets uitgevoerd naar de invoering van de WGS. Uit deze invoeringstoets kunnen knelpunten naar voren komen.
Verzoeken om gegevensverstrekking vragen capaciteit van de Belastingdienst en moeten worden afgewogen binnen de wettelijke taken, beschikbare capaciteit en geldende kaders voor gegevensdeling. Hierdoor kan spanning ontstaan tussen het maatschappelijke belang van samenwerking in de aanpak van ondermijning en de prioritering van de fiscale kerntaken van de Belastingdienst. Hoewel het fiscale belang binnen deze samenwerkingen niet altijd doorslaggevend is, levert de Belastingdienst een bijdrage aan de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit.
Belasting- en invorderingsrente
Tijdens het commissiedebat Belastingdienst van 19 maart jl. heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de integrale beleidsvisie ten aanzien van de belasting- en invorderingsrente. De hoogte van de belasting- en invorderingsrente heeft de afgelopen jaren regelmatig ter discussie gestaan. De voornaamste kritiek op de percentages was dat ze in de loop van de jaren te versnipperd waren geraakt, en dat er een gebrek was aan een integrale rentevisie.
Na het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 zijn de belastingrentepercentages voor alle belastingmiddelen gelijkgetrokken naar het percentage dat al gold voor onder andere de inkomstenbelasting. Wat overblijft is één percentage belastingrente voor alle belastingmiddelen die bepaald wordt aan de hand van de ECB-rente en waarvan de Hoge Raad al heeft geoordeeld dat die niet in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel, en een vast percentage invorderingsrente voor alle belastingmiddelen en toeslagen. Hiermee is naar mijn mening de kritiek weggenomen dat de percentages voor de belasting- en invorderingsrente te versnipperd zijn geraakt.
Stand van zaken inning
De Belastingdienst is continu bezig met het optimaliseren van de balans tussen het werkaanbod en de beschikbare capaciteit binnen de inning, onder meer door het verbeteren van de operatie. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld11, staat de capaciteit bij de inning onder druk door een combinatie van factoren: de groei van het aantal belastingplichtigen en verzoeken, de complexiteit van extra werkzaamheden zoals de coronaregeling en de behandeling van burgers en bedrijven met oog voor de menselijke maat. In het afgelopen halfjaar zijn verschillende verbeteringsmaatregelen geïmplementeerd. Hierdoor is de voorraad klantverzoeken binnen de keten inning gedaald en ligt de productie hoger dan voorheen. Tegelijkertijd blijft verdere verbetering noodzakelijk, mede omdat het aantal klantverzoeken naar verwachting verder zal groeien.
Een belangrijke ontwikkeling is de verdere digitalisering van het verzoekenproces. Met de introductie van digitale formulieren voor het aanvragen van betalingsregelingen kunnen
verzoeken beter en sneller worden verwerkt. Dit leidt momenteel wel tot extra verzoeken.
Zo kunnen burgers en ex-ondernemers, zoals toegezegd in de Invorderingsstrategie Belastingdienst, een standaardbetalingsregeling aanvragen zonder eerst te hoeven aantonen dat er sprake is van betalingsproblemen. Met deze regeling kunnen zij hun belastingschuld in 12 maanden aflossen.
Daarnaast wordt de inzet van tijdelijke krachten, georganiseerd als taskforce, voortgezet tot eind 2026. Deze aanpak heeft eerder laten zien dat gerichte tijdelijke inzet werkvoorraden terugdringt en verzoeken sneller laat afhandelen. De inzet wordt daarom langer voortgezet en gericht ingezet voor processen waar de druk het grootst is. De Belastingdienst houdt zo vast aan de huidige koers: het gericht inzetten van capaciteit, procesverbetering, verdere digitalisering van verzoekstromen en het beter beheersbaar maken van het werkaanbod. Daarbij blijft het uitgangspunt dat burgers en bedrijven tijdig duidelijkheid krijgen en dat de inning zorgvuldig en uitvoerbaar blijft. Ondertussen onderzoekt de Belastingdienst aanvullende maatregelen om de betalingsachterstand niet verder te doen oplopen.
De in wetgeving gewijzigde rechtsbescherming per 1 januari 2027 leidt tot een meer persoonsgerichte benadering en daarmee tot een verzwaring in werkaanbod. Ik blijf uw Kamer informeren over de voortgang binnen de inning via de stand-van-zakenbrieven.
Afwikkeling coronabelastingschulden en -betalingsregeling
In totaal hebben ongeveer 400.000 ondernemers vanwege de coronacrisis belastinguitstel gekregen voor een bedrag van € 48 miljard. Voor het aflossen van de schuld is aan 268.000 ondernemers een coronabetalingsregeling van 60 maanden aangeboden. De betalingsregeling is op 1 oktober 2022 ingegaan. Op peildatum 19 augustus 2026 resteert nog € 2,3 miljard aan coronabelastingschuld voor ongeveer 79.000 ondernemers.
| Kerncijfers coronabetalingsregelingen | |||
|---|---|---|---|
| Aantallen ondernemers | |||
| Totaal aantal ondernemers dat uitstel heeft gevraagd (tot 1 april 2022) | 400.206 | ||
| Aantal ondernemers met een betalingsregeling per 1 oktober 2022 | 266.369 | ||
| Bedragen | |||
| Totaal oorspronkelijk bedrag van aanslagen waarvoor uitstel is verleend | € 48,1 mld. | ||
| Openstaande belastingschuld bij start betalingsregeling per 1 oktober 2022 | € 19,6 mld. | ||
Er zijn 80.000 ondernemers van wie de betalingsregeling inmiddels is ingetrokken. Na intrekking van de betalingsregeling komt de vordering in het reguliere invorderingsproces. Daarnaast zijn er ongeveer 20.000 regelingen voortijdig beëindigd wegens faillissement of sanering. Deze 100.000 ondernemers hadden een openstaande coronabelastingschuld van in totaal € 5,3 miljard op het moment dat de regeling werd ingetrokken. Op dit bedrag is alsnog € 1,1 miljard betaald. Daarnaast is een gedeelte van het bedrag oninbaar geleden en is schuld verminderd. In onderstaande tabel is deze groep ondernemers opgenomen onder “uit de regeling”.
De tot peildatum 19 augustus 2026 daadwerkelijk oninbaar geleden schuld bedraagt € 1,4 miljard na slotuitkering bij faillissement, saneringsakkoord of door ontbrekende verhaalsmogelijkheden. De raming voor het daadwerkelijk oninbare deel van de resterende coronaschuld (inclusief de schuld waarvoor de betalingsregeling is ingetrokken) bedraagt € 2,7 miljard.12
| Aflossingsgedrag* | Peildatum | Aantal ondernemers | Openstaande schuld |
|---|---|---|---|
| Totaal | 1 oktober 2022 | 266.000 | € 19,6 mld. |
| Volledig afgelost | 19 augustus 2026 | 89.000 | - € 3,2 mld. |
| In de regeling, deels afgelost (volgens de regeling) | 79.000 | - € 8,0 mld. | |
| Vermindering van aanslagen | -€ 0,9 mld. | ||
| Uit de regeling** | 100.000 | ||
| Door intrekking van de Belastingdienst | 80.000 | ||
| Door faillissement of sanering | 20.000 | ||
| Naar reguliere invordering | - € 2,7 mld. | ||
| Aflossing na intrekking | - € 1,1 mld. | ||
| Afschrijving wegens oninbaar | - € 1,4 mld. | ||
| Ondernemers in de regeling | 19 augustus 2026 | 79.000 | 2,3 mld. |
*Als gevolg van afronding van aantallen en bedragen kunnen totalen licht afwijken van de som van de aparte onderdelen zoals opgenomen in de tabel.
** Inclusief lopende faillissementen en saneringsregelingen.
In 2026 wordt aan meer dan 2.000 ondernemers alsnog een coronabetalingsregeling van 60 maanden aangeboden voor een bedrag van ongeveer € 71 miljoen. De betalingsregeling was nog niet eerder aan deze groep ondernemers aangeboden, vanwege de afhandeling van een Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT)-proces én het onderzoek naar benadeling in een MSNP-traject. De betalingsregelingen zijn voor een aantal ondernemers al gestart vanaf juli 2025. De laatste regelingen starten zodra het UHT-proces of MSNP-onderzoek is afgerond.
Verdere afhandeling
De afwikkeling van de coronabetalingsregeling brengt nog steeds een aanzienlijke uitvoeringslast met zich mee voor de Belastingdienst en draagt eraan bij dat er binnen de invordering nog steeds meer werk is dan er capaciteit beschikbaar is (zie onderdeel stand van zaken inning). Er zijn ondernemers met achterstanden in de termijnbetalingen en veel van deze ondernemers hebben moeite met het gelijktijdig voldoen van de nieuwe betalingsverplichtingen. De Belastingdienst geeft hoge prioriteit aan werkzaamheden die zien op verzoeken voor versoepelingen, uitstel van betaling, sanering en bezwaar- en beroepschriften van ondernemers uit de (corona)betalingsregeling. De insteek is om zoveel mogelijk ondernemers in de regeling te houden. Dat is gunstig voor zowel ondernemers als voor de Belastingdienst, omdat er dan geen capaciteit nodig is voor dwanginvordering.
Pilot Taxatie BPM
In juni 2026 is de Belastingdienst gestart met de Pilot Taxatie (PTX). Aanleiding voor deze pilot is het geconstateerde structurele patroon van onjuiste BPM-aangiften bij parallelimport van voertuigen waarbij gebruik wordt gemaakt van taxatierapporten. Met PTX wordt ingezet op een intensievere controle op de naleving van de wettelijke vereisten voor taxatierapporten, waarmee ongefundeerde waardeverminderingen worden voorkomen. Het doel hiervan is het verder bevorderen van compliance en het creëren van een gelijk speelveld voor marktpartijen.
De eerste resultaten van de pilot zijn inmiddels zichtbaar en positief. In de eerste weken is gemiddeld ruim € 3.000 aan BPM-vermindering per gecontroleerde aangifte voorkomen. Een deel van de aangiften wordt ingetrokken en opnieuw ingediend op basis van een koerslijst of tabel in plaats van een taxatierapport. Jaarlijks worden circa 130.000 aangiften BPM met taxatierapporten ingediend.
Aanvragen inkomensheffing met onregelmatigheden
De Belastingdienst treft sinds eind 2025 een toenemend aantal aangiften, verzoeken en bezwaren (‘aanvragen’) in de inkomensheffingen (IH) met onregelmatigheden. Deze aanvragen worden zo ingevuld, dat het resulteert in een door de Belastingdienst uit te betalen bedrag. Dit bedrag is onjuist en zou zonder aanvullende interventies wel zijn overgemaakt door de Belastingdienst. Naast de eigen constatering dat er onjuiste aangiften lijken te worden gedaan, heeft de Belastingdienst ook vanuit een bank en Logius signalen hierover ontvangen. De Tweede Kamer is hierover op 18 mei jl. geïnformeerd.13
De Belastingdienst pakt dit handhavingsvraagstuk van ‘onregelmatige aangiften’ op met preventie en correctie. De aanpak is om op voorhand onjuiste uitbetalingen te voorkomen en als dat niet lukt, onterechte uitbetalingen die nog op rekening bij de bank staan terug te vorderen. De Dienst Toeslagen bepaalt het recht op toeslagen en kent dat recht, indien van toepassing, toe. De Belastingdienst en Dienst Toeslagen hebben de uitbetalingen tussen toeslagen en IH van elkaar gesplitst. Een eventuele blokkade van de Belastingdienst op IH geldt daarmee niet voor een uitbetaling van toeslagen door Dienst Toeslagen.
De Belastingdienst heeft momenteel circa 2.000 aanvragen afgewezen en 20.000 aangiften voor nader onderzoek aangehouden, waardoor uitbetaling nog niet heeft plaatsgevonden. Deze 20.000 aangehouden aangiften hebben een fiscaal belang van circa 95 miljoen euro. Daarnaast worden stappen gezet om bedragen die ten onrechte uitbetaald zijn, terug te vorderen. Van de 7 miljoen euro die onterecht door de Belastingdienst is uitbetaald, is 2,5 miljoen euro op bankrekeningen bevroren. Om deze 2,5 miljoen euro terug te vorderen heeft de Belastingdienst voor 691 bsn’s beslaglegging in voorbereiding of in uitvoering. De totale omvang van de onregelmatige aangiften wordt verder in kaart gebracht. Zo onderzoekt de Belastingdienst:
de aard en omvang van dit patroon en beziet in welke mate er sprake is van een georganiseerde werkwijze;
het aanscherpen van de selectieregels, zodat onregelmatige aanvragen eerder en gerichter worden geselecteerd voor behandeling. Deze aanscherping loopt en is een continu proces om adequaat onderscheid te maken tussen de onregelmatige en rechtmatige aanvragen;
welke aanvullende rechtsmiddelen kunnen worden ingezet om oninbare bedragen te minimaliseren door de invordering zoveel mogelijk te realiseren. Zo bereidt de Belastingdienst zich voor op een verzoek voor wederzijdse bijstand bij de bevoegde autoriteiten in de betrokken landen. In antwoord op eerdere Kamervragen van lid Van Eijk heb ik aangegeven terug te komen op de noodzaak voor een eventueel overleg met Bulgarije. Gezien de Belastingdienst een verzoek om bijstand van meerdere landen voorbereidt, zie ik op dit moment geen meerwaarde in overleg met Bulgarije over dit vraagstuk.
De genomen maatregelen hebben effect. Een groot aantal onregelmatige aangiften is tijdig tegengehouden of aangehouden, waardoor verdere onterechte uitbetalingen zijn voorkomen. Tegelijkertijd is een aanzienlijk deel van de reeds onterecht uitgekeerde bedragen gecorrigeerd. Daarvan is een deel veiliggesteld en worden aanvullende invorderingsmaatregelen ingezet. Daarmee wordt zowel aan de voorkant als aan de achterkant zichtbaar resultaat geboekt. Ondertussen zet de Belastingdienst het onderzoek voort voor een volledig beeld van de omvang en verschijningsvormen. Hierover zal de Belastingdienst uw Kamer periodiek informeren.
Tot slot kom ik terug op geleerde lessen uit eerdere fraudezaken. Daarnaast wil ik dat de Belastingdienst uit de onderhavige casus lessen trekt. In de volgende stand-van-zakenbrief Belastingdienst, wanneer de onderhavige casus verder is uitgezocht en ook een vergelijking gemaakt kan worden met casus uit het verleden, kom ik hierop terug.
Jaarverslag 2025 verhuld vermogen
Het programma Verhuld Vermogen (VhV) is gericht op het detecteren en tegengaan van het verhullen van inkomen en vermogen door Nederlandse belastingplichtigen. Als bijlage 14 bij deze brief bied ik u het jaarverslag Verhuld Vermogen over 2025 aan. In 2025 heeft het programma VhV 1.495 signalen (2024:1.328) behandeld. Dit resulteerde in een correctieresultaat van circa € 139 miljoen (2024: € 132 mln.). De toename van het aantal behandelde signalen in 2025 komt vooral door de behandeling van signalen over crypto in het project vrijwillige verbetering.
Het programma VhV participeerde in 2025 actief in internationale projecten en overlegstructuren (onder andere JITSIC, Benelux en Fiscalis). Bij de aanpak verhuld vermogen werkt het programma VhV in de strafrechtketen intensief samen met de FIOD en het OM. De verschuiving van traditionele vormen van verhulling, zoals buitenlandse bankrekeningen, naar complexere structuren met (buitenlandse) rechtspersonen zet zich al enige jaren voort. Het programma past de werkwijze steeds aan op nieuwe ontwikkelingen. De focus van het programma ligt de komende jaren onder andere op de thema's Buitenlandse rechtspersonen en Virtual Assets.
Country-by-Country rapportering
In het Commissiedebat Belastingdienst van 19 maart 2026 is ook country-by-country rapportering aan de orde gekomen.14 Voor boekjaren die beginnen op of na 22 juni 2024 moeten multinationals met een geconsolideerde omzet van meer dan € 750 miljoen zelf country-by-country rapportering openbaar maken. Deze informatie is vanaf dan dus voor iedereen toegankelijk. Daarom is het niet nodig dat ik deze informatie aan uw Kamer zend.
Organisatie Belastingdienst
Taakstelling
Net als de andere uitvoeringsorganisaties heeft de Belastingdienst te maken met een taakstelling op het budget. Onderdeel hiervan is een efficiencydoelstelling. Het bedrag voor de Belastingdienst bedraagt op termijn € 247 mln. per jaar. Dit bedrag komt boven op de eerdere taakstellingen van het kabinet-Schoof (€ 33 mln.), hetgeen samen optelt tot € 280 mln. structureel.
De Belastingdienst gaat de taakstelling invullen aan de hand van drie lijnen:
Inzet van AI op bijvoorbeeld het bezwaarproces, het ondersteunen van fiscalisten bij het beoordelen van belastingaangiften en de inzet van chatbots. Daarnaast realiseert de Belastingdienst in deze lijn een besparing door processen te digitaliseren.
Vereenvoudiging van wet- en regelgeving die veel uitvoeringslast met zich meebrengen. Hierbij gaat het om fiscale wetgeving zoals het afschaffen van de specifieke zorgkostenaftrek, zoals opgenomen in het coalitieakkoord, maar ook generieke wetgeving.
Efficiency en materiele uitgaven. Denk hierbij aan het verbeteren van processen, het verminderen van licenties en het efficiënter maken van inkoop- en besluitvormingsprocessen. Ook wil de Belastingdienst besparen op huisvesting.
Om de begroting van de Belastingdienst duurzaam te houden en te voorkomen dat de Belastingdienst te veel in (essentiële) taken snijdt om aan de taakstelling te voldoen is het cruciaal dat de besparingen langs deze drie lijnen tijdig worden geïmplementeerd. Tegelijkertijd heeft de Belastingdienst de ambitie om zijn digitale autonomie en weerbaarheid te versterken. Hiervoor zijn geen extra middelen beschikbaar gesteld vanuit het regeerakkoord. De ambities op het vlak van digitale autonomie en weerbaarheid moeten vooralsnog ingepast worden binnen het bestaande IV-portfolio en de kaders van de huidige begroting. Dit vereist dat er keuzes worden gemaakt en waar nodig herprioritering plaatsvindt. Hierover zal ik uw Kamer blijven informeren. Op het punt van vereenvoudiging van wet- en regelgeving, digitale autonomie en huisvesting werkt de Belastingdienst nauw samen in de interdepartementale commissies rond ‘Slagvaardige overheid’.
Weerbaarheid Belastingdienst
Graag sta ik ook stil bij het onderwerp weerbaarheid. Mijn voorganger informeerde15 u eerder al over de aanpak weerbaarheid tegen ondermijning. Daarnaast wordt in het regeerakkoord aandacht gevraagd voor het versterken van onze weerbaarheid tegen hybride (sabotage)acties door (non-) statelijke actoren.
Deze opgave wordt steeds belangrijker en complexer door het veranderende en gevarieerde dreigingslandschap. Uitval, verstoring of manipulatie van de Belastingdienst kan directe gevolgen hebben voor het functioneren van de Nederlandse maatschappij. Het is belangrijk dat de Belastingdienst en de mensen die er werken beschermd worden tegen dreigingen.
Met de oprichting van het Bureau Veiligheid & Integriteit (BV&I) bij de Belastingdienst en de acties die de Belastingdienst verder neemt worden stappen gezet om de weerbaarheid, integrale beveiliging en integriteit binnen de Belastingdienst structureel te versterken. Ik licht nu enkele acties die in 2026 zijn gestart kort toe.
Zo is gestart met het actualiseren en herbeoordelen van de belangen die bescherming behoeven, het continu actualiseren van kwetsbare functies en vertrouwensfuncties. Daarnaast is geïnvesteerd in het continue versterken van het bewustzijn op het gebied van veiligheid, integriteit en weerbaarheid. Deze thema’s zijn structureel opgenomen in onder meer onboardingprogramma’s voor nieuwe medewerkers en ontwikkelprogramma’s voor leidinggevenden. Ook is ingezet op het vereenvoudigen van het meld- en advieslandschap en het vergroten van de meldingsbereidheid. Verder is de beveiliging van fysieke objecten versterkt in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en de Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL).
Huisbankier
Vanaf 1 mei 2026 is het betalingsverkeer voor de Belastingdienst en
Dienst Toeslagen gefaseerd overgegaan van ING naar de Rabobank. De
Rabobank is daarmee de nieuwe huisbankier voor de Belastingdienst en
Dienst Toeslagen. ING blijft verantwoordelijk voor het betalingsverkeer
van de Douane. Vanaf 20 april 2026 zijn burgers, bedrijven en
intermediairs actief geïnformeerd over deze wijziging. Daarnaast zijn
intermediairs en softwareontwikkelaars van aangifte- en betaalpakketten
in het najaar van 2025 geïnformeerd, onder meer via de Intermediairdagen
van de Belastingdienst.
De overgang naar de nieuwe huisbankier verloopt soepel. Nagenoeg al het
uitgaande betalingsverkeer van de Belastingdienst is inmiddels omgezet
van ING naar Rabobank. Dit betreft onder meer circa 7,8 miljoen
uitbetalingen toeslagen, 1,8 miljoen voorlopige teruggaven. Daarnaast
vinden inmiddels 8,3 miljoen automatische incasso’s per maand plaats via
de Rabobank. Voor toeslagen geldt dat de betalingen vanaf juni 2026 via
de Rabobank geruisloos zijn verlopen, onder andere dankzij een goede
mediacampagne. Per 1 juli 2026 betaalt ruim 80% van de burgers en
bedrijven al op de nieuwe Rabobank rekeningnummers. Er zijn op dit
moment geen verstoringen bekend die het gevolg zijn van de overgang naar
de nieuwe huisbankier.
De kosten van de overstap bedragen circa € 2,5 miljoen aan ICT-kosten en
circa € 1,8 miljoen aan communicatiekosten. Het communicatiebudget is
binnen het programma verdeeld over de Belastingdienst en Toeslagen en
over de jaren 2025, 2026 en 2027, met het zwaartepunt in 2026. In 2026
is een publiekscampagne gevoerd om burgers en ondernemers te informeren
over het nieuwe rekeningnummer en om te stimuleren om deze te gebruiken.
Ook is er veel aandacht geweest in regionale bladen.
Aanbesteding rijksbrede overeenkomst voor postbezorging
Het Ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van de rijksbrede overeenkomst voor postdienstverlening. Het huidige contract (van de vorige aanbesteding) is verlopen. De dienstverlening wordt momenteel voorzien van uit een overbruggingsovereenkomst met PostNL. Daarom heeft het Ministerie van Financiën op 27 augustus 2025 aan het Inkoop Uitvoeringscentrum van de Belastingdienst (IUCBD) de opdracht gegeven de dienst opnieuw aan te besteden. De inschrijvingen die zijn gedaan voldeden echter niet aan de gestelde eisen omdat niet kon worden gegarandeerd dat gedurende de gehele looptijd van het contract 48-uurs (bezorging D+2) dienstverlening gegarandeerd kon worden. Daarom is de aanbesteding zonder gunning beëindigd. Op 29 maart 2026 is de aanbesteding opnieuw gepubliceerd. In deze nieuwe aanbesteding heeft Financiën rekening gehouden met de ontwikkelingen op de postmarkt naar aanleiding van de wijziging van de Postwet (bezorging 72 uur of D+3) (UPD). Deze aanbesteding is nu afgerond. Perceel 1 bevat de postbezorging van ca. 89 overheidsorganisaties en 253 miljoen poststukken per jaar. In perceel 2 gaat het om 13 overheidsorganisaties en een geraamd volume van circa 21 miljoen poststukken per jaar. Op 23 augustus is bekend gemaakt dat perceel 1 is gegund aan PostNL en perceel 2 aan SB post. Hiermee is de postbezorging voor de komende twee jaar (vanaf 1 januari 2027) weer gegarandeerd (de initiële looptijd is twee jaar plus tweemaal een tweezijdige verlengingsoptie van één jaar).
Herstel
Herstel box 3
In mijn brief aan uw Kamer van 30 juni heb ik u een toelichting gegeven op het verloop van de hersteloperatie box 3 in het kader van de tegenbewijsregeling.16 Zoals toegezegd geef ik u hierbij een actueel beeld van de voortgang.
Het totale aantal ontvangen formulieren Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) is tot en met 19 augustus 2026 863.600.17 Het totaal aantal verwerkte formulieren OWR is 689.600. Hiervan zijn 151.800 formulieren niet inhoudelijk in behandeling genomen18 en zijn 537.800 formulieren inhoudelijk verwerkt. De verwerking leidt niet in alle gevallen tot een teruggaaf voor de belastingplichtige. Zo kan het opgegeven werkelijk rendement bijvoorbeeld hoger zijn dan het forfaitaire rendement.
Budgettair beslag
Tot en met 19 augustus 2026 heeft de verwerking van circa 474.000
formulieren OWR geleid tot een teruggave van in totaal € 969 miljoen.
Dit bedrag zal nog oplopen als de overige circa 63.800 formulieren
volledig zijn verwerkt.
Bovengenoemde resultaten zijn een tussenstand. Het aantal ontvangen formulieren OWR ligt op dit moment onder de raming die opgesteld werd ten behoeve van het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3.19 Om verschillende redenen kan echter nog geen conclusie getrokken worden over het verwachte totale budgettaire beslag van het herstel. Zo is het voor de belastingjaren vanaf 2021 nog mogelijk om formulieren OWR in te dienen.20 Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 juni worden de komende periode nog uitnodigingsbrieven verstuurd. Dit betekent dat belastingplichtigen nog tijd hebben om formulieren OWR in te dienen. Ook de termijn voor de motivering van bezwaren en verzoeken met een formulier OWR is nog niet in alle gevallen verstreken.
Verder zal het budgettaire beslag nog oplopen met de verwerking van de voorraad openstaande bezwaren en verzoeken als ook het afhandelen van de huidige voorraad aan ingediende formulieren OWR. Hierdoor kan op dit moment nog geen reële inschatting worden gegeven van wat het budgettaire resultaat zal zijn, maar de realisatiecijfers tot nu toe lijken erop te wijzen dat het totale budgettaire beslag van het herstel mogelijk lager kan uitvallen dan destijds geraamd.
Werkstromen bij de Belastingdienst
De hersteloperatie bestaat voornamelijk uit de volgende drie werkstromen bij de Belastingdienst:
Bezwaren en verzoeken, eventueel onderbouwd met een formulier OWR
Formulier OWR als aanvulling op de eerdere aangifte
Formulier OWR als bezwaar of verzoek tot ambtshalve vermindering
Onderstaande tabel geeft zicht op de huidige realisatie van formulieren OWR uitgesplitst naar de drie werkstromen. Naast de ontvangen formulieren OWR ligt er echter een zeer omvangrijke werkstroom besloten in de behandeling van bezwaren en verzoeken waar nog geen formulier OWR is ingezonden (stroom 1b).
Formulieren OWR Cijfers afgerond (t/m 19 augustus 2026) |
Voorraad | Realisatie | Prognose inhoudelijke verwerking 2026 |
|---|---|---|---|
| Werkstroom 1a: Bezwaren en verzoeken met OWR als motivering | 54.000 | 6.400 | 10.800 |
| Werkstroom 2: OWR als aanvulling op de eerdere aangifte21 | 77.300 | 175.700 | 248.700 |
| Werkstroom 3: OWR als bezwaar of als verzoek tot ambtshalve vermindering | 42.700 | 355.700 | 374.700 |
| Subtotaal | 174.000 | 537.800 | 634.200 |
| Niet behandelbaar of niet verwerkbaar | n.v.t. | 151.800 | n.v.t. |
| Totaal (ingediend: 863.600) | 174.000 | 689.600 |
Werkstroom 1a en 1b: Bezwaren en verzoeken
De werkstroom voor bezwaren en verzoeken heeft betrekking op de jaren 2017 tot en met 2024. De werkstroom bevat op het moment 365.100 bezwaren en verzoeken, hiervan zijn circa 311.100 niet gekoppeld aan een formulier OWR. De tabel hieronder geeft een overzicht van de voorraden. De omvang van deze werkstroom kan toenemen als er meer bezwaren of verzoeken worden ingediend.22
Box 3 - Bezwaren en verzoeken (peildatum 19 augustus 2026) |
Voorraad |
|---|---|
1a. Bezwaren en verzoeken mét OWR als motivering23 1b. Bezwaren en verzoeken zónder OWR als motivering |
54.000 311.100 |
Werkstroom 2: OWR als aanvulling op eerdere aangifte
Deze werkstroom heeft betrekking op burgers die een formulier OWR indienen als aanvulling op een eerdere aangifte. Hiervoor is nog geen definitieve aanslag opgelegd. De werkstroom heeft betrekking op de jaren 2022 tot en met 2024. Er zijn tot en met 19 augustus 2026 253.000 formulieren OWR ingediend in deze werkstroom, maar dit aantal kan nog toenemen.
Werkstroom 3: OWR als bezwaar of verzoek tot ambtshalve vermindering
Deze werkstroom heeft betrekking op burgers die al een definitieve aanslag hebben ontvangen, geen openstaand bezwaar of verzoek hebben en nog een formulier OWR indienen.24 Deze werkstroom heeft betrekking op de jaren 2020 tot en met 2024. Tot en met 19 augustus 2026 betreft dit 398.400 formulieren waarvan een groot deel al is verwerkt (zie eerdere tabel). Ook deze werkstroom kan nog in omvang toenemen als er meer formulieren OWR binnen komen als bezwaar of verzoek tot ambtshalve vermindering.
Voor een nadere uitleg met betrekking tot de werkstromen verwijs ik u naar bovengenoemde brief van 30 juni. Zoals toegezegd zal ik uw Kamer jaarlijks een brief sturen over de voortgang van herstel box 3.
Herstel uitvoering herziening WOZ
In de stand-van-zakenbrief Belastingdienst van 13 november 2025 is uw Kamer geïnformeerd over het niet volledig uitvoeren van artikel 18a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bij herzieningen van de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) voor de belastingjaren 2021 tot en met 2023. In deze belastingjaren zijn wijzigingen van WOZ-waarden die na afloop van het belastingjaar door gemeenten zijn doorgevoerd, niet in alle gevallen verwerkt in de aanslagen inkomstenbelasting. De oorzaak ligt in de overgang van een oude naar een nieuwe IV-voorziening. Bij deze overgang is de signaleringsfunctie voor WOZ-wijzigingen niet overgenomen. Daardoor werden deze wijzigingen in WOZ-waarde niet langer automatisch doorgegeven voor verwerking.
Bij de start van de herstelactie bedroeg de achterstand over de jaren
2021 tot en met 2023 ongeveer 7.500 posten, waarvan inmiddels circa 70%
van de oorspronkelijke voorraad is afgehandeld. De verwerking van deze
achterstand is gedurende de afgelopen periode voortgezet en de
resterende voorraad neemt gestaag af. Eerder is in de
Stand-van-zakenbrief Belastingdienst van 13 november 2025 de verwachting
uitgesproken dat de herstelwerkzaamheden rond 1 juli 2026 zouden zijn
afgerond. Deze verwachting is niet gehaald. De vertraging wordt
veroorzaakt door een combinatie van de omvang van de werklast en de
inzet van medewerkers op hoger geprioriteerde werkzaamheden.
Om de resterende achterstand sneller te kunnen verwerken, wordt gewerkt
aan een oplossing met Robotic Process Automation (RPA), oplevering is
medio september 2026. Naar verwachting kan hiermee circa 50% van de
resterende posten worden afgehandeld. De verwachting is dat de
achterstand voor de jaren 2021 tot en met 2023 uiterlijk eind 2026
volledig is weggewerkt. Vanaf belastingjaar 2024 worden WOZ-wijzigingen
weer correct verwerkt.
Voor de schenk- en erfbelasting is beoordeeld of de toepassing van artikel 18a AWR gevolgen heeft gehad. Voor de schenkbelasting is geen effect vastgesteld. Voor de erfbelasting worden naar verwachting circa 257 nalatenschappen beoordeeld, waarbij op basis van een steekproef wordt ingeschat dat in ongeveer 77 nalatenschappen sprake is van benadeling.
De Belastingdienst beoordeelt de betreffende nalatenschappen nader en herstelt de gevallen waarin sprake is van nadeel ambtshalve. Voor toekomstige WOZ-wijzigingen blijkt uit analyse dat een periodieke beoordeling nodig is, zodat aanslagen erfbelasting waar nodig tijdig kunnen worden aangepast.
MSNP-tegemoetkomingsbeleid
In de stand-van-zakenbrief van 13 november 2025 is uw Kamer geïnformeerd over het herstel Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP). In de periode januari 2012 tot en met maart 2021 heeft de Belastingdienst fouten gemaakt bij de beoordeling van aanvragen voor een minnelijke schuldsanering. Hierdoor zijn ongeveer 7.700 aanvragen onterecht afgewezen door de Belastingdienst en pas later of helemaal nooit van start gegaan. Dit kon grote gevolgen hebben voor de mensen waarbij dit was gebeurd. Mijn ambtsvoorgangers hebben uw Kamer geïnformeerd over deze fout en de gevolgen hiervan voor de betrokkenen. Met de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling (hierna: Wet tegemoetkoming onterechte afwijzing MSNP), die op 22 mei 2025 door uw Kamer is aangenomen25, is de wettelijke basis gecreëerd om de getroffen burgers herstel te bieden.
Een onderdeel van het MSNP-hersteltraject gebeurt via de pseudo-MSNP. Bij de pseudo-MSNP voert de schuldhulpverlener het schuldhulptraject uit waarbij de Belastingdienst na een akkoord met alle schuldeisers namens de burger de afloscapaciteit betaalt. De afloscapaciteit is het bedrag dat de burger in de schuldregeling aan schuldeisers normaal gesproken zelf moet afdragen. Vóór het verstrijken van de aanvraagtermijn van 1 juli jl. heeft de VNG gesignaleerd dat de resterende doelgroep niet bediend zou kunnen worden. De oorzaak is dat de uitvoering op drie punten afwijkt van de veronderstellingen die zijn gedaan bij het opstellen van de wetgeving: de doelgroep is groter dan verwacht, beschikkingen van de Belastingdienst zijn later dan verwacht afgegeven waardoor schuldhulpverleningstrajecten later konden starten en pseudo-MSNP-trajecten duren langer (8 tot 14 maanden) dan verwacht bij vormgeving van het tegemoetkomingsbeleid.
Om ervoor te zorgen dat de resterende doelgroep toch met een pseudo-MSNP geholpen kan worden is het wenselijk om de aanvraagtermijn te verlengen met 24 maanden tot 1 juli 2028. Voor deze verlenging is een wetsaanpassing nodig; de gewijzigde termijn kan naar verwachting per 1 januari 2028 met terugwerkende kracht in werking treden. In afwachting van wetswijziging is een bestuurlijke toezegging aan gemeenten gedaan, zodat zij ook na het verstrijken van de aanvraagtermijn trajecten kunnen blijven voortzetten in het vertrouwen dat gemaakte kosten later binnen de regeling worden vergoed. Deze toezegging is vergelijkbaar met de toezegging die in 2024 vooruitlopend op de Wet tegemoetkoming onterechte afwijzing MSNP is gedaan. De VNG is akkoord met het voortzetten van de uitvoering na het verstrijken van de aanvraagtermijn op 1 juli 2026. Voor de verlenging is een wetswijziging nodig. Voorbereidingen hiervoor, waaronder een goedkeurend beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving, zijn inmiddels in gang gezet.
Om het herstelbeleid aan te laten sluiten bij het herstelbeleid dat door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen wordt gehanteerd voor de groep personen waar een Opzet/Grove Schuld (O/GS) kwalificatie is toegekend, is het nodig om voor 2.250 personen hun dossier opnieuw te beoordelen. Dit betekent ook dat sprake is van een grotere doelgroep voor het MSNP-herstelbeleid dan aanvankelijk verwacht. Deze populatie kan nog groeien met burgers die zichzelf melden bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT). De met de uitbreiding gemoeide tegemoetkomingskosten worden geraamd op € 4,9 miljoen. Dit wordt zo veel als mogelijk gedekt binnen de reservering FSV/MSNP op artikel 1 van de Financiënbegroting en anders binnen het geheel van artikel 1. De afwikkeling van de herbeoordeling zal naar verwachting tot in Q2 2027 doorlopen. Dit raakt ook de populatie ex-partners en nabestaanden die niet bij de Belastingdienst bekend zijn waarvan de termijn voor een verzoek tot toekenning per 1 juli jl. is afgelopen. Voor een verlenging is hier, net zoals bij de verlenging bij pseudo-MSNP, een wetswijziging nodig. Voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels in gang gezet.
Belastingrente vennootschapsbelasting
De Hoge Raad heeft in de uitspraak van 16 januari 2026 beslist dat het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting te hoog is vastgesteld. De Belastingdienst is begonnen met het verminderen van aanslagen vennootschapsbelasting waarbij een te hoog rentepercentage is gebruikt om de belastingrente te berekenen. Het gaat om aanslagen waartegen op tijd bezwaar is gemaakt en die zijn aangemerkt voor massaal bezwaar. Op 25 februari 2026 heeft de inspecteur daarop collectief uitspraak gedaan waarbij de Belastingdienst tegemoet komt aan de bezwaren. De aanslagen die onder het massaal bezwaar vallen, herstelt de Belastingdienst binnen zes maanden na de collectieve uitspraak. Voor complexe dossiers waarin bijvoorbeeld verschillende bezwaren in onderlinge samenhang moeten worden verwerkt, kan de afhandeling meer tijd vergen.
Het verminderen van de aanslagen vennootschapsbelasting verloopt volgens planning. De daarvoor benodigde applicatie kon eerder dan gepland opgeleverd worden. Inmiddels is voor bijna 90% van de betreffende gevallen een herrekening aangeboden voor verwerking.
Monitor Fiscaal Dienstverleners en verbetering convenantbeheer
Op 26 mei 2025 en in verschillende brieven nadien, informeerden mijn ambtsvoorgangers en ik u over het Risico Analyse Model (RAM) en de toezeggingen dat de Belastingdienst verbetering doorvoert op het gebied van convenanten en gegevensverstrekking en dat de monitor voor fiscaal dienstverleners (FD-monitor) aantoonbaar aan de wettelijke eisen moet voldoen.
Voor de FD-monitor geldt dat de planning is om uiterlijk eind dit jaar de processen beschreven te hebben en te toetsen op privacyrisico’s die gerelateerd zijn aan de FD-monitor, om zo aantoonbaar te voldoen aan relevante wet- en regelgeving. Tot die tijd wordt de monitor niet gebruikt voor activiteiten die kunnen leiden tot een direct rechtsgevolg voor de fiscaal dienstverlener en/of zijn klant(en).
Voor de verbetering van het beheer van convenanten geldt dat deze actie meer werk omvat dan voorzien. Inmiddels zijn hiervoor de eerste concrete stappen gezet. Zo is de landelijke samenwerking rond convenantenbeheer opnieuw ingericht en geborgd, is voor de gegevensdelingsconvenanten de governance uitgewerkt, inclusief de verdeling van de beheerverantwoordelijkheden. Hiermee is de basis gelegd voor een uniforme, transparante en beter beheersbare inrichting van het convenantenbeheer.
In de brief waarmee ik het volgende Jaarplan Belastingdienst aan u aanbied, kom ik terug op de afronding van de toetsing van werkprocessen rondom de FD-monitor. Ook informeer ik u dan nader over de aanpak van het verbeteren van het convenantenbeheer inclusief een planning per actie.
Kamerstukken II, 2025/26, 31066, nr. 1463↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 31066, nr. 1543↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 31066, nr. 151↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 31066, nr. 1543↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 31066, nr. 11812↩︎
Handelingen II, 2025/26, 32761, nr. 336↩︎
Handelingen II, 2025/26, 32761, nr. 340↩︎
Het afwegingskader onderwerpselectie invoeringstoetsen Belastingdienst heeft uw Kamer ontvangen bij de vorige stand-van-zakenbrief. Kamerstukken II, 2026/27, 31066, nr. 1532↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 29911, nr. 505↩︎
De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur helpt overheden om crimineel misbruik van vergunningen te voorkomen door integriteitschecks.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 31066 nr. 1532↩︎
Deze raming is opgenomen in de Voorjaarsnota 2026↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 31066, nr. 1537↩︎
Kamerstukken II,2025/26, 31066, nr. 1536↩︎
Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1379↩︎
Handelingen II, 2024-2025, 32140, nr. 314↩︎
De genoemde aantallen in deze sectie zien op unieke formulieren OWR per belastingplichtige per belastingjaar↩︎
Dit ziet bijvoorbeeld op formulieren die te laat zijn ingediend, formulieren waarbij de betreffende belastingplichtige niet tot de doelgroep van het herstel behoort of waarbij door de belastingplichtige het verkeerde formulier is gebruikt of geen box 3-inkomen had voor het betreffende belastingjaar.↩︎
Handelingen II, 2024-2025, 36706, nr. 5, raming van ca. 1,56 miljoen formulieren voor belastingjaren 2017-2024.↩︎
Voor het belastingjaar 2021 kan dit nog tot 31 december 2026, voor het belastingjaar 2022 tot 31 december 2027, en zo voort.↩︎
Verwerking van formulieren OWR in werkstroom 2 voor belastingjaren 2021 en later is opgestart na een programmatuuraanpassing in week 26.↩︎
De verzoeken om vermindering die door middel van een formulier OWR worden ingediend vallen niet in deze werkstroom, maar in werkstroom 3.↩︎
Een formulier OWR kan meerdere bezwaren en verzoeken onderbouwen voor hetzelfde belastingjaar. In de tabel worden deze dubbelingen niet geteld.↩︎
Fiscaal gezien gelden formulieren OWR in deze werkstroom zelf als nieuw bezwaar of als verzoek tot ambtshalve vermindering. In werkstroom 1 betreft het bezwaren en verzoeken die niet zijn ingediend via het formulier OWR zelf.↩︎
Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling, Kamerstuk 36675, nr. 3↩︎