Conceptverslag Belastingdienst
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D13699, datum: 2026-03-19, bijgewerkt: 2026-03-25 10:24, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-19 10:00: Belastingdienst (Commissiedebat), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Belastingdienst
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Financiën heeft op 19 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën, over:
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 1 april 2025 inzake reactie op de motie van de leden Van Eijk en Kisteman over voorkomen dat bedrijven door aflossing van coronabelastingschulden onnodig failliet gaan (Kamerstuk 31066-1472) (31066, nr. 1473);
de brief van de minister van Financiën d.d. 15 april 2025 inzake jaarverslag 2024 van de Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) (31066, nr. 1497);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 24 april 2025 inzake bestuurlijke reactie op AcICT-advies over rationalisatie van Cool:Gen binnen keten Inkomensheffingen (31066, nr. 1500);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 26 juni 2025 inzake implementatie van de Richtlijn Btw in het digitale tijdperk (22112, nr. 4090);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 26 mei 2025 inzake antwoorden op vragen commissie over de brief Uitkomsten extern onderzoek Risico Analyse Model (RAM) (Kamerstuk 31066-1465) (31066, nr. 1505);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 10 juli 2025 inzake beleidsreactie op rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens over het Risico Analyse Model (RAM) (31066, nr. 1509);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 3 juli 2025 inzake AVG en privacyorganisatie bij de Belastingdienst (31066, nr. 1508);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 2 juli 2025 inzake toezegging gedaan in de stand-van-zakenbrief Belastingdienst van 6 maart 2025, over drie afgeronde invoeringstoetsen: "Begrenzing periodieke giftenaftrek", "Introductie rentestop artikel 30h AWR" en "Afschaffen betalingskorting ib" (31066, nr. 1507);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 5 augustus 2025 inzake beleidsreactie bij het reflectieverslag van het onderzoek van de Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) "De fraudeaanpak en privacy puzzel" (31388, nr. 10);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 8 september 2025 inzake kabinetsreactie op IBTD-rapport Rechtsbescherming in het geding (31066, nr. 1511);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 10 september 2025 inzake beleidsreactie op brief "Verzoek tot het maken van een plan: toetsing selectie-instrumenten aan onder andere artikel 22 AVG" van de Autoriteit Persoonsgegevens (32761, nr. 332);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 2 oktober 2025 inzake overstap kantoorautomatisering naar M365 (31066, nr. 1512);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 20 oktober 2025 inzake antwoorden op vragen commissie over beleidsopties belasting- en invorderingsrente (Kamerstuk 32140-202) (32140, nr. 282);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 3 november 2025 inzake digitalisering van de bpm-aangifte: resultaten uitvoeringstoetsen en vervolg (32800, nr. 91);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 13 november 2025 inzake stand van zaken Belastingdienst (31066, nr. 1518);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 13 november 2025 inzake antwoorden op vragen commissie over de jaarrapportage Belastingdienst 2024 (Kamerstuk 31066-1504) (31066, nr. 1519);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 13 november 2025 inzake uitvoering van de motie van het lid Stultiens over opties in kaart brengen voor het vergroten van de transparantie over belastingen (Kamerstuk 25087-351) (25087, nr. 355);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 11 december 2025 inzake jaarplan Belastingdienst 2026 (31066, nr. 1523);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 3 december 2025 inzake toezeggingen en moties over het Risico Analyse Model (RAM) van de Belastingdienst (31066, nr. 1521);
de brief van de minister van Financiën d.d. 10 december 2025 inzake IBTD-reflectieverslag Inzicht in impact (31066, nr. 1522);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 27 januari 2026 inzake Risico Analyse Model (RAM) bij de Belastingdienst (31066, nr. 1525);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 9 februari 2026 inzake reactie op het reflectieverslag over effectmeting Programma Leiderschap en Cultuur (31066, nr. 1526);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 20 februari 2026 inzake eindrapportage Belastingdienst van onderzoekspilot naar turboliquidaties (31066, nr. 1529);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 13 februari 2026 inzake gevolgen arrest Hoge Raad inzake onverbindendheid verhoogd percentage belastingrente vennootschapsbelasting (31066, nr. 1528);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 12 februari 2026 inzake onderzoek Belastingdienst naar informatieverstrekking aan de rechter (31066, nr. 1527);
de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 12 februari 2026 inzake update toezichtarrangement Autoriteit Persoonsgegevens bij de Belastingdienst (32761, nr. 335).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Van der Lee
De griffier van de vaste commissie voor Financiën,
Weeber
Voorzitter: Van der Lee
Griffier: Lips
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Inge van Dijk, Van Eijk, Ergin, Hoogeveen, Van der Lee, Oosterhuis en Stultiens,
en de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen. Het is 10.00 uur. We gaan beginnen. Ik open de vergadering
van de vaste Kamercommissie voor Financiën. We voeren een commissiedebat
over de Belastingdienst. Van harte welkom aan de staatssecretaris en
zijn ondersteuning, en aan de leden, die ik even zal voorstellen. Dat
zijn de heer Oosterhuis namens D66, mevrouw Van Eijk namens de VVD,
mevrouw Inge van Dijk namens het CDA, de heer Hoogeveen namens JA21 en
de heer Luc Stultiens namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik ben
zelf ook lid van die laatste fractie, mijn naam is Tom van der Lee en ik
ben technisch voorzitter vandaag. We hebben vier minuten spreektijd per
inbreng per fractie. Ik stel voor dat we het aantal interrupties tot zes
beperken in de eerste termijn. Ik geef als eerste het woord aan de heer
Oosterhuis namens D66. Gaat uw gang.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank, voorzitter. In januari werd duidelijk, eigenlijk tot ergernis van
ons allemaal, dat er in Amsterdam een megadatacenter voor Microsoft
komt, inclusief de benodigde stroomaansluiting. Tegelijkertijd horen wij
van de Belastingdienst dat die onvoldoende ruimte in de eigen
datacenters heeft en dat het moeilijk is om een stroomaansluiting te
krijgen voor uitbreiding. Dus aan de ene kant krijgt Microsoft de ruimte
en aan de andere kant loopt de Belastingdienst tegen grenzen aan. En dan
gaat de Belastingdienst via de cloud van Microsoft werken.
Waarschijnlijk hebben deze twee casussen niets met elkaar te maken, maar
misschien zit daar juist een probleem, namelijk dat we daar veel te
weinig strategisch naar kijken. De afhankelijkheid van een klein aantal
buitenlandse bedrijven voor onze digitale infrastructuur maakt ons
kwetsbaar. Daarom vind ik het heel verstandig dat digitale autonomie het
uitgangspunt is in het coalitieakkoord. Dat moet ook bij de
Belastingdienst het uitgangspunt zijn.
Daarom heb ik een paar vragen. Zijn er nu naast Microsoft 365 en de
omzetbelasting nog andere lopende trajecten waarbij mogelijk wordt
gekozen voor een aanbieder van buiten Europa? Kan de staatssecretaris
een overzicht aan de Kamer sturen van welke digitale afhankelijkheden er
bij de Belastingdienst zijn van bedrijven buiten Europa? Kan hij samen
met de staatssecretaris Digitale Economie een brief sturen waarin staat
hoe de Belastingdienst invulling gaat geven aan het doel om digitaal
autonoom te worden en ook gaat helpen om de andere afspraken uit het
coalitieakkoord op het terrein van de digitale overheid te
realiseren?
Specifiek over de omzetbelasting heb ik nog een vraag naar aanleiding
van de brief van dinsdag. Enerzijds schrijft de staatssecretaris
namelijk dat hij de keuze voor Fast Enterprises wil doorzetten.
Anderzijds schrijft hij dat er maatregelen nodig zijn om de risico's
terug te brengen tot aanvaardbare risico's. Daaruit maak ik op dat hij
de risico's nu nog niet aanvaardbaar vindt. Mag ik concluderen dat hij
pas later een definitief besluit neemt en alleen voor Fast kiest als de
restrisico's aanvaardbaar zijn?
Voorzitter. Het coalitieakkoord heeft ook duidelijke ambities voor een
slanke en slagvaardige overheid. Dat vraagt ook de nodige verandering
bij de Belastingdienst, zeker in combinatie met de hervorming van het
belastingstelsel. Volgens mij moet de ambitie zijn dat dit elkaar
versterkt, zodat een eenvoudiger belastingstelsel ook beter kan worden
uitgevoerd door een slagvaardiger Belastingdienst. Graag ontvang ik een
brief van de staatssecretaris over de manier waarop voor de
Belastingdienst invulling wordt gegeven aan dit deel van het
coalitieakkoord, inclusief een concrete invulling van de taakstelling en
voorstellen om de externe inhuur te verminderen.
Dan het personeelsbeleid. De Belastingdienst vergrijst en een grote
uitstroom dreigt. Personeel blijft een van de grootste
continuïteitsrisico's voor de Belastingdienst. Dat staat ook in het
jaarplan. Het ziekteverzuim is met bijna 7% hoger dan de streefwaarde
van 5%. Welke inspanningen zijn er nodig om een aantrekkelijke werkgever
te zijn en te blijven?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik begin over een punt waarover meerdere collega's zo waarschijnlijk ook
zullen beginnen. Tegelijkertijd denk ik dan: wij kunnen hier zelf
natuurlijk ook invloed op uitoefenen. Oftewel, een Belastingplan
waarvoor 600 extra mensen moeten worden aangenomen: moeten we dat willen
met elkaar? Ik ben heel benieuwd hoe D66 daarnaar kijkt.
De heer Oosterhuis (D66):
Bij voorkeur niet. Ik denk ook dat het heel verstandig is om dat te
wegen en ons daar heel goed bewust van te blijven.
De voorzitter:
U kunt uw betoog vervolgen.
De heer Oosterhuis (D66):
Tot slot voor dit blokje: een grote fiscale hervorming kan pas als de
Belastingdienst dat aankan. We hebben veel gehoord over de ICT-systemen
en het volle IV-portfolio. Hoe staat het daar nu mee? Vanaf wanneer is
een grote hervorming mogelijk?
Als het gaat om een vereenvoudiging, gaat het niet alleen over beleid,
maar ook over communicatie. Uit de Fiscale Monitor blijkt dat slechts
59% van de mensen de brieven van de Belastingdienst duidelijk vindt. Ik
vind dat weinig. Volgens mij moet dat hoger. Ik hoor graag hoe de
staatssecretaris daarnaar kijkt. Wat gaat hij doen om ervoor te zorgen
dat die score omhooggaat?
Dan het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens over het plan van
aanpak om de selectiealgoritmes te toetsen. De AP is positief, maar
geeft ook duidelijk aan dat het afhangt van de uitvoering. Het
trackrecord van de Belastingdienst is niet heel positief. Kan de
staatssecretaris toezeggen dat de Kamer direct wordt geïnformeerd als de
AP in de uitvoering tekortkomingen constateert?
Tot slot een hele korte vraag over een best wel ingewikkeld onderwerp.
Wanneer kunnen wij het voorstel verwachten voor de herijking van het
fiscale bodemvoorrecht?
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan luisteren we nu naar mevrouw Van Eijk, namens
… O, er is toch nog een interruptie, van de heer Stultiens.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Er kwamen in hoog tempo veel onderwerpen langs, dus ik ben iets te laat
met mijn interruptie. Die gaat over het eerste punt, de digitale
autonomie. De heer Oosterhuis stelt hele terechte vragen. Ik ben
benieuwd wat de opvatting van zijn eigen fractie is. Vindt hij de
risico's zoals die er op dit moment uitzien aanvaardbaar?
De heer Oosterhuis (D66):
Zoals ik zei, lees ik in de brief dat de staatssecretaris nog een heel
aantal mitigerende maatregelen neemt. Tegelijkertijd denk ik dat het
dubbel is. We lezen namelijk ook dat de Belastingdienst al in 2021 en
2022 waarschuwde dat het huidige systeem ook risico's heeft. Het is
verouderd en het heeft continuïteitsrisico's. Ik denk, achteraf kijkend,
dat er met de kennis van nu andere keuzes zouden zijn gemaakt.
Tegelijkertijd zitten we nu in de situatie dat dat niet het geval is en
dat elk scenario risico's heeft. Maar ik lees volgens mij ook dat de
staatssecretaris nog risico's ziet die hij nog moet mitigeren en dat hij
daarop voor de zomer nog terugkomt. Ik hoor dus ook graag van de
staatssecretaris of ik die brief op de goede manier interpreteer.
De voorzitter:
Geen vervolgvraag? Nee, zie ik. Dan gaan we toch door naar mevrouw Van
Eijk. Zij spreekt haar eerste termijn uit namens de VVD-fractie.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank je wel, voorzitter. Laat ik beginnen met stil te staan bij het
harde werk van de medewerkers van de Belastingdienst, juist in deze
periode van de aangifte inkomstenbelasting. Voor miljoenen Nederlanders
is dit hét moment waarop zij direct te maken hebben met de overheid. Dat
dit over het algemeen soepel verloopt, is te danken aan de inzet van
duizenden medewerkers, die vaak onder hoge druk hun werk doen. Die inzet
en die professionaliteit verdienen oprecht erkenning, zeker in een
organisatie die tegelijkertijd voor grote veranderingen staat.
Zo staat de Belastingdienst voor een grote digitale transformatie,
waarbij moderne ICT-systemen, data-analyse en kunstmatige intelligentie
een steeds belangrijkere rol spelen in dienstverlening, toezicht en
opsporing. Voor de VVD is het essentieel dat de Belastingdienst beschikt
over een robuust en toekomstbestendig ICT-landschap dat een slagvaardige
overheid mogelijk maakt. Is de planning voor de uitfasering van Cool:Gen
richting 2027 nog steeds haalbaar? Welke risico's zijn er voor de
continuïteit van de uitvoering en hoe kunnen nieuwe beleidswensen
ondanks alles toch worden ingepast? Ons land snakt ernaar dat er weer
politieke keuzes gemaakt kunnen worden in plaats van te horen dat
allerlei wensen letterlijk om "computer says no"-redenen niet
kunnen.
Dit maakt ook dat de modernisering van het btw-systeem noodzakelijk is.
Doorgaan met een 40 jaar oud systeem is simpelweg geen optie. De keuze
voor een marktpartij is gemaakt en het contract ligt er. Dan moet nu de
volle focus liggen op één ding, namelijk maximale risicobeheersing. Hoe
hard zijn de afspraken dat beheer alleen op locatie plaatsvindt, zonder
remote toegang, en dat er gewerkt wordt met personeel van buiten
Amerikaanse jurisdictie? En vooral: hoe snel kan de Belastingdienst zelf
het beheer van de infrastructuur overnemen zodat de regie weer volledig
in eigen hand ligt? Andere landen, zoals Finland en Denemarken, werken
met vergelijkbare oplossingen. Wat leren wij concreet van hun
ervaringen, juist als het gaat om veiligheid, autonomie en regie?
Voorzitter. De Belastingdienst staat voor een aanzienlijke personele
opgave. Voor de VVD is het van belang dat de Belastingdienst blijft
investeren in een sterke en kwalitatief hoogwaardige opleiding van
nieuwe medewerkers. De interne opleidingen van de Belastingdienst staan
traditioneel bekend als degelijk en van hoog niveau, en ze hebben een
belangrijke rol gespeeld in het waarborgen van vakmanschap binnen de
organisatie. Hoe waardeert de staatssecretaris de huidige
opleidingsstructuur en waarom wordt niet ingezet op het behouden en
versterken van deze bewezen opleidingsaanpak?
De Belastingdienst voert naast zijn kerntaak van belastingheffing en
-inning ook ongeveer 300 niet-fiscale taken uit. Voor de VVD is het
belangrijk dat de Belastingdienst zich primair kan richten op zijn
kerntaken. Bestaat er een actuele inventarisatie van deze niet-fiscale
taken, en in hoeverre wordt de mogelijkheid onderzocht om die onder te
brengen bij andere organisaties?
De Belastingdienst staat voor een enorme opgave als het gaat om de
afhandeling van uitgestelde coronabelastingschulden, zo lezen we in de
laatste stand-van-zakenbrief. Prioriteit wordt gegeven aan
klantverzoeken zoals uitstel en kwijtschelding, wat de VVD begrijpt.
Dwanginvordering en oudere vorderingen verdwijnen naar de achtergrond.
Dat roept vragen op over rechtsgelijkheid en het signaal richting
ondernemers die wél netjes aan hun verplichtingen hebben voldaan. Daar
komt nog iets bij. Vanaf 2027 krijgen ondernemers volledige bezwaar- en
beroepsmogelijkheden tegen besluiten over uitstel en kwijtschelding. Kan
de staatssecretaris uitleggen hoe hij voorkomt dat dat dit systeem
vastloopt? Vindt hij het verstandig om deze extra druk toe te voegen
zonder dat de uitvoering eerst op orde is? Hoeveel extra bezwaar- en
beroepsprocedures verwacht hij vanaf 2027 en hoeveel extra capaciteit
wordt hiervoor vrijgemaakt?
Voorzitter, ten slotte. De VVD vindt dat de Belastingdienst en de
overheid stevig moeten optreden tegen belastingfraude en ondermijnende
criminaliteit. Effectieve fraudebestrijding kent knelpunten bij
gegevensdeling met partners zoals het Openbaar Ministerie en de politie
en bij de verwerking van meldingen van mogelijke fraude, waarvoor
momenteel deels nog tijdelijke oplossingen worden gebruikt. Welke
stappen worden gezet om gegevensdeling en het meldingenproces
structureel te verbeteren?
Dat was het in eerste termijn.
De voorzitter:
Dank. Het was ook vier minuten. Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk
namens het CDA.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank, voorzitter. Ik wil deze vier minuten graag gebruiken voor de stand
van zaken bij de Belastingdienst en, voor het CDA een belangrijk punt,
de fiscale rechtsbescherming.
Allereerst de stand van zaken bij de Belastingdienst. Dank voor de
stand-van-zakenbrief. Daarin lezen we terecht dat de modernisering van
het ICT-landschap en het op orde houden van het personeelsbestand nog
steeds de twee belangrijkste prioriteiten zijn. Beide zijn essentieel
voor het goed functioneren van de Belastingdienst en voor goede
dienstverlening aan burgers en bedrijven. De ICT-vernieuwing is
daarnaast van groot belang om ruimte te creëren voor nieuwe wetgeving,
waaronder de herziening van het fiscaal stelsel. D66 vroeg er al naar,
en ook mijn vraag is: hoe staat het precies met de planning, wanneer
ontstaat er op z'n vroegst weer serieus ruimte en waar zitten momenteel
de grootste risico's? Sluiten de ingezette moderniseringstrajecten
voldoende aan bij de Belastingdienst van de toekomst, de zogenaamde
Belastingdienst 3.0? We lezen dat processen uit de Belastingdienst 2.0
die gebaseerd zijn op papier, worden gedigitaliseerd, maar lopen we
daarmee niet het risico dat we over een paar jaar opnieuw hopeloos
achterlopen? Kan dit niet meer geïntegreerd worden aangepakt?
Voorzitter. In het vorige debat spraken we al over de verwachting dat
vanaf 2028 ongeveer 30% minder fiscalisten, accountants en IT'ers
afstuderen, terwijl tegelijkertijd veel medewerkers de Belastingdienst
zullen verlaten. Het personeelsrisico staat bij de strategische
toprisico's, maar over werving lezen we weinig. Het zwaartepunt lijkt te
liggen op behoud en inzetbaarheid. Maar wat betekent dit concreet voor
de toekomst? Wordt het risico bijvoorbeeld zwaarder meegewogen bij
nieuwe belastingplannen? Oftewel, zou extra benodigde
uitvoeringscapaciteit sneller tot een negatief uitvoeringsoordeel moeten
leiden? De staatssecretaris schrijft ook dat de Belastingdienst graag in
een vroeg stadium betrokken wordt bij nieuwe wetgeving. Dat ondersteunen
wij, maar eerlijk gezegd gingen wij ervan uit dat dit standaard
gebeurde. Hoe wil de staatssecretaris dit concreet vormgeven?
Voorzitter. De fiscale rechtsbescherming blijft voor het CDA een
belangrijk kernpunt, want veel mensen ervaren nog steeds stress bij het
regelen van hun fiscale zaken, zeker wanneer er problemen ontstaan.
Goede rechtsbescherming is essentieel voor het vertrouwen in de
Belastingdienst. De Fiscale Monitor 2025 laat zien dat het vertrouwen
onder particulieren en mkb-ondernemers is gedaald. Dat onderstreept
opnieuw het belang van fiscale rechtshulp en bescherming. Afgelopen
dinsdag werd er een petitie aangeboden door ondernemers die zijn
gedupeerd door onterechte fraudeverdenkingen. Denk aan CAF-onderzoeken,
FSV-registraties, risicoselecties en samenwerkingen tussen overheden.
Dit heeft geleid tot faillissementen en inkomensverlies. Dit gaat verder
dan alleen Belastingen, Mkb en Particulier, oftewel "blauw", maar raakt
ook Toeslagen. Daarom vind ik het belangrijk dat we dit soort signalen
niet alleen individueel bekijken maar in samenhang bezien en tijdig
oppakken. Eerlijk gezegd, als Kamerlid hoor ik deze verhalen en weet ik
soms niet waar ik moet beginnen, terwijl wel onze alarmbellen afgaan. Is
de staatssecretaris bereid om samen met de staatssecretaris Toeslagen en
de onafhankelijke belangenbehartiger een keer in gesprek te gaan met een
afvaardiging van deze ondernemers en om de uitkomsten daarvan aan ons
terug te koppelen, zodat we ook weten wat zijn observaties zijn?
Voorzitter. Het rapport "Kiezen voor vereenvoudiging" van de IBDT
benadrukt dat sociaaljuridische dienstverlening essentieel is voor de
circa 3 miljoen Nederlanders die moeite hebben met lezen, schrijven,
rekenen of digitale vaardigheden. Daarom pleiten zij voor versterking
van de eerstelijnsrechtshulp, zoals sociaal raadsleden, het Juridisch
Loket, rechtswinkels en ouderenbonden. We hebben vorig jaar een motie
ingediend om deze eerstelijnsrechtshulp via de belangenbehartiger te
versterken, waarvoor 2 miljoen euro is vrijgemaakt. Kan de
staatssecretaris aangeven wat de stand van zaken is?
Dan een vraag over het handvest voor de rechten van belastingbetalers en
toeslagenontvangers naar aanleiding van onze initiatiefnota. Hoe staat
het met de uitwerking en langs welke lijnen wordt dit vormgegeven? Wij
zien hierbij ook een duidelijke link met het Programma Leiderschap en
Cultuur: we willen eigenaarschap en vakmanschap binnen de
Belastingdienst versterken, zodat medewerkers de ruimte en veiligheid
voelen om burgers en bedrijven goed te helpen. Hoe wordt dat
meegenomen?
Tot slot, voorzitter, een hartenkreet. Wij weten dat veel mensen met een
laag inkomen geen aangifte doen, bijvoorbeeld uit angst om te moeten
bijbetalen of juist omdat het simpelweg niet lukt. Tegelijkertijd zijn
er veel mensen die juist recht hebben op een belastingteruggave. Het
wringt dat de Belastingdienst wél proactief vordert, soms tot vijf jaar
terug, maar niet proactief uitkeert. Daardoor blijft er veel geld liggen
in de gevallen van mensen die het soms hard nodig hebben. Kunnen we
onderzoeken of de Belastingdienst hierin ook proactief kan handelen? Kan
de staatssecretaris de Belangenbehartiger of de inspectie hierover om
advies vragen?
Dank je wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Stultiens heeft een interruptie voor u.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Een van de vele agendapunten vandaag ging over plof-bv's en
turboliquidaties. Ook mevrouw Van Dijk heeft daar vragen over gesteld.
Ik was benieuwd hoe zij de antwoorden van het kabinet apprecieert.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Heel eerlijk: dit is een onderwerp waar ik echt nog wel iets meer in wil
duiken. We hebben inderdaad de antwoorden gezien en ik heb jullie
antwoorden gezien. We weten dat dit speelt en ik vind dat we daar gewoon
wel even wat dieper op door moeten gaan. Ik had dit eigenlijk meer
verwacht bij het debat over de belastingen. Nogmaals, ik wil er graag
later even op terugkomen. Ik wil me hier gewoon nog verder in verdiepen
en erop kauwen.
De heer Ergin (DENK):
Ik had een vraag aan het CDA over het RAM-onderzoek, waar nu ook een
aanvullend onderzoek naar is uitgevoerd. Ik kwam iets later, dus het kan
zijn dat mevrouw Van Dijk het hierover heeft gehad en dat ik haar niet
heb gehoord. Ik ben benieuwd hoe ze kijkt naar de afhandeling van het
hele RAM-debacle.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Daar heb ik eerlijk gezegd in deze inbreng geen aandacht aan besteed.
Het is een onderwerp waar we het natuurlijk lang over hebben gehad. Ik
denk dat het onderwerp stiekem ook raakt aan de ondernemers waar ik het
over had, die op de een of andere manier gedupeerd zijn of in
risicoselecties zijn terechtgekomen. Vandaar dat ik ook aan de
staatssecretaris heb gevraagd om hierover eens met die groep in gesprek
te gaan, om juist deze onderwerpen niet alleen te bekijken vanuit RAM of
FSV, maar om het een keer integraal goed bij de kop te pakken. We weten
namelijk dat er dingen spelen, maar volgens mij kan niemand er precies
de vinger op leggen.
De heer Ergin (DENK):
Uit dit vervolgonderzoek — zo noem ik het even — komt met name het
volgende naar voren. We wisten dat er ergens veertien of zestien
Excellijsten gevonden waren met tienduizenden mensen erop, gebaseerd op
hun dubbele nationaliteit. Dat weten we nu; dat was vastgesteld. In het
onderzoek staat nu dat we niet precies weten waar die informatie voor is
gebruikt. We weten echter wel dat er tienduizenden mensen op die lijst
staan. Ik zou aan het CDA willen vragen of het CDA er voorstander van is
dat die mensen, die door de overheid onterecht en oneerlijk zijn
behandeld, op z'n minst netjes een notificatie krijgen van de oneerlijke
behandeling die ze hebben gekregen.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Uiteraard, op het moment dat we die boven tafel kunnen krijgen. Volgens
mij is dat juist een van de problemen: we weten vaak niet altijd precies
waar informatie terechtgekomen is. Ondernemers of mensen ervaren
natuurlijk vervolgens dingen in de praktijk. Ze denken dan: hoe komt dit
nu? Daarom heb ik zojuist het punt gemaakt: ga hier nou over in gesprek
met die ondernemers om daar meer gevoel te krijgen. Ik weet eerlijk
gezegd namelijk niet of we ze allemaal te pakken hebben op het moment
dat we beloven dat we brieven sturen, als we niet precies weten waar
alles geland is.
De voorzitter:
U heeft zes interrupties, meneer Ergin, en dit is uw derde.
De heer Ergin (DENK):
Ja, voorzitter. Dit is mijn laatste op dit punt. We weten wel wie er
allemaal op die lijst staan, want die lijsten zijn rondgegaan. We weten
dus precies het aantal: hoeveel mensen, hoeveel lijsten en op basis
waarvan men erop staat. Op een gegeven moment kwamen er ook postcodes
bij kijken. Vanwege het ontbreken van een datalogboek — daarover heb ik
straks ook een vraag aan de staatssecretaris — kunnen we niet
achterhalen wat er met die informatie is gebeurd. We weten echter wel
hoeveel mensen op basis van een oneerlijke behandeling, om ongeldige en
onjuiste redenen, ergens op een lijst zijn gekomen. Ik zou aan het CDA
het volgende willen vragen. Dan is het toch op z'n minst een — laat ik
zeggen — raadzame exercitie om met die mensen te communiceren: we weten
niet wat we ermee hebben gedaan, maar u staat wel een lijst en we willen
dat u dat weet? Daar hoort dan ook de duiding bij die de
staatssecretaris daaraan zou moeten geven. Is het CDA daar een
voorstander van?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik kan me daar echt wel iets bij voorstellen, maar laten we dadelijk
even bij de staatssecretaris beluisteren of dat mogelijk is, hoe dat
mogelijk zou zijn en wat de impact daarvan zou zijn.
De voorzitter:
Dan gaan we door naar de heer Hoogeveen, die zijn inbreng doet namens
JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met wat er goed gaat bij de
Belastingdienst. Die is toch belast met zo'n beetje de meest ondankbare
taak van Nederland. We zien dat elke dag nog steeds ruim een miljard
euro aan belastinginkomsten wordt verwerkt. Meer dan 10 miljoen burgers
en bedrijven hebben jaarlijks contact met de dienst. Uit de laatste
Dienstverleningsmonitor blijkt dat die de dienstverlening gemiddeld met
een 7,1 waarderen. Dat is geen vanzelfsprekendheid, want achter dat
cijfer gaan weer, zoals mevrouw Van Eijk ook al zei, 28.000 medewerkers
schuil, die dagelijks werken om onze publieke voorzieningen te
financieren. Hierbij complimenten voor de Belastingdienst.
Ook op het gebied van ICT ziet JA21 vooruitgang. De modernisering
verloopt planmatig en de verwachting is dat de capaciteitsdruk vanaf
2027-2028 in de meeste ketens afneemt. Juist dat laatste punt roep bij
onze fractie een vraag op. Tijdens een van mijn eerste grote debatten in
deze Kamer, over box 3, zagen wij dat de amendementen van onze fractie
voor structuurwijzigingen consequent werden ontraden, met als motivering
dat die concurreren met andere wijzigingen en dat er daarom geen
invoerdatum te noemen is. Als je dan weet dat de capaciteitsdruk over
twee jaar afneemt, dan is de vraag wat dan wel het moment is om die
structuurwijzigingen door te voeren. Waarom heeft de staatssecretaris
daar toentertijd geen duidelijkheid over kunnen geven?
Voorzitter. Ik begrijp dat er keuzes gemaakt moeten worden en dat niet
alles tegelijk kan. Dat is ook de boodschap van de staatssecretaris in
zijn brief. Die nemen wij ook serieus. Maar de vraag is wie dan die
keuzes maakt. Die vraag blijft onbeantwoord. Is dat de Belastingdienst
zelf of is dat de politiek? Dit is een enigszins retorische vraag, maar
ik ben niettemin oprecht benieuwd naar het antwoord van de
staatssecretaris. Want als de Kamer aangeeft dat een bepaalde wijziging
politieke prioriteit heeft, dan verwacht ik dat de staatssecretaris die
boodschap ook als zodanig door zal vertalen naar de planning en de Kamer
daarover concreet informeert; dan heb ik het niet over de mededeling dat
er simpelweg geen invoerdatum te noemen is, maar over een helder
overzicht van wat er dan wel haalbaar is, welke keuzes daarvoor nodig
zijn en wat daar dan mogelijk voor zou moeten wijken.
Mijn vragen aan de staatssecretaris zijn de volgende. Ten eerste: is hij
bereid om de Kamer een overzicht te sturen van de prioriteiten in de
verschillende ketens, inclusief de verwachte planning en de onderlinge
afwegingen die daarin worden gemaakt? Ten tweede: op welke wijze wordt
de Kamer betrokken bij het stellen van die prioriteiten en op welk
moment in het proces heeft de Kamer nog de mogelijkheid om die bij te
sturen? Ten derde: is hij bereid om bij nieuwe beleidswensen vanuit de
Kamer niet te volstaan met de mededeling "dat is simpelweg niet
mogelijk" — er werd ook al gerefereerd aan de uitspraak "computer says
no" — maar structureel aan te geven wat er wel mogelijk is, op welke
termijn en wat daarvoor moet wijken? Ten vierde: is hij bereid om vóór
het Belastingplan 2027 concreet aan te geven welke structuurwijzigingen
er dan wel kunnen worden doorgevoerd, nu de capaciteitsdruk vanaf 2027 à
2028 naar verwachting afneemt?
Voorzitter. Een goed functionerende Belastingdienst is een voorwaarde
voor goed beleid, maar het omgekeerde geldt ook: een Belastingdienst die
de politieke agenda bepaalt in plaats van ondersteunt, is een probleem.
Ik zie dus uit naar de antwoorden.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was ook echt bondig. De heer Stultiens gaat nu spreken,
namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik heb vier minuten, dus ook vier onderwerpen:
autonomie, discriminatie, transparantie en turboliquidaties.
Ik begin met de digitale autonomie. Volgens mij hebben we allemaal
geconstateerd dat we in een nieuwe geopolitieke situatie zitten, waarin
we als Europa minder afhankelijk willen en moeten zijn van de VS. Wij
zijn daarom erg bezorgd over de uitbesteding van het nieuwe btw-systeem
aan een Amerikaans bedrijf. De gegevens van onze eigen ondernemers en
eigen belastingplichtigen vallen opeens onder Amerikaanse wetgeving. In
theorie krijgt de VS de mogelijkheid om onze btw-systemen volledig plat
te leggen. Misschien leek dat een paar jaar geleden alleen een
theoretisch, onhaalbaar en ondenkbaar scenario, maar de afgelopen
maanden hebben we gezien wat er kan gebeuren. Dat baart ons grote
zorgen. Mijn collega Barbara Kathmann heeft hier al meerdere keren
vragen over gesteld. We hebben ook antwoorden gekregen van de
staatssecretaris, waarvoor dank. Hij zegt dat hij de zorgen begrijpt,
maar geeft ook aan toch door te willen gaan op de ingeslagen weg.
Daarom nog een aantal vragen. Zou het beheer en onderhoud van gevoelige
infrastructuur niet altijd door de Belastingdienst zelf gedaan moeten
worden? Klopt het dat dit nu ook al mogelijk zou zijn in Apeldoorn? Die
signalen krijgen wij namelijk. Hoelang duurt het precies voordat we over
kunnen schakelen op een Europees alternatief? Hoelang duurt het voordat
we Europese bedrijven wél voorrang kunnen geven met de nieuwe
aanbestedingsregels? Wat zouden precies de kosten zijn als de komende
maanden blijkt dat de garanties toch niet op orde zijn en hij alsnog de
stekker uit dit Amerikaanse project zou moeten trekken? Wat gaat hij
doen met medewerkers die wél onder Amerikaanse jurisdictie vallen? Hij
gaat proberen om dat te voorkomen. Stel dat dit de komende maanden niet
lukt. Wat kan er dan wel? Mijn belangrijkste politieke vraag is
eigenlijk of u de Kamer kunt toezeggen dat er geen onomkeerbare stappen
worden gezet voordat de alternatieven echt goed gewogen zijn en — de
heer Oosterhuis zei dit eigenlijk ook al — de checks-and-balances op
orde zijn. Ik lees namelijk over een heleboel mitigerende maatregelen.
Dat is op zich positief, maar ik denk dan ook: volgens mij is dit niet
voldoende om de situatie te voorkomen waar ik het aan het begin over
had. Ik bedoel een situatie waarin Amerika opeens zegt: we willen jullie
gegevens kunnen inzien, anders trekken we de stekker eruit. Als dat
gebeurt, hebben we volgens mij namelijk een veel groter probleem dan het
mislopen van geld.
Het tweede onderwerp gaat over …
De voorzitter:
Een ogenblik. Mevrouw Van Eijk.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik heb nog een vraag hierover. Dit traject loopt al heel lang. We hebben
hier al eerder over gesproken; de heer Stultiens was daar volgens mij
deels bij. "Geen onomkeerbare stappen zetten" betekent volgens mij wel
of niet live gaan. Live gaan hangt natuurlijk ook gewoon samen met
Europese richtlijnen, met dingen die we hebben afgesproken in Europa,
maar ook met wat we richting ondernemers, fiscaal dienstverleners,
hebben gecommuniceerd over waar ze zich op moesten voorbereiden. Hoe
weegt de heer Stultiens dat dan?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij schetst collega Van Eijk terecht dat er geen oplossing
zonder nadelen is. Dat deel ik. Volgens mij is het wel zo dat ook
ondernemers in ons eigen land straks de dupe zijn als Amerika
daadwerkelijk zou zeggen dat het de stekker eruit trekt of dat het al
onze gegevens wil lezen. Ik vind dat dus een groot risico. Mijn vraag
gaat over de mitigerende maatregelen de komende maanden. Wat betekenen
die precies? Als de uitkomst is dat we geen garanties krijgen, moet
volgens mij de last-resortoptie zijn dat we het terugtrekken. Liever
niet, want ik lees ook dat we gaan proberen om het systeem in Apeldoorn
in eigen beheer te houden. Dat lijkt me positief. Volgens mij moeten we
ook voorkomen dat we alleen maar voor de schijn dingen checken, terwijl
het eigenlijk al een gelopen race is. Dat zou ik heel kwetsbaar
vinden.
Dan kom ik bij het eerste punt van mevrouw Van Eijk. Het klopt dat we er
de afgelopen jaren allemaal bij waren. Dat is waar. Ik heb twee punten.
Eén. Er is wel wat gebeurd in de wereld in het afgelopen jaar. Volgens
mij kunnen we dat niet ontkennen. Twee. We zijn natuurlijk allemaal
Kamerleden met 1 of 2 fte ondersteuning, versus de 28.000 mensen bij de
Belastingdienst. Ik wil dus voorkomen dat de Kamer zich straks
verantwoordelijk voelt voor de juiste aanbestedingen. Dat is volgens mij
een beetje de wereld op zijn kop. De reden waarom mevrouw Kathmann hier
de afgelopen maanden flink op de trom heeft geslagen, is dat wij ons
grote zorgen maken.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Van Eijk.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
De verantwoordelijkheid voor een juiste aanbesteding kan natuurlijk
nooit bij de Kamer liggen. Dit ís een juiste aanbesteding geweest. Ik
denk niet dat we dat in twijfel moeten trekken. Op basis van wet- en
regelgeving is deze aanbesteding gegaan zoals die hoort te gaan. Op
basis daarvan is een bepaalde keuze gemaakt. Ik ben het met de heer
Stultiens eens dat de wereld in rap tempo is veranderd. Als je het
allemaal opnieuw zou mogen doen, zou je misschien een andere afweging
maken. Ik denk echter niet dat we hier de indruk moeten wekken dat er
niet goed is aanbesteed. Graag een reactie daarop!
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Daar heeft mevrouw Van Eijk gelijk in. Ik gebruik dus ook geen grote
woorden, zoals: o, wat een schande, wat heeft u de afgelopen jaren
gedaan? Ik constateer dat we nu in een nieuwe situatie zitten als land
en als Europa. Op basis daarvan stel ik de vraag wat we nog kunnen
proberen te voorkomen en wat het noodscenario is, als dat niet lukt. Op
zich klopt het dat ik hier niet heel verwijtend praat over de afgelopen
jaren. Ik denk wel — dat zie je ook een beetje in de discussie over
Microsoft 365 — dat de Kamer en het kabinet de afgelopen jaren misschien
wel eerder wakker hadden moeten worden. Ik lees in beslismemo's
bijvoorbeeld verschillen tussen enerzijds Financiën en anderzijds BZK
over vragen zoals: is er echt goed gekeken naar Europese alternatieven
en hebben we echt goed gewogen wat autonomie betekent? Wisten we alles
vijf jaar geleden al? Nee. Hebben we de afgelopen jaren al de juiste
keuzes gemaakt? Dat weet ik niet. Daarom ben ik op zich blij dat de
staatssecretaris het serieus neemt. Ik vind het wel belangrijk dat we
straks ook echt durven concluderen: als het niet op orde is, dan moeten
we het niet doen. Volgens mij is dat een belangrijk punt om vandaag te
markeren. Ja, het liefst wordt het opgelost, gemitigeerd. Maar als dat
niet zo is, hebben we straks een groter probleem en krijgen we over een
paar jaar spijt.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik denk dat het voor ons allemaal een onderwerp is waar we op kauwen. Ik
zit een beetje met de garanties, want de tijd gaat snel en mensen worden
steeds innovatiever. Iets wat nu een garantie is, kan over twee jaar
misschien een veel zwakkere garantie zijn. Hoe kijkt GroenLinks-PvdA
daarnaar, ook in relatie tot wél met elkaar voortgang creëren?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat is een terechte vraag. Volgens mij heb je nooit honderd procent
garantie. Ik lees in de brief van de staatssecretaris ook dat hij wel
erkent dat er nog heel wat open eindjes zijn, met name wat betreft data
en de vraag of Amerika gewoon zelf kan beslissen om het systeem te
stoppen. Een paar jaar geleden leek dat inderdaad iets heel raars, maar
de afgelopen maanden hebben we wereldwijd, in Amerika zelf en ook in ons
eigen ICC in Den Haag gezien wat er kan gebeuren als Amerika dit doet;
vandaar dat onze zorgen hierover zijn toegenomen. En ja, als blijkt dat
we een deel in eigen beheer kunnen houden, bijvoorbeeld het onderhoud,
dan zijn we al een stapje verder. Nu lees ik vooral over verkenningen.
Ik wil ervoor waken dat het blijft bij een verkenning, als straks de
uitkomst is dat het te gevaarlijk is. Daarom zitten wij er stevig in. Ik
hoop dat we de komende maanden de zorgen kunnen wegnemen. Laten we dat
met elkaar uitstralen. Maar laten we als Kamer ook echt opnieuw, nog
voor de zomer, wegen of het nu veilig genoeg is. Dat is eigenlijk mijn
politieke oproep.
De voorzitter:
Dan gaat de heer Stultiens verder met zijn betoog. Hij heeft nog
ongeveer twee minuten.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Kijk, dat is goed om te weten. Mijn tweede punt is data en
discriminatie. De heer Oosterhuis zei daar al kort wat over. We hebben
namelijk heel veel rapporten op de agenda staan die eigenlijk laten zien
dat we nog niet alles op orde hebben bij de Belastingdienst. Ja, er
worden stappen gezet, maar er liggen ook behoorlijk wat stevige brieven
van de Autoriteit Persoonsgegevens, ook nog vrij recente brieven. Kan de
staatssecretaris hier toezeggen dat de aanpak van discriminatie en het
voldoen aan wet- en regelgeving ook voor hem een topprioriteit is? Waar
kunnen we hem volgend jaar op afrekenen bij het volgende commissiedebat
Belastingdienst? Want de tijd van goede bedoelingen is voorbij. Mijn
collega noemde al het RAM-debacle. Ook dat speelde al vrij lang geleden,
maar nog steeds kan de Belastingdienst niet voluit zeggen dat die
voldoet aan alle regels. Dat is zorgelijk. Ik hoop dat de
staatssecretaris hieromtrent commitment kan toezeggen.
Dan het derde punt: transparantie bij belastingen. Vorig jaar is er een
motie van ons aangenomen om de transparantie te vergroten, met als
achtergrond dat we nog te vaak via lekken of in krantenberichten lezen
dat er bepaalde belastingontwijkingsconstructies zijn. We willen dan
graag weten hoe dat zit en hoe we dat als Kamer kunnen voorkomen.
Eigenlijk loop je dan al snel aan tegen artikel 67 van de AWR. Mijn
vraag aan deze staatssecretaris is daarom of hij bereid is nog eens te
kijken naar de opties om deze transparantie te vergroten, omdat wij ons
hier grote zorgen over maken.
Tot slot turboliquidaties. Ik gaf dat al kort aan in mijn interruptie
bij mevrouw Van Dijk. Wij hebben daarover vragen gesteld. De
staatssecretaris erkent dat er een kans is op misbruik. We weten niet
precies hoe groot het is, maar de getallen uit de krant worden niet
erkend. Dan blijft voor mij wel de vraag wat dan wel de ordegrootte is.
In de krant lezen we namelijk dat we 1,5 miljard mislopen in tien jaar
tijd. Dat vind ik behoorlijk veel geld. Is de staatssecretaris bereid om
nog eens kritisch te kijken of we hier meer info over kunnen krijgen?
Als dit echt zo groot is als het nu lijkt te zijn, moeten we daar
volgens mij namelijk wat mee als Kamer.
De voorzitter:
Dank. Dat was uw inbreng. Dan is er nog een interruptie van mevrouw Van
Eijk.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ja, over het een-na-laatste punt — sorry daarvoor — namelijk
transparantie van de Belastingdienst. De heer Stultiens heeft daar al
verschillende keren vragen over gesteld. Bedrijven rapporteren zich echt
helemaal suf. Er wordt enorm veel uitgewisseld, ook binnen Europa. Is de
heer Stultiens op zoek naar nog iets extra's erbovenop, wat bedrijven
extra moeten doen? Of gaat het heel specifiek om de reikwijdte van
artikel 67 en is hij op zoek naar het verder oprekken daarvan?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben natuurlijk bekend met alle rapportageverplichtingen, die in de
afgelopen jaren zijn toegenomen. Het gaat mij erom dat als er excessen
zijn, zoals in de afgelopen tien jaar bijvoorbeeld is gebleken uit
lekken via de Panama Papers, de Paradise Papers of uit onderzoek, wij er
als Kamer achter kunnen komen wat er mis is gegaan. Dat zit inderdaad
met name rondom artikel 67 AWR. Ik breng dit elke keer op omdat we uit
de beslismemo's van de afgelopen jaren weten dat hiervoor bij
voorgangers opties op tafel hebben gelegen, waarin in meer of mindere
mate interesse was. Alleen, we hebben elk jaar een nieuwe
staatssecretaris gehad, waardoor elk jaar de appetite veranderde. Daarom
hoop ik dat deze staatssecretaris, in lijn met een van zijn voorgangers,
zegt: ik vind het interessant om te kijken hoe we de Kamer meer
informatie kunnen geven zodra er weer een misstand op tafel komt waarvan
de Kamer wil weten hoe die is ontstaan en, vooral, hoe die voorkomen had
kunnen worden. Dat is de aanleiding voor mijn vraag.
De voorzitter:
Dank. Dan geef ik het woord aan de laatste spreker in de eerste termijn
van de Kamer, de heer Ergin namens de fractie van DENK.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank je wel. Ik heb een aantal punten. Ik wil eigenlijk
beginnen met wat voor een deel van Nederland natuurlijk een positief
punt is, althans als het resultaat meevalt, namelijk de
belastingaangifte. De jaarlijkse belastingaangifte is namelijk weer
begonnen. Ik kom zelf altijd heel laat aan de beurt, maar ik heb
toevallig in het eerste weekend direct gekeken hoe druk de website was
en of ik überhaupt toegang had tot de website. En wat bleek? Er was geen
toegang. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen hoe de
aangifteoperatie dit jaar begonnen is. Wat zijn de signalen? Wat krijgt
de staatssecretaris terug? Ik heb in ieder geval zelf geconstateerd dat
de website uit was gevallen en niet bereikbaar was. Hoelang was dat het
geval? Wanneer gaat het de staatssecretaris lukken om al dan niet
tijdelijk extra capaciteit te organiseren, zodat de mensen die dat
belangrijk vinden en die heugelijk of juist minder goed nieuws zo snel
mogelijk willen horen, dat gewoon direct kunnen krijgen via de website
van de Belastingdienst?
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Inge van Dijk.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik sloot mijn betoog af met een hartenkreet met betrekking tot aangifte
doen en een stukje proactiviteit. Hoe kijkt mijn collega van DENK
daarnaar?
De heer Ergin (DENK):
Desbetreffende citaten kan ik even niet achterhalen, maar in algemene
zin denk ik dat er bij de Belastingdienst natuurlijk heel veel
reparatiewerk, of althans ontwikkeling, nodig is als het gaat om
digitalisering en tal van andere punten. Ik vind dat dat gewoon te traag
verloopt en dat het proces wel sneller mag. Er zijn heel veel technische
innovaties en nieuwe mogelijkheden om problemen die we al langer
ervaren, aan te pakken. Ik zou graag van de staatssecretaris willen
horen hoe hij daar zelf naar kijkt.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Mijn hartenkreet ging er eigenlijk over dat veel mensen met een laag
inkomen geen aangifte doen. Ze zijn namelijk bang te moeten bijbetalen
of vinden het gewoon te moeilijk, terwijl dat eigenlijk heel jammer is,
aangezien juist veel van die mensen recht hebben op belastingteruggaaf.
Dat zou natuurlijk hartstikke mooi meegenomen zijn. Ik had de vraag
gesteld of we niet eens zouden kunnen kijken naar proactief uitkeren.
Hoe kijkt DENK daarnaar?
De heer Ergin (DENK):
Dat proberen we nu dus bijvoorbeeld ook te doen bij de AIO-toevoegingen
bij de pensioenen, met de Wet proactieve dienstverlening. Daarbij wordt
er niet van mensen verwacht dat ze op een knopje drukken om een bepaalde
toeslag of tegemoetkoming te krijgen, maar wordt die ambtshalve
toegekend. Dat is zeker een interessante exercitie. Alleen, gaat
diezelfde Belastingdienst, die zelf van te voren dingen automatisch
uitkeert en daar automatisch rekening mee houdt, het jaar daarop weer
een brief sturen naar mensen die die extra steun hebben gekregen, met de
mededeling "u moet weer terugbetalen"? Daar hou ik wel mijn hart bij
vast. Dat is ook precies waar de angst zit bij heel veel mensen thuis
die er nu bijvoorbeeld voor kiezen om helemaal geen aangifte te doen.
Het is interessant, maar ik hou mijn hart vast voor de valkuilen.
De voorzitter:
U kunt uw betoog vervolgen.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter. Dan ga ik weer naar de box 3-discussie. Ik ben toch wel
benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op het volgende. We
hadden een staatssecretaris die het er echt debat na debat over had hoe
belangrijk het wetsvoorstel was. Dat wetsvoorstel heeft de Kamer
uiteindelijk ook schoorvoetend aangenomen. En binnen twee weken, of
misschien zelfs nog korter, kwam er opeens de mededeling van de minister
dat er opnieuw naar wordt gekeken en dat er een herziening komt, terwijl
de Kamer daar volgens mij in meerdere debatten al naar heeft
gevraagd.
Voorzitter, mijn laatste twee punten. Punt één gaat over RAM. Er is een
RAM-onderzoek uitgevoerd. Er was eigenlijk sprake van een ICT-monster,
een softwaremonster — zo noem ik het maar even — dat werd gevoed door 70
verschillende systemen. Op een gegeven moment werden er selecties
gemaakt op basis van een dubbele nationaliteit. Net zoals bij andere
debacles zien we hier weer terug dat er geen goede datalogging was, dat
er niet goed werd bijgehouden waar en waarom er bepaalde informatie uit
dat monster werd getrokken, en dat we daardoor niet kunnen achterhalen
waar die informatie is beland. Dat is zeer jammer, maar dat wisten we
eigenlijk ook al op basis van het KPMG-onderzoek. Een ruime meerderheid
in de Kamer heeft een motie aangenomen die vroeg om specifiek te kijken
naar die lijsten — uit mijn hoofd zeg ik dat het veertien lijsten waren,
maar misschien waren het er zelfs meer — op basis van dubbele
nationaliteit en postcode. Wat staat er nou in die lijsten? Welke
informatie komt daar nou in terug? Kunnen we achterhalen welke groepen
extra hard zijn aangepakt? Daar hebben we nu ook antwoord op. Volgens
mij stonden er 1,12 miljoen mensen geregistreerd op de postcodelijsten.
Bij de lijsten van mensen met een dubbele nationaliteit gaat het ook om
tienduizenden mensen. Ik ben gewoon benieuwd wat de staatssecretaris
daarvan vindt. In de brief lees ik: we kunnen niet meer achterhalen waar
die informatie is beland, dus we weten ook niet hoe we mensen hebben
aangepakt, hoe we ze hebben behandeld. Maar hier is toch op z'n minst
sprake van een oneerlijke behandeling door de overheid? Zou die overheid
dan niet ook eerlijk moeten zeggen: we hebben die fout gemaakt, beste
meneer X, beste mevrouw Y; u staat op die lijst en we weten niet meer
wat daarmee is gebeurd, maar we willen u op z'n minst laten weten dat u
mogelijk oneerlijk bent behandeld? Dat is natuurlijk wel de conclusie
die we hier als Kamer hebben getrokken uit de toeslagenaffaire en alle
onderzoeken daarnaar.
Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over de algoritmes. Bij het vorige
debat hadden we het over de algoritmes in het bredere kader van het
voorkomen van discriminatie. Toen stond er in de brief van de
staatssecretaris dat er sprake zou zijn van 184 algoritmes en dat er 42
algoritmes gepubliceerd zouden worden. Ik heb toen aan de
staatssecretaris gevraagd: hoe staat het dan met die andere 142
algoritmen; waarom lezen wij daar dan weinig over? Ik moet heel eerlijk
zeggen: ik heb het debat teruggelezen en daar heb ik nog geen antwoord
op gekregen. Ik zou graag antwoord willen hebben op de vraag waarom de
overige 142 algoritmes niet worden gepubliceerd.
Voorzitter, tot slot. Staan alle algoritmen die gepubliceerd hadden
moeten worden, inmiddels in het Algoritmeregister? Daarover zei de
staatssecretaris in het vorige debat namelijk dat eind 2025 in ieder
geval alle nodige algoritmes in het register zouden voorkomen. Ik vraag
me af of dat inmiddels het geval is.
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik
heb begrepen dat er een schorsing van een halfuur nodig is om de
beantwoording van alle vragen voor te bereiden. We gaan om 11.10 uur
verder met dit commissiedebat. Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt van 10.39 uur tot 11.10 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën.
Wij gaan verder met het commissiedebat over de Belastingdienst. We zijn
toe aan de eerste termijn van de zijde van de regering en ik geef het
woord aan de staatssecretaris. We hebben weer zes interrupties.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank u wel. Dank voor het debat met uw commissie. Vorige
week hadden we het natuurlijk over fiscaliteit en dan is het eigenlijk
heel mooi om een week later met uw commissie te spreken over de
Belastingdienst, de uitvoering van al de regelingen die wij hebben in
ons belastingsysteem. Ik zou zeggen: dat zou je toch eigenlijk vaker zo
hand in hand moeten doen, want zonder de Belastingdienst gaat het
niet.
Ik heb de afgelopen weken kennisgemaakt met een aantal medewerkers van
de Belastingdienst. Het zijn er natuurlijk 28.000 en ik heb er met een
aantal kennis mogen maken. De indruk die ik daar echt aan overhield, was
dat het heel gepassioneerde mensen zijn die zeer betrokken zijn bij de
zaak en ook zeer kundig zijn op hun vakgebied. Maar één rode draad: ze
willen allemaal een extra stap zetten voor die belastingplichtige. Ze
willen allemaal een extra stap zetten: hoe kunnen we het beter doen, hoe
kunnen we het makkelijker doen en hoe kunnen de dienstverlening
vooropstellen? Dat heeft bij mij in ieder geval een heel mooie indruk
gemaakt. Ze zijn ook zo betrokken, heb ik begrepen, dat er op allerlei
belastingkantoren door het hele land naar dit debat gekeken wordt, omdat
ze ook gewoon zeer benieuwd zijn naar wat uw Kamercommissie zegt en hoe
zij dat een plekje kunnen geven in hun dagelijks werk, in hun dagelijks
handelen. Het is dus wat mij betreft een dienst waar wij trots op mogen
zijn, die ook nog eens in de top tien staat van de beste werkgevers van
Nederland. Dat is natuurlijk gezien al het werk dat er ligt ook
ontzettend belangrijk.
Als u mij vraagt — dit is mijn introductie bij de beantwoording — wat
ons te doen staat, vind ik het best moeilijk om daar een prioritering in
aan te brengen. Dat zegt ook wel iets over mijn rol de komende tijd in
uw commissie, namelijk prioriteren. En bij prioriteren hoort ook nee
zeggen, kiezen in schaarste. En dan heb ik stiekem de vraag van de heer
Hoogeveen alvast beantwoord: ik vind dat wij u vaker het dilemma moeten
laten zien. Dus niet alleen maar "het kan wel" of "het kan niet", maar
het ook zichtbaarder maken zodat ik u als Kamer als er een
IT-herprioritering moet plaatsvinden waardoor het wel kan, in de positie
breng om die keuze dan te maken. Ik ben dus voornemens om dat vaker
transparanter op die manier te doen.
De twee grote brokken werk die er bij de Belastingdienst liggen, zijn
natuurlijk alles rondom IT, alles wat je zou kunnen benoemen als "de
modernisering van de IT-opgave". Hoewel, als je het zo noemt, kan daar
ook de indruk uit ontstaan dat dat een proces is dat je af kan ronden,
dat dan de modernisering geslaagd is, en dat zal niet zo zijn. Er zijn
natuurlijk veel systemen met allemaal verschillende leeftijden, dus het
moderniseren is een continu proces. Tegelijkertijd liggen er een aantal
grote brokken — ik kom daar straks in de beantwoording verder op —
waarbij als het lukt om die achter ons te laten — de VVD vroeg daar ook
naar — dat zeker lucht gaat geven. Dat is een. De tweede grote opgave is
om de Belastingdienst de goede werkgever laten blijven die die nu is.
Dat zit natuurlijk op dat we voldoende personeel weten te vinden en dat
we voldoende personeel weten te behouden, maar dat we er ook voor zorgen
dat je als je bij de Belastingdienst werkt, je kunt blijven ontwikkelen,
kunt blijven leren en dat we werk maken van alles rondom ziekteverzuim
en vitaliteit. Daar kom ik ook later op terug.
Voorzitter. Het laatste in mijn inleiding is natuurlijk gewoon de
aangiftecampagne. Hij draait volop. De actuele teller is dat net boven
de 4,7 miljoen aangiftes inmiddels binnen zijn. Dat zijn toch wel heel
indrukwekkende getallen als je daarnaar kijkt en als je kijkt wat er
allemaal voor nodig is om dat te organiseren. Ik ben zelf maandag bij
het belastingkantoor in Rotterdam op bezoek geweest, waar een heel mooi
initiatief is — dat is er overigens door het hele land — waarbij mensen
die het ingewikkeld of spannend vinden binnen kunnen lopen op afspraak.
Een heleboel mensen vinden het ook spannend om op het knopje "indienen"
te drukken, want wat als je nou een fout hebt gemaakt? Dat is een gevoel
dat we misschien allemaal wel herkennen. Wat daar in het
belastingkantoor gebeurt, is dat daar studenten zitten, studenten die
bijvoorbeeld fiscaliteit studeren of in die in ieder geval een studie
doen die verbonden is met het werk van de Belastingdienst, die die
mensen helpen door samen de aangifte in te vullen. Het is echt mooi om
te zien wat daar gebeurt. Er wordt heel proactief meegedacht met de
mensen die binnenwandelen. Ik heb er zelf ook even een tijdje bij
gezeten en heb mee mogen kijken bij twee mensen die binnenwandelden. Er
wordt heel proactief gekeken of er bijvoorbeeld nog iets kan met
aftrekposten. Dat komt een beetje tegemoet aan de vraag van mevrouw Van
Dijk. Het allermooiste om te zien was dat die mensen gewoon naar huis
gaan en zich heel erg goed geholpen voelen. Dit gebeurt op allerlei
plekken in het land en ook dit is de Belastingdienst.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Een mooie opening van de staatssecretaris met betrekking tot de
medewerkers die graag een stapje extra zetten. Dat herkennen we ook.
Maar in het land zijn ook heel veel vrijwilligers actief die mensen
helpen bij het doen van belastingaangifte. Nu zijn er natuurlijk ook
weer mensen volle bak aan het helpen, onder andere veel bij
ouderenorganisaties. Ik zou het eigenlijk wel mooi vinden als we
daarvoor een keer een mooi compliment zouden organiseren met elkaar. Het
zijn er veel, het zijn allemaal vrijwilligers en ze zijn enorm
behulpzaam.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat kan ik alleen maar zeer eens zijn met mevrouw Van Dijk. Ook in mijn
vorige beroep heb ik gezien hoeveel mooie maatschappelijke initiatieven
er zijn op dit vlak. Vanuit de Belastingdienst bezien worden die ook
ondersteund als die hulp nodig hebben. Zowel bij de Belastingdienst als
bij Toeslagen zijn er hele trainingsmodules. Zo kan je als vrijwilliger
van bijvoorbeeld het Leger des Heils een training krijgen over hoe je
mensen kan helpen. Er gebeuren dus hele mooie dingen. Het zijn bovenal
de vrijwilligers zelf die dat doen. Het was eigenlijk uw compliment, via
een vraag, maar ik omarm 'm graag.
Voorzitter. Ik heb nu al heel veel gezegd ter introductie, dus ik ga
naar de gestelde vragen. Ik wilde beginnen bij waarover al een aantal
keer gesproken is: het IT-landschap, de autonomie daarvan en in het
bijzonder het omzetbelastingsysteem. Laat ik beginnen te zeggen dat ik
de zorg die velen van u hier op tafel leggen, gewoon volledig
onderschrijf. De wereld is veranderd. Dat vraagt een pro-actievere en
zelfbewustere houding van ons. Dat vraagt van ons dat wij minder
afhankelijk worden van derden. Nu hebben we het over de Verenigde
Staten, maar ik denk dat je dit over het algemeen zou moeten zeggen. Je
kan dit soort redenaties namelijk ook over Chinese leveranciers
ophangen. Dat vraagt van ons dat we minder afhankelijk en autonomer
worden. Waar misschien mijn persoonlijke energie in zit, waarmee ik
meteen een vraag van D66 beantwoord, is: hoe mooi zou het zijn als de
Belastingdienst op dit taaie onderwerp voorop gaat lopen? Het is
namelijk geen eenvoudig onderwerp; daar ga ik nog wel wat extra woorden
over zeggen.
We zijn gewoon een organisatie waarin heel veel IT-systemen draaien. Het
is ook een organisatie waarin IT een sleutelpositie heeft. Hoe mooi is
het om als Belastingdienst met alle kennis en expertise — die is er
namelijk; heel veel medewerkers hebben hierin de goede energie — een
soort koploperspositie te pakken in de beweging naar meer autonomie? Het
is namelijk echt een beweging en geen knop die je omzet. Uw vraag was om
daarover een brief te ontvangen, die ik samen met mijn
collega-staatssecretaris van Digitale Zaken zal opstellen. Die zeg ik u
toe. Ik hoop dat deze beantwoording ook al een tipje van de sluier
oplicht. Dat wordt een brief waar veel ambitie in zal zitten. De toon
zal zijn: hoe gaat de Belastingdienst voorop in de zoektocht naar meer
autonomie?
Voorzitter. Dan ga ik meteen maar even naar de komma die ik daarbij wil
zetten. We hebben daarvoor namelijk wel een aantal randvoorwaarden op
orde te stellen. Soms gaat het om bestaande systemen die je dan zou
moeten vervangen. Daar is niet altijd een alternatief voor. Er is niet
altijd een Europees alternatief. In het verleden is er natuurlijk ook
een gesprek geweest over wat we zelf doen, welke software we zelf bouwen
en wat we nog vaker in de markt gaan aanschaffen. Ik heb begrepen dat
dat ook een aantal keer met uw Kamer is gedeeld. Die keus zal misschien
ook heroverwogen moeten worden als je autonomer wil worden. Dat is een
vraag; ik heb het antwoord nog niet. Maar dan gaat het natuurlijk ook
weer concurreren in de hele portfolio van grote IT-projecten die de
Belastingdienst te doen heeft. Als wij met elkaar voorop willen lopen op
het gebied van autonomie — ik vind dat daar goede argumenten voor zijn —
dan zal dat ook betekenen dat we op sommige punten moeten
herprioriteren. Ik kan u dat antwoord daarover nu niet geven, maar u
gaat daar wel een inschatting van zien in die brief. Er waren namelijk
best goede objectieve argumenten om vaker iets van de plank, zoals dat
dan wordt genoemd, te willen kopen, omdat je dan soms sneller meters
kunt maken. Dat is zo'n randvoorwaarde.
Een andere randvoorwaarde heeft D66 in het debat genoemd. Als het vraagt
om uitbreiding van datacenters, dan lopen wij in het Apeldoornse helaas
ook tegen netcongestie aan. Een mooie beweging om meer in eigen beheer
te doen kan tegen … Een zwaard van Damocles is de netcongestie zo
langzamerhand oprecht wel rondom heel veel bewegingen in het land. Dat
gaat ook bepalen hoeveel wij kunnen doen in autonomie. Nogmaals, dat
betekent dat we echt snel meters moeten maken met het oplossen van de
netcongestie, want u zie hoe die ingrijpt op alles wat wij doen. Ik zal
dat ook aan de staatssecretaris van KGG doorgeven.
Ik wil het nog even hebben over het omzetbelastingsysteem. De
aanbesteding is afgerond. Het is goed om dat vooraf te zeggen. Er is dus
geen lopende aanbesteding, waarin je gedurende de aanbesteding nog
afslagen zou kunnen nemen. We hebben een afgeronde aanbesteding. Uit die
afgeronde aanbesteding komt een partij naar voren. De wereld is
veranderd en we moeten niet naïef zijn, maar tegelijkertijd heb je je
ook te verhouden tot de spelregels rondom aanbestedingen. Dat is een
beetje het lot van een bewindspersoon zijn. Ik kan niet zomaar met één
pennenstreek zeggen: daar trekken we ons niks meer van aan; we gaan het
radicaal anders doen. Ik zie overigens dat uw commissie dat ook
onderkent.
Ik ben de middenweg aan het zoeken. Dat heeft u goed gezien in de brief
die u heeft ontvangen. Hoe respecteren we de keuzes die we in het
verleden hebben gemaakt en hoe respecteren we zo'n aanbestedingsproces?
En hoe zorgen we ervoor dat we de risico's mitigeren die inmiddels zijn
ontstaan omdat het om een Amerikaanse partij gaat? We hebben daar
aanvullende maatregelen voor aangekondigd. Die ziet u ook in de brief.
Dat zijn recente maatregelen. De twee belangrijkste zijn als volgt. De
medewerkers van dit bedrijf moeten onder Europese jurisdictie vallen, en
dus niet onder Amerikaanse jurisdictie. Daar zitten nog heel veel vragen
achter, want hoe moet je dat gaan doen? Die opdracht hebben we nu bij de
leverancier neergelegd. We verwachten van hen dat ze dat gaan
organiseren. Dat is één.
Nu moet ik een beetje technisch worden. Twee. Er is gekozen voor een
zogenaamde housing-oplossing. Ik ben niet doof voor alle experts die we
in de media hebben gezien. Ook ik heb gezegd dat we van housing naar
hosting moeten gaan. Ook bij housing stond het overigens allemaal in
Apeldoorn. Het blijft in Apeldoorn staan, maar de servers worden gewoon
beheerd door de medewerkers van de Belastingdienst. Ik zoek daar wel de
grenzen in op. Je zou kunnen zeggen: dat hadden we niet met elkaar
afgesproken in het traject van aanbesteding. We zoeken dus wel de grens
op: kan dit, mag dit en willen we dit? Ja, ik wil het, maar kan het en
mag het ook? Gezien de situatie waarin we zitten ... Ik vind dat daar
ook een compliment bij hoort richting de fractie van GroenLinks-PvdA,
want zij heeft daar veelvuldig aandacht voor gevraagd. Ik vind dat het
hoort om dat serieus te nemen en om deze grens op te zoeken.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank voor de toelichting van de staatssecretaris op dit specifieke punt.
Deze onderneming, maar ook andere Amerikaanse ondernemingen hebben er
toch alle belang bij om met een open houding het gesprek aan te gaan?
Want het betekent voor hen ook iets naar de toekomst toe om überhaupt
zaken te kunnen doen met Europese bedrijven en Europese diensten. Hoe
ervaart de staatssecretaris dat?
Staatssecretaris Eerenberg:
Zo is het maar net. Ik wil niet de woordvoerder zijn van deze
softwareleverancier, maar ik denk dat als u ze deze vraag stelt, ze die
volledig omarmen. Zij hebben net zo veel last van de situatie waar we
met z'n allen in zitten. Ik zie een partij die echt wil meewerken aan
verdergaande aanvullende maatregelen.
Ik heb er nu twee genoemd. De derde maatregel heeft u ook in de brief
kunnen zien. Die is ook nieuw. We willen een onafhankelijke partij een
zogenaamde source code review laten doen. Ik wil graag dat een derde
partij gaat kijken hoe de broncode van het systeem eruitziet en of daar
wel of geen backdoors in zitten. Ik heb helemaal geen aanleiding om
ervan uit te gaan dat dat zo is, maar laat iemand anders dat maar even
concluderen. Dat is ook nieuw in het assortiment. Dat wordt in gang
gezet.
Ik zat in de schorsing net even na te denken over wat de heer Stultiens
zegt. Het gaat gefaseerd. Als we straks voor het moment staan waarop de
eerste fase live gaat — die is heel klein en gaat over internationale
omzetbelasting en hoe je die verrekent — zal ik een onafhankelijke derde
partij verzoeken om een oordeel te vellen over de risico's en de
mitigerende maatregelen die we hebben genomen. Ik kan u niet de garantie
geven dat alle risico's helemaal weg zijn. Die zullen nooit helemaal weg
zijn. Ik vrees dat dat ook een beetje een onderdeel van het leven is,
maar ik vind het wel fijn om straks een onafhankelijke partij te hebben
die een oordeel velt. Dat wil ik ook met u delen. Ik vind dat we dan tot
een oordeel zullen moeten komen, maar ik wil daar nu niet op
vooruitlopen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank, en volgens mij is dat laatste inderdaad belangrijk en positief. Ik
had nog een vraag over de eerste maatregel. De staatssecretaris gaf aan
dat medewerkers moeten vallen onder Europese jurisdictie. Dat klinkt dan
weer iets steviger dan in de brief. Toen was het namelijk een soort
poging of verkenning; nu klinkt het als een voorwaarde. Klopt dat
laatste? Is het inderdaad een harde voorwaarde dat deze medewerkers
moeten vallen onder Europese jurisdictie?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik zie dit nadrukkelijk in het proces zoals ik dat net heb geschetst.
Het is dus een van de maatregelen waarvan we nu additioneel gezegd
hebben: die gaan we in gang zetten. We zullen de komende maanden
erachter komen of dat wel of niet kan, en, als het wel kan, of dat dan
ook afdoende is. Daarom vind ik het ook fijn om straks een oordeel te
hebben van een derde partij over die maatregelen, en pas dan kan ik tot
die conclusie komen. Ik gun onszelf dus ook dat we dit de komende
maanden gaan uitzoeken en inregelen. Maar de opdracht, om het maar eens
even zo te formuleren, is wel gegeven.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Nog één vervolgvraag. Zelfs als dit lukt, dus als die medewerkers vallen
onder Europese jurisdictie, biedt de Amerikaanse wetgeving dan nog
steeds de ruimte om die data op te vragen et cetera, omdat het een
Amerikaans bedrijf is? Klopt het dat dat risico in die zin eigenlijk
niet weggenomen kan worden, dus dat de Amerikaanse wet ook over data
buiten het eigen land gaat omdat het een Amerikaans bedrijf is?
Staatssecretaris Eerenberg:
Twee antwoorden daarop. Dat is precies de reden dat ik het zo wil doen
zoals ik het net schets. Laat het dan ook maar even aan externe
expertise over om dat oordeel te vellen. Tegelijkertijd — dat is nou
eenmaal het dilemma dat helemaal onder dit vraagstuk ligt — draait
bijvoorbeeld ook het huidige verouderde systeem op Amerikaanse servers,
op IBM-mainframes. Als de norm wordt dat er geen Amerikaans element meer
in systemen zit, dan kunnen we ook het huidige systeem ter discussie
gaan stellen, hoe vervelend het ook is om deze nuance in zo'n gesprek te
moeten brengen. Ik zou het namelijk ook hartstikke mooi vinden om te
zeggen "dit is een zwart-witdilemma" en "we kiezen allemaal voor het een
en dan zijn alle problemen opgelost". Ik vrees dat het toch wat
complexer is dan dat.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank aan de staatssecretaris voor deze uitgebreide en hele heldere
toelichting op het dilemma, dat gewoon ontzettend ingewikkeld is, en op
de maatregelen die hij nu gaat nemen. Ik denk ook dat het inderdaad
verstandig is om zo'n onafhankelijke derde er dan eens naar te laten
kijken. Die zal zeker niet tot de conclusie komen dat er dan geen
risico's zijn, verwacht ik, maar we moeten die risico's natuurlijk wel
wegen tegen een alternatief dat er zou zijn. Zou die onafhankelijke
derde dan wel de risico's in beeld kunnen brengen van dit versus een
mogelijk alternatief?
Staatssecretaris Eerenberg:
Het korte antwoord is ja. Ik denk dat de vraag aan die derde vooral gaat
over de aanvaardbaarheid van de risico's en niet over het oordeel of er
risico's zijn. Met mijn illustratie over het huidige systeem zie je ook
dat het wel heel ingewikkeld gaat worden als dat de norm wordt. Ik heb
helemaal niks tegen ingewikkelde vraagstukken, maar we moeten er ook
voor zorgen dat er belastingen binnenkomen.
De voorzitter:
Mag ik in het kader van de toezeggingen vragen of u dan ook een
tijdsindicatie kunt plakken op de onafhankelijke derde die voor de
eerste fase die toets doet en wanneer u die deelt met de Kamer?
Staatssecretaris Eerenberg:
De livegang van het eerste deel wordt verwacht in juni-juli. Dat zou
betekenen dat u deze brief in mei-juni kunt ontvangen. Dan kunt u er ook
nog wat mee doen.
De voorzitter:
Dat noteren we. Gaat u door met uw betoog.
Staatssecretaris Eerenberg:
Daarmee heb ik, denk ik, al veel gezegd over het omzetbelastingsysteem.
Daaraan verbonden vraagt D66 — dat is overigens een goede vraag — of er
meer systemen met dit dilemma zijn. Het antwoord is ja. Ik heb u net al
een voorbeeld gegeven van het huidige omzetbelastingsysteem. U kent
Microsoft 365. Daarover heeft u ook al eerdere debatten gevoerd. Om nou
niet deze commissiebehandeling te gebruiken om een soort totaaloverzicht
te geven van alle systemen van welke makelij dan ook, denk ik dat het
goed is dat we het overzicht gewoon bij de brief voegen die ik u in het
begin van dit blokje heb toegezegd. Ik weet dat er ook nog lopende
aanbestedingsprocessen zijn. Daar mag je ook niet te veel over zeggen,
want dat zijn lopende processen, maar we weten wel dat ook Amerikaanse
leveranciers of leveranciers die gebruikmaken van Amerikaanse
componenten zich ingeschreven hebben op die aanbesteding. Maar ik zal u
in de brief een helderder overzicht dan dit geven.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank voor de beantwoording door de staatssecretaris. Ik denk dat daarin
een bepaalde realiteit zit. Ik zou toch even een stapje terug willen
zetten in dit debat. We zijn nu aan het zoeken naar kwetsbaarheden ten
aanzien van Amerikaanse bedrijven. Ik denk dat collega Van Eijk het heel
goed aankaartte: wat is nou het belang voor een Amerikaans bedrijf om de
zorgen die wij hebben niet weg te nemen? Ik hoorde de staatssecretaris
aan het begin van dit blokje zeggen dat we wel gaan kijken naar
alternatieven, met het risico dat het duurder wordt en langer duurt. Hoe
gaat die afweging plaatsvinden? Wat zijn nou precies de reële risico's
waar we het over hebben ten aanzien van die systemen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Voor de goede orde: in de introductie van het blokje had ik het over de
gehele IT-portfolio, waarbij de opdracht is om die autonomer te maken en
dan gaat het veel minder over of het Amerikaans is of niet en gaat het
gewoon over minder afhankelijk zijn van ten eerste big tech en ten
tweede andere landen. Of je bijvoorbeeld bij de broncode komt, of je
daar zelf wat mee kunt doen, is ook een vorm van autonomie en
afhankelijkheid. Er zijn dus verschillende vormen van autonomie. In zijn
algemeenheid kan ik u wel zeggen dat als we vanaf nu voor de maximale
variant van autonomie willen gaan voor alle IT-systemen in de toekomst,
dat ook werk met zich mee gaat brengen. Tegelijkertijd is de beweging
naar meer autonomie absoluut goed, een beweging die wat mij betreft veel
meer is ingegeven door de wens om te weten wat je hebt, eigenaarschap.
Kijk naar de discussie over algoritmes. Grip op je IT hebben omdat je
daar zelf van bent, is in die zin een veel grotere drijfveer dan dat het
nu per se over de Amerikanen gaat. Daar gaat het ook over, maar de
opgave is breder.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan wat vragen rondom dit systeem die hiermee verbonden zijn.
GroenLinks-PvdA zei: stel dat je stopt en opnieuw gaat beginnen. Dan heb
je overigens wel een probleem met ten eerste aanbestedingsregels en ten
tweede een huidig systeem. Misschien mag ik u een illustratie van het
huidige systeem geven. Daarmee kan niet worden gecommuniceerd door
andere systemen. Hoe vindt de uitwisseling nu in de praktijk plaats?
Mensen tikken het over. Er zitten mensen omzetbelastingdata van het ene
systeem over te tikken in het andere systeem. Foutgevoeliger krijg je
het niet, hè? Het is dus echt wel een noodzaak om wat te gaan doen. Zegt
men "we gaan dat nog eens heroverwegen, opnieuw bouwen et cetera", dan
zit je zo aan een doorlooptijd van drie tot zes jaar. Vandaar dat u aan
mij merkt dat ik kijk naar: wat kan ik in het lopende traject extra
doen, wat kan ik aan extra waarborgen doen zodat we hopelijk niet in die
situatie terechtkomen?
Dan EU-bedrijven voorrang geven in aanbestedingsregels. Dat ligt op het
terrein van de bewindspersoon van Economische Zaken. Aangezien de brief
een coproductie wordt, zal ik er ervoor zorgen dat we daarin hierop
terugkomen.
Dan vroeg u naar de kosten als we het Amerikaanse project — dan gaat het
weer over omzetbelasting — staken. En "u" is uiteraard niet de
voorzitter, maar het lid van GroenLinks-PvdA; excuus, voorzitter. Dat
kan ik u nu niet openbaar zeggen. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe ik dat
in het verkeer met uw commissie of uw Kamer doe, maar ik ben graag
bereid om die informatie vertrouwelijk aan u te verstrekken.
De voorzitter:
Dat kunt u doen via een vertrouwelijke brief of, als het complexer is,
via een vertrouwelijke briefing.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Of we het laatste doen laat ik dan in het midden, want als Kamer ben je
er dan weer aan gebonden dat je er niks over mag zeggen. Mag ordegrootte
wel? Ik snap heel goed dat er nadelen aan zitten. Normaal doe je dat
liever ook niet. Bij het eerlijk wegen van de risico's wil je echter ook
het alternatief meewegen. Waar praten we dus ongeveer over?
Staatssecretaris Eerenberg:
Daar kom ik graag in de tweede termijn op terug. Dit zijn allemaal
bedrijfsgevoelige gegevens, dus ik moet daar voorzichtig mee omgaan. Uw
suggestie gehoord hebbend, voorzitter, is een technische briefing over
dit vraagstuk sowieso iets wat ik u graag wil aanbieden, als uw
commissie daarvan gebruik wil maken. Dan kunt u ook wat doorpraten over
de dilemma's en de maatregelen en kan er misschien ook wat expertise op
georganiseerd worden. Een gedeelte van die briefing, rondom de
contractwaarde, kan ook vertrouwelijk zijn. Dit is echter aan uw
commissie. Als u een briefing wenst, organiseer ik die. Dan heb ik wat
mij betreft het stukje gehad over autonomie in het algemeen en in het
bijzonder in het omzetbelastingsysteem.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Wat leren we van andere Europese landen, zoals Finland en
Denemarken?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat die gekozen hebben voor de hostingoplossing, en niet voor de
housingoplossing. Dat is precies de reden dat ik — volgens mij was dat
vorige week, maar houd me dat ten goede — gezegd heb: laten we dan toch
maar kijken of we dat als de wiedeweerga ook kunnen gaan doen, ook al
gaan daar nog heel veel vragen achter wegkomen.
De voorzitter:
Dan gaan we naar het volgende onderwerp.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ja, dat is de rest van de vraagstukken rondom ICT, informatievoorziening
en het IT-landschap. Een aantal van uw leden vroeg hoe het staat met de
planning. Daar krijgt u natuurlijk regelmatig informatie over van het
kabinet. Cool:Gen is natuurlijk het grote brok dat nu voorligt. Dat
bestaat uit negen projecten. Zeven daarvan liggen op schema. Dat
betekent dus dat die dit jaar afgerond gaan worden. Twee daarvan hebben
vertraging opgelopen. Die schuiven door naar 2028.
U vroeg mij wanneer er dan lucht komt. Ik wil echt niet de indruk wekken
dat daarmee de modernisering klaar is en dat al de uren die nu in ICT
zitten, ter beschikking komen voor wat we dan ook willen met elkaar,
maar ik denk dat we in 2028 echt over lucht kunnen gaan spreken.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Op dit punt het volgende. Dat mag ook in een brief en misschien moeten
we daar nog een keer over doorpraten. De inkomensheffing heeft altijd
prioriteit gehad en gekregen voor de uitfasering van Cool:Gen. Is dat
het systeem dat ook als eerste helemaal klaar is? We moeten namelijk op
een gegeven moment wel aan de slag met beleidswensen; lees:
vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik zal kijken of ik in tweede termijn al mondeling kan zeggen welke
modules het zijn en hoe de precieze vertraging over de modules verdeeld
is. Anders kan dat inderdaad mooi in een brief meegenomen worden, maar
wellicht kan ik dat in tweede termijn meteen verduidelijken.
Ik denk dat een ander vraagstuk rondom het IT-landschap toch bij onszelf
ligt, want hoe meer wij kunnen versimpelen, vereenvoudigen en
standaardiseren in processen — over software hebben we het net gehad —
hoe beheersbaarder het IT-landschap wordt. Tegelijkertijd zal
modernisering echt nog wel blijven plaatsvinden, ook omdat systemen die
we nu als oud beschouwen nu een vraagstuk vormen, maar systemen van tien
à twintig jaar oud over tien jaar natuurlijk ook oud zijn. Je hebt dan
vaak hele specifieke expertise nodig, bijvoorbeeld van mensen die een
programmeertaal kennen die niemand meer kent. We hebben daar dus
blijvende aandacht voor.
Dan was er de vraag van het CDA of alles wat we nu aan het doen zijn,
aansluit bij Belastingdienst 3.0. Tax Administration 3.0, zeggen sommige
mensen. Het antwoord is ja en nee tegelijk. Het antwoord is ja als het
gaat om alles rondom modernisering en investeringen, helemaal. Maar er
zit natuurlijk een veel grotere opdracht in 3.0, die gaat over
transformeren en meer gebruikmaken van AI. Elke keer dat ik dat zeg, zeg
ik er overigens bij dat dat binnen grenzen moet. Dat moet AI zijn die
zorgvuldig met data omgaat, niet bevooroordeeld is en dat soort zaken.
Dat gaat dus niet alleen over de IT-investeringen, maar ook echt over de
transformatie van de Belastingdienst in zijn geheel.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Zegt de staatssecretaris nu eigenlijk dat we hier nog wel een been bij
moeten trekken, of interpreteer ik het dan niet correct?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik denk dat dit een niet te onderschatten opgave is; laat ik het zo
formuleren. Die is overigens verbonden aan personeel, want uiteindelijk
zul je met minder mensen — dat is niet alleen vanwege de taakstelling,
maar ook gewoon gezien de arbeidsmarkt, zeg ik tegen het lid van D66 —
een even goede of betere uitvoering door de Belastingdienst moeten
vormgeven. Ik denk dat hier nog heel veel vraagstukken achter weg gaan
komen waarvan we nu nog niet met z'n allen volledig de impact kunnen
doorgronden. Ik heb u in het vorige debat over fiscaliteit gezegd dat ik
met een brief kom waarin ik persoonlijk, vanuit mijn staatssecretariaat,
voor u een soort strategie ga schetsen en ga schetsen waar de prioriteit
zit. Dit zal een van de onderdelen bij het blokje Belastingdienst in die
brief zijn.
De voorzitter:
U kunt uw betoog vervolgen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan was er nog een vraag van Oosterhuis van D66: hoe staat het met de
planning en liggen we een beetje op schema? Ik denk dat alles wat wij uw
Kamer hebben toegezegd, relatief gezien goed op schema ligt, wetende dat
er heel veel wensen zijn die je nog te doen hebt. Denk aan alles rondom
box 3, waar we nu opnieuw naar kijken. Als we daarvan werk gaan maken,
zullen andere dingen op de wachtlijst naar achteren gaan. Op Prinsjesdag
komt de bijlage over uitvoerbaarheid weer. Ik zal ervoor zorgen dat die
heel helder laat zien waar we nou staan in de hele IT-portfolio — dat is
ook meteen een antwoord op de vraag van de heer Hoogeveen van JA21 — wat
er gedaan is, wat er gedaan zal worden en, misschien wel relevanter, wat
er nog allemaal in de wachtkamer zit en wat we daarvan vinden met
elkaar. In de bijlage uitvoerbaarheid gaan we daar dus wat extra
aandacht aan geven om u in alle scherpte inzicht te geven.
Dat was wat mij betreft het blokje IT. Dan ga ik naar personeel. Ik heb
hierover in mijn introductie al het een en ander gezegd. Dank ook aan
het lid Oosterhuis voor de goede vragen. We zijn een hele goede
werkgever, maar dat kunnen we niet automatisch blijven, dus moeten we
inzetten op vakmanschap en werkplezier. We zijn ook een leuke
organisatie om voor te werken, hoor. Dat is niet vanzelfsprekend, dus
hoe zorg je ervoor dat je dat blijft en je ook aansluiting vindt bij de
mensen van de volgende generatie? Hoe zorg je voor kennisuitwisseling?
Er is heel veel kennis binnen de 28.000 toppers van de Belastingdienst,
mag ik wel zeggen, maar hoe zorg je ervoor dat die ook beschikbaar is
voor de 27.999 collega's? Hiervan wordt veel werk gemaakt. Inmiddels is
er ook een nieuwe verzuimaanpak. Die is vorig jaar gestart en gaat
vooral over vitaliteit, over levensstijl: hoe zorg je ervoor dat je
gezond bent en gezond blijft, dat je met tegenslagen kunt omgaan en met
stress? We zullen zien hoe die aanpak uitwerkt, maar de mensen die er
verstand van hebben, zeggen dat het met die aanpak moet lukken om wat te
doen aan het ziekteverzuim. Hier zit mooie energie. Het is een mooi
programma.
Ook mooi — dat is meteen een antwoord op de vraag van de VVD — is dit.
Er zijn steeds minder fiscalisten in de wereld en dus ook in Nederland,
maar bij de Belastingdienst hebben we die wel heel hard nodig. Er is een
heel goed trainingsprogramma. Je kunt binnenkomen bij de Belastingdienst
als IT'er, om een willekeurig voorbeeld te geven. Je kunt dan een mooi
opleidingsprogramma krijgen. Je wordt geen meester in fiscaal recht,
maar je kunt wel als semi-fiscalist de Belastingdienst verlaten. U
begrijpt dat ik dit een beetje met een knipoog zeg, gezien
ondergetekende. Dit is wel iets wat heel mooi en ook heel populair is.
Veel werknemers van de Belastingdienst die instromen, zeggen: dit is
mooi, het is verrijkend om een nieuw vak te leren.
Dan personeelsrisico's, waar Van Dijk naar vraagt. We zitten op 100%,
hoera! In 2025 zijn 2.700 mensen ingestroomd en we verwachten dat dit
jaar 2.300 mensen instromen. Dat komt overeen met de uitstroom. Maar we
moeten niet denken dat het daarmee ook voor de komende jaren is
geregeld. Ik denk dat het risico zit op het gebied van slimmer werken:
als het ons niet lukt om slimmer te werken en meer gebruik te maken van
de digitale transformatie — dit is weer de Belastingdienst 3.0 — gebruik
te maken van AI binnen de grens van ethisch verantwoord omgaan met AI,
dan gaan we het niet redden. Toekomstbestendigheid zal ook gaan over
meer doen met minder mensen, omdat dit nou eenmaal de toekomst van de
arbeidsmarkt zal worden.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik had dit ook gevraagd in relatie tot de belastingplannen. Ik schrik
iedere keer van het aantal extra mensen dat moet worden aangenomen om
überhaupt rond te kunnen draaien. Gaan we daar wat deze staatssecretaris
betreft ook anders mee om richting toekomstige belastingplannen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Laat ik het zo zeggen, ik heb me voorgenomen, zonder dat ik daarmee pro
forma politieke wensen wil diskwalificeren — ik snap dat dat nu eenmaal
het vak is dat we hier beoefenen — om hierover transparanter te zijn. De
complexiteit van de uitvoering komt ook van de wetgever vandaan. Ik
speel daarin een hele grote rol. Ik snap heel goed dat u zegt dat het
voor een gemiddeld Kamerlid ingewikkeld is, met de beperkte
ondersteuning die u heeft. Dat respecteer ik en snap ik ook. Maar ik
denk dat wij vaker het gesprek met elkaar zullen moeten voeren over
versimpeling en vereenvoudiging: zijn al deze regels wel nodig, is deze
uitzondering echt nodig? Het antwoord hierop kan ja zijn, maar het
effect daarvan op de uitvoering is altijd groot. Daarbij zullen we het
helaas — dat zal niet altijd een leuk gesprek zijn — ook vaker over
"nee" moeten hebben in plaats van "ja".
Voorzitter. Ik ga naar de rechtshulp: het amendement over de eerstelijns
rechtshulp van Van Dijk. Die 2 miljoen euro is naar de
Belangenbehartiger gegaan. Zij is onafhankelijk. Ik heb begrepen dat zij
in december 2025 een rapport heeft opgeleverd. Dat is ook verstrekt aan
u, heb ik begrepen. Daarin kunt u heel goed zien wat zij met haar inzet
heeft gedaan voor de versterking van de eerstelijns rechtshulp.
Kortheidshalve verwijs ik naar dat rapport. Overigens denk ik dat het
heel fijn is dat wij die functie hebben. Alles wat wij kunnen doen om
die in de spotlights te zetten, zodat de vindbaarheid daarvan wordt
vergroot, zal ik persoonlijk ook doen.
Dan het handvest. Overigens kwam dit in mijn inwerkprogramma voorbij en
was mijn eerste reactie: wat een hartstikke goed idee om ook gewoon aan
de inwoners van ons land te vertellen hoe het zit met rechten en
plichten bij de Belastingdienst, op een manier die mensen kunnen
begrijpen. Ik vind het dus heel goed. Er zit energie op en er wordt aan
gewerkt. We hebben Toeslagen er ook bij betrokken. Voor heel veel mensen
is het natuurlijk gewoon één. Voor ons zijn deze gescheiden, maar voor
inwoners is het vaak één, zeker als ze er afhankelijk van zijn. Ik kan u
na het zomerreces een update geven over het handvest. Dat is ook meteen
een toezegging, voorzitter. Of we er één van maken of dat we het
opknippen, omdat de Belastingdienst wat sneller gaat dan Toeslagen, gaat
u na de zomer horen, maar het gaat er komen. De gesprekken daarover met
de maatschappelijke partners — we doen het echt samen — de partijen waar
u zelf ook aan refereerde, worden door de Belastingdienst als zeer
waardevol ervaren.
Voorzitter. Dat is wat ik had ik dit blokje. Ik ga naar wat wij toezicht
en fraudeaanpak hebben genoemd. Wat betreft de petitie over ondernemers
die onterecht als fraudeurs worden gezien — zo heet de petitie tenminste
— ben ik, kort en goed, graag bereid om samen met mijn collega, de
staatssecretaris, het gesprek aan te gaan. Ik heb de petitie gezien en
ik hoor de hartenkreet die daarin staat. We gaan dus graag samen het
gesprek aan.
Dan de gegevensdeling. Een vraag van mevrouw Van Eijk: welke stappen
worden er gezet om die te verbeteren? Voor de bestrijding van fiscale
fraude kan de Belastingdienst al heel veel informatie opvragen, bij het
RIEC en heel veel anderen; ik ga ze niet allemaal noemen. Andersom wordt
het wel ingewikkeld als het over de fiscale geheimhoudingsplicht gaat;
die is natuurlijk terecht met allerlei waarborgen omgeven. We hebben ook
een soort processysteem voor meldingen gemaakt. Dat is recent live
gegaan. Dat zijn we ook aan het uitbreiden, maar dat doen we binnen de
kaders van zorgvuldigheid en we respecteren de waarborgen die er zijn.
We koppelen data niet zomaar aan elkaar. We gaan het straks over RAM
hebben. Dat levert natuurlijk ook grote risico's op. Elke keer wanneer
we zeggen "we gaan ermee aan de slag en we lanceren een nieuw systeem",
doen we dat vanuit die verantwoordelijkheid.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Het punt van gegevensdeling komt natuurlijk heel vaak terug in heel veel
discussies, zeker als het gaat om fraudebestrijding. Is er nog iets
nodig qua wettelijke grondslag om deze processen te verbeteren en de
aanpak te verstevigen? Daar ben ik namelijk naar op zoek. Ik snap dat we
nu moeten handelen binnen de kaders van wet- en regelgeving, maar
uiteindelijk is het ook een politieke keuze om op bepaalde onderdelen te
besluiten die grondslag wél te creëren, omdat we het dusdanig belangrijk
vinden dat we dat stevig moeten aanpakken. Hoe staat de staatssecretaris
hierin?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan zou ik een wat gedegener analyse willen doen dan ik hier nu ter
plekke kan maken. Ik heb er ook wel beelden bij van welke wetten
gegevensbescherming verhinderen, maar tegelijkertijd zijn die wetten er
ook met een reden. Vaak zijn die er om de privacy van onze inwoners te
beschermen. Voordat ik mij hier te makkelijk laat verleiden om een paar
van die wetten te noemen, die soms uit Europese regelgeving volgen en
waar we dus ook wat minder invloed op hebben, ga ik u wel toezeggen om
hier een iets diepere analyse op te doen. Ik snap de achtergrond van de
vraag namelijk wel. U krijgt sowieso de volgende stand-van-zakenbrief.
In die zin is dit geen nieuwe toezegging, maar daarin hoop ik daar wat
gedegener op te kunnen antwoorden. Maar ik zeg nogmaals: die wet- en
regelgeving heeft ook een reden.
Voorzitter. Misschien kan ik doorgaan naar de inning van
belastingschulden in verband met corona. Om aan het eind van het dilemma
te beginnen: belastingschulden worden nooit generiek kwijtgescholden. Ik
snap het helemaal, ik heb in het Utrechts Nieuwsblad het verhaal gelezen
van een ondernemer die zei overal keurig aan te hebben voldaan en dat
het zijn rechtvaardigheidsgevoel tart als anderen die dat niet hebben
gedaan, daar makkelijk mee wegkomen. Dat snappen we. Daarom gaan we de
schulden ook nooit generiek kwijtschelden. Bij een kwijtschelding moet
bijvoorbeeld sprake zijn van een faillissement. De kwijtschelding is dan
onderdeel van een crediteurenakkoord, waarbij iedereen wat doet en
uiteindelijk ook een beetje meer krijgt dan wanneer dat akkoord niet was
gesloten. We gaan er zeer zorgvuldig mee om. Gelukkig is dit het eind
van het proces. Daarvoor zitten nog heel veel ondernemers waarmee we
betalingsregelingen kunnen treffen. Daarin zijn we royaal. Ik vind ook
dat we dat moeten zijn. Mensen hebben met de coronatijd een lastige
periode achter de rug. Voor sommige ondernemers is het echt moeilijk
geweest om daarvan te herstellen. We zijn behoorlijk royaal in onze
dienstverlening. Die is overigens gelijk voor alle ondernemers in de
regeling. De rechtsgelijkheid is daarmee dus goed geborgd.
Dan bezwaar- en beroepsmogelijkheden. U heeft het goed gezien, mevrouw
Van Eijk, die zijn inderdaad verruimd. Wat verwachten wij? 20.000 extra
bezwaren en 3.000 extra beroepen. Daar hebben we inmiddels 75 fte extra
voor vrijgemaakt binnen de bestaande formatie. Daartoe is dus
geprioriteerd. Het beeld is dat we het aankunnen. Tegelijkertijd, het is
mooi dat ondernemers dit recht hebben, maar het levert natuurlijk wel
weer een kluif extra werk op. Ik kan niet anders dan het met u eens
zijn.
Voorzitter. Ik kom bij een aantal zaken die je als diversen zou kunnen
classificeren. In het debat over fiscaliteit heb ik een vraag
doorverwezen naar het debat van vandaag. Dat was een feitelijke vraag
van het lid Grinwis over hoe het gaat met box 3 en met name alles rondom
werkelijk rendement en wat cijfers. Daar komen ze aan; de heer Grinwis
kan terugkijken. In 2024 zijn er 2,5 miljoen brieven verstuurd en in
2025 3 miljoen om mensen proactief te wijzen op de tegenbewijsregeling.
Inmiddels zijn er 697.000 formulieren opgaaf werkelijk rendement
binnengekomen, waarvan er 2.600 beoordeeld zijn. Dat aantal gaat de
komende tijd natuurlijk oplopen. We zijn nog maar net begonnen, dus dat
getal zegt nog niet zo heel erg veel. De budgettaire gevolgen ervan zijn
eerder met de Kamer gecommuniceerd. Er is nu geen aanleiding om te
zeggen dat we daarvan zullen gaan afwijken, simpelweg omdat we net
begonnen zijn en het nog niet weten. Mee- of tegenvallers lopen mee in
het saldo. Verder zijn er 260.000 bezwaren over rechtsherstel rondom box
3, waarvan er 13.000 zijn afgedaan of ingetrokken. We moeten nog 3,7
miljoen definitieve aanslagen opleggen. Er zijn 140.000 telefoontjes
geweest bij de BelastingTelefoon over box 3 en 2.500
hulpbalie-afspraken. We hebben 686 fte in dienst om dit allemaal in
goede banen te leiden.
Dit waren de getallen voor de heer Grinwis. Het zijn eerlijk gezegd wel
indrukwekkende getallen als je het allemaal zo hoort.
Dan ga ik naar de slagvaardige overheid in samenhang met de
taakstelling, waar de heer Oosterhuis naar vraagt. Ik heb er al iets
over gezegd. We weten nog niet hoe de taakstelling precies gaat landen.
Dat is echt studeren. We proberen er kabinetsbreed naar te kijken. Je
moet immers goed kijken naar een rechtvaardige verdeling over de
verschillende uitvoeringsdiensten. Als u mij nu vraagt hoe ik het voor
mij zie, dan gaat het over verhoogde productiviteit, die dan vooral zit
aan de kant van goede "tooling", om een goed Nederlands woord te
gebruiken, zoals de inzet van AI, vereenvoudiging — het zal niet gaan
zonder vereenvoudiging, dus de druk op de vereenvoudigingsagenda neemt
toe, ook vanuit de taakstelling op de uitvoering — en het verminderen
van taken. Op dat laatste kom ik zo terug, want daarover is een hele
mooie vraag gesteld.
Dan de vraag van de heer Oosterhuis over de brieven die de
Belastingdienst stuurt.
De heer Oosterhuis (D66):
Nog even over de taakstelling. Ik snap heel goed dat er nog geen
concrete invulling is; dank voor deze denkrichting. Mijn vraag was of de
staatssecretaris een brief zou kunnen toezeggen waarin staat wanneer dit
wel concreet is, dus niet alleen over de taakstelling maar ook over het
verminderen van de externe inhuur en andere ambities uit het
coalitieakkoord.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan zeg ik dat nu meteen, want dat ziet op een aantal andere
toezeggingen: dat komt in de volgende stand-van-zakenbrief. Volgens mij
hebben wij een soort lente-herfstritme met de stand-van-zakenbrieven
over de Belastingdienst, dus in de herfstbrief zal dit terug te vinden
zijn. Ik blijf toch maar weer bij de seizoenen.
De brieven die de Belastingdienst stuurt naar inwoners en ondernemers,
worden allemaal vernieuwd. De helft is inmiddels vernieuwd, dus de
andere helft nog niet. Ik herken dus het signaal van D66 dat sommige van
die brieven toch nog wel verwarrend zijn voor mensen. Ik zou me er nu
makkelijk van af kunnen maken door te zeggen: precies die brieven horen
allemaal bij die helft die nog vernieuwd moet worden. Maar ik schat in
dat ik dat niet vol ga houden. Ik ben eigenlijk van plan om het als
volgt te gaan doen. Dat is nieuw opgekomen in dit debat, dus ook voor de
mensen die boven mee zitten te luisteren, is het allemaal heel recent.
Er is een organisatie genaamd Meetellen, die in een aantal gemeentes
actief is. Die hebben klantpanels met ervaringsdeskundigen. Het zijn ook
echt hele indrukwekkende panels, want daar zit mensen in die heel
moeilijk benaderbaar of bereikbaar zijn voor de overheid. Daar kun je
naartoe om te zeggen: wat vindt u eigenlijk van deze brief? Wat je
terughoort, is soms heel shockerend, omdat je sommige dingen zelf
helemaal niet beseft. Wat gaan we dus doen? We gaan deze organisatie
vragen om opnieuw naar dit vraagstuk te kijken. Dan zit je echt bij een
hele andere groep, die de overheid vaak als heel ingewikkeld ervaart. Ik
ben zeer benieuwd wat zij van onze brieven vinden. Ik zal u daarover
rapporteren in diezelfde stand-van-zakenbrief.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank voor deze toezegging. Ik denk inderdaad dat het heel verstandig is,
want ook al is de helft van de brieven vernieuwd, de score is nog niet
veranderd ten opzichte van eerdere jaren. Ik denk dus dat er inderdaad
nog wel een extra stapje nodig is, niet alleen voor doelgroepen waarmee
moeilijk contact te krijgen is. Ik denk dat ook mensen die best wel
geoefend zijn in het lezen van brieven, af en toe schrikken van een
brief van de Belastingdienst. Ik sluit niet uit dat alleen al het woord
"nihil" bij veel mensen tot vragen leidt, wat toch anders klinkt dan "u
krijgt niets terug" of "u hoeft niets te betalen", wat volgens mij al
veel normaler Nederlands is.
Staatssecretaris Eerenberg:
Daar ben ik het zeer mee eens. Als het lukt om brieven zó te schrijven
dat je ook de mensen bereikt die de grootste afstand tot de overheid
ervaren, dan bedien je iedereen goed. Nou, we gaan het zo doen. Dat is
vers van de pers.
Voorzitter. Dan een vraag van de heer Oosterhuis over de AP-beoordeling
van de selectie-instrumenten: stel dat het toch tegen gaat vallen, om
welke reden dan ook, wilt u terstond de Kamer informeren? Dat wil ik en
zal ik ook doen. Ik vind ook dat het bij mijn actieve informatieplicht
hoort om dat zo te doen. Het antwoord daarop is dus ja.
Dan de suggestie van mevrouw Van Dijk voor de ambtshalve teruggaaf. In
beginsel vind ik dat een heel mooi idee. Dat speelt natuurlijk ook bij
toeslagen: kun je toe naar automatisch toekennen? Dat staat ook in het
coalitieakkoord. De vraag is of je naar een soort
"hebben-is-houdenstructuur" kunt. Dat moet je natuurlijk ook weer
omkleden met allerlei waarborgen. Aan mijn reactie merkt u dus dat ik
ook persoonlijk denk: ja, dat is interessant. Tegelijkertijd is dat voor
de Belastingdienst wel echt heel ingewikkeld, omdat er allerlei
wettelijke waarborgen zijn voor wat een aanslag is en hoe dat werkt. Ik
zeg u toe dat we in die eerstvolgende stand-van-zakenbrief terug zullen
komen op uw vraag wat daarvoor nodig is. Dat kan best een ingewikkeld
antwoord opleveren, maar laten we het eens aangaan. Dan gaan we erop
studeren en zullen we zien waar ons dat brengt.
Dan kom ik bij de vraag van de VVD, die dus is verbonden met de vraag
van D66, over de taken die de Belastingdienst uitvoert en die we ooit
een keer zijn gaan doen. Dat zijn er 300. We zijn bijvoorbeeld
hartstikke goed met IT, dus wij hosten dingen, bijvoorbeeld voor de
bibliotheken. We hebben gezegd: we doen dat niet meer voor nieuwe
dingen. Je zou dus kunnen zeggen dat die 300 niet-fiscale taken langzaam
uitgefaseerd worden. Er komt namelijk altijd een moment dat mensen gaan
heroverwegen. Je zou dat "natuurlijke verandermomenten" kunnen noemen.
Wat we wél doen, is dat we een aantal van de partijen waar wij voor
hosten, om het zo maar eens te noemen, eens in de zoveel tijd actief
benaderen en vragen: goh, wist u dat dit bij de Belastingdienst draait,
dat de Belastingdienst dit voor u doet, maar dat dit eigenlijk niet is
waartoe we op aarde zijn, dus zou u dit eens willen heroverwegen? Er
komen dus geen nieuwe partijen bij. We blijven partijen eraan herinneren
dat ze eens in de zoveel tijd hun keuzes moeten heroverwegen en dat de
keuze dan niet meer kan zijn: dit ligt bij de Belastingdienst.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Fijn, zal ik maar zeggen, dat er in ieder geval niks bij komt. Volgens
mij is dat een begin. Alleen, daar waar mogelijk moet er natuurlijk ook
opgeruimd worden. Ik vind dit dus wat voorzichtig van de
staatssecretaris. Zou hier iets meer actie op kunnen, dus dat we eind
dit jaar, begin volgend jaar nog eens een goed overzicht krijgen van wat
er allemaal in zit, wat sowieso uitgefaseerd wordt en waar actief
gesprekken over langzaamaan overdragen gevoerd worden?
Staatssecretaris Eerenberg:
Mevrouw Van Eijk heeft mijn voorzichtigheid goed bespeurd. Derden
rekenen er nu op dat het zo is afgesproken. Uw vraag is om het overzicht
actueel te houden en dit te zien. Dat zeg ik u zonder meer toe. We zijn
dus partijen eraan aan het herinneren: let op, u heeft iets bij de
Belastingdienst staan waar we wat ons betreft naar moeten kijken. We
doen dat echter wel vanuit het respect dat mensen er ook op moeten
kunnen rekenen dat als het nou eenmaal bij ons stond, dat ook niet
zomaar weggaat.
De voorzitter:
Komt u daar in de herfstbrief dan weer op terug? Of doet u dat in een
andere stand-van-zakenbrief?
Staatssecretaris Eerenberg:
Laat ik dat gewoon in de herfstbrief doen, want dan houden we het een
beetje bij elkaar.
De voorzitter:
Oké. Dan kunt u uw betoog vervolgen.
Staatssecretaris Eerenberg:
We zitten dus in het blokje diversen.
Dan heb ik een vraag over de transparantie bij belastingen versus de
fiscale geheimhoudingsplicht. Daar zaten twee vragen in. Een ging
eigenlijk over de energie die daarin zit. Ja, ik vind dat u in beginsel
als Kamer altijd uw werk moet kunnen doen. Als er grote zorgen zijn of
als er grote nieuwe constructies aan het licht komen, waar u een debat
over wil voeren, dan moet u in staat gesteld worden om dat te kunnen
doen. Als wij eraan kunnen bijdragen om dat beter te faciliteren, dan
vind ik dat wij dat moeten doen, omdat dat gewoon hoort bij het
onderlinge verkeer tussen Kamer en kabinet. Ja, daarin zit dus energie.
Tegelijkertijd moeten individuele belastingplichtigen erop kunnen
rekenen dat we voorzichtig met hun gegevens omgaan. Dat is het
spanningsveld. Ik zou het volgende willen voorstellen. Er is nu een
nieuwe country-by-country reporting — ik moest even de precieze term
opzoeken — waarin veel transparanter op allerlei rulings rondom dit type
constructie wordt teruggekeken. Daar wordt dit jaar voor het eerst een
rapportage van openbaar gemaakt. Ik zou met u willen kijken of die
rapportage — ik weet helaas niet wanneer die precies komt, maar
misschien weet ik dat straks op wonderbaarlijke wijze wel; dat kan
zomaar gebeuren — voldoet aan uw behoeften. Als dat niet het geval is,
ga ik graag het gesprek aan met uw commissie of er iets extra's nodig is
en of dat dan mogelijk is. Ik denk echter dat dit al een stap in de
goede richting is.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is het inderdaad goed om die rapportage af te wachten. We
hebben inderdaad sinds een paar jaar nieuwe regels, die nu eigenlijk pas
zichtbaar gaan worden. Ik memoreer vooral aan het punt — daar ben ik
blij mee — dat u zegt: als er iets op tafel komt, bijvoorbeeld iets
schokkends in de krant of een lek, dan ben ik bereid te kijken hoe wij
als Kamer goed kunnen worden geïnformeerd. Het gaat dan met name om
artikel 67, lid 2 en lid 3 van de AWR, waardoor je als staatssecretaris
uitzonderingen kunt maken. Ik hoop inderdaad op een ruimhartige houding,
mocht het nodig zijn. Ik hoop natuurlijk dat het niet nodig is. Dat zou
helemaal mooi zijn. Maar als er weer een lek of een schandaal is, zou
het fijn zijn om als Kamer echt snel te kunnen kijken hoe we deze
misstanden zo snel mogelijk kunnen oplossen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik denk dat de heer Stultiens en ik het met elkaar eens zijn.
Dan ga ik naar het fiscaal bodemvoorrecht, voorzitter. Dat was een
ingewikkelde vraag, in de blessuretijd van de bijdrage van de heer
Oosterhuis. Gelukkig kan ik die relatief simpel beantwoorden. Daar loopt
namelijk al een onderzoek naar. Voor de zomer van '26 kan ik u
informeren wat dat onderzoek oplevert. Daarin worden overigens
verschillende scenario's uitgewerkt. Dat gaat over de volgorde van de
Belastingdienst in de rij van schuldeisers en wat je daaraan zou willen
doen. U krijgt dit dus nog voor de zomer. Dat is een nieuwe
toezegging.
Dan ga ik naar een vraag van DENK over de aangiftecampagne, namelijk:
hoe zit het met het online zijn daarvan? Dat ging eerlijk gezegd
relatief goed. Ik snap dat u misschien de ervaring heeft gehad dat het
even druk was. Dat was ook niet helemaal te voorkomen. Op één moment
heeft de site er even uit gelegen. Ik ga u ook heel precies zeggen hoe
dat is gegaan, zodat ik niet ga improviseren. Dat was in het eerste
weekend, in de eerste nacht tussen 0.45 uur en 1.15 uur. Toen heeft het
er echt uit gelegen. Ik weet niet of ik nu het tijdstip waarop u uw
aangifte heeft gedaan, verklapt heb. Maar toen heeft het er echt even
uit gelegen. Op andere momenten kan het, als het wat druk is, even wat
trager zijn of kan het zo zijn dat je even naar een pagina geleid wordt
waarop staat: let op, het is even druk. Maar ja, we leren er elk jaar
van. We evalueren elk jaar aan het eind van de campagne of er toch nog
iets aan capaciteit bij gezet moet worden. Tegelijkertijd, alles wat je
ontwerpt op piekcapaciteit is altijd heel inefficiënt, want dan ga je
hele dure maatregelen nemen voor een heel kort moment. Dat is dus ook
altijd een dilemma.
Dan een vraag over box 3. Daar hebben we het vorige week volgens mij
uitgebreid over gehad. U vroeg: hoe is dat nou gegaan? Ik zal een korte
samenvatting geven. Er is toenemende onrust over box 3. Een gedeelte van
die onrust is terecht. Een gedeelte van die onrust is ook gestoeld op de
zorgen die mensen zich maken. Het zorgen maken op zichzelf is al iets
wat iets in gang zet. Ik heb daarover gesproken met mijn collega, de
minister. We hebben gezegd: daar moeten we wat mee. U heeft gezien dat
dat ertoe heeft geleid dat er nu een brief bij u ligt over hoe dat
proces eruitziet. We gaan verzachtingen onderzoeken. Waar ons dat gaat
brengen, weet ik ook niet, maar het wordt in ieder geval stevig
doorwerken richting de zomer, om te kijken waar we dan zijn. Vorige week
heb ik daar volgens mij veel meer over gezegd. Ik houd het dus bij deze
samenvatting.
Voorzitter. Dan de turboliquidaties. Dit ligt op het beleidsterrein van
het ministerie van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris van JenV
is verantwoordelijk voor de hele regelgeving rondom
turboliquidaties/plof-bv's. U zegt: wij zien andere getallen in de media
dan de getallen die wij van het kabinet krijgen. Ik zal de
staatssecretaris die vraag doen doorgeleiden, zodat zij erop terug kan
komen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Hier schuurt het een beetje, namelijk dat het op meerdere terreinen
ligt. Ik snap dat JenV verantwoordelijk is voor deze rechtsvormen. Maar
goed, de Belastingdienst heeft er ook last van als we geldinkomsten
mislopen. Er ligt al jaren een rapport op de plank bij de
Belastingdienst dat hiernaar keek. Ik neem aan dat de staatssecretaris
zelf ook nieuwsgierig is naar het antwoord op de vraag hoeveel
belastingen wij mislopen door deze constructies. Zijn eigen ambtenaren
hebben dit rapport, dat we vandaag bespreken, namelijk geschreven. Ik
ben benieuwd of hij die nieuwsgierigheid deelt en of hij het met ons
eens is dat we nog beter in beeld moeten krijgen in hoeveel gevallen er
echt sprake is van misbruik. Ik denk dat dat beter is dan alleen maar
zeggen: je moet bij JenV zijn.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik ben een nieuwsgierig mens, dus u hoeft zich daarover geen zorgen te
maken. Tegelijkertijd ben ik evenzo collegiaal als nieuwsgierig. De
uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt dus bij de staatssecretaris van
Justitie en Veiligheid. Ik zal ervoor zorgen dat ik niet zomaar even
mailtje stuur met "dit wil deze commissie weten", maar dat wij er echt
even samen in optrekken.
Ik ga naar de laatste drie vragen, voorzitter, volgens mijn
administratie. Het is altijd spannend of die overeenkomt met uw
administratie. Die vragen gaan over discriminatie, RAM en algoritmes.
Die zijn namelijk ook met elkaar verbonden. Ik begin even bij de
bovenliggende vraag of discriminatie en het tegengaan van discriminatie
door data en door AI prioriteit is. Het antwoord is ja. U heeft net
hopelijk aan mij gemerkt dat elke keer als ik "AI" zeg, ik er een komma
achter zet en zeg dat het ook gaat over de zorgvuldigheid waarmee je AI
inzet en de ethische grenzen die daaraan zitten. Het is ook iets wat bij
de Belastingdienst prioriteit heeft. Er wordt dus heel veel gewerkt aan
het overbrengen van kennis hierover. Er wordt ook echt gewerkt met
instrumenten hoe je met ethische dilemma's daarover omgaat. Het korte
antwoord op de vraag of het prioriteit heeft, is ja. Een van de
instrumenten die we hebben, is het publiceren van algoritmes, zodat ook
anderen kunnen beoordelen hoe die algoritmes zijn. Daar zijn criteria
voor. Die algoritmes bij de Belastingdienst zijn langs die criteria
gelegd. Dat betekent dat er 70 publicatieplichtig zijn. Alle 70 zijn
inmiddels ook gepubliceerd. De overige zijn dat dus niet, omdat die niet
publicatieplichtig zijn.
Dan RAM. Ik heb gezien dat mijn voorganger heeft gezegd wat hij gezegd
heeft: dat is gewoon foute boel. Ik kan er eerlijk gezegd geen andere
woorden aan geven dan dat. Het was niet goed. Het had nooit mogen
gebeuren. Tegelijkertijd hebben we er nu naar te handelen. We doen daar
nog steeds onderzoek naar. In die zin kan ik nu dus ook nog niet alle
antwoorden geven die de fractie van DENK wil. Bij dat onderzoek heb je
het niet alleen over hoeveel RAM-sheets er zijn, maar ook over hoeveel
RAM-achtige sheets. Er zijn dus ook vergelijkbare sheets bij de
Belastingdienst. Er wordt nu met man en macht gekeken hoeveel het er
zijn en waar die zijn. Dan komt de vervolgvraag: wat is daarmee gedaan?
Die vraag is heel moeilijk te beantwoorden, want soms is er niks mee
gedaan en is het ook helemaal niet eenvoudig vast te stellen wat dat
betekent voor de mensen die in die informatiebron zitten. We moeten dat
wel doen, maar dat onderzoek loopt dus nog.
Voorzitter. Ik heb gezegd dat ook de Dienst Toeslagen wat mij betreft
betrokken moet gaan worden bij dat onderzoek. Er gaat nu dus ook gekeken
worden of er RAM-sheets of RAM-achtige sheets bij de Dienst Toeslagen
gebruikt zijn. Dat maakt het onderzoek dus nog wat groter, maar ik denk
dat we dat maar beter in één keer kunnen bekijken en niet achter elkaar.
Het eerste beeld is dat het toch echt om duizenden sheets gaat. Soms
zijn dat ook weer varianten op thema's. Die lijken dan ook weer heel erg
op elkaar. We zullen er dus echt zorgvuldig in moeten duiken. Het heeft
aandacht en prioriteit, ook omdat je je erover moet verantwoorden, niet
alleen naar u, maar ook naar inwoners die zich zorgen maken over wat het
betekent als ze in zo'n sheet hebben gestaan.
Uw vraag of het verstandig is om iedereen die in zo'n sheet heeft
gestaan een brief te sturen, ga ik nog niet beantwoorden, niet omdat ik
dat niet zou willen, maar omdat ik vind dat we dat heel weloverwogen
moeten doen. Zo'n brief op je deurmat krijgen heeft namelijk ook impact.
We doen misschien wel het slechtste van twee werelden als iemand een
brief krijgt waarin staat dat hij in een RAM-sheet heeft gestaan, maar
we vervolgens niet kunnen zeggen wat dat betekent. Dan maken we mensen
ongerust zonder te kunnen zeggen wat hun handelingsperspectief is.
Ik snap het ongeduld van de fractie van DENK goed, maar ik wil toch het
onderzoek afwachten en dan naar bevind van zaken handelen. Dat is hoe ik
er nu in sta. Aangezien het zo'n belangrijk dossier is, zeg ik u toe dat
ik elke keer als ik u een stand-van-zakenbrief stuur, gewoon zal laten
zien hoe het onderzoek ervoor staat. Als ik u meer kan vertellen, dan
doe ik het uiteraard. Als ik weet hoe we moeten gaan handelen, ga ik het
ook doen. Maar het zal toch een beetje vanuit deze zorgvuldigheid
moeten.
Voorzitter. Dat waren wat mij betreft de vragen in de eerste
termijn.
De heer Ergin (DENK):
De voorganger van deze staatssecretaris gaf aan — ik citeer — "dat hij
zijn stinkende best zou doen om alles boven tafel te krijgen". Het
onderzoek zou volgens de voorganger van de staatssecretaris eigenlijk
stoppen na de KPMG-rapportage. Dat was echt een heel uitgebreid
onderzoek. Tegelijkertijd zien we dat er een ADR-onderzoek bij is
gekomen. De staatssecretaris geeft nu aan dat er nog verder onderzoek
gedaan gaat worden. Kan de staatssecretaris nou toelichten welke
onderzoeken er zijn? Wat wordt er precies onderzocht? Wanneer worden die
onderzoeken verwacht afgerond te zijn?
Staatssecretaris Eerenberg:
Kijk, die RAM-sheets zijn foute boel. Het onderzoek dat nu loopt, gaat
dus over de vraag waar die allemaal staat. Alle systemen moeten dus
doorlopen worden, zo van: waar staan die? Als je die gevonden hebt, is
de vraag: hoe komen die daar en waarvoor zijn die gebruikt? Dat is het
onderzoek. Ik heb dus gezegd: ik wil dat onderzoek graag verbreden naar
de Dienst Toeslagen, omdat ik wel vind dat je in één keer eigenlijk moet
kunnen zeggen wat nou het beeld is dat wij hebben rondom die RAM-sheets.
Dat is allemaal niet eenvoudig, hoor, want je moet ook soms jaren
terugkijken. Daarom is het ook moeilijk om een datum te noemen waarop
dat onderzoek is afgerond, anders dan dat ik u er gewoon periodiek over
ga informeren. Zodra we het beeld hebben, ga ik u natuurlijk ook
voorstellen doen over hoe we daarnaar te handelen hebben.
De heer Ergin (DENK):
De staatssecretaris kan toch niet aan de ene kant zeggen dat hij zijn
stinkende best gaat doen om alles boven tafel te krijgen en
tegelijkertijd geen antwoord geven op de simpele vraag wanneer het
streven is dat er een einde komt aan al het onderzoek? Wanneer stappen
we over naar het daadwerkelijk — laat ik het zo zeggen — herstellen van
het vertrouwen van mensen? Daar moet de staatssecretaris toch antwoord
op kunnen geven?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik ben het met heel veel elementen in uw vraag eens. Omdat ik net heb
gezegd wat ik heb gezegd — die RAM-sheets deugen niet — hebben wij een
dure plicht om ervoor te zorgen dat wij te doen hebben wat wij te doen
hebben als mensen een nadelig effect hebben gehad van het verschijnen in
zo'n RAM-sheet, en dat weten we niet, want daarover gaat het onderzoek.
Daar zou ik precies dezelfde woorden bij willen gebruiken als u. Alleen,
ik vind het ook mijn rol en zorgvuldig om dat pas te doen als mensen er
daadwerkelijk nadeel van hebben ondervonden. Dat zou overigens zomaar
kunnen, dus ik wil daar helemaal niet voor weglopen. Maar ik zou het ook
niet goed vinden voor mensen, zeker niet als dat bijvoorbeeld mensen in
een kwetsbare positie zijn, als zij een brief — daar is-ie weer — van de
Belastingdienst krijgen waarin staat: u bent gevonden in een RAM-sheet,
maar wij weten ook nog niet wat het betekent als iemand daarin heeft
gestaan. Het vraagt ook nog wat om dat goed uit te leggen, in een taal
die mensen begrijpen. Ik vind dat geen goede brief om te sturen. Het
feit dat we het nu naar Toeslagen hebben verbreed, betekent dat het
onderzoek langer gaat duren, maar we kunnen er straks wel beter naar
handelen. Stel dat iemand op twee plekken voorkomt, bij de
Belastingdienst en bij de Dienst Toeslagen. Dan kan ik veel gerichter en
misschien ook wel eerder het juiste doen dan wanneer ik nu zou haasten
met het onderzoek bij de Belastingdienst en er daarna erachter zou
komen: o, bij Toeslagen moet misschien ook wat gebeuren. Ik vrees dus
dat ik het ook niet mooier kan maken dan dit. Het neemt niet weg dat …
Nou ja, "stinkende best" zijn uw woorden, maar dat zijn we nog steeds
aan het doen.
De heer Ergin (DENK):
En hier wringt precies de schoen. De staatssecretaris zegt namelijk: ik
ga alles onderzoeken en ik ga mijn stinkende best doen, maar alleen als
er nadelige gevolgen zijn geweest. Dat zien we dus ook terug in die
onderzoeken, waarbij er alleen onderzoek is gedaan binnen die
postcodelijst als er mogelijk juridische fouten waren, terwijl we bij
DUO hebben gezien dat je op basis van onderzoek naar postcodes ook
indirect kunt discrimineren. Daar kijkt de staatssecretaris niet naar.
In de onderzoeken waar we nu naar kijken, gaat het helemaal niet over
aanvullend toezicht of vraagbrieven, terwijl dat ook gewoon heel
duidelijke vormen van ongelijke behandeling zijn. Ja, natuurlijk moeten
we eerst oog hebben voor mensen die nadelige financiële gevolgen hebben
gehad, maar we moeten toch ook op z'n minst tegen mensen kunnen zeggen
of ze eerlijk zijn behandeld en of ze gelijk zijn behandeld. We hebben
in dit land nota bene het recht op gelijke behandeling. Maar dat stukje
— dat is denk ik het grootste deel waar de fouten zijn gemaakt — wil de
staatssecretaris niet onderzoeken. Hoe kan de staatssecretaris nou nog
steeds beweren zijn stinkende best te doen om alles boven tafel te
krijgen, maar tegelijkertijd onderzoeken met een voet op de rem? Dat kan
toch niet?
Staatssecretaris Eerenberg:
De heer Ergin trekt allerlei conclusies over wat ik niet wil
onderzoeken. Ik hoor dat aan en denk dan: dat zijn precies de dingen die
we nu onderzoeken. Ik herken dus niet het beeld van "onderzoeken met de
rem erop". Ik herken wel het beeld van zorgvuldigheid. Het gaat
uiteindelijk namelijk ook over mensen. Op het moment dat wij met die
mensen in contact moeten treden — uit onderzoek zal moeten blijken of en
voor wie dat nodig is — wil ik ook het goede gesprek met die mensen
kunnen voeren. Dat kan ik nu nog niet. De elementen die u noemt, waar
ook ongelijkheid en onrecht in zitten, horen helemaal bij dat onderzoek.
Ik bied u ook op dit thema een technische briefing aan. Ik sta daar in
die zin ook heel open in. U spreekt dan met mensen die van dit onderzoek
over de hoed en de rand weten. Misschien kunt u dan ook een beetje
gevoel krijgen bij de vragen en daar misschien zelfs suggesties op doen.
Dat vind ik ook helemaal prima. Ons doel is namelijk ook gewoon om de
waarheid boven tafel te krijgen.
De heer Ergin (DENK):
Ik heb gelijk een suggestie voor de staatssecretaris, want ik heb daar
geen technische briefing voor nodig. In de onderzoeken die nog gaan
plaatsvinden moet er ook gewoon gekeken worden of er naar specifieke
mensen vaker vraagbrieven zijn uitgestuurd. We weten dat er 1,13 miljoen
mensen op die postcodelijsten staan. Een groot deel daarvan is buiten
het onderzoek gelaten. De staatssecretaris zou die uitbreiding kunnen
meenemen, zodat er wordt gekeken of specifieke mensen die op die lijst
staan, met specifieke bsn-nummers, zijn onderworpen aan extra toezicht.
Gaat de staatssecretaris ook daarnaar kijken? Volgens mij zit daar de
adder onder het gras. Daar gaan we echt zien wat voor onrecht mensen is
aangedaan. Maar ik lees continu in de brief van de staatssecretaris
terug dat hij zijn onderzoek richt op "nadelige effecten voor mensen".
Neemt de staatssecretaris deze drie concrete suggesties over?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik zal hier in de tweede termijn op terugkomen. U heeft het over
"concrete suggesties". Omdat het zo nauw luistert, wil ik hier niet
zomaar ja zeggen in dit debat. U vraagt ook naar bsn-nummers en zo. Ik
vind: als ik in dit debat ja zeg, dan moet ik het ook waar kunnen maken.
Zo'n onderzoek is zelf ook omkleed met allerlei waarborgen rondom
privacy. Daarom ben ik er altijd voorzichtig mee om hier op zo'n
concrete suggestie ja te zeggen. Als uw vraag is of dat onderzoek zich
richt op het onrecht wat mensen mogelijkerwijs is aangedaan, dan is het
antwoord: maar natuurlijk. De voorbeelden die u noemt, zijn evident
voorbeelden van onrecht. Ik merk dat u eigenlijk hartstikke veel goede
suggesties doet voor hoe je dat in zo'n onderzoek zou kunnen doen. Ik
doe dus nogmaals de suggestie: ga in gesprek met de onderzoekers en denk
mee. Dan kunnen we ook gebruikmaken van uw energie op dit vraagstuk. Ik
kan kijken of ik er in de tweede termijn iets over kan zeggen, maar u
merkt aan mij: dit gaat om een heel gevoelig en kwetsbaar onderwerp.
Daarbij is ook helemaal niet uit te sluiten dat de mensen in die sheets
tot kwetsbare doelgroepen behoren. Ik wil dus ook niet zomaar in dit
debat zeggen dat we het zus of zo gaan aanpakken om er vervolgens spijt
van te krijgen vanuit het belang van die mensen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag sluit hierop aan en gaat over de term "nadelig effect". De
Autoriteit Persoonsgegevens geeft aan dat zij vindt dat de
Belastingdienst te nauw kijkt naar de term "nadelig effect". Zij zegt
eigenlijk: de Belastingdienst vindt het pas een nadelig effect als je
een financieel nadeel hebt ondervonden. Tegelijkertijd zegt de
Autoriteit Persoonsgegevens: als jij bijvoorbeeld een extra controle
kreeg vanwege je nationaliteit of je postcode of als je op lijsten
belandt, waardoor je anders behandeld bent, zonder dat het leidt tot een
uiteindelijk financieel effect, is dat ook al een nadelig effect. De
vraag aan de staatssecretaris is eigenlijk: hoe kijkt hij naar de
kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens? Is hij bereid om de
definitie van de term "nadelig effect" te laten kloppen met wat de
Autoriteit Persoonsgegevens erover zegt?
Staatssecretaris Eerenberg:
In beginsel ben ik daar uiteraard toe bereid, want het gaat over
eventueel onrecht. Nogmaals, ik denk dat wij echt wel dingen gaan vinden
die als onrecht geclassificeerd kunnen worden. Daar maak ik me geen
zorgen over, of eigenlijk wel, eerlijk gezegd. Wat hier is gebeurd, is
gewoon niet goed. Maar u merkt aan mij: ik vind dat ik dat wel elke keer
in verbinding moet kunnen brengen met een handelingsperspectief voor de
betrokkenen. Daar zit voor mij de afweging in. Het is helemaal niet zo
dat ik het niet wil onderzoeken of niet wil weten, maar als je dan ...
Nee, ik ga ook niet in hypothetische situaties denken, omdat het
allemaal zo nauw luistert. Maar ik vind: als je ergens achter komt, dan
zou je als inwoner van het land of als belastingplichtige ook iets met
die conclusie moeten kunnen doen. Daarin zit nog even de zoektocht, maar
dat ik dit ter harte neem, zeg ik zonder meer toe, zowel richting u als
richting de heer Ergin.
De voorzitter:
Dank. Dan sluit ik hiermee de eerste termijn van de zijde van de
regering af. Dank aan de staatssecretaris. Ik denk dat we dan nog even
een tweede termijn kunnen doen, als u het kort en bondig houdt. De heer
Oosterhuis namens D66.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank, voorzitter. Ik zal het kort en bondig houden. Ik dank de
staatssecretaris voor zijn hele heldere beantwoording. Het is volgens
mij terecht gezegd: een goed functionerende Belastingdienst is
essentieel voor het vertrouwen in de overheid, een goed functionerende
overheid en het vestigingsklimaat.
Nog kort over de omzetbelasting. Volgens mij is de staatssecretaris zich
heel welbewust van de risico's en neemt hij nu hele verstandige
maatregelen. Ook de toegezegde second opinion is een verstandige
tussenstap.
Ik ben ook blij met de toezegging van de staatssecretaris om een heel
ambitieuze brief te sturen over de overige digitale ambities en met de
voortvarendheid waarmee hij daar de kennis en expertise van de
Belastingdienst voor in wil zetten om voorop te lopen. Ik snap heel goed
dat dit buitengewoon ingewikkeld is, maar ik hoop echt dat het een brief
wordt waarin niet "moeilijk, moeilijk" staat, maar waarin vooral in
kaart wordt gebracht wat er nodig is om dit wél te realiseren. Ik wil de
staatssecretaris dus vooral aanmoedigen om die spirit vast te houden. De
enige vraag die ik daar nog bij heb, is: wanneer kunnen wij die brief
verwachten?
De voorzitter:
Ik dacht dat ik gehoord had dat dat in mei of juni was, maar dat vragen
we nog even aan de staatssecretaris. Mevrouw Van Eijk.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank je wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de
uitgebreide beantwoording van de gestelde vragen. Op het punt ten
aanzien van de fraudebestrijding of belastingfraude en ondermijnende
criminaliteit wil ik graag nog doorpakken, dus bij dezen vraag ik een
tweeminutendebat aan.
Ik heb één punt in de eerste termijn niet kunnen benoemen. Dat wil ik
hier nog wel doen. Dat gaat over de belasting- en invorderingsrente,
over de uitspraak van de Hoge Raad en over het feit dat we al een paar
jaar geleden een brief hebben gehad met een aantal beleidsopties die
zouden moeten leiden tot een meer integrale visie op belasting- en
invorderingsrente. Dat is eigenlijk iedere keer vooruitgetrapt. Ik zou
aan deze staatssecretaris willen vragen of hij dit dossier oppakt en, zo
ja, wanneer we zijn visie op die systematiek tegemoet kunnen zien.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Inge van Dijk namens het CDA.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Nogmaals dank voor de mooie opening, voor het
verhaal van de medewerkers die graag een extra stap willen zetten en
voor het oog voor alle vrijwilligers die nu ook extra stapjes zetten om
belastingplichtigen te helpen.
Dank voor de toezegging om met de groep van de petitie voor gedupeerde
ondernemers in gesprek te gaan. Ik hoor heel graag wat de afdronk
daarvan is, ook omdat ik zelf gewoon echt wel worstel met het onderwerp,
omdat het zo groot en veel is, maar we wel met elkaar voelen: hier zit
iets, maar hoe gaan we nou aan het juiste draadje beginnen te
trekken?
Ook dank voor de toezegging over het onderzoek naar proactief uitkeren.
Ik snap dat het complex is. Ik weet dat het gevoelig ligt voor de
uitvoering. Wellicht zou Tax 3.0 daarin kunnen helpen. Daarbij zou ik
willen zeggen: het is heel goed om nee te zeggen, maar dan natuurlijk
niet tegen mijn fantastische ideeën.
De voorzitter:
De heer Hoogeveen namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Ook dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording
van de vragen. Ik denk dat het goed is dat er nu gekeken wordt naar het
aanbieden van alternatieven vanuit de Belastingdienst in het geval er
structuurwijzigingen door de Kamer worden voorgesteld. Ik heb nog eens
teruggekeken naar hoe het in box 3 stond. Daar stond gewoon letterlijk:
het is daarom nu niet mogelijk om een invoeringsdatum te noemen voor
structuurwijzigingen, afgewogen tegen de andere wensen in de keten van
inkomensheffingen. Ik wil aan de staatssecretaris vragen of dit een
formele toezegging is en of hij ook bereid is om te kijken of dat al bij
het Belastingplan 2027 kan worden doorgevoerd, ook aangezien de
capaciteitsdruk, zoals wordt aangegeven door de Belastingdienst, dan al
afneemt. Die laatste vraag was namelijk niet beantwoord.
Dank u wel.
De voorzitter:
De heer Stultiens.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank. Goed om te weten dat op dit moment zo'n 28.000 mensen dit debat
volgen bij de Belastingdienst. Ik wil de complimenten aan iedereen die
daar werkt, onderstrepen. Ik doe ook een oproep aan alle jonge
fiscalisten die nog twijfelen: ga vooral bij de Belastingdienst werken.
Het is hartstikke mooi om te werken voor de publieke zaak.
Ik ben blij ... Nee, dat zijn te grote woorden, maar het is goed dat er
in de komende maanden een onderzoek komt naar de btw-systematiek, of de
uitbesteding van het systeem aan het Amerikaanse bedrijf. De vraag is
met name: zijn de risico's aanvaardbaar? Volgens mij is dat een
belangrijke vraag, zodat we niet over een paar jaar zeggen: o, hadden we
toch maar ingegrepen, want nu zijn we inderdaad de klos. Er werden
vandaag een paar argumenten genoemd, zoals dat we het vorig jaar in
maart al hebben besloten. Voor een deel is dat waar, maar sinds die
datum hebben we ook voor 100 miljard aan defensie-uitgaven opgeplust
voor de komende tien jaar. Er is nogal wat veranderd in de wereld. Ik
wil ook dat benoemd hebben. Daarnaast klinkt het argument: we hebben al
Amerikaanse software. Dat klopt, maar volgens mij willen we toe naar
afbouwen en autonoom zijn. Dan is het wel riskant om nu juist extra
afhankelijk te worden. Daarom hebben wij die zorgen nog steeds. We
wachten dus af wat er in de komende maanden aan komt. We zullen zeker
ingaan op de uitnodiging voor een briefing. Volgens mij is dat een heel
goed idee.
Dan nog kort de turboliquidaties. Eigenlijk zei mevrouw Van Dijk het
best goed, namelijk: we hebben nog wat meer informatie nodig. Ook
hierover overweeg ik dus misschien een briefing aan te vragen met de
onderzoekers van de Belastingdienst zelf en met het WODC. Die hebben
onderzoek gedaan om beter in beeld te krijgen: loop je nou dingen mis of
niet?
Tot slot heb ik één vraag over discriminatie nog niet kunnen stellen. Er
is vorig jaar een motie van de heer Van Nispen aangenomen over een
discriminatietoets voor de publieke dienstverlening. De vraag is
eigenlijk: in hoeverre wordt die ook toegepast door de
Belastingdienst?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot de heer Ergin namens DENK.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank je wel. Als het goed is, komt de staatssecretaris nog
terug met de beantwoording van mijn vraag over de reikwijdte van de
onderzoeken over het RAM, dus die wacht ik zeker af. Ik vind het best
wel bijzonder dat de staatssecretaris in het debat eigenlijk even
aankondigt dat er onderzoeken worden gedaan, maar niks kan zeggen, ook
geen indicatie kan geven, over een eventueel tijdpad. Dat vind ik best
wel bijzonder.
Ik kan nu hele ferme conclusies trekken, maar ik wil eerst luisteren
naar de tweede termijn van de staatssecretaris. Ik moet echter heel
eerlijk zeggen: ik ben niet echt blij met de stappen die we in de
afgelopen periode hadden kunnen maken, maar niet hebben gemaakt ten
aanzien van het boven tafel krijgen van de waarheid wat betreft het RAM.
Ik hoop dat we hier met de staatssecretaris echt stappen in kunnen
zetten, want dit is een onderwerp waarbij heel veel mensen onrecht is
aangedaan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dit was de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk
even naar de staatssecretaris. We gaan vijf minuten schorsen en dan
krijgen we een antwoord. We zijn even geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het vervolg van het debat over
de Belastingdienst van de vaste Kamercommissie voor Financiën. We zijn
toe aan de tweede termijn van de zijde van de regering en ik geef het
woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank u wel. Ik ga eerst maar even naar de gestelde vragen in
de tweede termijn en dan naar de zaken die ik zelf naar de tweede
termijn had doorverwezen. De brief over op kop lopen in autonoom worden,
inclusief grote ambitie en tegelijkertijd eerlijkheid over welke
dilemma's daarbij spelen, kunt u voor de zomer tegemoetzien. Ik probeer
de brief over het omzetbelastingsysteem daar wel los van te houden, want
ik denk dat het anders te veel door elkaar heen gaat lopen. U krijgt 'm
nog voor de zomer.
Dan het integraal oppakken van de verschillende
belastinginvorderingsrentes. Inmiddels is de wereld wel weer een beetje
veranderd door de Hoge Raad. Het is dus misschien goed om toe te zeggen
dat ik in de stand-van-zakenbrief van komende herfst terugkom op die
oude toezegging om tot een integraal belastinginvorderingsrentebeleid te
komen en hoe dat zich nu verhoudt tot de laatste uitspraken van de Hoge
Raad. Die heeft natuurlijk al een aantal rentes van rechtswege
aangepast. Allicht is de opgave dus wat minder groot dan die in het
verleden leek. Ik pak 'm op en kom erop terug in de
stand-van-zakenbrief.
Ik dank mevrouw Van Dijk voor het onderstrepen van een aantal zaken. Ik
ga u niet beloven dat ik nimmer "nee" tegen u zal zeggen, maar ik heb uw
specifieke wens daarover goed gehoord.
Dan richting de heer Hoogeveen. Is het een formele toezegging dat ik
vaker dilemma's met u zal delen in plaats van zeggen of iets wel of niet
kan? Ik heb gezegd dat ik zo graag wil gaan werken. Ik weet niet of u
dat in uw systematiek als een toezegging over de werkwijze wilt
opschrijven? Ik denk dat u in dit soort debatten vaker dit type antwoord
van mij gaat krijgen.
De voorzitter:
De afspraak is dat een toezegging in een apart document wordt
teruggerapporteerd. Dat wordt ook genoteerd.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het ging mij ook specifiek om het volgende. Over een niet al te lange
tijd gaan we over tot het debat over het Belastingplan. Krijgen we dan
beter inzicht in hoe de verschillende paden lopen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat was het tweede punt uit uw tweede termijn. Dat komt bij die bijlage
bij Prinsjesdag over alles rondom uitvoerbaarheid. Ook richting de heer
Oosterhuis heb ik daarvan gezegd dat we een heel goede foto gaan maken
van hoe we ervoor staan in het hele IT-vraagstuk.
Dan de discriminatietoets. Ook wij gaan die gebruiken, onder begeleiding
van de staatscommissie, dus: ja.
Dan de drie concrete onderzoekssuggesties vanuit DENK. Ook omwille van
de tijd zeg ik het volgende. Nogmaals, ik voel precies wat u voelt. Dit
is niet goed gegaan. Er zitten allemaal donkere kanten aan.
Tegelijkertijd is het ook onze verantwoordelijkheid om dan heel precies
te zijn. Waar heeft het zich nou wel voorgedaan en waar heeft het zich
niet voorgedaan? Daarna moeten we orde op zaken stellen. U zegt: zo'n
technische briefing zou van mij niet hoeven. Maar uw buurman ziet daar
wel de meerwaarde van in, als ik dat goed heb begrepen. Ik zeg u toe dat
we die technische briefing met die onderzoekers gaan aanbieden. Dan kunt
u helemaal zien hoe het in elkaar zit, wat de dillema's zijn, wat je wel
en niet kan zien. U kunt dan meepraten en meedenken. Ik vind ook dat ik
het in het verkeer tussen u en kabinet weer netjes moet afhechten. Na de
technische briefing stuur ik u dan dus een brief, waarin allicht ook
conclusies uit die technische briefing een plek kunnen krijgen. Als ik u
een brief stuur, kunt u mij er ook aan houden; zo werkt het natuurlijk
ook. In die brief zal ik dan ook op die drie concrete suggesties ingaan.
Dan kan ik dat namelijk ook even netjes bespreken met de mensen die het
onderzoek doen. Ik begrijp dat u zegt: noem nou een termijn. Als wij het
onderzoek niet hadden verbreed naar toeslagen, had ik een termijn kunnen
noemen. Dan had ik gezegd: we kunnen voor de zomer kunnen zeggen waar we
nu staan. Maar nu we 'm gaan verbreden naar toeslagen, waarvan ik denk
dat het echt beter is voor de mensen om wie het gaat, kan ik nog niet
zeggen wat dat betekent voor de doorlooptijd. Ik heb dat vorige week pas
gezegd. Ik hoop wel dat u aan mij merkt dat het onderzoek daarmee beter
wordt, omdat we de noodzaak van de orde op zaken stellen in dit dossier
vergroten.
Dan ga ik naar de vragen die ik mijzelf heb gesteld in de tweede
termijn. Dat is een bijzonder construct! Ik mag een ordegroottebedrag
noemen zonder dat ik in juridische problemen kom met de leverancier voor
het omzetbelastingsysteem. De looptijd is 20 jaar, de ordegrootte is 200
miljoen.
Dan de vraag wanneer het OESO-rapport over die country-by-country
reporting gepubliceerd wordt. Dat is in de zomer. Dat is nieuw in het
assortiment.
Dan de vraag van de VVD over de uitfasering van Cool:Gen. Die is in 2028
helemaal afgerond. Je zou de inkomstenheffing dan normaal gesproken
gewoon naar een volgend niveau hebben gebracht, maar daar komt box 3
natuurlijk weer bij, dus je blijft doorontwikkelen. De
arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen is ook zoiets wat
er weer bij komt, maar de grote brok heb je toch in 2028 afgerond.
Over de discriminatietoets en het integrale beleid op rentes had ik het
al gehad. Dan ben ik rond in de tweede termijn.
De voorzitter:
Heel hartelijk dank, ook aan de leden voor hun inbreng. Ik ga even de
toezeggingen voorlezen; het is toch best wel weer een serie. Dan horen
we van de staatssecretaris of van de leden wel of ze correct
geformuleerd zijn.
Een toezegging aan het lid Inge van Dijk: de staatssecretaris zal ten aanzien van de autonomie van de IT-systemen de Kamer voor de zomer samen met de staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit nader informeren, ook ten aanzien van andere systemen in de aanbestedingsregels.
Een toezegging aan de hele commissie: ten aanzien van de modernisering van het omzetbelastingsysteem en de mitigerende maatregelen van risico's, zal de staatssecretaris uiterlijk in juni voorafgaand aan de eerste fase deze risico's en de aanvaardbaarheid daarvan door een onafhankelijke derde laten beoordelen en de Kamer hier nader over informeren.
Een toezegging aan het lid Van Eijk: de staatssecretaris zal ten aanzien van de uitfasering van Cool:Gen en de voltooiing van de modernisering en ruimte daarna de Kamer nader informeren.
Waarschijnlijk gebeurt dat in de voortgangsbrief in de herfst. O, dat zit in de bijlage bij het Belastingplan.
Een toezegging aan het lid Oosterhuis en het lid Hoogeveen: de staatssecretaris zal ten aanzien van de planning met Prinsjesdag een bijlage over de uitvoerbaarheid aan de Kamer sturen, waar ook het vorige onderwerp dan in meegenomen wordt.
Een toezegging aan het lid Inge van Dijk: de staatssecretaris zal de Kamer na het zomerreces in de volgende stand-van-zakenbrief, in de herfst, informeren over de uitvoering van het handvest voor belastingbetalers en toeslaggerechtigden.
Een toezegging aan het lid Van Eijk: de staatssecretaris zal ten aanzien van de grondslag voor gegevensuitwisseling de Kamer in de volgende stand-van-zakenbrief, de herfstbrief, nader informeren.
Een toezegging aan het lid Oosterhuis: de staatssecretaris zal in de volgende stand-van-zakenbrief aan de Kamer nader ingaan op de taakstelling en de capaciteit van de Belastingdienst en de slagvaardige overheid.
Ook daarbij gaat het dus om de herfstbrief.
Een toezegging aan het lid Oosterhuis: de staatssecretaris zal de brieven van de Belastingdienst extern laten bezien en de Kamer in de volgende stand-van-zakenbrief nader informeren.
Daarbij ging het om de organisatie Meetellen. Dat komt dus ook in de stand-van-zakenbrief.
Een toezegging aan de hele commissie: de staatssecretaris zal de Kamer terstond informeren over de gevolgen van de beoordeling van de selectie-uitvraag door de Autoriteit Persoonsgegevens.
Klopt die laatste toezegging zo, staatssecretaris?
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, zodra er een kink in de kabel komt, om het zo maar eens te
noemen, informeer ik de Kamer terstond; dat was ook de wens van de heer
Oosterhuis.
De voorzitter:
Oké, dat voegen we toe.
Een toezegging aan het lid Van Eijk: de staatssecretaris zal ten aanzien van de uitvoering van niet-fiscale regelingen in de stand-van-zakenbrief, in de herfst, de Kamer een overzicht geven van de stand van zaken van de uitfasering daarvan.
Een toezegging aan de hele commissie: de staatssecretaris zal de country-by-country reporting in de zomer aan de Kamer doen toekomen.
Een toezegging aan het lid Oosterhuis: de staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer nader informeren over het fiscaal bodemvoorrecht.
Wordt dat een aparte brief, staatssecretaris?
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, ik kan me voorstellen dat die gewoon in de
stand-van-zakenbrief meeloopt.
De voorzitter:
Is dat akkoord, meneer Oosterhuis? Ja. Dan doen we dat ook in de
stand-van-zakenbrief.
Een toezegging aan het lid Ergin. De staatssecretaris zal de resultaten van het nadere onderzoek naar het RAM in elke volgende stand-van-zakenbrief aan de Kamer opnemen. Ook zal hij na een technische briefing in ieder geval een brief aan de Kamer sturen en ingaan op de vragen van de heer Ergin over het betrekken van een aantal suggesties bij dat onderzoek.
Meneer Stultiens, wilt u iets zeggen op dit punt?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ja, op dit punt, voordat het straks lijkt alsof ik mijn interesse ben
verloren: mijn briefingverzoek ging inderdaad over de omzetbelasting en
over de plof-bv's. Ik ben dus niet tegen een briefing over RAM. Dat
zullen we bespreken in de pv.
De voorzitter:
Dat misverstand is rechtgezet, maar van alle technische briefings moet
ook in de pv worden besproken of we ze gaan organiseren.
De heer Ergin (DENK):
Ik wil erbij vermelden dat ik er waarde aan hecht dat de brief voor het
tweeminutendebat gestuurd zal worden.
De voorzitter:
Ja, dat is een wens, maar dat hangt dan ook weer af van een technische
briefing; dat kan enige invloed hebben op het tweeminutendebat.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dat tweeminutendebat heeft geen haast. Ik weet niet of het invloed heeft
als ik dat hier uitspreek. Voor de zomer zou fijn zijn.
De voorzitter:
Dat helpt. Dan komen we er vast uit met de planning.
De laatste toezegging is aan het lid Van Eijk. De staatssecretaris zal ten aanzien van het integraal oppakken van de invorderingsrente de Kamer in de stand-van-zakenbrief in de herfst informeren.
Mevrouw Van Eijk heeft het tweeminutendebat dus formeel aangevraagd.
Dan moeten we in de volgende pv even bezien wanneer die technische
briefing kan plaatsvinden. We zullen in overleg met de griffie kijken
wanneer dan het tweeminutendebat kan worden ingepland.
Dan zijn we erdoorheen. Prima. Hartelijk dank allemaal. Het is een
kwartier voor tijd, dus degene die trek heeft, kan aan de slag.
We zijn gesloten.
Sluiting 12.44 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|