Wijziging wetsvoorstel verhoging strafmaxima grootschalige drugscriminaliteit (Kamerstuk 36705)
Brief regering
Nummer: 2026D40258, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 16:04, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z17594:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-09-09 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Het wetsvoorstel tot wijziging van de Opiumwet in verband met de verhoging van het wettelijk strafmaximum van het aanwezig hebben, de handel, de productie en de in- en uitvoer van verdovende middelen als bedoeld in lijst I bij de Opiumwet (hierna: het wetsvoorstel of het wetsvoorstel verhoging strafmaxima grootschalige drugscriminaliteit)1 is aangemeld voor plenaire behandeling. Met het oog op die behandeling stel ik u, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op de hoogte van het voornemen om bij de invulling van het begrip ‘een grote hoeveelheid’ harddrugs en ‘een grote hoeveelheid’ nieuwe psychoactieve stoffen (NPS),2 uit te gaan van hoeveelheden in ‘eenheden’ in plaats van in ‘grammen’. Hierna licht ik dit toe.
Een ‘grote hoeveelheid’ harddrugs of NPS
Met het wetsvoorstel worden de strafmaxima voor handelingen met harddrugs en NPS verhoogd. Daarbij wordt, wat betreft het bezit van harddrugs en de handelingen met de op lijst IA bij de Opiumwet opgenomen NPS, onderscheid gemaakt tussen een niet-grote en een grote hoeveelheid harddrugs respectievelijk NPS. Voor het bezit van een grote hoeveelheid harddrugs en voor handelingen met een grote hoeveelheid NPS wordt een hoger strafmaximum voorgesteld dan nu geldt. Daarop zal gevangenisstraf van acht jaar worden gesteld, in plaats van gevangenisstraf van zes jaar. In de onderliggende algemene maatregel van bestuur, het Opiumwetbesluit, zal worden bepaald wanneer sprake is van een grote hoeveelheid. Dat is nu ook al het geval bij softdrugs (vgl. artikel 1, tweede lid, van het Opiumwetbesluit).
In de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel is – mede in reactie op vragen vanuit Uw Kamer – uiteengezet dat de grens voor een grote hoeveelheid harddrugs en een grote hoeveelheid NPS zal worden bepaald op (een hoeveelheid die meer bedraagt dan) 500 gram.3 Bij de nadere uitwerking van dit voornemen is echter gebleken dat het voor verschillende soorten verdovende middelen niet passend is om te rekenen in ‘grammen’, omdat deze uiteenlopende verschijningsvormen kennen en zowel in vaste als vloeibare vorm voorkomen. De keuze voor het bepalen van de grote hoeveelheid harddrugs en NPS op 500 gram kan ook ongelukkig uitpakken, omdat bij sommige verdovende middelen – zoals amfetamine, LSD en fentanylachtigen – maar een heel kleine hoeveelheid van de werkzame stof nodig is voor een effect, en een eenheid dus heel weinig weegt.4
In vervolgingsbeleid van het OM wordt, mede vanwege die verscheidenheid aan soorten drugs en hun verschijningsvormen, niet alleen gewerkt met grammen, maar ook met andere eenheden, of simpelweg met de term ‘eenheid’. Ook in rechterlijke oriëntatiepunten wordt met verschillende eenheden gewerkt.5 Het gebruik van eenheden in plaats van grammen is ook in het Opiumwetbesluit niet nieuw. Op grond van artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet, wordt een hogere gevangenisstraf opgelegd bij een grote hoeveelheid softdrugs. Dit is in het Opiumwetbesluit nader ingevuld als: 500 gram hennep, 200 hennepplanten of 500 eenheden van een ander middel als bedoeld in de bij de wet behorende lijst II.
Tegen deze achtergrond ligt het bij nader inzien meer in de rede om het begrip ‘grote hoeveelheid’ niet te koppelen aan een hoeveelheid in grammen, maar aan eenheden. De opsporingspraktijk – waarin al wordt gerekend met (onder meer) eenheden – is daarmee gediend. Op deze wijze kan ook meer recht worden gedaan aan de vergelijkbare ernst van gedragingen met verschillende soorten en verschijningsvormen van harddrugs en NPS.
Eerder is ervoor gekozen de grote hoeveelheid harddrugs en NPS te bepalen op 500 gram, mede omdat een grote hoeveelheid hennep (softdrugs) eveneens is bepaald op 500 gram. De term ‘eenheid’ wordt ook in de context van softdrugs gebruikt. Voor een ander middel (dan hennep) als bedoeld in de bij de wet behorende lijst II is een grote hoeveelheid namelijk vastgesteld op 500 eenheden. Dat brengt mij tot het voornemen om in het Opiumwetbesluit ‘een grote hoeveelheid harddrugs’ te definiëren als 500 eenheden van een van de op lijst I bij de Opiumwet opgenomen middelen. Ook voor NPS (opgenomen op lijst IA behorende bij de Opiumwet) zal worden uitgegaan van 500 eenheden voor een ‘grote hoeveelheid’. In het Opiumwetbesluit zal dit nader worden uitgewerkt.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Kamerstukken II 2024/25, 36705, nr. 2.↩︎
Deze begrippen zijn opgenomen in de met dit wetsvoorstel gewijzigde artikelen 10, zesde lid, en 10b, derde lid, van de Opiumwet.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 36705, nrs. 3 en 6.↩︎
Zo wordt er in de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, lijst I en lijst IA (2025R005) voor fentanyl-achtigen van uitgegaan dat een consumptie-eenheid 2 milligram bedraagt.↩︎
Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken, raadpleegbaar via www.rechtspraak.nl.↩︎