Nota van wijziging inzake Wijziging van de Opiumwet in verband met de verhoging van het wettelijk strafmaximum van het aanwezig hebben, de handel, de productie en de in- en uitvoer van verdovende middelen als bedoeld in lijst I bij de Opiumwet (verhoging strafmaxima grootschalige drugscriminaliteit)(Kamerstuk 36705)
Nota van wijziging
Nummer: 2026D40260, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 16:07, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Wijziging van de Opiumwet in verband met de verhoging van het wettelijk strafmaximum van het aanwezig hebben, de handel, de productie en de in- en uitvoer van verdovende middelen als bedoeld in lijst I bij de Opiumwet (verhoging strafmaxima grootschalige drugscriminaliteit)(Kamerstuk 36705)
Onderdeel van zaak 2026Z17596:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-09-09 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
36 705 Wijziging van de Opiumwet in verband met de verhoging van het wettelijk strafmaximum van het aanwezig hebben, de handel, de productie en de in- en uitvoer van verdovende middelen als bedoeld in lijst I bij de Opiumwet (verhoging strafmaxima grootschalige drugscriminaliteit)
Nota van wijziging
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
In artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:
0A
Artikel 2a, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van onderdeel i vervalt "of".
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
k. het Nederlands Forensisch Instituut, met uitzondering van het verkopen.
Toelichting
Deze nota van wijziging, die het herstel van een kennelijke omissie betreft, wordt ingediend mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De wijziging wordt hieronder toegelicht.
Artikel 2a, eerste lid, van de Opiumwet bevat het verbod op bepaalde handelingen met betrekking tot een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst IA of een preparaat daarvan. In het tweede lid van artikel 2a van de Opiumwet zijn uitzonderingen op dit verbod opgenomen. Zo is het verbod bijvoorbeeld niet van toepassing op een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. Met onderdeel OA wordt erin voorzien dat het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) wordt toegevoegd aan deze opsomming, net zoals voor het NFI in artikel 16 van het Opiumwetbesluit een uitzondering is opgenomen op de verboden voor zover betrekking hebbend op bepaalde handelingen met betrekking tot opiumwetmiddelen als bedoeld in lijst I of lijst II van de Opiumwet. Per abuis was dit niet geregeld voor een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan. Deze wijziging betekent dat het verbod als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Opiumwet niet van toepassing is op het NFI met uitzondering van het verkopen van dergelijke stofgroepen of preparaten daarvan.
De Minister van Justitie en Veiligheid,