[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Nota van wijziging

Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)

Nota van wijziging

Nummer: 2026D40310, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-04 15:40, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36947 -9 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) .

Onderdeel van zaak 2026Z10595:

Onderdeel van zaak 2026Z17619:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 947 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
Nr. 9

NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 3 september 2026

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In Artikel I, onderdeel B komt het voorgestelde artikel 9.9.2.5, tweede lid, te luiden:

2. Indien toepassing is gegeven aan artikel 9.9.2.2, derde lid, informeert het bestuur van de emissieautoriteit de desbetreffende leverancier aan afnemers over de hoogte van de jaarverplichting groengaseenheden nadat toepassing is gegeven aan dat artikellid.

B

In artikel I, onderdeel B vervalt in het voorgestelde artikel 9.9.2.6, vierde lid, onderdeel b, ‘regels omtrent de termijn waarbinnen en’.

C

In artikel I, onderdeel B, wordt in de voorgestelde artikelen 9.9.4.1, eerste en derde lid, 9.9.4.4, eerste en derde lid, 9.9.4.6 en 9.9.4.8, tweede, derde en vierde lid, ‘inboeker’ telkens vervangen door ‘inboeker gas uit hernieuwbare bronnen’.

D

In artikel I, onderdeel B, wordt in artikel 9.9.4.1, eerste lid, ‘jaar’ vervangen door ‘kalenderjaar’.

E

In artikel I, onderdeel B, vervallen in het voorgestelde artikel 9.9.4.2 het tweede lid alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid.

F

In artikel I, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 9.9.4.4, derde lid, ‘worden regels gesteld’ vervangen door ‘kunnen regels worden gesteld’.

G

In artikel I, onderdeel B, vervalt in het voorgestelde artikel 9.9.4.6 vervalt ‘geproduceerd, ingevoed en’.

H

In artikel I, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 9.9.4.8, tweede en derde lid, ‘geproduceerde en ingevoede’ vervangen door ‘door hem ingeboekte’.

I

In artikel I, onderdeel B, worden na het voorgestelde artikel 9.9.6.2 twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 9.9.6.3 Toezicht op de naleving

Het bestuur van de emissieautoriteit is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze titel.

Artikel 9.9.6.4 Verstrekking van gegevens

1. Onze minister verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het toezicht op de naleving van deze titel.

2. In aanvulling op het eerste lid verstrekt Onze Minister uit eigen beweging de gegevens aan het bestuur van de emissieautoriteit waarvan hij redelijkerwijs kan aannemen dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het toezicht op de naleving van deze titel.

3. De inspecteurs van de emissieautoriteit die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, verstrekken op verzoek of uit eigen beweging de gegevens aan het bestuur van de emissieautoriteit waarvan zij redelijkerwijs kunnen aannemen dat deze gegevens van belang zijn voor de uitvoering van het toezicht op de naleving van deze titel.

4. Het bestuur van de emissieautoriteit bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, ten behoeve van het houden van het toezicht, bedoeld in de artikelen 9.9.6.1 en 9.9.6.2, voor een bij ministeriële regeling te bepalen termijn en in ieder geval niet langer dan ter uitvoering van het toezicht op de naleving van deze titel noodzakelijk is.

J

In artikel I, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 9.9.7.2 ‘volgend op het kalenderjaar inwerkingtreding’ vervangen door ‘volgend op het kalenderjaar van inwerkingtreding van deze titel’.

K

Artikel I, onderdeel E, komt te luiden:

E

Na artikel 18.6d [waarvan de nummering in letters aansluit op het laatste artikel van de artikelen die beginnen met 18.6] wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18.6#

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.9.1.2, 9.9.1.3, 9.9.2.3, 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.9.4.3, 9.9.4.8, vierde lid, of 9.6.6.1, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.

L

Artikel I, onderdeel F, komt te luiden:

F

Na artikel 18.16s [waarvan de nummering in letters aansluit op het laatste artikel van de artikelen die beginnen met 18.16] wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18.16#

1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.9.1.2, 9.9.2.3, 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.9.4.1 tot en met 9.9.4.3, 9.9.4.8, vierde lid, of 9.9.6.1 kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

2. De op grond van de artikelen, genoemd in het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.

3. Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker gas uit hernieuwbare bronnen drie of meer overtredingen van de artikelen 9.9.4.1 tot en met 9.9.4.3, 9.9.4.8, vierde lid, en 9.9.6.1 heeft begaan, bepalen dat die inboeker gas uit hernieuwbare bronnen gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen gas uit hernieuwbare bronnen kan inboeken op grond van artikel 9.9.4.1.

M

Artikel II komt te luiden:

ARTIKEL II

In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer na ’9.8.2.5,’ ingevoegd ‘9.9.1.2, 9.9.2.3, 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.9.4.1 tot en met 9.9.4.3, 9.9.4.8, vierde lid, 9.9.6.1,’.

N

Artikel III komt te luiden:

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

TOELICHTING

Deze nota van wijziging omvat voornamelijk technische correcties. Verder worden twee artikelen van inhoudelijke aard voorgesteld.

Als technische correcties worden enkele verbeteringen voorgesteld van wetstechnische aard. Dit betreft het verduidelijken of actualiseren van verwijzingen in artikelen naar andere artikelen en het beter laten aansluiten van de artikelen op de definitiebepalingen. Verder worden enkele wijzigingen voorgesteld die verschrijvingen corrigeren. Tevens zijn enkele verbeteringen opgenomen ten behoeve van een juiste samenloop met het bij Koninklijke Boodschap van 24 april 2026 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met een jaarverplichting voor het vervangen van het waterstofgebruik door exploitanten van industriële installaties in de industrie door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter ondersteuning van het behalen van het doel in de richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van get gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) ter bevordering van het verbruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie (Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong in de industrie) (Kamerstukken 36936).

De voorgestelde inhoudelijke artikelen voorzien in de bevoegdheid van het bestuur van de emissieautoriteit om toezicht op de uitvoering te houden van de voorgestelde wet en het verstrekken van gegevens aan het bestuur van de emissieautoriteit ten behoeve van dat toezicht. Deze bepalingen waren materieel al wel voorzien in het oorspronkelijk ontwerp maar abusievelijk nog niet neergelegd in de wettekst.

Onderdeel A (artikel 9.9.2.5)

Met deze wijziging van het tweede lid van voorgestelde artikel 9.9.2.5 wordt de bedoeling van dat lid verduidelijkt en sluit het lid correct aan bij het artikel 9.9.2.2, derde lid, waar het naar verwijst.

Onderdeel B (artikel 9.9.2.6)

Het vierde lid, aanhef en onder b, van artikel 9.9.2.6 bevat een grondslag voor het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels over de termijn waarbinnen een leverancier aan afnemers kenbaar kan maken dat hij gebruik wil maken van een gehele of gedeeltelijke ontheffing van de jaarverplichting groengaseenheden, de zogenaamde buy-out. Deze grondslag is bij nader inzien zinledig nu het derde lid van dit artikel bepaalt wanneer een leverancier aan afnemers uiterlijk kenbaar kan maken dat hij gebruik wil maken van de ontheffing. Om die reden is de zinssnede ‘regels omtrent de termijn waarbinnen en’ verwijderd.

Onderdeel C (artikel 9.9.4.1, 9.9.4.4, 9.9.4.6 en 9.9.4.8)

In de aangehaalde artikelen staan regels waaraan de inboeker moet voldoen die gas uit hernieuwbare bronnen inboekt in het GGE-register. Omdat het wetsvoorstel voorziet in een definitiebepaling van ‘inboeker gas uit hernieuwbare bronnen’ moet telkens die definitie in de betreffende artikelen worden gebruikt. Om die reden is in betreffende artikelen ‘inboeker’ aangepast in ‘inboeker gas uit hernieuwbare bronnen’.

Onderdeel D (artikel 9.9.4.1)

Ingevolge het voorgestelde artikel 9.9.4.1, eerste lid, kan gas uit hernieuwbare bronnen worden ingeboekt in het GGE-register indien dat gas in het direct aan die datum voorafgaande jaar aan afnemers is geleverd. Ook in deze bepaling wordt, overeenkomstig de systematiek van het wetsvoorstel, met ‘jaar’ bedoeld ‘kalenderjaar’. Met deze wijziging is dit in de tekst van het tweede lid verduidelijkt.

Onderdeel E (artikel 9.9.4.2)

Het tweede lid van artikel 9.9.4.2 voorziet in een grondslag om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur overige eisen te kunnen stellen aan gas uit hernieuwbare bronnen. Het eerste lid voorziet in een grondslag waarmee bij ministeriële regeling aangesloten kan worden bij de eisen die de richtlijn hernieuwbare energie en de uitvoeringsverordening 2022/996/EU stelt aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria en de accuraatheid en de volledigheid van de gegevens die marktdeelnemers daarover invoeren in de Uniedatabank. Omdat er geen aanvullende eisen zullen worden gesteld aan gas uit hernieuwbare bronnen dan de eisen die voortvloeien uit het Europese recht, is het tweede lid geschrapt.

Onderdeel F (artikel 9.9.4.4)

Met deze wijziging wordt het stellen van nadere regels ingevolge het derde lid van artikel 9.9.4.4 over de berekening van de CO2-equivalent-ketenemissiereductie en de wijze van bijschrijven van groengaseenheden tot een bevoegdheid gemaakt. Dit is mogelijk omdat de berekening al volgt uit de systematiek van de richtlijn hernieuwbare energie. Door ingevolge artikel 9.9.4.2 te regelen dat gas uit hernieuwbare bronnen moet voldoen aan de duurzaamheids- en emissiereductiecriteria van artikel 29, eerste tot en met het zevende lid, en het tiende lid, is de wijze van berekening ook gedekt. Artikel 29, tiende lid, van de richtlijn hernieuwbare energie regelt immers dat de berekening van de broeikasgasemissiereductie van energie uit hernieuwbare bronnen moet gebeuren overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Onderdeel G (artikel 9.9.4.6)

Artikel 9.9.4.6 regelt het moment van bijschrijving van GGE’s op de rekening van de leverancier aan afnemer nadat hij het gas uit hernieuwbare bronnen heeft ingeboekt op zijn GGE-rekening. Aangezien alleen het moment van inboeken bepalend is, is de zinsnede ‘geproduceerd, ingevoed en’ verwijderd.

Onderdeel H (artikel 9.9.4.8)

Deze wijziging voorziet in een correctie van de tekst in het tweede en het derde lid van artikel 9.9.4.8. In beide leden gaat het over groengaseenheden die de inboeker heeft gekregen voor gas uit hernieuwbare bronnen dat door hem is ingeboekt. Met de voorgestelde wijziging wordt daarom ‘geproduceerde en ingevoede’ aangepast in ‘door hem ingeboekte’.

Onderdeel I (artikel 9.9.6.3 en 9.9.6.4)

In het oorspronkelijke wetsontwerp werd al uitgegaan van toezicht op de naleving van de Wet bijmengverplichting groen gas door het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit. De grondslag die daarvoor werd voorzien is bij nader inzien niet toereikend om de toezichtstaak sluitend op te baseren. Vandaar dat het toezicht in het voorgestelde artikel 9.9.6.3 expliciet wordt geregeld. In navolging van het regelen van het toezicht is het gewenst en ook nodig dat het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit informatie verstrekt krijgt die noodzakelijk is voor het uitoefenen van toezicht op de naleving van de wet bijmengverplichting groen gas. Dit is in het bijzonder het geval wanneer dezelfde producenten wisselen tussen een SDE++-subsidie en deelname aan de bijmengverplichting groen gas. Het gaat dan immers om dezelfde producenten en dezelfde productie-installaties voor gas uit hernieuwbare bronnen. Met het voorgestelde artikel 9.9.6.4 wordt een structurele grondslag gecreëerd op basis waarvan deze gegevens kunnen worden verkregen.

Onderdeel J (artikel 9.9.7.2)

Artikel 9.9.7.2 geeft aan wat in de artikelen van de wet onder ‘enig kalenderjaar’ en onder ‘voorafgaande kalenderjaar’ moet worden verstaan met het oog op de toepassing van de wet in eerste kalenderjaar na inwerkingtreding. Met de voorgestelde aanpassing is het artikel tekstueel verbeterd.

Onderdeel K (artikel 18.6#)

Dit onderdeel voorziet in de correctie van enkele onjuiste verwijzingen. Bovendien is het nummer van het voorgestelde artikel aangepast in verband met de mogelijke samenloop met het wetsvoorstel Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie. Gelet op het technische karakter van de correctie en de leesbaarheid is er voor gekozen het betreffende artikel in zijn geheel te vervangen.

Onderdeel L (artikel 18.16t)

Net als in onderdeel K worden met deze wijziging enkele onjuiste verwijzingen gecorrigeerd en aangepast in verband met de mogelijke samenloop met het wetsvoorstel Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie.

Onderdeel M (artikel 1a, onder 1°, WED)

In de voorgestelde wijziging in artikel 1a, onder 1° van de Wet op de economische delicten stond een foute verwijzing. Deze is met de voorgestelde wijziging gecorrigeerd.. Ook zijn een paar minimale wetstechnische elementen gecorrigeerd. Gelet op het technische karakter van de correctie en de leesbaarheid is er voor gekozen het betreffende artikel in zijn geheel te vervangen.

Onderdeel N (Artikel III)

Met deze wijziging wordt de inwerkingtredingsbepaling in lijn gebracht met het model in aanwijzing 4.21 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Bovendien wordt met de voorgestelde wijziging de mogelijkheid opengelaten om specifieke artikelen of onderdelen verschillend vast te stellen, overeenkomstig het model in aanwijzing 4.22.

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

S. van Veldhoven-van der Meer