[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Nota van wijziging

Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met een jaarverplichting voor het vervangen van het waterstofgebruik door exploitanten van industriële installaties in de industrie door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter ondersteuning van het behalen van het doel in de richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) ter bevordering van het verbruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie (Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie)

Nota van wijziging

Nummer: 2026D40327, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-03 16:40, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36936 -7 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met een jaarverplichting voor het vervangen van het waterstofgebruik door exploitanten van industriële installaties in de industrie door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter ondersteuning van het behalen van het doel in de richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) ter bevordering van het verbruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie (Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie).

Onderdeel van zaak 2026Z09131:

Onderdeel van zaak 2026Z17623:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 936 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met een jaarverplichting voor het vervangen van het waterstofgebruik door exploitanten van industriële installaties in de industrie door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter ondersteuning van het behalen van het doel in de richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) ter bevordering van het verbruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie (Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie)
Nr. 7

NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 3 september 2026

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 9.10.6.3 een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 9.10.6.4 Toezicht

Het bestuur van de emissieautoriteit is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze titel.

B

Artikel I, onderdeel D, komt te luiden:

Na artikel 18.6d [waarvan de nummering in letters aansluit op het laatste artikel van de artikelen die beginnen met 18.6] wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18.6#

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.10.1.2, 9.10.1.3, 9.10.2.2, 9.10.2.3, 9.10.2.5, eerste, tweede en derde lid, 9.10.2.8, vijfde lid, 9.10.4.1, tweede lid, 9.10.4.9, eerste lid, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.5.6, 9.10.6.1 en 9.10.6.2 kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.

C

Artikel I, onderdeel E, komt te luiden:

Na artikel 18.16s [waarvan de nummering in letters aansluit op het laatste artikel van de artikelen die beginnen met 18.16] wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18.16#

1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.10.1.2, 9.10.1.3, 9.10.2.2, 9.10.2.3, 9.10.2.4, 9.10.2.5, 9.10.2.8, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.10.4.1 tot en met 9.10.4.4, 9.10.4.9, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.5.6, 9.10.6.1 en 9.10.6.2, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

2. De op grond van de artikelen, genoemd in het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.

3. Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong drie of meer overtredingen van de artikelen 9.10.4.1 tot en met 9.10.4.4, 9.10.4.9, eerste lid, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.6.1 en 9.10.6.2, heeft begaan, bepalen dat die inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong kan inboeken op grond van artikel 9.10.4.1.

D

Artikel II komt te luiden:

ARTIKEL II

In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer na “9.8.2.5,” ingevoegd “9.10.1.2, 9.10.1.3, 9.10.2.2, 9.10.2.3, 9.10.2.4, 9.10.2.5, 9.10.2.8, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.10.4.1, 9.10.4.2, 9.10.4.3, 9.10.4.4, 9.10.4.9, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.5.6, 9.10.6.1, 9.10.6.2,».

E

Na artikel II worden vier artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIA

Indien het bij koninklijke boodschap van 20 mei 2026 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (Kamerstukken 36947) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel A van die wet eerder in werking treedt of is getreden dan artikel I, onderdeel A, van deze wet, komt artikel I, onderdeel A, van deze wet te luiden:

In artikel 2.2, eerste lid, wordt “titels 9.7, 9.8 en 9,9” vervangen door “titels 9.7, 9.8, 9.9 en 9.10”.

ARTIKEL IIB

Indien het bij koninklijke boodschap van 20 mei 2026 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (Kamerstukken 36947) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B van die wet eerder in werking treedt of is getreden dan artikel I, onderdeel B, van deze wet, wordt in de aanhef van artikel I, onderdeel B, van deze wet “Na titel 9.8” vervangen door “Na titel 9.9”.

ARTIKEL IIC

Indien het bij koninklijke boodschap van 20 mei 2026 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (Kamerstukken 36947) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel D van die wet eerder in werking treedt of is getreden dan artikel I, onderdeel C, van deze wet, komt artikel I, Onderdeel C, van deze wet te luiden:

In artikel 18.2f, tweede lid, wordt “titels 9.7, 9.8 en 9.9” vervangen door “titels 9.7, 9.8, 9.9 en 9.10”.

ARTIKEL IID

Indien het bij koninklijke boodschap van 20 mei 2026 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (Kamerstukken 36947) tot wet is of wordt verheven en artikel II van die wet eerder in werking treedt of is getreden dan artikel II van deze wet, komt artikel II van deze wet te luiden:

ARTIKEL II

In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer na “9.9.6.1,” ingevoegd “9.10.1.2, 9.10.1.3, 9.10.2.2, 9.10.2.3, 9.10.2.4, 9.10.2.5, 9.10.2.8, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.10.4.1, 9.10.4.2, 9.10.4.3, 9.10.4.4, 9.10.4.9, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.5.6, 9.10.6.1, 9.10.6.2,”.

TOELICHTING

Deze nota van wijziging omvat voornamelijk aanvullingen in bepalingen die de handhaving van de NEa van de verplichtingen binnen de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie mogelijk maken en samenloopbepalingen met het bij koninklijke boodschap van 20 mei 2026 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (Kamerstukken 36947) waarin een voorgestelde uitbreiding van de Wet milieubeheer (Wm) met titel 9.9 wordt geregeld.

Onderdeel A (artikel 9.10.6.4)

De NEa houdt toezicht op de naleving van de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie. Met het toevoegen van het voorgestelde artikel 9.10.6.4 van de Wm wordt dit expliciet geregeld in de titel 9.10. Daarnaast regelt de voorgestelde wijziging van artikel 2.2 van de Wm de uitbreiding van de taken van de NEa.

Onderdeel B (artikel 18.6#)

Dit onderdeel voorziet in het toevoegen van artikel 9.10.4.1, tweede lid, aan de handhavingsbepaling die gaat over de last onder dwangsom. Hierdoor krijgt de NEa de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen als er voor 1 juni geen inboekverificatieverklaring is gekoppeld aan de inboeking. Een last onder dwangsom kan nodig zijn om te zorgen dat deze inboekverificatieverklaring alsnog na 1 juni wordt overgelegd.

Bovendien is het nummer van het voorgestelde artikel aangepast. Door tijdsverloop is het voorziene opvolgnummer niet langer beschikbaar en is het door samenloop met de Wet bijmengverplichting groen gas nodig om hiervoor het symbool # op te nemen. Het symbool # wordt gebruikt wanneer verschillende wijzigingen van dezelfde wet worden voorgesteld terwijl nog niet duidelijk is welke wijziging als eerste in werking zal treden. In dat geval is soms onbekend welke aanduiding een artikel, een lid of een onderdeel uiteindelijk zal krijgen. Om te voorkomen dat artikelen, artikelleden of onderdelen daarvan met dezelfde aanduiding ontstaan na inwerkingtreding van de verschillende wijzigingen, kan gebruik worden gemaakt van een hekje dat uiteindelijk in de drukproeffase van het Staatsblad wordt ingevuld. Ook tussen blokhaken geplaatste deel van de wijzigingsopdracht in het wetsvoorstel wordt dan geschrapt. Om die reden zal het voorgestelde artikel 18.6# heten tot het moment van publicatie in het Staatsblad.

Onderdeel C (artikel 18.16#)

Dit onderdeel voorziet in het toevoegen van enkele artikelen of artikelleden aan de handhavingsbepaling die gaat over de bestuurlijke boete. Zo wordt artikel 9.10.1.3 toegevoegd om de NEa de bevoegdheid te geven een bestuurlijke boete op te leggen als een producent van waterstof, importeur van waterstof of leverancier van waterstof geen of onjuiste gegevens verstrekken. Daarnaast wordt artikel 9.10.2.4 toegevoegd waardoor de NEa ook kan handhaven indien een exploitant zich niet houdt aan het bepaalde bij of krachtens artikel 9.10.2.4 en onjuiste hoeveelheden uitgezonderde waterstof zijn opgevoerd. Vervolgens wordt artikel 9.10.5.6 toegevoegd zodat de NEa een bestuurlijke boete kan opleggen als de prijs onjuist is opgegeven of de prijsverificatie niet tijdig is uitgevoerd. Bovendien kan de NEa door het toevoegen van artikel 9.10.4.9, tweede, derde en vierde lid, ook een bestuurlijke boete opleggen aan de inboekverificateur indien deze zich niet houdt aan het bepaalde bij of krachtens artikel 9.10.4.9.

Tot slot is net als in onderdeel B, ook in onderdeel C het opvolgnummer gewijzigd: door samenloop met de Wet bijmengverplichting groen gas is nodig om hiervoor het symbool # op te nemen. Om die reden zal het voorgestelde artikel 18.16# heten tot het moment van publicatie in het Staatsblad.

Onderdeel D (artikel 1a, onder 1°)

Dit onderdeel voorziet in het toevoegen van enkele artikelen of artikelleden aan de handhavingsbepaling in de Wet op de economische delicten. Dit gaat om dezelfde artikelen als in onderdeel C.

Onderdeel E (Artikelen IIA, IIB, IIC, IID)

Onderdeel E voegt artikelen toe aan het wetsvoorstel en regelt hiermee de samenloop met de Wet bijmengverplichting groen gas. Als bepaalde artikelen van die wet eerder in werking treden dan deze wet, worden bepaalde artikelen van deze wet aangepast. Het gaat om de volgende bepalingen:

Artikel IIA: artikel 2.2, eerste lid, van de Wm.

Artikel IIB: titel 9.10 zal worden geplaatst na titels 9.8 en 9.9.

Artikel IIC: artikel 18.2f, tweede lid, van de Wm.

Artikel IID: artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten.

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

S. van Veldhoven-van der Meer