Motie van het lid Vellinga-Beemsterboer c.s. over onderzoeken hoe de middelen in regelingen zo veel mogelijk ingezet kunnen worden voor veebescherming in plaats van voor schadevergoeding
Natuurbeleid
Motie (kabinetsappreciatie: Oordeel Kamer)
Nummer: 2026D40345, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-04 17:55, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-33576-533).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.C.A. Vellinga-Beemsterboer, Tweede Kamerlid (D66)
- Mede ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: I. Kostić, Tweede Kamerlid (PvdD)
- Mede ondertekenaar: J.B. Lohman, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: L. Bromet, Tweede Kamerlid (PRO)
- Mede ondertekenaar: R. den Hollander, Tweede Kamerlid (VVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 33576 -533 Natuurbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z17635:
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-09-01 17:00: Debat over de wolf in Nederland (Plenair debat (debat)), TK
- 2026-09-08 15:10: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
33 576 Natuurbeleid
Nr. 533 MOTIE VAN HET LID VELLINGA-BEEMSTERBOER C.S.
Voorgesteld 1 september 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Nederland vrijwel uitsluitend de aanschaf van wolfwerende afrastering wordt vergoed en dat arbeids- en onderhoudskosten, kuddebeschermingshonden en de inzet van een herder niet of nauwelijks subsidiabel zijn, terwijl een groot deel van het budget opgaat aan schadevergoedingen;
overwegende dat wolfwerende maatregelen alleen werken als zij ook na aanschaf goed geplaatst, onderhouden en gebruikt worden;
overwegende dat er nationale en Europese subsidieregelingen zijn die bedoeld zijn om deze kosten te dekken, zoals onderzocht naar aanleiding van de motie-Podt/Vedder (33 576, nr. 431), maar dat deze regelingen nu vooral worden gebruikt voor schadevergoeding;
verzoekt de regering om samen met provincies te onderzoeken hoe de middelen in de nationale en Europese regelingen zo veel mogelijk ingezet kunnen worden voor veebescherming in plaats van voor schadevergoeding,
en gaat over tot de orde van de dag.
Vellinga-Beemsterboer
Lohman
Den Hollander
Bromet
Kostić
Grinwis