Antwoord op vragen van het lid Ceulemans over het publiceren van tien gemeenten op trede 3 van de interventieladder met betrekking tot de Spreidingswet
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40361, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-02 12:02, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z15964:
- Gericht aan: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2913
Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 2 september 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2616
Vraag 1
Op grond waarvan zijn specifiek deze tien gemeenten nu op trede 3 van de
interventieladder binnen het interbestuurlijk toezicht
geplaatst?
Antwoord op vraag 1
Naar aanleiding van de tot nu toe gevoerde ambtelijke
gesprekken is een aantal gemeenten inmiddels op trede 3 van de
interventieladder geplaatst. Deze gemeenten voldoen niet aan de
wettelijke taak die voortkomt uit de verdeelbesluiten. Dit zijn de
eerste gemeenten waarmee ambtelijke gesprekken zijn gevoerd en
afgerond.
Vraag 2
Waarin wijken deze gemeenten af van andere gemeenten die eveneens op 9
april jl. een brief (en op 26 mei jl. een vervolgbrief) van u hebben
gehad over interbestuurlijk toezicht naar aanleiding van het
verdeelbesluit inzake de eerste cyclus van de
Spreidingswet?
Antwoord op vraag 2
Er wordt gestart met de gemeenten die nog geen opvangplekken hebben. Het gaat in totaal om veel gemeenten waarmee gesprekken gevoerd moeten worden. Er vinden de komende maanden nog meer ambtelijke gesprekken plaats.
Vraag 3
Hoeveel gemeenten verwacht u nog meer op trede 3 te gaan plaatsen en op
welke termijn? Kunt u het proces schetsen dat hieraan ten grondslag
ligt?
Antwoord op vraag 3
Op 28 mei voldeden 107 gemeenten niet en 116 gemeenten
gedeeltelijk. Met al deze gemeenten zullen de komende maanden ambtelijke
gesprekken gevoerd worden waarbij gestart wordt met de gemeenten die
niet voldoen. Parallel zullen ook de bestuurlijke gesprekken gevoerd
worden.
Aan de gemeenten wordt bij de stappen van het interbestuurlijk toezicht maximaal de gelegenheid geboden zelf alsnog de benodigde opvangplekken te realiseren. Ik hoop vanzelfsprekend er met gemeenten uit te komen.
Vraag 4
Op grond waarvan wordt bepaald of bij gemeenten sprake is van ‘voldoende
voortgang’ om plaatsing op trede 3 te voorkomen, zoals o.a. in de
vervolgbrief interbestuurlijk toezicht van 26 mei jl. wordt vermeld?
Kunt u dit zo concreet mogelijk toelichten?
Antwoord op vraag 4
Naar aanleiding van de tot nu toe gevoerde ambtelijke
gesprekken is een aantal gemeenten inmiddels op trede 3 van de
interventieladder geplaatst. Deze gemeenten voldoen niet aan de
wettelijke taak en er is geen concreet zicht op de realisatie van
opvangplekken dit jaar. Deze gemeenten zijn geselecteerd op basis van de
volgorde waarin de gesprekken zijn gevoerd en afgerond.
Doel van het gesprek in trede 3 is het maken van afspraken over de realisatie van voldoende opvangplekken en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren.
Vraag 5
Klopt het dat u heeft aangegeven van de nu aangewezen gemeenten ‘nul op
rekest’ heeft gekregen naar aanleiding van uw brief van 9 april jl.? Zo
ja, wat is uw reactie op het feit dat in ieder geval de gemeente
Beverwijk aangeeft wel degelijk een bestuurlijke reactie op deze brief
te hebben gegeven en daarop ook een reactie van het ministerie
teruggekregen te hebben?
Antwoord op vraag 5
Op 9 april jl. hebben gemeenten een brief ontvangen in het
kader van het interbestuurlijk toezicht. In deze brief is, mede vanwege
de actuele opvangsituatie, urgentie kenbaar gemaakt van het voldoen aan
de wettelijke taak. Ook in de brief van 26 mei jl. is de urgentie van de
opgave nogmaals onderstreept. De gemeente Beverwijk, alsook de andere
gemeenten die geplaatst zijn op trede 3 van het interbestuurlijk
toezicht, voldoen niet aan de wettelijke opgave die voortkomt vanuit het
verdeelbesluit.
Vraag 6
Klopt het tevens dat één of meerdere van deze gemeenten de plaatsing op
trede 3 uit de media moest(en) vernemen? Zo ja, vindt u dit een gepaste
manier om met gemeenten om te gaan?
Antwoord op vraag 6
Wanneer opschaling naar trede 3 plaatsvindt worden gemeenten
hierover vooraf door mijn ministerie per brief geïnformeerd. Aan de
betreffende gemeenten is een bericht verstuurd over de opschaling naar
trede 3. Dit vond plaats voordat externe berichtgeving hierover
plaatsvond. In het vervolg zal zo vroeg mogelijk duidelijkheid aan de
gemeenten worden geboden alvorens externe communicatie zal
plaatsvinden.
Vraag 7
Bent u bereid deze verdere escalatie binnen een operatie waar toch al
geen maatschappelijk draagvlak voor bestaat te staken? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord op vraag 7
De wet wordt uitgevoerd zo lang deze nodig is. Daarbij blijft de opgave op dit moment groot, zoals de actuele situatie in Ter Apel laat zien. Deze hoge opvangdruk toont de noodzaak van deze wet aan. Daarom benadrukt dit kabinet de volledige uitvoering en toepassing van de Spreidingswet om hiermee voldoende duurzame opvangplekken te realiseren. Het interbestuurlijk toezicht is onderdeel van de uitvoering van de wet.
1) NH, 6 juli 2026, 'Beverwijk herkent kritiek om tekort opvangplekken niet: 'Jammer dat we dit via media horen'',