[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Geannoteerde Agenda informele Raad Algemene Zaken - Cohesie 14-15 september Dublin

Brief regering

Nummer: 2026D40440, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-02 12:52, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17709:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Op 14 en 15 september vindt de informele Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid (RAZ-Cohesie) plaats in Dublin, Ierland. Tijdens deze Raad zal worden gesproken over de uitdagingen bij de uitvoering van het toekomstig cohesiebeleid onder het nieuwe resultaatgerichte financieringsmodel en over hoe het cohesiebeleid kan worden ingezet om de regionale concurrentiekracht in de Europese Unie te versterken. Hierbij stuur ik u de geannoteerde agenda voor deze Raad.

Heleen Herbert

Minister van Economische Zaken en Klimaat

Uitdagingen bij de uitvoering onder het nieuwe resultaatgerichte financieringsmodel

Het eerste onderwerp op de agenda start met een presentatie van de heer Tony Murphy, President van de Europese Rekenkamer (ERK), waarin hij zal ingaan op de implicaties van het nieuwe resultaatgerichte financieringsmodel voor het toekomstig cohesiebeleid en welke praktische uitdagingen hiermee gemoeid gaan. Lidstaten krijgen vervolgens de gelegenheid hierop te reflecteren.

Het cohesiebeleid wordt in het Commissievoorstel voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) onderdeel van de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP). Daarbij vindt de uitbetaling van middelen door de Commissie aan lidstaten niet meer plaats op basis van gemaakte kosten, maar op basis van mijlpalen en doelstellingen.

Het kabinet onderschrijft het belang van vereenvoudiging, flexibiliteit en de beweging richting een resultaatgericht MFK. Op basis van de ervaringen met de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) ziet het kabinet echter wel aandachtspunten voor de uitvoering met betrekking tot de regeldruk. Binnen de HVF werd de hoge regeldruk hoofdzakelijk veroorzaakt door de dubbele verantwoordingsstructuur. Deze ziet zowel op de verantwoording die moet worden afgelegd voor het daadwerkelijk behalen van de afgesproken mijlpalen en doelstellingen enerzijds, en de verantwoording over de rechtmatige besteding van financiële middelen uit de EU begroting anderzijds. Dat laatste is een verplichting die voortvloeit uit het EU Verdrag en waar de ERK de Europese Commissie ook op dient te toetsen.

Het kabinet acht het dan ook van belang dat het nieuwe resultaatgerichte financieringsmodel ook daadwerkelijk leidt tot de gewenste vereenvoudiging. De administratieve lasten voor begunstigden en beheerautoriteiten binnen het NRPP dienen zo veel mogelijk te worden beperkt, mits de doelmatige, doeltreffende en rechtmatige besteding van EU-middelen hierdoor niet in het geding komt.

Versterking van regionale concurrentiekracht door cohesiebeleid

Het tweede onderwerp op de agenda betreft een gedachtewisseling over hoe het cohesiebeleid de regionale concurrentiekracht in de Europese Unie kan versterken, innovatie kan stimuleren en de productiviteit kan verhogen, om zo evenwichtige en duurzame groei in alle regio’s te bevorderen. Het voorzitterschap vraagt daarbij speciale aandacht voor hoe lidstaten investeringen in sociale cohesie en ontwikkeling kunnen verbinden aan investeringen in concurrentievermogen.

Het kabinet is van mening dat het cohesiebeleid zich in de toekomst, naast de klassieke convergentiedoelstelling, nadrukkelijker moet richten op het versterken van het concurrentievermogen van de Europese Unie.1 Dit vraagt om een inhoudelijke inzet op de drie grote transities – digitaal, sociaal (met name op de arbeidsmarkt) en groen – waarbij onderzoek en innovatie als dwarsdoorsnijdende thema’s fungeren.

Alle Europese lidstaten en hun medeoverheden staan voor grote uitdagingen waarvoor de drie transities noodzakelijk zijn. Het kabinet beschouwt deze transities als essentieel voor zowel het bevorderen van convergentie tussen regio’s als het versterken van de Europese concurrentiekracht. Om deze transities succesvol en inclusief te doorlopen, acht het kabinet investeringen in menselijk kapitaal via het cohesiebeleid van groot belang.

Een effectieve aanpak vereist een plaatsgebonden benadering, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken en sterke punten van elke regio. Het cohesiebeleid kan hierbij een sleutelrol vervullen door de transities te ondersteunen en tegelijkertijd recht te doen aan de diversiteit van Europese regio’s.


  1. Kamerstuk 21501-08, nr. 963↩︎