Position paper HCSS t.b.v. rondetafelgesprek Defensienota d.d. 23 september 2026
Position paper
Nummer: 2026D40567, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-02 15:58, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2026Z17742:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
Preview document (š origineel)
Defensienota 2026
Bijdrage voor het rondetafelgesprek op 23 september 2026 met de
vaste commissie voor Defensie van de Tweede Kamer
Prof. Dr. Rob de Wijk
Oprichter HCSS / Hoogleraar Universiteit Leiden
Internationaal, de veiligheidssituatie
Op de analyse van de veiligheidssituatie van de Nederlandse Defensienota 2026 valt wijzig aan te merken. De situatie is dreigend. De Nederlandse inlichtingendiensten schatten in dat een jaar na het beëindigen van de oorlog in Oekraïne een beperkte Russische aanval tegen de NAVO mogelijk is. Volgens inschattingen van onder meer de Duitse inlichtingendienst is Rusland vanaf 2028 of 2030 gereed voor grootschalige agressie tegen een of meer NAVO-landen. Dit wordt op meerdere plaatsen in de nota als gevaarlijkste scenario gezien. Deze inschatting is naar mijn mening juist. Rusland bevindt zich in Fase 0, waarbij hybride operaties toenemen en als voorbereiding op een groot conflict worden gezien. Dit is een cruciaal uitgangspunt voor de defensieplanning.
Wat counter hybrid warfare betreft is het onduidelijk wat de rol van defensie is. Het denken in termen van afschrikking is te beperkt. Defensie zal moeten bepalen welke rol de krijgsmacht in ātotal defenceā of een maatschappijbrede bescherming van Nederland kan spelen. Dit dient verder te worden uitgewerkt.
De Nederlandse krijgsmacht zelf moet de komende een tot twee jaar een belangrijke herstructurering doormaken om een bijdrage aan de collectieve defensie te kunnen leveren. Maar op grond van de nota zelf is het lastig in te schatten hoe de krijgsmacht er in de zeer nabije toekomst uit gaat zien. De nota is relatief oppervlakkig. Dat maakt het in tegenstelling tot vroegere Defensienotaās moeilijk een oordeel over de plannen te vellen.
Een wezenlijk probleem is dat deze Defensienota in tegenstelling tot vroegere notaās geen echt planningsdocument is, maar een brede richtinggevende politieke visie. Die visie deel ik voor het overgrote deel. Het herstructureringsplan is geclassificeerd, maar in vorige Defensienotaās werd veel uitvoeriger ingegaan op de toekomstige krijgsmacht. Ook daardoor is het vellen van een oordeel niet goed mogelijk.
Zo wordt niet aangegeven hoe de krijgsmacht transformeert en welke middelen op welke termijn worden aangeschaft. Waar voorheen de krijgsmachtdelen een fors eigen hoofdstuk kregen, heten ze nu ādomeinenā waarover slechts een paar regels worden geschreven. Dat maakt het document vaag. In sommige gevallen verwordt het tot kretologie.
Dat komt ook omdat er slechts richting wordt gegeven: meer nadruk op drones, kunstmatige intelligentie en nieuwe militaire domeinen als cyber, het elektronische spectrum en de ruimte. Allemaal juist. Maar wat betekent dit? Wat drones betreft wordt bijvoorbeeld gesteld dat over 5 jaar meer dan de helft van de āoperationele effectenā (hoe de tegenstander wordt aangepakt) met āonbemenste systemenā moet worden bereikt. Maar hoe de dronerevolutie die zich in nu OekraĆÆne voltrekt wordt vertaald naar de Nederlandse krijgsmacht is onduidelijk.
De nota reflecteert de tijd. Defensiekennis is schaars, dus moeten notaās niet te ingewikkeld worden. Simpele āinfographicsā worden dan belangrijk. In een tijd van oplopende spanningen is dat geen geruststellend idee. Want de nota moet antwoord geven op de vraag of Nederland tussen 2028 en 2030 klaar is voor Russische agressie. De nota noemt dat in 2035 het āmilitaire vermogen verbreed en verdieptā moet zijn. Dit is laat. Bovendien is het zelfs de vraag of dit lukt. Dat brengt mij op het volgende punt.
Snelheid van aanpassing en opschaling
Defensie is berucht om zijn stroperige verwervingsprocedures en andere regels die de snelle wapenaanschaf onmogelijk maken. In de nota wordt een regel gewijd aan vereenvoudiging, maar hoe precies is onduidelijk.
Het is eenvoudiger om voor een paar honderd miljoen euro raketten voor OekraĆÆne te kopen, bijvoorbeeld bij het Nederlandse bedrijf Destinus, dan diezelfde wapens voor de eigen krijgsmacht te kopen. Dan kan de verwervingsprocedure jaren duren. De aanschaf loopt vast in de raderen van het ministerie van Defensie. Daar weegt het nauwkeurig toepassen van verwervingsregels en compliance- en rechtmatigheidseisen van de Algemene Rekenkamer zwaarder dan resultaat op korte termijn. Overigens verbaast de Algemene Rekenkamer zich soms ook over de stroperigheid van defensie. Zeker is dat onderdelen van defensie te bureaucratisch en te risicomijdend zijn en dat de urgentie ontbreekt om snel en doortastent te handelen als snelle inkoop noodzakelijk is. Deze interne procedures raken de veiligheid van Nederland. De wapenaanschaf stagneert, terwijl de urgentie van de wederopbouw van de krijgsmacht juist toeneemt. Dit vereist een cultuuromslag bij defensie zelf.
De innovatiecyclus van drones duurt zes weken. Om de vier maanden verandert de aard van de oorlog. Interne procedures, de relaties met het bedrijfsleven en de wijze van produceren sporen niet langer met die realiteit. Niet het star toepassen van vertragende regels zijn leidend, maar de innovatiesnelheid van de tegenstander. Vasthouden aan vredesbedrijfsvoering terwijl een groot conflict dreigt, is gevaarlijk. De tegenstander innoveert in weken. Wij kunnen ons procedures van jaren niet langer veroorloven.
Positief is dat wordt gestreefd naar een Defensie Innovatie opschalingscapaciteit naar voorbeeld van het Amerikaanse DARPA, mits defensie weet hoe hier invulling aan kan worden gegeven en de genoemde vereiste cultuuromslag daadwerkelijk plaatsvindt. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van de krijgsmacht, de inrichting van het budget en de organisatie van de gouden driehoek van defensie-bedrijfsleven-en kennisinstellingen. Dit begint met een visie over hoe oorlogen zich conceptueel ontwikkelen. Dit is noodzakelijk voor technology pull. Gebeurt dat niet of onvoldoende dan overheerst technology push en wordt defensie bestookt met technologieën die gouden bergen beloven. De ervaring die ikzelf in Oekraïne opdeed is dat het merendeel van die technologieën en innovaties weinig toegevoegde waarde hebben.
Naar een Europese NAVO
De nota ademt realisme door te stellen dat naar een Europese NAVO moet worden gestreefd. Maar wat betekent dit als tegelijkertijd wordt gesteld dat de NAVO en het bondgenootschap met de Verenigde Staten belangrijk blijven? Op welke punten wil een Europese NAVO onafhankelijk worden van de Verenigde Staten? Welke rol wil Nederland hierin spelen? Er wordt gesteld dat Nederland daartoe kopgroepen wil vormen met Europese partners. Dat is toe te juichen, maar wordt niet concreet.
Hier moeten keuzes worden gemaakt omdat het strategische belang van Europa voor de Verenigde Staten al vanaf president Obamaās āpivot to Asiaā is afgenomen. Dit zal het geval zijn voor elke volgende president.
Als het gaat om de Amerikaanse betrokkenheid dan zijn er enkele belangrijke aandachtspunten die te maken hebben met de essentiƫle functies die de Amerikanen vervullen:
Troepenleverancier. De VS hebben ongeveer 100.000 soldaten in Europa gestationeerd. Deze kunnen, uitgaande van de plannen van andere bondgenoten relatief eenvoudig worden vervangen. Het āNATO New Force Modelā gaat ervan uit dat het grootste deel van de snel inzetbare eenheden door de Europese lidstaten wordt geleverd. Maar hoe Nederland hieraan bijdraagt is onduidelijk.
Extended deterrence. Amerikaanse troepen zijn een ātrip wireā voor de inzet van Amerikaanse kernwapens. Als de Amerikaanse troepen worden verminderd of zelfs geheel worden teruggetrokken wordt deze functie uitgehold. Het alternatief is vertrouwen op de Britse en initieel vooral Franse kernmachten waarover onderhandelingen gaande zijn. Afgezien van de opmerking dat āEuropa meer verantwoordelijkheid moet nemen voor afschrikking en verdedigingā en dat er samenwerking is met Frankrijk, wordt de nucleaire afschrikking nauwelijks uitgewerkt.
Leverancier van geavanceerde wapens. President Trump wil in beginsel niet of zeer beperkt langeafstandswapens in Europa plaatsen. Het Duitse Diehl Defence wil met het OekraĆÆense Fire Point de succesvolle Flamingo-kruisraket gaan produceren, met een bereik van drieduizend kilometer. Dit kan een alternatief zijn. In Iran is een te groot aantal Patriot onderscheppingsraketten afgeschoten. Is het Freyja-systeem dat OekraĆÆne met meerdere Europese landen ontwikkelt een goedkoper alternatief? Mogelijk wel, want experts zien een verschuiving van Amerika naar OekraĆÆne als een van de belangrijke leveranciers van wapensystemen.
Force integration. Het kunnen commanderen van een geĆÆntegreerde, multinationaal samengestelde krijgsmacht is essentieel voor een Europees geleide NAVO. OekraĆÆne heeft het Deltasysteem ontwikkeld dat nu NAVO-compatibel is. Deze belangrijke ontwikkeling en de gevolgen voor de Europese capaciteit ontbreken in de nota.
Concluderend
Het idee dat volledige afhankelijkheid van de VS een biljoen euro kost en 10 tot 20 jaar duurt is ontstaan uit een rapport van het IISS waarin de OekraĆÆneoorlog niet is meegenomen.
OekraĆÆne laat zien door middel van motivatie, innovatie en snelheid dat Rusland de overwinning kan worden ontzegd. Precies daarop moet de deterrence by denial van de NAVO zijn gebaseerd. Dat kan, is goedkoop en kan snel.
Snelheid kan ook worden bereikt door procedures aan te passen en samen met OekraĆÆne wapens te ontwikkelen of ze daar te kopen. Het is een gemiste kans dat deze notie niet in de nota is uitgewerkt. OekraĆÆne heeft de technologie en oorlogservaring die cruciaal is voor de transformatie van de Nederlandse krijgsmacht om in rap tempo van Amerika onafhankelijker te worden.