[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat Toekomstagenda ‘zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’ (24170-398) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D40655, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-03 09:46, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking"

Voorzitter: Michon-Derkzen

Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking"

Aan de orde is het tweeminutendebat Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking" (24170, nr. 398).

De voorzitter:
Goedenavond. Ik heropen hierbij het debat. We spreken vanavond met elkaar in twee tweeminutendebatten en over een wetsvoorstel. Ik heet de minister van harte welkom. Het is goed om u weer te zien. Ook de leden natuurlijk van harte welkom. We hebben nu eerst op de agenda het tweeminutendebat Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking". Er zijn zeven sprekers aangemeld. Mevrouw Moinat heeft niet meegedaan aan het debat, maar vraagt of ze hierbij wel mag aansluiten. Ik kijk even of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Dus mevrouw Moinat, u bent van harte welkom om deel te nemen aan de beraadslaging.

De eerste spreker aan de zijde van de Kamer is mevrouw Van der Plas. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen. Dat doet zij namens de BBB. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Goed om u hier weer in goede gezondheid terug te zien. Ik vervang collega Wiersma, want die had vandaag andere verplichtingen. Zodoende ziet u mij hier vandaag staan. Wij hebben twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat artsen medisch advies noodzakelijk zijn voor een deskundige en zorgvuldige beoordeling van mensen die afhankelijk zijn van voorzieningen om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving;

constaterende dat er steeds minder artsen medisch advies zijn en tussen 2020 en 2024 zelfs niemand voor dit vak werd opgeleid, waardoor de schaarste inmiddels zo groot is dat gemeenten voor deze belangrijke publieke taak deels afhankelijk zijn geworden van commerciële partijen in handen van buitenlandse investeerders;

overwegende dat financiering van de opleiding door werkgevers dus onvoldoende nieuwe artsen medisch advies oplevert;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe ervoor gezorgd kan worden dat weer voldoende artsen medisch advies worden opgeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 423 (24170) (#1).

Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan de volgende.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nu al verschillen bestaan tussen gemeenten in de ondersteuning van mensen met een beperking en dat onvoldoende in beeld is hoe groot deze verschillen zijn;

overwegende dat voorkomen moet worden dat de door het kabinet voorgenomen compensatie voor hoge zorgkosten deze postcodeongelijkheid nog verder vergroot;

verzoekt de regering de voorgenomen compensatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte landelijk in plaats van via gemeenten te regelen, zodat deze compensatie niet afhankelijk wordt van de gemeente waarin iemand woont,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 424 (24170) (#2).

Dank u wel. Dan komen we bij de bijdrage mevrouw Dobbe in dit tweeminutendebat en zij doet dit namens de SP. Nog steeds, gelukkig maar.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, ook na het reces.

Voorzitter. Twee moties van de SP.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende er veel verschillen zijn tussen gemeenten als het gaat om de kosten van de Europese gehandicaptenparkeerkaart en de regels daaromheen, zoals de omgang met parkeervergunningen, kentekenregistraties of toegang tot autoluwe gebieden;

overwegende dat dit drempels opwerpt voor de mobiliteit van mensen met een beperking;

verzoekt de regering om de verschillen tussen gemeenten op het gebied van regels rondom de gehandicaptenparkeerkaart terug te dringen en een maximumbedrag in te stellen voor de kosten hiervan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 425 (24170) (#3).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit het rapport Door de ondergrens gezakt blijkt dat de kwaliteit van leven in de gehandicaptenzorg steeds verder onder druk komt te staan en dat de gehandicaptenzorg te afhankelijk is geworden van de inzet van mantelzorgers;

overwegende dat het risico bestaat dat de geplande bezuinigingen op de gehandicaptenzorg deze problemen zouden kunnen verergeren;

verzoekt de regering om, voordat eventuele bezuinigingen op de gehandicaptenzorg worden doorgevoerd, in kaart te brengen wat de gevolgen hiervan zouden zijn op de kwaliteit van leven van mensen in de gehandicaptenzorg en de druk op mantelzorgers;

verzoekt de regering voorts om het verhogen van de kwaliteit van leven in de gehandicaptenzorg en het verlagen van de druk op mantelzorgers tot een prioriteit te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 426 (24170) (#4).

Mevrouw Dobbe (SP):
Daarbij wil ik mij aansluiten bij de zorgen van mevrouw Van der Plas over de verschillen tussen zorg en ondersteuning van mensen als ze in verschillende gemeenten wonen. Wij hebben al eerder aandacht gevraagd voor deze postcodezorg. Volgens mij vindt iedereen het problematisch dat je een paar meter verderop meer zorg of ondersteuning krijgt dan op de plek waar je je bevindt. Volgens mij moeten we daarvan af. Ik ben toch, na al die voorstellen die hierover al zijn aangenomen en na het voorstel dat mevrouw Van der Plas nu doet, ook in algemene zin wel benieuwd wat het kabinet hier nu aan gaat doen.

De voorzitter:
Dank. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Synhaeve. Zij doet dat namens D66.

Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Niets over ons zonder ons: een duidelijke oproep, zou je denken. Maar toch gebeurt het niet. Het belang van ervaringsdeskundigheid van mensen met een beperking is groot. Op veel plekken gaat het al best goed, maar nog lang niet overal. Zoals een van de deelnemers aan het rondetafelgesprek zei: om echt recht te doen aan de uitvoering van het VN-verdrag Handicap, is het belangrijk dat alle gemeenten een goed, integraal plan maken, gericht op verbeteringen en met een concreet actieprogramma. In veel gemeenten lukt dit en ligt er een mooie lokale inclusieagenda, maar er zijn ook gemeenten die achterblijven. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de inzet van ervaringsdeskundigen cruciaal is om tot goede zorg en ondersteuning te komen voor mensen met een beperking;

overwegende dat uit onderzoek van VNG en Movisie blijkt dat niet alle gemeenten over een lokale inclusieagenda beschikken en dat de inhoud en mate van diepgang hiervan ook sterk verschilt;

verzoekt de regering om, in samenwerking met de VNG en mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties, duidelijke landelijke minimumeisen te ontwikkelen voor betekenisvol lokaal inclusiebeleid en lokale inclusieagenda's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Synhaeve.

Zij krijgt nr. 427 (24170) (#5).

Dank u wel. Mevrouw Westerveld, aan u het woord. Mevrouw Westerveld spreekt namens de fractie PRO.

Mevrouw Westerveld (PRO):
Dank, voorzitter. Goed om hier terug te zijn. Ik had aanvankelijk ook een motie over ervaringsdeskundigheid in voorbereiding. Wij hebben vorig jaar ook al een oproep daarvoor gedaan. Toen vroegen wij de minister om samen met de organisaties kaders te ontwikkelen en te zorgen dat mensen die hun ervaringsdeskundigheid inbrengen, daarvoor een goede beloning krijgen. Dat is net iets anders dan wat mevrouw Synhaeve vroeg. Ik vraag de minister hoe het met de uitvoering van die motie staat. Ik kon in de stukken lezen dat ze bezig was met de uitvoering ervan, maar ik ben benieuwd wat nu de stand van zaken is. Het is natuurlijk heel belangrijk dat mensen kunnen meepraten en -besluiten over beleid dat hen direct aangaat.

Ik heb een andere motie. Die gaat over het herkennen van seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mensen met een beperking vaker slachtoffer zijn van mishandeling, (seksueel) misbruik en grensoverschrijdend gedrag;

constaterende dat fysieke of verstandelijke beperkingen ertoe leiden dat melding of aangifte doen vaak moeilijker of zelfs niet mogelijk is;

constaterende dat ook uit onderzoek van het WODC blijkt dat het aantal meldingen een fractie is van het werkelijke aantal;

constaterende dat de extra middelen uit de toekomstagenda, waarmee de capaciteit van de IGJ is uitgebreid met 6 fte, eind 2026 aflopen en de inspectie geconfronteerd wordt met extra bezuinigingen, waardoor het toezicht onder druk komt te staan;

constaterende dat er bovendien geen zicht is op het aantal en type vertrouwenspersonen in de intramurale gehandicaptenzorg en pgb-wooninitiatieven;

verzoekt de regering om samen met cliëntenorganisaties, de sector, de IGJ en deskundigen zoals het Centrum Seksueel Geweld, een plan van aanpak te maken voor en met mensen met een beperking, gericht op preventie, laagdrempelige hulp en ondersteuning bij (vermoedens van) misbruik en grensoverschrijdend gedrag;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Dobbe.

Zij krijgt nr. 428 (24170) (#6).

Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Maeijer namens de PVV.

Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de overgang van cliëntondersteuning vanuit de Wmo naar cliëntondersteuning vanuit de Wlz nog niet overal soepel verloopt;

constaterende dat er in de praktijk al voorbeelden zijn waarbij gemeenten, zorgkantoren en aanbieders afspraken hebben gemaakt, waardoor een cliënt bij deze overgang dezelfde cliëntondersteuner kan behouden;

overwegende dat mensen met een complexe, levenslange of levensbrede ondersteuningsvraag juist behoefte hebben aan continuïteit en niet opnieuw hun verhaal zouden moeten hoeven doen wanneer zij van zorgstelsel veranderen;

verzoekt de regering om bij de uitwerking van het landelijke kwaliteitskader voor onafhankelijke cliëntondersteuning als uitgangspunt op te nemen dat mensen met een complexe, levenslange of levensbrede ondersteuningsvraag bij de overgang van Wmo naar Wlz hun vaste cliëntondersteuner kunnen behouden wanneer zij dit wensen, en de Kamer hierover begin 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.

Zij krijgt nr. 429 (24170) (#7).

Mevrouw Maeijer (PVV):
De tweede en de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het eerste kwartaal van 2026 346 mensen met een VG6-profiel en 178 mensen met een VG7-profiel geregistreerd stonden als wachtend op passende zorg;

constaterende dat de minister erkent dat daarnaast sprake is van schaduwwachtlijsten, waardoor mensen die in de praktijk wachten op passende zorg niet altijd in de landelijke cijfers zichtbaar zijn;

overwegende dat juist mensen met een zeer complexe zorgvraag en hun naasten niet uit beeld mogen raken doordat wachtlijsten niet volledig worden geregistreerd;

verzoekt de regering om met de zorgkantoren concrete afspraken te maken waardoor mensen met een VG6- of VG7-profiel die wachten op passende zorg, inclusief mensen op schaduwwachtlijsten en mensen die al zorg ontvangen die niet passend is, landelijk in beeld worden gebracht, en de Kamer uiterlijk bij de eindrapportage van de toekomstagenda in het voorjaar van 2027 hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.

Zij krijgt nr. 430 (24170) (#8).

Dank u wel. Ik kijk even naar de minister. Ik begreep dat zij tien minuten nodig heeft om de beantwoording voor te bereiden.

De vergadering wordt van 18.27 uur tot 18.40 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de beraadslaging. Ik vraag de leden om plaats te nemen. Ik zie de minister al klaarstaan. We gaan luisteren naar de reactie op de acht moties die zijn ingediend. Het woord is aan de minister.

Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Fijn om iedereen weer in goede gezondheid terug te zien na het reces. Hopelijk is het voor iedereen een goed reces geweest. Ik ga de moties appreciëren. Daarna zal ik nog even ingaan op de vraag van mevrouw Westerveld.

De motie op stuk nr. 423 van mevrouw Van der Plas kan ik oordeel Kamer geven, mits ik de motie zo mag interpreteren dat ik met de werkgevers in gesprek ga over de opleiding. U vroeg naar de opleiding arts medisch advies. De arts medisch advies is een KNMG-profielopleiding, die wij niet bekostigen. Mogelijk komt uw vraag voort uit het tekort aan keuringsartsen, wier werkzaamheden worden ingekocht door gemeenten. Gemeenten gaan zelf over de inkoop van deze voorziening. Als ik de motie mag interpreteren zoals ik net deed, dan krijgt deze wat mij betreft oordeel Kamer.

De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van der Plas knikken. Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 423 oordeel Kamer.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 424 van de BBB moet ik helaas ontraden. Het kabinet heeft nog geen besluit genomen over de invulling van de 350 miljoen voor de tegemoetkoming van zorgkosten voor chronisch zieken. Omdat ik hier niet op wil vooruitlopen, ontraad ik de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 424 is ontraden.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 425 van mevrouw Dobbe van de SP moet ik ook ontraden. Ik ben bekend met de verschillen tussen gemeenten als het gaat om de kosten voor de gehandicaptenparkeerkaart. Daar hebben we het volgens mij al vaker over gehad. De manier waarop gemeenten dit vormgeven, is een decentrale verantwoordelijkheid. Over eventuele aanpassingen moet dus ook op lokaal niveau worden besloten. Wel ga ik in gesprek met de VNG over de verschillen in de parkeerkaart. Dat zal ik doen tijdens een bestuurlijk overleg op 12 november.

De voorzitter:
Daarmee wordt de motie op stuk nr. motie 425 ontraden. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 426.

Minister Sterk:
Ook de motie op stuk nr. 426 moet ik ontraden. Wat mevrouw Dobbe vraagt, is onderdeel van het gesprek over de groeiruimte die er nog steeds is voor de sector. In dat gesprek worden ook deze thema's meegenomen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 426 wordt ontraden.

Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. motie 427. Kort gezegd: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 427 krijgt oordeel Kamer.

Minister Sterk:
Ook de motie op stuk nr. 428 van mevrouw Westerveld krijgt oordeel Kamer. In de sector zijn al tal van initiatieven die gericht zijn op hetgeen mevrouw Westerveld vraagt, bijvoorbeeld het kennisnetwerk seksualiteit of de recente SKILZ-richtlijn Seksualiteit en intimiteit in de langdurige zorg. Ik vind het in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de sector om dit op te pakken. Maar als ik de motie zo mag interpreteren dat ik in gesprek blijf met de sector om hun initiatieven in een integraal plan te vatten, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Mevrouw Westerveld met een reactie daarop.

Mevrouw Westerveld (PRO):
Het is fijn dat de minister dit zo serieus neemt. Ik ben bekend met wat er in de afgelopen tijd al is gedaan. Daarover is nu ook veel meer bekendheid bij de aanbieders van zorg. Ik heb dat allemaal gelezen. Maar de motie was al vrij lang, en ik wil geen motie van twee pagina's indienen. Het gaat mij er vooral om dat mensen met een beperking goed weten waar ze naartoe moeten. In informatie zie ik vaak taal staan die naar mijn inschatting lang niet iedereen kan volgen. Ook kunnen veel mensen naar mijn inschatting de stappen die genomen moeten worden bij formele meldingen niet volgen. We weten natuurlijk ook dat sommige mensen met een beperking fysiek al niet in staat zijn om die stappen te zetten. Het gaat er dus vooral over dat wat er nu bekend is, veel beter met en ook door mensen met een beperking gedeeld wordt.

Minister Sterk:
Als ik u goed hoor, zegt u: de toegankelijkheid van de informatie moet gewoon verbeterd worden voor deze groep. Daarover wil ik heel graag in gesprek gaan. Ik denk dat het belangrijk is dat daar oog voor is.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 428 van mevrouw Westerveld krijgt oordeel Kamer. Mevrouw Van der Plas heeft nog een vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De motie op stuk nr. 427 van mevrouw Synhaeve heeft oordeel Kamer gekregen. Ik zou graag wat meer toelichting willen. In de motie wordt gezegd dat er duidelijke landelijke minimumeisen moeten komen. Ik maak me dan toch een beetje zorgen over de uitvoerbaarheid. Gaat dit niet toch weer leiden tot onuitvoerbaar beleid en dus tot extra problemen? De motie krijgt wel oordeel Kamer — het is ook een sympathieke motie — maar als je gaat spreken over landelijke minimumeisen, krijgen gemeenten weer allemaal extra regelgeving. De vraag is dus of de motie uitvoerbaar is. Misschien kan daar nog iets meer toelichting op komen. Als dat niet nu kan, kan dat wellicht ook in een schriftelijke appreciatie, want voor mijn oordeel om hier voor of tegen te stemmen, wil ik wel weten dat dit betekent voor de uitvoerbaarheid.

Minister Sterk:
In de motie wordt verzocht om dat in samenwerking met de VNG te doen. Volgens mij staat die voor de belangen van de gemeenten. Wij constateren met elkaar dat het hier gaat om een decentrale verantwoordelijkheid. Daar wil ik niet per se aankomen, maar je wilt natuurlijk wel dat zo'n lokale agenda aan bepaalde eisen voldoet. Wat we nu zien, is dat een heleboel gemeenten het heel goed doen, maar dat een deel van de gemeenten zich er een beetje van afmaakt. We willen heel graag dat iemand met een beperking ervan uit kan gaan dat er in ieder geval een aantal zaken in komen te staan. Ik denk dat u die landelijke minimumeis zo moet lezen. Wij willen niet een soort nieuwe bureaucratie optuigen, maar we willen wel dat die agenda's aan een bepaalde norm voldoen. Daarover voeren wij het gesprek met de VNG en met mensen met een beperking die daarbij betrokken zijn.

De voorzitter:
Is dit voldoende voor de afweging voorafgaand aan de stemming?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een kleine vervolgvraag. Inderdaad staat er "in samenwerking met de VNG". Maar de VNG is natuurlijk een overkoepelende organisatie van vele gemeenten in Nederland. De minister stelt dat sommige gemeenten er zich van afmaken. Maar dat kan juist ook te maken hebben met de uitvoerbaarheid. Misschien wil een bepaalde gemeente het wel, maar is het voor die gemeente gewoon niet uitvoerbar. Dat kan te maken hebben met voorzieningen of met mensen. Ik vind dat het nu een beetje op een hoop wordt gegooid.

Minister Sterk:
Voordat we daar nu een heel debat over gaan voeren: ik denk dat het volgende echt wel belangrijk is. Ik denk dat elke gemeente daar dingen in kan doen voor mensen met een beperking. Die mensen hebben net zo veel recht op die plek in de samenleving, maar dat vindt u ongetwijfeld ook; daar twijfel ik helemaal niet aan. Wij vinden dat een aantal zaken daar gewoon een beetje eenduidig in moeten staan. Dat moet niet meteen leiden tot heel veel bureaucratie of allerlei organisaties die daar aanwezig moeten zijn. Ik vind het echter wel terecht dat als wij zeggen dat er Lokale Inclusie Agenda's moeten worden afgesloten, er wordt gezegd dat daar eigenlijk wel een aantal zaken in moeten staan. Volgens mij is dat ook het gesprek dat we voeren met de VNG. Uiteindelijk is het natuurlijk de gemeenteraad die het vaststelt. Daar moet het gebeuren, maar ik vind wel dat wij deze inzet moeten plegen.

De voorzitter:
Ik wil eigenlijk naar de appreciatie van de motie op stuk nr. 429, maar mevrouw Dobbe staat bij de interruptiemicrofoon.

Mevrouw Dobbe (SP):
Bij een debat komen de moties heel snel voorbij, maar ik dacht: hier hebben we het toch al eerder over gehad? Dat is ook zo. Ik vroeg mij het volgende af. Tijdens de bespreking van de initiatiefnota van mevrouw Westerveld is er ook al een motie van ons en anderen aangenomen die vraagt om standaarden voor gemeenten, met standaardonderwerpen, levens- en beleidsdomeinen en kwaliteitscriteria, zodat die per gemeente hetzelfde zijn.

De voorzitter:
Op welke motie slaat u aan, mevrouw Dobbe?

Mevrouw Dobbe (SP):
Op de motie waar mevrouw Van de Plas het net ook over had, namelijk de motie van mevrouw Synhaeve.

De voorzitter:
Oké. Dat is de motie op stuk nr. 427.

Mevrouw Dobbe (SP):
Deze motie heeft oordeel Kamer gekregen, maar hoe verhoudt die zich dan tot de reeds aangenomen motie die hier ook over gaat?

Minister Sterk:
Als die motie over hetzelfde thema gaat, dan wordt die daar natuurlijk gewoon bij betrokken. Het is niet zo dat we de ene aangenomen motie wel en de andere niet zouden uitvoeren. Die wordt daar dus gewoon bij betrokken. Ik zeg u in ieder geval toe dat we de Kamer erover zullen berichten als dat overleg tot concrete afspraken leidt en daarmee ook tot de vraag die in uw motie staat.

De voorzitter:
Het is scherp van mevrouw Dobbe om te zorgen dat we geen dubbelingen in moties hebben. Dat is namelijk onnodig.

We gaan naar de appreciatie van de motie op stuk nr. 429.

Minister Sterk:
Ja, dat klopt. Die motie moet ik ontraden, niet omdat ik zeg dat dat niet belangrijk zou zijn, maar omdat het echt aan gemeenten en zorgkantoren zelf is om die afspraken te maken. Het kwaliteitskader is van de veldpartijen zelf. Volgens mij hebben we in het schriftelijk overleg ook aangegeven dat je wel steeds meer ziet — dat zou ik eerlijk gezegd ook willen stimuleren — dat de cliëntondersteuner al mee gaat kijken voordat iemand daadwerkelijk overgaat naar de Wlz, omdat je daarmee een goede overgang van de Wmo of de Zorgverzekeringswet naar de Wlz kunt maken. Dat juich ik dus van harte toe. Maar ik ontraad deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 429: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 430.

Minister Sterk:
Ten slotte de motie op stuk nr. 430. Ook die moet ik ontraden. Wat u vraagt is namelijk al afgesproken.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 430: ontraden.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van ...

Minister Sterk:
Nee, voorzitter, er is nog één vraag die ik moet beantwoorden. Die is van mevrouw Westerveld. Zij vroeg naar de stand van zaken van de motie over ervaringsdeskundigheid, ook in relatie tot de vergoeding. Er is een handreiking gemaakt met input van belangenorganisaties over het inzetten en vergoeden van ervaringsdeskundigen. Die handreiking wordt nu een jaar lang gebruikt door beleidsmedewerkers van de werkagenda VN-verdrag Handicap. Na een jaar gaan we dat evalueren. Er is nu ook een aparte werkgroep samengesteld die daarop meekijkt en die de mogelijkheden onderzoekt voor de praktische uitvoerbaarheid van de vergoeding.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, voorzitter, maar naar aanleiding van de motie van mevrouw Van der Plas over de verschillen tussen gemeenten had ik in algemene zin nog een vraag gesteld aan deze minister over hoe het nu staat met de aanpak van het kabinet met betrekking tot het aanpakken van de verschillen tussen gemeenten wat betreft gehandicaptenbeleid. Ik hoorde in het antwoord ten aanzien van de motie van mevrouw Van der Plas dat deze minister in gesprek gaat met de VNG, maar ik vraag me wel af wat de insteek van dat gesprek dan is. Dat vraag ik ook in relatie tot de vraag die ik al heb gesteld, omdat deze minister stelselverantwoordelijk is en verschillen tussen gemeenten, maar ook rechtsongelijkheid tussen mensen die in een gemeenten wonen, natuurlijk ook niet de bedoeling zijn.

De voorzitter:
Uw vraag is helder.

Minister Sterk:
Dat is best een hele grote vraag die hier zo wordt gesteld. Volgens mij heb ik daar net eigenlijk al een antwoord op gegeven, namelijk dat we in ieder geval proberen om lokaal beleid dat door gemeentes voor mensen met een beperking wordt gemaakt, zo gelijkvormig mogelijk te krijgen, maar dat uiteindelijk een decentrale verantwoordelijkheid is. Dat is in zekere zin natuurlijk ook wat u nu van mij vraagt. Natuurlijk ben ik stelselverantwoordelijke, maar juist in dat stelsel hebben we bepaalde zaken neergelegd bij gemeentes. In zijn algemeenheid zijn we natuurlijk bezig met de werkagenda. Daar staan heel veel punten in die er uiteindelijk toe moeten leiden dat een heleboel zaken gewoon goed geregeld gaan worden ongeacht waar je woont. Dat is iets waar ik mezelf wel heel erg verantwoordelijk voor voel.

Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot hoor, voorzitter. Ik snap dat het een brede vraag is. Het is ook wel een relevante vraag. Het is ook geen nieuwe vraag. Misschien kan de minister bijvoorbeeld een brief toezeggen waarin zij expliciet op dit punt ingaat en kijkt hoe deze minister haar eigen bevoegdheid daarin ziet, welke ruimte zij daarin heeft en welke stappen worden gezet. Dat zou mij in ieder geval heel erg helpen in dit debat.

Minister Sterk:
Ik wil best wel toezeggen om voor de begroting iets op papier uiteen te zetten over hoe we dat zien.

De voorzitter:
Genoteerd. Mevrouw Moinat.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Ik wil een vraag stellen over de motie op stuk nr. 430. U ontraadt de motie omdat dit al is afgesproken, maar is de motie dan overbodig of ontraadt u 'm op een andere manier? Dat is voor mij wel van belang voor mijn stemming.

Minister Sterk:
Ja, goede vraag. Iets wat we al doen, is in die zin eigenlijk overbodig. Daarom wil ik 'm eigenlijk gewoon ontraden. Ik blijf voor de duidelijkheid maar gewoon bij ontraden.

De voorzitter:
Ontraden met de toelichting dat we het al doen. Een appreciatie is geen exacte wetenschap, daar wijst u ons maar weer eens op. Ik dank de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Daarmee is het tweeminutendebat Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking afgerond.