Antwoord op vragen van de leden Stultiens en Bushoff over mogelijke corruptie via Nederlandse brievenbusfirma’s bij Albanees resort van schoonzoon Trump
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40663, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-03 10:43, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (Ooit VVD kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij antwoord op vragen van de leden Stultiens en Bushoff over mogelijke corruptie via Nederlandse brievenbusfirma’s bij Albanees resort van schoonzoon Trump
Onderdeel van zaak 2026Z13066:
- Gericht aan: E. Heinen, minister van Financiën
- Gericht aan: S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2923
Antwoord van minister Heinen (Financiën) (ontvangen 3 september 2026)
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het corruptieonderzoek naar het Albanese resort dat leidt naar Nederlandse brievenbusfirma’s?
Beantwoording vraag 1
Ja, ik ben bekend met de berichtgeving hierover in de media.
Vraag 2
Deelt u de analyse dat de combinatie van grootschalige buitenlandse investeringen, zwakke institutionele controle en complexe Nederlandse eigendomsstructuren een enorm risico vormt voor de democratische controle?
Beantwoording vraag 2
Het kabinet onderschrijft in algemene zin het belang van transparantie over eigendomsstructuren en geldstromen en van adequate waarborgen tegen witwassen en corruptie. Complexe eigendomsstructuren zijn op zichzelf niet ongebruikelijk of onrechtmatig, maar kunnen het moeilijker maken om inzicht te verkrijgen in de uiteindelijke begunstigden (‘UBO’s’) en geldstromen. Hiertegen heeft Nederland maatregelen genomen. Zo zijn juridische entiteiten verplicht hun UBO's te registreren in het UBO-register. Daarnaast hebben financiële instellingen en specifieke beroepsgroepen, waaronder trustkantoren, een poortwachtersfunctie en zijn zij verplicht cliëntonderzoek uit te voeren. Dit cliëntonderzoek houdt onder meer in dat de poortwachter de UBO verifieert en inzicht verkrijgt in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur. Het kabinet zet zich zowel nationaal als internationaal in voor verdere versterking van de transparantie van eigendomsstructuren en uiteindelijk belanghebbenden. Dit gebeurt onder meer via de implementatie van het Europese antiwitwaspakket1, waarin regels over onder meer cliëntenonderzoek en UBO-transparantie verder worden geharmoniseerd.
Vraag 3
Deelt u de analyse dat Nederland als leverancier van brievenbusfirma’s een belangrijke spil vormt bij het wegsluizen van buitenlands geld?
Vraag 7
Bent u van mening dat de sector en de zelfregulering op dit moment voldoende functioneert in het algemeen belang? Welke maatregelen heeft u de afgelopen jaren genomen om de trustsector strenger te reguleren? Zijn de beoogde doelen bereikt?
Beantwoording vraag 3 en 7
Trustkantoren zijn gereguleerd via de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) en hebben een poortwachtersfunctie om integriteitsrisico’s, waaronder witwasrisico’s, te beheersen. Trustkantoren mogen uitsluitend met een door De Nederlandsche Bank (DNB) verleende vergunning trustdiensten aanbieden en staan onder doorlopend toezicht van DNB. Op 1 januari 2019 is de Wtt 2018 in werking getreden met als doelstelling een betere beheersing van integriteitsrisico's in de trustsector ten opzichte van de voorloper van de Wtt 2018.2 Dit doel was mede ingegeven door maatschappelijke zorgen naar aanleiding van onder andere de Panama Papers, de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies en de toezichtspraktijk van DNB.3 De Wtt 2018 bevat, naast een vergunningsregime voor het verlenen van trustdiensten, eisen aan een integere en beheerste bedrijfsvoering en het verrichten van cliëntenonderzoek, en voorziet in toezicht- en handhavingsbevoegdheden voor DNB.
Het kabinet markeert dat om aan integriteitsrisico’s die aan trustdienstverlening verbonden kunnen zijn de Wtt 2018 sinds de inwerkingtreding meerdere malen is gewijzigd, waardoor de verplichtingen voor trustkantoren en het toezicht op de sector aanzienlijk zijn aangescherpt. Zo is voor trustkantoren een algeheel verbod op het geven van belastingadvies4 en het optreden als doorstroomvennootschap5 ingevoerd om het faciliteren van ongewenste fiscale constructies voor belastingontwijking tegen te gaan. Nederland heeft daarnaast de afgelopen jaren ook op fiscaal gebied veel maatregelen genomen tegen belastingontwijking via doorstroomstructuren, zowel internationaal als nationaal.6 Daarnaast is de Wtt 2018 in 2022 gewijzigd om sanctierisico’s beter te mitigeren, waarbij het verboden is om trustdiensten te verlenen aan cliënten in de Russische Federatie of Belarus. Het verbod om trustdiensten te verlenen is vervolgens uitgebreid tot cliënten, doelvennootschappen en uiteindelijk belanghebbenden die zijn gevestigd in een derde-hoogrisicoland of een land dat voorkomt op de Europese lijst van niet-coöperatieve belastingjurisdicties.7 Voorts zijn maatregelen getroffen om ontwijking van de vergunningplicht tegen te gaan en de handhaving daarvan te versterken. Daartoe is onder meer de definitie van een specifieke trustdienst verduidelijkt en is de boete voor het omzeilen van trustdienstverlening, bijvoorbeeld via “opknippen” van bepaalde diensten, verhoogd. Binnen het Financieel Expertise Centrum (FEC)8 wordt daarnaast een project uitgevoerd naar illegale trustdienstverlening en is een onderzoek afgerond naar het opknippen van trustdienstverlening.9 Er wordt daarnaast ook gehandhaafd. Zo heeft DNB recent bij tien bedrijven onderzoek gedaan naar het illegaal opknippen van trustdiensten en is bij drie bedrijven een overtreding vastgesteld. Bij vier bedrijven loopt het onderzoek nog, waarbij DNB handhavingsmaatregelen niet uitsluit.10
In de eerste helft van 2026 is de Wtt 2018 geëvalueerd door een extern onderzoeksbureau.11 Uit de evaluatie blijkt dat de Wtt 2018 en de daaropvolgende aanscherpingen hebben bijgedragen aan de versterking van de integriteit van de vergunninghoudende trustsector. De wetgeving is daarmee doeltreffend gebleken in het beperken van de risico's op witwassen, terrorismefinanciering en misbruik van trustdienstverlening binnen de gereguleerde sector. De onderzoekers doen geen aanbevelingen om de Wtt 2018 inhoudelijk aan te passen. Uit de evaluatie blijkt verder dat de (fiscale) maatregelen Nederland de afgelopen jaren minder aantrekkelijk hebben gemaakt als vestigingsland voor doorstroomstructuren. Dit blijkt onder meer uit een recente publicatie van DNB, waaruit volgt dat zowel het aantal financiële holdings van multinationals als het aantal trustkantoren in ongeveer tien jaar tijd bijna is gehalveerd.12 Ook blijkt de effectiviteit van de invoering van de bronbelasting op renten, royalty’s en dividenden uit de afname van inkomensstromen vanuit Nederland naar laagbelastende jurisdicties van € 37 miljard in 2019 naar € 6,5 miljard in 2024.13
Voor partijen die bedrijven alleen een vestigings- of correspondentieadres ter beschikking stellen met eventueel wat kleine secretariaatswerkzaamheden (in de volksmond brievenbusfirma’s genoemd), geldt dat zij de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten naleven. Deze adresverleners worden ook wel aangemerkt als domicilieverleners en staan als poortwachters onder toezicht van de Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI). Tijdens de onderhandelingen over het nieuwe Europese antiwitwaspakket heeft Nederland zich ingezet voor de invoering van een registratieplicht voor domicilieverleners.14 Dat is nu ook onderdeel geworden van dit pakket, dat Nederland momenteel implementeert. Bij de implementatie van het pakket is het kabinet daarnaast voornemens om gebruik te maken van een lidstaatoptie, zodat domicilieverleners en bredere trustdienstverleners zogenoemd verscherpt cliëntenonderzoek moeten toepassen vanwege de inherente risico’s die met deze dienstverlening gepaard gaat. Hierbij zal de noodzaak voor deze verscherpte maatregelen enige tijd na inwerkingtreding geëvalueerd worden.15 De verwachting is dat het wetsvoorstel voor de implementatie van het anti-witwaspakket voor het eind van het kalenderjaar bij uw Kamer wordt ingediend.
Vraag 4
Klopt het dat aandeelhouders zich niet bekend hoeven te maken omdat ze minder dan 25% van het project bezitten? Hoeveel beleidsvrijheid heeft Nederland om dit aan te scherpen? Bent u bereid om dit aan te scherpen?
Beantwoording vraag 4
Een aandeelhouder met 25% of meer van de aandelen of stemrechten is uiteindelijke begunstigde (‘UBO’) van de juridische entiteit. Dat betekent niet dat personen met minder dan 25% van de aandelen of stemrechten géén UBO zijn. Wanneer een persoon op een andere manier zeggenschap heeft over een onderneming kan die persoon ook als UBO worden aangemerkt. Hierbij kan worden gedacht aan statutaire bepalingen, een benoemingsrecht of informele afspraken. Wanneer een persoon voldoet aan de eisen om als UBO te worden aangewezen, moet diegene worden ingeschreven in het UBO-register. Deze regels gelden nu al en worden aangescherpt door de nieuwe Europese antiwitwaswetgeving. In lijn met de kabinetsinzet om administratieve lasten te verminderen is ervoor gekozen om geen gebruik te maken van de lidstaatoptie om in geval van hoog risico-situaties het percentage om als UBO te worden aangemerkt te verlagen naar 15%. Het toezicht op de naleving van de UBO-regelgeving vindt risicogebaseerd plaats, zodat onnodige regeldruk wordt voorkomen in situaties met een laag risico.
Vraag 5
Bent u bereid om proactief mee te werken aan het Albanese anticorruptie onderzoek en te zorgen dat bekend wordt wie alle aandeelhouders zijn in deze constructies?
Vraag 6
Kunt u een overzicht geven van de betrokken entiteiten met een Nederlandse link en aangeven onder welke wetgeving zij vallen?
Beantwoording vragen 5 en 6
De minister van Justitie en Veiligheid kan geen uitspraken doen over lopende (buitenlandse) strafrechtelijke onderzoeken en mogelijke samenwerking en evenmin over entiteiten en aandeelhouders. Nederland en Albanië onderhouden een goede rechtshulprelatie. In het kader daarvan werken politie en het openbaar ministerie (OM) samen met de Albanese anti-corruptiestructuur SPAK in de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit en corruptie. Eventuele rechtshulpverzoeken die in deze samenwerking worden gedaan, worden beoordeeld en verwerkt door de Afdeling Internationale aangelegenheden en Rechtshulp in Strafzaken van het ministerie van Justitie en Veiligheid, in samenwerking met het OM.
Zie het EU-antiwitwaspakket van 2024, bestaande uit onder meer Verordening (EU) 2024/1624 (de antiwitwasverordening) en Richtlijn (EU) 2024/1640 (de zesde antiwitwasrichtlijn).↩︎
Kamerstukken II 2017/18, 34 910, nr. 3.↩︎
Zie Kamerstukken II 2016/17, 34 566, nr. 3. voor het verslag van de ondervragingscommissie.↩︎
Artikel 3a Wtt 2018. Zie Kamerstukken II 2021/22, 36102, nr.3.↩︎
Artikel 17 Wtt 2018. Zie Kamerstukken II 2023/24, 36422, nr.3.↩︎
Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 2026Z08237 (Antwoord op vragen van het lid Van Eijk over de Panama Papers en de Nederlandse trustsector), 19 mei 2026. Zie voor overzicht fiscale maatregelen mijn beantwoording van de vragen 20 en 21.↩︎
Artikel 23a Wtt 2018. Zie Kamerstukken II 2021/22, 36080, nr.3.↩︎
Financieel Expertise centrum (FEC), Factsheet Opknippen van trustdienstverlening, april 2026.↩︎
De Nederlandsche Bank, ‘Trustdiensten illegaal opgeknipt’, 18 juni 2026. Beschikbaar via: https://www.dnb.nl/nieuws-voor-de-sector/toezicht-2026/q2/trustdiensten-illegaal-opgeknipt/↩︎
SEO Economisch Onderzoek, Evaluatie Wet toezicht trustkantoren 2018, 2026↩︎
De Nederlandsche Bank, Aantal financiële holdings van multinationals bijna gehalveerd, 23 april 2026↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 25 087, nr. 357.↩︎
De Europese anti-witwaspakket zal met ingang van 10 juli 2027 van toepassing zijn. De implementatiewet is afgelopen jaar geconsulteerd, beschikbaar via: https://www.internetconsultatie.nl/implementatiewettervoorkomingvanwitwassenenterrorismefinanciering/b1↩︎
Toegezegd in de bijlage ‘Appreciatie beleidsopties’ bij Kamerstukken II 2025/26, 32 545, nr. 229.↩︎