[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Lijst van vragen over Defensienota 2026 - Samen voorwaarts! (36975-1)

Defensienota 2026 - Samen voorwaarts!

Lijst van vragen

Nummer: 2026D40844, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-03 16:58, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z14881:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


36975-1 Defensienota 2026 - Samen voorwaarts!

nr. Lijst van vragen en antwoorden

De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Defensie over de Defensienota 2026 - Samen voorwaarts! (36975, nr. 1).

Voorzitter van de commissie,

Paternotte

Adjunct-Griffier van de commissie,

Manten

Nr Vraag Bijlage Blz. (van) t/m
1 Wat is het actuele percentage van gezamenlijke inkoop van defensiematerieel? Hoe heeft dit percentage zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich de komende vier jaar ontwikkelen?
2 Wat is het actuele percentage van Europese inkoop van defensiematerieel? Hoe heeft dit percentage zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich de komende vier jaar ontwikkelen?
3 Wat is het actuele percentage van inkoop van Europese licentieproductie van niet-Europese systemen? Hoe heeft dit percentage zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich de komende vier jaar ontwikkelen?
4 Wat is het actuele percentage van inkoop van Amerikaanse systemen? Hoe heeft dit percentage zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich de komende vier jaar ontwikkelen?
5 Wat is het actuele percentage van inkoop van Israƫlische systemen? Hoe heeft dit percentage zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich de komende vier jaar ontwikkelen?
6 Welke concrete lessen uit eerdere Defensienota's en eerdere evaluaties hebben geleid tot wijzigingen in het beleid zoals opgenomen in de Defensienota 2026?
7 Op welke manier gaat u meten en monitoren of de Defensienota 2026 de slagkracht en paraatheid van de krijgsmacht de komende jaren vergroot?
8 Hoe wordt slagkracht en paraatheid geoperationaliseerd om meetbaarheid te bevorderen?
9 Voor welke projecten zijn of worden kosten-batenanalyses uitgevoerd? Hoe wordt de Kamer hierin meegenomen?
10 Wat zijn de tussentijdse resultaten van het Programma Defensie Open op Orde (DOO)?
11 Wat wordt in het kader van het DOO bedoeld met een centrale entiteit die beleids-, inrichtings- en uitvoeringsniveau met elkaar blijft verbinden?
12 Wat is de tussenstand van het integraal plan om de regie op het openbaar maken van Defensie-informatie te verwerken, waar de Defensiestaf, de BA en DOO aan werken?
13 Zijn het Defensiebeveiligingsbeleid (DBB) en het rubriceringsproces Vertrouwelijk binnen Defensie veranderd na inwerkingtreding van het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie (VIRBI) eind 2025? Zo ja, hoe?
14 Is er een formeel gewijzigd Defensiebeveiligingsbeleid (DBB) vastgesteld of zijn er voornemens om het DBB nog te wijzigen?
15 Op welke manier zijn de uitgangspunten, criteria en werkwijzen rondom het rubriceringsproces Vertrouwelijk binnen Defensie concreet aangepast ā€œomdat de vijand meekijktā€?
16 Voor welk bedrag kocht Defensie in 2025 in bij Israƫlische bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026-2030?
17 Welk materieel kocht Defensie in 2025 in bij Israƫlische bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026-2030?
18 Voor welk totaalbedrag kocht Defensie in 2025 in bij Amerikaanse bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026-2030?
19 Welk materieel kocht Defensie in 2025 in bij Amerikaanse bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026-2030?
20 Voor welk bedrag kocht Defensie in 2025 in bij op Europees grondgebied producerende bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026-2030?
21 Welk materieel kocht Defensie in 2025 in bij op Europees grondgebied producerende bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026-2030?
22 Voor welk bedrag kocht Defensie in 2025 in bij op Nederlands grondgebied producerende bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026-2030?
23 Welk materieel kocht Defensie in 2025 in bij op Nederlands grondgebied producerende bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026-2030?
24 Wat zijn de verwachte gevolgen voor mens en materiaal en de financiƫle consequenties van de inzet op onbemenste systemen?
25 Geeft de uitkomst van de Defensiebarometer 2026, dat bijna de helft van de Nederlanders geen vertrouwen heeft in de besteding van defensie-uitgaven, aanleiding tot aanpassingen of maatregelen?
26 Wat zijn de meest actuele cijfers ten aanzien van gerealiseerde en nog geplande personele vulling? Zijn daarover ook cijfers per krijgsmachtdeel beschikbaar?
27 Op welke manier werkt Defensie aan de verbetering van vrouwengezondheid binnen de verschillende krijgsmachtonderdelen, gelet op de verwachte hogere instroom van vrouwelijke militairen?
28 Kunt u aangeven welke NAVO-capaciteitsdoelstellingen Nederland met deze Defensienota volledig verwacht in te vullen?
29 Welke NAVO-capaciteitsdoelstellingen kan Nederland naar verwachting in 2035 nog niet volledig invullen?
30 Kunt u per krijgsmachtdeel aangeven welk deel van de eenheden momenteel voldoet aan de normen voor operationele gereedheid en welke verbetering u in 2030 verwacht?
31 Hoeveel mensen werken momenteel bij Defensie volgens dezelfde definitie die wordt gebruikt voor de doelstelling van 102.000 mensen in 2030?
32 Welke jaarlijkse netto personeelsgroei is nodig om in 2030 102.000 mensen te bereiken?
33 Welke objectieve indicatoren bepalen binnen het Dienmodel wanneer wordt overgegaan naar meer verplichtende maatregelen?
34 Wanneer verwacht Defensie de benodigde inzetvoorraden voor een grootschalig conflict op het gewenste niveau te hebben?
35 Welke uitgangspunten gebruikt Defensie om te bepalen welk voorraadniveau voor munitie en reservedelen voldoende is?
36 Voor welke kritieke munitie, reservedelen en grondstoffen is Nederland momenteel afhankelijk van leveranciers buiten Europa?
37 Hoe wordt gemeten of de ambitie wordt gehaald dat over vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met onbemande systemen wordt bereikt?
38 Wanneer wordt de Defensie-innovatie- en opschalingsautoriteit operationeel, welke bevoegdheden krijgt zij en over welk budget kan zij beschikken?
39 Welke maximale doorlooptijd wil Defensie hanteren tussen het testen van een innovatie en het sluiten van een eerste productiecontract?
40 Hoe wordt gemeten of minimaal 50% van de defensie-uitgaven bij Nederlandse en Europese bedrijven terechtkomt?
41 Welke defensiecapaciteiten en technologieƫn wilt u vanwege strategische autonomie specifiek in Nederland behouden of opbouwen?
42 Welke concrete maatregelen neemt Defensie om aanbestedingsprocedures te verkorten zonder de toegang voor het mkb te beperken?
43 Voor welke wapensystemen is Nederland voor onderhoud, software, munitie of reservedelen afhankelijk van niet-Europese leveranciers?
44 Wat zijn momenteel de belangrijkste knelpunten bij het realiseren van het benodigde defensievastgoed?
45 Hoe wordt het succes van de Nationale Weerbaarheidstraining (NWT) gemeten?
46 Hoeveel deelnemers had de NWT in 2025?
47 Hoeveel fte (uitgesplitst op intern en extern personeel) houdt zich specifiek met de NWT bezig?
48 Hoeveel procent van de Defensienota is door AI geschreven of met behulp van AI tot stand gekomen?
49 Welke bestaande capaciteitstekorten van de Nederlandse krijgsmacht moeten uiterlijk in 2030 zijn opgelost en welke capaciteitstekorten zullen naar verwachting ook daarna nog bestaan?
50 Welke opgaven kunnen ook bij een besteding van 3,5% niet volledig worden uitgevoerd, aangezien het kabinet aangeeft dat Defensie ook bij een besteding van 3,5% van het bbp niet alle opgaven volledig en gelijktijdig kan uitvoeren?
51 In hoeverre zijn de gewenste voorraadniveaus van onder meer munitie, reservedelen en materieel berekend op een langdurig hoog-intensief conflict waarin sprake is van hoge attritie, en welke operationele gevolgen ontstaan wanneer deze voorraadniveaus niet tijdig worden bereikt?
52 Voor hoeveel dagen beschikt de Nederlandse krijgsmacht momenteel over voldoende munitie bij een grootschalig hoog-intensief conflict en welke doelstelling hanteert u voor de toekomstige voorraadniveaus?
53 In hoeverre rekent de Defensienota op reservisten om operationele tekorten op te vangen en hoeveel extra reservisten zijn hiervoor nodig?
54 In hoeverre rekent de Defensienota op burgerpersoneel om operationele tekorten op te vangen en hoeveel extra reservisten zijn hiervoor nodig?
55 In hoeverre rekent Defensie voor het opvangen van personele en operationele capaciteitstekorten op de inzet van private organisaties, zoals Triangular Group? Welke taken en functies worden momenteel door dergelijke organisaties voor Defensie uitgevoerd en in hoeverre bent u voornemens deze inzet de komende jaren verder uit te breiden?
56 Hoe is de beoogde personeelsomvang van circa 102.000 in 2030, de verdere groei naar 122.000 en het opschalingsscenario naar maximaal 200.000 bij oorlog of conflict samengesteld uit beroepsmilitairen, reservisten, burgerpersoneel en private organisaties, zoals Triangular Group?
57 Onder welke concrete omstandigheden kan binnen het dienmodel worden overgegaan van vrijwillige deelname naar verplichte selectie, keuring of opkomst, wie neemt daarover het besluit, hoeveel personen zouden daarbij naar verwachting worden opgeroepen en op basis van welke selectiecriteria?
58 Welke concrete gevolgen heeft de voortzetting van militaire steun aan OekraĆÆne voor de operationele inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht?
59 Welke Nederlandse wapensystemen, munitievoorraden of andere voorraden bevinden zich als gevolg van leveringen aan OekraĆÆne momenteel onder het door Defensie gewenste niveau en wanneer worden deze tekorten naar verwachting volledig aangevuld?
60 Welke Nederlandse wapensystemen, munitievoorraden of andere militaire voorraden dreigen als gevolg van toekomstige leveringen aan OekraĆÆne onder het door Defensie gewenste niveau te komen, om welke tekorten gaat het en wanneer worden deze naar verwachting volledig aangevuld?
61 Welke investeringen in de Nederlandse krijgsmacht worden in de periode 2027 tot en met 2029 vertraagd, verminderd of uitgesteld als gevolg van kasschuiven, ombuigingen of de dekking van militaire steun aan OekraĆÆne?
62 Welke investeringen in de Nederlandse krijgsmacht worden in de periode na 2029 vertraagd, verminderd of uitgesteld als gevolg van kasschuiven, ombuigingen of de dekking van militaire steun aan OekraĆÆne?
63 Klopt het dat van de €2,1 miljard die in het Coalitieakkoord voor 2027 beschikbaar is gesteld voor extra investeringen in Defensie, na de kasschuif van €1 miljard en de €500 miljoen dekking uit de Defensiebegroting, per saldo €0,6 miljard beschikbaar is voor extra investeringen in Defensie in 2027?
64 Welke investeringen in de Nederlandse krijgsmacht worden in 2027 vertraagd, verminderd of uitgesteld doordat van de oorspronkelijk €2,1 miljard voor extra defensie-investeringen, na de kasschuif van €1 miljard en de €500 miljoen dekking uit de Defensiebegroting, per saldo €0,6 miljard resteert?
65 Welke nieuwe taken, bevoegdheden of verantwoordelijkheden op defensiegebied wil het kabinet de komende jaren (deels) op EU-niveau beleggen die momenteel nationaal of binnen de NAVO zijn georganiseerd, en welke gevolgen heeft dit voor de Nederlandse beslissingsbevoegdheid over de eigen krijgsmacht?
66 Bent u voornemens Nederlandse militaire eenheden of capaciteiten verder structureel te integreren in buitenlandse krijgsmachten? Zo ja, welke?
67 Welk percentage wilt u specifiek bij Nederlandse ondernemingen inkopen, aangezien u ernaar streeft ten minste 50% bij Nederlandse en Europese ondernemers in te kopen?
68 Welk percentage van de totale defensie-investeringen is in 2024 en 2025 daadwerkelijk bij Nederlandse ondernemingen terechtgekomen en welk percentage wordt voor 2026 geraamd?
69 Welk deel van de circa €2 miljard die in 2030 voor defensie-ecosystemen wordt uitgetrokken, komt naar verwachting terecht bij Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen?
70 Welke drie toonaangevende militaire eindsystemen en welke vijf hoogwaardige kritieke componenten wil Nederland zelf kunnen ontwikkelen en produceren, en wanneer moet die capaciteit beschikbaar zijn?
71 Voor welke essentiƫle wapensystemen, onderdelen, grondstoffen en overige defensieproducten is Nederland momenteel kritisch afhankelijk van buitenlandse leveranciers of productiecapaciteit, welke daarvan kan Nederland momenteel niet zelf produceren en voor welke producten wil het kabinet nationale productiecapaciteit opbouwen?
72 Voor welke essentiƫle wapensystemen, reservedelen, componenten en overige militaire goederen beschikt Nederland momenteel over eigen productiecapaciteit die in geval van crisis of oorlog snel kan worden opgeschaald, en voor welke essentiƫle producten ontbreekt deze capaciteit?
73 Welke typen munitie worden momenteel geheel of gedeeltelijk in Nederland geproduceerd en voor welke aanvullende typen wilt u nationale productiecapaciteit realiseren?
74 Bent u voornemens zich ervoor in te zetten dat Patriot-interceptoren, waaronder PAC-3-interceptoren, volledig in Nederland onder licentie kunnen worden geproduceerd? Zo ja, welke stappen zet u hiervoor en op welke termijn acht u volledige productie in Nederland mogelijk? Zo nee, waarom niet?
75 Welke onderdelen en componenten van Patriot- en PAC-3-interceptoren kunnen momenteel in Nederland worden geproduceerd, welke niet, en wat is volgens u nodig om door te groeien van Nederlandse componentenproductie naar volledige productie, assemblage en eindintegratie van deze interceptoren in Nederland?
76 Welke onderhouds-, reparatie- en revisiewerkzaamheden aan Patriot-systemen en PAC-3-interceptoren kunnen momenteel in Nederland worden uitgevoerd, welke werkzaamheden moeten in het buitenland plaatsvinden en wat is volgens u nodig om het onderhoud, de reparatie en revisie hiervan zoveel mogelijk in Nederland te kunnen uitvoeren?
77 Kunt u een tijdpad geven voor het opzetten van de Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit, inclusief een financieel pad richting de 10% van de defensie-uitgaven?
78 Voor welke essentiƫle wapensystemen is Nederland voor onderhoud, reparatie en revisie momenteel kritisch afhankelijk van buitenlandse leveranciers of onderhoudsfaciliteiten, welke onderhoudswerkzaamheden kunnen momenteel niet in Nederland worden uitgevoerd en voor welke wapensystemen wil het kabinet nationale onderhouds- en instandhoudingscapaciteit opbouwen?
79 Wat wordt precies verstaan onder de doelstelling dat over vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met behulp van onbemande systemen wordt bereikt, wat is de huidige nulmeting en hoe wordt de voortgang gemeten?
80 Welke concrete systemen en investeringen moeten ervoor zorgen dat binnen vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met behulp van onbemande systemen wordt bereikt?
81 Welke concrete acties worden er genomen om de doelen van minstens 40% gezamenlijke aankoop en minstens 50% van Europese bodem te halen?
82 Welke tekortkomingen bestaan momenteel bij de verdediging van het Nederlandse grondgebied tegen ballistische raketten, kruisraketten en drones en wanneer moeten deze zijn opgelost?
83 Welke aanvullende lucht- en raketverdedigingscapaciteiten krijgt Nederland als gevolg van de Defensienota en wanneer zijn deze naar verwachting operationeel inzetbaar?
84 Wat zijn de exacte eisen voor de aanvullende 1,5% NAVO-norm?
85 Hoeveel geld wordt in de periode 2027 tot en met 2030 binnen Defensie besteed aan klimaat- en duurzaamheidsbeleid, welk deel daarvan is rechtstreeks noodzakelijk voor de militaire energiezekerheid en operationele inzetbaarheid en hoeveel wordt besteed aan klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen die niet rechtstreeks bijdragen aan de gevechtskracht van de krijgsmacht?
86 Welke defensieprojecten zijn momenteel vertraagd, aangepast of duurder geworden als gevolg van stikstofregels, natuurregels, netcongestie of overige milieuregelgeving en wat zijn daarvan, voor zover bekend, de financiƫle gevolgen?
87 Wat is er tot op heden gedaan (en wat gaat u concreet doen) om te komen tot de gezamenlijke aanschaf en gebruikerspools voor strategische capaciteiten?
88 Welke defensieprojecten zullen naar verwachting worden vertraagd, aangepast of duurder worden als gevolg van stikstofregels, natuurregels, netcongestie of overige milieuregelgeving, en wat zijn daarvan naar verwachting de financiƫle en operationele gevolgen?
89 Waarom hanteert Defensie de doelstelling dat in 2030 minimaal 30% van het personeel vrouw is en op welke operationele of personele noodzaak is dit percentage gebaseerd?
90 Welke definitie van het begrip ā€˜vrouw’ hanteert Defensie bij de doelstelling dat in 2030 minimaal 30% van het personeel vrouw is?
91 Wordt bij het bepalen van het percentage vrouwen binnen Defensie uitgegaan van het juridisch geregistreerde geslacht, zelfidentificatie of een andere maatstaf, en hoe worden personen die hun geslachtsregistratie hebben gewijzigd in deze statistiek meegeteld?
92 Kunt u een overzicht geven van alle concrete en meetbare doelstellingen uit de Defensienota 2026, met per doelstelling de huidige waarde of nulmeting, de beoogde streefwaarde, het realisatiejaar en de wijze waarop de Kamer over de voortgang wordt geĆÆnformeerd?
93 Kunt u per jaar sinds 2020 een overzicht geven van het aantal deals dat met Israƫlische bedrijven is gesloten voor defensiematerieel en onderhoud en de bedragen die daarmee waren gemoeid?
94 Waarom kiest Defensie voor ā€˜mitigerende maatregelen waar mogelijk’, in plaats van het aantasten van beschermde natuur aantoonbaar voorkomen?
95 Hoe wordt voorkomen dat de groei van oefeningen, materieel en oefenruimte leidt tot netto verlies van biodiversiteit, leefgebied of rustgebied voor kwetsbare soorten?
96 Wordt bij de uitbreiding van militaire activiteiten niet alleen gekeken naar stikstofdepositie, maar ook naar geluid, trillingen, verstoring, bodemschade, waterkwaliteit en versnippering van leefgebieden?
97 Hoe wordt bij oefeningen rekening gehouden met broed-, kraam-, trek- en overwinteringsperioden van diersoorten?
98 Welke grenswaarden hanteert Defensie voor geluid en andere verstorende effecten op fauna, en zijn deze normen gebaseerd op de meest recente ecologische wetenschappelijke inzichten?
99 Kunt u per defensieonderdeel en defensie-oefengebied aangeven hoeveel COā‚‚, stikstof en fijnstof wordt uitgestoten en welke reductie per onderdeel wordt verwacht richting 2030, 2040 en 2050?
100 Welke informatie over milieu-, natuur- en gezondheidseffecten van militaire activiteiten wordt openbaar gemaakt, zodat burgers en de Kamer de gevolgen kunnen controleren?
101 Bent u bereid om jaarlijks publiek te rapporteren over natuurkwaliteit, stikstof, COā‚‚, geluid, bodem- en waterkwaliteit op en rond defensie(oefen)terreinen?
102 De Defensienota zegt dat Defensie ā€žwaar mogelijkā€ mitigerende maatregelen treft. Wat betekent ā€žwaar mogelijkā€ concreet? Onder welke omstandigheden of met welke redenen is het volgens Defensie niet mogelijk?
103 Kunt u garanderen dat het COA de Nassau-Dietzkazerne in Budel uiterlijk medio 2028 heeft verlaten en dat een eventueel gebrek aan alternatieve opvangcapaciteit geen reden kan zijn om het gebruik door het COA te verlengen of de volledige ingebruikname door Defensie uit te stellen?
104 Hoe autonoom mogen onbemenste systemen opereren?
105 Welke rol speelt de mens bij de inzet van onbemenste systemen?
106 Klopt het dat het ministerie van Defensie in oktober 2025 de opdracht heeft gegeven aan Stichting Extra Samen om een verkenning uit te voeren voor het inrichten van aanvullende, eenduidige reserves op het gebied van Techniek, Logistiek en Veiligheid? Is deze verkenning inmiddels afgerond en wat zijn de uitkomsten en aanbevelingen van de verkenning?
107 Wat zijn de vervolgstappen ten aanzien van het inrichten van aanvullende, eenduidige reserves op het gebied van Techniek, Logistiek en Veiligheid?
108 Hoe staat het met de uitvoering van de motie van het lid Piri over het peilen van het sentiment onder Afghanistanveteranen en tolken over de Europese toenadering tot de taliban (Kamerstuk 36800-X, nr. 103)?
109 Hoe staat het met de uitvoering van de gewijzigde motie van het lid Piri c.s. over het onderzoeken of een (beperkte) individuele financiƫle tegemoetkoming mogelijk is voor goed gedocumenteerde gevallen van Hawija-slachtoffers (Kamerstuk 27925, nr. 1035)?
110 Bevindt Zr.Ms. De Ruyter zich momenteel nog altijd in de buurt van de Straat van Hormuz?
111 Hoe staat het met de uitvoering van de motie van het lid Stultiens c.s. over in een verbeterplan opvolging geven aan alle aanbevelingen van de Rekenkamer (Kamerstuk 36945, nr. 9)?
112 Kunt u een overzicht geven van de geraamde uitgaven in het kader van de 1,5% NAVO-norm en op welke begrotingen deze zijn geboekt?
113 Zijn er ook voorbeelden van beleidsterreinen of projecten (zoals infrastructuur) die van belang zijn voor de nationale veiligheid, gereedheid of weerbaarheid, waarbij Defensie meebetaalt aan andere begrotingen of andersom?
114 Kan nader worden toegelicht waarom ook bij een besteding van 3,5% bbp
Defensie niet volledig en gelijktijdig aan alle opgaven kan voldoen?
115 Wat zijn de meest actuele cijfers ten aanzien van gerealiseerde en nog geplande personele vulling? Zijn daarover ook cijfers per krijgsmachtdeel beschikbaar?
116 Op welke aannames is de groei naar circa 102.000 defensiemedewerkers in 2030 gebaseerd?
117 Waarom dient de categorie burgerpersoneel richting 2030 in omvang iets te krimpen? Hoe verhoudt zich dat tot alle ambitieuze groeiplannen van de gehele defensieorganisatie? Vloeit deze keuze voort uit de taakstelling op het apparaat?
118 Welke deflatoren hanteert de NAVO om het NAVO-percentage te berekenen, aangezien de berekenwijze van de NAVO-norm verschilt tussen Nederland en de NAVO zelf?
119 Wat is de gemiddelde uitstoot van COā‚‚, fijnstof en stikstof door oefeningen van Defensie, berekend per dag, en wat is de verwachte uitstoot in 2030?
120 Wat zijn de gevolgen van militaire oefeningen in en rond de Doggersbank voor de natuurkwaliteit, waterkwaliteit, bodemkwaliteit en biodiversiteit?
121 Op welke manier is inzet op en investeren in diplomatie en de-escalatie onderdeel van deze defensiestrategie, aangezien dit niet wordt genoemd in deze Defensienota? 2
122 Welk deel van investeringen in mensen, middelen en manieren van Defensie wordt ingezet voor diplomatie en de-escalatie en op welke manier? 2
123 Wat wordt bedoeld met ā€˜te beschermen wat ons dierbaar is’? Op welke manier vallen daar de zorg in Nederland, sociale zekerheid in Nederland, onderwijs in Nederland en sociale voorzieningen in Nederland onder? 6
124 Wat gaat Nederland in de EU concreet doen om te streven naar de verankering van OekraĆÆne als cruciaal onderdeel van de Europese veiligheidsorde? 6
125 Welke concrete Nederlandse doelstellingen op het gebied van wapenbeheersing, risicoreductie en non-proliferatie, ook op het gebied van opkomende technologieƫn zoals drones en AI, worden gekoppeld aan de uitvoering van de Defensienota, en welke capaciteit en middelen zijn hiervoor beschikbaar binnen Defensie? 6 7
126 In hoeverre zullen autonome wapensystemen onderdeel zijn van de investeringen die door Defensie worden beoogd, aangezien op p. 7 staat: "Vanwege de toegenomen rol van onbemenste systemen kiest defensie voor onbemenst waar dat kan", terwijl op p. 8 staat dat er meer geĆÆnvesteerd zal worden in AI? 7 8
127 Op welke manier wordt geborgd dat er altijd menselijke controle is en zal blijven bij het selecteren van doelwitten of aanvallen op doelwitten bij gebruik van AI? 8
128 In hoeverre wordt verwacht dat het gebruik van AI en onbemande systemen aanleiding geeft tot aanpassing van regels met betrekking tot burgerslachtoffers, waaronder de toerekening van verantwoordelijkheid en eventuele compensatie, en hoe ziet het proces voor dergelijke aanpassingen eruit? 8
129 Wordt de uitspraak ā€˜De NAVO blijft de hoeksteen van onze verdediging, met de VS als belangrijkste bondgenoot’ nog steeds als uitgangspunt van deze Defensienota gehanteerd? 8
130 Hoe gaat Defensie de samenwerking met de samenleving concreet vormgeven? Gezien het feit dat host nation support op dit moment vooral iets vÔn de samenleving vraagt: wat brengt Defensie? Hoe gaat Defensie nauwer samenwerken met het maatschappelijk middenveld, zoals men ook in Oekraïne ziet? 8
131 In hoeverre wordt bij investeringen in de defensie-industrie voorzien in publieke zeggenschap, aangezien de Defensienota stelt: ā€˜De defensie-industrie is onmisbaar voor onze veiligheid. Zij is niet alleen leverancier, maar ook strategische partner’? 9
132 In hoeverre wordt voorzien in een limiet op de winst die de private defensie-industrie kan maken met investeringen van publiek defensiegeld? 9
133 In hoeverre betekent het zijn van ā€˜strategisch partner’ dat de defensie-industrie zeggenschap krijgt over de strategie van Defensie? Hoe wordt de invloed van de defensie-industrie op keuzes van Defensie inzichtelijk gemaakt? 9
134 Op welke manier wordt er nagedacht over de markt achter de defensie-industrie? Op welke manier wordt er publiek geĆÆnvesteerd in de defensie-industrie? 9
135 Wat doet Defensie concreet om een voortrekkersrol te spelen in het bevorderen van een sterker Europa in de NAVO? Wat is de aanwezigheid van Defensie in de EU/ Brussel om dit te bewerkstelligen? Met hoeveel FTE? Hoe gaan we dit vergroten? 10
136 Wat is de rol van het Groot Project Grensverleggende IT in de digitale transformatie die beoogd wordt? 11
137 Hoe heeft de geopolitieke dreigingsanalyse uit hoofdstuk 1 zich vertaald in de verdeling van Nederlandse militaire capaciteit tussen collectieve verdediging in Europa, nationale taken en inzet ter bescherming van Nederlandse belangen buiten Europa? 15 21
138 In hoeverre is er een juridische basis voor het definiĆ«ren van deze ā€˜grijze zone’, aangezien er in de Defensienota verschillende malen wordt gesproken over de ā€˜grijze zone’ (het is geen oorlog en het is geen vrede)? Wat zijn de juridische dan wel andere kaders om deze ā€˜grijze zone’ te definiĆ«ren? Wanneer is het vrede en wanneer is er sprake van een overgang naar een ā€˜grijze zone’? 16
139 Is er in de afgelopen decennia sprake geweest van een ā€˜niet-grijze zone’ waar Nederland zich in bevond, dus een periode zonder de aanwezigheid van hybride middelen van andere staten of spionage door buitenlandse machten? Indien dit niet het geval is, wat is dan de basis van de definitie van de ā€˜grijze zone’ die de basis vormt van deze nota? 16
140 Hoe gaat Defensie hybride aanvallen in de vorm van desinformatie en cyberaanvallen die op machinesnelheid worden opgeschaald door AI aanpakken? 16
141 Hoe gaat u om met de rol van Turkije op het gebied van het uitbreiden van zijn invloed op het Afrikaanse continent? 17
142 Wat doet u concreet tegen de combinatie van jihadistische aanslagen, buitenlandse inmenging en politieke instabiliteit waar landen in de Hoorn van Afrika en de Sahel mee worstelen? Hoe zorgt Nederland als voortrekker binnen de EU voor een balans tussen hard power (defensie) en soft power (diplomatie) en dus sterke diplomatieke banden, humanitaire hulp en/of handel? 17
143 Wat wordt in de context van deze Defensienota precies bedoeld met de uitspraak: ā€˜Als regels en kaders voor het gebruik van AI (on)bewust verschillend worden geĆÆnterpreteerd, kan dat zorgen voor een ongelijk speelveld’? 22
144 Welke regels en kaders bestaan er voor gebruik van AI bij Defensie en met name in wapensystemen? 22
145 In hoeverre is reeds geborgd dat gebruik van AI door Defensie niet normen overschrijdt om een gelijk speelveld te creƫren omdat anderen andere normen hanteren? Hoe ziet die borging eruit? 22
146 Wat gaat Defensie concreet doen op het gebied van verantwoord militair gebruik van AI (internationaal & nationaal)? Welke ReAIM-activiteiten kunnen de komende jaren worden verwacht? 22
147 Hoe houdt Defensie controle en zeggenschap over welke software wordt ingekocht en hoe dit werkt? Komen er checks-and-balances in het inkoopproces voor verantwoorde AI, bijvoorbeeld door inzage in de broncode te vereisen of controle van de trainingsdata uit te kunnen voeren? 22
148 Welke gezamenlijke doelstellingen, verantwoordelijkheden en besluitvormingsstructuren zijn afgesproken tussen Defensie en andere departementen om militaire, diplomatieke, economische en maatschappelijke instrumenten daadwerkelijk geĆÆntegreerd in te zetten bij hybride dreigingen en crises? 22 23
149 Wat wordt precies bedoeld met de "wederzijds voordelige toegang tot defensiemarkten"? 24
150 Hoe is Defensie van plan afhankelijkheden van de Amerikanen af te bouwen wanneer het ook inzet op het uitbouwen van industriƫle samenwerking met de Verenigde Staten? 24
151 Waarop zijn de financiƫle verplichtingen, waaronder de 3,5%-norm, de capaciteiten en de bijdragen zoals bepaald door de NAVO gebaseerd, die leidend zijn voor de inzet en groei van Defensie? 24
152 In hoeverre maakt Nederland een eigen analyse of afweging over het bepalen welk percentage van ons bbp nodig is voor investeringen in Defensie, of wordt daarbij altijd de opdracht van de NAVO gevolgd? 24
153 In hoeverre voorziet deze Defensienota in de afbouw van strategische afhankelijkheid van de VS, aangezien er ook het volgende wordt geschreven: ā€˜Tegelijkertijd blijven we investeren in samenwerking met de VS op industriegebied en bouwen we deze relatie verder uit op basis van wederkerigheid. Dat krijgt vorm via wederzijdse voordelige toegang tot defensiemarkten en verschillende coproductie-initiatieven met de Amerikaanse industrie. Zo houden we de trans-Atlantische samenwerking duurzaam en toekomstbestendig.’? Waar zien we daar de uitwerking van en welke doelen zijn daarbij gesteld? 24
154 Wat houdt de genoemde wederkerigheid in de defensiesamenwerking met de Verenigde Staten in? 24
155 In hoeverre is het ā€˜duurzaam en toekomstbestendig houden van de trans-Atlantische samenwerking’ een eigenstandig doel in het aangaan van investeringen in en met de VS op industriegebied binnen deze Defensienota? 24
156 Hoe ziet de wederkerigheid bij investeringen in industriƫle samenwerking met de Verenigde Staten er precies uit en hoe voorkomt u dat deze samenwerking de eenzijdige afhankelijkheid juist vergroot? 24
157 Welk deel van de Nederlandse eenheden voldoet momenteel aan de NAVO-eis om binnen 10 tot 30 dagen inzetbaar te zijn, welk deel nog niet en in welk jaar verwacht u volledig aan de relevante NAVO-gereedheidseisen te voldoen? 24
158 Kunt u, voor zover de rubricering dit toelaat, aangeven welke belangrijkste Nederlandse capaciteitstekorten uit het NAVO-defensieplanningsproces met deze Defensienota worden opgelost en welke na uitvoering van deze nota nog resteren? 24
159 Voor welke capaciteiten kiest Nederland de komende jaren expliciet voor gezamenlijke Europese ontwikkeling of aanschaf, en welke concrete initiatieven wil het kabinet daarin zelf trekken of versnellen? 24 25
160 Welke Europese militaire capaciteitslacunes acht u het meest urgent om de afhankelijkheid van de Verenigde Staten te verkleinen, en aan welke daarvan wil Nederland zelf een bovengemiddelde bijdrage leveren? 24 25
161 Op welke terreinen wil Nederland de gezamenlijke productie met OekraĆÆne structureel uitbreiden, welke productiecapaciteit wordt daarbij beoogd en welk deel daarvan kan bijdragen aan zowel de OekraĆÆense behoefte als de versterking van de Europese defensie-industrie? 24 25
162 Welke omvang en typen bijdragen aan VN-, EU- en andere crisisbeheersingsmissies acht u de komende jaren nog realiseerbaar naast de toegenomen verplichtingen voor NAVO-verdediging en nationale gereedstelling? 24 25
163 Hoe zou een EU-alternatief voor het vierjarige NDPP-proces, waarin hybride weerbaarheid beter wordt meegewogen, kunnen worden vormgegeven en welke voortrekkersrol kan Nederland daarbij vervullen? 25
164 Hoe zien de verhoudingen met JEF, CotW, NAVO, EU eruit? Welke (strategische) doelstellingen heeft welk samenwerkingsverband? En welk effect heeft dit op de capaciteiten en middelen die Nederland aanschaft? 25
165 Welke concrete KPI’s en streefwaarden gebruikt Defensie om de ontwikkeling van gereedheid, slagkracht en voortzettingsvermogen tot 2030 te meten, en op welke momenten wordt hierover aan de Kamer gerapporteerd? 30 37
166 Hoe wordt het naleven en verstevigen van het non-proliferatieverdrag door Nederland geborgd in relatie tot deze zinsnede, aangezien op p. 31 staat: ā€˜Nucleaire wapens stellen het bondgenootschap in staat om een geloofwaardige afschrikkings- en verdedigingsstrategie te hebben.’? 31
167 In hoeverre bieden de strategie en doelstellingen zoals beschreven in de Defensienota ruimte voor het stationeren, uitbreiden en/of moderniseren van kernwapens in Nederland, Europa of binnen bondgenootschappelijk verband? 31
168 Welke rol spelen de Amerikaanse kernwapens in Volkel in de strategie zoals weergegeven in de Defensienota? 31
169 Kunt u aangeven op welke wijze de uitvoering van de WPS-agenda onderdeel vormt van de Nederlandse inzet bij de verdere uitwerking van NAVO-beleid op het gebied van nieuwe technologieƫn, AI, cyberveiligheid en hybride dreigingen? 32
170 Hoe zet Nederland zich binnen de NAVO in voor de implementatie van het NAVO-beleid inzake Women, Peace and Security, inclusief de versterking van genderexpertise, de participatie van vrouwen in besluitvorming en de integratie van genderperspectieven in militaire operaties, oefeningen en capaciteitsontwikkeling? 32
171 Wat betekent de constatering dat hoofdtaken 1 en 2 steeds meer in elkaars verlengde komen te liggen concreet voor de inzet van Defensie buiten de landsgrenzen? Welke prioritaire regio’s hanteert Defensie daarbij? 32
172 Welke criteria op het gebied van mensenrechten, internationaal recht en conflictgevoeligheid worden toegepast bij de selectie en financiering van projecten en bedrijven in het kader van de versterking van de Nederlandse defensie-industrie en de Europese defensiesamenwerking, zoals vastgelegd in de Defensienota? (paragraaf 4.2) 32
173 Gezien het hybride karakter van moderne oorlogsvoering, hoe ziet afschrikking in dit hybride domein eruit? 33
174 Als het NDPP 4-year cycle + deterrence model, dat zich richt op grootschalige platforms en artikel 5 scenario, leidend is voor de materieelplanning, hoe volgt dan de ambitie voor digitalisering en meer onbemenste systemen daaruit? Hoe voorkomt u dat dit evengoed neerkomt op meer tanks, fregatten, grote vliegtuigen en dus minder onbemenst en digitaal? 33
175 Gezien het hybride karakter van moderne oorlogsvoering: hoe gaat Defensie concreet nauwer samenwerken met nationale en EU-instanties op het gebied van hybride weerbaarheid? 33
176 Welke ā€˜scherpe keuzes’, zoals genoemd op pagina 34, zijn in deze Defensienota gemaakt? Wat doet Defensie niet? 34
177 Kunt u per hoofdopgave aangeven welke prioriteiten in deze Defensienota zijn gesteld, welke opgaven in deze kabinetsperiode niet of slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd en op basis van welke criteria deze keuzes zijn gemaakt, aangezien in de nota wordt beschreven dat ook bij een besteding van 3,5% bbp niet alle opgaven volledig en gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd en dat daarom scherpe keuzes en prioriteiten nodig zijn? 34 37
178 Welke belangrijkste knelpunten ziet u voor de uitvoerbaarheid van de investeringsagenda uit de Defensienota, in het bijzonder op het gebied van personeel, productiecapaciteit, levertijden, infrastructuur en vergunningverlening, en welke maatregelen worden genomen om deze knelpunten te beheersen? 34 37
179 Wat zijn de belangrijkste tekortkomingen die Defensie moet terugdringen? 37
180 Welke investeringen uit de Defensienota kunnen in 2027 daadwerkelijk worden versneld, rekening houdend met de kasschuiven en ombuigingen voor de financiering van de OekraĆÆnesteun, en welke voorgenomen investeringen worden daardoor later uitgevoerd? 37
181 Wat wordt precies bedoeld met de doelstelling dat over vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met behulp van onbemande systemen wordt bereikt? 7 en 46
182 Wat wordt verstaan onder onbemenste systemen en onder operationele effecten? Hoe wordt de voortgang hierop gemonitord en met de Kamer gedeeld? 7 en 46
183 Wat wordt bedoeld met hoog-energiewapens? 48
184 Waar kan het Beleidskader Inzetvoorraden worden ingezien? 48
185 Wat wordt bedoeld met ā€˜sensor-to-effectorcapaciteit en de versterking daarvan? 48
186 Op welke manier breidt Defensie haar capaciteiten voor veiligheid op de Noordzee uit? 48
187 Op welke aannames over productietijden en leveringszekerheid is de omvang van de nieuwe inzetvoorraden gebaseerd, en voor welke categorieĆ«n materieel of munitie ziet Defensie nog risico’s dat de industrie niet tijdig kan aanvullen? 48 49
188 Op welke wijze wordt, naast technische en communicatieve maatregelen, ingezet op de sociale dimensie van digitale weerbaarheid, waaronder het voorkomen en tegengaan van polarisatie, maatschappelijke verdeeldheid en wantrouwen, aangezien de Defensienota desinformatie als hybride dreiging benoemt en inzet op het vergroten van het veiligheidsbewustzijn en de weerbaarheid van de samenleving tegen hybride dreigingen? 49
189 Hoe wordt binnen het beleid voor maatschappelijke weerbaarheid rekening gehouden met genderspecifieke veiligheidsrisico's, waaronder AI, desinformatiecampagnes en hybride dreigingen die disproportioneel gericht zijn tegen vrouwen? 49
190 Wat wordt de omvang van de Marinierseenheid in het Caribisch gebied? 49
191 Wat wordt bedoeld met ā€˜landgestationeerde capaciteit voor aanvallen tegen zeedoelen’? 49
192 Wordt zowel aan de zware als aan de medium brigade een bataljon toegevoegd of gaat het om de toevoeging van 1 bataljon aan de gecombineerde zware en de medium brigade? 49
193 Welke rol zou Nederland hebben in de aansturing en commandovoering van het 1 GNC? 49
194 Hoe wordt bij de werving van 122.000 mensen voor Defensie rekening gehouden met de eerder in de Defensienota genoemde weerbaarheid van de samenleving en met de personeelstekorten in cruciale sectoren, zoals de zorg, het onderwijs en de publieke sector? 56
195 Wanneer wordt de HR-visie en -strategie met de Kamer gedeeld? 56
196 Hoe realistisch is het streven om in 2030 minder burgers in dienst te hebben dan in 2026, gezien het feit dat er al jaren sprake is van overrealisatie op de burgervulling? 57
197 Welke concrete gevolgen heeft de overstap van D&I naar DEI? 57
198 Kunt u nader toelichten hoe de partnerschappen tussen Defensie enerzijds en bedrijven en maatschappelijke organisaties anderzijds vorm krijgen om de capaciteit van de krijgsmacht op te schalen? 58
199 Welke aantallen beroepsmilitairen, reservisten, burgermedewerkers en externe partners worden voorzien in het scenario van 200.000 mensen, en welke hoeveelheden materieel, uitrusting, opleidingscapaciteit en infrastructuur zijn nodig om die organisatie daadwerkelijk inzetbaar te maken? 58 60
200 Wat is per stap op de escalatieladder het concrete afwegingskader? Wat triggert een escalatie? 59
201 Vrijwilligheid blijft het uitgangspunt, maar hoe valt vrijwilligheid te combineren met de ambitie om te komen tot een selectieve opkomstplicht aangezien een verplichting inherent niet vrijwillig is? 59
202 Welke concrete wijzigingen in de organisatie zijn er voorzien om deze te vereenvoudigen en flexibeler te maken? 59
203 Welke vormen van dwang of straf worden uitgewerkt als het gaat om het uitwerken van de verschillende stappen van de escalatieladder en een mogelijke selectieve opkomstplicht? 59
204 Waar is het Groeiplan Defensie te vinden? 59
205 Welke criteria overweegt Defensie aan te passen in het decoratiebeleid en hoe wordt de Kamer hierover geĆÆnformeerd? 62
206 Op welke wijze worden ethische vraagstukken meegewogen bij de integratie van AI bij de grootschalige inzet van drones? 65
207 Is Defensie reeds begonnen met het opzetten van een pilotproject voor de ontwikkeling van een prototype van een collaborative combat aircraft, in samenwerking met de Nederlandse industrie en kennisinstellingen? 65
208 Welke alternatieve of concurrerende CCA-projecten bestaan er ten opzichte van het Amerikaanse project? 65
209 Welke lessen uit de oorlog in OekraĆÆne hebben concreet geleid tot wijzigingen in de inrichting, materieelkeuzes, voorraden of doctrine van de Nederlandse krijgsmacht, en welke verdere aanpassingen zijn voorzien? 70 72
210 Welke strategische capaciteiten worden, naast de uitbreiding van de MRTT-vloot, bedoeld met de voorgestelde gezamenlijke aanschaf in gebruikerspools? 71
211 Welke concrete mijlpalen beoogt het kabinet in de komende twee jaar te realiseren bij de versterking van de eigenstandige Nederlandse inlichtingenpositie en de intensivering van de Europese inlichtingensamenwerking met een kopgroep van Europese landen? 71
212 Op welke wijze zijn inzet op vrede en het bevorderen van onderhandelingen, die noodzakelijk zijn om tot vrede te komen, onderdeel van deze Defensienota en de daarin beschreven steun aan OekraĆÆne, aangezien hierover niet wordt gesproken? 72
213 Hoe betrekt u maatschappelijke organisaties, vrouwenrechtenorganisaties en lokale gemeenschappen bij de ontwikkeling van beleid rond weerbaarheid, crisisrespons en veiligheidsvraagstukken, conform de uitgangspunten van het Nationaal Actieplan 1325? 73
214 Kunt u een overzicht delen van de projecten waaraan Nederland bijdraagt op het gebied van Women, Peace and Security? 73
215 Kunt u inzichtelijk maken welke concrete doelstellingen en middelen worden ingezet voor de nationale en internationale implementatie van de WPS-agenda binnen Defensie en hoe hierover wordt gerapporteerd? 73
216 Op welke wijze beoogt Nederland actief te gaan bijdragen aan de modernisering van VN-vredesoperaties? 73
217 Hoeveel verzoeken van partners tot deelname aan missie-inzet heeft Defensie in 2025 en het eerste halfjaar van 2026 ontvangen? Op hoeveel van die verzoeken is positief gereageerd? Op hoeveel van die verzoeken is negatief gereageerd? Op hoeveel van die verzoeken is niet gereageerd? 73
218 Welke inzet van de Tweede Kamer is nodig om de ambitie om samen met Indonesiƫ de VN Peacekeeping in 2027 te organiseren te verwezenlijken? 73
219 Aan welke landen in West-Afrika denkt Defensie bij het uitbreiden van haar samenwerking met nieuwe partners? 73
220 Wanneer heeft de laatste grootschalige internationale Host Nation Support-oefening plaatsgevonden en wat waren de uitkomsten van de evaluatie van deze oefening? 74
221 Hoe kijkt Defensie precies aan tegen maatschappelijke weerbaarheid? Wat voor acties gaan op de korte en middellange termijn worden ontplooid om deze weerbaarheid te vergroten? Welke concrete resultaten wil het kabinet in 2030 hebben bereikt op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid, welke indicatoren worden daarvoor gebruikt en welk departement is verantwoordelijk voor de coƶrdinatie? 74 78
222 Hoe gaat u periodiek meten hoe het maatschappelijk draagvlak voor de groei van Defensie zich ontwikkelt, en welke informatie over resultaten en bestedingen wordt actief openbaar gemaakt om dat draagvlak te ondersteunen? 74 78
223 Hoeveel geld wordt er door Defensie beschikbaar gesteld voor het onderwijs? 76
224 Hoe dragen de genoemde publiek-private ecosystemen bij aan de schaalbaarheid van de krijgsmacht en wat wordt hieronder verstaan? 76
225 Wanneer wordt de Kamer geĆÆnformeerd over de uitkomsten van de inventarisatie van de aanwezigheid en rol van de krijgsmacht tijdens een mogelijk conflict in Nederland en de aansluiting daarvan op civiele crisisstructuren? 76
226 Op welke wijze wordt binnen de in de Defensienota beschreven aanpak van maatschappelijke weerbaarheid aandacht besteed aan de sociale en preventieve dimensie van weerbaarheid, waaronder sociale cohesie, vertrouwen, het voorkomen van polarisatie en het versterken van lokale netwerken? 76 77
227 De Defensienota beschrijft samenwerking met maatschappelijke organisaties en lokale gemeenschappen als onderdeel van maatschappelijke weerbaarheid: welke typen lokale maatschappelijke actoren worden hierbij betrokken en op basis van welke criteria? Wordt daarbij ook gekeken naar de rol van lokale sleutelfiguren en levensbeschouwelijke of religieuze organisaties bij het versterken van sociale cohesie, vertrouwen en maatschappelijke weerbaarheid? 76 77
228 Welke rol ziet Defensie naast het vergroten van de weerbaarheid van jongeren, onder meer via sport- en weerbaarheidstrainingen en de Maatschappelijke Diensttijd voor jongeren als actieve partners bij het versterken van maatschappelijke en digitale weerbaarheid, bijvoorbeeld bij het tegengaan van polarisatie en desinformatie en het versterken van sociale cohesie? 76 77
229 Hoeveel kazernes maken gebruik van lokale inkoop ter versterking van de regionale economie en welk jaarlijks budget wordt hiervoor ingezet, op basis van de meest actuele cijfers? 77
230 Welke concrete initiatieven bedoelt u met de in de nota beschreven initiatieven om het debat over defensie en veiligheid in de samenleving te bevorderen? In hoeverre staan deze open voor deelname vanuit de samenleving, en hoe wordt gewaarborgd dat daarbij ruimte bestaat voor verschillende perspectieven op defensie- en veiligheidsbeleid? 78
231 Op welke wijze wordt de strategische autonomie van Nederland "versterkt" door "wederzijdse afhankelijkheden te vergroten"? 79
232 Wat wordt in de passage over het benodigde voortzettingsvermogen om het gevecht effectief en langdurig te kunnen voeren verstaan onder een ā€˜langdurig’ gevecht? 79
233 Voor welke specifieke capaciteiten en productieketens acht u opschaling van de Nederlandse en Europese defensie-industrie het meest urgent, welke productievolumes worden daarbij nagestreefd en binnen welke termijn moeten deze worden bereikt? 79 89
234 Welke maatregelen neemt u om de defensie-industrie voldoende langjarige zekerheid over vraag en afname te geven om daadwerkelijk extra productiecapaciteit te kunnen opbouwen? 79 89
235 Welke capaciteiten worden momenteel versneld beschikbaar gemaakt? 83
236 Worden de Stand van Defensie en de Strategische Evaluatieagenda aangepast zodat per strategische doelstelling uit de Defensienota de voortgang, KPI’s, risico’s en eventuele bijsturing herkenbaar aan de Kamer worden gerapporteerd? Zo ja, vanaf wanneer? 100 101
237 Is er een uitgewerkt plan om uitgaven op gestructureerde en doelmatige wijze te doen toenemen naarmate het budget ook groeit? 105