Antwoord op vragen van de leden Wiersma en Kostic over de taskforce staalslakken en de uitwerking van de handreiking
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40851, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-04 09:34, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2026Z15901:
- Gericht aan: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2933
Antwoord van staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 3 september 2026)
1.
Wat zijn precies het doel, de opdracht en de beoogde resultaten van de
ingestelde taskforce rondom staalslakken?
In de kamerbrief van 18 december 2025 staan het doel, de opdracht en de beoogde resultaten van de Taskforce Bestaande Toepassingen Staalslak (Taskforce) beschreven: De Taskforce komt tot een gezamenlijke aanpak met als doel:
het risicogericht inventariseren van bestaande toepassingen van staalslak. Deze inventarisatie is in lijn met de tijdelijke regeling. Daar waar sprake is van evident risicovolle toepassingen voor mens en milieu worden passende maatregelen genomen;
zich gezamenlijk in te spannen om relevante kennis over toepassing van staalslak en eventuele risico’s beschikbaar te stellen aan burgers en bedrijven.
De te verwachten resultaten van de Taskforce zijn een risicoclassificatie voor verschillende typologieën van staalslaktoepassingen en een handreiking voor bevoegde gezagen. Daarnaast zal gekeken worden hoe en op welke wijze relevante kennis over toepassing van staalslak publiekelijk beschikbaar kan worden gesteld.
2.
Welke organisaties, bestuurslagen en overige partijen nemen deel aan
deze Taskforce? Kunt u een volledig overzicht van de deelnemers aan de
Kamer doen toekomen?
De Taskforce is een samenwerking tussen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Vereniging Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg en Unie van Waterschappen, met deelname van Omgevingsdienst NL en GGD GHOR Nederland, onder leiding van een onafhankelijk voorzitter de burgemeester van Haarlem de heer Jos Wienen. Vanuit IPO is gedeputeerde Sjaak Simonse (Flevoland) en vanuit VNG zijn de wethouders Suzanne Klaassen (Beverwijk) en Eva van Esch (Arnhem) bereid gevonden om op persoonlijke titel deel te nemen aan de Taskforce. Verder zijn de Unie van Waterschappen, Omgevingsdienst NL en GGD GHOR Nederland op ambtelijk niveau vertegenwoordigd in de Taskforce.
3.
Op welke wijze wordt geborgd dat de Taskforce evenwichtig is
samengesteld en verschillende maatschappelijke en bestuurlijke belangen
vertegenwoordigt?
Zie het antwoord op vraag 2.
4.
Is vanuit de provincie Zeeland ook de gedeputeerde met natuur in
portefeuille bij de taskforce betrokken? Zo nee, waarom
niet?
Nee. Aan het Bestuurlijk Overleg Bodem (BO) nemen namens het IPO twee gedeputeerden deel: de gedeputeerde van de provincie Zeeland en de gedeputeerde van de provincie Flevoland. Het resultaat van de Taskforce wordt aangeboden aan het BO te zijner tijd. De gedeputeerde van Flevoland is op persoonlijke titel lid van de Taskforce.
Voor de Ooster- en Westerschelde loopt er een aparte actielijn waarbij de gedeputeerde Natuur van de provincie Zeeland betrokken is (zie het antwoord op vraag 10).
5.
Kunt u bevestigen dat provincies, gemeenten en waterschappen, ondanks de
landelijke handreiking aangekondigd in de Kamerbrief van 5 juni 2026
(Kamerstuk 30015, nr. 152), bevoegd blijven om verdergaande maatregelen
te treffen, waaronder een lokaal verbod of aanvullende beperkingen op de
toepassing van staalslakken, indien zij dat noodzakelijk
achten?
Ja. In mijn brief heb ik aangegeven dat mijn voornemen is om in 2027 een verbod in te voeren voor de toepassing van LD- en ELO-staalslak tenzij hiervoor een vergunning kan worden verkregen omdat de toepasser kan aantonen dat een toepassing veilig is vanuit het oogpunt van milieu en gezondheid. Zoals ook aangegeven is de handreiking bedoeld ter ondersteuning van de bevoegde overheden bij het toetsen of een voorgenomen toepassing veilig kan voor mens en milieu. Een handreiking doet niets af aan de bevoegdheden van lokale bevoegde gezagen om maatwerkregels op te stellen.
6.
Wie is verantwoordelijk voor het opstellen van de landelijke
handreiking, welke wetenschappelijke kennis en onafhankelijke
deskundigen worden hierbij betrokken, en op welke wijze wordt de
onafhankelijkheid en wetenschappelijke kwaliteit van de handreiking
geborgd?
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat neemt het initiatief om een handreiking op te stellen die kan helpen bij de vergunningverlening. Ten eerste wordt de handreiking gebaseerd op objectief literatuuronderzoek en de actuele stand van de wetenschap. Ten tweede worden er expertsessies georganiseerd waarvoor zowel kennisinstellingen als partijen met praktijkervaringen in het veld worden uitgenodigd. Ook wordt de op dat moment beschikbare informatie van RIVM hiervoor gebruikt.
7.
Wie worden uitgenodigd voor de expertsessies die in de tweede helft van
dit jaar worden georganiseerd? Kunt u bevestigen dat daarbij niet alleen
onderzoeksinstellingen en overheden, maar ook vertegenwoordigers van
omwonendenorganisaties, onafhankelijke wetenschappers, juristen en
andere relevante maatschappelijke organisaties worden betrokken? Zo nee,
waarom niet?
De expertsessies staan gepland voor de tweede helft van dit jaar (september/oktober en december) en er wordt op dit moment bekeken wie daarbij aanwezig moeten zijn.
De expertsessies worden georganiseerd om een handreiking op te kunnen stellen als praktisch toetsingskader om bevoegde gezagen (zoals de omgevingsdiensten) te ondersteunen bij het beoordelen van de milieu- en gezondheidsrisico's (zoals uitloging en pH-verhoging) bij vergunningaanvragen. Het ligt niet voor de hand om daar vertegenwoordigers van omwonendenorganisaties, maatschappelijke organisaties of externe juristen worden betrokken. Deze partijen kunnen wel input geven op het voorgenomen besluit tot het invoeren van een verbod tenzij de toepassing veilig kan en er een vergunning is verleend via de internetconsulatie waarvan de start gepland staat in september.
8.
Snapt u dat het geen vertrouwen wekt bij burgers dat een burgemeester
die staalslakken prima vindt en weigerde die te verwijderen voor zijn
inwoners, als voorzitter van de Taskforce in een belangrijke positie is
gezet om te helpen bij het invullen van beleid over staalslakken?
De voorzitter van de Taskforce is gevraagd op basis van zijn ervaring als lokaal bestuurder. De stelling in de vraag is onjuist. Een burgemeester voert op dit onderwerp ook geen eigen beleid. De Taskforce staat los van beslissingen die het college van B&W van de gemeente Haarlem, als bevoegd gezag, heeft genomen of zal nemen over locaties waar staalslakken zijn aangetroffen in de gemeente Haarlem.
Voor wat betreft het collegebeleid in Haarlem heb ik het volgende begrepen: Er is vorig jaar vooruitlopend op een nationaal beleid, door de gemeente Haarlem een meldplicht voor het toepassen van staalslakken ingesteld. Daarnaast is er onderzoek gedaan door de gemeente waar staalslakken zijn gebruikt en is advies van de GGD-GHOR ingewonnen. Op een locatie zijn op basis daarvan de staalslakken afgedekt (recreatieschap in overleg met gemeente) en op de andere locatie worden de staalslakken op basis van advies GGD op dit moment niet verwijderd of aangepast. Verdere landelijke regeling of adviezen worden afgewacht door de gemeente Haarlem.
De door de Taskforce op te stellen handreiking voor bestaande toepassingen staalslak biedt handvatten hoe om te gaan met bestaande toepassingen door bevoegde gezagen. De Taskforce zelf stelt geen beleid op.
9.
Wat is de precieze opdracht van de Taskforce, die voortkomt uit de
aangehouden motie van het VNG-congres vorig jaar over een schadefonds
voor staalslakken? Mag de Taskforce het ook hebben over geld voor het
herstellen van schade van staalslakken, zoals dus bedoeld was? Zo nee,
waarom wordt afgeweken van de originele intenties en hoe gaat het
schadefonds dan worden opgepakt?
Zie het antwoord op vraag 1. De Taskforce kijkt naar het type van toepassingen van staalslak en mogelijke maatregelen op basis van de risicoclassificatie. De Taskforce is niet het gremium waar wordt gesproken over een schadefonds of een andere vorm van financiering en het herstellen van schade van staalslakken en zal dan ook daarover geen uitspraken doen. In de Bestuurlijke afspraken Bodem en ondergrond 2023 t/m 20301 hebben IenW, VNG, IPO en UvW afspraken gemaakt over het financieel kader van de aanpak van bodem- en grondwaterverontreinigingen. In dat kader kan mogelijke financiering aan de orde komen.
10.
Hoe staat het ervoor met de uitvoering van motie van de leden Wiersma en
Kostić over het verbod op het storten en toepassen van staalslakken in
Zeeuwse wateren handhaven totdat is aangetoond dat toepassing hiervan
veilig is (Kamerstuk 30015, nr. 145)?
De periode waarover is toegezegd dat er fysiek geen staalslak zal worden toegepast door Rijkswaterstaat in de Ooster- en Westerschelde, is verlengd met een half jaar tot 23 januari 2027, zie ook de Kamerbrief van 5 juni 20262. Op 18 juni 2026 had ik bestuurlijk overleg met vertegenwoordigers van Gedeputeerde Staten van Zeeland, de Vereniging Zeeuwse Gemeenten, de visserijsector en de natuur- en milieuorganisaties. In de Kamerbrief van 2 juli 20263 heb ik aan u aangegeven dat daar is afgesproken om een expertsessie te organiseren met als doel te achterhalen of er kennishiaten zijn t.a.v. de lange termijneffecten van toepassingen met staalslak in de Ooster- en Westerschelde. Deze expertsessie zal in het najaar plaatsvinden en aan de hand van de uitkomsten daarvan zal ik met de gesprekspartners van het bestuurlijk overleg Zeeland staalslak overleggen over het vervolg.
De expertsessie voor de Ooster- en Westerschelde staat los van de expertsessie die in het kader van de handreiking vergunningverlening worden georganiseerd (zie het antwoord op vraag 7).
11.
Kunt u de bovenstaande vragen één voor één beantwoorden en op
tijd?
Ja.
Tweede Kamer Vergaderjaar 2023-2024, 30 015 nr. 111↩︎
Tweede Kamer Vergaderjaar 2025-2026, 30 015 nr. 152↩︎
Tweede Kamer Vergaderjaar 2025-2026, 30 015 nr. 153↩︎