[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Uitgebreidere schriftelijke toelichting op het terrein van BHOS in voorbereiding op het commissiedebat Beleidsbrief Buitenlandbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D40854, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-03 17:25, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17897:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Op 15 juni jl. verzocht de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) om een uitgebreidere schriftelijke toelichting te ontvangen op de speerpunten op het terrein van BHOS1 voorafgaand aan het commissiedebat Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (onderwerpen op het terrein van BHOS) op 9 september. In deze brief worden de belangrijkste speerpunten op hoofdlijnen beschreven.

De wereld om ons heen en de verhoudingen tussen landen veranderen snel. De rol van recht en regels staat onder druk. De opkomst van autocraten wereldwijd maakt dat pure machtspolitiek steeds doorslaggevender wordt. De ambities van China raken onze belangen, met name op economische veiligheid. En hoewel de VS nog steeds de wereldmacht is waar we de meeste belangen mee delen, is de rol van de VS in de wereld veranderd. Nederland en de EU zullen hierin hun weg moeten vinden: in partnerschappen met landen, binnen de EU en het bredere multilaterale stelsel en in samenwerking met het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven. Dit doen we met bestaande en nieuwe partners2, inclusief (intensievere) samenwerking met middenmachten3, en in de wetenschap dat niet elke partner altijd onze waarden zal delen.

Daarom zetten de minister van Buitenlandse Zaken en ik in de beleidsbrief Buitenlandbeleid4 van 24 april jl. een geïntegreerde benadering op het buitenlandbeleid uiteen, gericht op het beschermen van veiligheid, welvaart en vrijheden. Hiertoe zet het kabinet de beschikbare middelen binnen het buitenlandinstrumentarium in onderlinge samenhang in. Naast deze geïntegreerde koers blijft het kabinet uitvoering geven aan bestaande lange termijnstrategieën, zoals de Afrikastrategie.5

Met deze geopolitieke tijd wordt ook de inzet vanuit Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking politieker. We kunnen niet langer bouwen op een internationale consensus en moeten scherper zeilen om met gelijkgestemde landen onze belangen te behartigen, ook op deze beleidsterreinen. De uitwerking hiervan ontwikkelen we dit jaar. Naast de speerpunten in deze brief ontvangt uw Kamer in de komende periode een nadere toelichting op verschillende onderdelen van het BHOS‑beleid via reguliere Kamerstukken. Voor een overzicht hiervan verwijs ik naar de endnotes bij deze brief.

Buitenlandse Handel

Nederland is een handelsland bij uitstek met grote baat bij zowel de invoer als uitvoer. Een derde van wat Nederland verdient komt door handel met het buitenland. Maar handel is geopolitieker dan ooit en het op regels gebaseerde handelssysteem staat wereldwijd ter discussie. Dit terwijl Nederland hier veel baat bij heeft.

Nederland en de EU zullen hun weg moeten vinden in de relatie met China en de VS. Op handelspolitiek vlak zal dit het belangrijkste vraagstuk van deze kabinetsperiode zijn. Ook Nederland zelf moet een strategische positie kiezen in de relatie met China en de VS, alsook een strategisch effectieve positie in Brussel innemen. Het kabinet zal waar nodig assertief optreden om Nederlandse belangen als veiligheid, welvaart en vrijheid te bewaken. Tegelijkertijd moeten we ook de aanknopingspunten blijven zoeken voor samenwerking met China en de VS. De relatie met beide landen is van groot belang voor zowel de EU als Nederland.

Welvaart

Het kabinet zet zich in om onze welvaart wereldwijd te versterken. Dit gebeurt onder meer door het afsluiten van nieuwe handels- en investeringsverdragen te bevorderen, de implementatie van handelsverdragen te verbeteren, en actief mee te werken aan nieuwe vormen van handelsafspraken. Zo zal het kabinet de Europese Commissie aansporen om aanvullende handelsverdragen met aandacht voor grondstoffen te sluiten, en zal de modernisering van het stelsel van investeringsbeschermingsverdragen nader ter hand worden genomen. Zo zijn de onderhandelingen tussen de Europese Unie met India en Australië inmiddels afgerond, en worden de documenten benodigd voor besluitvorming in de Raad verwacht. Uw Kamer wordt hierover op gebruikelijke wijze geïnformeerd. Voor het aanstaande handels-en investeringsakkoord tussen de EU en Indonesië zal uw Kamer op korte termijn een appreciatie ontvangen.6

Op het gebied van handelsbevordering stimuleert en ondersteunt het kabinet Nederlandse bedrijven wereldwijd om kansen te grijpen. Bedrijven kunnen deelnemen aan missies of aanspraak maken op een breed handelsbevorderend instrumentarium, financiering en de exportkredietverzekering. Diverse bewindspersonen nemen deel aan onze missies naar het buitenland, en bij onze inspanningen voor handelsbevordering stemt het kabinet de inzet vanzelfsprekend af op het innovatie- en industriebeleid van EZK. Tevens wordt een economische effectmeting uitgevoerd van het handelsinstrumentarium, waarvan de uitkomsten in 2027 worden verwacht en met uw Kamer gedeeld zullen worden. Daarnaast kijken wij samen met het bedrijfsleven naar een betere balans van de handelstaken van het postennet ten behoeve van effectieve economische dienstverlening. Ook streeft het kabinet continu naar verbetering en actualisering van het handelsbevorderingsinstrumentarium. Bijgesloten bij deze brief deelt het kabinet de uitkomsten van het onderzoek naar de toegankelijkheid en werkbaarheid van het handelsbevorderings-instrumentarium, conform de motie Kamminga/Van der Plas7. Ondernemers beoordelen deze toegankelijkheid en werkbaarheid redelijk tot goed. De komende periode zal samen met de uitvoerders worden bepaald hoe en welke verbetervoorstellen uit het onderzoek worden geïmplementeerd. Tevens wordt een economische effectmeting uitgevoerd van het handelsinstrumentarium, waarvan de uitkomsten in 2027 worden verwacht en met uw Kamer gedeeld zullen worden.

Op dit moment werkt het kabinet momenteel aan de ontwikkeling van de Nationale Investeringsinstelling (NII). De NII heeft nadrukkelijk ook een internationale focus en investeert in Nederlandse bedrijven en projecten die in het buitenland opereren en bijdragen aan onze Nederlandse economie, strategische partnerschappen en/of economisch-strategische belangen zoals weerbaarheid en autonomie. Uw Kamer ontvangt na Prinsjesdag een brief met ontwikkelingen over de Taskforce Toekomstige Welvaart en Verdienvermogen, waarin ook aandacht wordt besteed aan de NII8.

Veiligheid

In de Internationale Veiligheidsstrategie 206-2030 zet de minister van Buitenlandse Zaken aan de hand van een dreigingsanalyse uiteen wat de Nederland veiligheidsprioriteiten zijn voor de periode 2026-2030.9 Ook in het handelsdomein nemen we verantwoordelijkheid voor onze eigen veiligheid. We zetten in op de weerbaarheid van onze economie en samenleving door te focussen op prioritaire sectoren als defensie, grondstoffen, halfgeleiders en kunstmatige intelligentie. In dit kader zal het kabinet deze kabinetsperiode missies organiseren met een weerbaarheidsfocus inclusief de internationalisering van de defensiesector Daarnaast blijven we het bedrijfsleven ondersteunen bij zijn bijdrage aan de wederopbouw van en handel met Oekraïne, incl. bij zijn deelname aan internationale tenders. In dat kader ben ik voornemens missies naar Oekraïne te leiden, mits de veiligheidssituatie dat toelaat. Van deze inspanningen wordt u op de hoogte gehouden via de jaarlijkse brief over economische missies. Tot slot blijft het kabinet gevoelige technologieën beschermen om oneigenlijk gebruik te voorkomen. Daarbij pleit Nederland specifiek voor meer EU-coördinatie rond de export van nieuwe sensitieve technologie. Uw Kamer ontvangt meer informatie over de inzet van het kabinet ten aanzien van exportcontrole in de jaarlijkse Kamerbrief over dit onderwerp.

Het kabinet zet zich daarnaast in om de risico’s van afhankelijkheden te beperken. Hierbij is het kabinet realistisch over de beperkte mogelijkheden die Nederland heeft om dit eigenstandig te doen. De EU is ons primaire handelingsplatform voor het aanpakken van afhankelijkheden. Tegelijkertijd zien we dat de gezamenlijke Europese aanpak nog niet de resultaten levert die we zouden willen.10

Eén van mijn speerpunten zal daarom zijn om de gezamenlijke Europese aanpak van risico’s van afhankelijkheden te versnellen. Daarbij vindt het kabinet dat het vergroten van leveringszekerheid en mitigeren van risico’s van afhankelijkheden primair een taak van het bedrijfsleven zelf is. Daarom zullen kabinetsleden ook regelmatig met het bedrijfsleven in gesprek gaan. Verder wil het kabinet de unieke posities van Nederland in bepaalde ketens versterken, zodat Nederland ook in de toekomst een relevante geopolitieke gesprekspartner blijft.

Vrijheden

Onze vrijheden zijn de basis voor onze veiligheid en welvaart, het koesteren en versterken van onze vrijheid is dan ook een belangrijk doel van het buitenlandbeleid van dit kabinet. Op het gebied van handel betekent dit dat we pal zullen staan voor het op regels gebaseerde handelssysteem en gelijke speelveld, zowel in het multilaterale verband van de Wereldhandelsorganisatie, als in plurilateraal en Europees verband. Nederland moet wat het kabinet betreft een leidende rol spelen in het antwoord op de toenemende politisering van handel. Het kabinet is daarom voornemens om een kopgroep met EU-lidstaten te vormen met het oog op het versterken van het gelijke speelveld, met aandacht voor zowel offensieve als defensieve belangen. Door het gelijke speelveld te borgen via de EU kunnen we de kroonjuwelen van onze economie het beste beschermen tegen oneerlijke concurrentie uit het buitenland. Tegelijkertijd willen we de implementatie van handelsverdragen verbeteren zodat Nederlandse ondernemers beter gebruik kunnen maken van bestaande regels en afspraken.

Het kabinet wil daarnaast sterker inzetten op internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). IMVO voorkomt risico’s voor mens en milieu, creëert nieuwe verdienkansen en draagt middels verbeterd inzicht en transparantie bij aan weerbare waardeketens. Het kabinet versterkt daarom de ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven om de OESO-richtlijnen zo effectief mogelijk toe te passen. Dit doen we o.a. door actief te werven voor nieuwe sectorovereenkomsten, voorlichting en subsidies te bieden via het MVO-steunpunt, en door het versterken van de IMVO-dienstverlening op de posten. Ook worden er op korte termijn een tweetal nieuwe handreikingen over anti-corruptie en verantwoord ondernemen in conflictgebieden opgeleverd. Verder wil het kabinet brede steun vergaren voor de Nederlandse aandachtspunten bij de implementatie van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) en onnodige regeldruk beperken door samen met de ACM coherent toezicht te bevorderen. Daarbij wil het kabinet een duidelijk signaal afgeven aan het internationaal ondernemend bedrijfsleven over het belang van IMVO. Bedrijven die betrokken zijn bij malversaties spreek ik aan en verliezen zo nodig de toegang tot ons handelsinstrumentarium. Flankerend aan het IMVO-beleid wordt in een Dutch Diamond benadering, met OS-inzet, praktische en financiële ondersteuning geboden aan Nederlandse en lokale bedrijven in ontwikkelingslanden, maatschappelijke organisaties, vakbonden en andere stakeholders om Europese IMVO-gerelateerde wet- en regelgeving lokaal effectief te implementeren. Over de uitwerking van de kabinetsinzet rond IMVO ontvangt u n.a.v. de IOB evaluatie van het IMVO-beleid medio 2027 een brief.11

Ontwikkelingssamenwerking

Het kabinet investeert weer in ontwikkelingssamenwerking. Hoewel het hoofddoel – het in overeenstemming met de ODA‑definitie bijdragen aan de sociaaleconomische ontwikkeling van landen in het mondiale Zuiden en hulp te bieden aan mensen in nood – onverminderd relevant is, verandert de context dramatisch met de huidige fundamentele geopolitieke verschuivingen. Mede door ontwikkelingssamenwerking is de armoede in de wereld de afgelopen decennia afgenomen, maar de kwetsbaarheid van mensen neemt wereldwijd toe, onder meer door conflicten en klimaatverandering. De achterstand bij het bereiken van de wereldwijd overeengekomen duurzame ontwikkelingsdoelen (SDGs) is daarvoor indicatief.

Met de geopolitieke onrust en ontluikende multipolaire orde wordt ook ontwikkelingssamenwerking politieker. Om onze materiële en immateriële belangen zoals uiteengezet in de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken te dienen is gelijkwaardige samenwerking tot wederzijds voordeel nodig. Staten, ook die in het mondiale zuiden, zoeken naar meer soevereiniteit door diversificatie van partners en nieuwe coalities. Ontwikkelingssamenwerking levert hieraan een bijdrage, juist omdat de aspiraties van deze landen het vertrekpunt vormt.

Vernieuwing van het beleid van Ontwikkelingssamenwerking is geboden, om zijn wezenlijke rol in dit veranderende landschap te kunnen spelen. Deze brief geeft een eerste richting op hoofdpunten op basis van de centrale doelstellingen van de beleidsbrief.12 Een verdere uitwerking wordt gebaseerd op onder andere de internationale discussie rondom dit onderwerp en het briefadvies over de toekomst van Ontwikkelingssamenwerking waarom het ik namens het kabinet heb gevraagd aan de Adviesraad Internationale Vraagstukken.

Bescherming van vrijheden

Het kabinet staat pal voor vrijheden die samenhangen met het waarborgen van democratische waarden, de internationale (rechts)orde en mensenrechten. Via het multilaterale systeem en in samenwerking met gelijkgestemde landen maakt Nederland zich hier sterk voor. Ter bescherming van de liberale samenleving en gegeven onze internationale rol zal Nederland nadrukkelijker een voortrekkersrol vervullen als het gaat om vrouwenrechten en gender gelijkheid.13 Het kabinet zal assertief inzetten op het gebied van seksuele en reproductieve rechten en gezondheid (SRGR).14 Samen met gelijkgezinde landen zal Nederland komen voor democratische waarden waarden.15 Ook investeert het kabinet in de relatie met maatschappelijke organisaties; maatschappelijke ruimte is essentieel ter bescherming van vrijheden en de democratische rechtstaat.

Veiligheid

Nederland draagt bij aan veiligheid in de wereld en voor ons Koninkrijk door zich extra in te zetten voor humanitaire hulp16, stabiliteit, (democratische) rechtsstaatontwikkeling, vredesopbouw, handhaving van het humanitair oorlogsrecht en bescherming van hulpverleners17. Nederland neemt nadrukkelijker een rol bij het hervormen en versterken van het multilaterale systeem, waar ook Nederland veel baat bij heeft. En in multilateraal verband maakt Nederland zich hard voor op het versterken van vrede en veiligheid door nauwe samenwerking met VN‑organisaties en internationale financiële instellingen. Het kabinet blijft Oekraïne militaire en niet‑militaire onverminderd steunen.18

Conflict en instabiliteit leiden tot ontheemding. Het kabinet draagt daarom bij aan duurzame bescherming en sociaaleconomisch perspectief voor vluchtelingen en migranten in de regio van herkomst. Ook zet Nederland zich in voor een effectief, humaan en toekomstbestendig asiel‑ en migratiesysteem, onder meer door brede migratiepartnerschappen met belangrijke transit‑ en herkomstlanden verder te ontwikkelen.19

Welvaart

Door een doelgerichte koppeling met handel en diplomatie draagt ontwikkelingssamenwerking ook bij aan welvaart, economische ontwikkeling en het verdienvermogen. Onder meer door de inzet op de combitracks20 werkt het kabinet aan een beter ondernemersklimaat, grotere toegang tot financiering, investeringen in infrastructuur, beroepsonderwijs21 en kennispartnerschappen, het wegnemen van handelsbelemmeringen, versterking van waardeketens en IMVO, en duurzame, transparante grondstoffenketens. De samenwerking met de EU wordt versterkt, onder andere via Global Gateway‑initiatieven. Daarnaast zet het kabinet in op het mobiliseren van meer privaat kapitaal voor investeringen in ontwikkelingslanden op het terrein van infrastructuur, klimaat en de energietransitie. Als aandeelhouder van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds draagt Nederland ook bij aan het handhaven en bevorderen van de economische stabiliteit wereldwijd.

In gelijkwaardige samenwerking beoogt het kabinet bij te dragen aan groene, weerbare en inclusieve ontwikkeling in partnerlanden - onder andere in de combinatielanden van het beleid. Het kabinet zal zich assertief inzetten voor het klimaatbeleid, waarbij een internationaal verankerde inzet met bijpassende internationale klimaatfinanciering nodig is in weerwil van de ondermijning die ook op dit terrein plaats vindt. Daarom herstelt en versterkt het kabinet de rol van Nederland als betrouwbare, ambitieuze klimaatpartner door te investeren in coalities en partnerschappen, klimaatweerbaarheid en een effectievere inzet van financiering22. Daarbij wordt voortgebouwd op de internationale reputatie, kennis en kunde van Nederland op het gebied van voedselzekerheid23 en integraal waterbeheer.

Naar een toekomstgericht ontwikkelingssamenwerkingsbeleid

Door veranderende internationale verhoudingen, de behoefte aan het afbouwen van afhankelijkheden en de druk op internationaal beschikbare ODA‑middelen, verandert de manier waarop Nederland samenwerkt met landen in het mondiale Zuiden. Het AIV-advies over de toekomst van Ontwikkelingssamenwerking vormt een belangrijke basis voor een verdere herziening van het Nederlandse beleid op ontwikkelingssamenwerking. In de reactie op dit advies zal het kabinet een visie op ontwikkelingssamenwerking voor de langere termijn formuleren24, waarin ook de inzet uit de onderaan genoemde brieven wordt samengebracht. Ik ga hierover graag met uw Kamer in debat bij de begrotingsbehandeling dit najaar.

De minister van Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking,

S.W. Sjoerdsma


  1. Kenmerk 202612820/2026D29518↩︎

  2. Hier wordt onder andere nader op ingegaan in de Kabinetsreactie AIV advies Mondiale Zuiden↩︎

  3. Conform motie Van Lanschot, waarbij samenwerking met middenmachten geen doel op zich is maar een middel om gezamenlijke belangen na te jagen.↩︎

  4. Kamerstuk 36800-V, nr.103↩︎

  5. Kamerstuk 29 237, nr. 183↩︎

  6. Kabinetsappreciatie handels- en investeringsakkoord EU-Indonesië↩︎

  7. Kamerstuk 36 600-XVII, nr. 25↩︎

  8. Kamerbrief Ontwikkelingen rond de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat↩︎

  9. Kamerstuk 33 694, nr. 72↩︎

  10. Zie het rapport van de Europese Rekenkamer over grondstoffenafhankelijkheid https://www.eca.europa.eu/en/publications?ref=SR-2026-04↩︎

  11. IOB evaluatie IMVO-beleid↩︎

  12. Deze eerste toelichting wordt nader uitgewerkt in de Memorie van Toelichting bij de begroting 2027↩︎

  13. Een nadere toelichting op de specifieke inzet op vrouwenrechten en gender gelijkheid komt uw Kamer op een nader moment toe↩︎

  14. Een nadere toelichting op de specifieke inzet op gezondheid en SRGR komt uw Kamer op een nader moment toe, inclusief via de Jaarlijkse Voortgangsrapportage Mondiale Gezondheidsstrategie↩︎

  15. Een nadere toelichting op de inzet op het opkomen voor democratische waarden komt uw Kamer op een nader moment toe↩︎

  16. Een nadere toelichting op de inzet op humanitaire hulp volgt in de Jaarbrief Humanitaire Hulp 2027 met daarin een actualisatie Humanitaire Hulp-strategie↩︎

  17. Zie ook de Kabinetsreactie op het AIV-CAVV advies Bescherming Hulpverleners (Kamerstuk 2026D14963)↩︎

  18. Zie ook de Kamerbrief over de inzet ter ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven bij de wederopbouw van Oekraïne (reeds verstuurd; Kamerstuk 36 045, nr. 293). Een verdere toelichting op de niet-militaire steun aan Oekraïne komt uw Kamer op een nader moment toe↩︎

  19. Een nadere toelichting van de inzet op migratie en opvang in de regio komt uw Kamer op toe in de Kamerbrief Voortgang internationaal migratiebeleid, inclusief de reactie op de IOB-evaluatie en het AIV/AM-advies over migratiepartnerschappen↩︎

  20. Zie ook de Kamerbrief over de voortgang op combitracks (reeds verstuurd; Kamerstuk 21 501-02, nr. 3391)↩︎

  21. Een nadere toelichting op de inzet op onderwijs komt uw Kamer op een nader moment toe↩︎

  22. Zie ook de Kamerbrief Internationaal Klimaatbeleid (reeds verstuurd; Kamerstuk 31793, nr. 297). Een nadere toelichting over deze inzet komt u op een nader moment toe↩︎

  23. Een nadere toelichting komt u toe in de voorziene kabinetsreactie op het AIV-advies over Voedselzekerheid↩︎

  24. Een nadere toelichting komt u toe in de voorziene kabinetsreactie op het AIV-advies over de toekomst van Ontwikkelingssamenwerking↩︎