Antwoorden op vragen van de leden Van der Werf, Van Lanschot en Piri over de uitspraken van de Israëlische minister Ben-Gvir dat dagelijks tientallen Palestijnen gedood zouden moeten worden.
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D41086, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 17:01, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z17012:
- Gericht aan: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2939
Antwoord van minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 4 september 2026)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van recente uitspraken van de Israëlische minister van Nationale Veiligheid Ben-Gvir, waarin hij stelt dat er "elke nacht 30 tot 40 mensen uitgeschakeld" zouden moeten worden, "niet alleen degenen die een directe bedreiging vormen", en dat bepaalde personen "het leven niet waard zijn"?
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Deelt u de analyse van mensenrechtenexperts dat deze uitspraken, in combinatie met eerdere oproepen van Ben-Gvir tot massale deportatie van Palestijnen uit Gaza, moeten worden gezien in een patroon van aanzetten tot geweld en etnische zuivering? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De uitspraken van Ben-Gvir wijzen op een patroon van aanzetten tot geweld en gedwongen verplaatsing.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat de uitspraken van minister Ben-Gvir, als prominent lid van de regering-Netanyahu, niet los gezien kunnen worden van het gevoerde beleid van diezelfde regering, en dat zij daarmee bevestigen dat het doden en verdrijven van Palestijnse burgers geen ongelukkig neveneffect, maar doelbewust regeringsbeleid is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De uitspraken van Ben-Gvir zijn verwerpelijk en niet acceptabel. Ik heb dit zelf ook duidelijk gemaakt aan de Israëlische minister voor Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar. Het kabinet verklaarde eerder deze extremistische minister Ben-Gvir tot persona non grata. We blijven daarnaast in Europees verband pleiten voor sancties tegen zowel minister Ben-Gvir als minister Smotrich. Bij de meest recente informele bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU (Gymnich) heb ik wederom opgeroepen tot het sanctioneren van minister Ben-Gvir naar aanleiding van deze verwerpelijke uitspraken.
Vraag 4
Bent u bereid zich, ondanks het recente mislukken van EU-brede sanctionering van Ben-Gvir, opnieuw en met urgentie in te zetten voor EU-sancties tegen hem en Bezalel Smotrich? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ja. Nederland blijft voorstander van en pleiten voor Europese sancties tegen deze ministers. Tegelijkertijd stel ik vast dat er vooralsnog in het Europese krachtenveld onvoldoende beweging zit om te verwachten dat hierover op korte termijn overeenstemming wordt bereikt.
Vraag 5
Bent u bereid, naar voorbeeld van het reeds bestaande Nederlandse inreisverbod voor Ben-Gvir, ook een nationaal inreisverbod in te stellen voor andere regerings- en Knessetleden van zijn partij Otzma Jehoedit, die zich schuldig maken aan vergelijkbare uitspraken en medeverantwoordelijk zijn voor voorstellen zoals de doodstrafwetgeving voor Palestijnse gevangenen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zoals bekend in uw Kamer besloot het kabinet in juli 2025 zich in te spannen om een aantal maatregelen in te stellen teneinde de regering-Netanyahu van koers te doen veranderen. Hierbij ging het onder meer om maatregelen tegen de Israëlische minister Ben-Gvir en minister Smotrich, die uit hoofde van hun functie als bewindspersoon herhaaldelijk geweld door kolonisten tegen de Palestijnse bevolking hebben aangewakkerd, voortdurend de uitbreiding van illegale nederzettingen bepleit en opgeroepen tot etnische zuivering in Gaza.
In het licht van de ernst van deze uitspraken steunde Nederland de voorstellen voor EU-sanctiemaatregelen jegens beide individuen, echter ontbrak hiervoor draagvlak in de Raad. Het kabinet verklaarde vervolgens minister Smotrich en minister Ben-Gvir tot persona non grata op grond van het nationale recht (de Vreemdelingenwet 2000), wegens het gevaar dat zij vormen voor de Nederlandse openbare orde en in het belang van internationale betrekkingen. Beide ministers zijn in september 2025 als ongewenste vreemdelingen geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem. Dit waren uitzonderlijke stappen en de onderliggende motivering gold ten aanzien van de specifieke casus van deze twee ministers en de omstandigheden destijds. Dat is niet zonder meer het geval ten aanzien van andere gevallen. Het kabinet weegt in elke situatie of deze omstandigheden nopen tot een dusdanig vergaand nationaal besluit, of hiervan impact op de koers van de regering Netanyahu mag worden verwacht, en of daarvoor toereikende juridische gronden bestaan. Bovengenoemde overwegingen leiden op dit moment niet tot een vergelijkbare stap op nationaal niveau tegen andere regerings- en Knessetleden van de partij Otzma Jehoedit. Tegelijkertijd blijft het kabinet zich inspannen voor additionele maatregelen op EU niveau en sluit het, conform de motie Piri/Paternotte1, sancties tegen Israëlische bewindspersonen niet uit.
Kamerstuk 21501-02, nr. 2945↩︎