[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Crisis in Soedan

Brief regering

Nummer: 2026D41088, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 15:12, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z18023:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Op 10 september zal een Commissiedebat plaatsvinden over Soedan op aanvraag van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Het kabinet hecht belang aan blijvende aandacht voor Soedan vanwege de omvang van de humanitaire crisis, de gevolgen voor de regionale stabiliteit en het risico op verdere grootschalige ontheemding en mensenrechtenschendingen. Deze brief informeert u over de recente ontwikkelingen in Soedan en de geïntensiveerde Nederlandse inzet.

Huidige situatie

Op 15 april 2023 brak in Soedan een gewapend conflict uit tussen het leger, de Sudanese Armed Forces (SAF), en de paramilitaire groepering de Rapid Support Forces (RSF). Het conflict is inmiddels het vierde jaar ingegaan. Het militaire zwaartepunt van het conflict bevindt zich momenteel in de regio’s Noord-, Zuid- en West-Kordofan. Met name de door RSF belegerde stad El Obeid, de hoofdstad van Noord-Kordofan die nu in handen is van SAF en een cruciaal logistiek en humanitair knooppunt vormt, staat onder druk. De SAF heeft de afgelopen weken gebieden ten noorden van de stad veroverd en daarmee een aanvoerlijn geopend tussen Khartoem en El Obeid. Tegelijkertijd heeft de RSF in augustus jl. de aanvallen op El Obeid verder opgevoerd, onder meer door de inzet van drones, waarbij burgers en essentiële infrastructuur worden getroffen.

In El Obeid verblijven ruim 500.000 mensen, waarvan 100.000 ontheemden, onder wie mensen die uit de door RSF veroverde stad El Fasher zijn gevlucht. Zowel de Secretaris-Generaal van de VN als de Hoge Commissaris voor de Mensenrechtenraad waarschuwden voor een dreigende mensenrechtencatastrofe in El Obeid, met ontwikkelingen die sterke overeenkomsten vertonen met de situatie die voorafging aan de val van El Fasher. Zo meldde de Hoge Commissaris in juli 2026 gedocumenteerde patronen van onder meer seksueel geweld, standrechtelijke executies, ontvoeringen en foltering van mensen op de vlucht in de Kordofan-regio.1 Hoewel de situatie in El Obeid zorgwekkend blijft, heeft zich daar vooralsnog niet een mensenrechtencatastrofe van de omvang en ernst zoals die in El Fasher voorgedaan.

Internationale bemiddelingspogingen hebben tot nu toe niet geleid tot een staakt-het-vuren. De diplomatieke inspanningen ten aanzien van Soedan verlopen grotendeels via de zogenoemde Quad en het Quintet. De Quad, bestaande uit de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Saoedi-Arabië, richt zich op het tot stand brengen van een staakt-het-vuren en het bevorderen van onderhandelingen tussen de strijdende partijen. Het Quintet, bestaande uit de Afrikaanse Unie (AU), de Europese Unie (EU), de Verenigde Naties (VN), de Intergovernmental Authority on Development (IGAD) en de Liga van Arabische Staten (LAS), zet in op een inclusief politiek proces waarbij juist civiele actoren worden betrokken. De Berlin Principles die zijn aangenomen tijdens de Soedan conferentie in Berlijn van 15 april jl. bieden hiervoor een belangrijk gezamenlijk kader, met nadruk op Soedanees eigenaarschap, bescherming van burgers en een politieke oplossing van het conflict.

Sinds de start van het conflict hebben 4,5 miljoen mensen Soedan verlaten en zijn 8,6 miljoen mensen ontheemd. Het overgrote deel verblijft sindsdien in de buurlanden van Soedan. In Tsjaad worden op dit moment 1,3 miljoen Soedanezen opgevangen, in Egypte 1,5 miljoen en in Zuid-Soedan zijn sinds het conflict 746.000 mensen aangekomen, voor het merendeel uit Soedan terugkerende Zuid-Soedanezen. Ook andere landen in de regio vangen vluchtelingen op, zoals Libië en Ethiopië. Tsjaad en Zuid-Soedan behoren tot de armste landen ter wereld. Er is bereidheid om vluchtelingen en terugkeerders toe te laten, maar deze landen hebben zelf nauwelijks capaciteit en middelen voor zulke grootschalige humanitaire opvang. Ook internationale financiering van humanitaire hulp voor de buurlanden schiet tekort.

Sinds 2024 zijn 1,24 miljoen vluchtelingen teruggekeerd naar Soedan, om uiteenlopende redenen. Enerzijds is er sprake van voorzichtig verbeterde omstandigheden in door de SAF terugveroverde gebieden op de RSF, zoals bijvoorbeeld de hoofdstad Khartoum. Anderzijds is er sprake van gebrek aan hulp en economisch perspectief in opvanglanden. Zorg is dat een gebrek aan perspectief in zowel Soedan als in opvanglanden in de omgeving, zal leiden tot een verdere toename van (irreguliere) migratie naar Europa. De IOM registreerde tussen januari en november 2025 12.684 Soedanese migranten die Europa bereikten. Dat is 3,3 keer zoveel als in dezelfde periode in 2024.

In 2026 hebben naar schatting 33,7 miljoen mensen in Soedan humanitaire hulp nodig.2 Volgens de meest recente Integrated Food Security Phase Classification (IPC)-analyse kampen 19,5 miljoen mensen, circa 41% van de bevolking, met ernstige acute voedselonzekerheid.3 Mede onder invloed van een zeer sterk El Niño effect valt er tot nu toe veel minder regen dan normaal in Soedan en omliggende landen. Dat zet de voedselproductie in Soedan, die al lijdt onder de oorlog en prijsverhogingen door de crisis in de Straat van Hormuz, nog verder onder druk. Dit kan tot gevolg hebben dat honger in Soedan in de loop van 2027 nog verder toeneemt.

Humanitaire toegang blijft een enorme uitdaging. Door aanhoudende gevechten tussen de strijdende partijen zijn delen van het land moeilijk of helemaal niet bereikbaar voor hulporganisaties. Hulpverleners lopen risico op aanvallen, ontvoering, geweld en arrestatie. Volgens recente gegevens zijn vooral lokale medewerkers kwetsbaar, omdat zij vaak de enigen zijn die in conflictgebieden nog actief zijn en minder mogelijkheden hebben om te evacueren. Volgens de Aid Worker Security Database zijn in de periode 2023-2026 168 hulpverleners in Soedan omgekomen.

Daarnaast zorgen bureaucratische belemmeringen, zoals weigering of vertraging bij het verkrijgen van visa, reisvergunningen en toegang van goederen ervoor dat hulp niet altijd tijdig bij mensen terechtkomt. Beide partijen in het conflict trachten controle uit te oefenen over humanitaire organisaties middels bijvoorbeeld verplichting tot registratie van organisaties, wat hun onafhankelijke manier van werken ernstig bemoeilijkt.

Nederlandse inzet

Vanwege de omvang van de humanitaire crisis en de noodzaak om tot een duurzame vrede te komen is Soedan een beleidsprioriteit. Een duurzame oplossing zou tevens bijdragen aan Nederlandse en Europese belangen, waaronder regionale stabiliteit, maritieme veiligheid rond de Rode Zee en het tegengaan van terrorisme en irreguliere migratie.

Diplomatie en vredesprocessen

De diplomatieke inspanningen ten aanzien van Soedan verlopen grotendeels via de Quad en het Quintet waar de EU deel van uitmaakt. Als initiatiefnemer van de EU Kerngroep voor Soedan, opgericht eind 2024, pleit Nederland er voor dat de EU actief deelneemt aan het vredesproces in Soedan en het conflict structureel op de agenda houdt van de Raad Buitenlandse Zaken. Daarnaast spreekt Nederland bilateraal met relevante actoren in de regio over het conflict in Soedan, om de noodzaak van een inclusief vredesproces kracht bij te zetten en de urgente humanitaire situatie aan te kaarten. Het kabinet is voornemens om gerichte diplomatie verder te versterken ten aanzien van Soedan. Deze aanpak kan bijdragen aan betere en snellere resultaten, bijvoorbeeld bij het waarborgen van de humanitaire ruimte en toegang in El Obeid.

Vanuit de Mediation Support Unit draagt Nederland bij aan het werk van de Europese Unie en de Verenigde Naties in de ontwikkeling van een monitoringsmechanisme. Wanneer akkoord is bereikt over een staakt-het-vuren in Soedan zullen deze afspraken moeten worden gemonitord om naleving te garanderen en eventuele escalatie te voorkomen en waar nodig diplomatiek druk uit te oefenen op de verantwoordelijke partij(en). Zoals vermeld in eerdere Kamerbrieven, steunt Nederland ook organisaties die zich richten op conflictbemiddeling en de ondersteuning van civiel-politieke processen. Maatschappelijke organisaties dragen hier aan bij door dialogen te organiseren, met bijzondere aandacht voor de actieve en betekenisvolle betrokkenheid van vrouwen bij deze processen.

Diplomatie en externe actoren

De Hoorn van Afrika is van aanzienlijk geopolitiek belang voor diverse regionale actoren. De conflicten in de regio raken steeds sterker met elkaar verweven en worden gekenmerkt door regionale machtsstrijd en inmenging van externe partijen. Dit draagt bij aan instabiliteit, met effecten die reiken voorbij Soedan en de Hoorn van Afrika. In het meest recente rapport van de onafhankelijke VN Fact-Finding Mission (FFM) wordt vastgesteld dat externe actoren financiële, logistieke en militaire steun aan strijdende partijen leveren.4 Deze steun is niet de aanleiding van het conflict, maar draagt ertoe bij dat deze voortduurt. Daarom zal Nederland, gezamenlijk met like-minded landen, de EU en de VN, externe actoren blijven oproepen dergelijke steun te staken, onder meer via de Coalition for Atrocity Prevention and Justice for Sudan.

Sancties

Nederland zet zich onverminderd in voor uitbreiding van EU-sancties tegen

entiteiten en individuen met betrokkenheid bij het gewapend conflict en grove

mensenrechtenschendingen. Zo heeft de EU op 14 juli jl. besloten de sancties tegen Soedan verder aan te scherpen met nieuwe maatregelen specifiek gericht op de oorlogseconomie met als doel de financiële bronnen van het conflict te beperken en de druk op degenen die de oorlog blijven aanjagen te vergroten. De nieuwe maatregelen verbieden onder meer de aankoop, invoer en overdracht van goud afkomstig uit Soedan. Daarnaast wordt de levering van kwik en cyanide aan Soedan verboden. Deze chemicaliën worden veelvuldig gebruikt bij de winning en verwerking van goud.

Mensenrechten

Nederland zet zich in diverse multilaterale fora actief en zichtbaar in om

de mensenrechtensituatie in Soedan te agenderen en bij te dragen aan gerechtigheid voor slachtoffers. Mede op verzoek van Nederland heeft op 3 juli jl. een urgent debat plaatsgevonden in de VN-Mensenrechtenraad. Tijdens dit debat is een resolutie aangenomen waarin de onafhankelijke Fact-Finding Mission (FFM) wordt verzocht onderzoek te doen naar eventuele schendingen van het internationaal mensenrechtenrecht en van het internationaal oorlogsrecht, alsmede daarmee verband houdende internationale misdrijven, die naar verluidt in en rond El Obeid zouden zijn gepleegd.

In september 2026 zal de Soedan-resolutie in de Mensenrechtenraad weer op de agenda staan. Deze resolutie mandateert de FFM, die rapporteert over mensenrechtenschendingen die in het kader van het conflict worden gepleegd. Nederland zal zich als lid van de Soedan Kerngroep in de Mensenrechtenraad inzetten voor verlenging van het mandaat van de FFM. De High-Level Week van de AVVN zal hiervoor benut worden door de situatie in Soedan te agenderen tijdens side events en te bespreken in bilaterale gesprekken met relevante actoren.

Naar aanleiding van het FFM rapport over El Fasher is in februari jl. een coalitie voor de preventie van wreedheden en voor gerechtigheid in Soedan opgericht op initiatief van het Verenigd Koninkrijk, genaamd Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan. Samen met de lidstaten van de coalitie en andere partners zet Nederland zich onder meer in voor het verbeteren van de bewijsvergaring voor internationale misdrijven en voor het versterken van lokale initiatieven voor rechtvaardigheid. Het adresseren van deze misdrijven is essentieel voor duurzame stabiliteit in Soedan en draagt bij aan zowel de bescherming en borging van de rechten en veiligheid van alle Soedanese gemeenschappen als het tegengaan van straffeloosheid. Zonder erkenning van misdrijven en verantwoording van daders blijft leed onverwerkt en wordt het risico op hernieuwd geweld vergroot.

Vrouwenrechtenorganisaties spelen belangrijke rollen in het conflict in Soedan: zij signaleren en documenteren conflict-gerelateerd seksueel geweld en ondersteunen overlevenden en slachtoffers. Ook zetten zij zich in voor betekenisvolle participatie van vrouwen in vredes- en veiligheidsprocessen. Komende jaren intensiveert Nederland daarom de steun via het FemFocus subsidiebeleidskader aan vrouwenrechtenorganisaties in Soedan die zich richten op de ondersteuning van overlevenden van conflict-gerelateerd seksueel en gender-gerelateerd geweld, de preventie van dit geweld, en de participatie van vrouwen in vredesprocessen.

Humanitaire hulp

Nederland blijft, veelal in samenwerking met gelijkgestemde landen maar ook individueel, diplomatieke contacten en fora benutten om te pleiten voor beëindiging van de vijandelijkheden en voor respect voor het humanitair oorlogsrecht, inclusief de ongehinderde en veilige toegang van humanitaire organisaties en hun personeel. Net als in de afgelopen periode zal Nederland ook verklaringen blijven ondersteunen of initiëren die hiertoe oproepen.

In Soedan zijn vrijwilligers en gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms (ERR’s) cruciaal bij hulpverlening in moeilijk bereikbare gebieden. Daarom blijft Nederland organisaties die op lokaal niveau werken ondersteunen, via de Rode Kruis beweging, de Dutch Relief Alliance (DRA), maar ook door het financieren van het VN-Sudan Humanitarian Fund.

Nederland draagt in 2026 bij aan de humanitaire respons via de ongeoormerkte bijdragen aan belangrijke humanitaire actoren als WFP en UNICEF. Daarnaast draagt Nederland EUR 16 miljoen bij aan het VN-Sudan Humanitarian Fund. De DRA heeft in 2026 voor EUR 8,5 miljoen geprogrammeerd in Soedan.

Het kabinet heeft besloten om EUR 2 miljoen vanuit extra middelen beschikbaar te stellen voor het Sudan Humanitarian Fund, waarmee de totale Nederlandse bijdrage voor dit fonds in 2026 op EUR 18 miljoen uitkomt. Daarmee is Nederland de tweede donor voor het Sudan Humanitarian Fund in 2026 na de Verenigde Staten. Sinds de start van het conflict is Nederland consistent een top 5 donor aan het Sudan Humanitarian Fund.

Voedselzekerheid en water

Nederland doet op het gebied van voedselzekerheid en water in Soedan gefocuste, maar belangrijke bijdragen. Het SIPRA project (EUR 23 miljoen) ondersteunt boerengroepen en voedselverwerkende bedrijven om de schok van de oorlog te boven te komen, en om hun productie en inkomen te verbeteren. Met een Nederlandse bijdrage van USD 35 miljoen voert UNICEF in Soedan een groot programma uit om ondervoeding te voorkomen. Hiermee worden 13.2 miljoen kinderen, jonge moeders en zwangere vrouwen bereikt. Het Sustain Sudan project (USD 10 miljoen) helpt om de vrijwel stilgevallen invoer van kunstmest en (Nederlandse) pootaardappelen weer van de grond te krijgen. Daardoor is afgelopen winter ongeveer 700.000 ton meer voedsel geproduceerd dan zonder het project het geval zou zijn geweest. Deze innovatieve aanpak is een zeer kosteneffectieve aanvulling op noodhulp.

Opvang in de regio

Nederland zet zich in om ontheemden en hun gastgemeenschappen te steunen. In Soedan en buurlanden Egypte en Ethiopië is het door Nederland gefinancierde PROSPECTS programma actief. Binnen dit programma zetten de Wereldbank Groep en VN-organisaties UNHCR, ILO en UNICEF zich in om duurzame perspectieven te creëren voor ontheemden en hun gastgemeenschappen door naast bescherming ook onderwijs en beroepsgerichte trainingen te geven, banen te creëren en economische zelfredzaamheid te vergroten. Ook ziet dit programma toe op het verbeteren van basisvoorzieningen zoals toegang tot water, onder andere door urgente reparaties aan stedelijke drinkwatervoorziening. Dit gebeurt ook in Soedan zelf, om het voor ontheemden mogelijk te maken om weer terug naar huis te gaan. Daarnaast is Nederland in gesprek met de Tsjadische autoriteiten om te onderzoeken hoe Nederland de ontheemden en gastgemeenschappen in Oost-Tsjaad kun steunen.

Ondanks de voortdurende oorlog is sinds 2025 is het aantal terugkeerders naar Soedan toegenomen. Voor Soedan heeft het kabinet daarom dit jaar EUR 15 miljoen extra beschikbaar gemaakt, om duurzame terugkeer te ondersteunen.

Wapenexport en VN wapenembargo

Alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik worden per geval en zorgvuldig getoetst aan de Europese wapenexportcriteria en de criteria van het VN-Wapenhandelsverdrag. Daarbij is er ook aandacht voor het omleidingsrisico naar Soedan. Als er een duidelijk risico bestaat op ongewenst eindgebruik, zoals een bijdrage aan ernstige mensenrechtenschendingen of omleiding, wordt een vergunningaanvraag afgewezen.

Nederland heeft, evenals de EU, herhaaldelijk opgeroepen tot het beëindigen van alle externe wapenleveranties en andere vormen van steun aan de strijdende partijen. Voorts spreekt Nederland met alle relevante landen in de regio over Soedan, waarbij wij zorgen uiten over de humanitaire- en mensenrechtensituatie en het belang bepleiten van het beëindigen van het conflict en het stoppen van wapenleveranties aan de strijdende partijen. Daarnaast heeft Nederland in EU-verband gepleit voor een uitbreiding van het VN-wapenembargo, dat nu alleen voor Darfoer geldt, naar heel Soedan. De Verenigde Staten hebben op 24 augustus een ontwerpresolutie bij de VN-Veiligheidsraad ingediend om het bestaande wapenembargo uit te breiden naar heel Soedan. Vooralsnog is hiervoor in de raad echter onvoldoende steun.

De situatie in Soedan vraagt om blijvende internationale aandacht. Het kabinet zal daarom de inzet versterken voor het verlichten van humanitaire noden, het tegengaan van straffeloosheid en het vinden van een duurzame oplossing voor het conflict.

De minister van Buitenlandse Zaken,





T.B.W. Berendsen

De minister van Buitenlandse Handel

en Ontwikkelingssamenwerking,




S.W. Sjoerdsma


  1. United Nations, "Statement attributable to the Spokesperson for the Secretary-General on Sudan", 18 juni 2026, https://sudan.un.org/en/288164-statement-attributable-spokesperson-secretary-general-sudan.

    Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights (OHCHR), "High Commissioner Türk calls for strong action at the highest level to prevent atrocity crimes in Sudan", 3 juli 2026, https://www.ohchr.org/en/statements-and-speeches/2026/07/high-commissioner-turk-calls-strong-action-highest-level-prevent.↩︎

  2. World Health Organization (WHO), "Public Health Situation Analysis – Sudan Conflict and Complex Emergency", 25 februari 2026, https://www.who.int/publications/m/item/public-health-situation-analysis---sudan-conflict-and-complex-emergency; United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), "Sudan Emergency", geraadpleegd augustus 2026, https://www.unhcr.org/emergencies/sudan-emergency.↩︎

  3. Integrated Food Security Phase Classification (IPC), "Sudan: Acute Food Insecurity Situation for February–May 2026 and Projections for June–September 2026 and for October 2026–January 2027", 14 mei 2026, https://www.ipcinfo.org/ipc-country-analysis/details-map/en/c/1163315/.↩︎

  4. United Nations Human Rights Council, “Fuelling Sudan’s conflict: weapons, fighters and

    external support networks“ UN Doc. A/HRC/63/23, 63e zitting, 3 september 2026, https://www.ohchr.org/sites/default/files/documents/hrbodies/hrcouncil/sessions-regular/session63/advance-versions/a-hrc-63-23-auv.pdf.↩︎