Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. onderwijs in Caribisch Nederland (Kamerstuk 36800-VIII-182)
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D47712, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-06 16:46, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. Hamstra, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (CDA)
- Mede ondertekenaar: C.V.L. Ringoet, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z15773:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-30 10:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-10 10:15 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg vaststellen op 30 september 2026 om 10.00 uur. (Besluit)
- 2026-09-01 15:10 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-01 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-10 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-09-30 10:00: Onderwijs in Caribisch Nederland (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
Inbreng verslag van een schriftelijk overleg
Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister d.d. 3 juli 2026 inzake Onderwijs in Caribisch Nederland (Kamerstuk 36 800-VIII, nr. 182), de brief van de staatssecretaris d.d. 2 juli 2026 inzake Vernietiging van het eilandsraadsbesluit van Sint Eustatius van 21 augustus 2025 inzake het ontslag van het bestuur van de Gwendoline van Puttenschool (Kamerstuk 31 289, nr. 613) en de brief van de staatssecretaris d.d. 2 juli 2026 inzake Reactie op de brief van Scholengemeenschap Bonaire (SGB) over de position paper 2.0 "Onderwijs binnen het Nederlandse stelsel vraagt om Nederlandse randvoorwaarden" (Kamerstuk 36 800-VIII, nr. 180).
De voorzitter van de commissie
Hamstra
Adjunct-griffier van de commissie
Ringoet
Inhoud
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
Inbreng van de leden van de PRO-fractie
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
Inbreng van de leden van de SGP-fractie
Inbreng van de leden van de SP-fractie
II Reactie van de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie onderschrijven het uitgangspunt dat ieder kind recht heeft op goed onderwijs en de kans om zijn of haar talenten te ontwikkelen, ongeacht of dat kind op Bonaire, op Saba, op Sint-Eustatius of in Europees Nederland opgroeit. Deze leden zien dat sinds 2010 belangrijke stappen zijn gezet, maar constateren tegelijkertijd dat het onderwijs in Caribisch Nederland op verschillende onderdelen nog kwetsbaar is. De leden vinden het daarom positief dat het kabinet kiest voor een gerichte aanpak. Zij hebben daarover nog de volgende vragen.
De leden van de D66-fractie delen de analyse dat voldoende en goed gekwalificeerd personeel een belangrijke voorwaarde is voor de kwaliteit van het onderwijs. Deze leden zijn positief over de inzet om meer leraren lokaal op te leiden en de samenwerking met opleidingen in de regio te versterken. Tegelijkertijd blijft het aantrekken en behouden van personeel een uitdaging. Het kabinet wil toewerken naar een toekomstbestendiger proces van arbeidsvoorwaardenvorming en uiteindelijk naar cao-overleg. Welke concrete stappen worden hiervoor in 2026 en 2027 gezet? Welke ondersteuning wordt daarbij geboden door het kabinet?
De meertaligheid van de eilanden is een kracht, maar stelt ook andere eisen aan onderwijs, leermiddelen en toetsing. De leden van de D66-fractie vinden het daarom positief dat wordt gewerkt aan nieuwe kerndoelen voor Nederlands als vreemde taal, Papiaments en Engels, en aan beter passend lesmateriaal. Wanneer zijn voldoende passende leermiddelen beschikbaar om daadwerkelijk volgens deze kerndoelen te kunnen werken? Hoe wordt ervoor gezorgd dat scholen niet alleen nieuwe doelen krijgen opgelegd, maar ook de tijd en kennis hebben om die goed in de praktijk te brengen?
De leden van de D66-fractie vinden het van groot belang dat ieder kind de basisvaardigheden beheerst. Goed kunnen lezen, schrijven en rekenen bepaalt voor een groot deel of leerlingen mee kunnen komen in de rest van hun (school)loopbaan. Juist in Caribisch Nederland, waar scholen werken in een meertalige context en de onderwijskwaliteit op onderdelen nog kwetsbaar is, vraagt dat om gerichte en langdurige ondersteuning. Welke concrete ondersteuning is beschikbaar voor scholen waarbij uit de resultaten blijkt dat leerlingen achterblijven op lezen, schrijven of rekenen? En hoe wordt bepaald wanneer aanvullende ondersteuning nodig is?
De leden van de D66-fractie lezen dat ook in het mbo het huidige centraal examen Nederlands onvoldoende blijkt aan te sluiten bij de meertalige werkelijkheid op Bonaire en dat er wordt gewerkt aan een examen Nederlands als vreemde taal. Op welke termijn verwacht het kabinet dat dit nieuwe examen structureel kan worden ingevoerd? Op welke wijze wordt onderzocht of leerlingen hierdoor daadwerkelijk beter in staat worden gesteld om hun kennis en vaardigheden te laten zien, zonder het vereiste eindniveau te verlagen?
De Onderwijsraad adviseert daarnaast om regionale doorstroomroutes te vereenvoudigen en mogelijkheden voor studeren en terugkeren te vergroten. De leden van de D66-fractie vragen welke van deze aanbevelingen het kabinet op korte termijn overneemt. Kan het kabinet nader aangeven welke praktische, financiële of juridische obstakels studenten momenteel ervaren wanneer zij een opleiding op een ander Caribisch eiland willen volgen?
De leden van de D66-fractie constateren dat goed onderwijs niet alleen vraagt om een passend curriculum en voldoende gekwalificeerd personeel, maar ook om adequate huisvesting. Kan het kabinet aangeven hoe het ervoor zorgt dat scholen in Caribisch Nederland beschikken over huisvesting die voldoende aansluit bij de eisen die aan de kwaliteit, veiligheid en continuïteit van het onderwijs worden gesteld, en hoe daarbij wordt omgegaan met huisvestingsachterstanden?
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken over het onderwijs in Caribisch Nederland. Deze leden vinden het van groot belang dat ook in Caribisch Nederland ieder kind toegang heeft tot goed onderwijs en de kans krijgt om zijn of haar talenten te ontwikkelen. Tegelijkertijd vraagt de specifieke context van de eilanden om maatwerk. De leden hebben daarom de volgende vragen.
Onderwijs in Caribisch Nederland
De leden van de VVD-fractie constateren dat de onderwijskwaliteit de afgelopen jaren is verbeterd, maar deze nog kwetsbaar is. Voor deze leden moeten goede basisvaardigheden, voldoende en goed gekwalificeerd onderwijspersoneel en een goede aansluiting op vervolgonderwijs en arbeidsmarkt centraal staan.
De leden van de VVD-fractie lezen dat vanaf 2027 structureel 4,1 miljoen euro extra beschikbaar komt voor de basisbekostiging van scholen in Caribisch Nederland. Kan het kabinet toelichten op basis waarvan het verwacht dat dit bedrag voldoende is om de structurele financiële knelpunten bij de schoolbesturen te verminderen? Op welke wijze wordt gemonitord of de verhoging van de basisbekostiging in de praktijk toereikend blijkt?
Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie aandacht voor het lerarentekort. Welke concrete resultaten worden verwacht van de maatregelen om meer leraren aan te trekken en te behouden? Ziet het kabinet mogelijkheden om meer mensen die op de eilanden wonen op te leiden tot leraar, zodat de afhankelijkheid van personeel uit Europees Nederland kan worden verminderd?
De leden van de VVD-fractie vragen ook hoe het kabinet ervoor zorgt dat leerlingen zowel voldoende Nederlands leren voor een succesvolle doorstroom naar vervolgonderwijs als ruimte houden voor de lokale taal en context. Welke concrete doelen hanteert het kabinet hierbij?
Gwendoline van Puttenschool
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de vernietiging van het eilandsraadsbesluit van Sint-Eustatius over het ontslag van het bestuur van de Gwendoline van Puttenschool. Kan het kabinet de Kamer informeren over de actuele stand van zaken op de school en de voortgang van de herstelopdrachten van de Inspectie van het Onderwijs?
Position paper Scholengemeenschap Bonaire
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de position paper van Scholengemeenschap Bonaire (SGB) en de reactie van het kabinet. Deze leden onderschrijven het belang van kwalitatief goed onderwijs en voldoende randvoorwaarden, maar constateren dat de specifieke omstandigheden op de eilanden om maatwerk kunnen vragen. Kan het kabinet toelichten hoe hij het begrip "gelijkwaardigheid" in het onderwijs in Caribisch Nederland definieert en hoe wordt getoetst of nieuwe wet- en regelgeving uitvoerbaar is binnen de eilandelijke context? Kan het kabinet daarnaast aangeven welke van de door SGB genoemde knelpunten op het gebied van bekostiging, arbeidsvoorwaarden, huisvesting en regelgeving het meest urgent zijn en welke concrete maatregelen hiervoor worden genomen?
Inbreng van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Onderwijsraadadvies Onderwijs in Caribisch Nederland en de onderhavige kabinetsbrieven. Deze leden willen dat het recht op goed onderwijs voor kinderen en jongeren in Caribisch Nederland daadwerkelijk wordt waargemaakt maar constateren dat niet alle kinderen in het land Nederland gelijke kansen krijgen. Onderwijs zou de grote gelijkmaker moeten zijn en het zou dus voor iemands toekomstkansen niet moeten uitmaken of iemands wieg in Europees of in Caribisch Nederland heeft gestaan. De Onderwijsraad signaleert echter dat vooralsnog in Caribisch Nederland randvoorwaarden ontbreken om binnen de kaders van het Nederlandse onderwijssysteem goed onderwijs te verzorgen, onderwijsorganisaties in Caribisch Nederland door de afgelegen ligging beperkter toegang hebben tot de instrumenten, hulpbronnen en ondersteuning uit Europees Nederland en onderwijswetgeving en beleidsinspanningen onvoldoende aansluiten bij de omstandigheden en benodigdheden op de eilanden. De minister en staatssecretaris willen onderwijspersoneel en -bestuurders in Caribisch Nederland adequate ondersteuning bieden om het onderwijs er met een stevige basis duurzaam in te richten passend bij de lokale context. De leden van de PRO-fractie waarderen dit streven. Wel zouden deze leden graag een nadere concrete planning ontvangen van wanneer welke verbeterstappen precies gezet zullen worden. Kan het kabinet dit schematisch weergeven?
De leden van de PRO-fractie signaleren dat men zich er in Europees Nederland niet altijd van bewust is hoe onderwijsbeleid dat in Den Haag wordt uitgestippeld consequenties heeft in Caribisch Nederland die wel eens anders kunnen uitpakken dan bedoeld. Daarom is in 2024 ook een motie ingediend door het lid White c.s. waarin werd gevraagd om een plan van aanpak om het onderwijs en de voor- en naschoolse opvang te verbeteren.1 Vorig jaar schreef de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat deze motie al was afgedaan met de verzamelbrief kinderopvang in Caribisch Nederland, maar deze brief had geen betrekking op het onderwijs in brede zin.2
De leden van de PRO-fractie constateren dat het kabinet een uitgebreide kabinetsreactie op het Onderwijsraadadvies geeft en hiermee alsnog uitvoering gegeven heeft aan deze motie. Dit laat echter onverlet dat deze leden signaleren dat de reactie vooral bestaat uit afzonderlijke maatregelen en voortzetting of uitbreiding van bestaande initiatieven. Daarmee dreigt het zich opnieuw te beperken tot quick fixes voor problemen die structureel en hardnekkig zijn. Wat is de samenhangende langetermijnstrategie die het kabinet voor ogen staat? Hoe verhouden de afzonderlijke financiële maatregelen zich tot één meerjarige investeringsagenda? Welke extra duurzame impuls stelt het kabinet beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van het onderwijs in Caribisch Nederland? Welke concrete langetermijndoelen stelt het kabinet vast en hoe gaat het de voortgang volgen? Hoe voorkómt het kabinet dat structurele taken afhankelijk blijven van tijdelijke subsidies en projecten? Graag hierop een reactie met een concreet tijdpad inclusief de benodigde middelen.
De beleidsreactie bevat verschillende maatregelen rond bestuurskracht, professionalisering, taalonderwijs en inclusief onderwijs. Hoe gaat het kabinet bekostiging, bestuurskracht, personeelsbeleid, professionalisering, taalonderwijs en inclusief onderwijs met elkaar verbinden? Hoe stemmen OCW, uitvoeringsorganisaties, sectorraden en andere ondersteuningspartners hun inzet af? Hoe gaat het kabinet voorkómen dat nieuwe maatregelen vooral leiden tot meer uitvoerings- en verantwoordingslasten voor de betrokken onderwijsinstellingen? Wie voert de regie over de uitvoering en samenhang? Komt er ook één integrale en meerjarige uitvoeringsagenda? Wanneer kan de Kamer deze dan tegemoetzien?
De leden van de PRO-fractie wijzen erop dat tussen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba grote verschillen bestaan in schaal, taal, cultuur en specifieke behoeften. Hoe past het kabinet zijn aanpak aan aan de verschillen tussen de drie eilanden?
Het onderwijs op de BES-eilanden heeft ook veel raakvlakken met armoede, kinderopvang, jeugdzorg, gezondheidszorg, huisvesting, arbeidsmarkt en leefbaarheid. In hoeverre hebben de OCW-bewindslieden zicht op een kabinetsbrede aanpak van deze samenhangende vraagstukken? Hoe krijgen scholen, besturen, professionals en openbare lichamen daadwerkelijke zeggenschap over beleid en uitvoering? Hoe wordt de samenwerking tussen OCW en andere ministeries georganiseerd? Wie draagt de verantwoordelijkheid voor de integrale aanpak en de resultaten daarvan?
De kleinschaligheid, geografische afstand, beperkte arbeidsmarkt en schaarste aan specialistische expertise brengen voor het onderwijs in Caribisch Nederland structureel hogere kosten en kwetsbaarheden met zich mee. Deze kunnen niet allemaal worden opgelost met tijdelijke subsidies, afzonderlijke programma’s en incidentele investeringen. Om de financiële situatie van de schoolbesturen structureel te verbeteren, verhoogt het kabinet de basisbekostiging van alle scholen in Caribisch Nederland naar structureel 4,1 miljoen euro per kalenderjaar vanaf 2027. De leden van de PRO-fractie lezen met instemming dat het kabinet meer geld beschikbaar stelt, maar zouden wel graag een nadere onderbouwing ontvangen van waar dit bedrag precies op gebaseerd is. Ook de Onderwijsraad adviseerde al om de onderwijsorganisaties bestendig te ondersteunen, onder meer met een hogere basisbekostiging en gerichte praktische maatregelen. Het kabinet kondigt nu wel extra investeringen aan, maar uit de beleidsreactie wordt onvoldoende duidelijk of deze allemaal ook op lange termijn toereikend zijn en onderdeel vormen van een bredere langetermijnkoers. Welke aanwijzingen heeft het kabinet dat de bekostiging met de structurele verhoging van de basisbekostiging met 4,1 miljoen euro op lange termijn wel toereikend zal zijn om goed onderwijs in Caribisch Nederland te waarborgen? Hoe zal deze intensivering schoolbesturen concreet in staat stellen om binnen de kleinschalige en eilandelijke context beter te voldoen aan hun wettelijke onderwijstaak?
De Onderwijsraad wijst erop dat onderwijshuisvesting op kleine schaal, zoals in Caribisch Nederland, per definitie duurder is per leerling of student. Scholen hebben immers altijd te maken met vaste kosten voor huisvesting, ongeacht het aantal leerlingen of studenten. De verbetering van onderwijshuisvesting op Caribisch Nederland wordt betaald uit het budget Bijdrage aan medeoverheden Caribisch Nederland. Nu schrijft het kabinet dat inmiddels ongeveer driekwart van alle bekostigde scholen in Caribisch Nederland is voorzien van een nieuw of gerenoveerd gebouw. De leden van de PRO-fractie vragen hoe het kabinet het verklaart dat dit bij een kwart van de bekostigde scholen (nog) niet het geval is. Zijn die schoolgebouwen allemaal nog goed, of heeft dit te maken met keuzes van het kabinet in Den Haag of van de openbare lichamen?
Het kabinet meldde ook dat eventuele tegenvallers bij de verbetering van onderwijshuisvesting op Caribisch Nederland via de tweede suppletoire begroting en/of de Slotwet worden verwerkt. Ten tijde van het opstellen van de suppletoire begroting september waren deze nog niet bekend.3 Is hierbij de Scholengemeenschap Bonaire (SGB) niet in beeld? Voor deze onderwijsinstelling vormt op dit moment adequate huisvesting namelijk het meest urgente en omvangrijke randvoorwaardelijke vraagstuk. De leden van de PRO-fractie ontvangen hierover vooral signalen met betrekking tot de centrale onderwijslocatie voor mbo, vmbo en de speciale lesplaatsen. De staatssecretaris erkent in haar reactie op de brief van Scholengemeenschap Bonaire (SGB) over de position paper 2.0 "Onderwijs binnen het Nederlandse stelsel vraagt om Nederlandse randvoorwaarden" dat er momenteel onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor nieuwbouw voor de overige delen van de SGB. Acht het kabinet het aanvaardbaar dat van de SGB wordt verlangd dat zij aan Nederlandse onderwijs- en kwaliteitsnormen voldoet, terwijl een aanzienlijk deel van onze leerlingen en studenten onderwijs krijgt in sterk verouderde gebouwen en tijdelijke huisvesting, en voor een substantieel deel van de noodzakelijke nieuwbouw nog geen financiële dekking bestaat? Hoe borgt het kabinet anders dat voor de noodzakelijke nieuwbouw en herontwikkeling van de SGB voldoende financiële middelen beschikbaar komen, en wanneer kan de SGB hierover concrete en meerjarige financiële zekerheid verwachten? Hoe voorkomen zij dat de SGB op termijn verantwoordelijkheid voor haar huisvesting gaat dragen terwijl een omvangrijke bestaande huisvestingsachterstand resteert waarvoor geen toereikende financiële dekking beschikbaar is?
Het kabinet investeert in het realiseren van opleidingen voor leraren en onderwijsassistenten op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius en voeren gesprekken met de Universiteit van Curaçao over de oprichting van lerarenopleidingen Papiaments, Nederlands en Engels. Welke afrekenbare doelen staan het kabinet hierbij op termijn voor ogen in termen van voldoende en goed gekwalificeerd onderwijspersoneel?
Lesmateriaal dat herkenbaar is en rekening houdt met de lokale context vergroot de betrokkenheid en motivatie van leerlingen, maar in Caribisch Nederland schiet het Papiamentstalige lesmateriaal nog tekort. Het kabinet zou daarom met de openbare lichamen in gesprek gaan over het creëren van passende leermiddelen voor de vakken Nederlands en Papiaments. Inmiddels is er alweer zo’n kwartaal verstreken sinds de datum van de kabinetsreactie. Wat hebben de gesprekken inmiddels opgeleverd?
Het kabinet noemt het essentieel dat toetsen aansluiten bij de taalontwikkeling en belevingswereld van leerlingen en studenten in Caribisch Nederland en de toetsing voldoende rekening houdt met meertaligheid. SLO verkent voor mogelijke aanpassingen in het voortgezet onderwijs de ontwikkeling van examenprogramma’s voor Nederlands als vreemde taal. De eerste resultaten werden deze zomer verwacht. De leden van de PRO-fractie hechten eraan dat diploma’s het niveau van kennis, inzicht en vaardigheden garanderen dat erop staat, maar vinden dat rekening houden met de lokale situatie tevens betekent dat recht wordt gedaan aan de meertalige situatie waarin kinderen en jongeren in Caribisch Nederland opgroeien zoals dit ook gebeurt in Fryslân. Deze leden vragen wat inmiddels de bevindingen zijn van SLO.
De leden van de PRO-fractie vinden het van belang dat ook het onderwijs in de andere landen van het Koninkrijk van goede kwaliteit is. Uiteraard zijn deze leden zich ervan bewust dat de CAS-landen zelf verantwoordelijk zijn voor het onderwijs in die landen, maar zij zien wel het belang van goede samenwerking binnen het gehele Koninkrijk. Ziet het kabinet dit ook? Zo ja, welke mogelijkheden ziet het kabinet voor Koninkrijksbrede samenwerking voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit? En kan hierbij ook expliciet ingegaan worden op de situatie waarbij leerlingen en studenten uit de BES-eilanden overstappen naar onderwijsinstellingen in een CAS-land? Welke uitdagingen ziet het kabinet hierbij en welke mogelijkheden zijn er om hierbij als Koninkrijk samen op te trekken?
Tot slot vragen de leden van de PRO-fractie opnieuw aandacht voor de belemmeringen die er zijn voor studenten uit de Caribische delen van het Koninkrijk die in Europees Nederland gaan studeren en daarna terug zouden willen keren naar een van de eilanden, maar waarbij de hoogte van de studieschuld een belemmering is. Hoe staat het op dit vlak met de uitvoering van en opvolging aan de motie van het lid White?4 Welke concrete stappen zijn er tot nu toe gezet om deze problematiek op te lossen?
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de stukken over het onderwijs in Caribisch Nederland. Deze leden maken zich zorgen over de beheersing van het Nederlands, de onderwijskwaliteit en het toezicht op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Leerlingen moeten goed onderwijs krijgen en zonder onnodige taalachterstand kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding. Deze leden hebben hierover de volgende vragen aan het kabinet.
Nederlandse taal
Op alle drie de eilanden is de Nederlandse taalvaardigheid onder de maat. Zonder goede beheersing van de Nederlandse taal is een vervolgstudie in Europees Nederland lastig.
Hoe beoordeelt het kabinet de Nederlandse taalvaardigheid van leerlingen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba? Erkent het kabinet dat het onderwijs op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba al jaren faalt op het meest basale punt, de Nederlandse taal?
Hoeveel leerlingen lopen er bij de overstap naar mbo, hbo of universiteit in Europees Nederland tegen aan dat zij over onvoldoende Nederlandse taalvaardigheid beschikken? Hoe wordt dat gemeten en welke ondersteuning krijgen zij vóór die overstap?
Welke concrete doelen stelt het kabinet voor de beheersing van het Nederlands op elk eiland, wanneer moeten die doelen zijn bereikt en hoe wordt de voortgang openbaar gemaakt?
Waarom worden kerndoelen en lesmateriaal opnieuw aangepast aan de leefwereld van de eilanden, terwijl het probleem juist is dat er te weinig Nederlands wordt geleerd?
Is het kabinet bereid Nederlands als voertaal in de klas voor te schrijven, in plaats van het te behandelen als vreemde taal?
Hoeveel leerlingen stromen jaarlijks door naar mbo, hbo of wo in Europees Nederland en vallen daar uit vanwege een taalachterstand?
Kwaliteit toezicht en bestuurskracht
Sinds 10 oktober 2010 gelden artikel 1 en artikel 23 van de Grondwet op de BES-eilanden. De leden van de PVV-fractie zien een kabinet dat achteraf een eilandsraadbesluit op Sint-Eustatius moet vernietigen. Dat is geen daadkracht maar puinruimen.
Waarom moet het kabinet steeds achteraf ingrijpen? Waar was het toezicht voordat de eilandsraad van Sint-Eustatius buiten zijn boekje ging?
Welke lessen trekt het kabinet uit de vernietiging van het besluit van de eilandsraad van Sint-Eustatius over de Gwendoline van Puttenschool? Hoe voorkomt het kabinet dat onbevoegde bestuursbesluiten opnieuw de continuïteit van het onderwijs raken?
Wanneer zet het kabinet bij ernstige tekortkomingen op het gebied van bestuur, kwaliteitszorg of sociale veiligheid een aanwijzing of spoedaanwijzing in? Kan het kabinet aangeven hoe vaak deze instrumenten sinds 2020 in Caribisch Nederland zijn gebruikt?
"Comply or explain" klinkt stevig, maar wordt in de praktijk een ontsnappingsluik. Welke wetten gelden nu niet, op welk eiland en waarom accepteert het kabinet dat?
Is het kabinet bereid om "comply or explain" te schrappen en landelijke onderwijswetgeving gewoon te laten gelden?
Bekostiging en controle op publieke middelen
Eerst was de basisbekostiging volgens EBA structureel ontoereikend. Er was een tekort van 12,2 miljoen dollar en 4,9 miljoen dollar in 2023.5 Nu komt er vanaf 2027 4,1 miljoen euro per jaar bij, plus één subsidieregeling van 3 tot 4 miljoen euro. De leden van de PVV-fractie willen weten waar iedere euro blijft.
Hoe wordt de structurele verhoging van 4,1 miljoen euro vanaf 2027 verdeeld over de drie eilanden en de onderwijssectoren? Hoe voorkomt het kabinet dat er extra geld verdwijnt naar bestuurlijke rompslomp en hoe zorgt het ervoor dat het terechtkomt bij onderwijs, bevoegde leraren, lesmateriaal en taalontwikkeling?
Welke bestaande subsidies gaan op in de voorgenomen integrale subsidieregeling en welke clubs blijven geld ontvangen zonder resultaatplicht?
Leraren en arbeidsvoorwaarden
Hoe groot is het lerarentekort en het personeelsverloop per eiland en per onderwijssector? Hoeveel lessen vallen daardoor uit of worden gegeven door onbevoegde docenten?
Hoeveel mvv-trajecten lopen er nu via IND-CN en hoe wordt gescreend op veiligheid en taal?
Wat is de stand van zaken van het overleg over arbeidsvoorwaarden in Caribisch Nederland? Wanneer verwacht het kabinet afspraken die bijdragen aan het behouden van bevoegde leraren?
Mbo en de derde leerweg
De derde leerweg is sinds 1 januari 2026 mogelijk. Oudere BES-wetten gaan op in de WEB. Dat mag wat de leden van de PVV-fractie betreft niet leiden tot een niveauverlaging.
Hoeveel leerlingen zitten in de derde leerweg die op 1 januari 2026 is gestart, uitgesplitst naar eiland en sector? Welke erkende mbo-diploma's of -certificaten zijn tot nu toe behaald en in welke sectoren?
Hoe borgt het kabinet dat de derde leerweg daadwerkelijk opleidt voor tekorten in onder meer de zorg, techniek en kinderopvang, en dat het geen route wordt naar onderwijs van lagere kwaliteit?
Blijft het niveau gelijk aan Europees Nederland of wordt hier opnieuw een eilanduitzondering gecreëerd?
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
36 800-VIII, nr. 182 - Onderwijs in Caribisch Nederland
Algemeen
De leden van de CDA-fractie vinden het positief dat er na het rapport van de Onderwijsraad uit april 2026 over de stand van het onderwijs in Caribisch Nederland een plan van aanpak van het kabinet is gekomen om de situatie te verbeteren. Deze leden hebben begrip voor het feit dat er keuzes gemaakt worden in waar we mee beginnen, maar vragen zich wel af of het kabinet vindt dat het hiermee voldoende aansluit bij de drie hoofdbevindingen van de Onderwijsraad. Graag een reflectie op dit punt.
Thema 1: Randvoorwaarden
Kan het kabinet toelichten waar en hoe de structurele verhoging van de basisbekostiging voor scholen in Caribisch Nederland met 4,1 miljoen euro per jaar vanaf 2027 is berekend, en hoe daarbij de kosten, leerlingenaantallen, schoolsoorten, locatie en aanbevelingen uit het onderzoek worden gewogen?
De Onderwijsraad wijst erop dat de schoolpopulatie op sommige scholen diverser is geworden en dat kleine scholen door hun beperkte leerlingenaantal te maken hebben met nauwelijks beïnvloedbare vaste kosten. Het kabinet wil de komende jaren nieuwbouw- en renovatieplannen uitvoeren. Kan het kabinet concreet toelichten welke projecten zijn voorzien en hoe hierbij specifiek rekening wordt gehouden met deze bijzondere situatie op de eilanden?
Thema 2: Bestuurskracht en medezeggenschap
Wat betreft het tweede thema lijkt er vooral aandacht uit te gaan naar bestuurskracht in relatie tot wet- en regelgeving en minder naar medezeggenschap. Zien de leden van de CDA-fractie dit juist en, zo ja, waarom is hiervoor gekozen?
Thema 3: Voldoende en goed gekwalificeerd onderwijspersoneel
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet naast de inhoudelijke samenwerking ook investeert in het realiseren van opleidingen voor studenten op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Deze leden vragen zich af of dit voldoende aansluit bij hoeveel er nodig zijn. Is berekend hoeveel studenten er opgeleid worden en sluit dit aan op de vraag vanuit de praktijk?
Het kabinet stelt dat de scholen in Caribisch Nederland baat hebben bij een stabiele instroom van professionals die passen bij de lokale onderwijspraktijk en bereid zijn zich voor langere tijd te verbinden. Dat ondersteunen de leden van de CDA-fractie, maar ze vragen zich wel af of daar meer voor nodig is dan het werk zelf. Deze leden denken bijvoorbeeld aan goede huisvesting voor de docent. In welke mate worden daar stappen op ondernomen? Kan het kabinet aangeven hoe het momenteel staat met de uitstroom van leraren en het aantal beschikbare vacatures?
Thema 4: Inhoud van het onderwijs
Welke koers kiest het kabinet voor de ontwikkeling van goede leermiddelen? Welke tekorten zijn in kaart gebracht, met welke partijen wordt samengewerkt en wanneer worden concrete resultaten verwacht?
Thema 5: Inclusief onderwijs
Hoe wil het kabinet de aansluiting tussen de EOZ's, specialistische voorzieningen en scholen verbeteren, zodat leerlingen zo veel mogelijk op school en zo nodig tijdig specialistisch worden ondersteund? Wanneer worden de uitkomsten en concrete maatregelen verwacht?
Thema 6: Doorstroom en overgangen
Kan het kabinet uiteenzetten wat het precies wil bereiken met en wat het doel is van een wetsvoorstel om de financiële toegankelijkheid van studeren voor Caribisch-Nederlandse studenten beter te waarborgen binnen de Wet studiefinanciering BES?
Thema 7: Onderwijsaanbod in de regio
Het kabinet wil ervoor zorgen dat opleidingen aansluiten op de werkgelegenheid op de eilanden en in de regio, zodat leerlingen en studenten betere kansen hebben op doorstroom naar werk. Houdt het kabinet er voldoende rekening mee dat jongeren hun opleiding niet alleen kiezen op basis van doorstroommogelijkheden, maar ook vanwege de nabijheid van de school en hun persoonlijke interesse?
31 289, nr. 613 - Vernietiging van het eilandsraadsbesluit van Sint Eustatius van 21 augustus 2025 inzake het ontslag van het bestuur van de Gwendoline van Puttenschool
De leden van de CDA-fractie begrijpen dat het Openbaar Lichaam Sint-Eustatius zich zorgen maakt over de bestuurskracht en onderwijskwaliteit van de Gwendoline van Puttenschool. Welke concrete zorgen bestaan er over de bestuurskracht en de onderwijskwaliteit van de Gwendoline van Puttenschool? Hoe worden de voortgang en de resultaten van de herstelopdrachten tot aan het inspectiebezoek in het najaar van 2026 gemonitord? Welke ondersteuning bieden het ministerie van OCW en de inspectie aan de school bij de uitvoering van de herstelopdrachten? Welke maatregelen worden genomen als tijdens het voortgangsbezoek blijkt dat de school onvoldoende voortgang heeft geboekt?
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken. Deze geven deze leden op dit moment geen aanleiding tot het stellen van nadere vragen of het maken van aanvullende opmerkingen.
Inbreng van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het advies van de Onderwijsraad en de reactie van het kabinet.
Thema 1: Randvoorwaarden
De leden van de SGP-fractie vragen hoe het kabinet bij de verhoging van de basisbekostiging rekening houdt met de opmerking van de Onderwijsraad inzake nieuwkomers. Deze groep valt onder de basisbekostiging, terwijl de verschillen tussen scholen groot kunnen zijn. Bovendien vragen deze leden hoe het kabinet denkt over een voorstel om hiervoor een specifieke bekostiging te verstrekken.
De leden van de SGP-fractie vragen hoe het kabinet reageert op de constatering dat de openbare lichamen momenteel een minder omvattende verantwoordelijkheid hebben met betrekking tot het onderwijs en de maatschappelijke omgeving rond de school dan voorheen het geval was. In hoeverre is er reden om te bezien of de openbare lichamen een actievere rol moeten krijgen?
Thema 2: Bestuurskracht
De leden van de SGP-fractie vragen een reactie op de aanbeveling om een speciaal ondersteuningsbureau voor de eilanden in te richten.
De leden van de SGP-fractie vragen of het wenselijk is het principe van "comply or explain" te blijven toepassen bij de ontwikkeling van de wetgeving. Dit principe leidt er immers toe dat de eilanden in beginsel in het format van Europees Nederland moeten meelopen en bij uitzonderingen meer ruimte krijgen voor hun eigenheid, terwijl uit het advies blijkt dat de wetgeving ten principale meer aandacht zou moeten hebben voor de bijzondere, specifieke context van de eilanden. Deze leden vragen of een heroverweging niet gepast zou zijn en of het verkennen van een veel compactere en meer toegesneden wetgeving niet sterk dienstbaar zou kunnen zijn aan de ontwikkeling van de kwaliteit en andere uitdagingen op de eilanden. Zij menen dat het inzetten op meer duidelijkheid en informatievoorziening het probleem niet bij de wortel aanpakt.
De leden van de SGP-fractie vragen specifiek naar de voornemens ten aanzien van de medezeggenschapswetgeving. Onderkent het kabinet dat het bieden van een gelijkwaardig niveau niet eenvoudig het gelijktrekken van wetgeving betekent en dat, integendeel, het gelijktrekken van deze wetgeving juist de zo gewenste eenvoud in de weg kan staan? Wil het kabinet verkennen of met een veel overzichtelijker model dat recht doet aan de specifieke behoeften voorzien kan worden in een volwaardige medezeggenschap?
De leden van de SGP-fractie vragen of het kabinet voornemens is om de adviezen op te volgen om de status van het CXC-onderwijs in de formele wetgeving te verankeren.
Thema 4: Inhoud van het onderwijs
De leden van de SGP-fractie vragen in hoeverre het voor de hand ligt om de doorstroomtoets ook op eilanden zoals Saba en Sint-Eustatius als wettelijke verplichting te hanteren, gelet op het geringe aantal leerlingen en het feit dat slechts een enkel bevoegd gezag aanwezig is in beide sectoren van het funderend onderwijs.
De leden van de SGP-fractie vragen in hoeverre bij de omslag om het Nederlands als vreemde taal te benaderen rekening gehouden wordt met de uiteenlopende achtergrond en oriëntatie van de verschillende eilanden.
Thema 6: Doorstroom
De leden van de SGP-fractie vragen of het kabinet de opstarttoelage ook als instrument wil gebruiken om te stimuleren dat studenten in andere landen in de regio een opleiding kunnen volgen.
Inbreng van de leden van de SP-fractie
36 800-VIII, nr. 180 - Reactie op de brief van Scholengemeenschap Bonaire (SGB) over de position paper 2.0 "Onderwijs binnen het Nederlandse stelsel vraagt om Nederlandse randvoorwaarden"
De leden van de SP-fractie merken op dat de staatssecretaris in haar brief van 2 juli jl. (Kamerstuk 36800-VIII-180) heeft toegezegd voor de begrotingsbehandeling van 2027 terug te komen op de kwestie van de financiering van onderwijshuisvesting op Bonaire. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer ze informatie hierover naar de Kamer zal sturen?
Kan de staatssecretaris aangeven op welke termijn ze de Scholengemeenschap Bonaire duidelijkheid biedt over de besluitvorming over, financiering van en planning voor de noodzakelijke nieuwbouw van onderwijshuisvesting?
De Scholengemeenschap Bonaire schat dat voor de periode 2028-2032 meer dan 50 miljoen dollar nodig zal zijn voor noodzakelijke nieuwbouw en herontwikkeling van onderwijshuisvesting. Kan de staatssecretaris aangeven of hier in de begroting van 2027 al rekening mee gehouden is en, zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen het mogelijke probleem dat de Scholengemeenschap Bonaire in de nabije toekomst verantwoordelijk wordt voor haar huisvesting, maar daarbij met een huisvestingsachterstand opgezadeld wordt waarvoor zij op dit moment nog niet verantwoordelijk is en waarvoor zij onvoldoende eigen middelen heeft om dit op te lossen? Gaat de staatssecretaris alles op alles zetten om een dergelijk scenario te voorkomen?
II Reactie van de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerstuk 36 600 IV, nr. 14.↩︎
Kamerstuk 31 322, nr. 556.↩︎
Antwoord op vraag 13 bij de feitelijke vragenronde over de wijziging van de OCW-begroting samenhangende met de Miljoenennota (2026D46360).↩︎
Kamerstuk 36 800 IV, nr. 11.↩︎
Economisch Bureau Amsterdam, 7 september 2025, Gelijke kansen, voldoende middelen: Onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging van het primair- en voortgezet onderwijs in Caribisch Nederland, p. 4.↩︎