[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Opvolging debat over de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10000 aangiften niet door de politie worden onderzocht

Brief regering

Nummer: 2026D53827, datum: 2026-10-28, bijgewerkt: 2026-10-28 18:12, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z23339:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Op 24 september 2026 heb ik met uw Kamer het debat gevoerd over de bevindingen van de Algemene Rekenkamer (AR) over de prioritering in de opsporing en dat 10.000 aangiften van ernstige misdrijven niet door de politie worden onderzocht. Ik heb toegezegd uw Kamer voor de begrotingsbehandeling politie op 2 november as. nader te informeren over de stappen die ik met de AR heb gezet. Daarnaast zijn bij het debat verschillende moties aangenomen. In deze brief informeer ik u over de uitvoering van deze moties1 en de maatregelen die genomen worden om de opsporing te versterken.

Tijdens het debat is meermaals door uw Kamer onderstreept hoe belangrijk het is dat slachtoffers van criminaliteit snel worden geholpen, zaken tijdig behandeld worden en daders effectief worden opgespoord. Niet in de laatste plaats om slachtoffers duidelijkheid te geven over hun zaak. Dit deel ik volledig.

In deze brief licht ik eerst de cijfermatige harmonisatie met de AR over aangiften in 2024 toe. Daarna ga ik in op maatregelen om de opsporing te versterken en tenslotte sta ik stil bij uw verzoek tot herbeoordeling van de aangiften uit 2024 en het onderzoek dat de politie en het Openbaar Ministerie (OM) hiernaar zullen uitvoeren. Hierbij zal vooral worden bezien of de processtappen destijds goed zijn doorlopen, welke rol de beschikbare capaciteit hierin had en welke lessen voor de toekomst getrokken kunnen worden. Om dit onderzoek mogelijk te maken, stel ik incidenteel € 1.5 miljoen euro beschikbaar. Dit is aanvullend aan de investeringen uit het coalitieakkoord waarover eerder naar de Kamer is gecommuniceerd.

Cijfermatige harmonisatie met de AR over aangiften in 2024

De afgelopen periode heeft constructief overleg plaatsgevonden tussen AR, de politie en mijn ministerie om te komen tot een geharmoniseerd cijfermatig beeld van de 10.000 zaken (aangiften, meldingen en eigen waarnemingen door politie) die de AR in haar rapport2 heeft benoemd. De AR heeft naar aanleiding van het debat met uw Kamer de onderliggende data-analyse beschikbaar gesteld die zij heeft uitgevoerd op de politiedata. Daarnaast heeft de AR extra toelichting gegeven aan het ministerie en de politie over de bewerkingen die zijn toegepast op deze politiedata. Hierdoor is de politie in staat geweest te reconstrueren hoe de categorisering volgens de Crime Harm Index samenhangt met de registratie van zaken in de eigen politiesystemen. Hiermee vinden ministerie en politie aansluiting bij de cijfers uit het rapport van de AR, die gebaseerd waren op dezelfde gegevens uit de politiesystemen. Uitkomst van deze harmonisatie is dat de cijfers en categorisering uit het AR-rapport navolgbaar zijn voor de politie, het OM en mijn departement. Met elkaar is geconcludeerd dat met deze cijfermatige harmonisatie de onduidelijkheid is weggenomen.3

De opbrengst van de harmonisatie is opgenomen in tabel 1. De tabel biedt een overzicht van de specifieke maatschappelijke klassen van de politie die onder de categorisering van de AR op basis van de Crime Harm Index liggen. Wanneer een zaak binnenkomt bij de politie – via aangifte, melding of eigen waarneming door de politie – wordt door de politie een maatschappelijke klasse toegekend. Dit is een categorisering die met de beschikbare informatie van dat moment het type incident aanduidt. De maatschappelijke klassen bevatten ook pogingen tot strafbare feiten.

De opname van een registratie betekent niet automatisch dat er daadwerkelijk sprake is van een strafbaar feit. Ook is op dat moment niet duidelijk of er opsporingsindicaties zijn en/of dit tot een vervolgbare zaak kan leiden. Deze categorisering wordt overigens in principe niet achteraf gewijzigd, ook niet als daar op basis van de feiten binnen een zaak aanleiding toe kan zijn. De initiële categorisering van bij de politie ter kennis gekomen misdrijven biedt daarmee niet in alle gevallen uitsluitsel over de inhoud, de ernst, of de eventuele bewijsbaarheid van een strafbaar feit.

Het proces van screening en selectie bepaalt op basis van de beschikbare informatie de categorisering van een zaak. In bijlage 1 is dit proces van registratie tot screening en selectie in de opsporing op hoofdlijnen beschreven. De basis hiervan is de Aanwijzing voor de Opsporing van het OM. Dit is nader uitgewerkt in het screenings- en selectiviteitskader. Deze wordt door de politie en het OM gezamenlijk uitgedacht en vastgesteld door het College van procureurs-generaal van het OM. Op grond van dit proces wordt, onder gezag van het OM, besloten of en zo ja, welke opsporingsinzet passend is. Alle zaken in de tabel hebben dit proces doorlopen.

Ten aanzien van de cijfers die ik in mijn brief van 24 september4 heb gedeeld, zijn op onderdelen aanzienlijke verschillen zichtbaar. Bij die brief heb ik de tabel ‘Cijfers politie’ meegestuurd. De politie heeft in die tabel, zonder inzicht op dat moment van de bewerkingsslagen door de AR, zo goed mogelijk gereconstrueerd hoe de AR op basis van dezelfde broncijfers tot een andere categorisering was gekomen. Inmiddels zijn, na de cijfermatige harmonisatie, de bewerkingsslagen van de AR volledig navolgbaar voor de politie. Dat heeft voor mij, de politie en het OM geleid tot een aanzienlijke en waardevolle verbetering van het inzicht in de cijfers over de 10.000 zaken. De uitkomsten sluiten nu aan bij de cijfers die de AR in haar rapport presenteert (figuur 1, pagina 6). De AR heeft die cijfers in haar rapport weliswaar afgerond.

Zodoende is er, na de cijfermatige harmonisatie, een gedeelde zienswijze over de 10.000 zaken uit het rapport van de AR. De AR heeft deze cijfers bekeken vanuit het perspectief van de Crime Harm Index; de strafrechtketen kijkt naar deze cijfers vanuit het perspectief van de Aanwijzing voor de opsporing en het daaruit volgende screenings- en selectiviteitskader.

Tabel 1 Aantallen afgewezen en vroegtijdig beëindigde zaken uit 2024 met CHI ≥ 40 naar door AR gebruikte categorisering en maatschappelijke klassen. De kolom ‘geen aangifte’ bevat zowel meldingen als eigen waarnemingen door politie.

Ongeacht welk systeem van prioriteren of ordenen van zaken er gebruikt wordt, het is helaas nooit mogelijk om alle zaken op te pakken.

Ernstige fysieke criminaliteit

In High Impact Crime zaken maakt de casescreener altijd een onderzoeksdossier aan en overlegt de politie met het OM. Iedere High Impact Zaak - waaronder ernstige fysieke criminaliteit – heeft dus prioriteit, moet worden voorzien van een onderzoeksdossier, en dient besproken te worden met het OM. Bij dit soort zaken maakt het OM (in afstemming met politie) expliciet de afweging om wel of niet over te gaan tot opsporing en vervolging. Deze praktijk is in lijn met de motie-Lammers, die verzoekt dat bij de inzet van politiecapaciteit hoofdprioriteit wordt gegeven aan ernstige fysieke criminaliteit.5 Voor verdere informatie over het proces van screenen en selecteren verwijs ik u naar de bijlage.

Maatregelen ter verbetering van de opsporing

Het belang van effectieve opsporing is groot. De cijfers van de AR onderstrepen dit verder en ik heb de zorgen van uw Kamer en de AR hierover gehoord. De politie, het OM en ik zetten ons gezamenlijk in om de opsporing verder te versterken. In nadere (ambtelijke) gesprekken zal mijn ministerie onderstaande actiepunten met de AR periodiek bespreken, zodat de AR goed zicht houdt op welke stappen er gezet worden in het kader van de verbeteringen en versterkingen in de opsporing. Hieronder schets ik de maatregelen die zijn en worden ingezet ter verbetering van de opsporing.

  1. Verstevigen van de opsporingscapaciteit

Dit kabinet investeert vanaf 2027 structureel 462 miljoen euro in de politie. Een groot deel van deze middelen zijn voor de basis op orde bij de politie. Tevens zien de korpschef en ik op een aantal terreinen noodzaak om specifieke versterkingen aan te brengen, onder andere in de opsporing. Het gaat onder andere om (incl. keteneffecten) meer agenten in de wijk (structureel 41 miljoen euro vanaf 2030), meer capaciteit voor de aanpak van online seksueel misbruik (structureel 15 miljoen euro vanaf 2030) en de bestrijding van online criminaliteit (structureel 44,5 miljoen euro vanaf 2030). Dit betekent voor een groot deel dus uitbreiding van de formatie in de opsporing.

Tegelijkertijd is uitbreiding van de formatie niet voldoende als niet ook de bezetting voldoende meegroeit. Momenteel is er nog sprake van onderbezetting in de opsporing. De politie zet zich in om de bezetting omhoog te krijgen. Dit gebeurt onder andere door inzet op het behoud van personeel, met name bij gespecialiseerde teams als zeden en online criminaliteit en werving van nieuw personeel. Ook wordt bijvoorbeeld ingezet op specialistische zij-instroom in de opsporing en is directe instroom in de tactische opsporing mogelijk gemaakt van politiemedewerkers die willen werken in de tactische opsporing. Hierdoor kunnen mensen die willen werken als rechercheur met een opleiding van een aantal maanden direct starten. Voorheen was de brede politieopleiding van twee jaar en een aantal jaar werkervaring in de GGP vereist. Met deze nieuwe instroomroute wordt een andere doelgroep aangeboord waarbinnen veel animo is. De bezetting neemt toe en de politie verwacht de opsporing met een paar jaar op sterkte te kunnen krijgen.

  1. Actualiseren Aanwijzing voor de opsporing en het screenings- en selectiviteitskader

Het OM werkt sinds vorig jaar, samen met politie, aan actualisering van de Aanwijzing voor de opsporing en daaropvolgend de doorvertaling naar een geactualiseerd screenings- en selectiviteitskader.6 De actualisering is nodig om er zorg voor te dragen dat de zaken die de politie en OM in behandeling heeft een goede weerspiegeling zijn van de ontwikkelingen in de criminaliteit. Een belangrijk doel is om sturing en grip op de VVC-stroom zaken te vergroten en beter aan te kunnen sluiten op veranderingen in het criminaliteitsbeeld. Zo is de online criminaliteit in de afgelopen jaren sterk gestegen, maar is deze ontwikkeling nog onvoldoende zichtbaar in de zaken die in behandeling worden genomen. De nieuwe aanwijzing voor de opsporing is naar verwachting in het voorjaar van 2027 gereed. Daarna wordt gestart met de actualisatie van het screenings- en selectiviteitskader, waarin ook eventuele lessen uit de herbeoordeling worden betrokken.

  1. Informatiesystemen politie

Informatiesystemen zijn voor de politie van groot belang in het effectief uitvoeren van hun opsporingswerkzaamheden. Een belangrijk sturings- en informatiesysteem bij de politie voor de regionale en landelijke opsporing is Betere Opsporing door Sturing op Zaken (BOSZ). Dit is een landelijke monitor die politie en OM gebruiken om opsporingsonderzoeken en de werkvoorraad te coördineren. Dit systeem volgt het volledige opsporingsproces van begin tot eind. Naast BOSZ zijn de politieregistratiesystemen Basisvoorziening Handhaving (BVH) en Summ-IT belangrijke systemen voor de opsporing.

De politie is enkele jaren geleden gestart met het Programma Vernieuwend Registreren (PVR) dat tot doel heeft om de bestaande systemen waaronder de Basisvoorziening Handhaving (BVH), Summ-IT en BOSZ te integreren tot één samenhangend nieuw systeem genaamd Registratie Applicatie Politie Processen (RAPP). Met RAPP wordt toegewerkt naar één centrale, moderne manier van registreren, waarin informatie eenmalig, eenduidig en kwalitatief goed wordt vastgelegd en hergebruikt. Dit is een meerjarig en complex traject. Daarnaast zal ik samen met de politie verkennen hoe op korte termijn beter inzicht gegeven kan worden in de cijfers op basis van het huidige BOSZ-systeem.

  1. Versterken screenen en selecteren van zaken

De politie en het OM zien ook mogelijkheden om het proces van het screenen en selecteren verder te versterken. De politie is sinds 2024 bezig het proces van screenen en selecteren van aangiften te verbeteren en heeft hiertoe meerdere maatregelen genomen. Allereerst is er een basistrainingsmodule ontwikkeld voor het gebruik van het sturings- en informatiesysteem BOSZ. Ook is sinds 2024 voor specifieke zaakstromen de mogelijkheid tot afwijzen, tijdens het screeningsproces, technisch geblokkeerd. Er zal onderzocht worden of dit voor meerdere zaakstromen noodzakelijk is.

Daarnaast is het kwaliteitsdashboard op basis van BOSZ de afgelopen jaren sterk verbeterd. Dit dashboard geeft zicht op de totale instroom van opsporingsonderzoeken en biedt de mogelijkheid te sturen op in-, door- en uitstroom van zaken, doorlooptijden en de kwaliteit van opsporingsonderzoeken. Dit wordt binnen de basisteams steeds beter en vaker gebruikt, met als doel dat dit standaard gebruikt gaat worden binnen de Triage- en Coördinatiepunten (TCP)7. De politie werkt momenteel toe naar de inrichting van een TCP binnen ieder basisteam. Dit vormt een centraal punt voor het screeningsproces, waardoor dit eenduidiger zal plaatsvinden, en van waaruit beter gestuurd kan worden op bovengenoemde indicatoren van zaakstromen. Hierin vervult de kwaliteitshulpofficier van justitie een belangrijke rol. Inmiddels is deze functie in ieder basisteam ingericht. Deze werkwijze met Triage- en Coördinatiepunten in de teams heeft gedurende dit jaar in proeftuinen vorm gekregen en wordt vanaf begin 2027 tot eind 2028 breed geïmplementeerd.

  1. Vergroten transparantie processen en inzicht in afwegingen binnen de opsporing

Uw Kamer, de AR en ook de Inspectie Justitie en Veiligheid hebben de noodzaak van het geven van meer transparantie over het werk van politie en OM in de processen en afwegingen binnen de opsporing benadrukt. Ik vind het ook van groot belang dat er meer transparantie wordt geboden over de keuzes die in de opsporing en in de strafrechtketen worden gemaakt en op hoofdlijnen de uitkomst van die keuzes. Daarbij benadruk ik dat individuele afwegingen om tot vervolging over te gaan aan het OM is voorbehouden, waarbij het OM in individuele zaken verantwoording aflegt aan de strafrechter.

Ik heb aan het OM en de politie verzocht te verkennen welke mogelijkheden er zijn om uw Kamer hier meer inzicht in te geven. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door uw Kamer periodiek inzicht te geven over aangiften. Dit zou dan aanvullend zijn op de factsheet strafrechtketenmonitor.8 Ik vind het van belang dat de verrijking van cijfers over aangiften in verhouding staat tot de extra administratieve belasting die dit vraagt van de politie. Over de stand van zaken van de verkenning rapporteer ik u in het aankomende halfjaarbericht politie.

  1. Moderne en toegankelijke dienstverlening aangiften

Het proces van opsporing begint veelal na een aangifte. Het doen van aangifte of een melding door slachtoffers is een recht en zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de politie zich inspant om hier opvolging aan te geven. De dienstverlening van politie wordt steeds meer via verschillende kanalen vormgegeven. Dat betekent dat burgers zelf kunnen kiezen via welk kanaal zij een aangifte of melding willen maken en kan switchen tussen deze kanalen, zowel fysiek als digitaal. Daarmee moet het voor burgers laagdrempeliger en gemakkelijker worden om een aangifte of melding te doen. De politie zet voortdurend in op het verbeteren van haar bereikbaarheid en zet daarbij ook in op technologische vernieuwingen.

Herbeoordeling van aangiften 2024

Ik heb de wens van uw Kamer over de herbeoordeling van aangiften goed gehoord en ben daarover in gesprek gegaan met het OM en de politie.

Het OM en de politie starten een onderzoek waarbij een representatieve selectie van zaken opnieuw wordt beoordeeld aan de hand van het geldende screenings- en selectiviteitskader. Zoals aangegeven zal er vooral worden bezien of de processtappen destijds goed zijn doorlopen, welke rol de beschikbare capaciteit hierin had en welke lessen voor de toekomst kunnen worden getrokken. In deze representatieve selectie worden ten eerste alle zaken (aangiften, meldingen en eigen waarneming door politie) betreffende levensdelicten ((poging tot) moord en doodslag) en ernstige zedenzaken9 betrokken. Daarnaast zal een representatieve selectie plaatsvinden op de overige aangiften van de, volgens de politie en het OM, ernstigste zaken uit de AR-categorieën, zoals beschreven op pagina’s 18, 46 en 47 in het onderzoek van de AR. Dit gaat bijvoorbeeld om zware mishandeling, overvallen, bomaanslagen, gijzeling/ontvoering en stalking. Indien uit de herbeoordeling blijkt dat het screenings- en selectiviteitskader onjuist of onvolledig is toegepast, kan het OM besluiten dat de zaak opnieuw volgens dit kader moet worden beoordeeld.

Indien deze analyse binnen de als ernstig bestempelde zaken resulteert in bevindingen die deze processen kunnen versterken, worden deze meegewogen bij de actualisatie van het nieuwe screenings- en selectiviteitskader, op basis van de nieuwe Aanwijzing voor de opsporing. De komende periode werken politie en OM bovenstaande verder uit, waarbij ook zal blijken hoeveel zaken binnen de selectie betrokken worden. Dit bepaalt ook de duur van dit traject. Voor de zomer van 2027 zal ik u informeren over de stand van de bevindingen.

Een herbeoordeling van alle zaken uit 2024 gaat ten koste van het oppakken van nieuwe aangiften, zorgt voor het oplopen van doorlooptijden binnen de strafrechtketen en heeft uitstralingseffecten tot en met de executieketen. Tegelijkertijd is het van belang dat slachtoffers serieus worden genomen en de samenleving ziet dat criminaliteit wordt aangepakt. Om die reden wordt bezien of de processen van screening en selectie inderdaad goed werken of dat er toch een aanpassing nodig is. Daarom is gekozen voor deze aanpak.

Tot slot

De politie en OM werken dag en nacht om ons veilig te houden. Het debat van 24 september heeft het grote belang van een slagvaardige politie en effectieve opsporing nogmaals benadrukt. De inzet om de opsporing te versterken blijft onverminderd doorgaan en ik heb er vertrouwen in dat hiermee opnieuw belangrijke stappen worden gezet. Tegelijkertijd breid ik deze inzet uit naar aanleiding van het waardevolle debat dat ik hierover met uw Kamer heb gevoerd. Ik zet mij er samen met de gehele strafrechtketen voor in dat op een passende wijze aan slachtoffers recht wordt gedaan. Ik onderhoud nauw en periodiek contact met de AR over dit onderwerp en informeer uw Kamer via de halfjaarberichten politie.

De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel

  1. Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1349, Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1350, Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1351, Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1352, Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1353, Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1355, Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1356↩︎

  2. Een ernstige zaak - Prioritering in opsporing door politie | Algemene Rekenkamer↩︎

  3. De Algemene Rekenkamer is een onafhankelijk Hoog College van Staat. Voor het aanvragen van onderzoek van de Algemene Rekenkamer op initiatief van de Tweede Kamer bestaat een geëigende procedure via de commissie voor de Rijksuitgaven.↩︎

  4. Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1347↩︎

  5. Kamerstukken II, 2026/27, 29 628 nr. 1351↩︎

  6. Kamerstukken II, 2025/26, 28 844 nr. 305↩︎

  7. Dit is ook een van de maatregelen in het kader van de meerjarenagenda strafrechtketen.↩︎

  8. De factsheet strafrechtketenmonitor geeft reeds een overzicht van de ontwikkelingen in de strafrechtketen en de daarbij behorende sancties of maatregelen. Ook geeft de strafrechtketenmonitor inzicht in de doorlooptijden van strafzaken, de werkvoorraden bij verschillende ketenpartners, en het ophelderingspercentage bij misdrijven.↩︎

  9. De categorieën F521, F522, F527 en F291 uit tabel 1.↩︎