[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]
Datum 2026-03-17. Laatste update: 2026-03-17 21:18
Plenaire zaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

52e vergadering, dinsdag 17 maart 2026

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 149 leden der Kamer, te weten:

El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Frederik Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,

en de heer Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, mevrouw Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:

Ik open de vergadering van dinsdag 17 maart.

Vragen Ellian

Vragen Ellian

Vragen van het lid Ellian aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Afschuw om aanslag op synagoge in Rotterdam, politie onderzoekt beelden met terreurclaim over 'aanval op Joden'".

De voorzitter:

Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom. Ik geef het woord aan de heer Ellian voor zijn vragen aan de minister namens de fractie van de VVD.

De heer Ellian (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Afgelopen week werd Nederland opgeschrikt door twee laffe terroristische aanslagen: één op een synagoge in Rotterdam en één op een school in Amsterdam. Ik begrijp dat er inmiddels vier verdachten zijn aangehouden. Daarvoor dank ik de politie en alle betrokkenen die daaraan hebben bijgedragen.

Voorzitter. Zondagochtend sprak ik met een vertegenwoordiging uit de Joodse gemeenschap. Het trof mij dat zij tegen mij zeiden: "Dit is wat je krijgt als je niets doet aan de voedingsbodem van antisemitisme. Dit is wat je krijgt: geweld tegen de Joodse gemeenschap." Wat is die voedingsbodem dan? Ik en vele collega's hebben er al herhaaldelijk aandacht voor gevraagd: Joodse docenten die niet meer veilig college kunnen geven, mensen die op hun werk moeten uitleggen wat ze van Israël vinden, omdat ze Joods zijn, een hovenier die geen klusje wil doen aan een Joods object, voorstellingen die geannuleerd worden. Zo zijn er talloze voorbeelden. De Joodse gemeenschap heeft één vraag. Dat trof mij, dus die vraag stel ik, via u, voorzitter, aan de minister. Gaan we onze rug een keer recht houden? Gaan we iets doen tegen die voedingsbodem van antisemitisme?

Minister Van Weel:

Voorzitter, dank. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik de aanslagen op de synagoge in Rotterdam en de Joodse school in Amsterdam verafschuw. Het zijn laffe daden: een gemeenschap intimideren met geweld tegen een synagoge en een school. Een synagoge zou een veilig huis voor Joden moeten zijn. Een school zou een onbezorgde plek voor kinderen moeten zijn. Antisemitisme, intimidatie en geweld tegen Joden mogen geen plaats hebben in Nederland. We moeten dit als kabinet, maar ook als samenleving, hard veroordelen.

De verdachten uit Rotterdam worden verdacht van het veroorzaken van een explosie, brandstichting en poging tot brandstichting, allemaal met een terroristisch oogmerk. Ik sluit me aan bij de complimenten voor de politie voor dit adequate en snelle optreden. Daarnaast wordt onderzocht of er een samenhang bestaat tussen de aanslagen in Rotterdam en Amsterdam en in hoeverre er samenhang bestaat met de internationale ontwikkelingen. Alles wijst er tot nu toe op dat de jongeren in Rotterdam zijn geronseld. De mogelijkheid dat Iran betrokken is bij deze aanslag wordt nadrukkelijk onderzocht.

Ik heb de afgelopen dagen, naast dat ik me heb gebogen over de veiligheidssituatie en de onmiddellijke maatregelen die nodig zijn voor bescherming, veel gesprekken gevoerd met de Joodse gemeenschap. Deze gesprekken, net als die met u, hebben mij diep geraakt en motiveren me om antisemitisme hard te blijven aanpakken. We moeten antisemitisme altijd keihard veroordelen. Hier ligt niet alleen een rol voor het kabinet of voor de veiligheidspartners, maar ook voor de hele maatschappij. Het gevoel van onveiligheid bij Joden in Nederland is niet nieuw. In mijn eerste termijn als minister van Justitie heb ik zelf al vele van deze verhalen gehoord. Het gaat om zaken als niet meer kunnen optreden, altijd onder beveiliging gaan, kinderen die worden uitgescholden op school, Joden die hun keppeltje niet meer opdoen, Joden die hun davidster op hun rug dragen als ze door bepaalde buurten lopen. Het is onacceptabel, maar het sluimert wel. Hoewel de materiële schade van deze aanslagen beperkt is, worden ze terecht gevoeld als een regelrechte aanslag op het Joodse leven in Nederland.

Boven op de bestaande veiligheidsmaatregelen die al werden genomen bij Joodse instellingen, nemen de bevoegde gezagen naar aanleiding van de aanvallen aanvullende veiligheidsmaatregelen. Daarover zijn we ook in gesprek met de Joodse gemeenschap. Het staat buiten kijf dat het afschuwelijk is dat deze maatregelen nodig zijn, maar zolang het nodig is, zullen wij deze inspanning voortzetten. Het onderliggende probleem — daarmee sluit ik aan bij de vraagsteller — is het groeiende antisemitisme in Nederland. Dat is geen probleem van de Joden. Dat is een probleem van onze samenleving. Ik zou iedereen ook willen oproepen: ga achter de Joodse gemeenschap staan en spreek je uit. Vanuit het kabinet zou ik willen zeggen: onze antisemitismestrategie, die in 2024 is gelanceerd, nemen we weer op. We gaan zitten met de Joodse gemeenschap. Onder andere de input die we gisteren bij het gesprek met de minister-president hebben ontvangen, nemen we daarin mee.

Een van de punten daaruit wil ik u niet onthouden. Het onderwerp educatie en onderwijs werd heel veel genoemd. Het feit dat op scholen het verhaal van de Holocaust niet verteld kan worden en het feit dat leerlingen niet mee mogen op een excursie naar Westerbork zijn zaken die raken. Dat is waar de maatschappij de Joodse gemeenschap kwijtraakt. Dat zit diep bij hen. Ik zal mij ervoor inspannen om te zorgen dat het Joodse leven, dat traditioneel onderdeel is van de Nederlandse gemeenschap, ook hier weer een veilige plek zal krijgen.

De heer Ellian (VVD):

Over dat Joodse leven. Gisteren ben ik ook naar de scholen in Amsterdam geweest. Dan zie je die kindjes daar, met die bizarre maatregelen eromheen. Die prachtige kindjes van de Joodse gemeenschap vervullen mij enerzijds met hoop dat er nog Joods leven zal zijn. Ik dank ze ook voor hun veerkracht, want al eeuwenlang wordt die gemeenschap opgejaagd en gaat zij gebukt onder haat uit alle hoeken van de wereld. Ze hebben wel één vraag. Die vraag wil ik hier nadrukkelijk aan de minister stellen. Deze situatie van een voedingsbodem enerzijds en van de lange arm van een regime in het Midden-Oosten, het Iraanse regime, via alle proxy's in de wereld, is natuurlijk niet nieuw. Ik denk dat je rustig kunt stellen dat de dreiging nog nooit zo hoog is geweest als nu, ook al is het niet nieuw voor de Joodse gemeenschap. Zij vragen één ding: blijven de maatregelen die de minister heeft genomen intact en worden die niet afgeschaald zolang de wereld zich in deze situatie bevindt, namelijk een situatie van hoge dreiging jegens de Joodse gemeenschap?

Minister Van Weel:

Ik kan nooit in een openbare setting ingaan op de maatregelen die we wel of niet nemen en op welk moment. Ik kan u wel garanderen dat de dreigingssituatie voor de Joodse gemeenschap in Nederland onze volle aandacht heeft, niet alleen naar aanleiding van de ontwikkelingen in Nederland of van onderzoek onder onze eigen bevolking, maar ook nadrukkelijk in het licht van de internationale ontwikkelingen zoals die plaatsvinden. Zoals ik in mijn eerste antwoord al aangaf, wordt de mogelijke link met Iran en de betrokkenheid bij deze aanslagen nadrukkelijk meegenomen in het onderzoek.

De heer Ellian (VVD):

Toen ik nog fractievoorzitter was in Almere, was ik de eerste die vragen stelde over het Iraanse regime, dat de opdracht had gegeven voor de moord op een dissident in mijn stad. Daarna, in 2017: in Den Haag. Twee jaar geleden: in Haarlem, waar een Colombiaan en een Tunesiër voor de deur stonden van een Iraanse dissident, die had gesmeekt om politiebewaking, die die niet kreeg maar die gelukkig op camerabeelden zag dat de schutters voor zijn deur stonden. Nog los van Spanje, Zweden, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is deze werkwijze heel bekend. Jonge jongens worden ingeschakeld, of grote criminele netwerken zoals de mocromaffia. Mijn vraag aan de minister is of hij ons kan verzekeren dat alles in het werk wordt gesteld om de mogelijke opdrachtgevers, die zich wat mij betreft laten raden, eindelijk eens een keertje te vinden, zodat het Iraanse regime ook een keer verantwoordelijk kan worden gehouden.

Minister Van Weel:

Absoluut, daar zullen we alles aan doen. Daar wordt al alles aan gedaan. Daarom is er naast het lokale onderzoek dat normaal plaatsvindt door de recherche en het OM in Rotterdam en in Amsterdam, ook een landelijk onderzoek dat zich juist richt op deze vraag. Ik noemde al dat alles erop wijst dat de jongens die in Rotterdam zijn gepakt, geronseld zijn. Dat wil zeggen dat de vraag wie daarachter zat heel pertinent is. Die heeft al onze aandacht.

De heer Ellian (VVD):

Tot slot. Dit is een aloude en decennialang alom beproefde werkwijze van het Iraanse regime. Ik wil graag ook van de minister horen — want dit is nu helaas gebeurd — wat er gedaan gaat worden om ervoor te zorgen dat er de komende tijd niet nog meer aanslagen worden gepleegd. De criminele cellen in Europa zijn waarschijnlijk al geactiveerd.

Minister Van Weel:

Zoals ik zei, kan ik nog niet vooruitlopen op de vraag wie uiteindelijk de opdrachtgever zou zijn geweest van deze daad. Daarvoor moeten we echt het onderzoek afwachten. We weten wel — daarvoor zal de politie de komende dagen ook aandacht vragen — dat datgene wat "crime as a service" wordt genoemd, dus het feit dat jonge jongens bereid zijn om afschuwelijke daden te plegen voor een relatief kleine vergoeding, een probleem is. Het is niet alleen een probleem in dit geval, bij de Joodse gemeenschap, maar we zien het overal waar explosieven aan deuren worden gehangen en waar jongeren worden geronseld voor criminele netwerken. Daar ligt de weerbaarheid bij jongeren tegen dit soort zaken. Daar zullen we nadrukkelijk naar kijken.

De heer Wilders (PVV):

Steun aan de Joodse gemeenschap in Nederland na deze vreselijke terroristische daden, maar waar komt dat antisemitisme in Nederland nou vandaan? Dat komt natuurlijk van de islamisering van ons land. Dit is Jodenhaat, rechtstreeks uit de Koran. Dat is weer het gevolg van jarenlang iedereen maar binnenlaten, alles maar laten gebeuren, alles goedvinden, samen iftars eten en drinken, en niet doen wat nodig is, namelijk optreden. Dat doet u niet. Vandaag gaan ze achter de joden aan, morgen gaan ze achter de christenen aan en overmorgen zijn we allemaal de klos. Wanneer … Laat ik het anders vragen. Hoeveel terreuraanslagen en antisemitische daden zijn er nog nodig voordat ook deze minister en dit kabinet erkennen dat de islamisering van Nederland daaraan een hele grote bijdrage heeft?

Minister Van Weel:

Antisemitisme in Nederland groeit al jaren. Dat is iets waar we tegen moeten optreden. Antisemitisme is niet beperkt tot één bepaalde groep binnen onze bevolking. De oplossing tegen antisemitisme moet komen uit alle lagen van de bevolking. Dat bedoelde ik met wat gisteren uit de Joodse gemeenschap kwam. Het kan niet waar zijn dat op bepaalde scholen niet meer kan worden gesproken over de Holocaust, dat leerlingen niet mee mogen naar Westerbork om het verhaal over de Tweede Wereldoorlog te horen en dat nabestaanden van de Holocaust voordat ze hun verhaal doen, geconfronteerd worden met de daden van Israël nu in het Midden-Oosten. Dat zijn hele zorgelijke ontwikkelingen. Die neem ik heel erg ter harte. Daarvoor gaan wij strijden. Dat zien we niet alleen in het onderwijs, maar ook in theaters en op universiteiten, waar onlangs een rapport over gekomen is. Ik kan niet beloven dat we dit allemaal oplossen. Ik kan u wel zeggen dat we hier vol voor gaan, omdat het Joodse leven hoort bij Nederland en wat mij en het kabinet betreft zal blijven horen bij Nederland.

De heer Wilders (PVV):

Wat een ongelofelijk slap en, eerlijk gezegd, laf antwoord. De minister heeft het over theaters en weet ik wat allemaal. U, uw partij, heeft de afgelopen tien jaar 1 miljoen niet-westerse allochtonen Nederland binnengehaald. Ons land is onherkenbaar. We zien overal hoofddoekjes, we zien de groei van de Jodenhaat. We hebben het in Nederland en in de rest van Europa gezien. We hebben aanslagen gezien en u durft het woord niet eens in de mond te nemen. Het is een ongelofelijke schande. Als u dat blijft weigeren, als u blijft weigeren toe te geven dat de groei van de islam in Nederland de groei van het antisemitisme betekent, dan zullen er incidenten en aanslagen blijven komen en bent u daar mede voor verantwoordelijk.

Minister Van Weel:

De wetmatigheid die de heer Wilders hier opbrengt, is er natuurlijk niet. Antisemitisme komt overal voor. Daar waar het voorkomt, moeten we het bestrijden. Ik ben het met hem eens dat dat begint bij opvoeding en ervoor zorgen dat in de cultuur en de opvoeding het Joodse leven en de waardering daarvoor met de paplepel wordt ingegoten. Dat moeten we ook hier in Nederland kunnen regelen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Maar dat kunnen we niet regelen, want dat is niet geregeld. Ik hoorde de minister eerder in zijn betoog praten over mensen die hun keppeltje niet meer op durven doen of hun ketting met de davidster achter zich dragen uit angst. Vervolgens wordt er gezegd: dus het sluimert. Het sluimert niet; het is geëxplodeerd. Het sluimert allang niet meer. Het sluimerde misschien ergens tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en begin jaren zeventig, toen iedereen zag hoe erg de Joden hebben geleden onder de Holocaust, maar het sluimert allang niet meer. We kunnen het niet afwentelen op de scholen of de ouders. Nee, de regering moet eens gaan normeren. We zien wat er is gebeurd op de universiteiten en hoeveel antisemitisme daar plaatsvond. Dat kon gewoon vrijelijk gespuid worden. Daar is ook een voedingsbodem gelegd. Het werd een soort van bon ton. "Nou, dat mag." Er is geen "ja, maar …" bij Jodenhaat. Dat zeg ik nog maar eens. Wat gaan de minister en de regering breed in het kabinet — het zit namelijk ook bij het onderwijs en andere portefeuilles — nu concreet doen om eindelijk eens onze Joodse gemeenschap in Nederland te beschermen?

Minister Van Weel:

Daar heeft mevrouw Van der Plas compleet gelijk in: het gaat om normeren, maar het gaat er ook om in al die lagen van onze samenleving te zorgen dat antisemitisme geen voet aan de grond krijgt. Ik ben het met u eens dat het antisemitisme is toegenomen, dat Joden worden aangesproken op wat de regering-Netanyahu in het Midden-Oosten doet. Volstrekt onacceptabel. Volstrekt onacceptabel, maar het speelt op scholen, het speelt in gemeenschappen en het speelt in buurthuizen. Daar, op al die plekken, moeten wij die boodschap laten horen. Vandaar dat ik het voorbeeld noemde van die mevrouw die over de Holocaust kwam vertellen, maar als inleiding een Rode Lijndemonstratie naar haar hoofd geslingerd kreeg, alsof dat het onderwerp was waarover ze kwam spreken. Zij kwam als Joodse vrouw vertellen over haar familiegeschiedenis. Ik ben het met u eens dat wij streng moeten normeren, ook vanuit de regering. Ik ben het ook met u eens dat we vanuit de samenleving in al die verschillende hoeken moeten optreden tegen antisemitisme waar we het zien oprukken. Ik sta volledig aan uw zijde. Alle suggesties die u daarvoor heeft, maar ook de Joodse gemeenschap, want die kwamen daar gisteren al mee, zullen wij heel serieus nemen.

De heer Bamenga (D66):

Een aanval op Joodse mensen, een aanval op de Joodse gemeenschap en het Joods leven is een aanval op ons allemaal. Wij moeten om de Joodse gemeenschap heen gaan staan. Het is heel erg belangrijk dat wij die voedingsbodem gaan aanpakken en onlinehaat is een belangrijke voedingsbodem. Ik zou graag van dit kabinet, van de minister willen weten wat we daaraan gaan doen.

Minister Van Weel:

Ik ben het met u eens dat online een steeds grotere rol speelt, in de criminaliteit, maar ook in discriminatie, in pesten en in antisemitisme. Dat is een groot probleem. In de kern hebben wij dat goed geregeld, want alles wat in het echte leven strafbaar is, is dat ook online. Toch is die enorme verspreiding, het feit dat mensen elkaar vinden in gemeenschappen waar zaken ontsporen, wel een punt van aandacht. Er wordt op dit moment gewerkt aan een aantal wetsvoorstellen die pogen hier wat tegen te doen, onder andere de wet die het strafbaar maakt om terrorisme te verheerlijken, ook in de online-omgeving, juist om de norm te stellen dat het vergoelijken van geweld of het applaudisseren voor terroristische organisaties absoluut uit den boze is. Maar we gaan met het nieuwe coalitieakkoord ook kijken naar wat we extra aan digitale rechercheurs moeten inzetten om onlinecriminaliteit, inclusief antisemitisme, aan te pakken.

De heer Flach (SGP):

De afgelopen dagen lazen we over een bestuurder uit de Joodse gemeenschap die zijn teleurstelling uitsprak over een bezoek van premier Jetten en de overige kabinetsleden. Hij zei: er worden mooie woorden gebezigd, maar wij hebben behoefte aan actie. Een van de meest treffende citaten die ik tegenkwam, was: "we vragen geen tissues van de overheid maar daden, en als heel Nederland achter ons blijft staan, dan staan wij er alleen voor". De SGP dringt al jarenlang aan op harde acties, een aparte eenheid bij de politie, het apart strafbaar stellen van antisemitisme of het ontbinden van demonstraties als er sprake is van antisemitisme. Welke concrete daden heeft de minister voor ogen, samen met zijn collega's vanuit het kabinet, om hier echt wat aan te gaan doen en om verder te komen dan alleen troostrijke woorden?

Minister Van Weel:

Daar zijn wat mij betreft geen taboes op. Nogmaals, we hebben in 2024 met de lancering van de antisemitismestrategie voor het eerst breed willen bekijken hoe we grote stappen kunnen zetten op al die plekken van het Joodse leven, tot en met onderwijs, tot en met concrete beschermingsmaatregelen. Ik denk echt dat er stappen zijn gezet, en daar hoor ik ook positieve verhalen over van de Joodse gemeenschap. Maar het antisemitisme is daarmee echt nog niet teruggedrongen en het veilig leven van de Joodse gemeenschap is niet terug op een normaal niveau. Geenszins. Ik baal ervan dat ik nu beveiligingsmaatregelen moet treffen rondom scholen en moskeeën. Ik baal ervan als ik kijk naar die scholen — dat zult u ook hebben — dat daar een metalen hek van 4 meter hoog om de deur staat, terwijl ik mijn kinderen elke morgen naar een open schoolplein breng, waar ze in alle vrijheid en veiligheid onbezorgd kunnen spelen. Dat hebben deze kinderen niet. En ik ben het met u eens: we moeten niet alleen achter de Joodse gemeenschap gaan staan, we moeten er omheen gaan staan. We moeten bezien hoe wij dit beest in de bek kunnen kijken, zeg ik in de woorden van een van de aanwezigen, en het dan onschadelijk maken.

De heer Flach (SGP):

Dank voor deze reactie. Mijn vraag is hoe de minister naar het volgende kijkt. Antisemitisme is een zieke plant die voortwoekert in onze samenleving. Hoe komen we nu van het steeds afhakken van een paar takken naar het vernietigen van de wortels ervan? Wat zijn de beelden van de minister daarbij?

Minister Van Weel:

Ik ben zo ambitieus als de heer Flach is. Ik zou dolgraag de wortels hiervan uitbannen. We zien wel dat deze wortels honderden jaren oud zijn. Dat krijg je ook elke keer terug van de Joodse gemeenschap: we herkennen dit; we zien dezelfde verhalen elke keer terugkomen, eeuw in, eeuw uit. Ze hebben de desastreuze gevolgen daarvan ondervonden als gemeenschap. Daarom zijn ze natuurlijk zo alert op wat er gebeurt. Het beste wat wij kunnen doen, is inspelen op die alertheid, ze serieus nemen en daarop actie ondernemen. De regering staat achter de Joodse gemeenschap. Ze kan op ons rekenen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

De gerichte aanslagen in Amsterdam en Rotterdam zijn afschuwelijk. De stalen hekken in Amsterdam, het cameratoezicht en de marechaussee zijn er niet pas sinds de oorlog in Iran. Ze zijn er ook niet sinds 7 oktober 2023. Al jarenlang gaan kinderen hun hele leven lang onder begeleiding van de marechaussee naar school. Dat gebeurt met geen enkele andere bevolkingsgroep, behalve met de Joodse gemeenschap. Of we het nou durven te zeggen of niet: we zijn het normaal gaan vinden. Pas bij een incident komen we hier bij elkaar, terwijl die kinderen jaren daarvoor al onder begeleiding van de marechaussee naar school gingen. Ik vraag me oprecht af of het kabinet-Jetten het kantelpunt wordt waarop de Joodse gemeenschap definitief zegt: wij zetten een exodus in vanwege wat er de afgelopen jaren gebeurd is en wij gaan weg. Ik vraag me af of de minister herkent dat het vijf over twaalf is, dat er steeds meer Joodse gemeenschappen zijn die zich afvragen: zijn we hier nog thuis? Ik vraag me af of de minister dat sentiment hoort, erkent en ook begrijpt.

Minister Van Weel:

Alle drie. U heeft volledig gelijk. We hebben nu, na deze aanslagen, weer de aandacht op de Joodse gemeenschap, maar we zien al jarenlang de veiligheidssituatie waarin de Joodse gemeenschap in Nederland moet wonen. We zien al jarenlang dat men zijn identiteit op straat verbergt, dat men over zijn schouder kijkt op het moment dat men vanuit de synagoge naar huis of naar de auto loopt en dat kinderen uitgescholden worden als ze van hun school naar huis toe fietsen omdat ze Joods zijn. Het is verschrikkelijk. Het is alleen maar goed dat we daar nu, door deze trieste aanleiding, allemaal weer bewust bij stilstaan en dat we met z'n allen zeggen: dit kan niet normaal zijn. Zo kunnen we een gemeenschap die bij Nederland hoort en die al zo veel heeft meegemaakt in de geschiedenis, niet hier laten leven. Ik roep dat met u uit. Dit kan niet normaal zijn. Ik herken deze sentimenten. Ze zijn niet nieuw, maar dat maakt ze niet minder prangend en triest.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik ben gemeenteraadslid geweest in Amsterdam. Toen al moesten Joodse winkeliers eronder lijden als er wat gebeurde in het Midden-Oosten. Dat is eigenlijk nooit meer veranderd. Nederlandse Joden worden verantwoordelijk gehouden voor wat er in het Midden-Oosten en in Israël gebeurt. Ook de afgelopen tijd zagen we dat. Dat zien we op universiteiten. Dat zien we op scholen. Ik zeg niet dat mensen dat willen, maar dat is wel een gevolg daarvan dat je continu ziet. Ik vraag me af of de minister begrijpt en erkent dat wij als kabinet, als lokale stadsbestuurders, als universiteiten en als middelbare scholen een extra verantwoordelijkheid hebben als we het hebben over wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Wij moeten ons realiseren dat de manier waarop wij daarover spreken, de Joodse gemeenschap hier in Nederland direct raakt. Mijn vraag is of de minister dat erkent en, zo ja, wat we kunnen doen om collectief onze verantwoordelijkheid te nemen.

Minister Van Weel:

Ik herken dat absoluut. De Joodse gemeenschap herkent dat ook. Die voelt ook dat ze continu op één lijn wordt gesteld met de regering-Netanyahu in Israël. Dat is natuurlijk idioot. De Joodse gemeenschap heeft eeuwenlange wortels hier in onze samenleving. Mensen wonen hier, zijn Nederlands en zijn onderdeel van de Nederlandse gemeenschap. Het is volslagen onterecht dat zij hinder ondervinden van wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Natuurlijk moeten we daartegen opstaan. Dat zal ik ook altijd doen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Om te beginnen spreek ik ook ons medeleven uit met de Joodse gemeenschap. De aanslagen zijn verwerpelijk en afschuwelijk. We hebben eerder gevraagd om structurele middelen om de grondoorzaken van antisemitisme aan te pakken, zoals met onderwijs. Nou zegt het kabinet vooral in te zetten op veiligheidsmaatregelen. We hebben een strategie, maar we missen die structurele middelen nog. Ziet de minister mogelijkheden om structurele financiering in te zetten voor onderwijs, scholing en schoolbezoeken aan musea?

Minister Van Weel:

Zeker. Dat maakt ook al onderdeel uit van onze antisemitismebestrijdingsstrategie uit 2024. Onderwijs, Joods cultureel leven en het in stand houden van herinneringsplekken zoals Kamp Vught en Westerbork maken daar al onderdeel van uit. Natuurlijk kijken we bij de evaluatie die we nu doen of dat voldoende is of dat er nog meer nodig is.

De heer Dassen (Volt):

Het zijn schandalige aanvallen. Elke vorm van antisemitisme is verwerpelijk en zou echt uitgebannen moeten worden uit de samenleving. Ik wil een compliment geven aan de minister, omdat ik vanuit de Joodse gemeenschap juist heb gehoord dat mensen erg blij waren dat de minister met hen in gesprek is gegaan en ook blij waren met de extra veiligheidsmaatregelen. Tegelijkertijd is er natuurlijk ook angst, aangezien er nu mensen met bivakmutsen naast de synagoge staan om de Joodse gemeenschap te beschermen. Ik hoor ook dat ze hopen dat de minister transparant blijft terwijl dit onderzoek loopt en dat hij de Joodse gemeenschap daar volledig in meeneemt, ook wat betreft de uitkomsten. Zij willen juist ook weten wat er daarna wordt gedaan, want daarin zit ook een zorg. Wat gebeurt er daarna?

Minister Van Weel:

Absoluut. De bivakmutsen kwamen ook naar voren in een van de gesprekken. Dan zie je hoe nauw het samenspel is met de veiligheidsdiensten, die zeiden: we snappen dat bivakmutsen rondom een school voor kinderen absoluut afschrikwekkend werken, dus wij zijn bereid om die af te zetten om in ieder geval de drempel voor de kinderen zo laag mogelijk te maken. Die dialoog is er. Ik wil ook dat die er blijft tussen de veiligheidsdiensten, tussen de lokale driehoeken en tussen mij en de Joodse gemeenschap. Daar zullen we mee voortgaan.

Wat betreft het meenemen in het onderzoek: absoluut. Normaal gesproken hoort u de minister van Justitie helemaal niks zeggen over lopende onderzoeken, totdat er een uitkomst is. Ik heb vandaag wel gepoogd om een aantal zaken uit het onderzoek die we al wel kunnen delen, kenbaar te maken, om iets meer duiding te geven aan waar we nu mee te maken hebben. Daarom heb ik gezegd dat alles erop wijst dat deze jongeren in Rotterdam geronseld waren. We kijken naar de mogelijkheid dat Iran hier een rol in zou hebben kunnen gespeeld. Wij zetten de dialoog dus voort.

De heer Dassen (Volt):

Dank daarvoor. Mijn vervolgvraag gaat meer over wat de minister net terecht aangaf: dit is niet een probleem van de Joodse gemeenschap, maar van de samenleving. We moeten naast de Joodse gemeenschap staan in het oplossen hiervan. De afgelopen jaren zijn er verschillende initiatieven geweest, waaronder Bekend maakt Bemind, juist om ervoor te zorgen dat de dialoog aangegaan wordt, zodat er in de samenleving veel meer betrokkenheid bij is. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt en of hij van plan is om ervoor te zorgen dat dit soort initiatieven voor de langere termijn gesteund zullen worden.

Minister Van Weel:

Ja, absoluut. Op het moment dat die dialoog tot stand kan worden gebracht, gebeuren er hele mooie dingen. Die initiatieven zijn er. Ik noemde al even een vrouw die elk jaar naar Westerbork gaat met een aantal mensen, om hun vooroordelen weg te nemen. Dat doet ze bijvoorbeeld met hooligans die antisemitische spreekkoren vormen. De uitkomst daarvan is fantastisch. Denk ook aan universiteiten. Er zat een vertegenwoordiger van de jongerenorganisaties aan tafel. Je merkt dat wederzijds begrip groeit op het moment dat je het gesprek aan kunt gaan. Maar er zijn ook plekken waar de dialoog niet eens meer welkom is. Daar had ik het net over. Denk aan scholen waar niet meer over de Holocaust kan worden onderwezen. Dat is waar we als regering, maar ook als parlement en als samenleving, een rol in hebben, denk ik. Ik bedoel dat we zeggen: dat accepteren we niet; dit hoort óók bij onze geschiedenis.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Mijn fractie is zeer geschrokken van de aanslagen op een synagoge en een joodse school in Amsterdam en Rotterdam. Het is afschuwelijk en zeer verwerpelijk dat Joden bang gemaakt worden en dat Joodse kinderen bang gemaakt worden en angst aan wordt gejaagd. Ik wil vandaag namens mijn fractie uitspreken dat we meeleven en dat we er alles aan willen doen om het joodse leven in Nederland veilig te maken, zo zou ik bijna willen zeggen. Er is al veel gevraagd, over online criminaliteit, scholen en veiligheid. Heeft u nog maatregelen waarvan u denkt: die zou ik heel graag willen nemen, maar daar heb ik uw steun voor nodig?

Minister Van Weel:

Ik wil dat niet overhaasten. In de beveiliging doen we nu wat nodig is. Dat zullen we doen, ook vanuit de verantwoordelijkheid die de regering en de lokale overheden hiervoor dragen. Maar het onderliggende probleem, namelijk datgene wat de Joodse gemeenschap in het gesprek met de premier aankondigde, vereist veel meer inspanning. Ik wil kijken of de antisemitismestrategie wel alle elementen bevat die we beoogden en of er op dit moment nog zaken leven waar we meer mee kunnen. Dan kom ik daarmee natuurlijk naar uw Kamer. Dan hoop ik op het gesprek en op brede steun om het een en ander mogelijk te maken.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Wat een hypocriet gedoe. De halve Kamer, waaronder uw partij, heeft de afgelopen jaren Israël en de Joden gedemoniseerd en tegelijkertijd moslims binnengelaten die aanslagen op de Joodse gemeenschap willen plegen. Dat willen ze niet allemaal, maar het zijn er wel heel veel die dat willen. Als de minister echt meent wat hij net allemaal heeft gezegd, moet hij ervoor zorgen dat koningin Máxima en minister Sjoerdsma niet naar het jubileum van Oxfam Novib gaan, want dat is gewoon een antisemitisch feestje. Kan de minister dat toezeggen?

Minister Van Weel:

Ik denk dat we twee dingen moeten scheiden. Kritiek geven op de Israëlische regering mag, net zoals mensen kritiek mogen hebben op mij als lid van de Nederlandse regering. Daar is niks mee. Waar wel wat mis mee is, is het samenbrengen van kritiek op de Israëlische regering en dat afreageren op Joodse Nederlanders. Dat is absoluut verwerpelijk en daar moeten we wat tegen doen. Dat is wat ik hier betoogd heb en dat zal ik ook altijd blijven doen. Daar waar kritiek verandert in het aanpakken of onveilig laten worden van Joodse Nederlanders moeten wij optreden.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Terreur is bedoeld om angst te zaaien. Helaas lukt dat. Buiten een aanslag op een synagoge en een school hebben we gezien dat mensen die een plek van rust zoeken en kinderen die naar school gaan, angstig zijn. Ik kan me daar niks bij voorstellen. Ik kan me daar alleen in proberen te verplaatsen. Ik denk dat het goed is dat we in de afgelopen jaren een aanpak antisemitisme hebben opgebouwd in deze Kamer. Met de huidige internationale ontwikkelingen zal de invloed van buitenaf een stuk groter zijn dan op het moment van het schrijven van de aanpak antisemitisme. Dat is een logica die volgens mij makkelijk uiteen te zetten is. Mijn vraag aan de minister is dus: is deze minister van plan om in de update van de aanpak antisemitisme, die hij in april wil geven, mee te nemen wat de buitenlandse invloeden zijn en wat er nodig is om de netwerken aan te pakken en de invloeden te doorbreken, door te snijden, zodat hier minder angst gezaaid kan worden?

Minister Van Weel:

Ik probeer even helder te krijgen wat de heer Dijk bedoelt met de internationale invloeden. Aan de ene kant wil ik hier juist heel duidelijk maken dat datgene wat gebeurt in het Midden-Oosten, nooit zijn weerslag mag hebben op de Joodse Nederlanders. Daar wil ik helemaal geen woorden aan besteden. Dat is voor mij klip-en-klaar. Dat wil ik in hoofdletters in die strategie hebben staan. Wat betreft de vraag of er netwerken zijn die onze maatschappij hier beïnvloeden ten nadele van de Joodse bevolking: ik zeg dat graag toe. Dat is geen nieuwe discussie. Die hebben we eerder gehad. Na dit vragenuurtje vertrek ik naar de Eerste Kamer om daar te spreken over de Wet transparantie maatschappelijke organisaties, die onder andere bedoeld is om buitenlandse beïnvloeding die onwenselijk of ondermijnend is of onze openbare orde bedreigt, tegen te gaan. Ik hoop dat die wet het redt. Dan hebben we een klein stapje gemaakt in het aanpakken van dit soort organisaties.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik heb nog een toevoeging. Dit is een wet die er al een tijd ligt. We zien de internationale ontwikkelingen allemaal. We zien ook dat dit niet zomaar uit de lucht komt vallen. Het kan geen toevalligheid zijn. Ziet de minister noodzaak om al in april met extra maatregelen te komen tegen die buitenlandse beïnvloeding van mensen die hier terreur of geweld willen plegen richting de Joodse gemeenschap?

Minister Van Weel:

Dat is een lopend onderzoek. Dat gebeurt door de NCTV in samenwerking met de diensten en de politie. Elk jaar brengen wij het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren uit. Als u kijkt naar bijvoorbeeld het hoofdstuk Iran, om maar een actor te noemen die vandaag ter sprake komt, dan zie je dat daarin de modus operandi van Iran, met het gebruik van lokale criminele netwerken et cetera, beschreven staat. Het belangrijkste wat we zien gebeuren, hebben we dus al. Nu is de vraag: welke extra stappen kunnen we zetten? Ik noem daarom wel de wet die al een tijdje loopt, omdat die juist voortkomt uit het willen weten waar op oneigenlijke manier in onze maatschappij invloed wordt uitgeoefend die uiteindelijk onze democratie ondermijnt. Ik zou durven stellen dat op het moment dat de Joodse gemeenschap het doelwit is van zo'n organisatie, de democratie wordt ondermijnd.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik ben blij met de Kamerleden die hier vragen over stellen; eigenlijk doen we dat bijna allemaal. Ik ben ook blij met de antwoorden die de minister geeft. Ik wens hem heel veel succes met het beschermen van de Joden in Nederland samen met het lokale gezag, de burgemeesters van Rotterdam, Amsterdam en waar het dan ook nodig is.

Ik sprak vanmorgen met rabbijn Yanki Jacobs. Ik vroeg aan hem: wat zou jij nou aan de minister willen vragen als je bij het vragenuur stond? Hij zei: "Scholen waarbij kinderen achter hekken les moeten krijgen: dat moet over zijn. Uiteindelijk moeten dat gewoon normale scholen zijn waar kinderen niet bedreigd worden. Wat gaat het kabinet eraan doen om dat te bereiken?" Ik zou zijn vraag willen specificeren. De minister had het over het onderwijs en zei dat daar meer moet worden gedaan tegen de bron van antisemitisme. Wat is nou een concrete maatregel die op alle scholen genomen kan worden waardoor de bron van antisemitisme wordt weggehaald?

Minister Van Weel:

Dat zijn er ontzettend veel. Scholen zijn belangrijk, want uiteindelijk is antisemitisme ook iets wat mensen op een gegeven moment gaan geloven. Dat is het gevaarlijke eraan, dat het op een gegeven moment geen rationeel ... Het is nooit rationeel. Op een gegeven moment zit het heel diep. Daarom is onderwijs zo belangrijk. Ik denk dat het Holocaustonderwijs een heel belangrijke graadmeter is. Het feit dat dat niet meer op elke school gegeven kan worden vanwege het gevaar van onrust, vind ik schokkend. Dat is iets heel concreets waarover wij als kabinet kunnen zeggen: dat kan dus niet, u zult. Ik besef ook dat dit voor docenten ontzettend moeilijk kan zijn. Daar zullen we ook naar moeten kijken. Hoe doorbreken we die cyclus? Dat moet namelijk wel.

De heer Van Baarle (DENK):

De aanvallen op een synagoge en een Joodse school zijn verschrikkelijk. Ook verschrikkelijk is die tirade van Wilders die we net hebben gehoord, dat antisemitisme als stok wordt gebruikt om de hele moslimgemeenschap mee te meppen, dat gedaan wordt alsof de hele moslimgemeenschap hier verantwoordelijk voor zou zijn. Het zou liggen aan moskeeën, aan de Koran. Ik heb de meest verschrikkelijke reacties gezien van politici. Ik zou van deze minister willen horen dat hij daar ook keihard afstand van neemt, dat hij er afstand van neemt dat de moslimgemeenschap door die verschrikkelijke aanvallen in het verdachtenhoekje wordt geplaatst. Van alle vormen van haat moeten we afstand nemen, van antisemitisme en ook van de moslimhaat die we gezien hebben naar aanleiding van deze verschrikkelijke aanvallen.

Minister Van Weel:

Ik hoef geen afstand te nemen van iemand anders woorden, maar als u mij vraagt of wij hierin moeten generaliseren, dan is mijn antwoord: helemaal niet. Ik heb al gezegd, ook in dit debat, dat Jodenhaat echt niet alleen onder één bepaalde groep van onze bevolking voorkomt, dat het echt op meerdere plekken is, dat je het fenomeen moet bestrijden en dat je daarbij zeker niet een hele bevolkingsgroep over één kam moet scheren. Ik denk dat ik daarover helder ben geweest.

De heer Van Baarle (DENK):

Ik vind dat milde woorden. Het vindt ook in de samenleving plaats. Even wat reacties. "Het is wachten tot er een moskee gaat fikken." "Is er al een moskee in de fik gestoken?" "Wanneer gaat de eerste moskee in de fik?" "Dood aan alle kk-moslims." Dit soort dingen wordt allemaal maar gedeeld, ook naar aanleiding van de retoriek die van bijvoorbeeld de heer Wilders komt. Antisemitisme moeten we keihard bestrijden, maar dit evenzo hard. Ik vraag aan de minister: bestrijd dit soort haat evenzo hard.

Minister Van Weel:

De uitspraken die u voorleest, vind ik verwerpelijk en werp ik verre van mij. In die zin vindt u mij aan uw zijde. We moeten alle haat bestrijden, we moeten alle discriminatie bestrijden. We moeten het ook niet over één kam scheren. Maar ik wil wel zeggen dat het vandaag ook even gaat om de Joodse gemeenschap, die niet alleen na dit weekend in angst leeft, maar inderdaad al vijftien à twintig jaar achter hoge muren zit en ontzettend onder druk staat in dit land. Het is een kleine gemeenschap die het leven op dit moment nagenoeg onmogelijk wordt gemaakt. Zo ervaren zij dat. Daar wil ik vandaag echt even de focus op hebben.

De heer Eerdmans (JA21):

Ik ben blij met de laatste woorden. Het is ongekend hoe DENK een discussie over antisemitisme toch weer weet te draaien en in de eigen modderige hoek weet te trekken. Mijn punt is dat antisemitisme niet groeit, maar steeds duidelijker wordt. Het komt steeds meer aan de oppervlakte. We hebben daar eerder debat over gehad. De minister noemde de universiteiten. Dat is nou precies de plek waar het heel vaak misgaat. Tientallen bezettingen van campussen met tentenkampen en noem maar op, waar de leus "globalize the intifada" wordt gepredikt. Volgens mij is dat niet een kwestie van het vrije woord, maar een oproep tot gewelddadigheden. Dat is het echt. Ik vraag mij zeer af wat het kabinet ervan vindt dat dit geroepen wordt. Het zijn gewoon stenen op de Israëliërs, op de Joodse mensen in Nederland. Het zijn bommen die met het woord worden beleden, maar feitelijk een oproep zijn tot geweld. Hoe kijkt het kabinet daarnaar?

Minister Van Weel:

We hebben net een rapport gekregen van Jaap Smit. We hebben hem gevraagd om te kijken naar een aantal specifieke plekken waar Joden zich onveilig voelen. Universiteiten zaten daarbij. We zijn nu naar het rapport aan het kijken. In algemene zin kan ik wel zeggen dat het misgaat daar waar kritiek op de regering van Israël zorgt voor onveiligheid van Joden. Ja, dat is op universiteiten gebeurd. Ik heb met veel Joodse studenten gesproken die zich absoluut onveilig voelen, die uitgescholden worden. Er zijn Joodse leraren die niet meer welkom zijn om colleges te geven. Ja, dat werp ik verre van mij. Ik vind dat we daar wat te doen hebben. We moeten om onze Joodse bevolking heen staan.

De heer Eerdmans (JA21):

Ik vind ook dat we daar wat te doen hebben. De vraag is: zou de minister niet eens met het OM kunnen bespreken dat dit soort leuzen moeten worden vervolgd? Dit gaat namelijk, denk ik, om een oproep tot geweld. Dan hebben we het dus echt over een serieuze zaak. Daar voelen Joodse studenten zich bijzonder onveilig bij. Dat begrijp ik heel erg goed. De vraag is: gaat de minister dan inderdaad tot actie over om die oproep en de smurrie die daar wordt gepredikt, te vervolgen?

Minister Van Weel:

Wat wel en geen straf is, staat in ons wetboek. Het is uiteindelijk aan het OM om dat te bepalen. Ik denk ook niet dat dat ene woord nou per se het probleem is. Maar het probleem is, denk ik, het intimiderende gegeven dat jij op de universiteit geïdentificeerd wordt als een Joodse student en daarmee het mikpunt wordt van leuzen en vijandigheid. We moeten wat doen aan die onveiligheid. Ik zal u eerlijk zeggen dat ik als minister van Buitenlandse Zaken ook het mikpunt ben geweest van dit soort woede en agressie. Maar ik heb er nog voor gekozen om bewindspersoon te zijn. Een Joodse student heeft er niet voor gekozen en die moet daar dus ook niet het slachtoffer van worden.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Wat had je dan gedacht, schreef ik, na twee jaar van het demoniseren van Joden en "globalize the intifada" en "from the river to the sea"? Als je na twee dagen met aanslagen en Joden die niet meer weten waar ze het moeten zoeken, denkt dat je alles gehad hebt, komt onze Nationale Coördinator tegen Discriminatie met de uiting dat er een programmaleider moslimdiscriminatie of islamofobie komt. Hoe toondoof en losgezongen van de werkelijkheid kan je zijn? Wil de minister van Justitie in overleg met zijn collega van het ministerie van BZK — want ik weet dat ze samen deze brieven versturen — eens een functioneringsgesprek hebben met deze beste man? Want dit is toch wel al te bar.

Minister Van Weel:

Ik wil niet insinueren dat er enig verband ligt tussen de twee gebeurtenissen die u noemt. De Nationale Coördinator tegen Discriminatie valt onder mijn collega van Binnenlandse Zaken. De Nationale Coördinator Antisemitismebestrijding valt onder mij, evenals de antisemitismebestrijdingsstrategie. Dus ik zie geen aanleiding om nu een functioneringsgesprek te voeren met iemand die niet onder mij valt. Ik waag ook te betwijfelen of dat verband er ligt.

De heer Struijs (50PLUS):

Ook 50PLUS staat voor, achter en naast de Joodse gemeenschap. Ik heb een vrij praktische vraag. Zoals u weet, staat de rechtsstaat onder water. Wij krijgen, zowel vanuit het stelsel bewaken en beveiligen, de intelligence en de uitvoeringsorganisaties, als van het OM, signalen dat ze dit niet lang gaan volhouden. Zoals u weet, is er nu een nationaal grootschalig optreden. Dat is meer dan terecht. Overal is opgeschaald. Maar hoelang houden we dit vol? Als er echt een lange adem nodig is, komen we dan ook met extra maatregelen? Mijn tweede vraag is nog zorgwekkender. Veel dingen worden niet vervolgd. Ik zal u een voorbeeld geven van een grote reeks die ik in Rotterdam en Amsterdam heb mogen ophalen. Een jongeman van ongeveer 15 jaar rijdt op zijn fatbike voorbij aan Joodse kinderen en roept de meest verschrikkelijke dingen. We hebben geen tijd om het valide te onderzoeken, want we zijn met zo veel andere dingen bezig.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Struijs (50PLUS):

Mijn vraag is: krijgt de minister dit soort signalen ook? Hoe gaan we prioriteren? Als we onder water staan, zijn er dan additionele maatregelen te verwachten?

Minister Van Weel:

Over dat eerste, bewaken en beveiligen, kan ik in het openbaar geen uitspraken doen. Ik kan u wel in algemene zin zeggen dat we naar de dreiging kijken en op basis van de dreiging maatregelen nemen die nodig zijn, op welke manier dan ook. Die toezegging kan ik u doen.

Dan het tweede signaal. Ik ken dat niet, maar ik herken natuurlijk wel het signaal dat onze strafrechtketen enorm onder druk staat. Dat is ook een van de zaken die ik in mijn termijn heel graag wil oplossen. Een van de terreinen waarop ik daarvoor ruimte zie, is het terrein van de in het coalitieakkoord genoemde politiebeschikkingen. Daarbij ben je niet meer heel veel tijd kwijt aan vrij simpele vergrijpen. Die kun je gewoon afdoen, waarbij je niet meer die hele strafrechtketen door moet. Daarnaast wil ik echt dat we nu een stap gaan zetten in het omgaan met mensen met verward gedrag. Ik kan geen politiebureau binnenlopen of mensen vertellen mij hoe veel van hun tijd ze daaraan kwijt zijn. Ten derde noem ik demonstraties die uit de hand lopen en alle ME-capaciteit die vervolgens uit de wijken wordt getrokken. Ik kan er geen politieagenten bij printen. Ik heb gelukkig wel geld gekregen voor de organisatie, en daarbinnen wil ik kijken hoe we de juiste prioriteiten kunnen stellen. Het bestrijden van antisemitisme hoort daarbij.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik hoor ook dat de minister bereid is om de Kamer tijdig te informeren als het code zwart wordt in de hele rechtsstaat, omdat dit wel vraagt om terechte uitzonderlijke maatregelen en een extra inspanning.

Minister Van Weel:

Ik probeer even te preciseren wat u verstaat onder code zwart.

De heer Struijs (50PLUS):

Nou ja, dat is een beetje een algemene term …

De voorzitter:

Meneer Struijs, heel kort, want u heeft al twee vragen gesteld.

De heer Struijs (50PLUS):

Ja. De hele rechtsstaat staat onder water en nu komen er extra maatregelen. Kunt u de Kamer tijdig informeren als u extra signalen krijgt dat het echt niet meer gaat?

De voorzitter:

De minister. En minister, ik wil u vragen om geen vragen terug te stellen aan de leden.

Minister Van Weel:

Excuus. Het antwoord is ja.

De voorzitter:

Die heeft u binnen, meneer Struijs. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid en ik wens hem wijsheid bij de voortzetting in de senaat.

Vragen Jumelet

Vragen Jumelet

Vragen van het lid Jumelet aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Gemeenten gefrustreerd over 30km-wegen, want 'kunnen amper boetes uitdelen'".

De voorzitter:

Ik vraag de heer Jumelet het woord te nemen voor zijn vragen aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dat doet hij namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

De heer Jumelet (CDA):

Voorzitter, het zou goed zijn als iedereen een keer naar Westerbork zou gaan. Dat is, denk ik, zojuist wel duidelijk geworden.

Een heel ander onderwerp nu. Stelt u zich voor dat u wethouder bent. Deze minister kan zich dat voorstellen; hij weet wat het is. Op weg naar het gemeentehuis kom je elke dag langs een zeer onveilig kruispunt. Elke dag weer hou je je hart vast en hoop je dat de scholieren op weg naar de middelbare school veilig kunnen oversteken. Je komt op kantoor aan. Je bent als wethouder verantwoordelijk voor de fietsveiligheid in je gemeente en je probeert al jaren om het probleem op te lossen. De snelheid is teruggebracht naar 30 kilometer en de inrichting van de weg is aangepast. Deze maatregelen neem je natuurlijk niet voor niets, maar je hebt hulp van het Rijk nodig voor handhaving en dat duurt maar. Je hebt geprobeerd om er samen met het Rijk uit te komen. Dit is geen hypothetisch voorbeeld. Het is iets waar heel veel wethouders verkeersveiligheid tegenaan lopen.

Uit het onderzoek van de NOS blijkt iets wat we al heel lang weten, namelijk dat wethouders die elke dag verantwoordelijk zijn voor de verkeersveiligheid tegen een muur aan lopen. 30 kilometer is prima, maar hoe handhaaf je dat? Eerlijk gezegd schrok ik toch wel van de reactie van de minister: waar ik kan helpen om de verkeersveiligheid te verbeteren, zal ik dat zeker gaan doen. Dat lijkt een beetje op meeveren maar nog geen actie ondernemen. Ook de collega, de heer Van Weel, die hier zojuist nog aanwezig was, gooit de deur eigenlijk een beetje halfdicht voor de oplossingen die wethouders aandragen op het gebied van flitspalen. In de kern heb ik de volgende vraag. Wat gaat deze minister doen om de lokale verkeersveiligheid te verbeteren? Ik vraag hem niet alleen om te bezien of de verkeersinrichting anders moet of om te kijken hoe we samen kunnen optrekken. Nee, de vraag is wat we gaan doen om concreet samen op te trekken met gemeenten om de lokale veiligheid te verbeteren.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Karremans:

Dank voorzitter. Ik begreep dat de heer Jumelet vandaag jarig is. Uiteraard krijgt hij de felicitaties van het hele kabinet, maar daarvoor zijn we hier niet.

De voorzitter:

En hierbij ook namens de Kamer, meneer Jumelet.

De heer Jumelet (CDA):

Dank u wel, dank u wel.

Minister Karremans:

Nou, dan hebben we dat gehad. De heer Jumelet beschreef treffend het voorbeeld van de wethouder die elke dag naar zijn of haar werk gaat en langs een verkeersonveilige plek rijdt. Voor mij gold dat zeker ook. Twee jaar geleden was ik nog wethouder. Ik fietste altijd naar het stadhuis en ik kwam niet langs één onveilige plek, maar langs vele. Als wethouder mobiliteit of verkeer ben je verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid in jouw stad. Zo was ik dat voor Rotterdam. Met de verkeersveiligheid ging het in Rotterdam, net als in heel veel andere gemeenten en steden, niet goed. Sterker nog, we denderden achteruit. Het aantal verkeersdoden en -gewonden stagneerde. De dalende trend die we te pakken hadden in de decennia na de jaren zeventig, stagneerde. We zagen het aantal in 2023 zelfs een beetje toenemen.

Nu heeft verkeersveiligheid grofweg met vier aspecten te maken: weginrichting, gedrag, voertuigen en handhaving. Inzet op al die vier elementen is nodig om uiteindelijk het aantal doden en gewonden terug te dringen. Wat betreft weginrichting kunnen gemeenten natuurlijk heel veel: drempels aanleggen, wegversmallingen, belijning. Dat deed ik als wethouder ook. Ik heb zelf, nota bene als VVD'er, 110 straten in Rotterdam teruggebracht van 50 naar 30 kilometer per uur, maar wel vanwege de verkeersveiligheid en niet om andere redenen. Andere wethouders in andere gemeenten kunnen dat ook.

Maar ja, ook handhaving is hier onderdeel van. Het plan dat de heer Jumelet beschreef, over de wethouders, heb ik twee jaar geleden zelf gemaakt. Daar kwam ik zelf mee richting Den Haag. Diezelfde wethouders, oud-collega's van mij, vragen nu om actie. Die actie kunnen ze ook krijgen van deze minister, want we gaan daarmee aan de slag. Voor het commissiedebat over verkeersveiligheid zal ik samen met mijn collega-minister Van Weel, die verantwoordelijk is voor verkeershandhaving, aan de Kamer laten weten wat onze inzet en actie daarop is. Verkeershandhaving en verkeersveiligheid gaan namelijk hand in hand. Bij de uitloop van de ministerraad van afgelopen week werden wij daarop bevraagd. Het antwoord is vaak wat ingewikkelder dan je zou willen; dat weet ik als oud-wethouder ook. Je hebt namelijk ook te maken met toegang tot het recht en ervoor zorgen dat de hele rechtsketen niet verstopt raakt, maar er moet wel wat gebeuren, want verkeersveiligheid is een opgave in elke gemeente in Nederland.

De heer Jumelet (CDA):

Ik ben blij met de woorden van de minister. Toch nog even wat meer. We weten bijvoorbeeld dat er in dorpen en wijken vooral aan verkeersveiligheid wordt gewerkt door bijvoorbeeld 30 kilometerzones te maken. Dan worden er vervolgens in de inrichting drempels gelegd en komen er wegversmallingen en hier en daar een bloembak, maar vervolgens hoor je ook terug dat dat weer lastig is voor het ov en dat het allerlei problemen oproept voor ambulances en trekkers, die ook hun weg moeten weten te vinden. De vraag aan de minister is dus: hoe denkt hij vanuit het coalitieakkoord invulling te geven aan die vier aspecten, waar ook handhaving bij hoort? Wat betreft de mobiele flexibele snelheidscamera's is mijn vraag of de gemeenten daar ook een rol in kunnen krijgen. Kan daar samen in worden opgetrokken, om de verkeersveiligheid langs die vier lijnen nadrukkelijk aan de orde te hebben?

De voorzitter:

De minister, voor een kort en bondig antwoord.

Minister Karremans:

Dat laatste is er al, want de gemeentes zijn de aanvragers van die flitsers. Die kunnen ze aanvragen. Dat gaat ook in overleg tussen de gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie bepaalt uiteindelijk. Anders dan twee jaar geleden, toen ik als wethouder aan de bel trok, is het standpunt van het OM niet meer dat er altijd sprake moet zijn van een andere weginrichting. Ik ben het namelijk met de heer Jumelet eens: als er een tram door een straat gaat, dan is het heel lastig om daar een drempel aan te leggen. Ik heb nog nooit een tram over een drempel zien gaan. Ik weet niet of de voorzitter dat wel heeft gezien, maar volgens mij ook niet, want dat kan helemaal niet. Dan wil je kijken naar andere maatregelen en dan is handhaving vaak nog de enige mogelijkheid die je hebt. Dat pak ik dus ook op, samen met mijn collega Van Weel.

De heer Jumelet (CDA):

Laatste opmerking. Ik moet zeggen dat ik eerder, als gedeputeerde in Drenthe, een andere ervaring had met het plaatsen van flitspalen. Er zat toch een heel aantal criteria aan vast om daar uiteindelijk voor de handhaving gebruik van te kunnen maken. Maar ik ben blij met het antwoord, want ik denk dat het heel erg nodig is om die hele aanpak rond te maken. Daar hoort handhaving gewoon bij, dus ik ben blij met dit antwoord. Ik zie uit naar de acties. Ik denk dat heel veel gemeenten heel blij zijn dat hier nadrukkelijk actie op wordt ondernomen.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Bikkers (VVD):

Ik neem wel een patroon waar. Dat patroon is dat ik vaak linkse gemeentebesturen zie die ongericht wegen afwaarderen naar 30 kilometer per uur. Ik zou de minister willen vragen of hij beaamt dat dat ongerichte afwaarderen naar 30 kilometer per uur uiteindelijk soms averechts werkt voor de verkeersveiligheid. Als hij dat beaamt, wat kunnen we daar dan met elkaar aan doen?

Minister Karremans:

Dat klopt. Het werkt ook averechts. Als je een snelheidslimiet van 30 kilometer per uur invoert op een weg die eigenlijk uitnodigt om door te rijden, dan werkt dat heel verwarrend. Er zijn veel onderzoeken gedaan, onder andere door de SWOV, waaruit blijkt dat het de verkeersonveiligheid eigenlijk alleen maar vergroot. Toch zie ik ook bij deze gemeenteraadsverkiezingen heel veel partijen campagne voeren om een limiet van 30 kilometer per uur in te voeren in bepaalde straten die daar absoluut niet voor geschikt zijn. Daar vind ik vanuit mijn vakministerschap natuurlijk heel veel van. Daarover zullen we ook in overleg moeten treden met gemeenten. Dat zal ik doen als verantwoordelijk minister voor verkeersveiligheid in Nederland. Uiteindelijk zijn gemeenten wel wegbeheerder en mogen zij zelf bepalen hoe zij dat invullen, maar wij hebben niet voor niets in Nederland, ook om het allemaal een beetje hetzelfde te houden, in alle gemeenten richtlijnen voor hoe je wegen inricht. Daar zullen we de gemeenten, waar we kunnen, aan houden, maar uiteindelijk zijn zijzelf de verantwoordelijke wegbeheerder.

De heer Vermeer (BBB):

Deze vraag gaat volgens mij niet over waar wel of niet 30 kilometer per uur gehandhaafd moet worden of waar wel of geen drempels moeten zijn. Dat zijn inderdaad zaken die een gemeente zelf bepaalt. De vraag gaat over het volgende. Ik vind de minister toch vaag. Hij zegt "er komt een actieplan" en "dat ligt er al". Ik wil gewoon weten: gaan gemeentes meer hulp krijgen bij de handhaving, ja of nee?

Minister Karremans:

Ja.

De heer Vermeer (BBB):

Oké.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Het is eigenlijk best wel een beetje een rare figuur, want de minister reageert nu op een actieplan dat hijzelf twee jaar geleden als wethouder gepresenteerd heeft. Dat is een bijzondere figuur.

Minister Karremans:

Wij van WC-Eend …

De voorzitter:

Nee, nee, nee, minister. De heer De Hoop heeft het woord. Dat weet u.

Minister Karremans:

Excuus.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Een van de dingen die de minister toen ook zei, is dat hij er helemaal klaar mee was dat hij van de toenmalige minister van Infrastructuur en Waterstaat hoorde: ga maar drempels aanleggen; je moet met de weginrichting bezig. De heer Karremans, de toenmalig wethouder in Rotterdam, zei: ik heb dat geld helemaal niet en dan ben ik tot 2089 bezig, dus in de tussentijd heb ik gewoon flitspalen nodig. De minister zei dat er een actieplan komt samen met JenV. Gaat de minister er dan ook daadwerkelijk voor zorgen dat die flitsmogelijkheden er voor gemeenten zijn? Ik wil in de brief graag een reflectie op het Vlaamse concept, waar dat wel al mogelijk is.

Minister Karremans:

De heer De Hoop heeft de band goed teruggespoeld, want dit klopt allemaal. Dat heb ik allemaal gezegd als wethouder. Eén ding klopte alleen niet. De minister van IenW zei dat namelijk niet. Het gaat over het OM. Dat bepaalt en zegt dat flitspalen om een bepaalde reden niet of wel worden geplaatst. Ik begreep ook dat de afgelopen twee jaar, ook naar aanleiding van het plan … Het was niet alleen mijn plan. Het was een plan van onder anderen — hoe heet ze? — Lot van Hooijdonk uit Utrecht en Melanie van der Horst uit Amsterdam, dus dit was echt een breedgedragen plan van wethouders van alle kleuren die zeiden: we willen hier wat aan doen. Sindsdien heeft het OM het standpunt losgelaten dat ze alleen flitspalen plaatsen op wegen waar de weginrichting is aangepast. Dat doen ze niet meer. Het aantal flitspalen is sindsdien ook flink uitgebreid. In het coalitieakkoord staat ook dat we hier meer werk van gaan maken. Daar ga ik samen met mijn collega Van Weel invulling aan geven. Dat doen we met alle liefde, zeg ik erbij.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn beantwoording en zijn aanwezigheid.

Vragen Tseggai

Vragen Tseggai

Vragen van het lid Tseggai aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht "Nooit eerder riep een verkiezingscampagne voor de gemeenteraad zoveel agressie op: 'Pak hem!'".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Tseggai voor haar vragen namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Die stelt zij aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die ik ook van harte welkom heet in ons midden. Het woord is aan mevrouw Tseggai.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Een wethouder die tijdens het flyeren in Landgraaf wordt achtervolgd door een groep boze jongeren met een mes. Campagneposters in Warmond waarop in het voorhoofd van een kandidaat-raadslid kogelgaten zijn gemaakt, met wat rode viltstift als bloed om het af te maken. Campagneborden in de voortuin van kandidaten in Baarn die besmeurd worden met hakenkruizen. Een dreigmail aan een raadslid in Ede met de tekst: "Als er maar één kogel wordt afgevuurd op een wolf, gaat er ook een kogel naar degene die hiervoor heeft gestemd. Zonen en dochters zijn niet veilig."

Overal in ons land hebben lokale politici en politieke partijen steeds vaker te maken met fysieke bedreigingen en toenemende agressie. Dit speelt overal in het land, bij politici van alle politieke kleuren. Dit moet stoppen. GroenLinks-PvdA maakt zich grote zorgen over al die nieuwe raadsleden die morgen verkozen gaan worden en hoe we er aan de vooravond van een nieuwe raadsperiode voor gaan zorgen dat ook zij zich veilig kunnen inzetten voor de lokale politiek. Allereerst zou ik daarom aan deze minister willen vragen om zich uit te spreken — ik weet namelijk zeker dat ook hij dit absoluut afkeurt — en om om onze lokale politici en bestuurders heen te gaan staan.

Voorzitter. Dat brengt mij bij mijn eerste vraag. Natuurlijk keuren we geweld tegen politici allemaal af, maar het blijft toch elke keer gebeuren. Erkent de minister dat dit ook buiten campagnetijd een structureel probleem is, waarvoor structurele oplossingen nodig zijn? Welke onderliggende oorzaken ziet hij voor de toenemende agressie tegen politici? Welke stappen gaat de minister zetten om deze oorzaken aan te pakken? In woord nemen we er altijd afstand van, maar het blijft toch elke keer gebeuren. Is de minister het met GroenLinks-PvdA eens dat dit een aantasting is van de democratische rechtsstaat, omdat raadsleden zich soms minder vrij voelen om zich over iets uit te spreken of voor iets te stemmen? Wat doet het met onze democratische rechtsstaat als minderheden zich door bedreigingen vaker geïntimideerd zien bij het deelnemen aan het publieke debat of het politieke werk?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Heerma:

Dank u, voorzitter. Ook dank aan mevrouw Tseggai voor het stellen van deze vragen. Het is inderdaad een punt dat ook mij grote zorgen baart. Ik ben als minister van Binnenlandse Zaken in deze weken veel in Nederland op lokaal niveau op werkbezoek geweest, in het kader van de verkiezingen. Ik zie lokaal heel veel positieve energie om campagne te voeren en verkiezingen mogelijk te maken. Tegelijkertijd is het onderwerp waar mevrouw Tseggai mij vragen over stelt, datgene waar ik deze weken misschien wel het meest van ben geschrokken van alles wat ik ben tegengekomen.

In het begin van haar vragen haalde zij voorbeelden aan. Een aantal van deze bedreigde mensen, in dit geval een wethouder en een raadslid, heb ik de afgelopen week ook aan de lijn gehad. Ik geef hier naar aanleiding van de eerste vraag aan dat dit echt onacceptabel is. Gemeenteraadsverkiezingen zijn vrije verkiezingen. Het is de kern van onze democratie dat je een open debat aangaat, ook als er een verschil van mening is. Maar het is niet acceptabel dat verkiezingsposters worden beklad met hakenkruizen en homohaat, dat ze worden vernietigd en dat kandidaat-raadsleden en -wethouders worden geïntimideerd en bedreigd. Het klopt inderdaad dat vrouwelijke raadsleden en raadsleden uit minderheidsgroepen hier nog meer mee te maken hebben. Dat verdient ook extra aandacht.

Ik vind dat ik hier moet uitspreken dat ik pal achter onze lokale politici sta en dat zij hun werk veilig moeten kunnen doen, want zij zetten zich dagelijks in voor onze democratie op lokaal niveau. Dat zouden wij hier met z'n allen moeten doen. We doen al heel veel, want dit is een bekend probleem. Het is ook nodig. De bekende dichtregel luidt: alles van waarde is weerloos. Nou, onze democratie is van waarde en moet weerbaar zijn. We doen heel veel. Ik spreek me uit. Ik sta ook in contact met raadsleden, burgemeesters en wethouders als ze bedreigd worden. Het klopt, dit gebeurt niet alleen in campagnetijd. Ook die vraag kan ik bevestigend beantwoorden.

Daarnaast hebben wij als ministerie van Binnenlandse Zaken een ondersteuningsteam weerbare democratie, dat 24 uur per dag, 7 dagen per week klaarstaat om lokale politici die worden bedreigd, bij te staan. Dit bestaat vaak uit collega-bestuurders die zelf met agressie te maken hebben gehad. Daarnaast bieden wij veiligheidsscans aan politici aan, waarbij gekeken wordt naar hun woning. Mijn voorganger heeft het afgelopen jaar extra geld vrijgemaakt om ook raadsvergaderingen, vergaderingen van de gemeenteraad, veilig te laten plaatsvinden. Het is ernstig dat het nodig is, maar daar is extra geld voor vrijgemaakt. Daar zal ik ook zelf nog meer geld voor vrijmaken, om ervoor te zorgen dat dit kan gebeuren.

Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat daders niet ongestraft wegkomen met hun daden. Ik roep daarom ook iedereen op die daadwerkelijk te maken heeft gehad met agressie en bedreigingen om aangifte te doen. Samen met politie, OM, beroepsverenigingen en de minister van Justitie gaan we kijken waar we kansen zien om daders steviger aan te pakken.

Bij de voorbeelden die mevrouw Tseggai aanhaalde, zeker het tweede voorbeeld van die verschrikkelijke posters waar die kogels met bloed op getekend zijn, zie je dat mensen, in dit geval raadslid Anja Schrage, worden ondersteund, doordat alle partijen die meedoen aan de raadsverkiezing gezamenlijk een verklaring uitbrengen, een advertentie waarin staat dat ze achter hun collega staan en dat dit niet acceptabel is. Je ziet ook dat een gemeente aangifte doet. Op die manier staan wij niet alleen landelijk, maar staat men ook lokaal steeds meer, duidelijk als één man, achter raadsleden die bedreigd en geïntimideerd worden, want zij moeten gewoon hun werk kunnen doen.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Dank. Fijn om te horen dat de minister zich duidelijk uitspreekt en pal achter de lokale bestuurders gaat staan. Ik heb nog een paar aanvullende vragen. De minister haalde al aan dat er een team weerbare democratie is. Heeft dit team ook een speciale aanpak voor de groepen politici die vaker te maken hebben met bedreigingen?

Daarnaast zien we verbale en fysieke bedreigingen in de openbare ruimte, maar ook op social media gaat het natuurlijk tekeer. Dat gebeurt vaak ook door buitenlandse inmenging en fake news, die gevoelens van haat online versterken. We hebben als GroenLinks-PvdA het kabinet hier al eerder over bevraagd, maar een oplossing ontbrak. Dit probleem zou bijvoorbeeld kunnen vragen om ingrijpen in algoritmes. Door een recente gerechtelijke uitspraak tegen Instagram weten we dat dat mogelijk is. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Voorzitter. Als laatste zou ik het volgende willen vragen. Ook wij als landelijke politiek, de Kamer en het kabinet, hebben een verantwoordelijkheid. Uit een recent rapport van de staatscommissie tegen discriminatie en racisme blijkt dat discriminerende uitlatingen hier in de politiek in Den Haag leiden tot meer online haat. Hoe ziet de minister dit rapport? Kan hij er nog aanknopingspunten uithalen om lokale politici beter te beschermen?

Minister Heerma:

Dank voor deze vervolgvraag. Ik begin met het eerste. Ja, binnen het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur is er specifiek aandacht voor bijvoorbeeld vrouwen, die inderdaad vaker te maken hebben met dit soort agressie en haat. Dat gebeurt onder andere door een speciaal agressieprotocol en een specifiek mentornetwerk voor vrouwelijke politici. Er is ook specifiek aandacht voor het tegengaan van online haat. Zelfs in het coalitieakkoord wordt, ook als het gaat om inmenging, aangekondigd dat we meer gaan doen om dat te bestrijden, bijvoorbeeld door een organisatie op te zetten.

Ik wil specifiek ook ingaan op het laatste punt dat mevrouw Tseggai aanhaalt. Zij haalt namelijk een rapport aan, maar over dit onderwerp is al eerder gesproken. Het SCP heeft in 2022 een onderzoek uitgebracht, waarin het zijn zorgen uit over het feit dat het politieke debat polarisatie breed onder de Nederlanders aanwakkert. De NCTV heeft eerder een opdracht aan de Universiteit Utrecht gegeven om onderzoek te doen naar de relatie tussen het politieke debat hier, wat er online gebeurt en het aanwakkeren van woede. Het artikel naar aanleiding waarvan mevrouw Tseggai deze vragen stelt, haalt ook de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden aan, die aangeeft dat wat hier in de landelijke politiek gebeurt en de hardheid van het debat hier met een schok lokaal doorwerken. Keer op keer is duidelijk dat wat hier in het debat gebeurt en de polarisatie in dit huis hun doorwerking hebben in de lokale politiek en in wat je nu ziet in campagnes. Daarom is het aan ons allen in dit huis om het debat wellevend te voeren en te letten op de manier waarop wij spreken, om haat en agressie dus niet verder aan te wakkeren.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Dank aan de minister voor deze antwoorden. Kijk, ik denk dat we met z'n allen willen dat de raadsleden die morgen verkozen worden met minder bedreigingen te maken hebben dan de raadsleden die de afgelopen periode bezig zijn geweest in de lokale politiek. Ik denk dat het daarvoor ook belangrijk is dat we voortvarend aan de slag gaan. Ik hoor dat de minister dat wil. Zou hij bereid zijn om over al deze maatregelen een update aan de Kamer te geven voor het eerstvolgende debat over dit onderwerp?

Minister Heerma:

Dank voor deze laatste vraag. Wij gaan deze verkiezingen evalueren. Ik wil toezeggen om in die evaluatie expliciet aandacht te besteden aan het vraagstuk van extra agressie, en daarin niet alleen te bezien wat we nu al doen, maar ook welke extra maatregelen er uit die evaluatie volgen die mogelijk nog genomen moeten worden, bijvoorbeeld rondom aangifte doen gemakkelijker maken. Ik zeg mevrouw Tseggai en de Kamer toe dat ik met een brief kom naar aanleiding van die evaluatie, waarin we hierop expliciet ingaan.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Oké. Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Huizinga.

Mevrouw Huizenga (D66):

Allereerst vind ik het belangrijk dat wij hier met z'n allen uitspreken dat wij morgen achter al onze kandidaten en raadsleden staan. Daarom dank voor deze vraag. Ik wil graag nog een aanvullende vraag over het laatste stellen, namelijk hoe wij hier acteren. Alles wat wij hier doen, heeft effect op onze samenleving. Kunt u daar toch nog wat duiding aan geven? Hoe wij hier met elkaar omgaan, is een voorbeeld richting de samenleving. Het effect daarvan is automatisch dat de kandidaten die morgen op de lijst staan, en niet alleen zij, maar ook al die vrijwilligers die in stembureaus zitten, hun familie thuis en iedereen die daarbij hoort, zich niet meer vrij voelen om morgen naar de stembus te gaan. Daar krijg ik dus graag nog een extra reflectie op.

Minister Heerma:

Ik heb daar zojuist al iets over gezegd. Zowel op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen als bij het tellen daarna zijn er tienduizenden mensen, ambtenaren en vrijwilligers, betrokken om de democratie mogelijk te maken, waarbij het stemproces de kern is. Gelukkig zie je in heel veel gemeenten dat mensen dat met passie en enthousiasme en ook met professionaliteit doen. Ik vind het heel belangrijk dat hier, in dit debat, in dit huis, wij ons er allemaal bewust van zijn dat de woorden die wij kiezen en de toonzetting die wij kiezen, doorwerken op lokaal niveau en polarisatie kunnen aanwakkeren. Dat blijkt ook uit het onderzoek dat een aantal jaren geleden door de NCTV is uitgezet bij de Universiteit Utrecht met de titel Spelen met vuur. Ik vind het dus ook belangrijk — daar gaat deze vraag ook over — dat wij met z'n allen, zowel ik als u hier in dit huis, letten op wat we zeggen, omdat het in een gepolariseerd debat belangrijk is dat we met elkaar olie op de golven gooien in plaats van olie op het vuur.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Het is mooi dat we deze vraag nu bespreken in een plenaire zaal die mooi aan het vollopen is, zodat iedereen mee kan luisteren. Dat alleen vind ik al heel erg mooi, want dit heeft heel veel aandacht nodig. Ik ben zelf lokaal bestuurder geweest, dus ik vind het fijn dat deze vraag is gesteld. Ik waardeer het dat de minister de mensen heeft gebeld die te maken hebben gehad met agressie. Ik denk dat dit heel belangrijk is, want dan hoor je hun verhaal. Mijn vraag aan de minister, via de voorzitter, is dan ook of deze mensen hem ook iets hebben teruggegeven waarvan wij als Kamerleden en ook het kabinet, dus samen, iets kunnen leren en wat wij zouden kunnen toepassen.

Minister Heerma:

Ik wil sowieso aangeven dat de aanleiding dat ik lokale bestuurders moet bellen in het kader van bedreigingen, divers is. Dit gebeurt niet alleen in het kader van verkiezingen. Ik merk hoe erg het wordt gewaardeerd dat er aandacht voor is en dat er het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur is dat hen in dit soort situaties helpt. Ik merk ook hoe groot de impact van een bedreiging kan zijn op een lokale bestuurder, maar ook op de mensen daaromheen. In een aantal gevallen krijg ik terug dat doordat fracties, dus de politieke partijen die op een lijst staan, maar ook de gemeenten lokaal aangifte doen en om mensen heen gaan staan, ze zich niet alleen voelen staan. Dat is een belangrijk signaal dat ik in verschillende telefoongesprekken terugkrijg.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ook vanuit onze eigen fracties horen we nare berichten, van woorden zoals "heks" en "ik wil je in de slachterij uitbenen" tot doodsbedreigingen in de eigen straat en voor de eigen deur. Veel van dat soort haat, zeker online, is nu nog niet strafbaar. Aangifte doen heeft dus vaak geen zin. Ik heb hier een mooi protocol van een werkgroep, Veilig online zichtbaar in de politiek, met allemaal handvatten voor de politiek om dit aan te pakken. Wil de minister toezeggen om hiermee aan de slag te gaan en dit protocol ook te laten doorwerken in de landelijke politiek? Wil hij daarover voor de zomer terugkoppelen?

Minister Heerma:

Aan de strafmaat, maar ook aan het gemak waarmee aangifte kan worden gedaan, wordt al gewerkt door de minister van Justitie. Ik heb zojuist aan mevrouw Tseggai toegezegd dat we bij de evaluatie van deze gemeenteraadsverkiezingen expliciet terugkomen op wat er aan extra maatregelen kan worden genomen en dat ik daar in een brief op terugkom. Ik zal dit protocol ook bestuderen en er in de brief aandacht aan besteden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn beantwoording.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur. Ik schors een kort ogenblik, waarna we zullen stemmen.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Ik stel voor dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Ceder c.s. (22343, nr. 444).

Voordat we gaan stemmen, geef ik het woord aan mevrouw Keijzer voor een punt over de stemmingslijst. Gaat uw gang.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Dank, voorzitter. Ik wil graag vragen om onder punt 7, de stemmingen over moties ingediend bij het debat over Iran, de motie-Keijzer/Markuszower op stuk nr. 662 (23432) (#1) aan te houden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Keijzer stel ik voor haar motie (23432, nr. 662) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Begroting Justitie en Veiligheid 2026

Stemming motie Begroting Justitie en Veiligheid 2026

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026,

te weten:

  • de motie-Coenradie c.s. over onderzoek naar een langere tbs-verlengingsperiode (36800-VI, nr. 106).

De voorzitter:

We gaan stemmen. We beginnen met een hoofdelijke stemming. Ik verzoek om stilte in de zaal, zodat we uw stem goed kunnen noteren. Ik verzoek de griffier de namen op te lezen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (36800-VI, nr. 106).

Vóór stemmen de leden: Tijmstra, Vermeer, De Vos, Wendel, Wiersma, Zwinkels, Van Ark, Armut, Becker, De Beer, Van den Berg, Bevers, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Diederik van Dijk, Inge van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Frederik Jansen, Jumelet, Keijzer, Kisteman, Koorevaar, De Kort, Krul, Lammers, Van Lanschot, Lohman, Van der Maas, Maes, Markuszower, Martens-America, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Moinat, Müller, Nanninga, Nobel, Van der Plas, Poortman, Rajkowski, Russcher, Schilder, Schutz, Steen, Stoffer, Straatman en Struijs.

Tegen stemmen de leden: Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Van der Werf, Westerveld, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Beckerman, Belhirch, Biekman, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Bromet, Bushoff, Dassen, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Ergin, Faber, Graus, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Kathmann, Klaver, Klos, Kops, Köse, Kostić, Kröger, Lahlah, Van der Lee, Van Leijen, Maeijer, Mathlouti, Van Meetelen, Mohandis, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Neijenhuis, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, De Roon, Schoonis, Sneller en Stöteler.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 74 stemmen voor en 75 stemmen tegen is verworpen.

Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)

Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW),

te weten:

  • de motie-Lahlah over de bekostigingssystematiek van de Wet inburgering 2021 evalueren en toetsen aan de actualiteit (32824, nr. 481);
  • de motie-Lahlah over landelijke opschaling van vakroutes en leerwerktrajecten voor statushouders (32824, nr. 482);
  • de motie-Lahlah over onderzoek naar randvoorwaarden voor vrouwelijke statushouders om beter te kunnen participeren (32824, nr. 483);
  • de motie-Bamenga over obstakels in kaart brengen die meedoen op eigen niveau belemmeren en/of vertragen (32824, nr. 485);
  • de motie-Lahlah over drempels wegnemen voor de aanvraag van een rijbewijs door asielzoekers met een W-document (32824, nr. 484);
  • de motie-Bamenga over een plan van aanpak om ondernemerschap van statushouders te stimuleren en drempels bij kredietverstrekking weg te nemen (32824, nr. 486);
  • de motie-Boon/Wilders over uitspreken dat de islam niet bij Nederland hoort (32824, nr. 488);
  • de motie-Boon/Wilders over het sluiten van alle islamitische scholen (32824, nr. 489);
  • de motie-Bamenga over de werkervaring en het opleidingsniveau van statushouders structureel registreren (32824, nr. 487);
  • de motie-Boon/Wilders over een wettelijk verbod op het dragen van islamitische hoofdbedekking door minderjarige meisjes in het primair en voortgezet onderwijs (32824, nr. 490);
  • de motie-Boon/Wilders over de Moslimbroederschap en daaraan gelieerde organisaties verbieden (32824, nr. 491);
  • de motie-Boon/Wilders over denaturalisatie en gedwongen remigratie van personen met een dubbele nationaliteit die onherroepelijk zijn veroordeeld voor één enkel ernstig misdrijf (32824, nr. 492);
  • de motie-Boon/Wilders over een vrijwillige remigratieregeling voor niet-westerse allochtonen met de Nederlandse nationaliteit (32824, nr. 493);
  • de motie-Boon/Wilders over de Wet inburgering 2021 zodanig aanscherpen dat inburgering een daadwerkelijk afdwingbare verplichting wordt (32824, nr. 494);
  • de motie-Michon-Derkzen/De Beer over wetgeving voorbereiden om handhaving op de taaleis effectief vorm te geven in alle gemeenten (32824, nr. 495);
  • de motie-Michon-Derkzen over bij een verdere evaluatie van de inburgeringswet de Kamer informeren over onder andere de percentages in de verschillende inburgeringsroutes (32824, nr. 496);
  • de motie-Michon-Derkzen/Bamenga over een landelijke aanpak om statushouders naar werk in tekortsectoren te begeleiden (32824, nr. 497);
  • de motie-Nanninga over de rol van de politieke islam, buitenlandse financiering van moskeeën en salafistische invloeden betrekken in de Actieagenda Integratie (32824, nr. 498);
  • de motie-Nanninga over een inventarisatie van alle door het Rijk gefinancierde kennis- en meldpunten op het gebied van discriminatie en inclusie (32824, nr. 499);
  • de motie-Nanninga over het behalen van taalniveau B1 binnen de inburgeringstermijn als resultaatsverplichting voor nieuwkomers (32824, nr. 500);
  • de motie-Ergin over het begrip "integratie" afschaffen en zich richten op acceptatie en gelijke kansen voor alle Nederlanders (32824, nr. 501);
  • de motie-Ergin over de integratieparadox erkennen in beleid rond integratie en maatschappelijke samenhang (32824, nr. 502);
  • de motie-Ergin over afzien van extra regelgeving voor versterkte gebedsoproepen (32824, nr. 503);
  • de motie-Ergin over structureel overleg en co-creatie met vertegenwoordigers van moslimgemeenschappen bij de ontwikkeling van beleid op het gebied van integratie, discriminatiebestrijding en samenleven (32824, nr. 504).

Er is een aantal stemverklaringen en als eerste geef ik daarvoor het woord aan mevrouw Nanninga.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dank, voorzitter. Het betreft een stemverklaring bij de motie op stuk nr. 488, over uitspreken dat de islam niet bij Nederland hoort. De islamitische ideologie is amper verenigbaar met onze verlichte joods-christelijke traditie. De voorbeelden daarvan zijn legio en zien we elke dag, van integratieproblemen tot aanslagen. JA21 maakt zich grote zorgen over de islamisering van Nederland en zal hier altijd waakzaam maar vreedzaam tegen strijden. Echter, de Kamer laten uitspreken wat mensen in Nederland wel en niet mogen geloven, is ten eerste loze praat en ten tweede onwenselijk. Onze Nederlandse samenleving laat zich terecht niet voorschrijven vanuit deze zaal wat te denken en wat te geloven. Wij stemmen daarom tegen deze motie.

De voorzitter:

Dank u wel. Een stemverklaring van de heer Tijs van den Brink.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik wil graag een stemverklaring afleggen bij de moties op de stukken nrs. 491 en 498. De Moslimbroederschap heeft tot doel een samenleving te creëren op islamitische grondslag. Over de manier waarop zij dat doet, lopen de meningen uiteen. Hoe het ook zij, dat is in strijd met de uitgangspunten van mijn partij, die een scheiding van kerk en staat voorstaat. Wij zouden dan ook graag de invloed van de Moslimbroederschap terugdringen. De AIVD geeft aan dat de Moslimbroederschap in Nederland niet voorkomt als formele organisatie en dus ook geen juridische entiteit is. Daarom is een verbod niet mogelijk. Wij zullen dan ook tegen de motie op stuk nr. 491 stemmen van collega Boon.

Omdat wij het wel van belang vinden dat de diensten toezicht houden op organisaties zoals de Moslimbroederschap en andere salafistische groeperingen, stemmen wij voor de motie op stuk nr. 498 van mevrouw Nanninga.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot mevrouw Lammers voor een stemverklaring namens de Groep Markuszower.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter. Onze fractie steunt de motie op stuk nr. 489 van Boon en Wilders, over het sluiten van islamitische scholen. Maar wat ons tegen de borst stuit, is dat de PVV opnieuw geen enkel voorstel doet over hoe zij dit dan willen regelen. Als je zo'n motie wilt indienen, durf dan ook eens te zeggen hoe. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Wij gaan stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Lahlah/Tijs van den Brink (32824, nr. ??, was nr. 482).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lahlah (32824, nr. 483).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bamenga (32824, nr. 485).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bamenga (32824, nr. 486).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (32824, nr. 488).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (32824, nr. 489).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (32824, nr. 490).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (32824, nr. 491).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (32824, nr. 492).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (32824, nr. 493).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (32824, nr. 494).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen/De Beer (32824, nr. 495).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen (32824, nr. 496).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Michon-Derkzen c.s. (32824, nr. ??, was nr. 497).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nanninga (32824, nr. 498).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Nanninga (32824, nr. ??, was nr. 499).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nanninga (32824, nr. 500).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin (32824, nr. 501).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ergin (32824, nr. ??, was nr. 502).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin (32824, nr. 503).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin (32824, nr. 504).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid

Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid,

te weten:

  • de motie-Westerveld c.s. over kostendekkende tarieven in de gehandicaptenzorg garanderen (36800-XVI, nr. 160);
  • de motie-Westerveld c.s. over het verlenen van coulance aan gezinnen van wie de meerzorgaanvraag is afgewezen (36800-XVI, nr. 161);
  • de motie-Westerveld c.s. over voldoen aan Europese normen voor toegankelijkheid bij onderhoud, nieuw-, of verbouw van overheidsgebouwen (36800-XVI, nr. 162);
  • de motie-Maeijer over een plan van aanpak om de administratievelastendruk in de gehandicaptenzorg verder te verminderen (36800-XVI, nr. 164);
  • de motie-Maeijer/Van Meetelen over financiële middelen voor het realiseren van toegankelijke speelplekken (36800-XVI, nr. 165);
  • de motie-Maeijer over een financiële bijdrage aan de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland voor een campagne om de gehandicaptenzorg meer zichtbaar te maken (36800-XVI, nr. 166);
  • de motie-Van Houwelingen over respijtzorg borgen voor mantelzorgers die zorgen voor iemand met een 24/7 intensieve zorgbehoefte (36800-XVI, nr. 167);
  • de motie-Tijmstra over een inhoudelijk akkoord met de gehandicaptenzorgsector gericht op het verminderen van de stijging van de zorgvraag (36800-XVI, nr. 169);
  • de motie-Diederik van Dijk c.s. over een integrale toekomststrategie voor de gehandicaptenzorg (36800-XVI, nr. 170);
  • de motie-Diederik van Dijk c.s. over woon-zorgconcepten voor cliënten en medewerkers in de gehandicaptenzorg (36800-XVI, nr. 171);
  • de motie-Bikker c.s. over op basis van de verschillen in cao's tussen de gehandicapten- en ouderenzorg een plan ontwikkelen om werken in de gehandicaptenzorg aantrekkelijker te maken (36800-XVI, nr. 172);
  • de motie-Bikker c.s. over voorstellen ter verbetering van de toegankelijkheid van de Tweede Kamer doen en deze ook realiseren (36800-XVI, nr. 173);
  • de motie-Dobbe c.s. over de gevolgen in kaart brengen van de maatregelen uit het regeerakkoord voor de positie van mensen met een beperking (36800-XVI, nr. 174);
  • de motie-Dobbe c.s. over inzichtelijk maken welk budget er is vrijgemaakt voor de Werkagenda VN-verdrag Handicap I (36800-XVI, nr. 175);
  • de motie-Dobbe over de positie van vrouwen met een beperking verbeteren (36800-XVI, nr. 176);
  • de motie-Maeijer over niet bezuinigen op de gehandicaptenzorg (36800-XVI, nr. 163);
  • de motie-Dobbe over een wettelijk basisniveau vastleggen van gemeentelijke regelingen voor mensen met een beperking (36800-XVI, nr. 177);
  • de motie-Van Houwelingen over de keuzevrijheid voor pgb in alle zorgwetten blijven borgen (36800-XVI, nr. 168).

Op verzoek van mevrouw Maeijer stel ik voor haar aangehouden motie (36800-XVI, nr. 165) alsnog in stemming te brengen.

Er is een stemverklaring van mevrouw Van Brenk. Daarvoor geef ik haar graag het woord. Dat doet zij namens de fractie van 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Het betreft de stemming over de motie op stuk nr. 172, over het ontwikkelen van een plan op basis van de verschillen in cao's tussen de gehandicapten- en ouderenzorg. Wij zullen die motie steunen, maar we gaan ervan uit dat we niet op de stoel van de vakbonden gaan zitten.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Brenk.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (36800-XVI, nr. 160).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (36800-XVI, nr. 161).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (36800-XVI, nr. 162).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (36800-XVI, nr. 164).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer/Van Meetelen (36800-XVI, nr. 165).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer (36800-XVI, nr. 166).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 167).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tijmstra (36800-XVI, nr. 169).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de ChristenUnie, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-XVI, nr. 170).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-XVI, nr. 171).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (36800-XVI, nr. 172).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker c.s. (36800-XVI, nr. ??, was nr. 173).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 174).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 175).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36800-XVI, nr. 176).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36800-XVI, nr. 177).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter. Ik vroeg mij even af of wij genoemd zijn bij de motie op stuk nr. 161.

De voorzitter:

Ja.

Mevrouw Podt (D66):

Dat is wonderlijk, want wij hebben niet voorgestemd.

De voorzitter:

Dan staat het bij dezen opgenomen in de Handelingen. Ik heb ongetwijfeld toch ergens een hand gezien.

Stemming motie Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 1 december 2025

Stemming motie Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 1 december 2025

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 1 december 2025,

te weten:

  • de motie-Neijenhuis over de betrokkenheid van lokale overheden bij het Nederlandse nationaal en regionaal partnerschapsplan versterken (21501-31, nr. 817).

In stemming komt de gewijzigde motie-Neijenhuis/Van Ark (21501-31, nr. ??, was nr. 817).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Iran

Stemmingen moties Iran

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Iran,

te weten:

  • de motie-Van Baarle c.s. over de oorlog in Iran veroordelen als een schending van het internationaal recht (23432, nr. 635);
  • de motie-Van Baarle over helder uitspreken dat Nederland nooit militaire of politieke steun zal geven aan de oorlog tegen Iran (23432, nr. 636);
  • de motie-Van Baarle c.s. over bij EU-vergaderingen consequent het belang van documentatie en het voorkomen van straffeloosheid van mensenrechtenschendingen in Iran bepleiten (23432, nr. 637);
  • de motie-Van Baarle over in internationaal verband pleiten voor het documenteren en voorkomen van straffeloosheid van schendingen van het internationaal recht gepleegd door Israël en de Verenigde Staten tijdens hun aanvallen op Iran en Libanon (23432, nr. 638);
  • de motie-Dobbe c.s. over bijdragen aan onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in Iran (23432, nr. 639);
  • de motie-Dobbe over komen tot de-escalatie en gesprekken tussen alle partijen om deze oorlog zo snel mogelijk te beëindigen (23432, nr. 640);
  • de motie-Dobbe over de aanvallen van Israël op Libanon ondubbelzinnig veroordelen (23432, nr. 641);
  • de motie-Teunissen c.s. over zich actief inzetten voor onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in deze oorlog (23432, nr. 642);
  • de motie-Teunissen over een concreet plan om de afhankelijkheid van geïmporteerde olie en gas versneld af te bouwen (23432, nr. 643);
  • de motie-Klaver over geen politieke of militaire steun aan de Amerikaanse en Israëlische oorlog tegen Iran verlenen (23432, nr. 644);
  • de motie-Klaver over de Libanese regering ondersteunen bij de implementatie van resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad (23432, nr. 645);
  • de motie-Klaver over in al het handelen laten blijken dat het buitenlandbeleid primair door de minister van Buitenlandse Zaken wordt vormgegeven (23432, nr. 646);
  • de motie-Dassen over zich binnen de EU inzetten voor een gecoördineerde aanpak bij de repatriëring van EU-burgers uit conflictgebieden (23432, nr. 647);
  • de motie-Dassen/Dobbe over zich binnen de EU actief inzetten voor maximale gezamenlijke diplomatieke druk op de strijdende partijen (23432, nr. 648);
  • de motie-Dassen/Klaver over uitspreken dat er geen begrip kan zijn voor de militaire aanvallen van de VS en Israël op Iran (23432, nr. 649);
  • de motie-Bontenbal c.s. over waar mogelijk met middenmachten optrekken in het hervormen van internationale instellingen zodat de stem van landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika daarin zwaarder gaat meewegen (23432, nr. 650);
  • de motie-Ceder c.s. over zowel bilateraal als in EU-verband actief opkomen voor het garanderen van de veiligheid van humanitaire hulpverleners in Libanon (23432, nr. 651);
  • de motie-Ceder c.s. over voordat de winter van '26/'27 invalt een werkend en ruimhartig noodfonds energie beschikbaar hebben voor burgers in energiearmoede (23432, nr. 652);
  • de motie-Vermeer over een waarschuwing dat de minister van Defensie de Kamer altijd volledig moet informeren (23432, nr. 653);
  • de motie-Eerdmans over steun uitspreken voor de democratische aspiraties van het Iraanse volk (23432, nr. 654);
  • de motie-Markuszower c.s. over ervoor zorgen dat vluchtelingen in hun eigen regio worden opgevangen (23432, nr. 655);
  • de motie-Markuszower/Vermeer over zo snel mogelijk een drastische accijnsverlaging op brandstoffen doorvoeren (23432, nr. 656);
  • de motie-Wilders over steun uitspreken voor de gezamenlijke Amerikaans-Israëlische militaire operatie tegen Iran (23432, nr. 657);
  • de motie-Wilders c.s. over de Iraanse ambassade in Nederland sluiten en alle Iraanse diplomaten het land uit sturen (23432, nr. 658);
  • de motie-Wilders/Markuszower over de Amerikaanse president en de Israëlische premier voordragen als kandidaten voor de Nobelprijs voor de Vrede (23432, nr. 659);
  • de motie-Wilders over het de-islamiseren van Nederland (23432, nr. 660);
  • de motie-Wilders over afkeuren dat Nederland zich heeft gemengd in de genocidezaak tegen Israël bij het ICJ (23432, nr. 661);
  • de motie-Keijzer/Markuszower over het wetsvoorstel Strafbaarstelling verheerlijking van terrorisme na ontvangst vanuit de Raad van State onverwijld naar de Kamer sturen (23432, nr. 662);
  • de motie-Struijs over met alle scenario's rekening houden en indien nodig aanvullende veiligheidsmaatregelen nemen tegen terroristische dreigingen (23432, nr. 663);
  • de motie-Stoffer over de Nederlandse en Europese positie ten aanzien van het nucleaire akkoord met Iran gedurende de kabinetten Rutte-II en -III evalueren in het licht van de huidige ontwikkelingen en de destijds gemaakte afwegingen (23432, nr. 664).

De voorzitter:

De fractie van de PVV verzoekt om een hoofdelijke stemming over de moties op de stukken nrs. 658 en 660. Maar eerst zijn er twee stemverklaringen, en wel van mevrouw Nanninga en de heer Paternotte. Mevrouw Nanninga krijgt het woord. Gaat uw gang.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst een stemverklaring namens de fractie van JA21 over de motie-Ceder, over het noodfonds. Een noodfonds voor energie is een tijdelijke oplossing voor een permanent probleem. Dat permanente probleem is dat we energie voor heel veel huishoudens kunstmatig onbetaalbaar hebben gemaakt met energiebelastingen die tot de hoogste van Europa behoren. Een noodfonds is en blijft pleisters plakken. Dat gezegd hebbende, het kabinet heeft al aangekondigd te werken aan een tijdelijk noodfonds voor Nederlanders in energiearmoede. Omdat JA21 het ook belangrijk vindt dat energiearmoede wordt aangepakt, zullen wij deze motie voor nu steunen, maar wel onder één voorwaarde. Wat JA21 betreft moet dit de laatste keer zijn, want de echte oplossing is geen tijdelijk noodfonds maar een permanente verlaging van de belastingen op energie. Dank u wel.

Voorzitter. Dan de motie-Wilders, over het sluiten van de Iraanse ambassade in Nederland. Diplomatieke relaties vormen een belangrijk kanaal voor communicatie tussen staten, ook wanneer de verhoudingen gespannen zijn. Het sluiten van een vertegenwoordiging is een zwaar diplomatiek middel. In 2012 deed Nederland dit uit protest tegen het Syrische regime. Eerder heeft onze fractie tegen dergelijke moties gestemd. Hierbij speelde vooral de veiligheid van ons eigen ambassadepersoneel in Teheran en onze informatiepositie een doorslaggevende rol, maar de situatie is inmiddels veranderd. Vanwege veiligheidsredenen is de Nederlandse ambassade in Teheran per 10 maart verplaatst naar Bakoe. Daarmee wegen deze argumenten voor onze fractie nu anders. Het Iraanse regime terroriseert het Midden-Oosten al decennia. De AIVD heeft gewezen op de gevaren van Iran. Tegen die achtergrond wil mijn fractie een zwaar politiek signaal afgeven richting het Iraanse regime. JA21 zal de motie-Wilders daarom steunen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

Voorzitter. Ik heb een stemverklaring over de motie-Klaver. Deze motie vraagt om geen politieke of militaire steun aan de Amerikaanse en Israëlische operaties tegen Iran. De fractie van D66 zal voor deze motie stemmen. We zien op dit moment een oorlog zonder helder doel, met grote risico's op verdere escalatie en met onzekere gevolgen voor de toekomst van de Iraniërs zelf. Als de omstandigheden veranderen, zullen wij steeds opnieuw kijken naar wat in het belang is van Nederland en Europa, maar vooralsnog ligt er nu geen duidelijk plan voor wat de VS met deze oorlog willen bereiken. Daarom steunt mijn fractie deze motie.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot heeft ook de heer Brekelmans zich gemeld voor een stemverklaring. Daar geef ik hem de gelegenheid voor.

De heer Brekelmans (VVD):

Voorzitter. Het Iraanse regime onderdrukt zijn eigen burgers, steunt terroristische organisaties in de regio en ontwikkelt ballistische raketten en een nucleair programma dat ook voor ons een bedreiging vormt. De VVD staat achter de lijn van het kabinet, dat begrip heeft getoond voor de militaire operatie van de Verenigde Staten en Israël. Die term "begrip" is voor het kabinet ook passend, aangezien Nederland niet betrokken is bij deze militaire operatie. Tegelijkertijd moet heel helder en duidelijk zijn aan welke kant de VVD staat: aan de kant van vrijheid, aan de kant van het Iraanse volk, de Verenigde Staten en Israël, en aan de kant van onze partners in de regio. Wij steunen moreel het Iraanse volk. Om geen misverstanden te laten ontstaan over aan welke kant de VVD staat, zullen wij voor de motie-Wilders stemmen en tegen de motie-Klaver.

De voorzitter:

We gaan stemmen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (23432, nr. 635).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (23432, nr. 636).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (23432, nr. 637).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (23432, nr. 638).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (23432, nr. 639).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (23432, nr. 640).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (23432, nr. 641).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen c.s. (23432, nr. 642).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Teunissen (23432, nr. 643).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Klaver (23432, nr. 644).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Klaver (23432, nr. 645).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klaver (23432, nr. 646).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen (23432, nr. 647).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen/Dobbe (23432, nr. 648).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen/Klaver (23432, nr. 649).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bontenbal c.s. (23432, nr. 650).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (23432, nr. 651).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (23432, nr. 652).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (23432, nr. 653).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (23432, nr. 654).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Struijs.

De heer Struijs (50PLUS):

Voorzitter. Bij de voorgaande motie waren we iets te langzaam, maar we waren voor.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd; dank u wel.

In stemming komt de motie-Markuszower c.s. (23432, nr. 655).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Markuszower/Vermeer (23432, nr. 656).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders (23432, nr. 657).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Ik verzoek om stilte in de zaal, zodat we uw stem goed kunnen horen.

In stemming komt de motie-Wilders c.s. (23432, nr. 658).

Vóór stemmen de leden: Stoffer, Stöteler, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Van den Berg, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Eerdmans, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Heutink, Hoogeveen, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer, Kops, Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon en Schilder.

Tegen stemmen de leden: Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vliegenthart, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Bevers, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Dassen, Dekker, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Van Eijk, Ergin, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, De Hoop, Van Houwelingen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Frederik Jansen, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Russcher en Schoonis.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 44 stemmen voor en 104 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders/Markuszower (23432, nr. 659).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Over de volgende motie wordt hoofdelijk gestemd. Ik verzoek de griffier opnieuw om de namenlijst op te lezen. Ik verzoek ook opnieuw om absolute stilte in de zaal.

In stemming komt de motie-Wilders (23432, nr. 660).

Vóór stemmen de leden: Claassen, Dekker, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Faber, Graus, Heutink, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Frederik Jansen, Keijzer, Kops, Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Stöteler, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wilders, Boon en Martin Bosma.

Tegen stemmen de leden: Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink en Bromet.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 34 stemmen voor en 115 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders (23432, nr. 661).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Struijs (23432, nr. 663).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (23432, nr. 664).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Europese top d.d. 19-20 maart

Stemmingen moties Europese top d.d. 19-20 maart

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Europese top d.d. 19-20 maart,

te weten:

  • de motie-Dassen/Hoogeveen over pleiten voor gebruikmaking van het 28ste regime voor insolventie- en belastingwetgeving (21501-20, nr. 2381);
  • de motie-Dassen over inzetten op verkorting van de looptijd van het MFK (21501-20, nr. 2382);
  • de motie-Dassen over inzetten op heractivering van gezamenlijke gasinkoop (21501-20, nr. 2383);
  • de motie-Klos/Krul over voorstellen uitwerken voor democratische en institutionele hervormingen van de Europese Unie (21501-20, nr. 2384);
  • de motie-Van Baarle over de Israëlische minister Katz tot persona non grata verklaren (21501-20, nr. 2385);
  • de motie-Van Baarle over pleiten voor sancties tegen entiteiten die aantoonbaar activiteiten ontplooien om illegale nederzettingen in Palestijnse gebieden te vestigen (21501-20, nr. 2386);
  • de motie-Van Baarle over naar draagvlak zoeken voor opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord (21501-20, nr. 2387);
  • de motie-Van Baarle over pleiten voor te treffen maatregelen indien Israël nieuwe plannen voor illegale nederzettingen maakt (21501-20, nr. 2388);
  • de motie-Van der Lee c.s. over zich inzetten voor een Europees versnellingsplan voor energieonafhankelijkheid (21501-20, nr. 2389);
  • de motie-Van der Lee/Dassen over met gelijkgestemde EU-lidstaten extra middelen vrijmaken om Oekraïne draaiende te houden (21501-20, nr. 2390);
  • de motie-Hoogeveen over zich uitspreken tegen protectionistische eisen en voor een gelijk speelveld (21501-20, nr. 2391);
  • de motie-Hoogeveen over zich uitspreken tegen een Europees prijsplafond op gas (21501-20, nr. 2392);
  • de motie-Struijs over inzetten op ondersteuning van de EU ter bescherming en versterking van de Rotterdamse haven (21501-20, nr. 2393);
  • de motie-Stöteler over in MFK-onderhandelingen ervoor zorgen dat Nederland netto-ontvanger in plaats van nettobetaler wordt (21501-20, nr. 2394);
  • de motie-Vermeer over nog voor de zomer een integrale nationale voedselstrategie uitwerken (21501-20, nr. 2395).

In stemming komt de gewijzigde motie-Dassen/Hoogeveen (21501-20, nr. ??, was nr. 2381).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen (21501-20, nr. 2382).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen (21501-20, nr. 2383).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klos/Krul (21501-20, nr. 2384).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (21501-20, nr. 2385).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (21501-20, nr. 2386).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (21501-20, nr. 2387).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (21501-20, nr. 2388).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (21501-20, nr. 2389).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hoogeveen (21501-20, nr. 2391).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hoogeveen (21501-20, nr. 2392).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Struijs (21501-20, nr. 2393).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stöteler (21501-20, nr. 2394).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer (21501-20, nr. 2395).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Selibon

Stemming motie Selibon

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Selibon,

te weten:

  • de motie-Ceder c.s. over de aanbevelingen van de Nationale ombudsman overnemen om in te grijpen bij de vuilstort bij Selibon Lagun (22343, nr. 444).

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder c.s. (22343, nr. ??, was nr. 444).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Dat waren de stemmingen. Ik schors een kort ogenblik, waarna we naar de regeling van werkzaamheden gaan.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en verzoek de leden hun plaatsen in te nemen.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor toestemming te verlenen aan de vaste commissie voor Asiel en Migratie voor het houden van een wetgevingsoverleg met stenografisch verslag op maandag 23 maart van 10.00 uur tot 18.00 uur over het Europees Migratiepact.

Ingekomen is een aantal beschikkingen van de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal inzake de volgende aanwijzingen:

  • in de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie het Tweede Kamerlid De Beer tot lid;
  • in de OVSE Parlementaire Assemblee het Eerste Kamerlid Fiers tot plaatsvervangend lid in plaats van het Eerste Kamerlid Recourt;
  • in de Benelux Interparlementaire Assemblee het Tweede Kamerlid Becker tot lid;
  • in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa het Tweede Kamerlid Müller tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Op verzoek van de fractie CDA benoem ik in de Kunstcommissie het lid Van Lanschot tot lid.

Op verzoek van de Groep Markuszower benoem ik:

  • in de contactgroep Verenigd Koninkrijk het lid Markuszower tot lid;
  • in de contactgroep Verenigde Staten het lid Markuszower tot lid.

Op verzoek van de fractie D66 benoem ik:

  • in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Jagtenberg tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Synhaeve;
  • in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Vellinga-Beemsterboer tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Heera van Dijk;
  • in de vaste commissie voor Asiel en Migratie het lid Oosterhuis tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Rooderkerk;
  • in de vaste commissie voor Economische Zaken het lid Köse tot lid in plaats van het lid Van der Werf, het lid Sneller tot lid in plaats van het lid Biekman en het lid Van der Werf tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Köse. Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:
  • het tweeminutendebat Drugsbeleid (CD d.d. 12/03), met als eerste spreker het lid Faber namens de PVV;
  • het tweeminutendebat BOA-stelsel (CD d.d. 12/03), met als eerste spreker het lid Martens-America namens de VVD;
  • het tweeminutendebat Internationale Klimaatstrategie (CD d.d. 12/03), met als eerste spreker het lid Kröger namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan mevrouw Zalinyan voor haar voorstel namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. De inwoners van het dorp Moerdijk zitten al jaren in grote onzekerheid over hun toekomst en de toekomst van hun dorp. Dit soort besluiten zijn ingrijpend. Dat verdient een plenaire behandeling. Er was een meerderheid voor een debat, maar dat is niet ingepland en is vervallen. Bij dezen verzoek ik om een plenair debat over de toekomst van het dorp Moerdijk met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Wat de Partij voor de Dieren betreft moet de olieraffinaderij van Shell daar weg in plaats van het dorp Moerdijk, dus van harte steun voor het debat.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De heer Mooiman (PVV):

Het is belangrijk om het hierover te hebben, dus zeker steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

Mevrouw Müller (VVD):

Op zich steun voor een debat, maar eerst een brief van het kabinet.

De heer Mathlouti (D66):

Ook steun, maar inderdaad eerst een brief.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):

Dank.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn verzoek namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter, dank u wel. Onze lokale kandidaat in Den Haag, Mourad Ouari, was aan het flyeren in Duindorp, Den Haag, werd belaagd en kreeg naar zijn hoofd geslingerd dat hij maar moest oprotten met zijn islamitische zooi. Veel kandidaten van DENK krijgen dit soort verschrikkelijke haat, racisme en islamofobe drek over zich heen. Het gaat om kandidaten die een hoofddoek dragen, kandidaten die zich willen inzetten. Wij staan naast al onze kandidaten. Van onze kandidaten blijf je af. Maar blijkbaar is in Nederland het patroon dat als je je inzet en zichtbaar moslim of islamitisch bent, je dit soort reacties krijgt. Dat moet afgelopen zijn. Daarom wil ik een debat met de minister van Binnenlandse Zaken over de bestrijding van moslimhaat in dit land.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Ceulemans (JA21):

Nee, voorzitter, bij ons hangen er Hitlerstickers op posters. Daar moet je geen debatten over aanvragen. Daar moet je schijt aan hebben en dan ga je er twee keer zo hard tegenaan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Wat voor moslims geldt, geldt ook voor Joodse mensen. Op 1 april is er een commissiedebat Discriminatie. Ik zou het daar willen onderbrengen, dus geen steun voor een plenair debat.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Totaal eens met de bijdrage van mevrouw Van der Plas: 1 april commissiedebat.

Kamerlid Kostić (PvdD):

We hebben hier een aantal keren terecht een plenair debat gehad over het stijgende antisemitisme in Nederland. Het lijkt me niet meer dan terecht om het dan ook over de stijgende moslimhaat te hebben. Dus steun voor het debat.

Mevrouw Paulusma (D66):

Ik volg de lijn van mevrouw Van der Plas: het kan in een commissiedebat.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik ook.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik wil het eigenlijk wel steunen, omdat het niet alleen gaat over een kandidaat met een bepaald geloof. Voor mij is een kandidaat van een politieke partij onheus bejegend. Dus steun. Ik begrijp dat er een commissiedebat is en dat dat sneller zal zijn, maar in ieder geval steun voor het verzoek.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Het lijkt mij goed om een apart debat over de aanpak van moslimdiscriminatie te hebben, dus steun.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):

Geen steun.

De heer Dassen (Volt):

Van harte steun, voorzitter.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):

Volgens mij wel 30 leden.

De voorzitter:

Ja.

De heer Van Baarle (DENK):

Dan is het aan de mensen om op 18 maart een antwoord te geven.

De voorzitter:

Dank u wel.

Het woord is aan de heer De Hoop, voor zijn voorstel namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ook na de verkiezingen is de woningnood nog steeds een heel groot probleem. Heel veel woningzoekenden komen niet aan de beurt. Daarom lijkt het mij goed om een plenair debat te hebben met de minister van Volkshuisvesting over de woningbouwopgave in Nederland. We hebben in mei een commissiedebat gepland met de commissie Volkshuisvesting. Die zou ik willen omzetten naar een plenair debat met de minister van Volkshuisvesting over de grote woningbouwopgave in Nederland.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Mooiman (PVV):

Voorzitter. Het lijkt mij goed om dit bredere debat over de woningbouwopgave plenair te houden, dus van harte steun.

De heer Mathlouti (D66):

Zeker steun.

Mevrouw Steen (CDA):

Steun.

De heer Nobel (VVD):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer Flach (SGP):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Het gebeurt niet vaak, maar ik sluit aan.

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een meerderheid.

Het woord is aan de heer Stultiens, eveneens namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. We hebben een coalitieakkoord. We hebben een regeringsverklaring gehad, maar we wachten nog op de Startnota met de financiële uitwerking voor de komende vier jaar. Die schijnt eraan te komen. Dat is goed nieuws. Daarom lijkt het me verstandig om voor het meireces een plenair debat in te plannen over de Startnota, met de minister en staatssecretaris van Financiën.

De voorzitter:

Ik kijk of u steun heeft.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Op 22 en 23 april is er een debat over de Voorjaarsnota. Daar kan dit bij betrokken worden. Geen steun.

De heer Stöteler (PVV):

Exact dat.

De heer Flach (SGP):

Het is wel een heel belangrijk document, dat je maar heel weinig kunt bespreken, denk ik. Dus ik steun het voorstel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Wel steun.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Laten we het inderdaad betrekken bij het debat over de Voorjaarsnota.

De heer Mathlouti (D66):

Eens; geen steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Van harte steun.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Dat is jammer. We zullen het dan betrekken bij het debat over de Voorjaarsnota. Ik hoop dat de collega's dan niet zeggen dat het alleen maar gaat over het huidige jaar, maar over de hele vier jaar, en dat we genoeg spreektijd krijgen.

De voorzitter:

Waarvan akte.

U heeft nog een voorstel.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ja, het tweede verzoek gaat over de hypotheekrenteaftrek, een bekende aftrek. In de campagne ging het er vaak over. Er werd beloofd dat hij zou worden afgebouwd. En wat is de uitkomst? Hij wordt verruimd de komende jaren. Ook dit vraagt om een debat, met de staatssecretaris van Financiën.

De voorzitter:

Ik kijk of u steun heeft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Geen steun.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Geen steun. Dit kan bij de Voorjaarsnota.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Schandalig; van harte steun.

De heer Stöteler (PVV):

Geen steun.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dit kan bij de Voorjaarsnota.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Laten we het bij de Voorjaarsnota betrekken.

De heer Mathlouti (D66):

Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Dat belooft wat voor het debat over de Voorjaarsnota, voorzitter.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Mocht het nog helpen: steun.

De voorzitter:

We hebben het in ieder geval genoteerd.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ik hoor dat het debat over de Voorjaarsnota voor het zomerreces is. Dat lijkt me belangrijk om op te schrijven.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van den Berg voor zijn verzoek namens JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank, voorzitter. Onze leveringszekerheid is in gevaar. Gasunie waarschuwt dat de Europese Unie onvoldoende is voorbereid op een langdurige verstoring van de aardgaslevering en dat uitval van aanvoer uit Noorwegen of de Verenigde Staten tot een nieuwe gascrisis kan leiden. Topsector Energie waarschuwt tegelijk dat sabotage van leidingen, kabels en andere energie-infrastructuur allang geen theoretisch risico meer is. Terwijl die waarschuwingen er liggen, zijn de Nederlandse gasopslagen vandaag nog maar voor 7,1% gevuld en bedraagt de gemiddelde landelijke adviesprijs voor Euro 95 inmiddels €2,50 per liter. Daarom vraag ik een debat aan met de minister van Klimaat en Groene Groei over de vraag of Nederland nog wel voorbereid is op oorlog, sabotage en een langdurige verstoring van onze energieaanvoer.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Na de coronacrisis en de inval van Rusland in Oekraïne zou je zeggen dat we wat beter waren voorbereid. Dat zijn we niet. Weerbaarheid is belangrijk. Dus steun voor dit debat.

De heer Kops (PVV):

Steun.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dit is geen energiecrisis maar een fossiele crisis. Het is heel belangrijk dat we het hebben over een versnelling van de energietransitie. Steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik denk dat iedereen wel weet dat het antwoord nee is. Maar ik ben ook benieuwd of de minister van Klimaat dat ook vindt. Dus heel erg veel steun.

De heer Flach (SGP):

Steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De heer Klos (D66):

Voorzitter. Wat mij betreft nodigen we de minister van Klimaat en Groene Groei ook uit bij het debat direct na het weekend over de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Dan kunnen we dat gesprek daar voeren. Als er dan niet genoeg vragen zijn beantwoord, kunnen we er alsnog een apart debat over voeren. Ik ben het ermee eens dat dit debat gevoerd moet worden, maar voor nu dus geen steun.

De heer Jumelet (CDA):

Voorzitter. Daar sluit ik mij bij aan. Ik denk dat het goed is de minister volgende week al te kunnen spreken. Dus wat mij betreft geen steun voor dit voorstel.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Müller (VVD):

Ik sluit me aan bij CDA en D66, maar als het niet voldoende aan bod is gekomen, wil ik er wel gewoon een debat over voeren.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

De heer Van den Berg (JA21):

Ja. Ik dank de steuners voor de steun.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Boon voor zijn verzoek namens de PVV.

De heer Boon (PVV):

Dank u, voorzitter. De meerderheid van de Nederlanders wil minder islam, maar de politieke en bestuurlijke elite doet het tegenovergestelde en dringt die juist verder op. We zien de iftartsunami in stadhuizen, politiebureaus, scholen en zelfs de Tweede Kamer, betaald met belastinggeld. Bestuurders buitelen over elkaar heen om hun inclusiviteit te tonen en blijven maar kruipen voor de islam. Wanneer stopt deze iftartsunami, dit kruipen voor de islam en het steeds verder opschuiven richting de sharia? Wanneer gaat de regering deze ontwikkeling eindelijk keren? Daarover wil ik graag een debat voeren.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Op 25 maart is het commissiedebat Politie. Ik zou het daar inbrengen, want dan kunt u het ook sneller doen. Ik weet niet wat de heer Boon nu zegt, maar dat is mijn voorstel. Geen steun nu voor dit plenaire debat.

De heer Flach (SGP):

Ik zou het ook zeker bij het commissiedebat inbrengen, omdat dat sneller is. Desondanks steun voor het debat.

De heer Russcher (FVD):

Steun voor het debat.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Dit gaat niet over iftartsunami's. Dit gaat over de scheiding van kerk en staat, waarin een overheid zich neutraal hoort op te stellen. Onder die noemer geef ik graag steun aan dit debatverzoek.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Van harte steun.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. De iftars zijn uitingen van de aanwezigheid van moslims in Nederland. Ik zou tegen de heer Boon willen zeggen: daar moeten we geen debat over voeren, maar daar moet de heer Boon maar aan wennen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Volgens mij kan dit bij het commissiedebat Politie, dat er ook snel is, dus geen steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, maar nog wel een volgend verzoek.

De heer Boon (PVV):

Ja, ik heb zeker een volgend verzoek. Op 4 februari heb ik naar aanleiding van het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding een debat aangevraagd over antisemitisme. Jodenhaat wordt nu elke dag opener en steeds verder genormaliseerd. Inmiddels zijn er terroristische aanslagen gepleegd op een Joodse school en synagoge. Dit is pure, diepe Jodenhaat die niemand meer kan ontkennen. We moeten zo snel mogelijk een debat voeren over de Jodenhaat die ons land is binnengedrongen. Ik wil uiterlijk volgende week een debat voeren, met daarbij ook de minister-president, want volgens de PVV is de tijd van pappen en nathouden bij Jodenhaat voorbij.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u daar steun voor krijgt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Volgens mij staat er al een antisemitismedebat gepland. Ik kan me ook herinneren dat ik een paar weken geleden heb gevraagd om dat debat vlak voor 4 en 5 mei te houden. Volgens mij was dat al eerder. Volgens mij deed de heer Eerdmans dat ook al eerder. Daar wil ik dus even duidelijkheid over. Er staat al een antisemitismedebat, dat al eerder is aangevraagd. Daarvan hebben we gevraagd: plan dat eerder in, in ieder geval voor 4 en 5 mei. Ik zou de heer Boon willen vragen om dit dan bij het antisemitismedebat te betrekken. Dat wil de heer Boon niet. Hij wil hier een apart debat over. Dan begrijp ik niet wat het antwoord is.

De voorzitter:

Het is een verzoek voor een reeds ingepland debat, om dat spoedig in te plannen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, maar dat is dus dat antisemitismedebat waar ik het over heb. Het verzoek is dus om dat eerder in te plannen en dit erbij te betrekken. Dat is de vraag. Dan kan ik het steunen.

De voorzitter:

Akkoord.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik ben het spoor compleet bijster, maar één ding staat als een paal boven water: we moeten zo snel mogelijk een debat hebben over antisemitisme en de dreiging richting de Joodse gemeenschap. Dus steun. Er staan ook nog andere verzoeken op de lijst die daar een beetje mee overlappen. Wat ons betreft voor alles steun en snel inplannen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat hoeft niet volgende week, want dan verschuiven er weer andere debatten, maar steun als het voor 4 en 5 mei kan.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter. Wat ons betreft hebben we één debat over antisemitisme voor 4 en 5 mei. Er staan meerdere verzoeken op de regeling. Er is een reeds ingepland debat. Wat ons betreft is het heel belangrijk om dat debat te voeren, maar dan als één debat. Welke we dan precies kiezen, het reeds ingeplande debat of eentje op de regeling, vinden wij iets minder belangrijk. Maar steun daarvoor.

Mevrouw Paulusma (D66):

Ik volg bijna de lijn van de heer Krul. Laten we het inplannen bij het al ingeplande commissiedebat, en daar dan één groot geheel van maken.

De heer Ellian (VVD):

Het is even zoeken naar wat er gebeurt. Laat ik het simpel houden: kunnen we het ingeplande debat over antisemitisme voeren en daar alles onder voegen?

De voorzitter:

Dit is het enige debat dat op de lijst staat.

De heer Ellian (VVD):

Dit debat, van de verzoeker?

De voorzitter:

Ja.

De heer Ellian (VVD):

Oké, dan steun om dat snel in te plannen.

De heer Dassen (Volt):

Ik begrijp dus dat er al een antisemitismedebat op de lijst staat. Laten we dat inplannen. Dan geen steun voor dit debat.

De voorzitter:

Dit is het enige debat dat over dit thema gaat dat plenair een meerderheid heeft gekregen. Het verzoek is om dit zo spoedig mogelijk in te plannen. Dat is wat voorligt. Dat is dus dit debat.

Mevrouw Paulusma (D66):

Ik maakte de verwarring nog groter door het woord "commissiedebat" in de mond te nemen, maar ik bedoelde natuurlijk "plenair debat".

De voorzitter:

Zo staan we weer op dezelfde pagina. Dank u wel.

De heer Flach (SGP):

Ik hou het eenvoudig: steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik wil ook op die pagina van een plenair debat over antisemitisme. De tijden verdienen het.

De voorzitter:

We zetten u erbij.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter. Het was misschien net niet helemaal duidelijk, maar als er al een debat gepland is: steun om dat snel te houden. Er zijn allemaal andere verzoeken. Wat ons betreft kunnen die erbij betrokken worden of zo, maar wij zijn gewoon voor één debat, snel.

De voorzitter:

Wij gaan het zo spoedig mogelijk inplannen. We zijn eruit.

Het woord is aan de heer Markuszower voor een volgend verzoek. O, mevrouw Lammers zal dat doen namens de fractie Groep Markuszower.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter. Recent heeft in Utrecht door 50 straatterroristen een aanslag plaatsgevonden op onze politiemacht. Het ging zo ver dat de politie een stadsbus heeft moeten vorderen om zichzelf te kunnen beschermen, een totale escalatie. De burgemeester van Utrecht heeft het totaal niet onder controle. We moeten nu landelijk ingrijpen en opkomen voor onze mannen en vrouwen van de politie. Daarom wil ik een plenair debat met de minister van Justitie en Veiligheid over dit straatterrorisme en de gezagscrisis in onze samenleving.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Er staat volgende week een debat over de politie gepland. Volgens mij is dat ontzettend snel en een goed moment, dus geen steun.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Geen steun om dezelfde reden.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Er is inderdaad het commissiedebat Politie. Dit incident kan daarin meegenomen worden, maar ik hoor mevrouw Lammers nu ook ineens zeggen dat het een debat over de gezagscrisis moet worden. Dat staat niet in het verzoek, maar als er een verzoek wordt gedaan om een debat te houden over de gezagscrisis, dan ga ik dat steunen. Daar heeft Nederland namelijk mee te maken. Maar dan is het handig om dat ook in het verzoek te zetten, want anders krijgen we allemaal gedoe over het commissiedebat en "ze willen het allemaal niet steunen". Dat wil ik wel, maar zeg dan gewoon in het verzoek: ik wil een debat over de gezagscrisis.

De voorzitter:

En dat staat er niet, dus uw voorstel is ...?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dan steun ik het nu niet, want dan kan het gewoon in het commissiedebat over twee weken.

De voorzitter:

Akkoord. Helder.

Mevrouw Faber (PVV):

Steun.

Mevrouw Straatman (CDA):

Geen steun; dit kan bij het commissiedebat.

De heer Dassen (Volt):

Dit kan bij het commissiedebat; geen steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Heel belangrijk om het daar snel over te hebben. Dat kan dus bij het commissiedebat. Dat is de snelste optie.

De heer Mathlouti (D66):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid. U verzocht nog om een dertigledendebat. We zetten 'm erbij op de lijst van dertigledendebatten.

Het woord is aan de heer De Roon voor zijn verzoek namens de fractie van de PVV.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Dit gaat over het voornemen van de Nederlandse regering om een interventie te plegen in de zaak bij het Internationaal Gerechtshof tegen Israël inzake genocide. Als het zo zou zijn dat er volgens de regels kon worden gehandeld, namelijk dat het alleen maar een juridische interventie mag zijn over de interpretatie van het Genocideverdrag ... Als dat het enige is wat er gebeurt, dan moet dat gebeuren door hoogedelachtbare heren in een ivoren toren. Maar de werkelijkheid is natuurlijk dat deze interventies worden opgesteld door ambtenaren, al of niet gesanctioneerd door de verantwoordelijke bewindslieden. Dan krijg je een andere situatie, want die zijn natuurlijk in meerdere of mindere mate op de hoogte van de feiten en kunnen daar dus op de ene of de andere manier rekening mee houden. Dat dat geen theoretisch idee is, wil ik graag heel kort toelichten, voorzitter.

De voorzitter:

Nou ...

De heer De Roon (PVV):

Denk bijvoorbeeld aan de zaak van Oekraïne tegen Rusland twee of drie jaar geleden. Daarover is uiteindelijk in de publiciteit geconcludeerd "meer dan 30 landen hebben Oekraïne gesteund".

De voorzitter:

Dat vind ik echt iets voor in het debat. Dus uw voorstel is om daar een debat over te voeren?

De heer De Roon (PVV):

Nou, ik wil toch even toelichten waarom dat van belang is.

De voorzitter:

Nee, ik wil graag dat u een voorstel doet.

De heer De Roon (PVV):

Ik ga het heel kort doen — héél kort.

De voorzitter:

Dit is de regeling van werkzaamheden, meneer De Roon.

De heer De Roon (PVV):

Ja, ik weet het.

De voorzitter:

Anders ga ik het voor u doen.

De heer De Roon (PVV):

Maar ik wil toch nog wel zeggen dat inmiddels de pers al lucht heeft gekregen van de interventie van de Verenigde Staten en zegt: dat zijn gewoon beschuldigingen. De VS zeggen: die beschuldigingen zijn onjuist. En Nederland dringt erop aan dat het Gerechtshof de uithongering en het tegenhouden van humanitaire hulp gaat onderzoeken. Nu zal dat allemaal best onafhankelijk bedoeld kunnen zijn, maar het kan ook heel anders worden uitgelegd. Daarover ...

De voorzitter:

En daar wilt u een debat over.

De heer De Roon (PVV):

... wil ik een debat.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is. Het is in ieder geval duidelijk.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ik ben het met alles eens wat de heer De Roon net zei en zeker ook met zijn debatverzoek, dus van harte steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik houd het kort: steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter, steun. Dit is een voeging die volgens mij internationaal wel wat implicaties heeft, omdat Duitsland, dat in de Myanmar-zaak naast Nederland stond, nu volgens mij aan de andere kant staat.

De voorzitter:

En tot welke conclusie leidt dat?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat het goed is om dit debat met elkaar te voeren omdat het volgens mij implicaties heeft waar de Kamer zich niet over heeft kunnen uitspreken. Om die reden is het belangrijk.

De voorzitter:

De ChristenUnie steunt het debat.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Mijn fractie heeft al heel lang gevraagd om aan te sluiten bij de zaak van Zuid-Afrika. Het is in ieder geval belangrijk dat het kabinet nu eindelijk deze stap heeft genomen. Er staat al een debat over zowel het Midden-Oosten als Palestina gepland. Daar kan dit wat ons betreft onder vallen. Daar is al een meerderheid voor, dus geen steun voor dit debat.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer Dassen (Volt):

Er staat een debat gepland. Volgens mij moeten we dáár dan ook gaan bespreken wat de implicaties zijn van het feit dat Nederland zich heeft aangesloten, namelijk dat het ook meer actie moet ondernemen.

Mevrouw Dobbe (SP):

Er staat inderdaad een debat gepland over het Midden-Oosten en Palestina. Mijn voorstel zou zijn om dat nogmaals snel in te plannen, maar geen steun voor dit verzoek.

Mevrouw Maes (VVD):

Ook geen steun voor dit verzoek, juist omdat er een debat gepland staat, maar ook omdat we die schriftelijke zienswijze nog niet hebben. Inhoudelijk hebben we het nog nergens over.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Ik had gehoopt dat in plaats van miepen over een interventie bij de genocidezaak hier debatten gesteund zouden worden om die genocide te stoppen en daar wat tegen te doen. Dus geen steun voor dit verzoek. Er staan inderdaad al meerdere debatten over dit onderwerp op de lijst. Die moeten snel worden ingepland.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Er moet alles op alles worden gezet om de genocide te stoppen. Geen steun voor dit debat.

De heer Flach (SGP):

Wél steun voor dit debat.

Mevrouw Paulusma (D66):

Geen steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Steun. Graag de informatie die vorige week gevraagd is aan het kabinet.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid voor dit debat, meneer De Roon.

De heer De Roon (PVV):

Wel 30 leden?

De voorzitter:

Zeker. We zetten 'm erbij op de lijst.

Dan is het woord aan mevrouw Maeijer voor haar voorstel namens de fractie van eveneens de PVV.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Meisjesbesnijdenis en genitale verminking van vrouwen zijn barbaarse vormen van mishandeling. Waar we het over hebben, gaat van het inknippen of verwijderen van de clitoris of de schaamlippen tot het dichtnaaien van de vagina, met als gevolg pijn, bloedingen, infecties en problemen bij de bevalling. Het is een praktijk waardoor meisjes levenslang lichamelijk en psychisch zijn verminkt. Het klinkt middeleeuws, maar het gebeurt nog steeds. In Nederland zijn er zo'n 41.000 vrouwen genitaal verminkt en lopen duizenden meisjes het risico dit ook te ondergaan. Ik zou hier graag een plenair debat over voeren met de minister van VWS.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar steun voor heeft.

De heer Bevers (VVD):

Voorzitter. Dit is inderdaad een belangrijk punt. De VVD en ook andere fracties vragen hier regelmatig aandacht voor. Ik zou mevrouw Maeijer willen adviseren om in plaats van een apart debat te voeren, het samen te voegen met het debat dat inmiddels op de negende plek van de langetermijnplanning staat, namelijk het debat over familierecht in relatie tot femicide, aangevraagd door collega Mutluer. Dat lijkt mij veel sneller aan de orde.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Prima, steun. Dit kunnen we dan twee keer behandelen.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Ik volg de wijze woorden van de heer Bevers.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Ook ik sluit me aan bij het voorstel van de heer Bevers.

Mevrouw Dobbe (SP):

Wij hebben hier meermaals aandacht voor gevraagd. Het is, denk ik, heel belangrijk om hier een apart debat over te voeren, dus wat ons betreft steun.

Mevrouw Armut (CDA):

Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Bevers.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ook ik sluit me aan bij de woorden van de heer Bevers.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Dit is een heel belangrijk onderwerp. Ik vraag me wel het volgende af. Ik heb even gemist wat de woorden van de heer Bevers waren, omdat ik met mevrouw Van der Plas in gesprek was. Ik vraag me af of het in de commissie voor VWS thuishoort, omdat VWS echt gaat over Nederlandse zorg en het verboden is in Nederland. Van harte steun dus voor het debat, maar misschien zou de minister van Justitie en Veiligheid daar dan ook bij betrokken moeten worden.

De voorzitter:

We geleiden het door naar het kabinet, als het voorstel wordt aangenomen.

De heer Dassen (Volt):

Ook ik sluit me aan bij de heer Bevers.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ook ik sluit me ook aan bij de heer Bevers. Dit is echt iets voor de minister van Justitie. Volgens mij is het debat dat door mevrouw Mutluer is aangevraagd, met de minister van Justitie.

De heer Flach (SGP):

De SGP en de ChristenUnie steunen allebei dit verzoek, maar als het idee van de heer Bevers praktischer is, zeggen wij: hoe sneller we dit kunnen behandelen, hoe beter.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Maeijer.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Wel 30 leden?

De voorzitter:

Wel 30 leden.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Dan zet ik 'm graag op de lijst.

De voorzitter:

Ja.

Uw volgende verzoek.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Voorzitter, dank. Vorige week ontvingen we een indringende brief van mevrouw Jacobs. Zij is 46 jaar en heeft uitgezaaide borstkanker. Het medicijn ENHERTU, dat haar leven zou kunnen verlengen, is in Nederland alleen voor mensen met een ander type borstkanker verkrijgbaar. In diezelfde week besloot farmaceut BioMarin om helemaal geen aanvraag in te dienen voor de vergoeding van het groeimedicijn Voxzogo, een middel dat al in meer dan 50 Europese landen beschikbaar is. Daarmee komt het niet op de Nederlandse markt, met alle gevolgen van dien voor patiënten en hun naasten. Het zijn slechts twee geneesmiddelen die ik benoem, maar het probleem is breder. Ik zou daarom graag een debat willen aanvragen met de minister van VWS, over de toegang tot geneesmiddelen in Nederland.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik begrijp nu wat het verzoek is. Van harte steun. Ik heb hetzelfde soort verzoek, die hopelijk ook een meerderheid zal krijgen. Dan kunnen we die samenvoegen, zo is mijn voorstel.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, steun. Ik zag later het verzoek van de heer Claassen. Als het een meerderheid krijgt, is het wellicht goed om er maximaal één debat van te maken.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Claassen: steun voor het debat.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Geen steun. Volgens mij kan dit ook bij het debat over eerstelijnszorg, dat al op korte termijn plaatsvindt, worden betrokken.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun. Als beide verzoeken — ik doel dus ook op het verzoek van de heer Claassen, dat later komt — vandaag een meerderheid krijgen, dan graag één debat in plaats van twee.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter. Daar sluit ik me bij aan. Het is zorgwekkend dat het Zorginstituut zichzelf heeft uitgesproken tegen een farmaceut. Ik denk dat het goed is dat we, als je het bijvoorbeeld hebt over het middel Voxzogo, in algemene zin praten over de toegang tot geneesmiddelen. Dat is ook de debataanvraag van mevrouw Maeijer. Daar geven wij steun aan.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Een zeer belangrijk onderwerp, maar toch geen steun. Ik denk dat het sneller kan als het toegevoegd wordt aan een al ingepland commissiedebat, bijvoorbeeld over het zorgverzekeringsstelsel. Denk ook aan de suggestie die een collega eerder deed. Dan houden we tempo.

De heer Russcher (FVD):

Wel steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Bevers (VVD):

Geen steun. Ik sluit me aan bij mevrouw Paulusma.

De heer Flach (SGP):

Steun, namens de ChristenUnie en de SGP.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid, mevrouw Maeijer.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Mooi.

De voorzitter:

Meneer Heutink krijgt het woord voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik zeg het hier nog maar een keer: de brandstofaccijns moet echt omlaag. Terwijl het kabinet doet alsof we allemaal wel kunnen wachten, werd vanochtend bekend dat de landelijke adviesprijs voor een liter benzine inmiddels €2,50 is. Dat heeft funeste gevolgen voor onze economie. Alles wordt onbetaalbaar. Nu zijn het de rijscholen die hun tarieven moeten verhogen, maar ik garandeer u: straks zullen het nog veel meer sectoren gaan worden. Elke dag dat we langer wachten met het verlagen van de accijnzen, is een dag waarop we opnieuw schade aan onze economie berokkenen. Ik wil dan ook een debat met de minister van IenW en de minister van Financiën om te praten over de brandstofaccijnzen en, als het even kan, zo snel mogelijk.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.

De heer Bikkers (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Het is een ongelofelijk belangrijk onderwerp. Tegelijkertijd hebben we volgende week een debat over de economische gevolgen van de situatie in het Midden-Oosten. Ik denk dat we het, om snelheid te maken, vooral daar kunnen bespreken. Dus geen steun.

De heer Flach (SGP):

Dit had ik ook willen zeggen, dus ik sluit me daar kortheidshalve bij aan.

De heer Jumelet (CDA):

Ik sluit me daar ook graag bij aan. Geen steun, voorzitter.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik zou dat zelfs nog willen overtoepen met het feit dat de heer Heutink hetzelfde verzoek op 10 februari heeft gedaan en daar ook gewoon steun voor heeft gekregen. De heer El Abassi heeft vorige week ook hetzelfde verzoek gedaan. Er staat een debat ingepland waar dit prima bij betrokken kan worden. Het lijkt me dus niet nodig om dit verzoek elke week opnieuw te doen.

De heer Dassen (Volt):

Het kan volgende week, voorzitter.

De heer Russcher (FVD):

Wel steun.

De heer Mathlouti (D66):

Het kan gewoon volgende week; geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Mijn collega El Abassi heeft vorige week een soortgelijk debat aangevraagd. Als dit verzoek dat debat niet gaat belemmeren of voor de voeten gaat lopen, dan wil ik het voorstel zeker steunen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Dit is gewoon een heel belangrijk onderwerp. Dat onderken ik. Dit kan ook in verschillende commissies. Iedereen staat hierover debatten aan te vragen, wat ik terecht vind, want mensen hebben gewoon nou eenmaal moeite met het betalen van hun benzine. Maar dit gaat wel heel specifiek richting IenW, over de rijscholen. Het is zo veel breder. Ik wil het wel steunen, maar ik geef dit wel even mee. Dit gaat echt over één onderwerp. Wij zullen het in het debat breder trekken. Dat zou ik andere Kamerleden dan ook …

De voorzitter:

Maar dat u het wil, betekent niet dat u het doet. Steunt u het voorstel of niet?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, nee, zeker! Ik steun het.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Wat fijn!

De voorzitter:

We noteren "steun".

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Maar dan gaat het niet alleen over de rijschoolhouders natuurlijk. Dat moeten we er dan even bij zeggen.

De voorzitter:

Nee. Waarvan akte.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Maar ik denk dat het hele debat niet doorgaat, want er is geen meerderheid.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Nee, precies! Helaas.

De voorzitter:

Wel hebben we meneer Claassen, die ik het woord geef voor zijn verzoek namens eveneens de Groep Markuszower.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik begin met mijn eerste verzoek. Ik weet niet meer welke dat was.

De basiliek in Rome bezoek je bij voorkeur niet met een T-shirt aan, maar je bedekt je armen. Als je in Scandinavië een huis betreedt, dan doe je netjes je schoentjes uit. Dat is allemaal prima. Maar in Nederland faciliteer je als school zeker geen iftars waarbij de consequentie is dat je accepteert dat je meer dan 50 jaar terug geslingerd wordt in de tijd. Jongens en meisjes worden namelijk gescheiden. Dat is ook helemaal niet de taak en de opdracht van het onderwijs. Ik ben benieuwd hoe de Kamer dit ziet, maar ik ben ook benieuwd hoe de staatssecretaris denkt deze glijdende schaal van ongewenste secularisatie in het onderwijs tegen te gaan. Ik wil daarover graag het debat voeren.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Ik wil hier ook heel graag een debat over voeren.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Top. Dank u.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat kan op 1 april in het debat Discriminatie. Het kan in het debat Vreemdelingen- en asielbeleid van 23 april. Ik zeg met nadruk dat ik vind dat we het hier echt over moeten hebben, maar we willen hier ook snelheid in. Het aanvragen van een debat dat misschien volgend jaar december wordt gehouden, heeft dan niet zo veel zin.

De voorzitter:

Dus dit leidt tot "geen steun"?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik steun het verzoek, maar ik wil mensen ook echt oproepen om eens te kijken naar die commissiedebatten om te zien wanneer iets sneller kan. Anders wordt dit wel een beetje een soort show elke week door het aanvragen van plenaire debatten. Dat doe ik zelf ook, hoor, met de wolf; daar ben ik eerlijk in. Maar ik zit wel altijd een beetje te zoeken naar snelheid. Ik vind het belangrijk om aan te geven: het kan in een commissiedebat. Ik steun dan toch dit verzoek.

De voorzitter:

We noteren "steun". Ik wil u vragen om even het woord aan de leden te laten, meneer Claassen. Meneer Ergin, wordt de inrichting hier nou ook al ontmanteld? Het is niet te geloven! Meneer Ergin, steunt u het debatverzoek?

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter, er viel net een plopkapje. Daar was ik mee bezig.

De voorzitter:

Ik zag het.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Los van het feit dat de school in kwestie heeft aangegeven dat het zou gaan om ongelukkige communicatie, lijkt het mij totaal onverstandig dat wij het in dit huis gaan hebben over ingangen, ramen, deuren en kozijnen. We moeten gewoon zorgen voor goed onderwijs, waar iedereen zichzelf kan zijn en waar ook ruimte is voor een iftar. Daarom geen steun voor dit voorstel.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. Mijn fractie heeft hier schriftelijke vragen over gesteld. Ik denk dat het goed is om het erover te hebben, maar dat kan wat mij betreft in een commissiedebat, waarin specifiek kan worden ingezoomd op burgerschapsonderwijs en hoe dit zich daartoe verhoudt. Geen steun voor een plenair debat.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter. De aanvraag is een wat specifiekere versie van het debat dat al door de heer Boon is aangevraagd. Dat steun ik, dus dit ook.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Geen steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil even een kleine correctie doen. Ik noemde het debat over de wolf in de context van een show, maar dat is geen show. Het debat over de wolf is natuurlijk het belangrijkste debat dat we hier moeten voeren.

De voorzitter:

We beschouwen dit als een persoonlijk feit.

Mevrouw Paulusma (D66):

Geen steun.

Mevrouw Armut (CDA):

Geen steun; dit kan in een commissiedebat.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Claassen.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Dan heb ik een tweede verzoek, voorzitter. Deze debataanvraag gaat niet per se over het medicijn Voxzogo. Dat is een medicijn waardoor het leven van kinderen met achondroplasie, dwerggroei, en hun ouders, als je het in een vroeg stadium toedient, er een stuk beter en gezonder uit kan zien. Dit debat gaat wat mij betreft over het systeemfalen van de zogenaamde sluis. De fabrikant heeft besloten geen dossier in te dienen. Het Zorginstituut heeft ervoor gekozen om te gaan vingerwijzen naar de fabrikant. Wij kiezen ervoor om het hele toelatingssysteem voor weesgeneesmiddelen te gaan bekijken. Tegen die achtergrond graag een apart debat.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter. Ik sluit me aan bij de zorgen van de heer Claassen. Die zijn terecht, denk ik. Maar volgens mij hebben we net een debataanvraag van mevrouw Maeijer over de toegang tot geneesmiddelen, en dus de sluis, goedgekeurd. Wat mij betreft voegen we ze samen, want ik vind het wel een heel belangrijk onderwerp. Dus samenvoegen en dan steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Net als bij de vorige debataanvraag vind ik dit nog steeds een belangrijk onderwerp, maar — ik zeg dit nu ook namens de VVD — het gaat echt sneller in een commissiedebat, dus geen steun voor plenair.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Laat ik zeggen dat ik het heel goed vind dat het Zorginstituut eindelijk een keer de vinger op de zere plek legt en duidelijk maakt hoe verschrikkelijk de praktijken van de farmaceutische industrie zijn, ook als het gaat om dit medicijn. Verder sluit ik me aan bij de woorden van de heer Krul: laten we het samenvoegen.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Plas, kort en bondig graag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun. Nee, sorry, geen steun.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Voorzitter. Dit is heel belangrijk. Volgens mij kan dit prima betrokken worden bij het zojuist toegekende debat over de toegang tot geneesmiddelen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik gun mevrouw Maeijer en de heer Claassen een debat hierover. Dit is een belangrijk onderwerp, dus van harte steun en graag samenvoegen.

Mevrouw Dobbe (SP):

Zoals al aangekondigd: steun, maar wel graag samenvoegen met het debat van mevrouw Maeijer dat net is goedgekeurd.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik sluit me aan bij wat mevrouw Maeijer zei.

De heer Russcher (FVD):

Hetzelfde. Steun en samenvoegen.

De heer El Abassi (DENK):

Steun, voorzitter.

De voorzitter:

Het onderwerp wordt toegevoegd aan het debat dat reeds een meerderheid heeft verkregen.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ja, dat was mijn wens toen ik steun uitsprak voor het debat van mevrouw Maeijer.

De voorzitter:

Ik heb het goed gehoord.

Dan is het woord aan mevrouw Westerveld voor haar verzoek namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Maar het lijkt alsof mevrouw Paulusma een punt van orde heeft.

Mevrouw Paulusma (D66):

Ja, ik heb een heel kort punt van orde. Dat komt omdat het wellicht wat anders gaat dan anders. Wij hadden een verzoek naar aanleiding van de aanslag op een Joodse school, maar we hebben volgens mij net in meerderheid afgesproken dat we een plenair debat voeren over antisemitisme, gepland dichtbij 4 en 5 mei. Ik wilde dat nog even afhechten, want dan halen wij dat punt van de regeling af.

De voorzitter:

Ja, ik had al overeenkomstig gehandeld, maar goed dat u dat nog even heeft opgemerkt voor de Handelingen.

Mevrouw Westerveld, uw verzoek.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Binnenkort praten wij over de grootste stelselwijziging in decennia als het gaat over asiel en migratie. Wij hebben honderden pagina's alleen al aan toelichting bij de wet. Vorige week kwamen daar nog eens 140 pagina's bij aan antwoorden op onze vragen. Nu wil een heel aantal partijen dit volgende week afdoen in een wetgevingsoverleg. Ik denk dat we als Kamer hebben geleerd van wetgeving die onzorgvuldig tot stand is gekomen. Ik zou het heel fatsoenlijk vinden om collega's die om tijd vragen voor de voorbereiding die tijd ook te geven en ook de organisaties die hiermee bezig zijn tijd te geven. Laten we deze wet op een gewone manier behandelen: in deze zaal, met aandacht voor de wet en voor organisaties die ons nog van input willen voorzien. Dat is mijn verzoek. Ik begrijp ook dat het snel moet, dus mijn verzoek dient niet om onnodig te vertragen. Ik verzoek om een plenair debat in deze zaal.

De voorzitter:

Ik kijk of u steun heeft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Als we een plenair debat gaan voeren, gaan we onnodig vertragen. Er is maandag een wetgevingsoverleg. Geen steun dus.

De heer Stöteler (PVV):

Steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dit is een debat waarover we het al jaren hebben met elkaar en nu gaan we dit in een commissiezaal voeren. Een plenair debat voeren we omdat we juist zaken willen behandelen waarvan we vinden dat mensen moeten kunnen meekijken via NPO Politiek om te begrijpen wat er gebeurt. Dit gaat over de grootste stelselwijziging sinds de oprichting van de EU als …

De voorzitter:

U steunt het.

De heer Ceder (ChristenUnie):

… het gaat om asiel. Het is onbegrijpelijk dat we dit in een commissiezaal willen doen. Het moet wel snel, vanwege de deadline. Ik steun het verzoek dus, maar dan moeten het wel ingepland worden tussen nu en twee weken.

De heer Dassen (Volt):

Van harte steun. Vanwege de grote verandering, maar ook de aandacht die het in het politieke debat altijd heeft, vind ik dat het zeker hier in de plenaire zaal thuishoort. Het moet een goede wetsbehandeling krijgen, met juiste inhoud.

De heer Ceulemans (JA21):

Het kan gewoon maandag wat ons betreft, dus geen steun.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Deze wetgeving heeft grote gevolgen voor kinderen, voor gezinnen in nood, in moeilijke omstandigheden op de vlucht. Ik vind dat het op z'n minst een plenair debat verdient, dus van harte steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Paulusma (D66):

Een belangrijk onderwerp. Geen steun, omdat het tempo behoeft. Daarom dus maandag in een commissiedebat.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. Zeker geen steun. Maandag een WGO. Ik vind het ook een verkeerd signaal dat alleen plenair belangrijk zou zijn. We hebben elke maandag wetgeving in WGO's. Dat kan met deze wet ook. Als deze wet je niet bevalt en je gaat gillen omdat ik geen steun geef, vind ik dat eerlijk gezegd kinderachtig. Geen steun.

De heer Krul (CDA):

Geen steun. Het snelst is dat WGO, dat al heel snel gepland staat. Absoluut geen steun voor dit verzoek.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil toch een klein punt van orde maken in navolging van wat mevrouw Michon zei. Er wordt hier een beetje gedaan alsof iets in een commissiezaal minder belangrijk is. Dat is het niet. Elk debat hier is belangrijk, of het nou hier is of in een commissiezaal.

De voorzitter:

U heeft het gezegd.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, maar dat vind ik wel belangrijk, ook voor de uitstraling naar buiten toe. Alsof we in een commissiezaal een beetje zitten te fröbelen. Dat is niet het geval.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Nee, voorzitter, dat heb ik gehoord. Er worden wel een aantal zaken gezegd die ik uitdrukkelijk niet heb bedoeld in mijn inbreng en ook niet heb gezegd. Ik druk juist op het belang van zorgvuldige wetgeving. Ik druk juist op het belang dat andere organisaties ons input geven. Ik heb nergens gezegd dat we zitten te fröbelen in een commissiezaal. Ik heb ook niet gezegd dat deze wet ons niet aanstaat. Sterker nog, die wetsbehandeling gaan we nog met elkaar doen.

De voorzitter:

Waarvan akte, mevrouw Westerveld.

Uw volgende verzoek.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Mijn volgende verzoek gaat over dakloosheid, ook een ontzettend belangrijk onderwerp en des te urgenter omdat we vanochtend nog het bericht lazen dat er veel meer incidenten zijn omdat er onvoldoende opvangplekken zijn. Vorige week kwam het bericht dat uit onderzoek van Investico en De Groene Amsterdammer bleek dat zelfs vrouwen die hun huis ontvluchten omdat ze daar een gevaarlijke situatie meemaken, ook vrouwen met kinderen, vaak niet in de opvang terechtkunnen. Volgens mij is er alle reden om het dertigledendebat dat al op de lijst staat, om te zetten in een gewoon debat.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daarvoor steun is.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Voorzitter, van harte steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Inderdaad alle reden toe, dus van harte steun.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Het onderwerp staat al geagendeerd voor het commissiedebat Maatschappelijk domein, dus geen steun voor dit voorstel.

Mevrouw Wendel (VVD):

Wij spreken er graag over bij het commissiedebat Maatschappelijk domein.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Van harte steun.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Geen steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Geen steun. Het kan bij het eerder door het CDA genoemde commissiedebat.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Geen steun. Het kan bij het genoemde debat.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Bij dat commissiedebat staan al heel veel andere onderwerpen op de agenda.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Westerveld.

Het woord is aan lid Kostić. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank, voorzitter. Er is al een tweeminutendebat over de AMvB veilige jaarwisseling aangevraagd, maar uit de brief van maandag van de staatssecretaris van IenW blijkt dat het belangrijk is om het debat nog in maart, zo snel mogelijk, af te ronden. Daarom doe ik het verzoek om het tweeminutendebat over het Besluit veilige jaarwisseling nog volgende week in te plannen. Dit verzoek wordt mede ingediend door GroenLinks-PvdA, D66, CDA, SGP, 50PLUS, Volt en ChristenUnie, dus daarmee heeft het volgens mij ook de meerderheid van de Kamer.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kröger voor een vooraankondiging. Gaat uw gang.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Graag doe ik hierbij een vooraankondiging van een tweeminutendebat voor de Raad Buitenlandse Handel aankomende donderdag.

De voorzitter:

Dank u wel. Hogelijk gewaardeerd. We gaan er rekening mee houden.

Tot slot is het woord aan mevrouw Keijzer voor haar verzoek.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Dank, voorzitter. Toondoof en losgezongen van de werkelijkheid gaf onze Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme afgelopen zondag aan dat hij vond dat er een programmabegeleider moest komen voor moslimdiscriminatie. Nu rammelen de onderzoeken naar moslimdiscriminatie, zoals we inmiddels weten. Al eerder schoot deze nationaal coördinator, de heer Baldewsingh, uit de bocht toen hij op Al-Jazeera zei dat er een oorlog is tegen moslims in Nederland. Daar heeft hij zijn excuses voor aangeboden. Net in het vragenuurtje vroeg ik aan de minister van Justitie: moet er niet eens een functioneringsgesprek komen met deze man, of moet er niet eens naar dat programma gekeken worden, wat we daar nu eigenlijk met z'n allen doen? Hij verwees naar de minister van Binnenlandse Zaken; vandaar mijn verzoek: een debat met de minister van Binnenlandse Zaken. Als daar geen steun voor is, wil ik graag een brief hebben waarin er puntsgewijs ingegaan wordt op hetgeen ik hier nu naar voren heb gebracht.

De voorzitter:

Uw informatieverzoek geleiden we sowieso door naar het kabinet. Ik ga kijken of u steun heeft voor een debat.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun voor het debat. Mocht dat het onverhoopt niet halen, dan is het informatieverzoek een goed idee. Dat kan dan op 1 april betrokken worden bij het commissiedebat Discriminatie, racisme en mensenrechten; zo heet het, geloof ik. Maar steun voor het debat.

De heer Stöteler (PVV):

Steun.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):

Van harte steun.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Geen steun. Het kan 1 april.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik steun de lijn van een brief. Volgende week hebben we echter een debat, dus als die brief volgende week komt, kunnen we het debat in het commissiedebat voeren, dus geen steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. Ik deel de analyse en het chagrijn over wat er is gebeurd. Ik steun ook die brief. Ik wil het dan graag bespreken in het commissiedebat op 1 april; dat is het snelst. Dan moeten we daar echt met elkaar de degens over kruisen, want dit is heel vreemd.

De heer Mathlouti (D66):

Geen steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Michon-Derkzen, want het is een heel belangrijk onderwerp. Dat kan ook heel snel. 1 april kan. Het commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid staat op 23 april gepland, meen ik. Dan moeten we het er dus zeker over hebben. Dan gaat het ook het snelste.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van Baarle (DENK):

Geen steun, voorzitter.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Dat klopt, voorzitter. Ik heb wel 30 leden, dus graag op die lijst. Dan ontvang ik graag toch wel een paar dagen voor 1 april de brief van het kabinet, want mocht het geen antwoord geven op mijn vragen, dan kan ik daar nog op acteren. Dank u wel.

De voorzitter:

We geleiden het met urgentie door. Dank u wel.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors een heel kort ogenblik, waarna we verdergaan met het tweeminutendebat Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer.

Termijn inbreng

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer. Ik heet de staatssecretaris in vak K van harte welkom. Voordat ik het woord geef aan mevrouw Van der Plas als eerste spreker van de zijde van de Kamer is daar mevrouw Bromet. Gaat uw gang.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik wil graag toestemming vragen aan de leden om aan dit debat deel te nemen.

De voorzitter:

Want u heeft niet meegedaan aan het schriftelijk overleg. Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Ik zie dat dat niet het geval is. Daarmee wordt u toegelaten tot het debat. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat terreinbeherende organisaties zoals Staatsbosbeheer en andere TBO's grote delen van het Nederlandse landelijk gebied beheren;

overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat natuurbeleid meer in samenhang met landbouw en regionale ontwikkeling moet worden vormgegeven;

verzoekt de regering te borgen dat Staatsbosbeheer bij het beheer van natuurgebieden structureel samenwerkt met agrariërs en regionale partijen, en de Kamer over de manier van borging voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 163 (29659) (#2).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen wordt ingezet op ontwikkeling van het habitattype hoogveen, terwijl in het gebied momenteel voornamelijk sprake is van zogenoemd herstellend hoogveen;

constaterende dat de ontwikkeling van actief hoogveen een proces van honderden jaren is en dat er discussie bestaat over de vraag of deze ontwikkeling in dit gebied hydrologisch en ecologisch überhaupt haalbaar is;

overwegende dat de maatregelen die nodig zijn om deze natuurdoelen te realiseren grote gevolgen hebben voor de omgeving, waaronder hogere waterstanden en beperkingen voor bedrijven waardoor de samenleving onder grote druk komt te staan, met grote sociaal-economische gevolgen;

overwegende dat zulke keuzes in Nederland op dit moment honderden miljoenen euro's aan belastinggeld kosten;

verzoekt de regering te laten onderzoeken:

  • of de ontwikkelingen van actief hoogveen in de Engbertsdijksvenen ecologisch en hydrologisch daadwerkelijk haalbaar is;
  • welke overwegingen en aannames ten grondslag liggen aan de keuze om dit gebied zo te veranderen en daarbij specifiek te kijken of Staatsbosbeheer mogelijk financieel gewin kan hebben bij het instellen van nieuwe natuurdoelen zodat zij meer subsidie krijgen;
  • of de gekozen natuurdoelen opwegen tegen de extreme gevolgen voor bewoners en ondernemers in en rondom het gebied;

verzoekt de regering tevens te onderzoeken of natuurbeheerders bij Natura 2000-gebieden vaker sturen op zwaardere of nieuwe natuurdoelen dan de feitelijk aanwezige natuurtypen, en wat daarvan de financiële en maatschappelijke consequenties zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 164 (29659) (#3).

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan meneer Boomsma voor zijn inbreng namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording van de vragen over het jaarverslag. Staatsbosbeheer verdient dus steeds meer aan de verkoop van dood hout, biomassa. Maar dood hout is juist ook heel erg belangrijk voor de biodiversiteit in bossen. Heel veel planten, zwammen, insecten en andere beesten zijn daarvan afhankelijk. Het vliegend hert creëert microklimaten. Dus de vraag is of je dat niet wat vaker moet laten liggen. In de beantwoording gaat de staatssecretaris wel in op het feit dat er rekening wordt gehouden met de bodemgesteldheid, dat men ook mineralen wil onttrekken in bepaalde gebieden en dat die nutriënten worden verwijderd. Dat snap ik. Maar voor de biodiversiteit is het natuurlijk ook van belang dat het juist wel blijft liggen. Dus hoe weegt de staatssecretaris die twee dingen?

We hebben ook een vraag gesteld over de rol van boa's. Daarvoor heb ik nog de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bijzondere opsporingsambtenaren (boa's) een belangrijke rol vervullen in toezicht en handhaving in het buitengebied en in toenemende mate te maken hebben met ondermijnende criminaliteit, overlast en handhavingsvraagstukken;

overwegende dat groene boa's nu onvoldoende toegang hebben tot informatiesystemen om hun werkzaamheden effectief en veilig uit te voeren;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze de informatiepositie en daarmee de effectiviteit van groene boa's kan worden versterkt, bijvoorbeeld door:

  • betere toegang tot relevante informatiesystemen en registers;
  • verbeterde gegevensuitwisseling en samenwerking met politie, onder meer via de Basisvoorziening Handhaving van de politie;
  • het kunnen uitvoeren van recidive- en/of antecedentenchecks;

en op basis hiervan concrete voorstellen aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.

Zij krijgt nr. 165 (29659) (#4).

De heer Boomsma (JA21):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Meulenkamp, die afziet van zijn spreektijd. Tot slot is dan het woord aan mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. In een tijd waarin het natuurbeleid nog niet zo gepolariseerd was als nu, werden er "Recreatie om de Stad"-natuurgebieden aangelegd. Een voorbeeld daarvan is het Purmerbos, in mijn eigen buurt, maar ik was afgelopen zondag ook in het Diemerbos, waar heel veel recreanten gebruik van maken. Het probleem is dat het geld om die terreinen te beheren niet voldoende is. Staatsbosbeheer overweegt dus ook om deze gebieden te gaan verkopen. Dit gaat specifiek over Diemen, maar ik heb dit ook gehoord met betrekking tot het Purmerbos. In Diemen is er nu bijvoorbeeld nog maar voor twee jaar een oplossing. Heeft de staatssecretaris geïnventariseerd in welke gebieden dit speelt? Is hij het met ons eens dat de verkoop van deze gebieden onwenselijk is? En kan hij toezeggen dat hij met beheerders in gesprek gaat om verkoop van de natuur te voorkomen? In het coalitieakkoord is voor dit jaar 100 miljoen opgenomen voor natuurmaatregelen. Hoeveel hiervan is voor natuurbeheer en wanneer komt er duidelijkheid voor de terreinbeherende organisaties? Het is inmiddels al half maart.

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors tot 17.10 uur voor de beantwoording van de zijde van het kabinet.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris voor de beantwoording.

Termijn antwoord

Staatssecretaris Erkens:

Dank u, voorzitter. Dank ook aan de Kamerleden, voor de vragen en de moties. Ik zit hier als eigenaar van Staatsbosbeheer. Een aantal moties gaan ook heel erg over de natuurportefeuille van de minister. Ik zal proberen om die moties zo goed mogelijk te appreciëren namens het kabinet, maar ik vind het wel belangrijk om dit te benoemen. Donderdag kunnen we nog verder de diepte ingaan met elkaar.

Die context geschetst hebbende, ga ik eerst in op een aantal vragen.

De heer Boomsma van JA21 stelde een vraag over dood hout. Dood hout kan nuttig zijn, maar is niet altijd strikt noodzakelijk voor het functioneren van het bos. De beheerder maakt daar nu dus keuzes in. Dat zijn in dit geval ecologen, maar het zijn ook vaak de boswachters van Staatsbosbeheer op locatie. In dat geval maken zij ook de afweging waar het nodig is en waar niet.

De voorzitter:

Eén korte vervolgvraag, meneer Boomsma. Gaat uw gang.

De heer Boomsma (JA21):

Eén korte vervolgvraag. Is de staatssecretaris het wel met mij eens dat daarbij de ecologische waarde moet prevaleren en dat het niet mag gaan om financiële verdiensten of om de opbrengsten van de verkoop van die biomassa? Dat mag toch nooit de boventoon voeren?

Staatssecretaris Erkens:

Nee, in dit geval kijken de boswachter en de ecoloog inderdaad ook of het voor de ecologische waarde noodzakelijk is. Daarna pas zullen ze hierop een ander besluit kunnen nemen. De heer Boomsma heeft hierin gelijk.

De voorzitter:

U vervolgt.

Staatssecretaris Erkens:

Dan de vragen van mevrouw Bromet van GroenLinks-PvdA. De ene vraag gaat over de 100 miljoen voor natuurmaatregelen. Wanneer komt er duidelijkheid voor de terreinbeherende organisatie? Dat zal in de Voorjaarsnotabrief zijn.

De tweede vraag van mevrouw Bromet gaat over de inventarisatie van de gebieden waarvoor verkoop speelt. We zijn bekend met de problematiek en ik ben bereid om hierover met Staatsbosbeheer in gesprek te gaan. We zullen de Kamer over die gesprekken informeren voorafgaand aan het debat van 4 juni over natuur.

De voorzitter:

De moties.

Staatssecretaris Erkens:

Dan de moties, voorzitter.

Eerst de motie op stuk nr. 163, van mevrouw Van der Plas. Natuurlijk kunnen we allemaal van elkaar leren en kunnen we synergie zoeken in gezamenlijk overleg. Staatsbosbeheer werkt op dit moment wat betreft natuurbeheer al op veel vlakken goed samen met agrariërs. Als er voorbeelden zijn van situaties waarin dat niet zo is, staat het de Kamerleden vrij om die te noemen. Dan ben ik bereid om dat op te pakken in mijn gesprekken met Staatsbosbeheer. Vanuit die hoedanigheid — het gebeurt al — is de motie overbodig.

De motie op stuk nr. 164 wordt op dit moment ontraden. Er is eerder veel onderzoek gedaan naar het gebied. Voor de maatregelen maakt het niet uit of het gaat om actief hoogveen of herstellend hoogveen. Staatsbosbeheer gaat hier ook niet over. De provincie gaat er in dit geval over. Ook wordt er gewerkt aan een volgende generatie van de natuurdoelanalyse, die gaat helpen bij het krijgen van meer grip op de ontwikkeling van de Natura 2000-gebieden. Daarbij helpt het ook om de doelstellingen af te bakenen, zodat we weten wanneer het genoeg is. Het additionele onderzoek zal later dit jaar volgen. De motie kan dan ook oordeel Kamer krijgen, maar dan zou ik mevrouw Van der Plas wel willen vragen om de insinuatie uit haar dictum te halen dat Staatsbosbeheer dit mogelijk voor financieel gewin doet. Dat is de reden dat de motie ontraden wordt; anders zou ze oordeel Kamer kunnen krijgen. Dan wordt dit ook meegenomen in het lopende vervolgonderzoek.

De voorzitter:

Ik kijk even of mevrouw Van der Plas daartoe bereid is. Ja.

Staatssecretaris Erkens:

Ik zie mevrouw Van der Plas knikken. Als de motie aangepast is, krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dan krijgt de huidige vorm de appreciatie "ontraden". Zodra mevrouw Van der Plas het onderdeel over mogelijk financieel gewin uit het dictum weg heeft gehaald, zal de motie op stuk nr. 164 aan het oordeel van de Kamer worden gelaten.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Kan ik daaruit opmaken dat de staatssecretaris als de motie aangenomen wordt, gaat onderzoeken of "bij Natura 2000-gebieden vaker gestuurd wordt op zwaardere en nieuwe natuurdoelen dan de feitelijk aanwezige natuurtypen en wat daarvan de financiële en maatschappelijke consequenties zijn"? Want zo ja, wat heb je daar dan aan? Het is een Natura 2000-gebied en dat moet onderhouden worden. Dit is toch een manier om dat een beetje onderuit te schoffelen?

Staatssecretaris Erkens:

Nee, ik geef aan dat er gewerkt wordt aan de volgende generatie van de natuurdoelanalyses. Die gaat ook grip geven op de ontwikkeling van de Natura 2000-gebieden. Er wordt dus al additioneel onderzoek uitgevoerd. In die lijn nemen we dat daar inderdaad in mee. Dat betekent niet dat er daarnaast nieuw onderzoek wordt opgezet, want dat zou in dit geval dubbel werk zijn.

De voorzitter:

De laatste motie.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 165. Mijn verzoek aan de heer Boomsma is om die aan te houden. Het belang van groene boa's om te beschikken over een goede informatiepositie is vanzelfsprekend. Wat er in deze motie wordt verzocht, ziet alleen wel op de bevoegdheden van de minister van Justitie en Veiligheid. Inhoudelijk kan ik namens de minister van Justitie en Veiligheid melden dat hij zich hard inzet voor het toegankelijk maken van deze informatie voor boa's. In het coalitieakkoord staan een aantal voorbeelden, zoals het mogelijk maken van toegang tot de strafrechtketendatabank en onder voorwaarden de Basis Voorziening Vreemdelingen. Er komt nog een tweeminutendebat met de minister van JenV aan, naar aanleiding van het commissiedebat Boa-stelsel. Dat was afgelopen donderdag. Als de heer Boomsma de motie kan aanhouden tot dat debat, dan kan de minister van JenV daar nog een reactie geven, maar u hoort: wij staan er sympathiek tegenover.

De voorzitter:

De heer Boomsma stemt non-verbaal in.

De voorzitter:

Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?

Staatssecretaris Erkens:

Ja.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris.

Termijn inbreng

De voorzitter:

Ik stel voor meteen door te gaan met het volgende tweeminutendebat, het tweeminutendebat Internetconsultatie landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties. Ik heet de minister van harte welkom in ons midden en geef als eerste het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Wederom twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat agrarische bedrijven niet alleen voedsel produceren, maar ook bijdragen aan natuurbeheer, recreatie, zorg, educatie en sociale binding op het platteland;

constaterende dat duizenden boerenbedrijven agrarisch natuurbeheer uitvoeren, recreatieve activiteiten aanbieden of een zorgfunctie of educatieve functie vervullen;

overwegende dat het verdwijnen van agrarische bedrijven daarom niet alleen economische gevolgen heeft, maar ook een enorm effect heeft op de leefbaarheid, sociale samenhang en voorzieningen op het platteland;

overwegende dat deze bredere maatschappelijke functies van boerenbedrijven momenteel nauwelijks in beeld worden gebracht bij beleid rondom beëindigingsregelingen;

verzoekt de regering in beeld te brengen welke maatschappelijke functies agrarische bedrijven vervullen naast voedselproductie en economische waarde, waaronder natuurbeheer, zorg, recreatie, educatie en sociale binding op het platteland, en bij verdere beëindigingsregelingen ook de gevolgen voor deze maatschappelijke functies en de leefbaarheid van het platteland mee te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 291 (28973) (#5).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat beëindigingsregelingen in de veehouderij kunnen leiden tot veranderingen in landgebruik en mogelijk tot een afname van het areaal blijvend grasland;

constaterende dat blijvend grasland een belangrijke bijdrage levert aan onder andere bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit;

overwegende dat agrariërs in verschillende regio's werken met rotatieteelten waarbij grasland en andere gewassen elkaar afwisselen;

overwegende dat het beperken van de mogelijkheid om grasland te scheuren of om te zetten deze teeltrotaties kan bemoeilijken en daarmee ook gevolgen kan hebben voor de waarde en het gebruik van landbouwgrond;

overwegende dat het onwenselijk is wanneer boeren eerst worden gestimuleerd of gedwongen hun veehouderij te beëindigen en vervolgens geconfronteerd worden met nieuwe beperkingen op het gebruik van hun landbouwgrond;

verzoekt de regering bij eventuele afname van het areaal blijvend grasland in te zetten op stimulering en beloning van het behoud van blijvend grasland, en daarbij te voorkomen dat dwingende beperkingen op het scheuren of omzetten van grasland worden opgelegd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 292 (28973) (#6).

Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan het lid Kostić voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur in het rapport Grond voor verbetering heeft geadviseerd om grondtransacties te toetsen op hun bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke opgaven;

verzoekt de regering bij grondtransacties te toetsen op de mate waarin ze bijdragen aan onder andere dierwaardigheid, en daarover aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.

Zij krijgt nr. 293 (28973) (#7).

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik wil daarbij meegeven dat het ons er vooral om gaat dat de Kamer de boodschap meegeeft dat het belangrijk is om bij grondtransacties altijd ook te kijken naar dierwaardigheid. Dat staat nog los van het rapport zelf. Dat is maar een voorbeeld. Het doel is om dierwaardigheid mee te nemen.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Chris Jansen voor zijn inbreng namens de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.

De heer Chris Jansen (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister de vrijwillige beëindigingsregeling al voor prenotificatie aan de Europese Commissie aanbiedt voordat de Tweede Kamer hier inhoudelijk over heeft kunnen debatteren;

van mening dat dit de budgettaire en beleidsmatige regelruimte van het parlement feitelijk aan banden legt;

verzoekt de regering om vanaf nu pas over te gaan tot notificatie van beëindigingsregelingen bij de Europese Commissie nadat de Kamer formeel heeft ingestemd met de kaders en de doelmatigheid van een regeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.

Zij krijgt nr. 294 (28973) (#8).

Dank u wel, meneer Jansen. Tot slot is het woord aan de heer Koorevaar als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de fractie van het CDA.

De heer Koorevaar (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Als we geld uitgeven aan een regeling om boeren de gelegenheid te geven om hun bedrijf te beëindigen, laat het dan besteed worden aan bedrijven die relatief oud zijn en dicht bij gevoelige natuur liggen. Dan wordt het geld goed besteed, wordt de ruimte effectief benut en is het logisch dat we zo'n regeling instellen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) bedoeld is om stikstofreductie te realiseren en bij te dragen aan natuurherstel;

constaterende dat het risico bestaat dat via deze regeling relatief dure en moderne veehouderijbedrijven worden opgekocht die per bestede euro relatief weinig stikstofreductie en natuurwinst opleveren;

overwegende dat publieke middelen doelmatig en effectief moeten worden ingezet, zodat met het beschikbaar gestelde budget de maximaal mogelijke stikstofreductie wordt gerealiseerd;

overwegende dat een groot deel van de bedrijven met hoge emissies die overwegen te stoppen al zijn gestopt middels eerdere beëindigingsregelingen;

overwegende dat juist in gebieden rond zwaar overbelaste Natura 2000- gebieden, zoals de Veluwe en de Peel, substantiële stikstofreductie noodzakelijk is;

verzoekt de regering de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties zodanig vorm te geven dat bij de toekenning van middelen nadrukkelijk wordt gestuurd op maximale stikstofreductie en natuurwinst door prioriteit te geven aan bedrijven die een relatief grote bijdrage leveren aan stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koorevaar.

Zij krijgt nr. 295 (28973) (#9).

Dank u wel, meneer Koorevaar. Ik schors tot 17.27 uur voor de beantwoording van de zijde van de minister.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Termijn antwoord

Minister Van Essen:

Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Kamerleden voor de moties. Ik begin met de motie van mevrouw Van der Plas over de sociale consequenties op het platteland. Aandacht voor sociaal-economische aspecten ziet het kabinet als essentieel onderdeel van het beleid om landbouw en natuur in evenwicht te brengen en ook om de vergunningenproblematiek op te lossen. Ik wil dit onderwerp dan ook onderdeel maken van en een plaats geven in een taskforce. Er wordt alleen al aardig wat onderzoek gedaan naar de sociaal-economische effecten van onder andere de beëindiging, waarvan gebruik kan worden gemaakt. Dus mijn oordeel is: oordeel Kamer, mits ik de motie zo mag interpreteren dat het lopende onderzoek onderdeel is van deze motie en dat de noodzaak tot vervolgonderzoek mag worden bepaald aan de hand van de uitkomsten van het lopende onderzoek.

De voorzitter:

Ik kijk naar mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Kan de minister aangeven wanneer wij dat onderzoek of die onderzoeken — volgens mij had hij het in meervoud over allerlei onderzoeken — kunnen verwachten?

Minister Van Essen:

Het is een onderzoek van PBL en WUR naar de sociaal-economische effecten van stikstofbronmaatregelen en natuurmaatregelen. Op 12 maart jongstleden heeft u ook een dergelijke rapportage ontvangen, heb ik begrepen. Maar ik moet bij u terugkomen ten aanzien van de exacte datum. Ik wil graag uw pleidooi meenemen richting de taskforce.

De voorzitter:

En de minister spreekt via de voorzitter. Mevrouw Van der Plas, tot slot.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik stel wel prijs op een lijstje vanuit het ministerie van LVVN met de onderzoeken die er lopen. Ik weet dat ik zelf ook om een onderzoek heb gevraagd, een impactanalyse van de gevolgen van het stikstofbeleid. Dan kan ik even een beetje bepalen wat er aankomt en hoe snel dat komt. Dus voorlopig houd ik 'm even zo. Als ik dan voor de stemmingen van volgende week even op een rijtje kan krijgen wat er allemaal loopt, dan ga ik nog even kijken.

De voorzitter:

Ik kijk of de minister dat kan toezeggen.

Minister Van Essen:

Ik begrijp dat mevrouw Van der Plas ook graag wil weten wanneer dat onderzoek komt. Dat kan ik toezeggen.

De voorzitter:

De minister heeft dat toegezegd. Wat betekent dat voor het oordeel van de minister over de motie zonder de interpretatie van de minister? Wordt die dan ontraden?

Minister Van Essen:

Ja, de motie wordt ontraden als de interpretatie niet door kan gaan. Maar ik snap ook dat mevrouw Van der Plas behoefte heeft aan een tijdstip.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Even voor de duidelijkheid: ik kan akkoord gaan met de interpretatie. Maar ik wil er even goed naar kunnen kijken. Ik kan dan altijd alsnog beslissen om 'm gewoon ongewijzigd in te dienen. Dus ik ga nu akkoord met de interpretatie. Ik kan 'm ook aanhouden. Ik ga akkoord met de interpretatie, maar daarbij wil ik graag een lijstje hebben van de verwachte onderzoeken en wanneer die komen.

De voorzitter:

De minister heeft die informatie toegezegd. Mevrouw Van der Plas gaat voor nu akkoord met de interpretatie. Als het anders wordt, zien we dat op de stemmingslijst.

Dan de motie op stuk nr. 292.

Minister Van Essen:

Ja, de motie op stuk nr. 292, ook van mevrouw Van der Plas. Ik deel het belang dat wordt geschetst van grasland, en blijvend grasland, ook voor de waterkwaliteit. Voor de zomer komt het kabinet, zoals u allen weet, met een pakket om invulling te geven aan het coalitieakkoord. Ik kan nu nog niet vooruitlopen op de wijze waarop het kabinet daarin zal sturen op het behoud van grasland. Maar ik wil bepaalde maatregelen niet toezeggen of uitsluiten. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 292 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 293.

Minister Van Essen:

De motie op stuk nr. 293 zou ik het oordeel "ontijdig" willen geven. De kabinetsreactie op het Rli-rapport waar net over werd gesproken, wordt nu opgesteld. Ook daar wil ik niet op vooruitlopen.

De voorzitter:

Dan is de vraag aan het lid Kostić of zij bereid is om de motie aan te houden. Dat mag non-verbaal eventueel, maar ook verbaal. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Nou, ik ben altijd heel constructief, zoals de voorzitter weet. Maar in dit geval gaat het mij, zoals ik nadrukkelijk zei, om een boodschap van de Kamer om de toets voor dierwaardigheid in ieder geval mee te nemen. Dat staat los van het Rli-rapport. Het is maar een voorbeeld. Ik denk dat deze minister dat toch zou moeten begrijpen. Dus ik hoop dat hij dit alsnog aan het oordeel van de Kamer overlaat.

Minister Van Essen:

Dan wordt het oordeel: ontraden. Ik ga ervan uit dat de kabinetsreactie er voor de zomer is. Volgens mij wordt mevrouw Kostić …

De voorzitter:

Het lid Kostić.

Minister Van Essen:

Volgens mij wordt het lid Kostić dan snel bediend.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik neem aan dat het niet "ontraden" maar "ontijdig" is, dan?

Minister Van Essen:

Dan is het ontijdig.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 293 krijgt de appreciatie "ontijdig" wanneer het lid Kostić die in stemming brengt. Dan de motie op stuk nr. 294.

Minister Van Essen:

Ja, dat is de motie van de heer Jansen. De motie vraagt mij eigenlijk om te handelen in lijn met wat gebruikelijk is. Uw Kamer is door mijn voorganger geïnformeerd over de inhoud van de regeling die zojuist werd bedoeld. Dat geldt ook voor de startnotificatie. Uiteindelijk — maar dat weet u als geen ander, voorzitter — is bij de financiële besluitvorming het parlement ook aan zet. Daarmee ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 294: ontraden. Tot slot de motie op stuk nr. 295.

Minister Van Essen:

De motie op stuk nr. 295 wil ik oordeel Kamer geven met de volgende interpretatie. Wij willen in de vrijwillige beëindigingsregeling maximaal gaan sturen op veehouderijen binnen een strook van 1.000 meter rondom Natura 2000-gebieden en die subsidie daar dan ook met voorrang verlenen. Buiten de strook willen we maximaal sturen op kostenefficiëntie door subsidie te verlenen middels een tender die aanvragen rangschikt. Als de heer Koorevaar kan leven met deze interpretatie, kan ik 'm oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ik zie dat hij dat kan, want hij stemt daar non-verbaal mee in. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 295 oordeel Kamer. Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording?

Minister Van Essen:

Ja.

De voorzitter:

Dat is het geval.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

Termijn inbreng

De voorzitter:

Ik stel voor om meteen door te gaan met het volgende tweeminutendebat. Dat betreft het tweeminutendebat Landelijk gebied, stikstof en mest. Als zij zover is, geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas, wederom de eerste spreker, voor haar inbreng namens de BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Ik heb wederom twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat vóór de zomer afspraken worden gemaakt over generieke stikstofreductiemaatregelen;

constaterende dat tijdens het debat over de regeringsverklaring is aangegeven dat generieke stikstofreductie onder meer kan plaatsvinden via afroming, grondgebondenheid en vrijwillige beëindiging;

constaterende dat generieke maatregelen grote onzekerheid veroorzaken voor boeren en tuinders, met name voor ondernemers die momenteel niet volledig grondgebonden zijn en dat ook niet op korte termijn kunnen worden;

overwegende dat generieke kortingen op productierechten of dieraantallen grote economische gevolgen kunnen hebben voor individuele bedrijven en afbreuk doen aan de inzet op doelsturing en maatwerk;

verzoekt de regering bij de uitwerking van generieke reductiemaatregelen niet te kiezen voor generieke kortingen op productierechten of dieraantallen, ook niet voor bedrijven die momenteel niet grondgebonden zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 430 (35334) (#10).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat stikstofreductie in het huidige beleid vaak wordt gepresenteerd als noodzakelijke voorwaarde voor natuurherstel;

constaterende dat volgens gegevens van het Compendium voor de Leefomgeving de Nederlandse stikstofemissies sinds 1990 zijn gehalveerd, maar dat door veel partijen nog steeds wordt gezegd dat de natuur verder achteruit zou gaan;

overwegende dat vermindering van stikstofdepositie op zichzelf dus geen oplossing is voor herstel van natuurkwaliteit;

spreekt uit dat stikstofreductie niet gelijkgesteld kan worden aan natuurherstel en dat de staat en ontwikkeling van natuurgebieden primair beoordeeld moeten worden op hun feitelijke ecologische kwaliteit en het gevoerde natuurbeheer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 431 (35334) (#11).

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dan wil ik afsluiten met iedereen morgen heel veel succes te wensen, ook van de collega-partijen, bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ik zou de mensen willen oproepen om vooral te gaan stemmen: maak morgen gebruik van uw democratisch recht. Donderdag weten we meer.

Dank u wel.

De voorzitter:

Zo is dat! Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan mevrouw Bromet namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Dit kabinet gaat het stikstofprobleem oplossen. Ik heb twee moties om daar een beetje bij te helpen. De eerste gaat over borging.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er wettelijke stikstofdoelen zijn voor 2030;

overwegende dat uitstel van doelen en maatregelen leidt tot verdere achteruitgang van natuur en Nederland op het stikstofslot laat;

overwegende dat tijdige en juridisch houdbare stikstofborging noodzakelijk is voor zowel natuurherstel als perspectief op vergunningverlening;

verzoekt de regering een maatregelenpakket op te stellen waarmee de 2030-doelen worden gehaald, en de effectiviteit van de maatregelen juridisch te borgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.

Zij krijgt nr. 432 (35334) (#12).

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

En de tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voor de zomer met een maatregelenpakket komt op stikstof;

overwegende dat de natuuropgaven in het landelijk gebied breder zijn dan stikstof alleen, en ook gaan over water, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en zoönosen;

verzoekt de regering om deze opgaven in samenhang te bezien en voor de zomer een op de hierboven genoemde onderdelen doorgerekend pakket met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.

Zij krijgt nr. 433 (35334) (#13).

Dank u wel. Dan is het woord aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. Ik heb slechts één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het coalitieakkoord meer inzet op agrarisch natuurbeheer en tegelijkertijd belang hecht aan "heldere verantwoording voor effectief natuurbeheer" en "hoe dit de meeste winst oplevert voor natuur en water";

overwegende dat de ecologische evaluatie van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer laat zien dat er nauwelijks vooruitgang wordt geboekt en dat slechts 2,5% van de landbouwgrond wordt ingezet voor "zwaar beheer", terwijl volgens de adviezen minstens 41% nodig is om soorten te behouden;

overwegende dat het belangrijk is om belastinggeld van Nederlanders zo doelmatig en effectief mogelijk te besteden;

verzoekt de regering de conclusies van de ecologische evaluatie van agrarisch natuurbeheer, waaronder de noodzaak voor meer "zwaar beheer", door te vertalen in beleid, en hierover voor de zomer aan de Kamer terug te koppelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.

Zij krijgt nr. 434 (35334) (#14).

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Chris Jansen namens de PVV.

De heer Chris Jansen (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Wederom één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de overheid eindelijk heeft erkend dat een wintergarten onder voorwaarden als dierenverblijf kan gelden;

overwegende dat ondernemers met een feitelijk identieke situatie nog steeds worden uitgesloten van regelingen enkel door het ontbreken van een specifiek stalcertificaat;

van mening dat deze papieren werkelijkheid leidt tot stuitende rechtsongelijkheid en onnodige uitsluiting van boeren;

verzoekt de regering om aanvullende, objectieve bewijsmiddelen toe te staan voor de wintergarten, zodat de feitelijke situatie op het bedrijf leidend wordt in plaats van starre, papieren formaliteiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.

Zij krijgt nr. 435 (35334) (#15).

Dank u wel, meneer Jansen. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel voor het woord. Ik zag in de voorbereiding voor dit tweeminutendebat dat ik bij het schriftelijk overleg ook al aandacht vroeg voor de vergunningverlening en het gegeven dat daar zo weinig duidelijkheid over is. Daar had ik het bij de begrotingsbehandeling natuurlijk ook al over. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondanks diverse inspanningen de afgelopen jaren nog steeds niet volledig duidelijk en zeker is hoe Rijk en provincies de vergunningverlening (Nb-vergunningen) weer op gang brengen én dat vergunningen vervolgens standhouden in de rechtszaal;

overwegende dat in het coalitieakkoord en de opdrachtbrief Landbouw, Natuur en Stikstof wel de nodige aandacht is voor emissiereductie en natuurherstel, maar nog weinig voor het weer op gang brengen van de vergunningverlening, behalve dat een nieuwe vergunningsverleningssystematiek gebaseerd op doelvoorschriften wordt aangekondigd;

overwegende dat de huidige vergunningenproblematiek niet alleen schadelijk is voor Nederland, maar dat ook kansen worden gemist om stikstofreducerende maatregelen te implementeren;

verzoekt de regering om, naast de inzet op emissiereductie en natuurherstel, te komen met een analyse en aanpak om de vergunningverlening in Nederland op zo kort mogelijke termijn weer op gang te brengen, en daarbij onder andere de mogelijkheid te verkennen om te gaan werken met concrete gebiedsplafonds voor stikstofemissies, waarbij ondernemers/initiatiefnemers binnen de hun toebedeelde emissieruimte voor langere termijn rechtszekerheid krijgen, en de Kamer daarover voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grinwis.

Zij krijgt nr. 436 (35334) (#16).

Dank u wel, meneer Grinwis. Er is één interruptie voor u, van mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Er wordt gevraagd om een verkenning. Dat lijkt me prima, maar wat zijn daar dan de consequenties van? Is dat dan een verplichting voor de boeren in dat gebied of blijft het allemaal vrijblijvend bij de ChristenUnie?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Volgens mij is er nog te weinig helderheid over de manier waarop we uit de vergunningenklem komen. Je kunt stikstof reduceren en je kunt de natuur herstellen. Heb je dan vervolgens ook de problematiek met de vergunningen echt opgelost? Dat is een beetje de suggestie die vaak min of meer door de debatten heen is geslopen, maar dat is niet per se zo. Daar hebben we het bij de landbouwbegroting over gehad. Het idee hierachter is dat emissieruimte als oplossingsrichting wordt verkend. Die moet passend zijn bij de Natura 2000-gebieden in de omgeving, zodat de situatie niet verder verslechtert, maar verbetert. Ondernemers gaan dan binnen die emissieruimte met een duurzaam ondernemersplan aan de slag, waarin ze duidelijk maken op welke manier ze binnen de emissieruimte blijven. Vervolgens kun je misschien zelfs zover gaan dat bij een passende beoordeling een vergunningplicht voor die individuele onderneming niet meer nodig is, maar het gaat erom dat je op die manier de boel weer aan het rollen krijgt. Dat is de oplossingsrichting die ik in de eerste termijn van de afgelopen begrotingsbehandeling ook heb geschetst. Ik heb geprobeerd dat op hoofdlijnen in deze motie neer te leggen. Dat is eigenlijk het verhaal.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik heb nog niet echt een antwoord gehoord of misschien heb ik het niet goed begrepen. Wat bedoelt de heer Grinwis met dat het misschien niet mogelijk is voor sommige ondernemers? Er zijn namelijk gebieden waar gewoon nog heel weinig mogelijk is. Dan kun je wel een opdracht geven, maar als dat een onmogelijke opdracht is …

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik doe hier geen uitspraak over hoe groot de emissieruimte precies moet zijn in het gebied. Ik doe ook geen uitspraak over hoe dat er precies uit moet gaan zien. Ik vraag alleen aan de regering: geef alsjeblieft niet alleen prioriteit aan emissiereductie en natuurherstel, maar ook aan vergunningverlening en verken daarbij ook deze mogelijkheid. Collega Koorevaar en ik hebben ons allebei al een beetje verdiept in die mogelijkheid. Het klinkt veelbelovend. Laten we dat alsjeblieft verkennen. Ik ben bang dat we anders blijven hangen in de huidige manier van vergunningverlening, waarbij je voor elk individueel project tegen het additionaliteitsvereiste aan loopt en je eigenlijk geen stap verder komt. Ik denk dat dit een mogelijkheid kan zijn om uit de klem te komen. Betekent dat dat er in sommige gebieden nog steeds niet veel kan? Ja, dat zou zomaar kunnen. Gaat dit echt een panacee zijn om elk project weer mogelijk te maken in Nederland? Nee, want in sommige gebieden zal de emissieruimte inderdaad mogelijk beperkt zijn. Dit is meer logica dan dat ik nu helemaal aan mevrouw Bromet kan schetsen dat het er zo en zo uit gaat zien.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Flach namens de SGP.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer heeft gevraagd de aanwijzing van de met nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) in te perken door beter rekening te houden met de invloed van fosfaatrijke kwel en met een eventueel beperkte bijdrage van de landbouw (motie-Flach/Grinwis (28973, nr. 278)), mede op basis van de uitgevoerde landelijke bronnenanalyse door Wageningen Environmental Research (WER);

overwegende dat in de motie-Grinwis c.s. (33037, nr. 631) is verzocht in overleg te gaan met de waterschappen over een heldere en voor ieder navolgbare aanwijzing van de NV- of aandachtsgebieden;

verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn het overleg met de waterschappen goed af te ronden en de lijst van NV-gebieden te actualiseren op basis van de criteria in het huidige actieprogramma Nitraatrichtlijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Grinwis en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 437 (35334) (#17).

De heer Flach (SGP):

Voorzitter. Dan nog een hele korte.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering meerjarige boomkwekerijgewassen op te nemen als rustgewas onder het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.

Zij krijgt nr. 438 (35334) (#18).

Dank u wel, meneer Flach. Tot slot is het woord aan de heer Goudzwaard voor zijn inbreng namens JA21. Gaat uw gang.

De heer Goudzwaard (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie namens de fractie van JA21.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat RENURE volgens het kabinet kan bijdragen aan het verlichten van de druk op de mestmarkt;

constaterende dat in de praktijk vergunningverlening kan vertragen door verschillen in uitvoering en beoordeling tussen decentrale overheden;

overwegende dat RENURE bijdraagt aan het sluiten van nutriëntenkringlopen, doordat nutriënten uit mest opnieuw als meststof worden ingezet;

overwegende dat vergunningverlening een noodzakelijke stap is richting het reduceren van stikstofemissies en dat uniformiteit en duidelijkheid in vergunningverlening kunnen bijdragen aan snellere realisatie van installaties;

verzoekt de regering in overleg te treden met provincies en gemeentes over het beoordelingskader, eventuele knelpunten te identificeren, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 439 (35334) (#19).

Dank u wel, meneer Goudzwaard. Ik schors tot 17.55 uur voor de beantwoording. De vergadering is geschorst tot 17.55 uur.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Termijn antwoord

Minister Van Essen:

Dank u wel, voorzitter. Ik begin bij de motie op stuk nr. 430, van mevrouw Van der Plas, over generieke krimp via afroming en grondgebondenheid. Het kabinet komt voor de zomer met de inzet op het gebied van stikstofreductie. Zoals ik net ook al aangaf, vind ik het onwenselijk om nu al bepaalde maatregelen uit te sluiten of om vast te leggen dat we daar niet op in kunnen gaan. Daarom zou ik deze motie willen ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 430 is ontraden. Dan de motie op stuk nr. 431.

Minister Van Essen:

Die motie spreekt uit dat stikstofreductie niet hetzelfde is als natuurherstel. Het is een spreekt-uitmotie, dus ik laat het oordeel daarover graag aan deze Kamer.

De voorzitter:

Zo is dat. Dan de motie op stuk nr. 432.

Minister Van Essen:

Dat is de motie van mevrouw Bromet, gericht op een maatregelenpakket voor de 2030-doelen en op juridisch geborgde maatregelen. De aanpak van het kabinet is erop gericht om de stikstofemissiedoelen per sector, zoals opgenomen in het coalitieakkoord, vast te leggen. Voor de landbouw hebben we een streefdoel bepaald. Ook wordt voor Natura 2000-gebieden gebiedsgerichte inzet gepleegd op basis van wat nodig is voor die gebieden. Wij kiezen ervoor om die aanpak ambitieus in te richten en om ook al grote stappen vóór 2030 te zetten. We vinden het belangrijk om daarbij effectieve en juridisch geborgde maatregelen te nemen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Dat klinkt goed, maar als iets in de wet staat, is een streefdoel niet genoeg. Dan moet je gewoon het doel halen, toch? Is de minister dat met mij eens?

Minister Van Essen:

Ik ga niet voor niets over naar die gebiedsgerichte aanpak. Ik geloof er namelijk heilig in dat we met de gebiedsgerichte aanpak meer kunnen halen dan we nu denken; dat heeft de premier hier ook al betoogd. Er zit energie in. Er liggen plannen. Ik heb dat zelf kunnen zien in de twee werkbezoeken die ik heb afgelegd aan De Peel en de Veluwe. Ik geloof dat we daar aan de slag moeten gaan en de energie moeten benutten. Ik denk dat we dan meer kunnen halen dan we in eerste instantie denken.

De voorzitter:

Welke appreciatie hoort bij deze motie?

Minister Van Essen:

Bij deze motie van mevrouw Bromet hoort de appreciatie "ontraden".

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 432 is ontraden. Dan de motie op stuk nr. 433.

Minister Van Essen:

De motie op stuk nr. 433 gaat over de opgaven in samenhang, in een doorgerekend pakket voor de zomer. Dat laatste, voor de zomer, is inderdaad de bedoeling van dit kabinet. Ik zou deze motie oordeel Kamer willen geven, met de interpretatie om kennisinstellingen de ruimte te geven om het zomerpakket goed door te kunnen rekenen en de rol te pakken die hun past. Niet alle genoemde opgaven in de motie zullen makkelijk door te rekenen zijn, maar ik ga mijn uiterste best doen om zo snel mogelijk het maatregelenpakket aan te bieden en het zo snel mogelijk doorgerekend te hebben. Dan zullen we gebruikmaken van de inzichten die de kennisinstellingen hebben.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Betekent dit dat wij als Kamer in ieder geval voor de zomer het maatregelenpakket krijgen, maar dat het dan misschien nog niet helemaal doorgerekend is?

Minister Van Essen:

Mijn streven is om voor de zomer een pakket aan te bieden en de doorrekening zo snel mogelijk te doen. Ook wij zijn namelijk heel erg benieuwd naar wat het PBL en andere kennisinstellingen daarover rapporteren.

De voorzitter:

Kan mevrouw Bromet instemmen met de interpretatie van de minister? Dat is het geval. Met die interpretatie krijgt de motie oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 434.

Minister Van Essen:

De motie op stuk nr. 434, van het lid Kostić, verzoekt de regering om de conclusies van de ecologische evaluatie van agrarisch natuurbeheer door te vertalen in beleid. We hebben de adviezen uit de ecologische evaluatie van het ANLb verwerkt, dus ik zou deze motie oordeel Kamer willen geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 434 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Essen:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 435 zou ik ook oordeel Kamer willen geven. In de beëindigingsregelingen bieden we de ruimte waarom wordt gevraagd. Voorwaarde is wel dat objectief kan worden vastgesteld dat de oppervlakte van de wintergarten meetelt voor het aantal dieren dat een ondernemer mag houden. Daarmee kom ik tot oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 436.

Minister Van Essen:

Die gaat over vergunningverlening. Het is uiteraard, naast de sporen die de heer Grinwis benoemde, belangrijk om ook in te zoomen op de vergunningverlening en om die los te trekken. Dat is ook ons hele doel. Ik zou deze motie graag oordeel Kamer willen geven, want het kabinet gaat voortvarend aan de slag om de vergunningverlening los te trekken. We verkennen dat verder in de taskforce. Verschillende oplossingen, ook de gebiedsgerichte aanpak en de gebiedsaanpak, wat de heer Grinwis benoemde, maken daar onderdeel van uit.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 436: oordeel Kamer.

Minister Van Essen:

De motie op stuk nr. 437 gaat over de aanwijzing van NV-gebieden. Zoals de Kamer weet — dat heeft mijn ambtsvoorganger op 19 februari jongstleden ook aangegeven — gelden, zolang we geen achtste actieprogramma hebben, de regelgeving uit het zevende actieprogramma en de derogatiebeschikking. Die blijven in ieder geval gehandhaafd tot het nieuwe programma er is. Ik ben wel in overleg met provincies en waterschappen om zo snel mogelijk tot een oplossing te komen, zodat het programma er ook ligt. Ja, er is een geactualiseerde bronnenanalyse beschikbaar. Ik wil die ook zo snel mogelijk gebruiken in dat actieprogramma. Als ik de motie zo mag lezen, kan ik die oordeel Kamer geven. Anders is de motie ontijdig.

De voorzitter:

Ik kijk naar de heer Flach.

De heer Flach (SGP):

Even voor de duidelijkheid: bedoelt de minister dat het nog onder het zevende actieprogramma geregeld kan worden of schuift hij dit door naar het achtste actieprogramma? Want het kan eigenlijk geen uitstel lijden. Het kan op basis van de criteria ook nog gewoon onder het zevende.

Minister Van Essen:

Ik bedoel inderdaad het achtste actieprogramma. Daarin kan ik dit meenemen. Zoals mijn voorganger aan uw Kamer heeft gemeld, blijven alle maatregelen in het zevende programma vooralsnog van kracht. Ik zet wel alles op alles om zo snel mogelijk tot een achtste actieprogramma te komen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Flach (SGP):

Als dat mijn bedoeling zou zijn, had ik deze motie natuurlijk niet ingediend, want ik ging er al van uit dat dit in het achtste actieprogramma geregeld zou worden. De bedoeling van de indieners is om het nog in het zevende actieprogramma in te dienen. Ik handhaaf de motie zoals die is. Dan begrijp ik dat het oordeel daarmee "ontijdig" is.

Minister Van Essen:

Ja.

De voorzitter:

Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 437 de appreciatie ontijdig. De motie op stuk nr. 438.

Minister Van Essen:

De motie op stuk nr. 438: oordeel Kamer, mits ik daar een interpretatie op los mag laten. Als ik de motie zo mag lezen dat die uitsluitend betrekking heeft op meerjarige boomkwekerijgewassen die in de afgelopen drie jaar zijn aangeplant, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ik zie dat dat het geval is. Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 438 oordeel Kamer.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Waar ik me dan wel een beetje zorgen over maak, is dat daarbij dan ook landbouwgif wordt gebruikt. Ik neem aan dat de minister dat niet zou willen en dat hij dat ook niet bedoelt.

Minister Van Essen:

Dit gaat om boomkweekgewassen die er juist voor zorgen dat er zo min mogelijk uitspoeling plaatsvindt. In die zin kan ik de suggestie begrijpen. Het gaat niet om het gebruik van landbouwbestrijdingsmiddelen.

De voorzitter:

Tot slot.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het is fijn dat de minister bevestigt dat als dit doorgaat, er inderdaad geen landbouwgif mag worden gebruikt. Dank.

Minister Van Essen:

Dat zijn woorden van het lid Kostić.

De voorzitter:

Waarvan akte. Tot slot, de motie op stuk nr. 439.

Minister Van Essen:

De motie op stuk nr. 439 zou ik graag oordeel Kamer willen geven. Ik kan het verzoek in de motie steunen. Er wordt verzocht om te overleggen met provincies en gemeenten vanwege het belang van het opschalen van het gebruik van RENURE. Oordeel Kamer dus.

De voorzitter:

Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?

Minister Van Essen:

Ja.

De voorzitter:

Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat Landelijk gebied, stikstof en mest.

De voorzitter:

Over alle ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.

Mevrouw Van der Plas gaf het al aan: morgen is de kiezer aan het woord. Dat betekent dat er vanavond geen plenaire vergadering zal zijn, net als morgen, omdat het woord aan de kiezer is. Dat betekent dus ook dat we aan het einde gekomen zijn van deze plenaire vergadering, die ik sluit. De vergadering is gesloten.

Sluiting