Circulaire economie
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei en de vaste commissie voor Financiën hebben op 1 juli 2026 overleg gevoerd met de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei, over Circulaire economie.
De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Zwinkels
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Chris Jansen
De griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Nava
Voorzitter: Graus
Griffier: Teske
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Van Duijvenvoorde, Graus, Kostić, Müller, Oualhadj, Zalinyan en Zwinkels,
en de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei.
Aanvang 16.01 uur.
Circulaire economie
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 8 september 2025 inzake evaluatie van de recycle- en hergebruikdoelstellingen voor verpakkingen (28694, nr. 160);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 8 september 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de brieven van Hergebruik Nu en Dutch Cups (32852, nr. 377);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 26 september 2025 inzake onderzoek "Ruimte voor circulaire economie op bedrijventerreinen" (32852, nr. 381);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 14 oktober 2025 inzake actualisatie Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE 2025) inclusief kabinetsreactie op ICER (32852, nr. 392);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 22 oktober 2025 inzake intentieverklaring investeringszekerheid verduurzaming afvalverbrandingsinstallaties (30872, nr. 319);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 19 november 2025 inzake reactie op het verslag EU-rapporteurs circulaire economie (32852, nr. 393);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 1 december 2025 inzake vaststelling Circulair Materialenplan (30872, nr. 321);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 19 december 2025 inzake wijziging regelgeving voor plastic wegwerpbekers en -bakjes en stand van zaken moties en toezeggingen (30872, nr. 323);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 19 december 2025 inzake stand van zaken voorstellen Plastictafel en plasticafdracht aan EU (32852, nr. 397);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 19 december 2025 inzake voortgang strategische aanpak batterijen 2025 (31209, nr. 266);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 25 november 2025 inzake circulair textiel (32852, nr. 394);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 27 november 2025 inzake recente ontwikkelingen totaalaanpak statiegeld (28694, nr. 161);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 9 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over de brief van Brancheorganisatie Kringloop Nederland (BKN) over het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2025 (32852, nr. 399);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 21 april 2026 inzake doorontwikkeltraject uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) (32852, nr. 402);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 23 april 2026 inzake circulair Materialenplan en decentraal maatwerk (30872, nr. 325);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 10 juni 2026 inzake onderzoeken op het gebied van wegwerpbekers en -bakjes die plastic bevatten (30872, nr. 327);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 11 juni 2026 inzake onderzoeken sigarettenfilters, vapes en andere wegwerpplastics (32011, nr. 138);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 23 juni 2026 inzake stand van zaken toepassing recyclaat in "Inventarisatie belemmerende wetgeving voor recyclaat in voedselcontacttoepassingen" (32852, nr. 405).
De voorzitter:
Van harte welkom allemaal. Welkom aan de mensen op de publieke tribune en diegenen die thuis kijken en meeluisteren via het digitale kanaal. We hebben ook nog een volle bak hiernaast, heb ik gehoord van de Kamerbode. Er is ook nog een zaal hiernaast. Ook die mensen heet ik van harte welkom. Het gaat om het debat van de commissie voor Klimaat en Groene Groei. We gaan het hebben over circulaire economie. Ik heet de minister van Klimaat en Groene Groei, de staatssecretaris van Financiën en alle leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van harte welkom. Er zullen nog wel wat mensen binnen komen druppelen dadelijk.
Ik stel voor om een spreektijd van vijf minuten per fractie en vier interrupties te hanteren. We kijken wel of we daarmee uitkomen. Als er nog dringende vragen over zijn, zal ik daar altijd soepel mee omgaan. Vandaag vindt enkel de eerste termijn plaats, zeg ik voor de mensen die dat nog niet weten. De tweede termijn volgt later. Meneer de griffier, is al bekend wanneer? Dan kan ik die datum ook meteen vermelden en vergeet ik dat niet. Op 8 september, hoor ik. Dan vindt de tweede termijn plaats. Dat is dus na het zomerreces.
Dan geef ik als eerste het woord aan het lid Zalinyan van PRO.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Het ligt bijna bij iedereen hier op tafel, een telefoon, vol met waardevolle metalen die we uit de hele wereld halen. We gebruiken 'm een paar jaar en daarna wordt ie vervangen. Een groot deel van die grondstoffen verdwijnt vervolgens uit beeld. Van batterijen en accu's werd vandaag nog eens bevestigd dat ze naar China worden gestuurd. Een circulaire economie gaat daarom niet alleen over afval; het gaat om onze onafhankelijkheid, om onze economie en om verstandig omgaan met schaarse grondstoffen. Juist daarom is het teleurstellend dat we vandaag opnieuw moeten constateren dat de ambities heel groot zijn, maar dat de uitvoering wel achterblijft. Het duurde een halfjaar, maar er is eindelijk toch een debat hierover.
Nederland is een koploper, maar onze doelen raken uit zicht. De afgelopen jaren zijn besteed aan akkoorden, tafels en aanpakken. Ik wil het hier toch wel enigszins scherp neerleggen: er is veel gepraat en weinig gedaan. Maar er is wel heel veel energie in de markt en die moeten we benutten. De noodzaak neemt door onze grondstoffen- en fossiele afhankelijkheden alleen maar toe. Dat moet echt anders. In maart deed een brede coalitie van chemiereuzen een oproep met betrekking tot de klimaatbeweging: investeer structureel. De overheid moet helpen om businesscases van de grond te krijgen. Ik lees in de reactie van de minister vooral over het beetje dat ze al doet, maar wat gaat de minister concreet doen om dat gat te dichten? Graag een reactie.
Daarbij wil ik specifiek aandacht vragen voor de circulaire en biobased chemie. Hun Groeifondsgeld staat op de helling, horen wij. Klopt dit? Wat gaat de minister doen om dit te voorkomen? Ook de afvalsector verdient duidelijkheid. Onze motie vroeg om oplossingen voor de verhoging van de afvalstoffenheffing in de Voorjaarsnota. Dat is nog niet gebeurd. De sector heeft alternatieven aangedragen die ook de circulariteit versterken. CE Delft laat ook zien dat er effectieve alternatieven zijn. Ik hoor graag wat het plan van dit kabinet is om dat op te lossen.
Geld is onmisbaar, maar wel een tijdelijke oplossing. Uiteindelijk moet de overheid de circulaire markt maken. Een goede invulling van de UPV is daarom cruciaal. Ik heb een paar vragen. Nu zijn UPV-organisaties er vooral om efficiënte afvalverwerking te faciliteren, maar hoe worden zij circulair? Gaat de minister ook verplichte doelstellingen voor hergebruik opnemen in UPV's? Gaat de minister UPV's ook benutten als investeringsinstrument? Is de minister bijvoorbeeld bereid te kijken naar een verplicht circulair investeringsfonds per UPV, zoals in Frankrijk?
In de UPV textiel dreigt de uitvoering spaak te lopen door concurrerende organisaties, met negatieve gevolgen voor circulariteit. De bijdrage dekt de werkelijke kosten absoluut niet. Wat gaat de minister hieraan doen?
Dan heb ik het specifiek over luiers. Kan de minister toezeggen dat die UPV nog dit jaar wordt ingevoerd, zodat recyclingcapaciteit kan worden opgeschaald en deze stroom niet onnodig in de verbrandingsoven blijft belanden?
We kunnen echter al sneller aan de slag met specifieke stromen, bijvoorbeeld fossiel plastic. Daarom hoor ik graag van de minister wat haar plan is voor de circulaire hefboom. We zouden nog voor het zomerreces een reactie krijgen, maar die reactie is er niet.
Dat geldt ook voor belangrijke sectoren als textiel en de bouw. In de brief lees ik dat Nederland wacht op Europese actie op het gebied van ultrafast fashion en een vrijwillige reclamecode voor influencers. Nou, dat zal SHEIN en Temu wel leren. Frankrijk levert wel, met een verbod op reclame en een milieuheffing op vooral Chinese gesubsidieerde troep. Italië is hier ook al mee bezig. Is de minister bereid om het Franse voorbeeld te volgen en juist onze ondernemers te stimuleren?
Ook wat betreft aanbesteden moet er veel gebeuren. Er ligt een kans van 116 miljard aan overheidsopdrachten te wachten, maar het kabinet komt niet verder dan verwijzen naar medeoverheden en uitvoeringsorganisaties. Bedrijven vragen ook hierbij weer om duidelijkheid. Is de minister bereid om afrekenbare doelen te stellen voor circulaire inkoop? Specifiek horen wij die oproep ook van de bouwsector. Is de staatssecretaris bereid om voor de zomer van 2027 een nationaal kader voor circulair aanbesteden vast te stellen?
Afrondend. De circulaire economie komt er niet door de overheid alleen, maar door samenwerking in de keten. Daar zit heel veel energie. Ik ben blij met de ketentafels die nu opgezet worden, maar de overheid heeft wel een verantwoordelijkheid om te sturen op doelen en om te coördineren. Dit moeten geen praatclubs worden. Ik vind uit de brief nog te veel spreken dat de minister vindt dat de partijen zelf aan zet zijn. Ik hoor daarom ook graag of zij bereid is om harde doelen en mijlpalen per productgroep vast te leggen. We hebben in Nederland namelijk een unieke kans. We hebben geweldige bedrijven, een minister met kennis van zaken en een dringende geopolitieke noodzaak. Het is dus tijd om van circulariteit het nieuwe normaal te maken.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Hartelijk dank, lid Zalinyan van PRO, voor uw inbreng.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ook FVD is — dat verbaast misschien wat mensen hier — fan van circulaire economie. We vinden ook dat er enorm goede innovaties in zijn. We blijven alleen heel erg worstelen. Als de circulaire economie zo goed is, zal dat zichzelf gaan bewijzen op de markt, toch? Waarom kiest PRO er dan toch steeds voor dat er veel meer door de overheid gedaan moet worden in plaats van te vertrouwen op de businesscase zelf?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
De overheid doet op dit moment ontzettend veel aan de kant van bijvoorbeeld fossiele subsidies. De overheid mengt zich dus juist constant met de markt aan de ene kant. Wij staan voor een level playing field voor gelijke investeringen en gelijke kansen, ook voor de circulaire economie. Op dit moment zien we namelijk dat de circulaire economie heel erg achterblijft. Ook de investeringen blijven achter. We zijn dus juist voor meer investeringen in de circulaire economie, zodat die een boost krijgt en er weer een gelijk speelveld komt.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Dank aan mevrouw Zalinyan voor het antwoord. Het is heel invoelbaar. Zou PRO dan liever alle subsidies weg willen en op die manier een gelijk speelveld willen creëren? Of wil PRO de subsidie voor de ene groep verhogen, dus dat het aan de overheid blijft?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Wij staan in de eerste plaats voor een overheid die duidelijk is over waar ze naartoe wil. We willen met visie investeren in wat we belangrijk vinden. Dat betekent dat we, bijvoorbeeld met UPV, maar ook met de circulaire hefboom, echt gaan investeren in de circulaire economie. Ik vind het van een overheid juist heel belangrijk dat er visie is. Ik vind ook dat er best vooruitgelopen mag worden. Dat faciliteren en investeren is ontzettend belangrijk.
De voorzitter:
Ik heb nog even een huishoudelijke mededeling. De heer Van Duijvenvoorde en het lid Oualhadj van D66 zijn officieel geen lid van deze commissie. Ik hoop dat daar geen bezwaren tegen zijn. We leven niet in Noord-Korea, dus ik neem aan dat ze ook het woord mogen voeren. Ik zie iedereen ... Lid Kostić? Nee, ik zie dat niemand bezwaar heeft.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Dank, voorzitter, dat u dit doet. Het was inderdaad de vraag of ik dit aan het begin van mijn bijdrage zou doen, maar dat duurt nog wel even, dus dank aan de voorzitter voor het stellen van die vraag. Ook dank aan de rest van de commissie dat ik hier mag zijn.
De heer Van den Berg (JA21):
Uiteraard welkom in de commissie. Ik bied ook gelijk even mijn excuses aan dat ik iets later was.
De voorzitter:
Het zij u vergeven. Het kost u alleen altijd een paar gevulde koeken! Zo werkt dat onder mijn voorzitterschap. Maar voor de rest: van harte welkom.
We gaan naar het lid Zwinkels. Zij spreekt namens het CDA. Ze heeft gister, ik geloof tegen 23.00 uur, nog haar maidenspeech gehouden. Ik mag u nogmaals feliciteren, mevrouw Zwinkels, nu ook namens deze commissie. Veel succes. Uw vijf minuten gaan in.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben lang uitgekeken naar dit debat, net als de vele maatschappelijke organisaties en bedrijven die werken aan de circulaire economie. De afgelopen tijd heb ik veel werkbezoeken afgelegd. Daarbij zag ik hoe divers de circulaire economie is. Van de levensmiddelen en de maakindustrie tot de zorg: overal liggen kansen om grondstoffen te besparen, producten langer te gebruiken en afval drastisch te verminderen. Het is logisch dat dit onderwerp nu bij de commissie voor K&GG ligt, want als iets raakt aan groene groei, dan is het wel de circulaire economie. Ik zie kansen. Ik wil vier punten benoemen.
Allereerst de hoofdlijnen. Wat is de stip op de horizon en welke doelen stellen we? Evaluaties laten zien dat de huidige ambitie van honderd procent circulair te weinig concreet is en in de praktijk voor verschillende interpretaties zorgt. Dat hoorde ik bijvoorbeeld bij een installatiebedrijf. Is de minister bereid om met heldere, eenduidige doelen te komen die de circulaire economie daadwerkelijk versnellen? Wat ons betreft sluiten die aan op de R-ladder, op de ladder van Lansink, op productgroepen, op waardebehoud van materialen en op gedragskeuzes.
Dat vraagt ook om een circulaire bril bij andere ministeries. Zou een interdepartementaal beleidsonderzoek, een ibo, over circulaire economie daarbij behulpzaam kunnen zijn, om de doelen te concretiseren en te sturen op grondstofgebruik, CO2-reductie, milieu-impact of een combinatie daarvan? Ik hoor het graag.
Mijn tweede punt betreft de obstakels. Nederland loopt voorop, maar onze regels zijn nog gebaseerd op een lineaire economie. De discussie over de einde-afvalstatus moet worden opgelost, om secundaire bouwmaterialen echt een kans te geven. Tijdens werkbezoeken zag ik hoe de gevelbranche vastloopt bij de ontwikkeling van een circulair dakraam, hoe de gemeente Tilburg creatief moest omgaan met het bouwbesluit en hoe in Flevoland een bedrijfshal van hout werd gebouwd, terwijl dat nog verre van standaard is. Koplopers verdienen ruimte, geen belemmeringen. Hoe kunnen ook fiscale maatregelen van Financiën en innovatieprogramma's van Economische Zaken de circulaire economie versterken? Hoe ziet de minister haar rol daarin?
Daarnaast maakt mijn fractie zich zorgen over de Nederlandse recyclingsector. Bouw- en sloopafval, textiel, plastics en andere stromen staan onder druk door goedkope import uit China, vaak van lage kwaliteit. Welke maatregelen ziet de minister nationaal en Europees om deze oneerlijke concurrentie tegen te gaan? Denkt ze aan handelsmaatregelen, strengere kwaliteitseisen, aangepaste aanbestedingsregels of andere instrumenten? Is zij bereid om hiervoor met een strategische aanpak te komen? In het schriftelijk overleg Fiscale vergroening hebben wij ook gevraagd naar de mogelijkheden van de circulaire hefboom. Kan dit daarvan onderdeel uitmaken?
Mijn derde punt gaat over de voorkant van de keten. Afvalbedrijven als ROVA en REMONDIS lieten zien hoe vervuilde afvalstromen, batterijen en zelfs naalden de recycling bemoeilijken. Daarom moeten we veel sterker sturen op een goed productontwerp. Producten moeten langer meegaan, repareerbaar en recyclebaar zijn, meer gerecycled materiaal bevatten en minder problemen veroorzaken in de afvalfase. Dat het kan, zien we al. Het Afvalfonds stimuleert via de tariefdifferentiatie verpakkingen met meer gerecycled plastic, zoals bij Bolletje. Ook ontwikkelt Wageningen University veel kennis over monomaterialen en productinnovaties. Welke stappen zet de minister om dit verder te stimuleren? Hoe zet zij zich in Europa in voor strengere ontwerpeisen en minimumpercentages gerecycled materiaal? Welke nationale maatregelen kunnen koplopers belonen en de vraag naar circulaire grondstoffen vergroten?
Ook de overheid moet zelf het goeie voorbeeld geven, via circulair inkopen. Rotterdam liet zien hoeveel een overheid kan stimuleren. Circulair Friesland toont samen met Omrin aan hoe regionale samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en het onderwijs leidt tot nieuwe circulaire oplossingen.
Mijn vierde punt is de financiering. Veel subsidieregelingen zijn begrijpelijkerwijs gericht op CO2-reductie, terwijl circulariteit ook draait om grondstoffenzekerheid, strategische autonomie, hergebruik, minder afval en toekomstig verdienvermogen.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ben heel erg benieuwd hoe het CDA naar de inhoud van de brief kijkt over de doelen die de overheid heeft rondom inkoop. U roept eigenlijk ook op tot meer circulair inkopen. Ziet u daar ook een rol in voor de Rijksoverheid? Moet die daarvoor doelen stellen, zodat gemeenten en provincies daarmee aan de slag kunnen? Of kijkt u alleen naar de decentrale overheden?
De voorzitter:
Met "u" bedoelt u waarschijnlijk "het lid Zwinkels van CDA".
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik kijk zeker ook naar de Rijksoverheid. Ik denk dat we een enorm grote impact kunnen maken met het inkoopvolume dat we als Rijksoverheid hebben, met al die ministeries en uitvoeringsorganisaties. Daarmee kunnen we ook weer een inspiratie en een stukje harmonisatie bieden richting de gemeenten. Zij hebben de afgelopen jaren vaak zelf het wiel moeten uitvinden. Dat zijn ook goede initiatieven geweest. Ik heb zelf in de gemeenteraad van Utrecht gezeten. Daar heb ik ook altijd de wethouder gesteund bij de initiatieven ten aanzien van circulair inkopen. Maar ik denk dat we dat als Rijk echt kracht kunnen bijzetten. Dat kan door het zelf te doen, maar bijvoorbeeld ook door goede richtlijnen en andere eisen mee te geven.
De voorzitter:
Vervolgt u.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Voorzitter. Ik kom bij mijn vierde en laatste punt: de financiering. Veel subsidieregelingen zijn begrijpelijkerwijs gericht op CO2-reductie, terwijl het ook gaat om al die andere aspecten waarover ik net al vertelde. Hoe wil de minister bestaande regelingen beter laten aansluiten op circulaire businessmodellen? Denk bijvoorbeeld aan het refurbishen van bureaustoelen, wat Koninklijke Ahrend doet. Is zij bereid om met de sector te onderzoeken waar het instrumentarium tekortschiet en dit richting de Miljoenennota beter in te richten? Is dit ook niet een vraag om uit te zoeken in dat ibo?
Tot slot. Over statiegeld en wegwerpproducten valt veel meer te zeggen. Vooropstaat dat er een goede balans moet zijn tussen stabiel langetermijnbeleid, zodat ondernemers kunnen investeren en burgers weten waar ze aan toe zijn, en praktische uitvoerbaarheid. Alleen zo maken we de circulaire economie tot een opgave van de hele samenleving.
Voorzitter, dank u wel. Ik kijk uit naar de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel, lid Zwinkels. Er komt straks een interruptie van het lid Zalinyan. Dank, jullie blijven netjes binnen de tijd en de vragen en antwoorden zijn ook kort. Daar houd ik van.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik bedoelde net met "u" het lid Zwinkels, zeg ik via de voorzitter. Excuus daarvoor.
We hebben natuurlijk ook UPV's. Ik ben heel benieuwd hoe het CDA aankijkt tegen een UPV voor luiers — die noemde ik net al in mijn bijdrage — omdat er superveel afval is dat gerecycled kan worden en uit de afvalstroom gehaald kan worden. Staat u ervoor open om dat bijvoorbeeld ook voor luiers te doen?
De voorzitter:
U bedoelt: staat het lid Zwinkels daarvoor open?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, misschien heeft u er ook een mening over, voorzitter, maar ik zal reageren namens het CDA.
Wij vinden de UPV, de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, een heel effectief instrument. We zien dat dat heel goed werkt voor een aantal productgroepen en we zien ook graag de uitbreiding van het UPV-instrument tegemoet. Dat ondersteunen wij. We denken wel dat het goed is om per productgroep telkens weer te kijken of het echt effectief is en hoe het gaat uitpakken in de praktijk. Ik probeer ook verschillende bedrijven te spreken, zowel de producenten van luiers als de recyclers en verwerkers daarvan. Toevallig heb ik daar vanochtend nog iemand over gesproken bij een ontbijtsessie in Nieuwspoort. Ik probeer vooral eerst zelf een goed beeld te krijgen van hoe het daarmee staat qua ontwikkeling, innovatie, techniek en capaciteit — is het op dit moment allemaal te recyclen? — voordat we dat op zeer korte termijn gaan voorschrijven. Ik zou dus graag willen zien hoe we daarnaartoe kunnen werken op een realistische manier. Dat kan ik daar voor nu over zeggen.
De voorzitter:
Dank u wel voor de beantwoording. Het lid Kostić is sinds kort ook een luierdeskundige, dus die zal straks ook met een antwoord komen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ben daar te weinig voor thuis, moet ik zeggen, maar dat zou ik wel moeten zijn.
Mijn vraag gaat over fast fashion en ultrafast fashion. Een prima betoog, trouwens. Uit onderzoek van het ministerie blijkt dat een verbod op reclame voor ultrafast fashion goed zou kunnen werken. Ik hoorde mijn collega zeggen dat ze wel zou willen aansturen op gedragsingrepen. Ziet het CDA hier kansen voor?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, ik ben heel erg begaan met de ontwikkeling van circulair textiel. Ik vind het heel belangrijk om dat met elkaar te onderschrijven en aan te moedigen en om te kijken waar de sector tegen aanloopt. De recyclingsector loopt momenteel namelijk in de breedte tegen heel veel knelpunten aan. Vanuit het CDA zijn we er best terughoudend mee om allerlei reclameverboden op te leggen, dus van die maatregel ben ik niet vanzelfsprekend een voorstander. Ik zie wel dat Frankrijk ten aanzien van fast fashion heel ver gaat en daarin ook echt een voorbeeld kan zijn voor Nederland. Ik zit zelf ook in de contactgroep Frankrijk van de Tweede Kamer. Dat heb ik bewust gedaan, omdat Frankrijk vooroploopt ten aanzien van circulaire economie en digitale zaken, alle twee onderdeel van mijn portefeuille, dus ja, ik ben heel benieuwd hoe we ons kunnen laten inspireren door Frankrijk en ja, ik wil ook zeker iets doen tegen de fast fashion. Of een reclameverbod daarvoor het meest effectieve middel is, moet ik nog bezien, maar ik denk graag met de Partij voor de Dieren na over de maatregelen. Nogmaals, ik heb me ook in Utrecht als een van de weinigen altijd ingezet voor duurzame kleding, want daar is inderdaad nog heel veel winst te behalen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Goed om te horen. Voor het CDA is het misschien goed om te weten dat er een aangenomen motie ligt met het verzoek om inderdaad het voorbeeld van Frankrijk te volgen en zulke wetgeving ook in Nederland in te zetten. Nu nog even aan de slag richting het kabinet.
Ik heb nog een vraag over reparaties en de tweedehandssector. Tweedehandswinkels, kringloopwinkels, moeten nu dubbele btw betalen. We weten van onze buurlanden dat dat daar in ieder geval verholpen is. Staat het CDA ervoor open om het kabinet ertoe op te roepen om daar ook in Nederland iets aan te doen?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, we vinden reparatie heel belangrijk. Ik heb een paar weken geleden nog schriftelijke vragen gesteld over het recht op reparatie. In de beantwoording daarvan lezen we dat we in het najaar een voorstel van het kabinet zullen krijgen voor hoe de Europese wetgeving hierover vertaald gaat worden in nationaal beleid. Daar kijk ik heel erg naar uit. Er staan ook nog een aantal andere interessante antwoorden in over reparatie, dus ja, ik zou willen dat we daarop kunnen samenwerken. Een aantal productgroepen heeft al een verlaagd btw-tarief. Ik vind het ook interessant om het kabinet te vragen om te verkennen of daar meer productgroepen aan kunnen worden toegevoegd. Daar komt uiteraard wel bij kijken dat daar dan ook een financiële dekking voor nodig is, dus ik daag mijn collega's en mezelf uit om die dekking te vinden. Het moet natuurlijk ook een doelmatig instrument zijn, want we kunnen het geld maar één keer uitgeven, dus we moeten zorgen dat we die maatregelen kiezen waarmee we de meeste winst kunnen behalen. Ik sta hier echter zeker positief tegenover.
De voorzitter:
Lid Kostić, dit is uw derde interruptie en u heeft er maar vier.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zo'n reclameverbod voor ultrafast fashion is natuurlijk gratis en ook doelmatig, maar los daarvan: precies bij het geld zit het probleem. Er wordt tot 2030 een bedrag tot 58 miljoen euro besteed aan de circulaire economie. Dat is echt wisselgeld. Iedereen die er een beetje verstand van heeft, weet: als je de ambities hebt die het kabinet zegt te hebben — en die wij allemaal hebben — voor de circulaire economie, gaat het meer richting de 1,5 à 2 miljard. Het gaat ook om onze strategische positie en veiligheid. Dan vind ik het een beetje gek dat het CDA zegt dat de oppositie even moet meedenken over het potje waaruit we dan nog meer wisselgeld gaan halen. Is het CDA het met ons eens dat we een oproep moeten doen aan het kabinet om richting de Miljoenennota serieus te kijken of er niet een realistisch bedrag van het kabinet bij moet komen? Anders blijven we wel mooie ambities uitspreken, maar komen er gewoon geen daden.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik wil helemaal niet flauw doen richting de oppositie — laat ik dat vooropstellen — maar politiek is keuzes en afwegingen maken en dus ook uitleggen, als je ergens geld bij wilt, waar het dan eventueel van afgaat, of dat je de staatsschuld laat oplopen dan wel dat je de lasten voor onze inwoners gaat verzwaren. Een van die drie moet het zijn. Ik ben heel benieuwd wat we kunnen doen voor het budget voor de circulaire economie. Ik zie dat uiteraard ook graag groter worden. Ik denk dat we daarin ook de samenwerking moeten gaan zoeken met het bedrijfsleven, want er zijn nog heel veel knelpunten in de financiering. Ik denk dat we daar risico's kunnen wegnemen, waardoor circulaire businessmodellen makkelijker te financieren worden. Het idee van een reparatiefonds is mij ook eerder ter ore gekomen. Dat vind ik ook heel interessant om naar te kijken met elkaar. Misschien kan de overheid dan iets inleggen, maar kan er dan ook door andere partijen iets worden ingelegd.
Tot slot. Ik denk dat het niet zo maakbaar is dat we als overheid de hele circulaire economie en transitie gaan bekostigen, maar ik hoop wel dat we het als de rol van de overheid zien om het een zetje te geven, zodat het in beweging komt, want op dit moment gaat die transitie, die transformatie, helaas niet vanzelf. Dat hebben we inderdaad geconstateerd met elkaar.
De voorzitter:
Dank voor uw beantwoording, mevrouw Zwinkels. Dan gaan we naar de heer Van Duijvenvoorde. Hij spreekt namens Forum voor Democratie.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Voorzitter, dank. De industriële revolutie: een nieuwe mens zou ontstaan, het harde, zware boerenleven zou verruild worden voor een leven in de stad. Fabrieken, het stoomschip, de treinstations: de moderniteit denderde Europa binnen op een spoor vol beloften en mooie vooruitzichten. Dat lastige leven zouden we wel even gaan oplossen met z'n allen. Kolen lieten de fabrieken draaien, het stoomspoor bracht voedsel en goederen sneller dan ooit, de toekomst was maakbaar. Het zag er goed uit: de toekomst zou comfortabel worden.
Dat bleek toch anders te liggen. Het leven in de steden was hard van aard; lees Dickens er maar op na. De belofte van de negentiende eeuw stortte in. De innovaties en oplossingen voor aanvankelijke problemen bleken nieuwe problemen te veroorzaken, die misschien wel groter waren dan de aanvankelijke problemen. Sociologen zijn dit "de reflexieve moderniteit", "de late moderniteit" of de "vloeibare moderniteit" gaan noemen; om de een of andere reden worden ze het niet eens over de term. Ik denk dat dat met hun ego te maken heeft.
We zitten nu in een tijd waarin die oplossingen dus problemen veroorzaken en we hebben nog geen nieuwe oplossingen, en áls we die al hebben, dan weten we al dat die oplossingen weer nieuwe problemen gaan veroorzaken. Was plastic voorheen de oplossing voor tal van zaken, van houdbaarheid tot vervoer, nu blijkt het onverwoestbaar en slecht voor oceanen en voor onszelf. Plastic, het symbool van de desillusie van de moderne wereld. In de circulaire economie wordt gepoogd om hiervoor een oplossing te vinden, via hergebruik van producten; "zoals we vroeger deden", wordt dan vaak gezegd. Algauw komen dan idyllische beelden bovendrijven: de melkboer die volle flessen brengt en lege flessen meeneemt, stille straten, spruitjes op tafel. Maar dat is natuurlijk allang niet meer zo. Het hergebruik van producten is misschien wel een van de meest innovatieve toekomstgerichte sectoren van Nederland. Ze bieden een antwoord op het vele gebruik van plastic bij evenementen die op velden of steden een enorme troep achterlaten en met technologie hebben ze het simpel gemaakt om statiegeld terug te krijgen op je rekening via je telefoon.
Het hergebruik van producten heeft de toekomst. Idealiter kan het zelfs winstgevender zijn om gebruik te maken van deze producten, maar dat maakt het niet per se makkelijker. Als het namelijk zo is dat hergebruik van producten voor zichzelf spreekt, dat het efficiënt en winstgevend kan zijn en dat het de wereld een beetje schoner maakt of houdt, waarom is de politiek dan nodig? Het idee van de vrije markt is natuurlijk dat producten die beter zijn, slechtere producten gaan verdrijven. Dat is misschien naïef, maar niets menselijks is mij vreemd. Vanuit het veld is er veel kritiek op het gezwabber in de wetgeving. De nieuwe wet …
De voorzitter:
Dat was heel ouderwets, met je vinger opsteken.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, ik heb een vraag over de introductie. Ik moest er even over nadenken waar u naartoe ging, zeg ik via de voorzitter. Er wordt gesteld dat het hergebruik vanzelf wel naar voren komt, maar volgens mij … Dat is mijn vraag aan Forum voor Democratie. We hebben toch juist heel veel alternatieven op de markt gekregen waarvan je je kunt afvragen of we er daarmee op vooruit zijn gegaan? Dat leidt inderdaad deels ook tot een stukje vervuiling. Nou ja, een stukje? Misschien wel een groot stuk vervuiling. Dan is het toch heel goed dat we ons er met elkaar van bewust zijn dat dit niet per se allemaal vooruitgang is geweest en dat dit een belangrijke stap is om voor een groot deel terug te gaan naar hergebruik? Dat sluit dan toch heel mooi aan bij dat moderniteitsdenken, waar zojuist een klein beetje op werd afgegeven?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Dank voor de interruptie. Inderdaad, daar zijn we dus ook helemaal voor. De moderniteit komt met oplossingen, maar die blijken weer allemaal problemen te veroorzaken, waaronder plastic. Ik denk dat hergebruik daar inderdaad een oplossing voor kan zijn. Daarom vind ik het ook zo mooi dat die jonge bedrijven zo toekomstgericht en innovatief zijn, juist om de producten die toen goed leken of nodig leken, te vervangen. De vraag waar ik mee worstel, is: als ze echt zo goed zijn … Als jij bijvoorbeeld je hergebruik verkoopt aan een voetbalstadion, hebben zij minder schoonmakers nodig, dus dan is het voordeliger. Dan heb je gewoon een economisch verhaal voor jouw product. Dan is mijn vraag: is het dan nodig dat wij dat gaan promoten als overheid en daar allerlei regels voor gaan maken, of kunnen we erop vertrouwen dat de businesscase van hergebruik dusdanig krachtig is dat, als het daadwerkelijk is wat ze zeggen dat het is, de markt het uiteindelijk zelf gaat oplossen? Dat is het dilemma dat ik heb.
De voorzitter:
Mevrouw Zwinkels, het is wel een aardje naar uw vaartje, want gisteren, toen u uw maidenspeech hield, stond uw vader ook met de armen helemaal omhoog op de publieke tribune, dus ik herken er wel iets van.
Er is een vraag van mevrouw Oualhadj. Ik hoop dat ik uw naam goed uitspreek.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ja, u zegt het perfect.
De voorzitter:
Ik kom namelijk uit de Oostelijke Mijnstreek vandaan en wij hebben de neiging om alles verkeerd uit te spreken, dus vandaar dat ik het nog eens extra vraag.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Dit doet u keurig, voorzitter; dank u wel. Mijn vraag borduurt hier een beetje op voort. Ik begrijp helemaal het dilemma dat u schetst, maar wilt u dan het liefst helemaal geen overheidsingrijpen of wilt u dat alleen in de situaties waarin de markt het niet zelf kan oplossen?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
In principe willen wij vanuit FVD zo min mogelijk overheidsingrijpen. Waar het goed gaat, willen we het aan de markt overlaten. Natuurlijk zijn er momenten waarop de overheid nodig is, want anders zou onze baan overbodig zijn. Er zijn dus momenten waarop de overheid moet ingrijpen en er beleid moet komen. Je zit natuurlijk ook met een krachtenveld. Denk bijvoorbeeld aan de suikertaks. Bedrijven betalen miljarden om het op de juiste hoogte te krijgen. Dan kan het zo zijn dat je als overheid zegt: daar moeten we dus een regel tegen maken. Eigenlijk is wat ik net zei, dus als het klopt dat hergebruik in allerlei vormen beter en efficiënter is — ik denk wel dat dat klopt — een dusdanige lofzang op hergebruik van producten dat ik me afvraag waarom wij dan nodig zijn. Dat is de vraag die ik heb op dit specifieke punt.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Helder, zeg ik even via de voorzitter.
Dan was ik nog wel benieuwd naar specifiek het onderwerp waar we het vandaag over hebben. In general, in algemene zin, kan ik dit verhaal heel goed volgen, maar vandaag praten we uitgerekend over een onderwerp waarbinnen we zien dat het heel vaak niet vanzelf tot stand komt. Neem bijvoorbeeld het geval van plastic. Is de heer Van Duijvenvoorde, zeg ik via de voorzitter, het met mij eens dat we, juist als we het hebben over het terugdringen van het gebruik van plastic, in dit geval virgin plastics, en het aanmoedigen van het recyclen van plastic, als overheid juist wel een taak hebben om in te grijpen?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik zit al de hele week te worstelen met het dilemma waar wij als FVD staan. Uiteindelijk denk ik toch dat de businesscase leidend moet zijn. Ten eerste hebben we een hele absolute wet gemaakt. Allerlei bedrijven hebben daarop ingespeeld. Toen zijn we met die wet gaan zwabberen. Ik denk dat dat een probleem is. Als het aan FVD had gelegen, hadden we die wet überhaupt niet gemaakt en het aan de markt overgelaten, zodat er een dusdanig goed product op de markt zou zijn gekomen dat zelfs voetbalclubs of evenementenorganisatoren zouden zeggen: wij geloven in dit product; hier gaan we voor. Uiteindelijk geloof ik dat de markt dat moet kunnen doen.
De voorzitter:
Lid Oualhadj kijkt een beetje bedenkelijk. Ze waagt er toch een derde interruptie aan.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ja, toch een derde, want het is toch niet helemaal een antwoord op mijn vraag, denk ik. Het ging mij heel specifiek om de plasticsector. Ik begrijp de voorbeelden die de heer Van Duijvenvoorde noemt. Ik ken dit specifieke voorbeeld over de voetbalstadions zelf niet, maar ik ben heel nieuwsgierig naar de plasticbranche in general — ik weet niet waarom ik het Engelse woord blijf gebruiken — omdat we op dat gebied de doelstellingen gewoonweg niet halen zonder de prikkels. Daar hebben we wel een overheid voor nodig. Ik ben vooral benieuwd hoe FVD staat in die specifieke discussie.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Die vraag kan ik heel concreet beantwoorden. Wij zijn inderdaad niet voor het creëren van prikkels en regels op dit specifieke onderwerp.
De voorzitter:
Dan kan het lid Van Duijvenvoorde zijn betoog vervolgen. U heeft nog 2 minuten en 37 seconden, dus maak er het beste van.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Dank. Ik heb al gevulde koeken in mijn tas, hoor.
Vanuit het veld is veel kritiek geuit op het zwabberen in de wetgeving; dat zei ik net al. De regeling rond kunststofhergebruik zou de norm worden. Tal van ondernemers zijn in deze nieuwe markt gesprongen en hebben miljoenen geïnvesteerd in wasstraten en duurzame productielijnen die gericht zijn op de toekomst. Gaandeweg kiest de overheid er echter weer voor om de regels te versoepelen. Eenmalige bekertjes zijn onder voorwaarden toch weer toegestaan, onder andere in de horeca, bij dagattracties en bij sportverenigingen. Wij vonden de wet überhaupt al problematisch en vonden dat deze misschien niet ingevoerd had moeten worden. Nu heeft de overheid de situatie gecreëerd waarin ondernemers simpel gezegd de bietenbrug opgaan. De regering had hier bij het begin van de wetgeving op moeten anticiperen, maar gedreven door de wens de wereld te verbeteren verloor zij de economische realiteit misschien iets te veel uit het oog.
Tot slot wil ik het hebben over het gelijke speelveld. Als FVD zijn we, zoals gezegd, fundamenteel tegen de subsidies. We zien in de praktijk dat het systeem scheef is. Er is wel overheidsgeld en stimulering voor dure recyclingtechnologieën, maar tegelijkertijd worden subsidieregelingen voor de implementatie van hergebruiksystemen stopgezet. Daarom heb ik een aantal vragen aan de bewindspersonen. Als we dan toch leven in de realiteit waarin subsidies worden verstrekt voor onder andere recycling, waarom worden die dan niet ook voor hergebruik verstrekt of in grotere mate, zodat we op zijn minst een gelijk speelveld hebben voor onze ondernemers die gericht zijn op de groene economie?
Erkent de bewindspersoon — ik weet niet precies bij wie ik voor een antwoord moet zijn, dus daarom noem ik "de bewindspersoon" — dat de oorspronkelijke regelgeving onvoldoende oog had voor de economische en praktische uitvoerbaarheid, waardoor zij nu zelf genoodzaakt is de regels te versoepelen? Deelt de staatssecretaris de opvatting dat ondernemers die miljoenen investeren in hergebruiksystemen, erop moeten kunnen vertrouwen dat de overheid niet na enkele jaren de spelregels ingrijpend verandert? Zo ja, hoe gaat hij de investeringszekerheid in de toekomst waarborgen? Tot slot, welke lessen trekken de bewindspersonen uit dit dossier om te voorkomen dat de overheid opnieuw ondernemers in de richting van een bepaald verdienmodel stuurt om vervolgens de spelregels halverwege te veranderen?
Ik dank u voor uw tijd.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng namens FVD. Dan gaan we naar het lid Müller. Zij spreekt namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Een schone economie is een circulaire economie. Voor de VVD gaat circulariteit over twee dingen: het versterken van onze strategische onafhankelijkheid door kritische grondstoffen te behouden en het verzilveren van economische kansen; groene groei dus. Maar dat lukt ons alleen als het beleid ook in de praktijk uitvoerbaar is. We moeten waken voor nationale regelgeving die boven op Europese regels gestapeld wordt en onze ondernemers verstikt. Vandaag wil ik vijf concrete punten langslopen waarbij innovatie en werkbaarheid voor mij centraal staan.
Allereerst de afvalindustrie. We hadden vanochtend een sessie met de afvalindustrie. Die is cruciaal voor de circulaire keten. De sector staat onder druk, onder andere door de plasticheffing van 567 miljoen euro. De sector geeft aan daardoor geen grote investeringen te kunnen doen. Dat raakt onze circulaire ambities, en het is ook een enorm probleem voor Aramis. Ik heb vaker met de minister gesproken over mijn zorgen over Aramis. Dit is namelijk ontzettend belangrijk voor het slagen van de verduurzaming van de industrie. De afvalindustrie heeft de potentie om een zeer groot volume te leveren voor Aramis. Ik heb de volgende vragen aan de minister en de staatssecretaris. Hoe kijken zij naar deze problematiek? Kan de minister een update geven over de alternatieve invulling van de heffing? Hoe zorgt zij ervoor dat de afvalindustrie straks de stap durft te zetten richting Aramis? Kan zij sowieso een statusupdate geven over Aramis? Hoe vindt het overleg met de sector nu plaats? Hoe kunnen we hen investeringszekerheid geven?
Voorzitter. Dan helemaal aan het einde van de keten: de stortplaatsen. In Nederland gaat er maar een heel klein percentage naar de stort, maar in Europa en de rest van de wereld zijn deze percentages echt nog vele malen groter. Ze zijn nog altijd een gigantische bron van methaanuitstoot. Ik wil graag de aandacht vestigen op een mooie Nederlandse start-up die daarvoor een greentechoplossing biedt. Zij kunnen met slimme sensoren en algoritmes methaanlekken op stortplaatsen opsporen, deze met 50% reduceren en het methaan omzetten in hernieuwbare energie. Wat mij betreft heeft het enorm veel potentie. Mijn vraag aan de minister is: kent zij deze innovatie? Ziet zij voor zichzelf een rol om hier aandacht voor te vragen in Europa? In Europa wordt nu wetgeving gemaakt voor stortplaatsen. Wat mij betreft zou het goed zijn als dit soort datagedreven oplossingen daarbij betrokken worden. Dat is goed voor het klimaat en het is een kans voor een Nederlandse start-up om hier marktleider in te worden.
Een andere cruciale innovatie is direct air capture. Hiermee filteren we de CO2 uit de lucht voor hergebruik. Dit is een oplossing voor de glastuinbouwsector, die door de uitfasering van de gasgestuurde warmtekrachtkoppeling in de toekomst een groot tekort aan CO2 zou kunnen krijgen. Direct air capture biedt een circulaire CO2-levering. Ziet de minister dit belang en is zij bereid om te onderzoeken of er een toekomst voor direct air capture binnen de SDE++-subsidie kan worden geborgd?
Voorzitter. Gisteren ontvingen we in de Kamer een petitie over het hergebruik van verpakkingen in de e-commerce. Pakketpost leidt jaarlijks tot 87 miljoen kilo aan verzendverpakkingen. Dat is echt een enorme berg aan afval. De VVD wil kleine ondernemers en consumenten niet verplichten om gebruik te maken van herbruikbare statiegeldverpakkingen, maar we zien wel veel potentie in een vrije keuze. Het is een goed marktinitiatief dat e-commercepartijen zelf de optie creëren voor consumenten om te kiezen voor zo'n herbruikbare verpakking. Mijn vraag aan de minister is: kan zij samen met de e-commercesector dit soort initiatieven actief ondersteunen en stimuleren zonder in te zetten op verplichtingen voor het mkb?
Tot slot, voorzitter. Dan een dossier waarop het woord "proportionaliteit" met hoofdletters geschreven moet worden: statiegeld. De wettelijke inzamelingsnorm van 90% wordt nog niet gehaald. Er wordt nu gesproken over extra inzamelpunten en mogelijk een innameplicht. Voor de VVD staat voorop dat de lasten niet eenzijdig bij de ondernemer terecht mogen komen. Is de minister het daarover eens met de VVD? Ook wil mijn fractie dat de minister nadrukkelijk naar andere manieren kijkt om het aantal innamepunten te vergroten. Hoe kunnen we bijvoorbeeld meer bulkmachines realiseren? Hoe kunnen gemeenten hun verantwoordelijkheid hierin pakken?
Daarnaast hebben we ook zorgen over de inzameling van zuivel- en sapflessen. Voor ons is het een harde randvoorwaarde dat er eerst strenge hygiënemaatregelen worden gepresenteerd door Verpact, waarbij ondernemers maximaal worden ondersteund. Hoe gaat de minister dit borgen?
Voorzitter. Laten we kiezen voor circulariteit, innovatie en ondernemerschap.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Müller, voor uw inbreng namens de VVD. Ik wil de commissie toch een compliment geven. In de twintig jaar dat ik hier zit, heb ik nog nooit meegemaakt dat vier Kamerleden binnen de afgesproken tijd blijven. Het lid Kostić gaat dat dadelijk natuurlijk verknallen — dat weet ik nu al — maar daarom geef ik nu het compliment. Lid Kostić, u heeft ook nog een interruptie, of niet? Dit is uw laatste interruptie.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Collega Graus kent mij al te goed. Ik doe mijn best. Ik heb inderdaad een interruptie. We weten dat bijvoorbeeld het PBL en de WKR tegen het kabinet zeggen: het gaat heel veel over recycling en lager op de R-ladder zitten. Eigenlijk is het advies heel rechtstreeks: kijk nou hoger op de R-ladder, dus kijk ook wat je kunt vermijden qua productie en gebruik van grondstoffen, en kijk ook wat je verplichtend moet doen. We zijn al jaren aan het praten over circulaire economie. Er zijn allerlei ambities, maar het komt gewoon niet van de grond. Daar heb ik nog niets over gehoord van de VVD. Hoe kijkt de VVD daartegen aan?
Mevrouw Müller (VVD):
U kent de VVD. Wij zijn niet zo heel erg voor extra nationale regelgeving. Tegelijkertijd kijken wij wel naar Europa om te zien welke producteisen we kunnen stellen om hieraan te voldoen. We kijken dus uit naar waar de Europese Commissie volgens mij rond september mee komt in het kader van de Circular Economy Act.
De voorzitter:
Ja, in principe heeft u geen interrupties meer, lid Kostić, dus het wordt lekker rustig voor de rest van de tijd. U kunt ook bilateraaltjes doen, hè? "Bilaatjes" noemen ze dat. Ga rustig uw gang hoor, als u zachtjes spreekt. Maar we gaan eerst luisteren naar het lid Kostić van Partij voor de Dieren. O, sorry, ik was u vergeten, mevrouw Zalinyan. Alstublieft.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. We hebben het net al gehad over ultrafast fashion en we hebben het voorbeeld in Frankrijk gezien. Ik ben heel benieuwd hoe de VVD aankijkt tegen de situatie zoals die in Frankrijk wordt geprobeerd te regelen. We hebben ook een motie die is aangenomen door de hele huidige coalitie. Hoe gaan we dat in Nederland oplossen?
Mevrouw Müller (VVD):
Dan ga ik mijn antwoord van net een beetje herhalen. Voor de VVD is het belangrijk dat we kijken hoe we dit op Europees niveau kunnen regelen, zodat er geen ongelijk speelveld ontstaat. Ik zou hier dus niet zelf pleiten voor extra nationale regelgeving daarop.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik heb dat verhaal over het gelijke speelveld natuurlijk wel vaker van de VVD gehoord. Ik heb net aangegeven dat het gelijke speelveld op dit moment juist ontbreekt voor circulaire bedrijven en verduurzaming. Hoe kijkt de VVD aan tegen de koploperspositie die wij als Nederland hebben en die we juist willen behouden? Hoe kijkt de VVD ertegen aan dat we juist een voorbeeld kunnen zijn, omdat we hier ontzettend veel energie en bedrijven hebben die echt heel innovatief zijn, juist ook als het gaat om de textielsector?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik kijk positief naar die sector. Het is heel fijn dat er in Nederland zo veel bedrijven zijn die daar zo goed mee aan de slag gaan. Tegelijkertijd denk ik dat voor ons altijd vooropstaat: kom nou niet hier in Nederland met extra heffingen of ideeën, maar bekijk dat echt Europees. U heeft ook gelijk: ultrafast fashion uit China of plastics uit China, waarvan vaak gezegd wordt dat ze gerecycled zijn, voldoen heel vaak niet aan onze voorwaarden. Ik zou dus ook het kabinet willen aansporen na te denken over hoe we beter toezicht kunnen houden op de stromen buiten Europa, wanneer we denken dat we gerecycled plastic krijgen, maar dat wellicht niet helemaal zo is.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil toch ook wel even peilen waar de VVD staat in de statiegeldkwestie. In 2020 was de VVD nog tegen statiegeld op blikjes en vond zij dat het met €0,10 eventueel ook wel af kon. In 2023 was zij nog tegen de verhoging van €0,15 naar €0,25. Nu begrijp ik dat de VVD op zich wel positief staat tegenover een verdere verhoging, of in ieder geval een verdere uitbreiding van de inzamelplicht voor bijvoorbeeld zuivel- en sapflessen. Hoor ik dat goed?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik sta er helemaal niet per se positief tegenover, en al helemaal niet tegenover een verhoging. Dat heeft de VVD nooit gedaan en dat doen we nu ook niet. Ik kijk op zich wel positief aan tegen het verhogen van het aantal innamepunten. Ik denk dat het voor de consument best fijn is als hij zijn flessen op meerdere plekken kwijt kan. Daar kijk ik dus positief naar. Wat betreft sap- en zuivelflessen heb ik heel duidelijk aangegeven dat het voor ons heel erg belangrijk is dat we vooraf hygiënemaatregelen nemen voordat we ondernemers en consumenten met moeilijke dingen opzadelen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, maar dan blijft het toch zo dat juist de kleine winkelier of de supermarkt — de ruimte in de supermarkt is natuurlijk ook schaars — extra systemen moet krijgen om het op te slaan en dat er extra arbeidsuren nodig zijn om het schoon te houden en plagen weg te houden. Ook al is het hygiënisch, uiteindelijk is het wel een extra lastenverzwaring voor de ondernemers. Is de VVD het met mij eens dat dit juist voor de mkb'ers een extra regel is waar ze heel veel last van kunnen gaan hebben?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik deel diezelfde zorgen. Daarom stel ik er vragen over en verbind ik er randvoorwaarden aan. Het voorstel van het kabinet zal ik daar heel scherp op beoordelen.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan blijft het natuurlijk nog steeds een feit dat die ondernemers daar last van hebben. Ik hoor wat mevrouw Müller zegt over de hygiëne. Dat staat voorop. Maar de lastenverzwaring voor ondernemers blijft staan als een huis. Hoe reageert de VVD daar dan op? Is zij daar dan ook mee akkoord, vraag ik via de voorzitter.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik heb aangegeven dat ik er voorstander van ben om te kijken hoe we het aantal inzamelpunten kunnen verhogen, maar ik heb ook gezegd dat een inzamelplicht voor mij niet per se de beste oplossing is. Ik wil dat er vanuit het kabinet ook wordt gekeken naar andere manieren om het aantal inzamelpunten te verhogen. Hoe kunnen we zorgen dat we meer bulkautomaten hebben? Kunnen gemeentes hier een bepaalde verantwoordelijkheid in nemen? Dus nee, ik wil die verantwoordelijkheid niet eenzijdig bij ondernemers leggen.
De voorzitter:
Gooi 'm er maar in, meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan ga ik toch maar een laatste keer naar een antwoord zoeken. Volgens mij gaat de VVD gewoon niet in op het punt van de lastenverzwaring. Wat betreft wat ik hoor over de hygiëne en de inzamelautomaten, zeg ik: oké. Het blijft echter een feit dat de extra arbeid, de extra tijd die erin zit om het in te zamelen en de ruimte die ondernemers kwijt zijn om het allemaal in goede banen te leiden, gewoon een lastenverzwaring voor het mkb zijn. Ik dacht juist dat de VVD altijd opkwam voor het mkb en ondernemers. Dat staat ze ook goed. Via de voorzitter zou ik dan willen vragen om specifiek in te gaan op de vraag hoe we hier netjes mee moeten omgaan richting de ondernemers.
Mevrouw Müller (VVD):
De VVD komt ook op voor de ondernemer. Daarom heb ik ook gezegd: het moet proportioneel zijn. Ik ga het voorstel dat straks vanuit het kabinet komt, daar heel erg hard op toetsen.
De voorzitter:
Lid Kostić van de Partij voor de Dieren, houd de eer van de commissie hoog!
Kamerlid Kostić (PvdD):
Collega Graus. Gisteren ontmoette ik hier in de Kamer Sjaak. Hij heeft een beperking, maar heeft in het reparatievak zijn roeping gevonden en is nu leidinggevende. Hij vertelde hoe hij er met zijn team voor zorgt dat afgeschreven producten weer bruikbaar worden gemaakt en hoe hij ziet hoe mensen met een rugzakje hun plekje vinden in het waardevolle werk. Sjaak zei: ik werk met afgeschreven producten en afgeschreven mensen, die eigenlijk allemaal niet afgeschreven zijn, maar gewoon wat aandacht nodig hebben. Sjaaks verhaal staat symbool voor de kansen die de circulaire economie biedt, maar die nu niet worden benut.
De Partij voor de Dieren heeft jarenlang gewezen op het belang van het afbouwen van de oude rupsje-nooit-genoegeconomie, waarbij we eindeloos veel troep maken en dumpen en drieënhalve aarde per jaar verbruiken, terwijl we er maar eentje hebben. We hebben jarenlang gewezen op het belang van de transitie naar een economie waarin we alleen produceren wat echt van waarde is. Het gaat hier vaak om een gezonde rijksbegroting, waarbij we de rekening niet doorschuiven naar volgende generaties. Maar over dat we al dik in het rood staan qua hoe we onze aarde gebruiken en dat we, als we nu niet groots gaan investeren in verandering, juist de jongere generatie opzadelen met een gigantische, onbetaalbare rekening, gaat het eigenlijk te weinig.
Voorzitter. Het idee dat we iets moeten doen met de circulaire economie, is nu wel geland. De Partij voor de Dieren ziet echter drie grote knelpunten. Ten eerste. We moeten veel scherper begrenzen wat echt circulair is. Het begrip "circulaire economie" wordt nu te vaak misbruikt om een oude industrie een groen tintje te geven, terwijl de uitputting en vervuiling van de aarde doorgaat. De opbouw van circulaire economie betekent nadrukkelijk ook de oude economie afbouwen. Dat zien we nog niet gebeuren. We zien hooguit dat er boven op de oude industrie nog iets nieuws wordt opgebouwd. Belangrijke keuzes worden niet gemaakt. Daardoor wordt de schaarse ruimte in Nederland verspild aan industrieën die niet meer houdbaar zijn. Ziet de minister dat ook?
We zien ook dat de term "circulair" wordt misbruikt om schadelijke materialen te kunnen gebruiken, meestal in het belang van de oude industrie. Zo wordt door het hele land nu schadelijk staalafval verspreid, ook wel "staalslakken" genoemd. Dit ondermijnt de transitie naar een echt circulaire, gezonde economie. Hoe voorkomt de minister dat schadelijke stoffen en materialen zoals staalslakken onder het label "circulair" worden ingezet? Kan ze toezeggen dat ze hier veel meer de Commissie mer in gaat volgen?
Het tweede knelpunt is geld. Deze minister heeft er terecht op gewezen dat de transitie naar circulair qua schaal en impact vergelijkbaar is met de energietransitie. Aan die laatste worden miljarden besteed, maar het kabinet heeft nog maar enkele miljoenen over voor de circulaire economie. Dat is echt een knelpunt. Het kabinet kijkt nu of er wat aflopende regelingen in 2027 kunnen worden voortgezet, maar dat is natuurlijk nog steeds niet de schaal die past bij de ambities van de minister. Is het kabinet bereid om net zoals bij de energietransitie concreet te maken welke structurele financieringsbronnen beschikbaar gemaakt kunnen worden voor de circulaire economie? Kan de minister toezeggen dat ze daar bij de komende begroting concreet op terugkomt, zodat de transitie echt verder kan?
Het derde knelpunt: er is bindend beleid nodig. Het PBL en de WKR concluderen dat ook. Ons belastingstelsel is nu zo ingericht dat iets nieuws kopen goedkoper is dan repareren. Dit kan anders door arbeid minder en nieuwe grondstoffen meer te belasten. Het kabinet geeft aan dat het een stapsgewijze tax shift van minder belasting op arbeid naar meer belasting op grondstoffen als mogelijkheid ziet. Kan de staatssecretaris vlak na het reces een tijdlijn geven van hoe die stapsgewijze invulling eruit kan komen te zien en vertellen waarom dit niet is opgenomen in de Strategische Belastingagenda 2026-2030?
Voorzitter, dan over wegwerpmode. De motie-Stoffer en de motie-Kostić vragen om concrete en voortvarende maatregelen tegen ultrafast fashion, ook op nationaal niveau, waaronder voorbereiding van regelgeving in lijn met de genoemde Franse wetgeving. Is de minister bereid om hieraan gevolg te geven en parallel die wetgeving voor te bereiden? Gezien de urgentie en de roep uit de textielsector is het zonde om kostbare tijd te verliezen.
Tot slot. Laat het kabinet ook zelf het goede voorbeeld zien? Wil het kabinet circulair inkopen standaard maken bij alle overheidsorganisaties?
Dank u wel.
Echt tot slot wil ik dit nog aanbieden, van Sjaak, ter inspiratie voor het kabinet en dit voor de toekomstige generatie en de huidige jongeren, van de Jonge Klimaatbeweging. Ik verzoek de minister ook hierop te reageren vlak na het zomerreces.
De voorzitter:
De bode zal er zorg voor dragen dat het aan de overkant terechtkomt bij de bewindspersonen. Dan maakt het ook onderdeel uit van de beraadslaging.
Het lid Kostić had het ook nog over de Commissie mer. Dat is een onafhankelijke commissie, de Commissie voor de milieueffectrapportage. Dit zeg ik voor degenen die dat niet weten. Vaak luisteren en kijken er mensen thuis mee die dit niet weten. Bij dezen.
Dan gaan we tot slot van de eerste termijn van de Kamer naar het lid Oualhadj van D66.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik denk dat de heer Van den Berg straks ook nog wil, voorzitter.
De voorzitter:
Ja! Dat klopt.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Hij zit in uw dode hoek; ik zie het.
De voorzitter:
Precies. Hij is in mijn dode hoek gaan zitten. Hij zat eerst ergens anders, maar daarna is hij daar gaan zitten.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik neem het graag voor mijn collega's op.
Voorzitter. Wat boven de grond is, moeten we niet opnieuw uit de grond willen halen. Een afgedankte telefoon is geen afval, maar een kleine mijn vol koper, kobalt en andere waardevolle grondstoffen. Toch laten we die grondstoffen nog te vaak weglekken. Ze verdwijnen in de verbrandingsoven of naar het buitenland. Vervolgens maken we ons voor nieuwe grondstoffen opnieuw afhankelijk van landen waarvan Europa geopolitiek juist minder afhankelijk wil worden. Voor D66 is de circulaire economie daarom niet alleen materialenbeleid, maar ook klimaatbeleid. Het is ook economisch beleid en het is ook veiligheidsbeleid.
De circulaire doelen zijn nog ver buiten bereik, dat wel. Het PBL noemt het nieuwe NPCE geen gamechanger. De WKR concludeert dat steviger beleid nodig is. Dat is de erfenis van stilstand. Het is dus hoog tijd voor een aantal doorbraken. Ik wil het eigenlijk over drie dingen hebben: een nationaal oogstplan, een betere uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en een circulaire hefboom.
Ik begin bij dat nationale oogstplan. Europa wil in 2030 voldoende capaciteit hebben om een kwart van het jaarlijkse gebruik van strategische grondstoffen te recyclen, maar capaciteit alleen is niet genoeg. Recyclingbedrijven moeten aan de ene kant verzekerd zijn van recyclebare materialen, maar aan de andere kant ook van afnemers. Juist dat is in Nederland ook een probleem. Vanmiddag bezocht ik Jobo Metaal. Dat is een jonge ondernemer hier in Den Haag die zich gespecialiseerd heeft in metaalrecycling. Daar liggen enorme circulaire kansen. Toch gaat het overgrote deel van het schroot voorlopig naar Azië, waar Nederlands metaal als grondstof voor de industrie daar wordt gebruikt. Ondertussen moeten wij dus zelf opnieuw grondstoffen winnen. Dat is nogal krom.
D66 wil daarom een nationaal oogstplan voor kritieke grondstoffen. Breng in kaart waar deze materialen zitten en organiseer de inzameling zo dat teruggewonnen grondstoffen opnieuw worden gebruikt in Europese producten. Dat is ook meteen een vraag aan de minister. Kan er een concreet inzamel- en terugwindoel voor kritieke grondstoffen opgesteld worden? Kan zij de inkoopkracht van de overheid inzetten om deze markt op gang te brengen? Het is een vraag die vandaag al eerder naar voren is gekomen.
Dan de UPV, de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het is een mond vol, maar het is een goed instrument, want de vervuiler betaalt en wie een product op de markt brengt, wordt verantwoordelijk voor de afvalfase. Ik ben blij met het registratie- en goedkeuringssysteem dat eraan komt, want dat beschermt de bedrijven die het wél goed doen. Mijn zorg is wel een beetje het tempo. De minister schetst de richting en die is helder, maar de planning blijft vaag. Is de minister bereid een uitvoeringsagenda met een duidelijk tijdpad op te stellen, en die aan de Kamer toe te sturen?
Binnen de UPV kunnen producenten die goede keuzes maken zonder een nieuwe belasting een lager tarief krijgen. Het is dus heel goed dat ook onderzoek van de minister laat zien dat er geen juridische of technische belemmeringen zijn. Maar we kunnen ook verder gaan dan dat. De UPV stimuleert nu vooral recycling en nog te weinig de hogere trede op de R-ladder, zoals ook het lid Kostić net aangaf. Dan bedoel ik bijvoorbeeld reparatie en hergebruik. In Frankrijk worden producenten daar al financieel voor beloond. Wie een goed repareerbaar product maakt, betaalt minder. Wie iets maakt dat na één keer gebruiken op de afvalberg belandt, betaalt meer. Ziet de minister mogelijkheden om die beloning in Nederland gerichter in te zetten voor hergebruik en reparatie?
Dan de circulaire hefboom. De Kamer vroeg om een wettelijke borging en het kabinet reageerde daar positief op. Terecht, want het principe is heel verstandig. De minister heeft toegezegd de Kamer voor het zomerreces over haar conclusies te informeren, maar in die toegestuurde brief ontbreekt nog een uitwerking. Kan zij vandaag nog, in dit debat, aangeven welke kant die conclusies op bewegen? Ligt een nationale start op tafel zolang die Europese route nog niet rond is? Ik richt me ook tot de staatssecretaris. Financiële prikkels kunnen die voortgang ook versnellen. Bent u bereid verder te onderzoeken hoe fiscale prikkels de transitie naar een circulaire economie kunnen ondersteunen?
Voorzitter, ik rond af. Frankrijk is vandaag al een paar keer genoemd. Frankrijk staat ook bekend om zijn repaircafés. Over de hele wereld zijn er al duizenden, maar het allereerste repaircafé stond wel hier in Nederland, in Amsterdam, sinds 2009. Ik wil maar één ding zeggen: als er één land is dat circulair vooruit kan komen, dan is het Nederland wel.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Oualhadj, voor uw inbreng namens Democraten 66. Geachte afgevaardigde Van den Berg, ik was u inderdaad vergeten, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik al twee nachten niet geslapen heb. Allereerst komt dat door de wedstrijd van Oranje eergister en afgelopen nacht sliep ik niet omdat ze eruit liggen. Ik ben niet helemaal fris, zeg ik dus maar. Maar bij dezen gaan uw vijf minuten in.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, op enig moment hoop ik dat goed te maken met wat gevulde koeken; dat doet een mens altijd goed.
Hergebruik is een nobel streven. Zaken die we kunnen hergebruiken, hoeven we niet opnieuw te kopen. Dat is een kleine stap richting strategische autonomie. Een belangrijke voorwaarde is wel dat het daardoor niet veel duurder wordt, maar als ik de geluiden zo hoor en de voorliggende stukken zo lees, dan heb ik daar weinig vertrouwen in. Zo blijkt wederom dat alle doelen die we onszelf hebben opgelegd, niet gehaald worden. Mijn eerste vraag aan de minister is daarom: zijn deze doelen ooit echt realistisch en haalbaar geweest?
Voorzitter. Ik zal een aantal doelen langslopen, te beginnen met plastic flessen. De inzamelnorm voor drankflessen ligt op 90%. Naast het hergebruiken van plastic willen we ook voorkomen dat flessen in de natuur belanden. Daarom begonnen we ooit, lang geleden, met statiegeld op grote drankflessen. Inmiddels betalen we ook statiegeld op kleine flesjes en blikjes. Als het aan de minister ligt, geldt dat straks ook voor sap- en melkflessen. Verwacht de minister echt dat mensen thuis in de keuken stinkende sap- en melkflessen gaan bewaren?
Ik weet niet of de minister of de staatssecretaris weleens in de centra van grote steden komen, dus daarom heb ik een aantal afbeeldingen meegenomen. Voor ik die laat zien, herinner ik u graag aan het feit dat statiegeld zwerfafval zou moeten tegengaan. Wie kent niet deze plaatjes van Amsterdam, met opengebroken prullenbakken? Of hier heb je een plaatje van Nijmegen; daar heb je het ook. Hier heb ik nog meer plaatjes uit Amsterdam. Het wordt, kortom, een zooitje. Het doel dat we zouden moeten behalen, wordt met dat statiegeld juist tegengewerkt. Deze afbeeldingen laten zien dat het vooral leidt tot opengebroken prullenbakken en kapotgetrokken vuilniszakken, veroorzaakt door heuse statiegeldjagers. Is dit nu echt wat het kabinet wil bereiken met het in stand houden en uitbreiden van de statiegeldplicht?
Voorzitter. Mensen kunnen hun boodschappen nu al nauwelijks betalen. De gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor de boodschappenprijzen zijn nog steeds niet helemaal helder. Het is nog niet duidelijk hoe dit gaat uitpakken. Laten we mensen dan niet opzadelen met nog een extra verkapte belasting.
Dan de circulaire hefboom. Om circulariteit te stimuleren wordt er tussen neus en lippen door wederom een nieuwe heffing bedacht: een circulaire heffing op eindproducten. Maar dit is pure symptoombestrijding. Er wordt vaak gekozen voor niet-circulaire grondstoffen omdat we circulaire alternatieven in Nederland niet concurrerend kunnen produceren, onder meer door onze torenhoge energieprijzen. Daarbij zorgt deze circulaire hefboom opnieuw voor extra regeldruk. Ik weet niet of deze minister hier ook met de minister van Economische Zaken over heeft gesproken, maar volgens mij was idee juist om de regeldruk te verminderen. Dat lukte ook al niet. Zeker omdat het ook nog eens een keer een Nederlandse kop op Europees beleid is, vind ik het echt onbegrijpelijk. De mensen thuis zullen hier uiteindelijk voor moeten betalen. Dit is opnieuw een extra belasting die zal worden verwerkt in hogere prijzen.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Oualhadj. Dank aan de staatssecretaris, die mij wederom even wakker maakte.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Haha, al die oplettende D66'ers in deze zaal. Ik ben eigenlijk een beetje blijven hangen bij dat eerste punt van JA21. Ik ben op zoek naar wat de heer Van den Berg dan voorstelt. We kennen de problemen natuurlijk allemaal. Die foto's zijn heel symbolisch en het is hartstikke goed dat u die mee heeft genomen, maar wil JA21 dan maar gewoon opgeven? Wat doen we er dan aan om die doelstelling alsnog te halen?
De heer Van den Berg (JA21):
Dat die doelstellingen wellicht ook niet helemaal realistisch waren, is ook precies mijn punt, zeg ik tegen mevrouw Oualhadj. Het is niet zo dat wij circulariteit niet nastreven, maar JA21 is wel van mening dat het altijd moet renderen. Ik kijk ook naar mijn eigen ervaringen. We begonnen in 2010 in de gemeente Huizen met het inzamelen van plastic afval. Dat is ondertussen flink ingeburgerd. Nu gaan we toch weer werken aan nascheiding. Iedereen werkt daar netjes aan mee. Maar ik moet nu toch al mijn flesjes weer apart gaan inleveren, zelfs al scheid ik al mijn afval voor honderd procent. Ik zamel het dus thuis al netjes in, met gevolgen als stank- en hygiëneoverlast. Dat ik ze ondanks dat apart moet inleveren, is een probleem. Als we dat weten te tackelen, dan hebben we misschien een nieuw gesprek. Maar alsnog blijft het wel een verkapte belastingverhoging, die volgens mij ook niet helemaal leidt tot die onhaalbare doelen.
De voorzitter:
Mevrouw Oualhadj, u heeft geen interrupties meer. Er komt in september nog een tweede termijn, dus als u de vragen opschrijft, komen die vast nog wel een keer terug. Meneer Van den Berg, u heeft nog ongeveer een dikke twee minuten, dus u kunt afronden.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de vragen. Het blijft inderdaad een dilemma, moet ik toegeven. Uiteindelijk hebben we te maken met de lasten en moet het ook uitvoerbaar zijn, zeg ik tegen mevrouw Oualhadj.
Ik had het over de circulaire hefboom. Omdat we dus niet-concurrerende energieprijzen hebben in Europa, wordt dat ook steeds lastiger voor ons allen. Deze circulaire hefboom zorgt opnieuw voor extra regeldruk. Nu val ik in herhaling. Ik moet even een stukje door; ik denk dat ik dit al had gehad.
De voorzitter:
U heeft ook een nacht overgeslagen met die wedstrijd, denk ik.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb wel wat nachten overgeslagen, maar dat heeft meer met mijn kinderen te maken.
Ik kom bij mijn vragen aan de minister. Is dit middel volgens de minister het meest doeltreffende en vooral: zijn er ook andere opties overwogen? Waarom wil de minister met dit beleid graag vooroplopen in Europa, terwijl de Nederlandse concurrentiepositie juist al zo onder druk staat? Wat gaat deze heffing volgens de minister nu echt concreet oplossen, behalve dat producten veel duurder worden? Kan de minister of de staatssecretaris ons een overzicht geven van welke plastic- of circulariteitsheffingen op dit moment allemaal gelden?
Voorzitter. Dan kom ik bij de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Producenten worden verantwoordelijk voor de goede recyclebaarheid van hun eigen producten. Dat is precies weer een extra regel voor de bedrijven. Het gaat gelden voor in totaal minstens zestien productgroepen: van kleding tot auto's en van sigarettenfilters tot luiers. Maar volgens de ILT, de Inspectie Leefomgeving en Transport, zijn veel bedrijven niet eens op de hoogte van deze UPV's. Slechts 10% van de batterijproducenten en slechts 20% van de textielproducenten wist ervan. Waarom hebben we deze regels dan? Als bedrijven er niet eens van weten, zijn we dan niet gewoon regels aan het maken om maar regels te hebben? Ongetwijfeld zal de minister meer willen gaan handhaven nu zij deze cijfers hoort. Kan de minister ons daarom een indicatie geven van de verwachte kosten voor producenten om hun producten compliant te maken met de UPV?
Voorzitter, ik kom bij het laatste punt. Ik wil toch wel stellen: zonder een sterke chemiesector hebben we ook geen circulaire economie. Wie wil recyclen, moet de industrie dus hier laten, laten groeien en niet wegjagen.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Berg, voor uw inbreng namens JA21. Er is een interruptie van het lid Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb wel een vraag voor de heer Van den Berg, want gedurende zijn hele betoog vroeg ik me af wat hij dan wél wil doen om de circulaire economie te helpen opschalen. Op het allerlaatst kwam er nog een positieve noot richting de chemische industrie, maar ik ben toch wel benieuwd of de heer Van den Berg nog iets kan vertellen over de opties die hij zelf voor zich ziet om die circulaire alternatieven, waarvan hij nu aangeeft dat die niet competitief zijn, een kans te geven. Anders wordt er, als ik het verhaal zo hoor, alleen ingezet op lastenverlichting en regeldrukverlichting, en komen we ten aanzien van circulaire economie met JA21 niet heel veel verder.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank voor deze vraag. Zoals ik al zei, is het echt een dilemma. Nogmaals, JA21 staat er zo in: het moet renderen. Volgens mij gaan mensen ook al heel secuur om met hun afval. We hebben al heel veel maatregelen doorgevoerd, zoals de pmd-inzameling die ik al noemde. Met nascheiding gaat het ook steeds beter. Ik denk dat ik me wat dat betreft wel kan aansluiten bij de heer Van Duijvenvoorde; als die maatregelen an sich verstandig zijn om te nemen voor deze bedrijven, en als mensen die zelf ook willen, kun je je afvragen of overheidsingrijpen wel altijd zin heeft. Dat moet je altijd meewegen.
Dan had ik nog een tweede punt, waar ik door het gebrek aan slaap niet meer op kom. Ik laat het voor nu even hierbij.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dan heb ik nog één vervolgvraag. Misschien kan de heer Van den Berg hetgeen hem ontschoten is daar straks bij betrekken in zijn antwoord. Ik ben namelijk wel benieuwd wat hij bedoelt met "de bedrijven". In mijn ervaring is het namelijk juist zo dat steeds meer en meer bedrijven ons beginnen te bevragen over circulaire economie: kom nu met duidelijke normen, kom met een stabiel betrouwbaar beleid voor de komende jaren op basis waarvan we kunnen investeren en geef onze producten een kans. Ik zou toch van de heer Van den Berg willen weten of hij daar een boodschap aan heeft en wat hij wil doen ten aanzien van het beprijzen of het normeren. Dat kan eventueel ook op Europees niveau; daar ben ik ook groot voorstander van. Maar wat wil hij dan doen? Ik denk namelijk dat er echt wel mogelijkheden zijn zonder dat we industrie de grens over jagen. Ik denk dat onze industrie een koploper is, die we daarmee juist een zet in de rug kunnen geven.
De heer Van den Berg (JA21):
Allereerst veel dank aan mevrouw Zwinkels, want ineens kwam het weer in me op. In reactie op het punt over het Europese niveau: ik denk dat het daar juist faliekant misgaat. Je ziet dat daar maatregelen zijn doorgevoerd om de plastic rietjes te verbieden. Of denk aan de dopjes die nu standaard op flessen moeten zitten om de milieuvervuiling tegen te gaan. Plastic frietbakjes mogen ook niet meer. Het frappante daarvan is het volgende. Een papieren zakje meegeven bij de snackbar, leidt tot meer uitstoot dan een plastic LDPE-boodschappentasje meegeven, omdat dat tasje nou eenmaal veel duurzamer is en veel vaker te hergebruiken is, terwijl die papieren tasjes uiteindelijk vrijwel direct in de prullenbak belanden. Daarbij ligt de uitstoot van de productie van die tasjes ook nog eens een keer veel hoger. Kortom, soms zijn we bezig met wensdenken, terwijl we allemaal een nobel streven hebben. In de praktijk werkt het niet. Daarom denk ik dat je er veel meer op moet aansturen of mensen dit willen in de markt. Dan gaan de bedrijven erop inspelen. Uiteindelijk hebben we ook gewoon een vrijemarkteconomie; als je wilt betalen voor een circulair, groener, duurzamer of kwalitatief beter product, zullen er bedrijven zijn die dat aanbieden. Ik koop dat zelf ook, maar uit eigen beweging. Ik ben toch echt van mening dat je daar de overheid niet voor nodig hebt en dat dat aan de mensen zelf overgelaten kan worden.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dan ga ik toch nog een laatste poging ondernemen. Als het blijkbaar allemaal "misgaat" op Europees niveau, hoe wil de heer Van den Berg dan die regeldruk gaan verminderen? In onze overtuiging is het juist heel verstandig om op Europees niveau hele duidelijke regels te hebben voor heel de Europese Unie, zodat je geharmoniseerd, eenduidig beleid hebt en zodat een bedrijf dat in meerdere lidstaten opereert, niet in elk land andere regels tegenkomt. Zou dat niet juist een enorme kans zijn om de regeldruk te verminderen, zou ik aan de heer Van den Berg willen vragen. Want als we dat nalaten, verliezen we straks ook nog eens de regie op die regels. Dan worden we straks nog geconfronteerd met extra regels waarmee we niet uit de voeten kunnen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zit even te bedenken hoe ik hierop moet reageren. Ik denk dat we elkaar vinden op minder regeldruk. Als JA21'er vind ik dat natuurlijk hartstikke mooi. Ik zou er dus gelijk voor pleiten om die regels op het gebied van de plastic rietjes, de dopjes, de frietbakjes enzovoort af te schaffen. Dat lijkt mij een uitstekende eerste stap. Als we dan Europees aan de gang gaan, denk ik dat je dus juist heel erg aan de gang moet gaan met de chemie en de energieprijzen en dat je ervoor moet zorgen dat die in een goed speelveld terechtkomen. Denk aan Shell, dat lang geleden is begonnen met een pyrolysetechniek, waarmee je moeilijk recyclebare producten terug kunt brengen tot de basisgrondstoffen en daar weer echt nieuwe producten van kunt maken. Ik denk dat dat een hele mooie optie is. Die recycling leidt uiteindelijk namelijk ook weer tot een verslechtering van de kwaliteit van het product. Ik denk dat we daar veel meer op zouden kunnen inzetten, maar, nogmaals, wel met deregulering. We moeten bedrijven meer de ruimte geven en energieprijzen en de belastingen daarop verlagen. Ik heb er echt vertrouwen in dat die bedrijven dat dan zelf gaan doen — dat doen ze al — zonder dat die regelgeving daar per se voor zorgt. Maar ik trek graag met mevrouw Zwinkels op als wij daar hele verstandige maatregelen voor kunnen bedenken, zolang ze maar niet leiden tot nog meer regeldruk.
De voorzitter:
Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. We gaan schorsen tot 17.40 uur. Dan zien we elkaar hier terug. Dan hebben de minister en de staatssecretaris alle tijd om hun antwoorden voor te bereiden.
De voorzitter:
Welkom terug, allemaal. We gaan verder met het debat. Ik geef dadelijk als eerst het woord aan de minister van Klimaat en Groene Groei en daarna aan de staatssecretaris van Financiën. Ik stel weer een viertal interrupties voor. Of jullie die los van elkaar of twee aan twee doen, moeten jullie allemaal zelf weten. Ik geef graag als eerst het woord aan de minister van Klimaat en Groene Groei.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter, maar ik geloof dat ik het woord nog even teruggeef.
De voorzitter:
Het is waarschijnlijk een punt van orde.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ja, voorzitter, het is een punt van orde. We hebben de tweede termijn verplaatst. De reden daarvoor was eigenlijk ook een beetje dat we nu wat meer ruimte zouden hebben. Ik vind vier interrupties als basis prima, maar ik zou u toch willen vragen om iets coulanter te zijn, zodat we het misschien met een vijfde of zesde kunnen aanvullen, mocht dat nodig zijn.
De voorzitter:
Leden? Ja? Dan maken we er zes van. Is dat goed? Alstublieft. Die heeft u weer even mooi meteen in één keer binnengetikt. Excellentie, aan u het woord.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. U begon met mevrouw Zwinkels feliciteren, dus laat ik daar ook mee beginnen. Laat ik als tweede de opmerking maken dat ik van u begreep dat het bijna een jaar geleden is dat er een debat over dit onderwerp heeft plaatsgevonden. Dat geeft dus ook enige verklaring voor het grote aantal stukken dat op de lijst voor dit debat stond. Sinds het aantreden van het kabinet, met natuurlijk de overgang van het ene departement naar het andere, zijn er ook vrij recent nog best een heel aantal stukken naar uw Kamer gekomen. Wij hopen die in de toekomst iets meer gespreid met uw Kamer te delen. Dat is beter voor iedereen, zou ik zo zeggen.
Voorzitter. Circulaire economie en ernaar op weg zijn dat dat het nieuwe normaal wordt: dat heb ik eigenlijk bij een heel aantal van u gehoord. Dat was ook vanuit de wens om naar een economie toe te gaan die zonder extra stimuleringsmaatregelen gewoon op deze manier functioneert. Dat is goed voor onze weerbaarheid, goed voor onze concurrentiekracht en goed voor onze duurzaamheid; dat is de driehoek vanwaaruit we de hele tijd opereren. Als het zou kunnen zonder subsidie en zonder ondersteuning, dan zou dat natuurlijk heel erg mooi zijn, maar daar zijn we nu nog niet. Het gaat nu nog niet vanzelf.
Over plastic wil ik toch een klein historisch perspectief bieden aan de heer van Duijvenvoorde. Alexander Parkes produceerde in 1856 het allereerste stuk plastic. Hij noemde dat parkesine. Dat stuk plastic is echter nu nog steeds niet afgebroken. Dat is nog steeds ergens in het milieu. Het veroorzaakt allerlei kosten, hetzij voor opruimen, hetzij voor milieuschade, hetzij voor gezondheidsschade. Al dat soort kosten zitten eigenlijk niet in de prijs van deze virgin materials, zoals we ze noemen. Daarom lijkt het alsof gerecycleerde grondstoffen duurder zijn, maar eigenlijk kun je zeggen: in die prijs zitten al die andere kosten wél verrekend. Het gaat er dus ook om hoe je tot een eerlijk speelveld komt. Eigenlijk zijn een aantal van de maatregelen die we hier nemen, gericht op het kijken of je het eerlijke speelveld kunt herstellen. Vervolgens moet gewoon de concurrentie haar werk doen.
Je wilt natuurlijk ook toe naar een situatie waarin dat het nieuwe normaal is, waardoor je ondersteuningen en prikkels ook minder nodig hebt. Elke sector die innoveert, heeft voor de aanloop altijd een bepaalde ondersteuning nodig. Dat zien we op allerlei terreinen, ook hier. Maar ik denk dat we allemaal toe willen naar dat nieuwe normaal.
Een aantal van u hebben ook gezegd: die horizon van 2050 is mooi, maar zorgt die eigenlijk wel voor voldoende concrete acties en maatregelen in de komende jaren? Vooral mevrouw Zwinkels had het daarover. Ik kom daar zo meteen nog op terug, maar ik wilde even erkennen: inderdaad, zo'n horizon is belangrijk, want die geeft visie en een langetermijnrichting, maar we hebben nog wel wat meer nodig. Ik denk overigens dat het ook goed is als we een keer met elkaar gaan definiëren wat "100% circulair" precies betekent. Er zal namelijk altijd wel iets overblijven waarvan we zeggen: we moeten toch accepteren dat we dat niet gaan recyclen.
Europa is natuurlijk ongelofelijk belangrijk voor dit hele speelveld. Nederland is een open economie. We zijn onderdeel van de interne markt. Er zijn dus ook dingen waarbij het geen zin heeft om ze op nationaal niveau te doen. Dat wil niet zeggen dat we daar niet Europees voor kunnen pleiten. Daar is alle reden toe, want de grondstoffentransitie is er niet alleen voor de verduurzaming van onze economie, maar ook voor de concurrentiekracht en de weerbaarheid; dat is net ook door een aantal van u gezegd.
Er werd ook gezegd: er is de afgelopen jaren veel gewerkt aan kleinschalige pilots; het is tijd voor een schaalsprong. Ook dat deel ik. Dat gaat nog niet helemaal vanzelf, maar om die schaalsprong te kunnen maken hebben we ook wel iedereen nodig. Recent, afgelopen maart, was het mooie Congres Circulair Ondernemen in de Werkspoorkathedraal. Het was fantastisch om al die partijen bij elkaar te zien. Zo veel ondernemers, maar ook gemeenten en allerlei andere organisaties zeggen: wij willen heel erg graag mee. Ik zie echt die drive. Die ziet u ook bij ons. Ik zeg "ons", want ik ben in het kabinet de coördinerend bewindspersoon voor circulaire economie, maar ik ben zeker niet de enige die hiermee bezig is. Een van de collega's zit hier naast mij, maar ook de collega's van BZK zijn hiermee bezig. Ook in de bouw en in de grond-, weg- en waterbouw zijn ze ermee bezig. Op allerlei plekken vindt circulariteit zijn plek en werk ik met de collega's samen.
De komende kabinetsperiode willen we met name in drie sectoren focussen op voortgang: de bouw, de chemie en de elektronica. Dat doen we ook om toch enige focus aan te brengen, zodat we concreet kunnen werken aan de schaalsprong. Overigens heeft textiel ook veel te maken met chemie, maar daar komen we zo nog over te spreken. Deze sectoren zijn verbonden aan maatschappelijke opgaven waarvoor circulariteit een belangrijke oplossing biedt. Per sector zullen we bekijken welke mix er nodig is, maar ik gaf al aan: Europese regelgeving is eigenlijk heel vaak cruciaal om voortgang te boeken.
De voorzitter:
Excellentie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb vier blokjes, voorzitter. Ik voelde die vraag aan aankomen.
De voorzitter:
Ja, precies, daar wilde ik u naar vragen. Ik sta iedere keer interrupties toe aan het einde van een blokje. Als u even vooraf de vier blokjes zou kunnen noemen, dan zou dat fijn zijn.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker, voorzitter. Het eerste blokje gaat over de vragen die gesteld zijn over doelen en prioriteiten. Het tweede blokje gaat over statiegeld. Daarna is er nog een blokje over UPV. Daar zijn een aantal vragen over gesteld. Tot slot heb ik nog een mapje overig, waarna de staatssecretaris van Financiën de andere vragen zal beantwoorden.
De voorzitter:
Het lid Zwinkels heeft nog een vraag vooraf. Is dat naar aanleiding van de inleiding?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, ik had de inleiding ook als één blokje gezien, dus ik dacht ...
De voorzitter:
O, nou, laat maar komen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, zullen we het doen? Oké.
Dank aan de minister voor deze inleiding. Ik denk dat die heel herkenbaar was. Ik zou de minister willen vragen of ze iets kan zeggen over wat we van het kabinet kunnen verwachten ten aanzien van het goed kunnen bespreken van circulaire economie in de Kamer. Inderdaad, zij is coördinerend, maar het raakt allerlei beleidsportefeuilles. We hebben heel veel brieven ontvangen. Kan de minister ons iets meegeven? Zou ze ons een advies kunnen meegeven voor hoe we dit als Kamer goed kunnen bespreken, zodat het ook goed aansluit op de kabinetsinzet van de komende jaren?
De voorzitter:
En of ze dat kan. Mevrouw de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik denk dat het vooral heel erg van belang is dat we toch iets vaker dan één keer per jaar hierover spreken met elkaar. Ik denk dat het heel erg nuttig zou zijn om dat zeker twee keer per jaar te doen. Voortgang maken op dit terrein betekent ook veel overleg met veel partijen, dus aan de andere kant is het ook belangrijk om daar een beetje de tijd voor te nemen, zodat we elke keer ook echt over voortgang kunnen spreken met elkaar. Laten we anders ook aan onze kant in de planning van de brieven die eraan komen, eens gezamenlijk kijken of we dat misschien een bepaalde focus kunnen geven. Dan focussen we in een bepaald debat bijvoorbeeld meer op twee bepaalde onderwerpen en in het debat daarna weer op twee andere. Ik ga graag met uw Kamer in overleg over wat daarvoor een goed model zou zijn.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank dat die toenadering gezocht wordt. Ik denk dat dat heel erg kan helpen.
De voorzitter:
We zullen dit niet als interruptie tellen. Mevrouw de minister, u kunt beginnen met het eerste blokje: doelen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Er is gevraagd naar de doelen en prioriteiten.
Mevrouw Zwinkels vroeg: wat is de visie, de stip op de horizon? De visie is helder. We willen naar een circulaire economie, maar daar zijn we nog niet. Hoe komen we dan naar concreetheid? Om de urgentie te vergroten en meer handelingsperspectief te kunnen bieden zijn vorig jaar nationale tussendoelen geformuleerd voor 2035. We zijn nu bezig om die heel concreet door te vertalen naar productgroepen. U zult zelf ook herkennen dat voor elk product weer net wat anders nodig is. Zolang je het niet concreet maakt voor een productgroep, is het eigenlijk niet voldoende concreet om ook echt voortgang te bereiken. We zijn nu dus bezig met die doorvertaling. Dat doe ik via de ketentafels met ketenpartijen waar u al aan refereerde, want daar komt het allemaal bij elkaar.
Mevrouw Zalinyan vroeg ook naar harde doelen en mijlpalen. We zijn dus per keten aan de slag. Een mooi voorbeeld zijn meubels. Daarbij kijken we nu echt hoe de methodiek op productgroepniveau werkt. Daarnaast zijn er productgroepen die al harde doelen hebben, die bijvoorbeeld Europees zijn vastgesteld. Daar houden we dan natuurlijk rekening mee, want als die al zijn vastgesteld, dan kunnen we die gewoon overnemen.
Wat gaan we doen om het gat tussen wensen en maatregelen te dichten? We hebben meerdere maatregelen opgenomen in het NPCE. Daarbij gaat het echt om een goede mix tussen normeren en stimuleren, maar dus ook om keuzes maken. Het NPCE is namelijk ook heel erg breed. Als we echt proberen om op alle terreinen evenveel voortgang te boeken, dan maken we waarschijnlijk niet de schaalsprong die ik eigenlijk wel graag wil. Daarom vinden we het belangrijk om deze periode extra prioriteit te geven aan de ketens in de chemie, de elektronica en de bouw. We hebben namelijk ook het gevoel dat dat heel erg aansluit bij een aantal andere grote maatschappelijke transities waar we op dit moment aan werken. Daar moet circulariteit dan ook in mee. Dat sluit ook weer aan bij het idee: maak het onderdeel van de reguliere economie. Zo willen we ook die aansluiting goed zoeken en vinden. Dat sluit ook aan bij de vragen die u stelde over een aantal instrumenten, waaronder de vraag of die ook benut worden voor de circulaire economie. Juist door die aansluiting heel goed te zoeken maken we zo veel mogelijk werk met werk.
Afrekenbare doelen voor circulaire inkoop. Ja, ook wij willen graag afstappen van vrijwilligheid. Daarom onderzoek ik in de tweede helft van dit jaar de effectiefste manier om doelen te stellen en afspraken met BZK en medeoverheden te maken, onder andere via de krachtenbundeling Rijk-regio ce en via de manifestpartijen van maatschappelijk verantwoord ondernemen en inkopen. We zijn dus echt aan het kijken wat we nou concreet met elkaar kunnen afspreken. Als het alleen maar ambities blijven, dan levert het ondernemers niet de antwoorden op waar zij op zitten te wachten om hun businesscase en hun investeringen op te kunnen baseren.
Het lid Oualhadj vroeg naar de concrete inzamel- en terugwindoelen voor kritieke grondstoffen. We zijn bezig met het opstellen van een beleidsagenda daarvoor. Die komt binnenkort naar de Kamer als onderdeel van de nationale grondstoffenstrategie van de minister van Economische Zaken. Wij werken overigens heel goed samen. Op dit terrein liggen aandacht voor het verlagen van het gebruik van primaire kritieke grondstoffen en het verhogen van het gebruik van secundaire kritieke grondstoffen natuurlijk heel erg in elkaars verlengde. Dat sluit ook heel erg aan bij de vragen die in uw Kamer zijn gesteld, waaronder: hoe zorgen we dat we hoger op de R-ladder komen? We proberen zowel te vermijden — dat is de allerhoogste trede — als te hergebruiken en eventueel te recyclen.
Zo willen we ook in Brussel pleiten voor een ambitieuze doelstelling voor de inzameling van elektronica en het terugwinnen van specifieke kritieke grondstoffen daaruit. De grondstoffen waar we behoefte aan hebben, gaan in grote containers Europa uit, terwijl we aan de andere kant denken: hoe hebben we voldoende van dit soort grondstoffen, die we nodig hebben voor de belangrijke transitie in onze energie, industrie en elektronica? Die ideeën moeten we toch dichter bij elkaar brengen.
Mevrouw Zwinkels vroeg: hoe zet u zich in Europa in voor strengere ontwerpeisen, zoals minimumpercentages gerecycled materiaal? Dit is typisch zoiets dat je op Europees niveau moet doen, omdat we in een open markt zitten. Die ontwerpeisen, onder andere voor een ambitieus minimumpercentage gerecycled materiaal, zijn dus heel belangrijk. Dit soort eisen zijn al vastgesteld voor verpakkingen, batterijen en voertuigen. Die gaan de komende jaren in. Dat geeft dus ook helderheid en zekerheid aan ondernemers voor hun investeringen, omdat dit uit een Europees kader voortkomt. De komende tijd komen er ook voor elektrische apparaten en textiel zulke eisen. Ik denk dat het ook vanuit het perspectief van weerbaarheid, dat we net met elkaar deelden, belangrijk is dat dat ook ambitieuze doelstellingen zijn. Anders lopen we namelijk achter de feiten aan met het behouden van dat soort belangrijke materialen. Op nationaal niveau nemen we ook maatregelen, bijvoorbeeld met het belonen van de inzet van recycling, tariefdifferentiatie en UPV. Dat doen we ook bij het overheidsinkoopbeleid. Op hoe het werkt met UPV kom ik natuurlijk zo meteen nog terug.
Oneerlijke concurrentie maakt het nieuwe normaal en een economie die op deze manier draait natuurlijk heel moeilijk. Een quick fix is er niet, maar we zijn daar natuurlijk wel mee bezig. Mijn collega van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kijkt naar de handelsdefensieve kant. Aan de andere kant kan ook hier een instrument zoals productregelgeving echt bijdragen. We kunnen zeggen: het is prima als u op de Europese markt uw producten wilt verkopen, maar dan moet u wel voldoen aan dezelfde eisen als die wij hier ook aan onze ondernemers stellen. Dat is ook een manier waarop je kunt zorgen voor een gelijk speelveld, maar dan onder de voorwaarden zoals wij die hier in Europa willen. Ook dat is onderdeel van de strategie. Daarnaast zetten we in op het versterken van de Europese interne markt voor secundaire grondstoffen. Die werd net genoemd in relatie tot kritieke materialen. Het beprijzen van niet-duurzame producten, het verbeteren van toezicht en handhaving: al die stapjes samen maken uiteindelijk dat er een eerlijk speelveld is.
Gaan we de inkoopkracht van de overheid inzetten? Daar heb ik net al iets over gezegd. Ja, zeker. Er komt een agenda maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen. Die stuur ik binnenkort naar de Kamer. Daar zitten een aantal productketens in. In de tweede helft van het jaar kijken we naar de meer bindende afspraken. Ook mevrouw Zalinyan en mevrouw Oualhadj hadden daarnaar gevraagd.
Mevrouw Zwinkels vroeg: "Hoe kunnen de bestaande regelingen beter aansluiten? Kunnen we met de sector onderzoeken hoe we voor de circulaire economie goed gebruik kunnen maken van de regelingen die er zijn?" Ja. We zijn hier met de sector over in gesprek en blijven dat ook. We kijken dus ook naar bestaande regelingen zoals de DEI+. Knelpunt is natuurlijk wel dat ook dat soort regelingen een beperkt budget hebben. Als er meer uit gaat, dan knelt het meer. Ook in de tijd kan het aflopen, terwijl we wel zien dat de belangstelling toeneemt. We kijken dus wat we kunnen doen, maar de middelen zijn schaars; dat is ook het eerlijke verhaal. We moeten dus gewoon goed kijken hoe we in ieder geval circulaire kansen zo veel mogelijk mee kunnen laten lopen in de instrumenten die er zijn. Daarbij willen we niet alleen kijken naar alleen recycling, maar kijken we ook echt hoe we zo goed mogelijk een stap hoger op de R-ladder kunnen nemen. De heer Van Duijvenvoorde vroeg of we daarvoor kunnen zorgen. Daar kijken we inderdaad naar.
De bredere innovatieprogramma's van het ministerie van Economische Zaken. De missie circulaire economie is sinds 2023 opgenomen in het Nederlandse innovatiebeleid. Er bestaat dus een instrumentarium; denk aan het Groeifonds en toegepast en fundamenteel onderzoek. We kunnen voor ce ook sturen met de innovatie-instrumenten die EZK heeft. We zitten inmiddels ook in één ministerie. Ik denk dat dat nog eens extra de synergie op deze terreinen versterkt.
Dan kom ik bij de vraag naar de circulaire hefboom, een instrument dat volgens mij breed wordt gezien als hartstikke interessant. Het blijkt alleen ook wel redelijk complex om hem in te voeren, dus we zijn daar nog mee bezig, maar hij blijft hartstikke interessant. Afgelopen jaar heeft mijn ministerie in samenwerking met het ministerie van Financiën de hefboom verder verkend. De resultaten zijn net beschikbaar. Die willen wij graag eerst even goed kunnen bespreken, dus vandaar dat de uitwerking kort na het zomerreces komt. Dan informeren we u over de conclusies die we uit het onderzoek trekken. Dat is wat ik hier op dit moment over kan zeggen. Maar het is inderdaad een interessant instrument.
Het lid Zwinkels vroeg ook nog om een interdepartementaal beleidsonderzoek. Dit is eigenlijk een samenvatting van een aantal van de deelvragen die ik net beantwoordde. Hoe kun je nou interdepartementaal kijken hoe je de circulaire economie dichterbij kan brengen? Een interdepartementaal beleidsonderzoek, een ibo, kan daar als ambtelijk onderzoek, onafhankelijk van de politiek, ook aan bijdragen. Het kabinet zal de mogelijkheid van een ibo ce overwegen. Daar laten we u wat over horen bij de Prinsjesdagbesluitvorming. Dat is voor ons het moment om hierover te besluiten.
Het lid Kostić en mevrouw Zwinkels vroegen: is het kabinet bereid om te kijken welke financieringsbronnen beschikbaar kunnen worden gemaakt? Volgens mij heb ik daar net antwoord op gegeven. We proberen ook nog met het Planbureau voor de Leefomgeving een scherper beeld te krijgen van alle mogelijke instrumenten, kosten en baten. Dat is een aanvulling op onze eigen analyses. Bij het nadenken over een ibo laten we ons ook informeren door het Planbureau voor de Leefomgeving.
Betekent de opbouw van de circulaire economie wellicht ook afbouw? We gaan vooral voor ombouw, zou ik zeggen. We gaan de bouw, de elektronica en de chemie nodig blijven hebben. De vraag is hoe we met dit soort hele complexe clusters zorgen dat we gecontroleerd de ombouw maken naar een duurzame en circulaire economie. Dat zal heel erg belangrijk zijn. Een bepaalde schaal is ook nodig om dit te kunnen bereiken.
Voorzitter. Dat waren de vragen die ik had in het eerste blokje, over doelen en prioriteit. Straks komen dingen als statiegeld en UPV, en nog een mapje overig.
De voorzitter:
Dank u wel voor de beantwoording, mevrouw de minister. We gaan het rijtje even af.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen in het eerste blokje. Ik ben heel erg benieuwd naar het volgende. Ik hoor haar heel veel ambitie uitspreken en ook zeggen: we kijken hiernaar en we kijken daarnaar. Wat gaan we concreet doen om juist die doelen te halen? Daar ben ik een beetje naar op zoek. Op welke manier kan de Kamer juist geïnformeerd worden over meer dan alleen "we kijken naar"? Ik heb in heel veel bijdragen gehoord dat er om duidelijkheid wordt gevraagd, en de markt vraagt om duidelijkheid. Hoe kan de minister zorgen dat die duidelijkheid er is en dat het echt meer is dan alleen "kijken naar"?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We gaan zeker niet alleen maar "kijken naar". Ik denk dat de eerste stap is om die doelen te concretiseren, dus om af te dalen van de horizon van 100% circulair in 2050 naar prioriteiten, en dan echt naar concrete doelstellingen per keten, en dan moet je ervoor zorgen dat je voor die keten naar de juiste beleidsmix komt. Dat is soms voor een deel Europese regelgeving en doelstelling, voor een deel kan dat UPV zijn en voor een deel kunnen dat afspraken zijn: maatschappelijk verantwoord inkopen, innovatieondersteuning, maar wellicht ook financieringsmodellen. Je moet dan dus echt per keten gaan kijken wat het concrete doel is en welke instrumenten er nodig zijn om dat te behalen, denk ik. Het lijkt mij goed dat wij, zodra we die mix geconcretiseerd hebben, uw Kamer daar ook over informeren. Dan kunt u ook kijken of dit wat u betreft bij het doel past en of we hier die schaalsprong zo gaan maken. Juist omdat we dit niet doen voor alle mogelijke terreinen die onder de circulaire economie vallen, heb ik u voorgesteld om met drie sectoren dan echt te beginnen, zodat we ook onze eigen aandacht en inzet kunnen focussen op die drie heel belangrijke sectoren.
De voorzitter:
Op welke termijn kan de Kamer die informatie verwachten?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We moeten dat natuurlijk ook samen met de ketens doen. Ik zou graag zeggen dat ik daar in de tweede termijn even op terugkom, maar dat duurt tot 8 september. Ik kijk dus even of er nog een antwoord kan komen op de vraag welke planning we daaraan voorafgaand kunnen geven, maar het kan ook zijn dat de ene sector net wat sneller is dan de andere. We komen er dus zo snel mogelijk nog even bij u op terug wat daar de termijn voor is.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dit is meer een verduidelijkende vraag over het antwoord van de minister. Die gaat vooral over het eerste deel dat de minister noemde: we gaan concreet kijken naar de doelen. Wat betekent dat dan? Laat zij de doelen voor 2050 rondom circulaire economie los? Prioriteren betekent namelijk ook dat er andere dingen niet gebeuren. Wat zegt zij dan tegen de markt, die heel veel heeft geïnvesteerd, juist in die circulaire economie? Die hoort nu namelijk: ja, we gaan alleen elektronica en de bouw doen en een beetje textiel. Dat hoorde ik tenminste, maar misschien komen we daar nog op terug en heb ik dat niet goed begrepen. Wat moeten we tegen al die andere sectoren zeggen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik laat niks los, maar ik denk wel dat het belangrijk is om te zeggen: als we ergens een schaalsprong willen doen, moeten we ons ook realiseren dat we dat niet in de hele breedte van de economie overal tegelijkertijd kunnen doen. We gaan dus zeker verder in de breedte van het programma, absoluut, maar ik wil die extra schaalsprong graag focussen op deze drie sectoren, omdat ik nu eenmaal niet met alle sectoren tegelijk kan beginnen. We hopen u voor het einde van het jaar een nadere update te geven over de voortgang.
De voorzitter:
Dank u wel voor de beantwoording.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank voor het stellen van die doelen en het vertalen daarvan naar productgroepen. Ik kijk ernaar uit dat dat onze kant op gaat komen. Ik had nog een vraag over de bestaande regelingen, want de minister gaf de DEI+ als voorbeeld. Die loopt volgens mij al dit jaar af, en vanuit een aantal bedrijven heb ik begrepen dat dit een heel belangrijke regeling is om demonstratie- en pilotinstallaties te kunnen helpen realiseren en opschalen. Daar werd van gezegd: we blijven in gesprek en we gaan met het PBL dingen onderzoeken. Kan hier een concretere toezegging op komen? Wanneer hebben we beter zicht op hoe die regelingen ingezet worden voor de circulaire economie en voor welke termijn is daar nog financiering voor? Alleen in 2026? Hoever gaat die financiering nog door?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik weet niet uit mijn hoofd voor elk potje hoelang het nog precies doorloopt, maar het is wel zo dat een aantal reeksen afloopt. We zijn aan het kijken hoe we het bredere KGG-subsidie-instrumentarium beter op circulaire businessmodellen kunnen laten aansluiten. Besluitvorming daarover vindt plaats bij Voorjaarsnota 2027, dus het komende halfjaar … Nogmaals, we gaan nu een aantal dingen uitwerken, zei ik tegen u. Voor het einde van het jaar kunnen we daar hopelijk een update van geven. Het is ook goed om dan een indicatie te geven van de beleidsmix die daarbij hoort. Dan zullen we ook aangeven tot wanneer er geld beschikbaar is in de instrumenten en waarvoor hopen in te zetten. We kunnen richting het voorjaar van volgend jaar kijken hoe het erbij staat. Ook hier geldt: ik kan geen geld maken. We zullen het dus moeten doen met de middelen die we hebben. Ik kan niet buiten mijn eigen begroting kijken. Het is dus ook wel goed om te zeggen dat de middelen in dit soort regelingen niet onbeperkt zijn.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dat laatste begrijp ik heel goed. Ik wil ten aanzien van die circulaire businessmodellen toch wel weten hoe wij worden meegenomen in de uitkomst van het onderzoek dat dan gaat plaatsvinden. We hebben begin februari weer een debat over circulaire economie. Ik zou het dan interessant vinden als we, vooruitlopend daarop, wat informatie kunnen ontvangen vanuit het kabinet over de opties die er op tafel liggen en de smaken die er zijn. Kan de minister dat wellicht toezeggen, zodat wij ook daarover met elkaar in gesprek kunnen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan vraag ik een kleine verduidelijking: waar is mevrouw Zwinkels precies naar op zoek als ze het heeft over "alternatieven"? Ik denk dat het goed is dat wij richting het einde van het jaar voor die sectoren en productgroepen aangeven hoe we dat concreet willen maken en hoe we willen instrumenteren. Bovendien hoeft overigens ook niet alles alleen met dat subsidie-instrument. Het kan ook via normering, via inkopen: er zijn veel verschillende manieren waarop we hieraan kunnen werken. Ik kan daarbij dan ook aangeven welke financiële instrumenten volgens ons relevant kunnen zijn. Ik ben even op zoek naar wat mevrouw Zwinkels dan nog meer wil, want natuurlijk, als we uw Kamer daarover informeren, hebben we ook de gelegenheid om in februari daarover contact te hebben.
De voorzitter:
Dit tel ik niet als interruptie, omdat het een verduidelijking is.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank, voorzitter. Het gaat dus inderdaad om die bestaande subsidieregelingen, zoals de DEI+. Maar ik ben ook wel benieuwd naar de suggestie met betrekking tot een reparatiefonds en ruimte gaan zoeken binnen de UPV. Dat zijn dus inderdaad die bredere financiële instrumenten. Dat zou ik graag willen weten.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker. We zullen die informatie naar de Kamer sturen. We zullen dus niet alleen maar kijken naar de enge subsidieregelingen, maar we zullen breder kijken naar de instrumentenmix die we inzetten. Dat kunnen we meenemen in die brief.
De voorzitter:
De minister zei net: voor het einde van het jaar. Dat is natuurlijk heel ruim. Er volgen vaak ook nog begrotingsbehandelingen na het zomerreces, na Prinsjesdag. Is het mogelijk om daar iets concreter in te zijn? We moeten de minister natuurlijk wel ergens op kunnen afrekenen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
31 december.
De voorzitter:
Daar zullen we het mee moeten doen. We gaan naar blokje twee. Zijn er nog meer? Zijn er nog veel? Mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dan nog een laatste aanvulling. De voorzitter noemt terecht de begroting in het najaar. Ik zou wel willen weten hoe de minister kijkt naar de kansen die het biedt dat het onderwerp onder Klimaat en Groene Groei valt. Zijn er nog koppelkansen te bedenken met bijvoorbeeld energiegerelateerde budgetten? Ik snap dat dat ook weer ten koste kan gaan van iets anders, maar ik zie dat als een kans die we met elkaar hebben om circulaire economie op die manier op een gelijkwaardige manier daarin mee te nemen. Het Klimaatfonds wordt daar ook al deels voor benut. Kan die koppeling dan ook gemaakt worden binnen de eigen portefeuille?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker. Ik denk dat mevrouw Zwinkels weet van mijn passie voor dit onderwerp. Ik denk dat juist de integratie binnen EZK en de koppeling aan de bredere economische ontwikkeling … We willen dit de economie van de toekomst maken. We kijken natuurlijk ook breder binnen onze eigen instrumenten naar waar het bij past en waar het in mee moet.
Mevrouw Müller (VVD):
De minister noemde de circulaire hefboom een aantal keer "interessant". Ik begrijp dat. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen over deze hefboom, omdat partijen het volgende aangeven. Volgens mij is er een impactanalyse gedaan. Die laat eigenlijk zien dat er voor veel partijen geen handelingsperspectief is. De prijzen lopen voor hen enorm op, de regeldruk neemt toe en het is eigenlijk ook een nationale kop bovenop Europese regelgeving. De minister vindt dit een interessant instrument, maar ik wil haar ook aansporen om ook deze zorgen goed mee te nemen in de afweging en de Kamer daar goed over te informeren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Uiteraard. Het is goed dat we in de breedte kijken naar de voors en tegens en dat we dat allemaal afwegen. We komen daarop terug bij de Kamer.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb twee gemiste vragen.
De voorzitter:
Excuses?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik had twee gemiste vragen. Mag ik die eerst stellen?
De voorzitter:
Zeker, u mag alles hier.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Eentje was — misschien was dat in een ander blokje, maar het leek mij wel toepasselijk hier — het verzoek om te reageren op de mooie suggesties van de Jonge Klimaatbeweging als het gaat om aan de slag gaan, de doelen en het stuk over reparatie dat ik via de bode aan de minister heb gegeven, en of daar een brief over kan komen in september. Dat was een gemiste vraag.
Ten tweede mis ik de vraag over de orde van grootte van de financiën die deze uitdaging, deze missie, nodig heeft en hoe de minister daarop reflecteert. We hebben het nu steeds over een paar honderd miljoen. Is zij het met ons eens dat het meer in de richting van een miljard zit?
De voorzitter:
Dit tellen we dan inderdaad niet als interruptie, omdat het gemiste vragen zijn.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb de informatie van het lid Kostić net gekregen, dus ik kan daar nog niet inhoudelijk op reageren, maar we zullen dat zeker meenemen in een van de volgende brieven die we sturen, zowel de informatie van de Jonge Klimaatbeweging als het prachtige voorbeeld van Sjaak. Ik ben zelf ook weleens op zo'n plek geweest waar prachtig werk wordt verricht. Dank dat u dat mooie voorbeeld hier ook inbracht. We zullen in een van de volgende brieven waar dit goed bij past, ook terugkomen op de suggesties die bijvoorbeeld door de Jonge Klimaatbeweging zijn gedaan.
Dan over de orde van grootte. Dat hangt ook af van hoe we de doelen precies stellen. Maar dat er meer voor nodig is dan een paar miljoen, weten we ook. Bedragen van 1,5 miljard zijn ook weleens genoemd. Wat er concreet nodig is, zal waarschijnlijk ergens daartussen liggen. Dat wil nog niet zeggen dat we dat zomaar hebben. Maar ik heb al richting mevrouw Zwinkels aangegeven: we zijn echt aan het bekijken met welke mix je die circulaire economie kunt stimuleren. Daarbij hebben we dus ook andere middelen dan alleen subsidiemiddelen van de begroting. We kijken goed naar de hele mix, want normeren kan ook een heleboel helpen om uiteindelijk een businesscase te creëren. Daar gaat het om. Het gaat niet zozeer om de subsidiemiddelen, maar het gaat erom dat ondernemers hiermee aan de slag kunnen en dat we die circulaire economie bereiken.
De voorzitter:
Mevrouw de minister, in welke brief en wanneer kunnen we exact de beantwoording van de vragen van het lid Kostić verwachten? Dat was ons namelijk niet duidelijk.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Laten we dat meenemen in die brief van voor het einde van het jaar, waarin we ook de update geven die ik net aan mevrouw Zwinkels heb toegezegd.
De voorzitter:
Dank u wel voor de toezegging, mevrouw de minister.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan had ik een extra vraag. Die gaat over het Nationaal Programma Circulaire Economie, waar de minister naar verwijst. We weten dat het vorige kabinet de doelen eigenlijk heeft afgezwakt, bijvoorbeeld het doel om het totale grondstoffengebruik te halveren in 2030. De WKR en het PBL zijn allebei kritisch over dat programma. Ze zeggen: er is te veel vrijwilligheid en er zijn te weinig financiële middelen. Daar hebben we het net over gehad. Kan de minister ingaan op de aanbevelingen van de WKR en het PBL en op wat ze daar precies mee gaat doen? Dat kan nu of, als ze het nog niet goed heeft gelezen, in september, maar dat is natuurlijk wel cruciaal, want het programma is het leidende stuk voor het beleid van de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We zullen natuurlijk ook goed opvolging geven aan de aanbevelingen die zijn gedaan. Op het punt van te veel vrijwilligheid heb ik net al aangegeven hoe we er echt voor willen zorgen dat het ook concreter wordt. Dan gaat de vrijwilligheid er namelijk ook makkelijker af. Dan kun je het ook harden. Ik noem die doelstellingen per productketen. Er komen een aantal UPV's; daar zijn we mee aan de slag. We willen echt die randvoorwaarden creëren, zodat bedrijven hier ook in kunnen investeren. Dat zal concreet moeten worden. Dat is ook precies waarover we die update gaan geven voor het eind van het jaar. Laten we ook nog eens even kijken of er nog andere aanbevelingen van de WUR en het PBL waren die ook relevant zijn om de schaalsprong zoals we die willen bereiken, ook gewoon goed neer te zetten.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb een verduidelijkende vraag. Als antwoord op mijn vraag over de reacties op de WKR en het PBL: komt dat dan ook ergens voor het eind van dit jaar richting de Kamer? Als ik dat als toezegging mag noteren, dan is dat fijn.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Er is al een brief gestuurd met de reactie op het WKR-rapport. Maar ik heb de vraag van het lid Kostić geïnterpreteerd als: maak het "koppelen aan" concreet en neem dat dan ook mee in die brief. Dus dat zullen we doen.
De voorzitter:
Dank u wel voor de toezegging. Geen liefhebbers meer voor doelen en prioriteiten? Dan gaan we naar het tweede blokje, over statiegeld.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Statiegeld is een belangrijk instrument om waardevolle grondstoffen circulair te maken. Jaarlijks worden miljarden flesjes en blikjes ingezameld, hoogwaardig gerecycled en toegepast in nieuwe producten. We hadden het net over concreetheid. Dit is eigenlijk een heel concreet voorbeeld van circulariteit. Er is echter wel werk aan de winkel, want de 90%-doelstelling wordt niet gehaald. We zitten nu op 77%. Als we dit niet voor 2029 verbeteren, dan volgen er vanuit Europese wet- en regelgeving nieuwe, strenge en dure eisen. Dat zou dan namelijk leiden tot een innameplicht voor alle verkooppunten en het toevoegen van buitenlandse flesjes en blikjes. Dat zou leiden tot hoge lasten voor alle ondernemers, ook de kleine. De reden waarom ik deze brief aan de Kamer heb gestuurd, is dat ik dat wil voorkomen.
Mevrouw Müller stelde een aantal belangrijke vragen. Ik wil komen tot een optimale verdeling die proportioneel is. Terecht vraagt zij aandacht voor de hygiënevraagstukken. Ik noem dat we het heft hier eigenlijk gewoon in eigen hand houden. Dat is de reden waarom ik op deze manier aan de Kamer heb voorgesteld om de statiegeldverplichting uit te breiden naar alle flessen, dus ook naar sap en zuivel. We drinken nou eenmaal veel zuivel, dus die 90% is in Nederland niet haalbaar zonder ook zuivel daar onderdeel van te maken. Ik noem ook een verbod op de verkoop van plastic flessen en blikjes zonder statiegeld, want dan heb je ten minste een gelijk speelveld. Dan is het eerlijk. Ook willen we zeker weten dat er voldoende transparantie is over hoe het statiegeld dat niet wordt uitgekeerd teruggaat naar de sector en hoe we ervoor zorgen dat we daarmee dat systeem betalen. Natuurlijk willen we ook verder onderzoek naar die bulkautomaten, want inderdaad, inleveren via die grote automaten zou ook enorm kunnen helpen.
Dan wat concrete vragen. Mijn inzet is zeker ook gericht op het voorkomen van extra lasten voor ondernemers, want, nogmaals, als we dit niet doen, hebben we niet meer het heft in eigen hand en worden de lasten veel groter. Ik hoor de vraag van mevrouw Müller als volgt: "Let ook binnen het pakket zoals we dat gaan uitwerken op die lasten; zorg ervoor dat het gebalanceerd is. Kijk daarbij ook naar grote en kleine ondernemers en naar wat de ene ondernemer wel kan en de andere ondernemer niet. Heb daar oog voor." Zo hoor ik de oproep heel duidelijk. Dat gaan we dus ook doen.
Kunnen we kijken naar innamepunten? Inderdaad, het aantal innamepunten is echt cruciaal. We kijken ook naar bulkautomaten in de statiegeldregelgeving. Dat is absoluut wat we doen. Wat betreft de rol van gemeenten: we hebben Verpact. Dat is de organisatie die hiervoor aan de lat staat. Gemeenten en Verpact zijn wel in gesprek met elkaar. Ook wij hebben natuurlijk gesprekken met gemeenten. In het verleden hadden gemeenten natuurlijk ook altijd een belangrijke rol in dit dossier, maar voor het echte inzamelen is Verpact verantwoordelijk. Die verantwoordelijkheid moeten we daar ook leggen.
Dat geldt dus ook voor de uitvoering en de inrichting van een statiegeldsysteem dat de hygiëne kan waarborgen. Dat is voor ons allemaal belangrijk. Het is voor de supermarkten belangrijk. Zo moeten we het systeem met elkaar ontwerpen. Ik heb met Verpact afgesproken dat het, heel concreet, in september van dit jaar een plan van aanpak publiceert. Dan kunnen we dat in samenhang met het uitgewerkte voorstel van het kabinet behandelen. Dan heeft u ook duidelijk welke oplossingen er op dat punt gevonden zijn.
Is het echt nodig? Op 80% van alle sapflessen zit al statiegeld. Dat heeft ook bij mensen thuis niet tot problemen geleid. Statiegeld op sap wordt dus ook verplicht vanaf 2029 vanuit Europese regelgeving. Ik heb over zuivel het volgende al gezegd. We drinken in Europa relatief gezien veel melk, dus wij moeten dat ook meenemen om tot die 90%-doelstelling te komen. Daarbij houden we dan wel het heft in eigen hand.
Voorzitter. Dat waren, denk ik, de vragen die over statiegeld gesteld waren.
De voorzitter:
De homo sapiens is eigenlijk het enige zoogdier dat na de zoogperiode nog melk nuttigt. Het is een heel raar fenomeen.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel voor de beantwoording, zeg ik via de voorzitter tegen de minister. U zegt het eigenlijk best mooi: de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij Verpact. Maar ik ben er wel een klein beetje bang voor dat we met de innameplicht de verantwoordelijkheid toch eigenlijk uiteindelijk ook bij kleinere ondernemers leggen. Daarover zeg ik echt: het moet proportioneel zijn. Hetzelfde geldt voor de maatregelen op het gebied van hygiëne. De minister geeft aan dat Verpact in september met een plan komt. Dat vind ik hartstikke goed. Dan kunnen we dat op zijn merites beoordelen. Maar ik hoop tegelijkertijd dat daarbij ook aan het bedrijfsleven wordt gevraagd wat voor hen de impact is en of dit voldoende is, zodat dit gezamenlijk gedragen gaat worden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Terecht punt. We moeten ervoor zorgen dat we dit in nauw contact met het bedrijfsleven verder uitwerken. Natuurlijk moet ook het bedrijfsleven het gevoel hebben hiermee te kunnen werken, of het nou gaat om de omvang van de materialen die zij dan in hun winkel moeten hebben, misschien gerelateerd aan hoe groot de winkel is, of om de impact van de hygiënemaatregelen. Dat zijn terechte aandachtspunten van mevrouw Müller. Daar gaan we mee aan de slag samen met het bedrijfsleven, richting het najaar.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik had de minister ook gevraagd of er nog andere opties waren afgewogen dan het statiegeldsysteem, want als ik de cijfers mag geloven, dan zitten we nu op een inzamelingspercentage van 77%. Wanneer we zo'n vergaande maatregel gaan invoeren voor de fruit- en zuivelflessen, stijgt het inzamelingspercentage met een procent of 4, 5, terwijl we al op 77% zitten. Kortom, heeft de minister naar andere mogelijkheden gekeken? Vindt de minister het niet een vergaande maatregel voor zo'n klein gedeelte van de inzameling?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We hebben naar verschillende maatregelen gekeken. Dit is een dossier met een heel lang voortraject. Voordat we überhaupt met statiegeld begonnen, is er heel lang gekeken of het op andere manieren kon. Uiteindelijk is er geconstateerd, ook door de sector zelf: op andere manieren halen we het niet. Nu is er Europese regelgeving die zegt dat we 90% moeten halen, hetzij op de manier die Europa voorschrijft, hetzij op een andere manier die een lidstaat zelf invult. We zijn, denk ik, heel ver met hier op een goede manier vorm aan geven. Dat is een manier die minder lasten betekent voor ondernemers dan de manier die Europa voorschrijft.
Sapflessen zitten daar al voor 80% in. Voor sap is het dus eigenlijk nog maar een kleine toevoeging, maar de essentie voor sap verandert daarmee dus helemaal niet. Voor zuivel is het eerlijke verhaal: dat is wel nieuw en dat brengt ook uitdagingen mee. Daarom is het belangrijk dat we echt goed kijken naar de hygiënemaatregelen daarbij. Maar dit zijn de maatregelen die toch nodig zijn. Andere dingen zijn wel afgewogen, ook in het verleden, maar we zullen hier toch echt mee aan de slag moeten, op een goede en professionele manier, zoals onder andere door mevrouw Müller is gevraagd.
De heer Van den Berg (JA21):
Juist ook omdat die sapflessen al voor 80% in het systeem zitten: voor een klein gedeelte gaan we een heel nieuw systeem optuigen, met alle bijkomende nadelen en uitdagingen. Als we die zuivelflessen erbij pakken, zullen we ongetwijfeld een verschuiving naar het gebruik van karton zien. Het gevoel dat het een disproportionele maatregel is met zeer beperkte effecten, blijft gewoon bij mij achter. Ik vraag me af of de minister dat niet ook onderkent. Mevrouw Müller noemde al het effect op de ondernemers. Dat is zeker het geval als je dat dan weer afzet tegen het uiteindelijke inzamelpercentage.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De doelstelling is Europees vastgelegd; daar zijn we toe verplicht. Ik probeer de heer Van den Berg in dit geval juist te helpen door ervoor te zorgen dat we niet een systeem opgelegd krijgen waarvoor we in Nederland eigenlijk gewoon een betere oplossing hebben. Die hebben we door het systeem van statiegeld zoals we dat nu hebben ingericht voor sap nog een beetje te verhogen, zuivel eraan toe te voegen en te zorgen dat het op een goede manier uitvoerbaar is. Het alternatief is namelijk niet "geen statiegeld", maar een inzamelplicht voor alle ondernemers. Dat moet leiden tot 90%. Lieve broodjes worden hier niet volledig mee gebakken in dit dossier, ben ik bang. Laten we met elkaar focussen op het zo goed mogelijk vormgeven hiervan. Mocht de heer Van den Berg hier nog specifieke aandachtspunten bij hebben, dan hoor ik dat uiteraard graag.
De heer Van den Berg (JA21):
Zou de minister in ieder geval het volgende willen overwegen, zeker als die ondernemers er slecht uitkomen qua ruimtegebruik, qua arbeid, qua hygiëne en qua stank? Want dat zijn gewoon echt hele concrete nadelen. We hebben al de pmd-inzameling. Dat gebeurt soms bij bronscheiding, dan wel bij nascheiding. Als we daar meer op inzetten, zouden we dan niet alsnog die percentages kunnen halen zonder al die nadelen van statiegeld heffen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat gaat lastig worden, maar ik ben natuurlijk altijd bereid om te kijken naar een zo slim mogelijk systeem. Ook op de punten arbeid, hygiëne en oppervlakte kijken we echt naar hoe we dat systeem zo slim mogelijk maken. We kijken bijvoorbeeld ook naar bulkautomaten. Dat kan ook echt helpen bij het voorkomen van te grote druk op bijvoorbeeld kleine ondernemers. Zo kijken we ook naar hoe we dit systeem slim maken. Die oproep van de heer Van den Berg neem ik dus zeker ter harte.
De voorzitter:
De heer Van den Berg knikt tevreden. Heeft nog iemand een vraag op het gebied van statiegeld? Niet? Dan gaan we naar blokje drie. Dat gaat over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Nog één vraag ten aanzien van statiegeld. Ik ben ook heel erg benieuwd naar wat voor andere innovatieve oplossingen er nog kunnen zijn rondom die innamepunten. Ik kan me voorstellen dat er daarvoor ook nog oplossingen komen. Ik heb zelf ook weleens iets in een bepaalde gemeente voorbij zien komen wat ik best wel een leuke innovatie vond en wat volgens mij ook voor bewoners heel toegankelijk is. Hoe gaat de minister dat soort dingen nog meenemen? Is er in het proces ruimte om dat daarbij te betrekken?
De voorzitter:
Wat was die leuke innovatie? Want dat willen we dan ook weten.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Het was een soort mobiel inzamelpunt. Het leek op een soort vrachtwagen. Achterop hadden ze een innamepunt. Ze kwamen gewoon in het winkelcentrum langsrijden en dan kon je daar je flessen inleveren. Een aantal ondernemers hadden dat samen opgezet.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik ben altijd bereid om naar alle mooie, constructieve en innovatieve ideeën te kijken, dus als u daar suggesties voor heeft, laat het dan zeker weten. Ook een heel mooi voorbeeld dat ik zelf af en toe tegenkom, is een donatiebak. Dan zeg je eigenlijk: ik wil dit flesje graag doneren aan mijn sportvereniging of aan een goed doel. Ook dat soort dingen kunnen helpen om het inzamelingspercentage te verhogen en niet alles bij de kleine winkels terug te laten komen. Als u dus goede ideeën heeft: laat ze maar komen; dan kijken wij daarnaar.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
"Laat ze maar komen"; is het idee dat ik als Kamerlid dan de ideeën ga aandragen?
De voorzitter:
Ja, dat kan.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik wilde vooral ruimte geven in het proces zodat die ideeën richting het ministerie gestuurd kunnen worden. Dat was mijn vraag.
De voorzitter:
Wat ik altijd doe, mevrouw Zwinkels: iedere minister en staatssecretaris heeft een PA; daar gooi ik alles neer. Dan komt het vanzelf bij de minister en de staatssecretaris terecht. Dat zijn de koppen van jut. Die kunt u dag en nacht lastigvallen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Misschien heb ik het idee al naar de PA van mevrouw Van Veldhoven gegooid, kan ik u vertellen.
De voorzitter:
Sommige leden willen scoren voor de bühne en die gaan dat natuurlijk via de officiële weg doen, want dan scoor je ook nog bij de mensen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Laat ik het zo zeggen: het was ook een brede oproep. Als er nog suggesties zijn, ook voor Verpact, die verantwoordelijk is voor het vaststellen van deze aanpak: ik weet dat zij ook heel breed kijken. Als wij ze krijgen, sturen we ze ook zeker naar Verpact door om ervoor te zorgen dat zij dat allemaal mee kunnen nemen in die aanpak. Dus dat was wat ik daarover wilde zeggen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik had volgens mij nog wel een onbeantwoorde vraag. Dat was of de minister of dit kabinet ook echt verwacht dat mensen thuis die stinkende zuivel- en fruitflessen gaan bewaren in de keuken. Die had ik nog niet teruggehoord in het antwoord.
De voorzitter:
Dan tellen we dat niet als interruptie.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Sapflessen zitten op dit moment al voor 80% in de statiegeldstroom. We zien niet dat mensen massaal die statiegeldflessen niet inleveren, dus ik heb goede hoop voor de heer Van den Berg dat ook mensen thuis hier een oplossing voor zullen weten te vinden.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan heb ik nog wel een echte interruptie.
De voorzitter:
Kijk eens aan.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik liet net een afbeelding zien van hoe het er nou aan toegaat in de steden. We zien in Amsterdam, Nijmegen, Utrecht en ook in andere steden dat die prullenbakken massaal worden opengebroken omdat mensen op zoek zijn naar statiegeldflesjes. Dat leidt tot allerlei problemen: opengescheurde afvalzakken, ontzettend veel overlast in de stad, maar ook zelfs tot ratten in Amsterdam. Kan de minister reflecteren op hoe we daarmee om moeten gaan? Want dat is wel de facto de situatie die is ontstaan door het heffen van statiegeld.
De voorzitter:
Trouwens, de meeste voorzitters staan het tonen van foto's niet toe. Het is ook volstrekt zinloos, want niemand ziet het. Het staat niet op camera en de mensen in de zaal zien het ook niet, dus het heeft vaak geen zin. Maar het is altijd goedbedoeld.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Eigenlijk illustreert de heer Van der Berg precies waarom het belangrijk is dat we meer inzamelpunten hebben. Als mensen weten dat de statiegeldflesjes meer worden ingezameld op de plekken waar ze ook meteen verwerkt kunnen worden en ze niet meer terechtkomen in de vuilnisbakken, bij mensen thuis of buiten, dan zijn er ook minder redenen om in de vuilnisbak te gaan kijken. Dan weet je namelijk: als er veel plekken zijn waar je dat flesje kwijt kunt, hetzij om het te doneren aan een goed doel, hetzij om je geld terug te krijgen op een makkelijke manier, dan gaat het ook minder lonen om in die prullenbakken op zoek te gaan naar die flesjes. Overigens, toen we met statiegeld aan de gang gingen — ik weet zeker dat de heer Van den Berg zich die periode ook nog wel kan herinneren — kwamen er achttien olympische zwembaden aan plastic flesjes in het Nederlandse milieu per jaar. Zwerfafval en de hoeveelheid blikjes en flesjes er toen in de Nederlandse parken lagen en in de sloot dreven, en wat mensen aan zwerfafval op straat zagen liggen, waren echt een heel groot probleem. Het is mooi om te zien dat we al zoveel voortgang hebben gemaakt. Dat wil niet zeggen dat alle problemen zijn opgelost, want ook de plaatjes die de heer Van den Berg schetst, ken ik wel. Maar ik denk dat juist meer innamepunten ook kunnen helpen om dat op te lossen.
De voorzitter:
De minister heeft de afbeeldingen in ieder geval wel gezien, dus u heeft het niet helemaal voor de kat z'n edele delen gedaan. Meneer Van den Berg, voor nog een interruptie.
De heer Van den Berg (JA21):
Het gaat er niet om of er wel of niet flesjes in die prullenbak zitten, of ze wel of niet zijn ingeleverd bij de grote bulkpunten en bij de vele inzamelpunten die we nog kunnen creëren. Het gaat om de kans dat er toch een flesje in zit. Alleen al de kans dat die erin zit, zorgt ervoor dat zwervers en mensen die op zoek zijn naar een extra financiële prikkel, die bakken gaan openbreken. De grap van dit alles is natuurlijk dat, als je die bakken openbreekt en je die vuilniszakken openscheurt, er juist meer zwerfafval in het milieu terechtkomt. Nogmaals, kan de minister reflecteren op het punt over die kans dat het erin zit?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als we veel meer inzamelpunten hebben, dan wordt de kans dat er iets in zit ook een stuk kleiner. Dat is dus precies waarom die inzamelpunten zo belangrijk zijn. Verder is Verpact hier ook heel erg mee bezig. Daar zien ze dat ook. Daar hebben ze ook geaccepteerd dat dat een aandachtspunt is. Daar ondernemen ze daar ook extra actie op. Laat ik het zo zeggen: ik voel vanuit de heer Van den Berg de warme ondersteuning richting hen om daar vooral mee door te gaan, want dat soort beelden wil natuurlijk niemand.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Misschien toch nog een vraag. Volle steun voor de minister op dit gebied. Statiegeld werkt gewoon. Alleen, we hebben het probleem dat het burgers alsnog best moeilijk wordt gemaakt om het goed in te leveren. Dat is zonde, want het geld blijft gewoon op de plank liggen. Het is het recht van burgers om het gewoon snel terug te krijgen. Ik wil dus toch het volgende iets concreter van de minister horen, omdat ik al sinds ik in de Kamer zit, de hele tijd hoor: "Verpact is ermee bezig. We zijn ermee bezig. We zijn ermee bezig." Volgens mij wordt het nu echt tijd om te leveren. Wanneer komt dat? Wanneer hebben we het echt voor een groot gedeelte opgelost? Mensen hebben gewoon het recht om het geld op korte termijn terug te krijgen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
In september krijgt u een brief. Daarin staan meer details over onze aanpak.
De voorzitter:
Dank u wel voor de toezegging. Dan gaan we nu naar blokje drie: de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, de UPV.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is een belangrijk instrument. Dat wordt zowel Europees als nationaal steeds meer ingezet. Het maakt producenten namelijk verantwoordelijk voor de inzameling en de verwerking van het afval van de producten die zij op de markt brengen. Het is dus een hele mooie vertaling van "de vervuiler betaalt". Wij werken aan de doorontwikkeling, zodat het nog efficiënter kan bijdragen aan de circulaire economie. Daar heb ik net een brief over aan de Kamer gestuurd. Dat gaat er onder andere om dat we ervoor zorgen dat het hoger op de R-ladder beter in zo'n UPV verwerkt is.
Mevrouw Oualhadj vroeg naar de uitvoeringsagenda. Ik hoop voor het einde van het jaar meer duidelijkheid te kunnen geven over het tijdspad voor de uitvoering en de implementatie van het doorontwikkeltraject. In die agenda zal ik ook meteen de ontwikkelingen op het gebied van de UPV uit de Circular Economy Act meenemen. Die uitvoeringsagenda komt er dus voor het einde van het jaar. Daar zit ook de Europese regelgeving in.
Mevrouw Zalinyan en mevrouw Oualhadj vroegen naar de UPV-organisaties. Ze vroegen om die meer te richten op circulariteit. We hebben daar vorig jaar onderzoek naar gedaan. Het lijkt mogelijk te zijn om doelstellingen op te nemen voor de voorbereiding op hergebruik en het voorschrijven van een innovatiefonds. Ook tariefdifferentiatie naar bijvoorbeeld repareerbaarheid of recyclebaarheid kan producenten belonen. Hier gaan we dus mee aan de slag om te kijken hoe we dit zo goed mogelijk kunnen verwerken in die UPV's.
Mevrouw Zalinyan had vragen over de UPV textiel. Er komen aanscherpingen van de UPV textiel, die duidelijk moeten maken welke kosten de producentenorganisaties moeten dekken. Die gaan gelden per 1 januari 2028.
Wordt de UPV luiers nog dit jaar ingevoerd? Ja, wat ons betreft. Die wordt nu voorbereid. Dat betekent dat de gebruikelijke juridische toetsen en aanvullend onderzoek plaatsvinden. O, gelet op de doorlooptijd zal de UPV niet dit jaar ingevoerd kunnen worden, maar ik kan dit jaar wel duidelijkheid geven over het tijdpad, dus ja, u hoort het dit jaar, maar de invoering komt later. Sorry, ik probeerde efficiënt te zijn, maar ik ging net een tikkeltje te snel.
Mevrouw Zwinkels had het over het stimuleren van verpakkingen met meer gerecyclede content en over innovaties. Het is inderdaad heel mooi dat dit gebeurt. Binnenkort start de Ketentafel Verpakkingen. Daarnaast zal ik een plasticplatform starten. Daarbij zal de toepassing van recyclaat een belangrijk onderwerp zijn. Nederland zet zich ook in Brussel actief in om ervoor te zorgen dat hier helderheid over komt.
De heer Van den Berg zei: veel producenten zijn niet bekend met de UPV. Uit ILT-onderzoek blijkt inderdaad dat veel producenten niet op de hoogte zijn. Dat is een zorgpunt. Hier handhaaft de ILT dan ook op. Om ervoor te zorgen dat meer producenten zich aan die regels houden, ga ik over op een systeem van registratie en goedkeuring en kijk ik naar manieren om handhaving hierop te verbeteren. Ook dat is namelijk belangrijk voor het level playing field. Het kan niet zo zijn dat maar een deel van de ondernemers denkt: ik krijg hiermee te maken. Uiteraard heeft elke ondernemer de verantwoordelijkheid om de wet- en regelgeving in de gaten de houden en daar hoort dit ook bij, maar we gaan dus ook langs de kant van ILT en aanvullende maatregelen zorgen voor verbetering.
Is er een inschatting te geven van de kosten voor producenten? Dat verschilt erg per productgroep. Op de website van producentenorganisaties kunnen producenten inzicht krijgen in de afvalbeheerbijdrage. Bij de invoering van nieuwe UPV's worden de kosten voor producenten goed in kaart gebracht in een bedrijfseffectenanalyse.
Voorzitter, dat waren mijn punten over de UPV.
De voorzitter:
Dan het volgende blokje, maar eerst mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Er was één vraag niet beantwoord. Die ging over de investeringsfondsen per UPV, ook naar het voorbeeld van Frankrijk. Rondom textiel was er het voorbeeld dat Frankrijk daarmee aan de slag is. Hoe kijkt de minister hiernaar?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik was misschien net iets te snel, maar ik probeerde te zeggen dat uit het onderzoek dat we hebben gedaan, blijkt dat het mogelijk is om doelstellingen op te nemen voor voorbereiding van hergebruik en om een innovatiefonds voor te schrijven. Daar kijken we dus naar. Bij het opstellen van de nieuwe UPV's kijken we naar zo veel mogelijk effectieve maatregelen.
De voorzitter:
Dan een tweede interruptie.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik heb mij voor dit debat natuurlijk laten informeren over luiers, want daardoor wordt superveel afval geproduceerd: door één kind 1.000 kilo afval in de luierperiode. Ik zou dus toch iets meer woorden van de minister willen over hoe zij dit zou aanpakken. Ik hoor dat er wel duidelijkheid komt, maar wordt het ingevoerd of niet? Waar zit het 'm dan in? Waar zit bijvoorbeeld de onduidelijkheid over het wel of niet invoeren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij is het niet een kwestie van niet invoeren, maar de UPV wordt nu voorbereid. De gebruikelijke juridische toetsen en een aanvullend onderzoek worden nu doorlopen. Dat moet dus worden afgerond voordat we een besluit kunnen nemen, maar ik ga ervan uit dat het wel gaat lukken en dat we dit jaar duidelijkheid geven over het tijdpad. Dat is eigenlijk hoe we daarnaar toewerken. Ik kijk even of daar nog meer details over zijn, maar verdere details durf ik uit mijn hoofd niet te geven over deze UPV. Er zijn er een heel aantal, zoals u begrijpt. We kijken nog naar de doelen en hoe we zorgen dat er voldoende recyclingcapaciteit beschikbaar is.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik was nog wel benieuwd naar tariefdifferentiatie binnen het Afvalfonds. De minister geeft inderdaad aan dat dat heel goed werkt. Dat zie ik ook. Ik zou willen weten hoe we dat verder kunnen stimuleren. Ik heb het idee dat dat best wel pionieren is geweest in de afgelopen tijd en dat er een aantal successen zijn geboekt. Hoe kunnen we daarop verder bouwen? Wat is er nodig? Misschien kunnen we ook nog iets doen ten aanzien van het erkennen van bepaalde en nieuwe typen verpakkingen. Ik weet dat daar bijvoorbeeld ook beperkte capaciteit voor is qua normering vanuit Europa. Ik zit dus een beetje te zoeken naar wat we van de kant van de overheid nog kunnen doen aan de tariefdifferentiatie. Moeten we daar meer toezicht op hebben? Hoe kunnen we dat stimuleren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik denk dat het in dit geval ook voor een deel een kwestie is van learning by doing, maar dan moeten we wel zorgen dat geleerde lessen weer worden toegepast bij andere UPV's. We hebben dus onderzoek gedaan. Er zijn een aantal lessen, zoals u zelf ook schetst. Bij het opstellen van nieuwe UPV's en bij herzieningen gaan we dus steeds naar de meest effectieve maatregelen. Je hebt natuurlijk ook een bepaalde zekerheid nodig voor de tijd dat zo'n UPV geldt, maar bij herzieningen kun je weer nieuwe dingen doorvoeren. Zo willen we dus zorgen dat we steeds lessen blijven leren en dat we die doorvertalen naar UPV's.
De voorzitter:
Geen vragen meer? O, meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ben toch geïnspireerd door de vraag van mevrouw Zalinyan over de luiers. Ik heb zelf drie jonge meiden en ik hoop er op een dag nog een vierde bij te hebben, of een jongetje; dat mag ook. Als ik nou zit te bekijken wat voor kosten erbij komen voor de luiers, zie ik dat dat al gauw gaat om een paar tientjes per jaar per kind. Ik vind dat toch ook — dan heb ik het toch over luiers — een zorgelijke ontwikkeling. We hebben al zo'n laag geboortecijfer. We hebben kinderen in onze maatschappij keihard nodig om ook weer te gaan werken voor de ouderen die eraan zitten te komen. Dit is toch een verkapte maatregel die heel slecht uitpakt voor gezinnen? "Een paar tientjes" klinkt verwaarloosbaar, maar ik heb daar toch een beetje een zorg bij. Hoe kijkt de minister naar de jonge gezinnen die dit allemaal weer moeten lijden?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We zullen dat soort vragen meenemen bij de afweging die gemaakt wordt, maar het is niet zo dat de kosten nu niet gemaakt worden. De kosten voor de verwerking van luiers worden nu natuurlijk ook gemaakt. Die landen alleen op een andere plek. Het is dus ook een afweging waar je de kosten laat landen. Overigens zijn het niet alleen maar gezinnen met jonge kinderen; aan het andere uiteinde van het spectrum zijn er natuurlijk ook veel luiers. Het is dus een breder vraagstuk wat dat betreft.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik zou mijn collega van JA21 ook de tip willen geven om gewoon de moderne wasbare luiers te kopen. Ik kom er goed mee uit de voeten. Ik heb een kind van twee. Dat kan al bijna zonder luiers. Het is dus ook een kwestie van goed trainen, zou ik zeggen. Dat is in ieder geval de Kostićdiscipline.
Dan richting de minister: ik had over de belofte wat betreft de luiers in de brief gelezen dat de minister het had over de doorontwikkeling van de UPV's. Voor mij zijn de planning, het tijdpad en de exacte uitvoering nog onduidelijk. Kan de minister dus aangeven wat het tijdpad is van het doorontwikkeltraject van de UPV's? Kan ze een uitvoeringsagenda voor het doorontwikkeltraject geven waarin concrete acties en de bijbehorende planning zijn uitgewerkt?
De voorzitter:
Ik ben benieuwd hoelang uw wasmachine meegaat, lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Heel lang.
De voorzitter:
Ja, toch? Mevrouw de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik dacht dat ik die vraag had beantwoord in de richting van mevrouw Oualhadj, maar voor alle helderheid herhaal ik het, want er zijn inderdaad veel processen. Op dit moment werken we de laatste verbeterrichtingen uit. We hopen voor het einde van het jaar meer duidelijkheid te kunnen geven over het tijdpad voor de uitvoering en implementatie van het doorontwikkeltraject. Die uitvoeringsagenda komt er dus ook. Daarin zullen we de ontwikkelingen op het gebied van de UPV uit de Circular Economy Act meenemen. Dat is ook voor het eind van het jaar. Als we in februari weer met elkaar spreken, kunnen we dit dus ook met elkaar bespreken.
De voorzitter:
Zijn er nog interrupties bij dit blokje? Niet meer. Dan gaan we door naar het laatste blokje: overig. Excellentie, aan u het woord.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Als eerst misschien de fast fashion. Het is terecht dat de textielsector aandacht krijgt. Deze sector is in termen van milieudruk de derde sector waar het gaat om water- en landgebruik en de vijfde als het gaat om materiaalgebruik en CO2-uitstoot. Er komt een milieuheffing in de vorm van tariefdifferentiatie onder de UPV. Als een bedrijf bijvoorbeeld producten maakt die lang meegaan of waar recyclaat in toegepast wordt, betaalt de producent een lager tarief. Dat is eigenlijk een vertaling van waar we het net over hadden. Dat is een heel concreet voorbeeld van hoe we via de UPV bepaalde vormen van gebruik van materiaal kunnen aanmoedigen, namelijk het hergebruik. Dit is echt een internationale sector. We hebben echt Europees beleid nodig om hiervoor verdere stappen te nemen. Nederland heeft in samenwerking met Duitsland en Frankrijk een non-paper ingediend over ultrafast fashion, met name om de eerste stap te kunnen nemen, namelijk tot een duidelijke definitie komen. Er is namelijk geen duidelijke definitie van ultrafast fashion. Als je die niet hebt, is het ook heel moeilijk om maatregelen terecht te laten komen waar je die echt terecht wil laten komen. Dat is dus echt de eerste stap die we op dit moment nemen, samen met onder andere Frankrijk. Dat gaat wat dit betreft inderdaad al verder.
Dan de ervaring met wegwerpplastic. Er waren natuurlijk minder goede ervaringen, maar ook tal van voorbeelden van ondernemers die het heel goed lukt om zich aan de regels te houden, van mkb tot grootbedrijf en van grote evenementen tot kleine sportclubs. We delen vanuit de Rijksoverheid goede voorbeelden met bedrijven, zodat ze daarmee inspiratie kunnen ophalen voor hun eigen praktijk.
Dan de consistentie van regelgeving. Die is heel belangrijk, denk ik. De heer Van Duijvenvoorde legde dat op tafel. Wij zitten hier met elkaar en kiezen met elkaar koers. Ondernemers vertrouwen daarop en bouwen daar hun businessmodellen op. Dan zou ik toch willen zeggen dat wij daar samen bij zijn. Hoe meer de Kamer gezamenlijk, in een zo breed mogelijke samenstelling, tot een bepaalde koers komt, hoe meer zekerheid we kunnen geven aan ondernemers. Ik wil graag horen welke aandachtspunten u heeft bij bepaalde onderwerpen. Dan hoop ik dat we zo breed mogelijk samen stabiliteit kunnen geven aan ondernemers, die daar vervolgens mee aan de slag kunnen gaan met hun creativiteit en ideeën. Dit doen we dus echt samen. Het terugdraaien, waar u op doelde, was onder andere door moties uit de Kamer. Dit is dus echt iets wat we samen doen. Het is dus belangrijk om te zorgen voor stabiliteit in regelgeving. Daarom zijn dit soort debatten ook zo belangrijk, zodat ik heel goed kan horen waar uw aandachtspunten zitten.
Mevrouw Müller vroeg nog naar het belang van direct air capture voor de glastuinbouw. Ze vroeg of we kunnen kijken of we dat binnen de SDE++ kunnen doen. Ja, dat is opgenomen in de SDE++. Dit jaar zijn de eerste aanvragen beschikt. Dat gebeurt dus. Dat is een belangrijk onderwerp.
Dan vroeg mevrouw Müller nog om samen met de e-commercesector initiatieven te ondersteunen zonder dat het meteen een knellende verplichting wordt voor iedereen. Daar ben ik het helemaal mee eens. Hergebruik is een belangrijke pijler. Het gaat niet helemaal vanzelf. Daarom staan er in de Europese Verpakkingsverordening bepaalde verplichtingen. Aan de Ketentafel Verpakkingen spreken we hierover. Ook hergebruik krijgt daarbij een plek. Ook hierbij hoor ik de aandachtspunten van mevrouw Müller: zorg dat het ook uitvoerbaar blijft, ook voor kleine bedrijven; die moeten daar ook mee kunnen werken.
Mevrouw Müller had ook nog een heel concreet voorbeeld over wat wij denken dat het bedrijf Hydryx is. Dat is een mooie start-up. Heel kort is het antwoord: ja, dat nemen we graag mee naar Brussel. We werken nu namelijk aan een lijst met de best beschikbare technieken. Ik denk dat dit daar heel goed bij zou passen.
Het lid Kostić vroeg naar schadelijke stoffen en staalslakken. Het is ontzettend belangrijk dat daar goed op wordt gelet. Daarom wordt er gewerkt aan een beleidskader voor secundaire bouwstoffen. De minister en het ministerie van IenW spelen daarin natuurlijk een belangrijke rol, want gezondheid en milieu zijn ook integrale onderdelen van de doelen van de circulaire economie.
Dan het Groeifonds. Mevrouw Zalinyan vroeg naar het advies van het Groeifonds. Het advies van het Groeifonds over vrijgave van de tweede fase van BioBased Circular ligt nog ter besluitvorming voor aan het kabinet. Wanneer we dat besluit hebben genomen, zullen we uw Kamer hier zo snel mogelijk over informeren, maar daar kan ik nu dus niet op vooruitlopen.
De voorzitter:
Wat verwacht de minister?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Bij Prinsjesdag zal dat wel helder zijn, denk ik.
De voorzitter:
Dank u wel.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan de vraag van mevrouw Müller over Aramis. Ik dacht: die doe ik als laatste, want dan komt er meteen een mooi bruggetje naar de staatssecretaris, die heel geduldig heeft zitten luisteren naar al onze beraadslagingen. Dit ligt namelijk echt op de grens. Aramis is nodig voor CO2-opslag. Tegelijkertijd is de toepassing van CCS door de AVI's nodig voor Aramis om in 2027 een tijdig investeringsbesluit te kunnen nemen. Het succes hiervan is ook afhankelijk van vele factoren, waaronder het zoeken naar een alternatief pakket voor de technische dekking. Daar zijn we hard mee aan de slag. De staatssecretaris kan daar zo nog verder op ingaan. We hebben een uitgebreid gesprek gehad met de sector zelf via de Werkgroep Afvalsector.
Er is gevraagd of er gedwongen afbouw van verbrandingscapaciteit gaat plaatsvinden. In oktober vorig jaar heeft het Rijk daarover een intentieverklaring afgelegd. Dit is zo'n voorbeeld waarvan ik denk: het is belangrijk om daarin stabiliteit te bieden. Gedwongen afbouw van verbrandingscapaciteit zal voor 2040 dus niet aan de orde zijn. Die lijn trekken we door. Dit gaat over lange cycli.
Voorzitter. Daarmee ben ik door mijn blokje overig heen en kan ik de vragen die eventueel zijn blijven liggen, nog beantwoorden.
De voorzitter:
Dank u wel voor de beantwoording tot zover. Er is een hele rij interrupties. Ik begin even helemaal achteraan.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Hartelijk dank aan de minister voor de beantwoording. Ik had toch nog een vraag over de circulaire hefboom, met name over het impactrapport. Ik begrijp dat dat na de zomer naar de Kamer komt, omdat de minister daar begrijpelijkerwijs zelf ook nog even op wil kauwen, maar ik denk dat de Kamer dat ook wil, zeker aangezien we de tweede termijn ergens in september hebben, naar ik begrijp. De vraag is of in elk geval het rapport naar de Kamer kan komen, zonder de appreciatie van de minister dan, zodat wij er alvast goed naar kunnen kijken, zodat we in de tweede termijn het debat op basis van de feiten kunnen voeren, in plaats van op basis van gevoelens, die vandaag toch ook wel veel over tafel zijn gegaan.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zou heel erg geneigd zijn om te zeggen: ja. Ik vraag me echter af of ik dan niet net een nieuwe brief ga sturen vlak voor de tweede termijn, waardoor er weer allerlei nieuwe informatie is. Ik weet niet of dat de handigste manier is, want dan hebben we eigenlijk twee halve debatten. Laten we even wegen wat de beste manier is om dit zo snel mogelijk bij uw Kamer te krijgen. Ik stel voor dat ik na afloop van deze vergadering eventjes overleg met de griffie van de Kamer om te bespreken hoe we dit zo goed mogelijk kunnen organiseren met elkaar.
De voorzitter:
Akkoord, mevrouw Oualhadj? Ja, zie ik.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb een gemiste vraag. De minister is wel ingegaan op ultrafast fashion. Dat is fijn, maar ik had een concrete vraag over de motie-Kostić c.s. en over de motie-Stoffer c.s., waarin werd gevraagd om concrete maatregelen op het gebied van ultrafast fashion, specifiek vanuit Nederland. Ik was benieuwd hoe de minister daarmee omgaat. Daarnaast had ik de suggestie gedaan van een verbod op reclame voor ultrafast fashion, omdat Frankrijk heeft laten zien dat het kan.
De voorzitter:
Die zal ik niet tellen, want die vragen waren blijven liggen. Dan hebt u straks nog twee interrupties voor de staatssecretaris.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De concrete maatregel is dus de tariefdifferentiatie onder de UPV, die ik net al noemde. Dat had ik volgens mij net gezegd.
Dan de vraag over de reclame. Omdat er geen definitie is, is het lastig om daar verder actie op te ondernemen. Voor die eerste stap kijken we dus naar Europa. We hebben gevraagd om tot een goede definitie te komen. Overigens zijn er ook op vrijwillige basis natuurlijk dingen mogelijk in de reclamecontext. De Nederlandse retailers kijken met de Reclame Code Commissie naar vrijwillige afspraken over influencerreclame. Dat loopt dus, en dat loopt in Nederland.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Over die vrijwilligheid hebben de WKR en het PBL van alles gezegd. Het argument is vaak dat we geen definitie hebben, maar die vlieger gaat natuurlijk niet op. Ik wijs niet voor niets op een motie die verwijst naar de wetgeving in Frankrijk en vraagt om het in Nederland op precies dezelfde manier uit te werken. Daaronder valt ook het reclameverbod. Frankrijk kan blijkbaar wel bedenken wat de definitie is en die voor Frankrijk al toepassen. Volgens mij is het laaghangend fruit voor de minister. Het kost ook geen geld. In Frankrijk wordt het inderdaad ook toegepast bij influencers. Mijn verzoek aan de minister is dus om het prachtige zomerreces te gebruiken om hier nog eens goed over na te denken en in de tweede termijn terug te komen op de vraag of ze er misschien toch nog heil in ziet.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Tegen zo'n warme zomeruitnodiging kan ik natuurlijk geen nee zeggen, zeker omdat ik zelf destijds niet de appreciatie van die motie heb gegeven. Ik zal daar dus nog een keertje goed naar kijken. Ik heb wel begrepen dat ook de Franse manier zich niet helemaal verhoudt tot de Europese regelgeving, dus dat zou een complicatie kunnen zijn, maar ik beloof dat ik er nog een keer naar ga kijken in de breedte van de motie zoals het lid Kostić die hier beschrijft. Dan komen we daar in de tweede termijn vast nog op terug.
De voorzitter:
Lid Kostić, dit is uw laatste interruptie.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja.
De voorzitter:
Dan hebt u dus niks meer over voor de staatssecretaris.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat hoort erbij. We moeten gewoon vaker debatten over circulaire economie gaan voeren; dat is eigenlijk de afdronk. Frankrijk laat zien dat het wél kan, dus het kan wél; ga ermee aan de slag. Maar fijn dat de minister erover wil nadenken.
Mijn laatste vraag gaat over de milieu-impact. We moeten goed kijken dat we niet per ongeluk extra schade aanrichten door de manier waarop we de circulaire economie definiëren. Mijn vraag ging specifiek over het Circulair Materialenplan, dat op de agenda van deze commissievergadering staat. Het vorige kabinet werd een beetje op de vingers getikt door de Commissie mer, omdat er onvoldoende is gekeken naar de impact op gezondheid en milieu door het Circulair Materialenplan. Het kabinet wilde daar gewoon helemaal niets mee doen. Wil deze minister wél de adviezen van de Commissie mer serieus nemen en daar extra aandacht aan geven?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Vroeger heette het Circulair Materialenplan volgens mij het Landelijk Afvalbeheerplan. Ik denk dus dat we in ieder geval in de manier waarop we ernaar kijken al een belangrijke stap hebben gezet. Ik zal me deze zomer ook daar nog eens in verdiepen, om te kijken wat de Commissie mer nou precies heeft gezegd en wat daar van ons wordt gevraagd.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik snap natuurlijk wel dat de minister het liefste heeft dat het kabinet en de Kamer één doel hebben met elkaar. Dat werd een beetje geïmpliceerd. Natuurlijk is het zo dat moties wijzigingen in de wet hebben gecreëerd, maar had die wet dan op een andere manier vormgegeven moeten worden, waardoor ondernemers veel eerder wisten waar ze aan toe waren, in plaats van eerst een wet te maken en later toch weer al die wijzigingen toe te voegen? Dat zegt natuurlijk iets over de wet. In hoeverre zorgen we er in de toekomst dus voor dat als wij op het gebied van KGG wetten invoeren, ondernemers er op een gegeven moment wél op kunnen vertrouwen, in de zin van: oké, hier is over nagedacht; die wet is misschien niet perfect maar wel compleet en ik kan hierop gaan bouwen voor investeringen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zei ook: we doen dit samen. Dat vraagt dus, ook van het kabinet, om goed te luisteren naar reflecties in de breedte van de Kamer. Vervolgens moeten we zo goed mogelijk kijken naar concrete uitvoeringsvraagstukken. Ik denk dat dat een heel belangrijk onderdeel is van het vormgeven van wetgeving die ook houdbaar is, dus daar zal ik me zeker voor inzetten.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank voor de beantwoording van mijn vragen waarin ik redelijk concrete punten benoemde. Ik ben heel blij om te horen ... Het ging inderdaad ook over Hydryx. Ik was enorm onder de indruk van hen en van de innovatie die ze hebben gemaakt, dus het is fijn dat u die naar Europa wilt meenemen. Ik heb nog een vraag over de afvalindustrie. Ik kijk ook uit naar de beantwoording van de staatssecretaris. Vanochtend hadden wij een bijeenkomst hierover. Heel veel dingen komen samen in deze sector. Aramis, de heffingen: het loopt allemaal door elkaar. Ik proefde bij hen toch wel een beetje het volgende, ook wat die investeringszekerheid betreft: 2040 is voor ons net te kort, gelet op de grote investeringen die we moeten doen. Tijdens het gesprek kwam het volgende naar voren: zou er niet een beetje toegewerkt moeten worden naar een soort akkoord, zodat we tegelijkertijd instappen in Aramis, maar wij ook wel zekerheid krijgen vanuit de Rijksoverheid? Ik begrijp dat het werken aan een akkoord soms lastig is, maar is dat iets waaraan gedacht kan worden in het overleg met de sector?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik vind het een hele interessante suggestie van mevrouw Müller. We zijn dus in overleg met de sector om naar het vraagstuk te kijken. Die technische dekking betreft een langetermijnpunt. Dat is Aramis ook. Dat geldt ook voor investeringen in deze sector. De kans dat we nog een tijdje afval blijven produceren in Nederland en toch nog iets nodig hebben, is ook wel aanwezig. Ik vind de suggestie van een akkoord dus zeker interessant. Dat zal ik samen met de staatssecretaris van Financiën meenemen.
De voorzitter:
Het lid Zwinkels? Nee. Het lid Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik dank de minister nogmaals voor de beantwoording. Ik had net een vraag over het Groeifonds gesteld. Mijn vraag zag veel meer op wat de minister eraan gaat doen om het Groeifonds te behouden. Ik vind het op dit moment namelijk best wel lastig dat we het hebben over duidelijkheid voor de markt en duidelijkheid voor al die ondernemers, die juist staan te popelen om te gaan investeren met heel veel pilotprojecten, en dat we tegen al die mensen moeten zeggen: u wacht maar totdat er aan het einde van het jaar een brief is. Dat vind ik wel een moeilijk verhaal, dus ik zou toch van de minister iets meer reflectie hierop willen. Wat gaat zij eraan doen om dat Groeifonds koste wat kost echt te behouden?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat kan ik zo niet toezeggen. We zijn in het kabinet nog bezig met overleg, maar het is ook niet zo dat alles afhangt van het Groeifonds. Ik heb de Kamer net toegezegd dat we voor de verschillende doelstellingen kijken hoe we de beschikbare middelen zo goed mogelijk kunnen inzetten, maar ook dat we kijken naar normering en UPV's. We kunnen dus verschillende instrumenten inzetten, en dat gezamenlijk geeft natuurlijk de context waarin deze ondernemers hun beslissingen moeten nemen. Ik weet dat biotech een enorm belangrijke sector is, dus laat ik vooropstellen dat die zeker mijn warme aandacht heeft, maar dat is hoever ik vandaag kan gaan.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ga het nog één keer proberen. Natuurlijk snap ik dat er overleggen zijn met andere ministeries, maar volgens mij heb ik ook een heel warm pleidooi van deze minister gehoord. Ik zou dus toch willen zeggen: wat is haar inzet, juist in die overleggen? Volgens mij kan de toezegging dat zij haar best gaat doen om het fonds te behouden namelijk gewoon gedaan worden, toch?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij ligt nu niet de vraag naar de toekomst van het fonds op tafel, maar was uw vraag: blijft de minister zich inzetten voor biotechnologie en biochemie? Dat is nu een van de onderwerpen die in dat fonds aan de orde zijn. De chemiesector staat voor een hele grote verandering en daar is biochemie een onderdeel van. Op allerlei manieren werkt het kabinet aan het meenemen van ook deze sector in de transitie. Dat is een hele complexe sector met grote belangen die vaak in clusters werkt, zodat je eigenlijk zo'n heel cluster moet meenemen. De maatwerkaanpak is ook een van de zaken waarmee we in dat verband werken. Het belang van die sector en de transitie in die sector staat dus heel duidelijk op het netvlies; daar werken we hard aan. Het Groeifonds is een van de instrumenten die daarvoor kunnen worden benut, maar daarvoor moeten we dus nog terugkomen, omdat dat echt nog onderdeel is van de afweging in het kabinet.
De voorzitter:
Lid Zalinyan, uw laatste interruptie.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ja, de laatste interruptie. Ik had mijn vraag anders gesteld als dat mijn vraag zou zijn geweest. Ik snap dat de minister mijn vraag opeens anders interpreteert en vervolgens een heel ander antwoord geeft, maar toch wil ik hier stellen: het gaat wél om het behoud van het Groeifonds, omdat ontzettend veel ondernemers hierop rekenen en juist op basis van het Groeifonds investeringen kunnen doen. De vraag aan de minister is dus nogmaals: gaat zij zich ervoor inzetten om juist het Groeifonds te behouden?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Die vraag ligt niet bij mij; het is niet mijn portefeuille. Maar ik zet me in voor voldoende middelen voor ondernemers en voldoende instrumenten voor ondernemers die ook in deze sector goed werk doen en die heel graag zekerheid willen hebben. Volgens mij maakt het voor ondernemers ook niet per se uit via welk instrument dat gebeurt. Die willen gewoon perspectief hebben en weten wat het langetermijnbeeld is waar dit kabinet aan werkt. Daar past ook die transformatie in de chemie heel duidelijk in. Dat is wat ik er nu over kan zeggen.
De voorzitter:
Bedankt voor de beantwoording, mevrouw de minister. Dan gaan we naar de staatssecretaris. Meneer Van den Berg? U heeft geen interrupties meer, dus het wordt een nabrander. U mag er nog eentje.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, ik ben u zeer erkentelijk. Die gevulde koeken moeten we toch echt gaan halen. Ik wil nog een keer iets vragen over die luiers. Ik ben toch even gaan rekenen. Ik zit hier toch in eerste instantie als conservatieve christen en sta voor het gezin, dus dat moet ik ook naar voren brengen. Ik heb even zitten uitpluizen hoe dat nou echt zit. Ik snap gewoon niet zo goed waar we nou heen gaan. Je hebt wegwerpluiers en inderdaad, zoals het lid Kostić zei, wasbare luiers. Het is trouwens een verschrikking om die te gebruiken en bovendien zijn ze erg duur, maar als we nou naar biobased producten gaan, wat kan, dan leidt dat maar tot een besparing van de externe kosten, waar de minister het over had, van 0,3 cent per luier. Daar gaat het uiteindelijk om. Volgens mij is de enige manier om minder afval te produceren óf minder luiers gebruiken — dat lijkt me niet zo'n goed idee — óf meer recyclen, maar dat laatste staat weer los van de producentenverantwoordelijkheid. Hoe gaat deze extra belasting dus uiteindelijk leiden tot een beter milieu? Daar kom ik echt niet uit, behalve de lastenverzwaring.
De voorzitter:
Nu het lid Van den Berg een zevende interruptie heeft gekregen, geldt dat ook voor alle andere leden. Dat betekent dat mevrouw Zalinyan en het lid Kostić ook nog een extra interruptie mogen plegen. We moeten namelijk wel "gelijke monniken, gelijke kappen" aanhouden. Mevrouw de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb niet alle details van de UPV luiers in mijn achterzak zitten, maar wanneer we daarover met een besluit komen, zullen we ook dit soort dingen uit en te na kunnen bespreken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de staatssecretaris van Financiën.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank. Wat fijn dat uw commissie besloten heeft mij bij dit mooie debat uit te nodigen. Dat meen ik oprecht, omdat dit natuurlijk een waanzinnige opgave is voor het land. We zijn met een heel grote verbouwing van onze economie bezig, en die is noodzakelijk. We hebben een minister die daar fantastische dingen over zegt en daar ook heel veel energie voor heeft. Dat kan ik helemaal niet met zoveel kracht zeggen als onze minister. Maar het is ook evident dat fiscaliteit daar een belangrijke rol in kan spelen. Het is heel mooi dat ik vanuit mijn portefeuille een bijdrage mag leveren en dat we er zo voor kunnen zorgen dat die circulaire economie dichterbij komt, hoe moeilijk het ook is om die verbouwing te coördineren, te regisseren en te doen. Ik heb vandaag ook weer heel veel inspirerende voorbeelden gehoord en daar zelf heel veel van geleerd, waarvoor dank.
Ik wilde daar eigenlijk ook over beginnen bij de eerste vraag van mevrouw Zwinkels, ook omdat mevrouw Zwinkels voor de eerste keer in deze commissie is, net als ondergetekende. Maar dat doe ik niet voordat ik gezegd heb dat ik het buitengewoon leuk vind dat ik weer met mevrouw Zwinkels in debat mag. Mevrouw Zwinkels en ik delen namelijk een geschiedenis in de mooie stad Utrecht, waar ik vele debatten met haar heb gehad. Ik heb haar nog geappt: wat jammer dat we elkaar niet treffen in de Tweede Kamer. Gelukkig treffen we elkaar wel. Dat is toch ook weer mooi, eerlijk gezegd.
Voorzitter. Mevrouw Zwinkels vroeg terecht: hoe kun je nou met fiscale maatregelen die circulaire economie versterken of misschien wel een boost geven? Daarin spelen heel veel dingen een rol. Kijk naar wat we nu al doen. Denk aan de MIA, de Milieu-investeringsaftrek, of de VAMIL, waarmee je als ondernemer met afschrijvingstermijnen belastingvriendelijk kunt spelen, zodanig dat je ook investeert in de circulaire economie. Die instrumenten hebben we. We hebben een afvalstoffenheffingsinstrument. Maar misschien heeft u de strategische agenda gezien die ik uw Kamer heb gestuurd. Daarin ziet u dat ik heel erg graag met het belastingstelsel aan de slag wil met betrekking tot groen, gezond en innovatief. Het mooie is dat de circulaire economie die drie dingen eigenlijk ook bij elkaar brengt: een groene en innovatieve economie. Ik heb in uw eerste termijn heel mooie voorbeelden gehoord van Nederlandse bedrijven die daaraan bijdragen. Een mooie bijvangst is dat het ook gewoon — dat weten we — zorgt voor een gezondere samenleving.
Voorzitter. Bij Financiën hoort echter ook dat je af en toe een waarschuwing geeft: niet elke fiscale maatregel is daarbij effectief. Neem btw. Dat was ook een van uw vragen in het debat. Als je aan de btw-knop gaat zitten, is dat heel vaak matig als het gaat om doelbereik. Je hebt dan een vrij dure belastingmaatregel geïntroduceerd met weinig effect en vaak heel ingewikkelde afbakeningsvraagstukken, bijvoorbeeld: wat is het eigenlijk precies en hoort product X wel of niet in die categorie thuis? Dan krijgt de Belastingdienst allemaal uitvoeringsproblemen. Mijn lievelingsvoorbeeld is het verschil in btw — dat gaat buiten de orde van uw commissie — tussen logeren in een tent of op een glamping. Dan moet de belastinginspecteur gaan kijken of er haringen aan te pas komen om te kunnen bepalen in welk btw-tarief we zitten. Dan zie je: dat btw-tarief is niet altijd het allerbeste instrument om in te zetten.
Uw commissie vroeg: zouden we dat dan niet bijvoorbeeld bij reparatiediensten kunnen doen? Mevrouw Zwinkels stelde die vraag via een interruptiedebatje aan mij. Vanuit deze redenering zou ik daar eigenlijk niet voor zijn. Ik heb daarover samen met de minister ook een Kamerbrief gestuurd. Er is overigens al een verlaagd btw-tarief op heel veel reparatiediensten. We zouden van Europa nog één categorie kunnen toevoegen: de huishoudelijke apparaten. Daarbij heb je echt die afbakeningsvragen: wat is dat wel en wat niet? We hebben daar ook weer vanuit Europa vraagstukken rondom een level playing field te eerbiedigen. Plus: het is een vrij dure maatregel. Dat is namelijk ook het lot van een bewindspersoon op Financiën: ik moet altijd weer met de rekening bij u aankomen. Gelukkig zag u een heel mooie tabel in die Kamerbrief, in bijlage 1, waarin u ook allerlei alternatieve beleidsopties ziet om wél een bijdrage te leveren aan de economie. We moeten gewoon meer repareren met elkaar, want het is gekkigheid dat je dingen weggooit. Al die alternatieven zijn eigenlijk gewoon doelmatiger dan een btw-verlaging. We kunnen er gelukkig dus mee aan de slag, maar op een andere manier.
Voorzitter. Dan iets anders. Ik ben nog steeds bij de vraag van mevrouw Zwinkels, over waar je nou de prikkel in de keten zet als je naar belastingen kijkt. Je moet dan heel erg oppassen als je een belasting of een heffing aan het begin van de keten hebt. Daar hebben we helaas ervaring mee, bijvoorbeeld bij de plasticheffing. Je ziet dat heel veel ondernemers dan zaken gaan verplaatsen, bijvoorbeeld naar andere landen. Daarom hebben we nu ook die technische dekking — daar kom ik later op terug — rondom het hele afvaldossier.
Zet je de prikkel helemaal aan het eind in de keten, dus bij consumenten — ik denk dat de heer Van den Berg daar allicht nog een interruptie op zou willen plaatsen, want dat levert natuurlijk ook altijd iets op voor consumenten — dan is dat ook in de uitvoering weer heel erg ingewikkeld. Dit is dus ook de puzzel die ik te leggen heb: hoe zorg je ervoor dat je dan op de juiste plek in de keten die belastingen introduceert? Daar kunnen we natuurlijk ook samen het gesprek over voeren, maar als je dat op een goede manier doet — ik voel ook echt de energie van uw commissie om dat te doen — dan kun je echt stappen zetten richting die circulaire economie.
Dat is een heel mooi bruggetje naar het huiswerk dat ik heb gekregen over afval. Daar hebben we de technische dekking van het vorige kabinet. Daar zijn twee problemen mee. Eén: die is eigenlijk gewoon te groot; die is gewoon te zwaar voor de sector. Dat is één. Twee: het is een technische dekking. Dat betekent dat die gewoon ingaat als je niks doet en dat we 'm gewoon moeten innen. Dat betekent ook dat je een alternatief voorhanden moet hebben als je het niet gaat doen.
De zoektocht die we nu aan het doen zijn — dat doe ik samen met de minister — is eigenlijk: kunnen we de maatvoering een beetje naar beneden brengen? In welke mate dat is, is onderdeel van het gesprek, dus daar kan ik u hier vanavond niet over zeggen: dat moet dan min zoveel procent of min zoveel miljoen zijn. Dat is één. Twee: wat wordt dan de alternatieve invulling? Ik ben namelijk ook vanuit mijn rol gehouden aan het uiteindelijk genereren van voldoende belastinginkomsten, omdat we ook geld willen uitgeven aan belangrijke dingen in dit land.
Dan kijken we naar de alternatieven van de sector. Daar zitten echt goede alternatieven tussen; dat zeg ik er meteen bij. Alleen, die vragen tijd. Dat zijn soms belastingen die we nog niet hebben, dus die moet je invoeren. Soms moet je daar een IT-systeem verbouwen, terwijl het vervelende van de erfenis van de technische dekking is dat die gewoon, als je niet oppast, volgend jaar ingaat. Daarvoor zitten we dus ook nog met een puzzel. De alternatieven gaan gewoon trager dan de tabel die we moeten verslaan, zeg ik dan maar even.
Voorzitter. Het gesprek gaat dus over het volgende. Hoe verlagen we 'm? Wat zijn dan de alternatieven? Sommige van die alternatieven zullen te traag gaan. Dan is het ook nog eens mijn lot — dat zeg ik met een knipoog, want ik vind dat eerlijk gezegd wel een leuk lot, omdat het allemaal puzzelvraagstukken oplevert — dat alternatieven vaak ook weer mensen of bedrijven raken die zeggen: maar ik had eigenlijk ook weer geen zin in deze belasting. We moeten dus ook oppassen dat we niet met elkaar op de rotonde komen van allerlei mensen, bedrijven of instellingen die zeggen: ik betaal liever geen belasting. Daar kom je namelijk niet vanaf. Je moet dan met elkaar ook wel een politieke keuze maken, die niet alleen maar applaus zal opleveren.
Wat betreft de dekking die ervoor overblijft, moet ik u helaas doorverwijzen naar Prinsjesdag. We hebben als kabinet daarin, in wat wij de augustusbesluitvorming noemen, ons werk te doen. Dat is weer zo'n mooie invulling van onze zomervakantie. De minister gaat reflecteren op een aantal vragen die ik net heb gehoord en wij gaan puzzelen op het Belastingplan. U zult dus echt tot Prinsjesdag moeten wachten om te kunnen beoordelen met welk alternatief we komen, maar ik hoop dat de woorden die ik eraan geef, laten zien dat we er echt zeer serieus mee bezig zijn. Ik ervaar de gesprekken met de sector — ik zie ook een aantal bekende gezichten — als zeer prettig.
Dan gaan we wat mij betreft van het afvalpakket naar andere zaken over de circulaire economie. Mevrouw Oualhadj had ook een heel mooie vraag: kun je die transitie nou eigenlijk nog wat verder versnellen en zou je ook daar wat breder naar kunnen kijken, niet vanuit de eigen kokers, maar eigenlijk kabinetsbreed? De minister heeft net al gezegd het ibo-onderzoek te overwegen en daar met Prinsjesdag op terug te komen. De opdracht die het lid daarbij gaf over de fiscaliteit, neem ik wat mij betreft mee in dat onderzoek. Dan maken we ook een beetje werk van werk.
In het voorjaar van 2027 zijn we natuurlijk aan het kijken of wij nou meer te doen hebben — dat staat in het coalitieakkoord — wat betreft onze opgave op brede duurzaamheid; daar valt circulaire economie natuurlijk onder. En ja, dan kom je automatisch uit op fiscale heffingen op onder andere niet-circulaire producten. We weten nog niet wat we dan gaan besluiten, maar het is, denk ik, evident dat we in het voorjaar van 2027 weer opnieuw naar het huiswerk gaan kijken. Voorzitter. Dan wil ik mijn blokje … Ik had eigenlijk maar één blokje: fiscaliteit. Sommige mensen zeggen: ik ben beleid. Ik zeg: ik ben een blok. Het lid Kostić stelt een taxshift voor. Dat is zeker een interessante gedachtegang: kun je nou belasting op arbeid verlagen en dat dekken met belastingen op vervuilende activiteiten in de economie, zodat je werken laat lonen, maar ook weer bijdraagt aan de circulaire economie? Absoluut, zeer interessant. Dat heeft één heel grote uitdaging: het gaat snel om hele grote bedragen. Het verlagen van lasten op arbeid levert heel snel een grote rekening op, terwijl producten duurder maken om diezelfde belastingderving te dekken een heel forse lastenverzwaring op consumptie zal opleveren. Maar ik onderstreep dat we hier allicht een mooi debat over kunnen voeren en dat u er misschien meer over wilt weten om dat debat te kunnen voeren. Ik ben dan ook bereid, zeg ik toe richting het lid Kostić, om in het kader van het huiswerk dat ik heb om het hele belastingstelsel te herzien, met een mooie brief te komen — die staat al gepland; dat is een bestaande toezegging voor, daar is-ie weer, het einde van het jaar — en daarin eigenlijk heel specifiek op deze taxshift in te gaan. Dan kunnen we daar ook het gesprek over vervolgen.
Kortom, voorzitter. Ik ben blij dat ik deze bijdrage aan de circulaire economie mag doen. Ik sta er altijd zeer voor open als uw commissie nog mooie aanmoediging richting mijn portefeuille heeft.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor de beantwoording, mijnheer de staatssecretaris. Ook dank dat u aanwezig wilde zijn om vragen te beantwoorden.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. De relatie tussen de FNV en het kabinet is volgens mij op dit moment niet helemaal op orde. Ik ben opnieuw benieuwd wat de staatssecretaris gaat doen met de oproep van de FNV om de plasticheffing van tafel te halen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik snap helemaal wat de FNV zegt. Ik heb ook de berichten gezien. Ik snap helemaal, ook vanuit hun achtergrond, waarom ze dat zeggen en hoe ze het zeggen. Daar heb ik ook niks anders dan respect voor. Tegelijkertijd kan ik vanuit deze positie niks anders dan zeggen wat ik u net zei: we erkennen dat het pakket in maatvoering zwaar is. We gaan dus kijken naar verlichting. Om die verlichting te realiseren moet je weer naar alternatieven kijken. Wij hebben wat dat betreft ons politieke werk te doen in de augustusbesluitvorming. We nemen de alternatieven van de sector serieus, maar die zullen helaas soms trager gaan dan dat wij de verlichting willen brengen. Ik kan het gewoon niet eerder doen dan bij Prinsjesdag. Zelfs als ik het zou willen, heb ik gewoon de augustusbesluitvorming nodig, omdat ik alternatieve dekkingen moet vinden.
De voorzitter:
Zijn er nog vragen voor de staatssecretaris? Het lid Kostić. Dat is ook de extra bonusvraag van Van den Berg; dat is de Van den Bergvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank voor de toezegging over de taxshift. Ik zit hier inmiddels een tijdje. De vorige staatssecretaris zei een beetje hetzelfde, dus ik daag deze staatssecretaris uit om toch die "het kan wél"-mentaliteit — ik hou van die slogan — te gebruiken. Het eerlijke verhaal is namelijk dat we niet richting die circulaire economie komen, die broodnodig is voor onze veiligheid en betaalbaarheid, als we niets doen aan die taxshift. Mijn vraag ging eigenlijk over de btw. Het is allemaal ingewikkeld. Dat weet ik; dat hoor ik ook al heel vaak. Tegelijkertijd rijmt het niet met het verhaal aan de andere kant. Het kabinet maakt namelijk ook keuzes om te sleutelen aan de btw, bijvoorbeeld in de sierteelt. Het kabinet ziet blijkbaar wel kans om daaraan te sleutelen. Mijn concrete vraag is dus: kan de staatssecretaris ergens richting het zomerreces kijken of hij er in ieder geval voor kan zorgen dat maatschappelijke kringlooporganisaties geen dubbele btw meer hoeven te betalen, zoals ook in Duitsland en België is geregeld? Kan hij daarop reflecteren?
De voorzitter:
Nou, lid Kostić, nu horen we u niet meer tot 8 september!
Staatssecretaris Eerenberg:
Dank voor de aanmoediging aan het begin van de interruptie van het lid Kostić. Bij de sierteelt kijken we naar een btw-verhoging. Ik vermoed eerlijk gezegd dat u eerder kijkt of we btw kunnen verlagen om bepaald gedrag te stimuleren. Dan zitten we, denk ik, in een ander gesprek met elkaar. Dubbele belasting is net weer een ander vraagstuk. Daarbij kijkt ook Europa mee. We hebben Europa nodig om een beetje beleidsruimte te hebben om daarnaar te kijken. Ik weet eigenlijk niet wat de tijdlijn van Europa daarin is, maar er is zojuist een brief door de minister toegezegd om het vervolggesprek hierover ook weer goed te kunnen voeren. Als u mij daarbij uitnodigt, ben ik er vanzelfsprekend bij. Misschien is het goed als ik een update, specifiek op die dubbele belasting en de Europese beleidsruimte die daarvoor nodig is, in diezelfde brief stop, zodat we het debat daarover verder kunnen voeren.
De voorzitter:
Wanneer? Aan het einde van dit jaar, lid Kostić. Voor het einde van het jaar. Voor 31-12 is toegezegd. Zijn er nog vragen?
Mevrouw Oualhadj (D66):
Dank dat de staatssecretaris hier vandaag bij wilde zijn. Zoals ik ook al in mijn bijdrage zei: financiële prikkels zijn een van de manieren waarop we de transitie naar een circulaire economie kunnen versnellen. Ik ben ook blij met de beantwoording van mijn vraag om verder te onderzoeken hoe we dat fiscaal nog sterker kunnen doen. De vraag is of de staatssecretaris ook bereid is om de regeling Groenprojecten daarin mee te nemen, om te kijken of die meer ingezet kan worden voor circulariteit.
Staatssecretaris Eerenberg:
Als ik zo vrij mag zijn, geef ik even een kijkje achter de schermen. Allicht weet u dat ik gisteren meer dan tien uur heb gedebatteerd in de Eerste Kamer over box 3. Groen beleggen is allicht onderdeel van die discussie. Boven is er een heel aantal hele fijne ambtelijke collega's met wie ik heel goed samenwerk. Die zeiden: gelukkig gaat het vandaag niet over box 3. Nou, dat was ijdele hoop. Maar dit is wel echt een terecht punt, want dit was een regeling die we met elkaar hebben afgeschaft als onderdeel van de discussie over box 3. De vraag of we daarin een aantal dingen moeten verbeteren, ligt hier weer op tafel. Ook daarvoor geldt: we hebben augustus nodig om goede besluiten te nemen. Maar stel dat — dat is altijd gevaarlijk in de politiek — groen beleggen weer op tafel komt, dan valt circulair daar ook onder. Dan zijn dus ook investeringen in circulaire bedrijven, circulaire producten en banken die die diensten aanbieden, onderdeel van het groen beleggen.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Nou, ik ben heel blij om dat te horen. Dank, zeg ik via de voorzitter. Ik begrijp dat het gaat om een stel-dat-het-op-tafel-komt. Ik zou de staatssecretaris dan toch ook willen vragen om ervoor te zorgen dat het op tafel komt te liggen, zodat het niet een stel-datvraagstuk blijft. Misschien kan de staatssecretaris daar komende zomer, als hij druk is met die augustusbesluitvorming, zelf voor zorgen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Wederom een mooie aanmoediging. Ik vermoed dat er ook breed wel wat politieke opvattingen zullen zijn over box 3. Als de fractie van mevrouw Oualhadj dit naar voren wil brengen, zou ik zeggen: het is allemaal ook politiek wat we hier doen met elkaar.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank aan de staatssecretaris voor de uitgebreide woorden die hij sprak om de hele problematiek goed aan ons mee te geven. Ik snap heel erg goed de situatie waarin hij zit, waarin hij de dekking moet vinden en het probleem ook niet rondgecirkeld moet worden, zoals hij dat zo mooi zei. Ik zou misschien wel de volgende zorg willen meegeven. Ik begrijp dat u kijkt naar de grootte en hoe het misschien gedeeltelijk bij de sector kan blijven. Dat begrijp ik heel goed. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk ook zorgen over een belasting die voor Nederland, in vergelijking met de omringende landen, zo hoog wordt dat er op een gegeven moment ook gewoon weglek van onze eigen afvalstromen gaat plaatsvinden. Als u die zorg ook in uw achterhoofd houdt, dan kijk ik erg uit naar waar u met Prinsjesdag mee komt.
De voorzitter:
Met "u" bedoelde u "meneer de staatssecretaris".
Staatssecretaris Eerenberg:
We zijn het helemaal eens met de analyse die nu op tafel komt. Dat is precies de reden dat we zeggen: de maatvoering is eigenlijk wat te groot. Los van het absorptievermogen van de sector zelf zul je zien dat als je hier de belasting te hoog maakt, het interessant wordt om bijvoorbeeld afval in andere landen te gaan verbranden. Hoe circulair is dat? De opdracht is inderdaad helder. Nu de puzzel nog.
De voorzitter:
Volgens mij kunnen we gaan afronden. Ik zie iedereen tevreden kijken, meneer de staatssecretaris. Bedankt, ook mevrouw de minister, voor de beantwoording. Dan gaan we er een einde aan breien. De tweede termijn vindt plaats op 8 september van 18.00 uur tot 19.30 uur. U mag weer een beroep op mij doen als voorzitter, meneer de griffier, want ik vind het een hele prettige commissie. Het is de eerste keer dat ik ... Ik vind het echt. Ik heb het in de pauze ook tegen bepaalde leden gezegd: ik vind dat hier een hele goede sfeer hangt. Dat kom ik zelden tegen, moet ik eerlijk zeggen. Ik wil daarvoor bedanken. Ik wil de mensen op de publieke tribune bedanken, evenals de mensen die in het zaaltje hiernaast hebben gezeten en de mensen die thuis via het digitale kanaal hebben gekeken en geluisterd.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Mag ik nog een punt van orde maken, voorzitter?
De voorzitter:
Zeker.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
U wilt de mensen op de tribune bedanken. Ik wil dan in het bijzonder even stilstaan bij de heer Steven van Eijck. Hij zit op ook op de tribune. Hij was tot 1 juli — dat is vandaag — onze Speciaal Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie, als ik het goed zeg. Ik wil hem vanaf deze plek dus zeer hartelijk danken voor al zijn harde werk en de inzet die hij heeft gepleegd. Ik denk dat ik dat namens de gehele commissie kan doen.
De voorzitter:
Bedankt voor deze aanvulling.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voorzitter, daar sluit ik me geheel buiten de orde toch wel eventjes bij aan. Ook namens het kabinet heel erg veel dank aan de heer Van Eijck voor al het harde werk.
De voorzitter:
Ik sluit me daar ook bij aan. Ik kan haast niet meer anders!
Ik heb de mensen thuis bedankt. Ik wil ook onze collega van de Dienst Verslag en Redactie van harte bedanken, evenals onze grote, vriendelijke reus, de Kamerbode. Die heeft nog een mevrouw gered van de verstikkingsdood met een glaasje water! Dat zag u. Ook meneer de griffier, bedankt, evenals de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ik wens iedereen een hele gezegende zomer en een behouden thuiskomst. Tot het volgende parlementaire jaar, na de zomer. Ciao.