Waterstof, groen gas en andere energiedragers
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 4 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei, over Waterstof, groen gas en andere energiedragers.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Kröger
De griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Nava
Voorzitter: Boomsma
Griffier: Teske
Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Boomsma, Flach, Jumelet, Klos, Müller en Van Oosterhout,
en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei.
Aanvang 14.04 uur.
Waterstof, groen gas en andere energiedragers
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 18 februari 2025 inzake reactie op de motie van het lid Erkens over het wetsvoorstel Jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen implementeren zonder de nationale kop van verplichtingen op bedrijfsniveau (Kamerstuk 31239-405) en de motie van het lid Flach c.s. over de RED III-verplichting zo vormgeven dat bij de ammoniakproductie met blauwe waterstof aan de verduurzamingsopgave kan worden voldaan (Kamerstuk 31239-414) (31239, nr. 417);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 21 februari 2025 inzake kostenraming transportnet voor waterstof en WarmtelinQ (32813, nr. 1471);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 6 juni 2025 inzake reactie op de motie van het lid Bontenbal c.s. over maatregelen om de waterstofeconomie sneller van de grond te laten komen (Kamerstuk 31239-415) en toelichting op het kabinetsstandpunt inzake waterstof uit kernenergie (31239, nr. 423);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 4 juli 2025 inzake appreciatie studie Guidehouse en voortgang van de bijmengverplichting groen gas (32813, nr. 1524);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 14 juli 2025 inzake voortgang waterstofbeleid (32813, nr. 1529);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 25 september 2025 inzake stand van zaken kabinetsvisie waterstofdragers (32813, nr. 1535);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 18 december 2025 inzake transportnet voor waterstof en distributienetten (29023, nr. 624);
- de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 9 december 2025 inzake rapport Aanleg waterstofnetwerk onder hoge druk; Subsidie aanloopverliezen niet doeltreffend (32813, nr. 1545).
De voorzitter:
Oké, laten we beginnen. Hartelijk welkom, allemaal, bij deze vergadering van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, over waterstof, groen gas en andere energiedragers. Van harte welkom aan minister Van Veldhoven en aan de Kamerleden. We hebben vandaag tot 19.00 uur de tijd en hanteren een spreektijd van vijf minuten per partij. Ik vervang even de voorzitter, maar ik wil, als u klaar bent, zelf ook graag het woord als woordvoerder. Daarin vervang ik mijn collega Daniël van den Berg.
Ik stel voor dat we gewoon gaan beginnen. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Fijn om dit commissiedebat te voeren met de nieuwe minister. Wij vinden het heel fijn dat deze minister stappen wil gaan zetten in de energietransitie en de verdere uitbouw van alternatieven. Ik denk dat we elkaar daarin zeker kunnen vinden en dat we daarin partners zullen zijn. In algemene zin zijn wij als fractie wel benieuwd hoe deze minister van D66-huize aankijkt tegen het klimaat- en energiebeleid en hoe deze minister de energietransitie nog verder wil gaan versnellen. We zien natuurlijk allemaal dat we nog steeds erg ver afstaan van de doelen voor 2030, dus hoe denkt deze minister die toch te kunnen gaan halen?
Als het aan mijn fractie ligt, moet het klimaatbeleid niet alleen groener maar ook een stuk socialer. Ik ben dus ook benieuwd welke kansen de minister ziet op dat vlak. Dat is ook relevant in het kader van de crisis in Iran en de blokkade van de Straat van Hormuz. Ik denk dat we daar morgen uitgebreid over verder zullen debatteren met elkaar, maar toch heb ik daar heel even kort het volgende over te zeggen. Ik las dat de minister zegt dat we ons geen zorgen moeten maken, maar dat lijkt me, gezien de situatie, iets te kort door de bocht. Dat lijkt de minister-president overigens ook te vinden, want gisteren zei de heer Jetten in Brussel nog dat er nationale maatregelen worden voorbereid voor als dat nodig is. Is de minister het met ons eens dat dit vraagt om veel meer voorbereiding? Kan de minister ons vertellen met welke voorbereiding zij bezig is? Is de minister het met ons eens dat deze geopolitieke crisis nogmaals het belang benadrukt van het versnellen van de transitie weg van fossiel?
Dan ga ik over op waterstof. Laat ik beginnen met te zeggen dat we ook nu weer zien dat Nederland versneld moet verduurzamen en vooral ook moet elektrificeren. Groene waterstof is een essentieel onderdeel van de nieuwe energie-intensieve industrie. Daarom zijn we erg blij met de grootschalige inzet van wind op zee in het coalitieakkoord. Maar waterstof is ook prijzig. Laat het daarom waar het kan en gebruik het waar het moet. Een belangrijk extra argument voor groene waterstof is dat we ons daarmee ook minder afhankelijk maken van landen als de VS en Rusland. Geopolitiek gezien is blauwe waterstof een naïeve tussenoplossing. Wij willen publiek geld daarom focussen op groene waterstof. Ik ben dan ook erg benieuwd hoe de minister kijkt naar de rol van waterstof in onze economie en of zij elektrificatie ook als eerste oplossing ziet. Deelt deze minister ook onze focus op groene waterstof?
Wij zijn dus voor meer groene waterstof. Dat is ook in lijn met de Europese afspraken die we daarover hebben gemaakt. We kennen allemaal de doelen van RED III. Nederland koerst nu op 15% in 2030 en niet op 42%. Dat is toch wel echt een enorm gat. Welke plannen heeft de minister om dit gat te gaan dichten? Uw eigen ambtenaren geven daarin twee smaken: enerzijds de jaarverplichting voor de industrie ophogen, dus normeren, of vraagsubsidies fors verhogen. Welke weg gaat het worden, vraag ik aan de minister. Wanneer komt de minister met plannen om duidelijk te maken hoe de doelen voor 2030 en 2035 wel worden gehaald? Voor vraagbeleid is nu heel beperkt geld beschikbaar in de stuurregeling, maar er is veel kritiek vanuit de sector, namelijk dat dit een nog erg complexe regeling is. Wat gaat de minister doen om deze regeling te versterken en de uitvoering ervan makkelijker te makken? Ziet de minister ook kans om lessen te leren van de Duitsers, die via de zogenaamde dubbele veilingen werken? Zou dat niet simpeler en sneller zijn?
De huidige jaarverplichting voor groene waterstof uit RED III kon ook op kritiek rekenen omdat het de concurrentiepositie zou schaden. Elk land doet het namelijk op een andere manier. De discussie over RED na 2030 geeft ons de kans om vraagbeleid verderop in de keten te realiseren. Dat is ook iets waar veel van de industrie om vraagt. Gaat de minister zich inzetten voor dit nieuwe groene vraagbeleid in het kader van RED?
Groene waterstof is ook een alternatief voor gas, iets wat ons ook weerbaarder zal maken, als Nederland en als Europa. Daarom ben ik kritisch op de koers die de minister hier inzet. Er is geen extra geld voor groene waterstof, maar de SDE++ is dit jaar wel opgesteld voor blauwe waterstof. Hoe voorkomt de minister de lock-inrisico's van blauwe waterstof? Ziet de minister kans om later nog over te stappen op groen verplicht te maken?
Fundamenteler zijn mijn vragen als het aankomt op hoe dit geld mogelijk wordt besteed. Wij denken dat het belangrijk is om te kijken naar de wederkerigheid van het erg beperkte geld dat nu beschikbaar is. Een voorbeeld is het project H-vision. Dat is een project voor het gebruik van restgassen voor het maken van waterstof door Rotterdamse raffinaderijen van partijen als Shell, ExxonMobil en Vopak. Begrijp me niet verkeerd, het is helemaal prima als ze dit willen doen en we begrijpen dat de SDE++ beschikbaar is voor de onrendabele top, maar afgelopen week maakte Vopak bijvoorbeeld nog bekend 500 miljoen extra uit te keren aan aandeelhouders, om over partijen als Exxon en Shell nog maar te zwijgen. De geopolitieke onrust zal de fossiele winsten alleen maar verder doen stijgen. Zijn dit echt de bedrijven die we moeten betalen om restgassen, hun eigen afval, te verduurzamen? Kan de minister reflecteren op het verstrekken van subsidie aan bedrijven met megawinsten door geopolitieke onrust? Ziet de minister kans om het gebruik van restgassen niet te subsidiëren maar te normeren? Waarom verplichten we niet het duurzaam gebruik van restgassen? Kunnen we dus niet beter én restgassen normeren én meer geld beschikbaar stellen voor groene waterstof?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klos van Democraten 66.
De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ook namens de fractie van D66 heet ik de nieuwe minister welkom. Het is geen makkelijke klus, maar ik denk wel de belangrijkste in het kabinet, zeker met wat er nu in de wereld gebeurt. We kunnen onze windmolens rood, wit en blauw gaan verven en er een nationaal project van maken om los te komen van fossiele brandstoffen. Dat is u met zo veel ervaring zeer toevertrouwd. Fijn dat u er bent.
De opdracht is helder: Nederland en Europa onafhankelijk, veilig en klaar voor de toekomst maken met een economie zonder uitstoot. Zolang we grote hoeveelheden gas importeren, gaat dat niet lukken. Dat hebben we deze week pijnlijk bevestigd gekregen. Daarom elektrificeren we de economie zo snel mogelijk met schone energie van eigen bodem. Maar zelfs als we daarbij alles goed doen, is dat nog niet genoeg. We hebben ook nog iets nodig met de kracht en de kwaliteit van fossiele brandstoffen, maar dan zonder de uitstoot. We spreken daarom vandaag over die andere schakels in het energiesysteem van de toekomst: waterstof en ook groen gas, onmisbaar maar nu nog wel node gemist. Groen gas zit nog enigszins in de lift. Maar wat de waterstofgeschiedenis betreft bevinden we ons op een herkenbare plek: het dal van desillusie. Projecten worden uitgesteld of geschrapt, kosten vallen hoger uit dan gedacht en het besef groeit dat waterstof geen wondermiddel is.
Moeten we dan het bijltje erbij neer gaan leggen? Wij vinden van niet. Vaak wordt vergeten dat Nederland al op grote schaal waterstof gebruikt. Sterker nog, wij zijn een van de grootste waterstofproducenten van de Europese Unie. Alleen, dat gaat nu nog vrijwel volledig om grijze waterstof: waterstof gemaakt met aardgas. Dat is goed voor bijna een tiende van de Nederlandse uitstoot. Wij willen die grijze waterstof zo snel mogelijk vervangen door groene waterstof. Maar we moeten ook eerlijk zijn: die omslag kost tijd. Om nu al klimaatwinst te boeken is het logisch om op korte termijn ook alvast CO2 af te vangen. De blauwe waterstof die dan ontstaat, mag wat D66 betreft echter slechts een beperkte en tijdelijke rol spelen. Anders maken we ons te lang afhankelijk van gas. Daarom ben ik blij dat het nieuwe kabinet blauwe waterstof alleen onder voorwaarden wil toestaan. Kan de minister schetsen hoe die voorwaarden eruitzien en hoe zij die laat aansluiten bij onze klimaatdoelen en de beweging naar strategische onafhankelijkheid?
Voorzitter. Ondertussen moet groene waterstof wel veel sneller van de grond gaan komen. We hebben in Europa afgesproken om in 2030 42% van het industriële waterstofgebruik te vergroenen. Volgens de berekeningen die ik maak — ik hoorde net 15%, maar volgens mij is het met het huidige beleid zelfs nog erger gesteld — komen we maar op 10% met het voorgenomen beleid. Dat is echt veel te weinig. Hoe duidt de minister dat grote gat tussen het doel en het huidige beleid? Dit is eigenlijk dezelfde vraag die GroenLinks-PvdA stelde. Welke concrete aanvullende maatregelen is zij bereid te nemen om dat gat te gaan dichten? En welke mogelijkheden ziet de minister om op korte termijn de groenewaterstofketen op te schalen?
De komende jaren gaan we in Nederland gigantisch investeren in wind op zee: 40 gigawatt. Dat is cruciaal voor de productie van groene waterstof, maar onder de huidige Europese regels kunnen we de gesubsidieerde windstroom niet gebruiken. Met contracts for difference is onze windstroom gesubsidieerd. Kan de minister toelichten hoe ze daarmee om wil gaan?
Hoe meer windparken op zee we bouwen, hoe verder van land we komen. Dan wordt het straks ook logischer om ter plekke, op zee, groene waterstof te gaan maken. Nederland is al volop bezig om deze techniek te verfijnen. Helaas heeft het vorige kabinet de kennisontwikkeling op pauze gezet. Is de nieuwe minister bereid een deel van het gereserveerde budget alsnog in te zetten om de continuïteit van kennis en capaciteit te waarborgen en latere vertraging en hogere kosten te voorkomen?
Voorzitter, tot slot. Afgelopen maandag was ik in Alkmaar bij de vergister voor groen gas van ENGIE. Jeroen, de gepassioneerde Brabantse ingenieur die mij daar rondleidde, noemde het liefkozend zijn "betonnen koe". Hij voedt de bacteriën die ronddansen in drie warme grote ketels met reststromen zoals aardappelschillen of — ik kon dat goed ruiken — uiensap. Ieder uur produceert hij genoeg om een huishouden een jaar lang te verwarmen. Zulke projecten gebruiken overschotten en maken iets waar we een tekort aan hebben. Heel logisch dus. Maar ondernemers die dit heel graag willen doen, hebben nu wel duidelijkheid nodig van de politiek. De bijmengverplichting van groen gas moet heel snel naar de Kamer gaan komen. Kan de minister een concrete update geven over de planning hiervan? Kan zij ook inzichtelijk maken welke prijsgevolgen dat zou hebben voor mensen, wat zeker in deze tijd heel erg belangrijk is?
Voorzitter, dank. Ik zie uit naar de eerste beantwoording van onze nieuwe minister.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jumelet van het Christen Democratisch Appèl.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij de collega's wat betreft het welkom aan de nieuwe minister. Natuurlijk gaan we uit van een goede samenwerking. Het zal zeker goed komen.
Voorzitter. De ontwikkeling van een sterke waterstofmarkt is cruciaal voor het verduurzamen van onze industrie, het verminderen van aardgasgebruik en het versterken van de strategische autonomie van Nederland en Europa. Waterstof kan een sleutelrol spelen, maar die rol komt alleen van de grond als de randvoorwaarden kloppen. Op dit moment remmen onzekerheid en knelpunten de opschaling af. In Het Financieele Dagblad van vandaag staat ook een artikel daarover. Het CDA heeft vorig jaar een motie ingediend, de motie-Bontenbal, waarin de minister wordt verzocht om een aantal obstakels weg te nemen. We zijn uiteraard nu benieuwd hoe de nieuwe minister daarnaar kijkt en welke stappen zij wil gaan zetten om de ontwikkeling van de waterstofketen te versnellen.
Voor het CDA zijn in ieder geval een aantal zaken van belang. In het coalitieakkoord — collega Klos heeft daar net ook al aan gerefereerd — staat dat blauwe waterstof onder duidelijke voorwaarden een rol kan spelen in het opschalen van de Nederlandse waterstofketen. Onze vraag is om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over die voorwaarden. Deze moeten zo worden opgesteld dat ze ontwikkeling stimuleren en in ieder geval niet belemmeren.
Nog een aandachtspunt. Er moet wat ons betreft iets worden gedaan aan de hoge nettarieven voor elektrolysers in Nederland ten opzichte van de omringende landen. Dat is een onnodige belemmering voor investeringen. Hier is regie nodig om samen met de toezichthouder en de sector tot een werkbare oplossing te komen.
Ook de strikte Europese eisen rondom nabijheid en gelijktijdige opwek van groene waterstof beperken de marktontwikkeling onnodig wat ons betreft. Meer flexibiliteit binnen de Europese Unie en een gelijk speelveld voor waterstof uit hernieuwbare bronnen en kernenergie kunnen helpen om investeringen los te trekken. Het was even een terugblik op die motie, maar het is wel van belang om dat hier nog een keer te noemen.
Voorzitter. Ik heb een paar vragen naar aanleiding van de brieven die vandaag op de agenda staan. In de brief over het transportnet voor waterstof wordt geschetst dat de overgang van subsidie naar tariefregulering kan leiden tot forse tariefstijgingen. Om dit te mitigeren onderzoekt het kabinet samen met de ACM de mogelijk van intertemporele kostentoerekening. Welke inzichten zijn er op dit moment al beschikbaar en wat betekenen deze inzichten voor de verdeling van de netkosten in de tijd en voor het uiteindelijk neerslaan van die kosten? Dat is niet onbelangrijk, zeker als het gaat om de toekomst. We zeggen het vaker: rust, reinheid en regelmaat. Ook hier kan dat van toepassing zijn, in ieder geval zeker als het gaat om die investeringen.
In de brief Voortgang waterstofbeleid lezen we over de inzet van het kabinet op vraagcreatie voor hernieuwbare waterstof via groene eindmarkten op EU-niveau. Het is goed om te lezen dat de plannen uit de Clean Industrial Deal daarbij volgens het kabinet slechts een eerste stap zijn. Dat roept wel de vraag op welke aanvullende opties de minister ziet voor het stimuleren van de vraag naar hernieuwbare waterstof en het verder creëren van markten voor schone producten. Ik ben ook erg benieuwd naar de inzet van de minister om groene vraagcreatie op Europees niveau te versnellen.
In dezelfde brief staat ook iets over het verduurzamen van industriële restgassen; ook dat is net genoemd. Dat biedt de grootste CO2-reductiepotentie voor koolstofarme waterstof in de industrie. Kan de minister toelichten hoe zij kijkt naar het belang van koolstofarme waterstof uit restgassen? Hoe gaat zij ervoor zorgen dat projecten voor waterstof uit restgassen daadwerkelijk van de grond komen? Welke voortgang is er in die context geboekt bij de ontwikkeling van CCS bij de restgassencategorie in de SDE++?
Voorzitter. Dat was het over waterstof; dan nog wat over groen gas, want we hebben het hier vandaag over meerdere modaliteiten. Ook groen gas kan wat het CDA betreft een belangrijke rol spelen in de energietransitie. Jammer genoeg wordt het vaak toch als een sluitstuk gezien, maar wij zien dat anders. Het is inzetbaar in bestaande woningen en infrastructuur en kan daarmee juist een realistisch alternatief zijn voor aardgas in wijken waar een warmtenet of volledige elektrificatie lastig is. Maar gemeenten kunnen daar alleen op plannen als ze weten wanneer, hoeveel en waar groen gas beschikbaar komt. Die duidelijkheid ontbreekt nu vaak. Zonder duidelijke keuzes en stabiel beleid blijft ook hier de groei achter. Gelukkig zijn er kansen om te versnellen. In 2022 heeft het CDA bijvoorbeeld al een aantal suggesties en aanbevelingen gedaan om collectieve mestvergisting in combinatie met het strippen van stikstof meer te stimuleren. Daarnaast zou er binnen de SDE++ gerichter ruimte voor groen gas kunnen worden gemaakt, zodat projecten niet wegvallen in de concurrentie met andere technieken. Ik noem zo in ieder geval twee van de eerdergenoemde ideeën of aanbevelingen.
Ik heb dan toch nog een drietal vragen. Hoe gaat de minister op korte termijn zorgen voor meer duidelijkheid over de inzet en de regionale beschikbaarheid van groen gas? Als we dat belangrijk vinden, is dat toch wel een wezenlijke vraag. Is zij daarbij ook bereid om met provincies en gemeenten afspraken te maken over regionale productiedoelen en locaties? Hoe kijkt zij naar de mogelijkheden om binnen de SDE++ gerichter ruimte voor groengasproductie te reserveren? Mijn laatste vraag: is de minister bereid om samen met de ministers van LVVN en IenW en in overleg met de sector een geactualiseerde integrale Routekaart Groen Gas op te stellen? De huidige dateert van 2020 en is volgens ons verouderd. Kan die geactualiseerd worden, met een oog op 2040, 2050? Kan deze voor het einde van jaar met de Kamer worden gedeeld?
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Müller van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Excuus, ik zie een interruptie van de heer Klos op de vorige spreker over het hoofd.
De heer Klos (D66):
Dank voor het mooie betoog. De heer Jumelet sprak over zijn visie op blauwe waterstof om de waterstofmarkt op gang te brengen. De huidige ontwikkelingen in de wereld laten zien dat we de import van aardgas willen voorkomen en niet willen stimuleren. Kan het CDA misschien reflecteren op wat de uitkomst zou zijn als we heel veel extra blauwe waterstof zouden gaan invoegen, waardoor je meer aardgas zou moeten gaan importeren? De vraag is of dat wenselijk is; wat mij betreft niet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik dank de heer Klos voor deze vraag. Ik denk dat we elkaar heel snel kunnen vinden wat betreft de rol van blauwe waterstof. Het is de opmaat naar groene waterstof. We weten allemaal dat groene waterstof op dit moment kostbaar is. We constateren met elkaar dat het een tussenstap is, dus het zal zeker niet moeten betekenen dat we meer aardgas moeten gaan importeren om blauwe waterstof te maken. Dat zal echt een tussenstap naar groene waterstof moeten zijn. Dat is ook voor het CDA helder. We hebben een stappenplan voor wat betreft de klimaatopgave. Daar zullen we met elkaar aan moeten blijven werken, maar op dit moment lijkt het ons even lastig om hele grote stappen te zetten. Daarom is, heel terecht, blauwe waterstof nu ook een optie. Ik ben dan wel benieuwd onder welke voorwaarden dat op dit moment ook kan.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Fijn dat we het erover eens zijn dat blauwe waterstof dus een beperkte rol speelt en slechts een tussenoplossing is. Het is heel belangrijk om dan dus ook snel de stap naar groene waterstof te zetten. Ik ben dus heel benieuwd hoe het CDA de versnelling van groene waterstof voor zich ziet. Zit dat vooral in normering of vooral in subsidiëring? En hoe gaan we ervoor zorgen dat we die Europese doelstellingen voor groene waterstof dan toch gaan halen?
De heer Jumelet (CDA):
Dan ga ik toch even terug naar de nieuwe opgave voor wind op zee. Daar werd net ook even aan gerefereerd. Dat is een mooie investering, waarmee we hernieuwbaar weer een nieuwe impuls geven. Dat is het stopcontact en de ruggengraat van het hele verhaal van hernieuwbare energie-inzet, waarbij we ook met groene waterstof uit de voeten kunnen. Hoe willen we dat stimuleren? Ik denk dat het goed is om te constateren dat dat in deze fase nog niet rendabel te maken valt in bedrijven. Het is dus goed om ook naar het instrumentarium te kijken. Ik ben vooral ook erg benieuwd naar die voorwaarden. Ik heb ook het coalitieakkoord gelezen en die voorwaarden gezien. Ik ben dus erg benieuwd naar wat daar staat, om vervolgens ook die andere stap te kunnen zetten. We willen daar dus graag op inzetten. Ik denk dat we naar normering moeten kijken, maar dan wel in Europees verband, want het moet wel een gelijk speelveld zijn voor onze bedrijven. Het is ook voor onze samenleving van groot belang dat we er als Nederland geen kop op zetten, maar dat we met elkaar kijken hoe we dit in Europees verband kunnen bevorderen.
De voorzitter:
Dan geef ik nu alsnog het woord aan mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank je wel, voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat dit mijn eerste debat in de Tweede Kamer is. Ik ben heel blij met de mooie portefeuille Klimaat en Groene Groei. Ik kijk er heel erg naar uit om dat met deze collega's te doen, met de bewindspersonen en met iedereen hier in de Tweede Kamer. Ik kijk er dus heel erg naar uit.
Dan kom ik op de inhoud. Ik begin met de ontwikkelingen op de gas- en oliemarkt als gevolg van de situatie in Iran en de potentiële gevolgen daarvan voor de Nederlandse huishoudens en bedrijven. Deze situatie benadrukt nogmaals het belang van verdere diversificatie en verduurzaming van onze energievoorziening. Het stap voor stap vervangen van aardgas door waterstof en groen gas maakt ons minder afhankelijk van gasimport en versterkt ook onze strategische autonomie. Door zelf duurzaam gas te produceren, maken we ons immers minder afhankelijk van instabiele regio's en regimes waar we niet afhankelijk van willen zijn. Waterstof is voor de VVD dan ook onmisbaar voor de verduurzaming van industrieën die niet of nauwelijks kunnen elektrificeren en die we wel hier in Nederland willen behouden. Het kan de druk op netcongestie verlichten en het maakt het ook mogelijk om windenergie op zee te integreren in ons eigen energiesysteem. Hoewel die voordelen eigenlijk door iedereen in de waterstofketen worden gezien, zien we ook dat de marktontwikkeling achterblijft. Om uit die kip-eiproblematiek te komen, vinden wij dat er opgeschaald moet worden. Wat de VVD betreft doen we dat op korte termijn door middel van koolstofarme waterstof met CO2-opslag. Dit creëert de noodzakelijke volumes, benut onze infrastructuur en zorgt voor investeringszekerheid, waarbij het ook direct energiereductie oplevert. Welke mogelijkheden ziet de minister om op korte termijn de koolstofarme waterstof ofwel de blauwe waterstof op te nemen in de SDE++? Is de minister het met de VVD eens dat we dit in ieder geval zouden moeten onderzoeken? Waarom heeft het PBL dit niet eerder gedaan, terwijl dat wel in lijn zou zijn met een verzoek van de Kamer, namelijk de motie-Bontenbal, waar al eerder aan gerefereerd is?
Onlangs is ook bekendgemaakt dat de bouw van een grote koolstofarme-waterstoffabriek in de Eemshaven niet doorgaat. Verkent het ministerie scenario's om in de regio alsnog de productie van koolstofarme waterstof aan te jagen, zodat de industrieclusters daar op waterstof aangesloten kunnen worden? Duitsland lijkt zich te willen inzetten om binnen de Europese verplichtingen voor het gebruik van groene waterstof meer ruimte voor koolstofarme waterstof te creëren. Is de minister bereid om zich samen met Duitsland hiervoor in te spannen? Kan zij zich daarnaast ook in Europa ervoor inspannen dat groene stroom op basis van contracts for difference ingezet kan worden voor de productie van RFNBO-waterstof, waar D66 volgens mij ook naar vroeg?
Naast de stimulatie van aanbod en vraag is het ook belangrijk om de infrastructuur betaalbaar te houden. De kosten voor de aanleg van het netwerk zijn fors hoger dan verwacht. De Algemene Rekenkamer geeft als aanbeveling dat er snel een keuze gemaakt moet worden over de toekomstige ontwikkeling en financiering van het waterstofnetwerk. Die aanbeveling heeft de vorige minister overgenomen. Hoe zien het proces en het tijdpad om tot deze keuze te komen, er nu uit?
Wat de VVD betreft is ook groen gas een essentieel onderdeel van de energietransitie. Het biedt kansen voor onze agrarische sector en biedt ook een goed alternatief voor bijvoorbeeld de verduurzaming van onze historische binnensteden. Maar we zien dat ook deze projecten vertraging oplopen als gevolg van lange vergunningstrajecten, netcongestie en onzekerheid vanuit het Rijk. Wanneer kunnen we de wet die de bijmengverplichting regelt, verwachten? Koerst het ministerie nog steeds af op invoering per 1 januari 2027 en is dat eigenlijk nog realistisch? Voor de VVD is het een belangrijke randvoorwaarde dat de energierekening voor huishoudens door de verplichting niet onredelijk stijgt. In hoeverre wordt dit meegenomen in de uitwerking van deze verplichting?
Voorzitter. Ik sluit af. De actuele geopolitieke situatie laat zien dat energiebeleid synoniem is aan veiligheidsbeleid. Elke kuub groen gas die we zelf opwekken, en elke kilo waterstof die we hier produceren, maakt ons minder kwetsbaar voor de grillen van instabiele regimes. Laten we de industrie de zekerheid geven die ze nodig heeft en oog houden voor betaalbaarheid.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Flach van de SGP.
De heer Flach (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn verschillende manieren om naar het energiebeleid te kijken. Als je er geen zin in hebt dan zie je overal leeuwen en beren en kom je geen steek verder, maar als je goed vooruit wilt komen, dan is er daadkracht en vooral een open houding nodig. Aan de slag dus, maar wel met oog voor knelpunten in de praktijk, oog voor de zorgen van burgers en ondernemers die het uiteindelijk moeten doen en betalen en oog voor een houdbaar energiesysteem. Graag wens ik de nieuwe minister deze open houding en veel energie, wijsheid en zegen toe.
Voorzitter. Vorige week was ik op bezoek bij een tuinbouwbedrijf. Het bedrijf wil samenwerken met nabijgelegen melkveebedrijven voor biogasproductie. Wat is er mooier dan groen gas van Hollandse koeien in plaats van lng uit de VS of uit Qatar? Het zorgt bij melkveebedrijven ook voor een stevige stikstofreductie: een win-win die ondersteuning verdient. Voor meer schwung in groengasproducten is naast duidelijkheid over de bijmengverplichting ook een stikstofvrijstelling, voorrang bij een netaansluiting, een fiscale inputvrijstelling en gerichte SDE++-steun nodig. Welke stappen gaat de minister hierin zetten?
Wat betreft de tijdelijke stikstofuitstoot geldt dat die ruimschoots wordt gecompenseerd door reductie van de stikstofuitstoot bij de aangesloten veehouderijbedrijven. Dat zou je tegen elkaar moeten kunnen wegstrepen. Gaat het kabinet daarvoor zorgen? Voor groen gas wordt in tegenstelling tot de waterstofproductie in het Belastingplan nog steeds dubbel betaald, bij productie én gebruik. Wil de minister met haar collega van Financiën kijken naar een zogeheten inputvrijstelling? Haar voorganger zou dit bespreken. De vraag is: komt er ook actie?
Glastuinbouwbedrijven lopen keihard aan tegen de bijmengverplichting en ETS2. Realiseert de minister zich dat dit voor tuinders een lastenverzwaring van tienduizenden euro's betekent, terwijl bijvoorbeeld elektrificatie strandt op de congestieproblematiek? De toegezegde compensatie is beperkt, tijdelijk en omgeven met staatssteunrisico's. Wil de minister hier nog eens goed naar kijken samen met de sector? De Kamer heeft eerder verzocht om de sector buiten ETS2 te houden, evenals in omliggende landen.
Dan waterstof. Voor mijn gevoel zitten we op een dood punt. Zonder extra inzet gaat het niet op tijd vliegen. We hebben wel wat realisme nodig. Enerzijds kan de industrie niet zonder, hetzij door de import van waterstofdragers, bijvoorbeeld uit zonovergoten ontwikkelingslanden, hetzij door Hollandse blauwe of groene waterstof. Tegelijkertijd moet de rol niet overschat worden. Overtollige stroom kan energetisch beter worden weggezet via bijvoorbeeld elektrische boilers. Maar we moeten wel aan de slag, want we kunnen er sowieso niet omheen. Wat is de visie van de minister op het aantakken van de industrie op het landelijke waterstofnetwerk? En worden in de hoofdstructuur t-splitsingen meegenomen om later eenvoudige regionale aftakkingen te kunnen realiseren? Komt er ruimte voor collectieve aanvragen en voor private of publiek-private distributienetten? Waterstof zal vooral nodig zijn voor industriële decarbonisatie, niet voor de verwarming van gebouwen of voor elektriciteitsproductie. Daarbij zal geïmporteerde ammonia zo dicht mogelijk bij de industriële grootverbruikers aangeland moeten worden. Wat betekent dat voor de omvang van het landelijke waterstofnetwerk?
We zullen moeten werken aan de betaalbaarheid van het gebruik van groene waterstof door de industrie. Zo willen bedrijven geen risico lopen op exploderende tarieven voor het waterstofnetwerk. Gaat de minister binnen enkele maanden duidelijkheid geven over de toepassing van de intertemporele kostentoerekening? Dat is net ook al gevraagd. En kijkt de minister met een schuin oog naar Duitsland, waar een vrijstelling van de netkosten voor elektrolysers geldt?
De productie van blauwe waterstof kan ook uit restgassen. Ik heb begrepen dat de SDE-regeling slecht aansluit op de praktijk, waardoor kansen worden gemist, bijvoorbeeld als het gaat om concepten waarbij waterstof als brandstof én als grondstof geleverd wordt. Wil de minister dit in overleg met het bedrijfsleven verbeteren en wil zij via de SDE++ meer mogelijkheden bieden voor blauwe waterstof? En klopt het dat de waterstofproductie niet langer als groene waterstof voor de RED III-verplichting aangemerkt wordt zodra er sprake is van een contract for difference bij wind op zee? Gaat de minister er ook voor zorgen dat dit wordt aangepakt?
Ik blijf even bij RED III, want de SGP blijft vraagtekens zetten bij de voorgestelde jaarverplichting voor de ammoniakproductie. De Kamer heeft bij aangenomen motie gevraagd om een volledige uitzondering. De vorige minister heeft dat niet uitgevoerd. Praktijkproeven leren dat het netto nauwelijks CO2-winst oplevert als je dat in deze industrie blijft opleggen. Het zou toch ingevuld worden door ammoniakimport in plaats van de gewenste elektrolyse? Gaat de minister dit heroverwegen?
Afrondend. Naast biogas en waterstof biedt mogelijk ook verbranding van ijzerpoeder perspectief. Er gaat een fabriek gebouwd worden en knelpunt is data ijzerpoeder in verschillende subsidieregelingen nog niet als duurzame brandstof is meegenomen. Zou de minister dit willen rechtzetten?
Dat was mijn laatste vraag, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik een van u vragen om tijdelijk het voorzitterschap over te nemen, zodat ik ook een bijdrage kan leveren. Ik zie de heer Flach knikken. Dank u wel daarvoor.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de laatste spreker van deze middag, de heer Boomsma namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik vervang Daniël van den Berg, maar het is goed om hier te zijn en te mogen spreken in deze eerste commissievergadering met de nieuwe minister en de nieuwe woordvoerders. Hopelijk kan ik hem nog vaker vervangen, want dit vind ik ook een buitengewoon belangrijk en interessant onderwerp.
Mevrouw Van Oosterhout vroeg aan het begin van haar termijn naar de maatregelen die de regering nu gaat nemen in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen. Daar sluit ik me graag bij aan. Want JA21 maakt zich grote zorgen over de dreigende de-industrialisering in Nederland; ook in Duitsland en de rest van Europa, maar met name in Nederland. Een van de oorzaken daarvan zijn toch de torenhoge energiekosten. Wanneer je in Nederland drie keer zo veel moet betalen voor energie als in Frankrijk of vijf, zes, zeven keer zo veel als in Amerika, of als energie nog goedkoper is in allerlei andere landen van de wereld, dan is onze industrie niet goed vol te houden. Dat vinden wij buitengewoon zorgwekkend. Klimaatdoelen halen door bedrijven weg te jagen, is niet de weg. Wij horen over Duitse bedrijven die hier fabrieken sluiten en die dan weer opbouwen in China, waarna de Duitsers de producten die daar worden gemaakt alsnog gaan kopen, waardoor je uiteindelijk meer CO2-uitstoot hebt. Het klimaat heeft er niets aan, maar wij verarmen en worden juist afhankelijker. Dat mogen wij dus gewoon niet laten gebeuren. De vraag is hoe zich dit verhoudt tot de inzet van het kabinet op bijvoorbeeld waterstof. Het idee is natuurlijk heel goed. Je gaat van aardgas naar waterstof, dus je haalt de koolstofatomen eruit. Maar als je dit wil, dan kan dat alleen met realisme.
In dat kader heb ik ook wat vragen over het rapport van de Rekenkamer. Die heeft een onderzoek gedaan naar de inzet op een landelijk dekkend waterstofnetwerk. De conclusies in dat Rekenkamerrapport zijn echt snoeihard. Volgens ons is dat terecht. De raming van 1,5 miljard voor de kosten was volstrekt onrealistisch en de Kamer was daar ook niet goed over geïnformeerd. Dat is toch ernstig. De Kamer moet er gewoon op kunnen vertrouwen dat zaken niet te rooskleurig worden voorgesteld. Graag een reactie van de minister daarop. Ook bleken de aanloopverliezen drie keer zo hoog uit te vallen. Het ministerie heeft het volledige risico overgenomen, tot 750 miljoen, maar het rendement van 6% bleef gewoon staan. Waarom is daarvoor gekozen?
De Rekenkamer stelt: "Verduurzamen — door aardgas te vervangen door groene waterstof — lukt nog niet. De marktontwikkeling voor groene waterstof blijft achter. Er is nauwelijks productie, nauwelijks vraag en de prijs is nog erg hoog. De Nederlandse doelen voor de productie van 4 gigawatt groene waterstof in 2030 en 8 gigawatt in 2032 zijn niet meer realistisch." Dat zegt de Rekenkamer: ze zijn niet meer realistisch. Nogmaals, realisme is heel erg dringend noodzakelijk in de hele energietransitie. Inmiddels zijn tussen juni 2024 en december 2025 wereldwijd meer dan 50 waterstofprojecten afgeblazen, volgens de ING. Vorige maand is inderdaad ook het project in de Eemshaven voor blauwe waterstof afgeblazen. Iemand noemde het een "dal van desillusie". Dat zien wij inderdaad ook. Er is ook net een promotieonderzoek verschenen in Eindhoven, van mevrouw Caiafa. Die heeft dit allemaal onderzocht en concludeert ook al dat heel veel van waar wij nu op inzetten, niet realistisch is. Het is nu gewoon nog te duur. Ik wil ook vragen of de minister dat promotieonderzoek heeft bekeken en hoe het kabinet dat ziet.
Kunnen we de waterstof dan goedkoper importeren? Kan de minister ingaan op de vraag hoe de meerkosten van productie hier, met elektrolysers of op andere manieren, zich nou verhouden tot de meerkosten van importeren uit bijvoorbeeld Brazilië of zelfs Spanje? Wat is nou de verwachting over hoe die kosten en de verschillen daarin zich gaan ontwikkelen? In de Eemshaven ging het om een blauwewaterstoffabriek. Zelfs dat lukte dus al niet. Welke conclusies trekt het kabinet daaruit? Wat kunnen we daar nou van leren? Zelfs met 162 miljoen subsidie kon je dat dus niet rendabel krijgen. Dat is op zich ook niet gek, want al die omzettingen van gas naar waterstof kosten heel veel energie. Voor 1 kilo blauwe waterstof is zo'n 6 kuub aardgas nodig, dus er komt evenveel CO2 vrij als bij de directe verbranding van die 6 kuub aardgas. Bij blauwewaterstofproductie wordt de CO2 met subsidie ondergronds opgeslagen, maar dan kun je toch eigenlijk veel beter dat aardgas direct verbranden en de CO2 alsnog opslaan? Dan heb je namelijk minder energieverlies, dus dat is veel efficiënter. Iedereen heeft het al over de problemen rond blauwe waterstof, dat het niet ideaal is en dergelijke, maar hoe gaan we daar nou mee om? Hoe voorkom je nou een soort sunk cost fallacy, dus dat je een richting inslaat en denkt "dit moet, dit moet, dit moet", maar dat het steeds meer geld kost en een soort bodemloze put wordt?
We lezen natuurlijk ook dat het omzetten van het netwerk voor aardgas veel duurder en ingewikkelder is dan eerst gedacht. Waterstof is een veel kleiner molecuul. Het ontsnapt dus ook makkelijker, het is onzichtbaar en dergelijke. De heer Klos zei het ook al. Er is nu een groot gat tussen de doelen en ambities en datgene waar we nu op afstevenen met de huidige plannen. Dan kunnen we aan het kabinet vragen hoe het die doelen gaat halen, maar misschien moeten we vragen of die doelen gewoon niet realistisch zijn, en moeten we die conclusie trekken en ervoor zorgen dat we wat langer de tijd nemen. Ook JA21 is voor de energietransitie. Hier moeten we zeker naartoe, maar we hebben meer tijd nodig, anders redden we het niet. Het is nu gewoon nog te duur. Als je inderdaad wil inzetten op waterstof, dan is roze waterstof, dus kernenergie, waarschijnlijk een van de goede manieren om het wél betaalbaar te houden, en als het even kan niet door het eerst om te zetten in elektriciteit met elektrolysers, maar door direct met warmte waterstof te produceren.
O, ik ben al over mijn tijd heen. Voorzitter. Tot slot wil ik me aansluiten bij de vraag van de heer Flach over groen gas en hoe het zit met de stikstof en de inputregeling. Ik heb ook die studies over ijzerpoeder gelezen. Dat leek me heel veelbelovend, maar dat moeten we niet fiscaal onmogelijk maken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik zie één interruptie van de heer Jumelet, daarna van de heer Klos en dan zou ik willen afsluiten met zelf ook een interruptie te stellen. We beginnen bij de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb de bijdrage van de heer Boomsma goed gehoord, denk ik, maar ik check het toch nog even. Volgens mij stelt u vast dat we zien dat het in de wereld waarin we nu leven waar het gaat om gas en olie, heel lastig is. We zien allerlei geopolitieke zorgen als het gaat om de invoer. Hoor ik u nu zeggen dat u wat betreft waterstof ook kijkt naar import, als het gaat om de kosten van het met elkaar hier kunnen produceren in relatie tot die van import? Zegt u nu eigenlijk: het kan ook wel uit Brazilië komen? Hoorde ik u dat nu zeggen? Dat betekent toch ook dat je je afhankelijk opstelt, vanuit de positie die we nu hebben? Hoor ik dat goed?
De heer Boomsma (JA21):
Het gaat om twee dingen. Het gaat om kosten en om geopolitieke afhankelijkheid. Je wilt die kosten zo laag mogelijk houden. Je kan de afhankelijkheid en overigens ook de kosten lager houden als je gebruikmaakt van heel veel verschillende bronnen. Er zijn heel veel leveranciers van gas, zeker nu die lng-terminals er zijn. Je wil zo min mogelijk afhankelijk zijn, zeker van nare regimes. Maar goed, Amerika exporteert nu ook heel veel lng. Mijn vraag ten aanzien van waterstof was of we dat kunnen importeren. Dat kan natuurlijk. Ik heb niet zo goed zicht op de vraag wat de meerkosten zijn van het transporteren van waterstof, al dan niet via omzetting in ammoniak en het dan weer terugconverteren, vergeleken met de meerkosten van productie hier. Daar zitten natuurlijk ook allerlei extra kosten aan, want het is hier gewoon veel duurder dan in de zonovergoten streken waar eerder over werd gesproken. Dus daar zou je dan inzicht in moeten hebben en ook in wat de verwachting is van hoe die kosten zich gaan ontwikkelen. Verder hebben we natuurlijk nog heel veel gas. Maar goed, laat ik die discussie gewoon niet openen nu.
De voorzitter:
Die is inderdaad vanmorgen in een andere commissie door uw fractiegenoot aangeroerd. Was dat een voldoende antwoord op uw vraag, meneer Jumelet?
De heer Jumelet (CDA):
Ik maakte de opmerking omdat ik daar een discrepantie zag in de redenering. We willen niet afhankelijk zijn van gas en olie uit het buitenland. We hebben nu wel met elkaar gemerkt dat dat soms tot allerlei dingen kan leiden. Nou ja, kijk even naar de prijzen. Tegelijkertijd hoorde ik u zeggen: als het gaat om waterstof, kijken we verder de wereld in om dat te importeren. Ik snap uw redenatie erachter, maar voor mij voelt dat wat lastig samen te brengen. Dat heb ik maar geconstateerd.
De voorzitter:
Ik hoorde geen vraag. Wilt u nog reageren, meneer Boomsma?
De heer Boomsma (JA21):
Ja, ik wil er nog wel even op reageren. Wat mij betreft hoeven we niet als Nederland zelfvoorzienend te zijn in energie. We zijn ook niet volledig zelfvoorzienend in allerlei andere dingen. Het is goed om niet of zo min mogelijk afhankelijk te zijn van landen die je daarmee gaan chanteren. Alleen als de prijs voor het niet afhankelijk willen zijn is dat je tien of twintig keer zo veel voor je energie moet betalen en daarmee de-industrialiseert, dan word je alsnog afhankelijk omdat je je industrie niet in stand kunt houden. Dan word je afhankelijk op een andere manier. Er is gewoon een wereldmarkt voor allerlei vormen van energie. Gas is er een van. Waterstof is in opkomst. Uiteindelijk gaan we wat ons betreft natuurlijk ook naar kernenergie en bouwen we veel meer kerncentrales. Dan zijn we afhankelijk van landen die de grondstof daarvoor leveren, want die hebben we ook niet zelf in Nederland. Toch is dat wel de betere route.
De voorzitter:
De heer Klos ziet af van zijn interruptie. Dan zou ik zelf graag een vraag willen stellen aan de heer Boomsma. Ik hoor heel veel realisme in zijn betoog en ook pragmatisme over hoe we toe bewegen naar een soort postindustrieel tijdperk. Ik deel dat we in ieder geval niet het ministerie van KGG — dat heb ik eerder al eens gezegd — moeten laten verworden tot het ministerie van Klimaat en Groene Krimp. Dat kan nooit het doel zijn. We moeten het met de industrie doen. Ik hoor de heer Boomsma zeggen dat JA21 ook niet tegen de energietransitie is. Zou hij nog eens kort kunnen schetsen hoe we dan wel die transitie maken met behoud van die industrie?
De heer Boomsma (JA21):
Dat is inderdaad een heel goede vraag. Dat is precies wat we moeten doen. Ik heb daarbij een aantal overwegingen. We moeten geen nationale koppen zetten op Europees beleid, want dan vertrekken bedrijven naar ons omringende landen. Op dit moment zijn de kosten van energie in Nederland gewoon al veel hoger dan in andere EU-landen. Dus als je hier in Nederland drie keer zo veel voor elektriciteit betaalt als in Frankrijk, gaan bedrijven op een gegeven moment naar Frankrijk. Maar als ze in Frankrijk ook veel meer betalen dan nog weer elders, is dat ook voor Frankrijk uiteindelijk niet haalbaar. Je moet dus geen nationale koppen zetten op Europees beleid wat dat betreft, maar je moet ook realistisch zijn over wat Europa zelf aan wetgeving ontwikkelt ten opzichte van de rest van de wereld, zeker als het gaat om klimaatbeleid. Dat is wel een heel belangrijke voorwaarde.
Wij moeten die transitie dus inzetten, ja. Daarom zeggen wij: misschien moeten we gewoon wat langer de tijd nemen. Want als je ziet dat overal landen eigenlijk een terugtrekkende beweging maken en zeggen "dit willen we doen, maar dat gaat ons meer tijd kosten", dan is het niet verstandig als wij als Nederland het braafste jongetje van de klas willen zijn. Dan word je namelijk eigenlijk het domste jongetje van de klas, omdat je met je hoge idealen en ambities ondertussen moet toekijken hoe je je industrie verliest. Dat schiet dan zijn doel voorbij; daar zijn we het dan inderdaad over eens, denk ik. Ik zie ook wel de problemen van die kip-eisituatie waardoor je bepaalde transities in gang moet zetten. Dat is de worsteling en de zoektocht. Je kunt ook zeggen dat je, als je de kip-eiproblematiek wil doorbreken, dat niet moet doen op zo'n manier dat je zo ver vooroploopt dat het een soort bodemloze put wordt en dat je alsnog achterblijft omdat je hele industrie het gewoon niet aankan en niet mee kan komen.
De voorzitter:
Helder. Dank voor dit antwoord. Dan geef ik het voorzitterschap graag weer terug.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde van de eerste termijn van de Kamerleden. Ik kijk even. Hoeveel tijd heeft u nodig om te overleggen, minister?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Een halfuurtje zou fijn zijn.
De voorzitter:
Goed, dan schors ik voor een halfuur en zien we elkaar weer om 15.15 uur.
De voorzitter:
Dan is het nu tijd voor de eerste termijn van de minister. Ik geef graag het woord aan haar.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik allereerst mevrouw Müller feliciteren met haar eerste debat. Het is ook mijn eerste debat in deze commissie, dus we kunnen elkaar de hand schudden. Ik wil ook veel dank uitspreken voor het warme welkom van de andere Kamerleden. Ik kijk uit naar een hele goede samenwerking in deze commissie. Dank ook voor uw leiderschap, voorzitter.
Voorzitter. Ik heb eerst een paar inleidende opmerkingen. Vervolgens heb ik de beantwoording in een aantal blokjes vormgegeven. Ik zal aan het einde van de inleiding even aangeven wat de blokjes zijn.
Allereerst wil ik met een aantal van de leden even kort stilstaan bij de geopolitieke situatie en hoe die dit debat in de context van strategische autonomie plaatst, veel meer dan misschien tien jaar geleden het geval was. Ik hoor van heel veel van uw Kamerleden inzicht en realisme over het feit dat het debat dat we nu hebben, ook gaat over het investeren in onze economie en in onze weerbaarheid. Dat is belangrijke context.
Dan een tweede punt, waar ik eigenlijk velen van u aan heb horen refereren, maar af en toe ook wel van heb horen afwijken. We hebben het over een energiesysteem. Alle elementen die wij vandaag bespreken en de verschillende opties die we hebben, moeten we met elkaar optellen tot een efficiënt systeem. Dan kan het soms zo zijn dat ik heel veel begrip heb voor bepaalde vragen, maar toch tegen u zeg: in de context van een efficiënt systeem kan het beter zijn om deze knop niet verder open of dicht te draaien, omdat elke vorm van energie z'n prijs en z'n plaats heeft; dan heb ik het zowel over waterstof, elektrificatie en groen gas als kernenergie. We moeten er met elkaar op letten dat we dat hele systeem zo goed mogelijk laten draaien, want dat betekent dat je zo laag mogelijke kosten hebt, en dat is weer zo goed als mogelijk voor onze industriële vergroening. Ik denk dat we met elkaar op zoek moeten gaan naar de juiste balans en moeten kijken waar we onnodige knelpunten kunnen weghalen en zo veel mogelijk ruimte kunnen geven. Ik kijk uit naar het gesprek daarover.
Dan netwerken. Zolang er infrastructuren worden aangelegd, zal daar altijd een belangrijke publieke taak liggen, omdat opstarten altijd relatief duur is en individuele marktpartijen dat moeilijk zelf kunnen doen. Dan is de vraag altijd hoe je de kosten van die opstartfase op een goede manier verdeelt. Daarover gaan ook een aantal van uw vragen. Het is een kwestie van het goed begeleiden van deze transitie en er dicht op zitten. Dat betekent dat je soms ook weleens dingen moet aanpassen ten opzichte van hoe je iets in eerste instantie had voorzien. Laten we met dat realisme met elkaar deze discussies voeren.
Terugkomend op het punt van mevrouw Müller: de strategische autonomie van energie en industrie. Inderdaad, meneer Flach: dit departement heet Klimaat en Groene Groei. Ik denk dat Europa met de combinatie van verlaging van de CO2-uitstoot, maar toch ook groei van de economie, de afgelopen jaren heeft laten zien dat het kan. We moeten de wereldwijde context steeds in ogenschouw nemen als we bekijken hoe we het doen, zodat we ervoor kunnen zorgen dat deze zaken leiden tot die sterke economie en die strategische autonomie waar we het over hadden.
In de context van die wereldwijde situatie en ontwikkelingen vroeg mevrouw Van Oosterhout mij of ik me zorgen maak. Ik maak me geen zorgen over de leveringszekerheid. Dat is wat ik heb gezegd. We zien natuurlijk wel dat de prijzen zich ontwikkelen. Dat is iets om heel goed in de gaten te houden. Ik kan me ook voorstellen dat huishoudens zich afvragen wat dit betekent voor hun energierekening. Daarom vind ik het heel belangrijk dat huishoudens ook de mogelijkheid hebben om te zeggen: ik kies niet voor die onzekerheid, maar voor een vast contract. Zij moeten de mogelijkheid hebben om voor zo'n vast contract te kiezen en daarmee ook de kostenstijgingen voor zichzelf te beperken. Een vast contract is niet in elke financiële situatie de beste, maar mensen moeten zelf die afweging kunnen maken. Gelukkig kan dat ook in Nederland, omdat die opties ruim voorhanden zijn.
Voorzitter. De blokjes waarlangs ik de beantwoording wil gaan doen, zijn als volgt: eerst waterstofdoelen en groene groei, dan waterstofinfrastructuur, dan koolstofarme waterstof en vervolgens groen gas en de bijmengverplichting.
Laat mij over die inhoudelijke onderwerpen nog een paar woorden spreken. De inzet van het kabinet is om nu volop te bouwen aan schone energie van eigen bodem. Om die tot stand te krijgen, moeten we ook zorgen voor de goede randvoorwaarden. Zo maken we ruimte voor groene groei en verkleinen we onze afhankelijkheid ten aanzien van onze energievoorziening. Daar waar het op basis van elektriciteit niet lukt, zijn zowel groen gas als waterstof essentieel. Op verschillende plekken in het systeem spelen deze zaken een rol.
We werken op dit moment hard aan een update van het Nationaal Plan Energiesysteem uit 2023, dat richting geeft aan dit systeem; daar sprak ik net al even over. Waterstof en groen gas zijn hele belangrijke stukjes van die complexe puzzel. Ik wil dat we eerst voor u die puzzel schetsen voordat ik een aantal vragen beantwoord die u heeft gesteld, zoals: hoe gaat u precies bepaalde voorwaarden vormgeven? Ik vind het eerst belangrijk om de context van die bredere puzzel te schetsen: hoe zien wij de ontwikkeling van dat hele energiesysteem voor ons? U zult mij daar af en toe aan horen refereren. Dat doe ik vanuit een wens tot consistentie en efficiency. Wellicht vraag ik u dan soms om nog een paar maanden geduld te hebben, totdat ik met een integraal plan kom. Dan kunnen we vervolgens kijken wat de wensen van uw Kamer ten aanzien daarvan zijn.
Dan nog heel kort een overzichtje van groen gas en waterstof. Ik zal schetsen waar wij aan werken. Dan kom ik vervolgens terug op de individuele vragen. Ik heb bij velen van u de wens om opschaling ten aanzien van groen gas gehoord. Daar zetten wij ook op in, zowel met marktontwikkeling als met innovatie. Om dat systeem goed te laten draaien, moeten we er ook voor zorgen dat we zowel het aanbod als de vraag in enige mate van synchronie ontwikkelen. Dat is op zichzelf natuurlijk al ingewikkeld, maar vraagt ook extra aandacht. We moeten zowel het marktaanbod, de innovatie als de vraag ontwikkelen. Er kunnen wat hobbels op die weg zijn, om het maar even een beetje huiselijk te zeggen — daar komen we met elkaar vast nog over te spreken — waardoor die zaken niet meteen 100% op elkaar aansluiten, terwijl dit toch de duidelijke richting is.
Dan het wegnemen van knelpunten. Een aantal van u heeft over knelpunten gesproken. We moeten zeker goed bekijken wat we daaraan kunnen doen. Wat betreft het vergroten van de synergie met het landbouwbeleid, is de vraag: hoe kunnen we meerdere doelen dienen?
De groene waterstofmarkt — daar heeft u ook veel aan gerefereerd — is nog heel pril. Die zit echt nog in een opstartfase. Daar kun je dus ook nog niet hetzelfde van verwachten als van een volledig efficiënte, volwassen markt. Dat leidt soms tot aanloopvraagstukken. Wat doen we? We stimuleren als kabinet actief. De eerste investeringen in productiefaciliteiten van groene waterstof zijn gedaan dankzij subsidies. Denk aan het eerste tracé van het landelijk transportnet. Ik kom trouwens zeker ook terug op de suggestie van de T-stukken. Dat klinkt eigenlijk heel logisch; daar gaan we zeker naar kijken. Ik zal daar later nog iets meer in detail op antwoorden.
De brandstoftransitieverplichting is sinds 1 januari van kracht. Er wordt een voorstel voor een verplichting voor de industrie voorbereid. Het wetsvoorstel daartoe ligt binnenkort voor in de ministerraad. Maar er liggen op de waterstofmarkt ook nog een aantal uitdagingen. Ik zei het al: het is nog een prille markt en dus zijn er nog hoge aanloopkosten. Dat betekent ook dat je daar in de maatvoering een beetje rekening mee moet houden als je die energietransitie een beetje efficiënt wil laten vormgeven. Soms vallen dingen ook gewoon tegen. Er werd gesproken over de hoge ambities. We moeten ook bekijken hoe die markt zich in Nederland, Europa en wereldwijd ontwikkelt en wat wij daarmee kunnen doen. Soms moet je ook constateren dat iets minder snel op gang komt dan je had gehoopt of voorzien. Dat krijg je met innovatie; je kunt niet 100% voorspellen hoe dat loopt. Extra middelen in het coalitieakkoord voor wind op zee en de SDE+ kunnen wel echt weer een positieve bijdrage leveren. Wat is dan die impuls? Dat is dus onder andere het feit dat we hier extra middelen voor beschikbaar stellen. Nogmaals, in het Nationaal Plan Energiesysteem kom ik terug op de samenhang tussen al die blokjes en al die elementen. Dit was even de algemene inleiding.
Dan wat meer specifieke punten over groene groei ten aanzien van waterstof. Een van u had het over "elektrificeren waar het kan". Dan voorkom je de conversiekosten van het omzetten van elektriciteit in waterstof en dan weer van waterstof in elektriciteit. Het is natuurlijk een voordeel als we dat kunnen voorkomen, maar ook bij vergaande elektrificatie zijn er nog steeds plekken waar waterstof echt onmisbaar is. Bovendien is het soms ook een grondstof. We blijven daar dus mee aan de gang.
De opschaling beogen we dit jaar te stimuleren met een derde openstellingsronde van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse. Daarbij gaat het om minimaal 500 miljoen.
Een aantal van u had het ook over opties voor lokalere, kleinere projecten. Daar is een nieuwe financiële regeling voor opgezet van maximaal 125 miljoen. We gaan dus heel nadrukkelijk bekijken hoe wij kunnen aansluiten op die kleinschaligheid. Want het lijkt misschien op het geheel kleinschalig, maar regionaal kan het superefficiënt zijn, dus ook daar willen we ruimte voor bieden.
Een aantal van u heeft gevraagd naar de brandstoftransitieverplichting na 2030. Daarvoor is mijn collega van IenW in de lead. Ook over dat besluit wordt nagedacht en zal uw Kamer worden geïnformeerd.
Dan de tijdige realisatie van het transportnet. Ik had het al even over infrastructuur. De kosten gaan daar altijd een beetje voor de baten uit. Maar hoe voorkom je dan dat de kosten onevenredig zwaar gaan rusten op eigenlijk maar een deel van de gebruikers, namelijk de gebruikers van nu? Daarom onderzoeken we of een deel van de kosten van dat net die we nu moeten maken, ook door toekomstige gebruikers kan worden betaald. Ik zal daar zo meteen nog iets meer in detail op ingaan.
De aanbieding van het wetsvoorstel ter introductie van een jaarverplichting voor gebruik van hernieuwbare waterstof in de industrie en de eerste resultaten van de H2Global-tender met Duitsland, om ook importstromen voor hernieuwbare waterstof op gang te brengen, verwacht ik in 2027.
Europa is natuurlijk cruciaal. Veel van de context waarin wij onze beslissingen nemen moet ook in Europa gecreëerd worden, want we willen voorzichtig zijn met nationale koppen. We willen wel stimuleren, maar we willen ook zorgen dat we in dat level playing field opereren. In Europa richten we ons op het versoepelen van Europese eisen voor hernieuwbare waterstof. Daar heeft ook een aantal van u aan gerefereerd. Ik kom er nog iets gedetailleerder op terug. Maar het gaat dus ook weer om vraagstimulering en vraagcreatie. We kunnen op de aanbodkant in blijven zetten, maar als er geen vraag komt, dan blijft het aanbod natuurlijk relatief gezien niet competitief. Dus denk aan een label voor groen staal. Dan komt er een vraag naar groene waterstof en is het ook aantrekkelijker om dat verder te ontwikkelen. Mevrouw Van Oosterhout had daar specifiek een vraag over. We zetten dus in op die verplichte afname van hernieuwbare waterstof in de mobiliteit en de industrie en op vraagcreatie bij eindproducten.
Hoe kijken we aan tegen de doelen van 2030 en het klimaat- en energiebeleid? In het coalitieakkoord is helder opgenomen dat we vasthouden aan de doelen uit het Klimaatakkoord. Dat gaan we samen met Europa doen. Dan staan we namelijk gewoon sterker en dat biedt ook de grootste markt. Eind 2026 komt de commissie met haar voorstel voor het 2040-pakket. Een heel systeem bewegen doe je niet met haakse bochten. Het is dan van belang te kijken naar 2030, maar ook naar voorbij 2030. Dus die Europese doelen voor 2040 zullen heel belangrijk zijn voor zowel een ambitieuze route alsook een gelijk speelveld. Daar zetten we natuurlijk op in. We hebben ook gezegd in het coalitieakkoord dat we indien nodig in het voorjaar van 2027 aanvullende nationaal geborgde maatregelen nemen, maar dit doen we wel met aandacht voor betaalbaarheid en handelingsperspectief. Die betaalbaarheid geldt natuurlijk voor huishoudens. Het handelingsperspectief geldt ook voor de industrie. Dus in die balans zullen we samen met elkaar een pakket moeten vinden.
Het doel voor 2030 gaat niet makkelijk worden op deze termijn. Dat zeg ik ook heel eerlijk. Met een aantal knelpunten die we daarbij zien, gaat het kabinet wel keihard aan de slag. Ik denk aan netcongestie. De staatssecretaris heeft dat als heel belangrijk punt, maar ik zal me daar zelf ook mee bezighouden. Die netcongestie kan veel lostrekken, waardoor veel investeringen die bedrijven ook graag zouden willen doen, die kunnen bijdragen aan die CO2-reductie, mogelijk worden en ook woningen kunnen worden aangesloten zonder gas. Ik denk ook aan het versnellen van stikstofvergunningen. Het zijn allemaal trajecten waar we op inzetten, ook met het oog op de doelen van 2030. We gaan natuurlijk ook investeren. Ik doel dan op SDE++ — ik heb het al gezegd — het stikstofpakket, de crisiswet en netcongestie. We gaan er alles op zetten om het te halen, maar we kijken ook door naar 2040 en daarna. We hebben ook steeds oog voor de verdelingslasten voor groepen in de samenleving, want mensen moeten wel het gevoel hebben dat ze het mee kunnen maken. Dus dat zal dit kabinet ook nadrukkelijk een onderdeel maken van hoe we …
Ik zie dat de heer Flach een vraag heeft. Dat laat mij misschien een vraag stellen aan u, voorzitter. Ik zou het blokje kunnen afmaken, maar hier zitten wat meer vragen in, dus ik kan me voorstellen dat we een interruptie tussendoor doen.
De voorzitter:
Excuus. Dank u wel, minister. U let beter op dan ik. Het woord is aan de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dit was een helder betoog tot nu toe. De minister noemt terecht netcongestie als een belangrijke belemmerende voorwaarde. Als de oplossingen daar nu voor het oprapen zouden liggen, dan zou ik er ook veel hoop aan ontlenen om wellicht doelen te kunnen halen. Ik ben relatief somber over dat wat er aan oplossingsmogelijkheden ligt. Wat kan dat uiteindelijk betekenen voor de doelen en de haalbaarheid daarvan?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Flach is er somber over, maar wij gaan even goed kijken naar wat er wel kan. En dan zeg ik dat niet alles zal kunnen, maar waar we al een aantal mooie voorbeelden zien van bedrijven die in bepaalde regio's gezamenlijk tot een betere benutting van de netwerkcapaciteit komen, blijken er dingen toch weer mogelijk te zijn. Als we vergunningen of vergunningstrajecten kunnen versnellen en plannen sneller op elkaar kunnen afstemmen, dan kunnen we in dezelfde tijd als bedrijven nodig hebben om hun investeringsbeslissingen voor te bereiden, wellicht meer gelijktijdig samen optrekken. De staatssecretaris zal zeker nog met nadere informatie hierover komen. Maar we gaan ook heel erg inzetten op het gesprek aangaan in de verschillende regio's waar netcongestie zich voordoet, om te kijken wat er in die regio's nodig is om dat los te trekken. Warmtenetten spelen hierin ook een belangrijke rol. Als netbedrijven rekening moeten houden met nieuwe woonwijken en ze denken dat die volledig geëlektrificeerd moeten worden of dat er met een warmtenet gewerkt zou kunnen worden, verlicht dat ook weer het perspectief op de netcongestie over de komende jaren heen. Dus we gaan daar echt integraal naar kijken. We gaan ook in alle regio's praten om te kijken wat daar nodig is. Ik ga dus nog niet vooruitlopen op wat het betekent voor de doelen. We gaan eerst eens even kijken wat er wel kan. De staatssecretaris zet daar echt vol op in. Een van de eerste dingen die we ook gaan doen, is dus zo'n crisiswet ontwikkelen, zodat we kunnen kijken hoe we die procedures kunnen versnellen. We zien dat ook in de lange doorlooptijden zich dit probleem gaat voordoen, en ook daar gaan we dus actief mee aan de slag.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Even kijken ... De waterstofdoelen.
De voorzitter:
Excuus, toch nog een interruptie, van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Nou, tenzij de minister het nu inderdaad gaat hebben over de doelen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik was nog niet klaar met het blokje. Meestal stel ik voor om de interrupties aan het einde van het blokje te doen; dan weet ik wat ik allemaal al beantwoord heb. Maar dit waren er wel erg veel, dus ik dacht: ik ben al zo lang aan het woord, dus dat is dan ook alweer zo wat.
Even kijken ... De doelen dus, het gat dichten voor de waterstofdoelen. Ja, we moeten gewoon erkennen dat het beoogde beleid onvoldoende zal zijn om het EU-doel van 42% in 2035 te halen. Gestegen kosten en vertragingen zijn ook een Europees probleem; we zien dat in de breedte. Wij zien drie opties voor aanvullende maatregelen. Het creëren van die Europese markten, die vraagmarkten; als er echt een grote vraag is, dan is het natuurlijk veel aantrekkelijker om op te schalen en gaat het weer sneller. Die vraagcreatie is dus echt een hele belangrijke. Daarnaast kun je nog kiezen voor het intensiveren van budgetten, of voor verlenging of verruiming van de raffinageroute. Ook dat zou een mogelijkheid zijn om de doelen te halen. De verhoging van de normering voor de industrie in Nederland lijkt ons ingewikkeld met het oog op de concurrentiepositie. Een aantal van u heeft dat ook geschetst. Als wij hier heel hard trekken aan de vergroening maar dat ertoe leidt dat het bedrijf vervolgens vertrekt, waardoor we ook geen grip meer hebben op de vergroening die een bedrijf binnen Nederland wel zou kunnen realiseren, dan schiet de CO2-reductie daar ook niets mee op, en wij ook niet. We houden dat dus scherp in de gaten. We gaan binnenkort een wetsvoorstel voor de jaarverplichting voor de industrie naar de Kamer sturen, en dan zullen we zorgen dat we ook hierop nader ingaan.
Nog even die vraagcreatie. We zijn daar echt actief mee bezig in Europa. Vorig jaar heeft Nederland in een non-paper nog gepleit voor die vraagcreatie, met name voor chemie en staal. Maar ook labels en productnormeringen zijn natuurlijk instrumenten die je daarbij kunt inzetten. Vanmiddag is die Industrial Accelerator Act gepubliceerd, waarin Europa ook echt met die lead markets aan de slag gaat. U ontvangt binnenkort natuurlijk een nadere duiding in zo'n BNC-fiche. Heel goed dat ook Europa heeft gezien dat we niet aan de ene kant alleen maar kunnen inzetten op een sterk en hard aanbod als we aan de andere kant niet ook gaan zorgen voor die vraag. En dan moet je als Europa natuurlijk ook zorgen dat je je industrie de ruimte geeft om binnen Europa op deze manier te produceren zonder weer te worden weggeconcurreerd door de rest van de wereld. Dus in die samenhang zal dat vormgegeven moeten worden. Nogmaals, u krijgt binnenkort een BNC-fiche over het kabinetsstandpunt over het Commissievoorstel. Dat komt binnenkort naar de Kamer.
Dan de mogelijkheden op de korte termijn om de groenewaterstofketen op te schalen; een vraag van de heer Klos. Ik noem opschaling van nationale en internationale productie met subsidies — daar refereerde ik net al even aan — en de verplichtstellingen, maar ook het ontwerpen van een subsidie voor de afname van hernieuwbare waterstof. Dus we gaan de vraagcreatie ook een handje helpen met de STIHWI-regeling. Ik zal u eerlijk bekennen dat ik die afkorting nog niet uit mijn hoofd ken, maar mocht u daarin geïnteresseerd zijn, dan kan ik u die zeker nog even melden. We willen ook de randvoorwaarden op orde brengen. Denk aan het regelgevend kader en het transportnet. We gaan ook echt nog met elkaar spreken over ondergrondse opslagen. Een essentieel onderdeel van die weerbaarheid en die grotere onafhankelijkheid van gas is dat we waterstof moeten kunnen opslaan, zodat we daar ook tussen de verschillende seizoenen gebruik van kunnen maken.
Dan de motie-Bontenbal. Die is belangrijk, omdat die een heel integraal kader schetst. Die vraagt hoe het kabinet daarmee aan de slag is gegaan. Nou, volop. We gaan daar ook volop actief mee verder, zeg ik tegen de heer Jumelet en tegen anderen, want er is breder aan gerefereerd. Een aantal van u heeft bijvoorbeeld gevraagd naar de subsidies voor elektrolysers en of we meer flexibiliteit willen creëren voor projecten met vertraging. Toen ik zelf in een van uw stoelen zat, heb ik hetzelfde gedaan voor concessies voor windmolenparken op zee, omdat de ontwikkelingen soms toch meer tijd kosten dan je denkt en je wel wilt dat die projecten dan toch door kunnen zonder dat je weer helemaal opnieuw een hele tender door hoeft te gaan. We willen meer flexibiliteit creëren voor de nieuwe subsidies voor elektrolysers.
Meneer Jumelet en mevrouw Müller hebben gevraagd hoe het nou zit met die gesubsidieerde wind op zee. Kan die wel worden ingezet voor groene waterstof? We zien inderdaad de noodzaak van uitstel van de invoering van de meest knellende Europese eisen om de ontwikkeling van de eerste elektrolyseprojecten te versnellen. We proberen daar ook snel een besluit over te nemen om te voorkomen dat bedrijven zo lang in onzekerheid zitten dat ze denken: moeten we dit nog wel doen? Dat kunnen we natuurlijk niet alleen, dus we zijn echt actief in gesprek met de Europese Commissie en met andere lidstaten — die worstelen natuurlijk deels met hetzelfde — om te kijken naar wat we hiermee kunnen doen. Overigens ook met inzet op waterstof uit kernenergie bereidt het kabinet zich voor op een EU-voorstel voor energiedoelen later dit jaar. Dat was ook nog een vraag.
De heer Klos had ook gevraagd wat we doen. Ik heb die aanvullende routes genoemd, de eindmarkt en het intensiveren van budgetten. Het gaat ook om de STIHWI-regeling. Dat was ook in relatie tot het leren van Duitsland. Ik denk dat het in zijn algemeenheid heel goed is dat we goed om ons heen kijken en leren van slimme voorbeelden, van hoe andere landen het aanpakken, en dat we dat vervolgens in de Nederlandse context afwegen tegen andere opties die wij hebben. Elk land is namelijk toch weer net een beetje anders, dus wat optimaal is, zal ook per markt toch weer net even verschillen. Dat hebben we hierbij dus ook gedaan. Op basis van dat onderzoek bleek dat de inrichting die wij nu hebben, de meest haalbare variant is met het oog op waar onze waterstofmarkt zich nu bevindt. Ik ben dus ook bekend met Carbon Contract for Difference in Duitsland. Zij sturen vooral op de meest kosteneffectieve wijze voor CO2-reductie, maar hernieuwbare waterstof is daar nog niet. Dus als je toch die hernieuwbare waterstof wilt ontwikkelen, kom je daar niet op uit. Dat onderzoek is gedaan in aanloop naar het opstellen van die STIHWI-regeling. O, ik krijg nu door waar die precies voor staat; dat wilde ik toch wel even weten. Dat is Stimulering Toename Inzet Hernieuwbare Waterstof in de Industrie. Dat geeft dus ook aan waarom alleen sturen op de laagste kosten per CO2-reductie op dit moment nog niet voldoende is om dit tot een voldoende schaal te krijgen, waarvan we zeggen: in het eindbeeld hebben we dit wel nodig, dus we zullen door die iets minder kosteneffectieve aanloopfase heen moeten. Daar is zo'n regeling dan voor.
Dan was er nog een vraag van de heer Flach over de jaarverplichting ammoniakreductie. De volledige uitzondering is niet door de vorige minister uitgevoerd. De vraag is of we dit gaan heroverwegen. Nee, helaas niet. Mijn voorganger heeft daarin de weloverwogen keuze gemaakt om 60% van de ammoniakproductie uit te zonderen en niet 100%. De onderbouwing daarvan is gedeeld met de Kamer. Een belangrijk argument daarin is dat de Richtlijn hernieuwbare energie geen juridische grondslag bevat om die productie uit te zonderen. We denken dat we 60% nog kunnen doen, maar als we voor 100% gaan, lopen we misschien meer risico dan dat we daarmee winnen. Dat is het antwoord op deze vraag.
De voorzitter:
Daar heeft de heer Flach nog wel een vraag over.
De heer Flach (SGP):
Ik geloof toch dat ik het hierover niet helemaal eens ben met de minister. Volgens onze fractie biedt de richtlijn die uitzonderingsmogelijkheden wel. Ook andere Europese landen passen die toe. Ik kan me niet voorstellen dat dat per land verschillend is. Bovendien leidt het niet echt tot de beoogde CO2-reductie; dat is ook wel voldoende aangetoond. Het is ook praktisch gezien onmogelijk in de productieprocessen van de fabrikanten waar het om gaat. Ik zou dus aan de minister willen vragen of ze nog eens zou willen kijken hoe die andere landen wel gebruikmaken van die mogelijkheden; dat hoeft niet nu. Is ze wellicht bereid om in de serie werkbezoeken die ze ongetwijfeld zal afleggen, eens een bezoek te brengen aan de aanjager hiervan, Yara in Sluiskil, om in de praktijk te zien wat voor desastreus effect die verplichting zal hebben op de productieprocessen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zeg de heer Flach sowieso graag toe om veel op werkbezoek te gaan. Volgens mij staat ook op het lijstje dat ik bij Yara langsga. U vroeg mij om een open blik. Die heb ik ook. Ik zou het heel fijn vinden als u ervoor kunt zorgen dat ik de informatie over die andere landen kan krijgen. Dan zeg ik u graag toe dat ik daar nog een keertje naar zal kijken om te zien of we iets niet gezien hebben. Ik zal deze specifieke kwestie wat dat betreft zelf ook nog eens doorlichten. Mijn voorganger heeft deze keuze natuurlijk gemaakt. In principe ga ik ervan uit dat dat heel weloverwogen is gebeurd, maar er kan nieuwe informatie zijn. Als de heer Flach wil zorgen dat we die krijgen, zal ik daar dus nog een keer naar kijken.
De voorzitter:
Dat is dus een toezegging om een brief te sturen waarvoor de minister nog een keer gaat kijken naar die ammoniakverplichting.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We nemen dat mee in een bredere brief, want anders krijgt u straks twintig aparte briefjes van mij. Het zou heel fijn zijn als de heer Flach ervoor kan zorgen dat wij die informatie over de andere landen, en overigens ook zijn interpretatie van die uitzonderingsgrond, krijgen. Dan zal ik ervoor zorgen dat we dat op redelijke termijn meenemen in een brief. De toezegging om erop terug te komen is geen toezegging dat we wat anders gaan doen — ik doe even aan verwachtingsmanagement — maar ik ga er wel naar kijken. We zullen de afwegingen dan nogmaals met u delen. Dat is de toezegging.
Dan het verstrekken van subsidies aan bedrijven. Er is door mevrouw Van Oosterhout gevraagd of we daarbij onderscheid moeten maken tussen bedrijfsresultaten. Het staat elk bedrijf, ongeacht de omvang en de bedrijfsresultaten, natuurlijk vrij om subsidie aan te vragen voor dingen die het gezien de marktomstandigheden anders niet zou kunnen doen. Die koplopersrol hebben we van veel verschillende spelers in deze transitie nodig. Daarom kunnen die bedrijven dat dus ook aanvragen.
Dan de verbranding van ijzerpoeder. Dit soort innovaties zijn altijd mooi. De Europese eisen voor hernieuwbare waterstof blijken wel alleen subsidies toe te staan voor gebruik van gasvormige en vloeibare stoffen. Dat zou dus een wijziging van de richtlijn vereisen. Dat kan jaren duren, maar we gaan wel onderzoeken of partijen die willen innoveren met het gebruik van hernieuwbare waterstoffen voor de productie van ijzerpoeder, toch mogelijkheden zouden kunnen krijgen in de nieuwe tender voor kleine waterstofhubs. Er kan dus niet grootschalig opgeschaald worden via de SDE+, maar we gaan kijken wat er mogelijk is via die tender voor kleine projecten.
Kunnen we waterstof goedkoper importeren? Daar zijn studies naar gedaan. Uiteraard gaat het er ook om wat we zelf produceren en om wat we importeren uit Europa of van buiten Europa in zo'n heel efficiënt energiesysteem, ook met het oog op weerbaarheid en onafhankelijkheid. Er zijn veel afwegingen die we met elkaar moeten maken. Daarbij zijn natuurlijk ook de kosten een van de punten waar we naar kijken. De inschattingen uit studies over de kostprijzen van binnenlandse elektrolyse en import via waterstofdragers liggen dicht bij elkaar. Op dit moment zijn beide routes kansrijk. Voor 2035 zetten we daarom in op 3 tot 4 gigawatt binnenlandse productie uit elektrolyse om de voorzieningszekerheid te borgen, aangevuld met het faciliteren van importinfrastructuur. Dat doen we dus ook, want de verdeling op lange termijn hangt af van de kostenontwikkeling op beide routes. Daar willen we nu dus nog niet tussen kiezen. We zetten het allebei in. De voorzieningszekerheid is een apart argument om sommige zaken gewoon in Europa of nationaal goed geborgd te willen hebben.
Vrijstelling van de netkosten voor elektrolysers zie ik nu niet als een haalbare optie. Ik maak me in Brussel wel hard voor harmonisatie van de netkosten op EU-niveau. Het gaat natuurlijk om de relatieve kosten. Als we harmonisatie kunnen bereiken, hebben we een gelijk speelveld. We gaan dus voortvarend aan de slag met de uitwerking van de bredere aanpak. Ik kom daar later dit jaar op terug.
Dan de vraag over het aanlanden van geïmporteerde ammonia zo dicht mogelijk bij de grootverbruikers. Wat betekent dit voor het waterstofnetwerk? In de kabinetsvisie op waterstofdragers wordt ingezet op het zo veel mogelijk beperken van het transport van ammoniak door Nederland. Vanuit mijn vorige rol, waarin ik verantwoordelijkheid had voor gevaarlijke stoffen, kan ik me ook nog enige afwegingen daarbij herinneren. Geïmporteerde ammoniak kan direct worden ingezet, maar kan ook worden gekraakt naar waterstof en in het waterstofnetwerk worden geïnjecteerd. De keuze van de eindgebruiker is dus bepalend voor de mate waarin het waterstofnetwerk wordt gebruikt voor geïmporteerde ammoniak.
Ik neem graag kennis van het onderzoek van mevrouw Caiafa. Ik heb een kort krantenartikeltje voorbij zien komen, maar het lijkt me toch goed om het iets beter te bekijken.
Wat betreft het Nationaal Plan Energiesysteem: ik zei al dat ik eerst graag op systeemniveau een discussie wil hebben met u over hoe de verschillende puzzelstukjes in elkaar passen. Zijn we van mening dat we de juiste balans hebben tussen kosteneffectiviteit, zelfvoorzieningszekerheid, investeren in onze eigen economie en energie van eigen bodem? Al dat soort hoofdlijnvragen bepalen uiteindelijk wat een consistente uitwerking is van de verschillende vraagstukken die hier aan de orde zijn gekomen.
Dan de zorgen over afhankelijkheid en de-industrialisering. Ik heb net al gezegd dat dat echt een zorg is. We moeten wel zorgen dat het voor de industrie mogelijk is om die transitie door te maken. Vanuit het oogpunt van weerbaarheid en zelfstandigheid van onze economie, en dus niet vanuit afhankelijkheid, en economische groei kun je er bewust voor kiezen om op dit moment iets meer te betalen, als dat betekent dat je kunt investeren in je eigen economie. Op die weging komen we nog terug in de context van het bredere plan.
Dat waren de vragen die ik had over waterstof en groene groei. Dan kom ik nu bij een aantal punten over waterstofinfrastructuur.
De voorzitter:
Maar daarvoor heeft u nog een interruptie van mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik ben blij te horen dat de Nederlandse inzet in Brussel erop gericht is te bekijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de groene stroom die nu nog met subsidie wordt gemaakt, in de verplichting gaat meetellen en dat we inzetten op latere eisen. Ik vraag me wel af welke route we daarvoor willen. Deze vraag komt ook uit de industrie. Volgens mij zit het nu vast in de regelgeving. U zei dat we dat misschien kunnen verlaten. Hoe ziet dat er precies uit? Welke route bewandelen jullie hiervoor?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij zei ik al iets over de inzet in Brussel daarop. Dit is wel echt een punt waarover we het gesprek zullen moeten aangaan met de Commissie. Het zou goed zijn om dat in samenhang met andere landen te doen.
Mevrouw Müller (VVD):
Dat is prima en goed. Het lijkt me fijn om als Kamer binnenkort geïnformeerd te worden over in hoeverre deze route echt haalbaar is.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker. We zullen uiteraard terugkoppelen wat onze inschatting is van die gesprekken.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het is heel fijn om te horen dat de minister ook in Europese context aan de slag gaat met vraagcreatie. De minister had het al even over de Industrial Accelerator Act. Die act gaat over labels en publieke vraag, maar de markt vraagt ook om private vraag. Ik vroeg me af of de minister iets zou kunnen zeggen over de mogelijke rol van de herziening van RED of van andere Europese kaders hierin.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik stel voor dat ik daar nader op terugkom, want dat vraagt om een vrij gedetailleerde doorlichting van die stukken wetgeving. Misschien kan ik daar in tweede termijn iets over zeggen. Daar kom ik dus graag nog even bij u op terug. Anders doe ik dat eventueel in een latere brief. De vraag is goed gehoord.
Dan ga ik verder met de infrastructuur. De productie van waterstof zal plaatsvinden in de grote industriële clusters aan de kust, gekoppeld aan windparken op zee. Infrastructuur is dan een noodzakelijke voorwaarde voor het op gang brengen van een functionerende waterstofmarkt. Ook de import van waterstof zal in havens ons land in komen. We zien dat er vraag naar waterstof ontstaat in vijf grote industriële clusters en ook bij bedrijven in het zogeheten "cluster 6", die wat meer verspreid door het hele land zitten. Opslag — ik noemde het daarstraks al even — kan plaats gaan vinden in te ontwikkelen cavernes in het noorden van het land, dus in ondergrondse opslagen. Dat maakt investeringen in een transportnetwerk gewoon noodzakelijk. Daarbij is dus de vraag hoe je continu de balans vindt tussen de kosten nu en de investeringen, hoe je dat goed doet. Een aantal van u heeft daar vragen over gesteld. Wat we nu aan het doen zijn, is kijken of we tot — een prachtig woord — intertemporele kostentoerekening kunnen komen. Dat wil eigenlijk zeggen dat we deel van de opbrengsten — als die infrastructuur er eenmaal is, levert die ook geld op — naar voren kunnen halen om de kosten nu te verlagen, zodat de kosten van het hele netwerk beter gespreid kunnen worden in de tijd. Voor de zomer kom ik hiermee naar de Kamer.
Dan zijn er ook nog de alternatieve transportrechten. In het coalitieakkoord hebben we als kabinet gezegd dat we echt een ambitieuze aanpak moeten hebben op de hoge elektriciteitskosten in Nederland — daar staan we gewoon echt op nadeel als je dat vergelijkt met het buitenland — in aanvulling op de in februari al gepresenteerde acties. Voor elektrolyseprojecten kijk ik eerst of de alternatieve transportrechten een uitkomst bieden, waarbij partijen die flexibel zijn in het gebruik van het netwerk en eigenlijk dus helpen in de balancering, dan ook lagere kosten betalen. De ACM onderzoekt dit de komende maanden. Daarna komen we uiteraard naar de Kamer. Mevrouw Müller vroeg daarnaar, de heer Jumelet vroeg daarnaar en volgens mij ook nog een paar anderen.
Is er ruimte voor zowel publieke als private investeringen in distributienetten? We werken momenteel aan de implementatie van het decarbonisatiepakket in nationale wetgeving. We komen eind van dit jaar met een wetsvoorstel. U hoort de aankondigingen al. De wetgevingsagenda gaat hier vollopen. In dit traject kijken we er ook naar of er al dan niet ruimte is voor private investeringen.
De visie op de T-stukken. Als je toch een netwerk aanlegt, is het logisch om na te denken over of je voorbereidingen kunt treffen, redelijk kosteneffectief, voor latere aftakkingen. We hebben een onderzoek gestart naar die mogelijkheden en we bekijken dus welke aanvragen voor T-stukken nog mee kunnen lopen in de rijksprojectprocedures zonder dat we het traject van het hele landelijke transportnet vertragen. Dus ook daar is het: als het heel concreet is en het duidelijk is dat het no regret is, moeten we het zeker doen. Als het zou betekenen dat er heel veel studies moeten worden verricht en het heel veel vertraging oplevert, dan is dat wat lastiger. Als onderdeel hiervan gaan KGG, Hynetwork en de regionale netbeheerders in zowel het tweede als het derde kwartaal gezamenlijk langs bij alle twaalf de provincies om daar te horen wat de behoeften zijn en ook te kijken wat de mogelijkheden zijn voor die T-stukken, zodat we goed zijn voorbereid op mogelijkheden later. De heer Flach vroeg daarnaar. We proberen daar zo goed mogelijk de mogelijkheden te benutten zonder het hele netwerk te vertragen. We gaan ook vooral in de regio praten en eens horen wat de wensen en de mogelijkheden zijn en hoe we dingen samen mogelijk kunnen maken. Dat geldt ook voor collectieve aanvragen voor aansluiting. Bedrijven kunnen zich gezamenlijk melden bij de Gasunie. Dat is het korte antwoord.
De 6% bleef staan terwijl toch het risico is overgenomen. Dat zijn van die aanloopbeslissingen die je moet nemen om zo'n netwerk tot stand te brengen. Tot nu toe is 6% marktconform. Als de marktomstandigheden aanleiding zouden geven tot een aanpassing hiervan, wordt dat aangepast. Op dit moment is die 6% een marktconform rendement.
Dat was dat blokje. Dan kom ik bij de koolstofarme waterstof.
De voorzitter:
U heeft eerst nog een interruptie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De minister had het net over amortisatie, als ik het goed heb beluisterd. Ik vooral heel erg benieuwd waar de minister dat van denkt te gaan betalen. Bij ons zit best een grote zorg dat dat ten koste gaat van de investeringen in groene waterstof. Ik ben dus erg benieuwd waar de minister dat van gaat financieren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Amortisatie gaat echt over verdeling van de kosten over de tijd. De vraag is hoe wat dat precies inrichten. Ik zal even vragen of we daar in de tweede termijn al iets meer details over kunnen geven of dat u nog heel even moet wachten tot we specifiek met het voorstel komen. Als we erop terugkomen, in de tweede termijn of later, zullen we specifiek de vraag van mevrouw Van Oosterhout op dit punt beantwoorden. Ik kijk even. Er is geen apart geld voor nodig, wordt me al ingefluisterd. Er is wel garantiegeld voor nodig. Uw vraag is dan hoe we ervoor zorgen dat dat niet ten koste gaat van investeringen in groene waterstof. Daar komen we nog even op terug. We kijken hoe we in tweede termijn of in de brief die hierover gaat nog specifiek in kunnen gaan op dit punt, want ook een garantie kost geld. Het is natuurlijk een investeringsmechanisme, dus het is wat anders dan nu een subsidiepot. Maar ook voor een garantie moet je wel iets opzijzetten. U zegt: laten we zorgen dat dat niet ten koste gaat van de groene waterstof. Daar komen we nog even op terug.
Velen van u hebben ook gevraagd naar de voorwaarden waaronder we blauwe waterstof willen benutten. Ik stel voor dat ik hierop inga in een brief. Ook daarover zeg ik: als we het NPE en de samenhang in het systeem hebben geschetst, wordt ook duidelijk hoe we met blauwe waterstof willen omgaan. Dan kan ik aangeven welke voorwaarden ik ontwikkel om ervoor te zorgen dat we blauwe waterstof inzetten op een manier die we in de context van het systeem optimaal achten. Dat willen we realiseren. Je kunt wel voorwaarden creëren voor de inzet van blauwe waterstof, maar als je niet weet wat je daarmee wilt bereiken, dan weet je ook niet of je de juiste voorwaarden hebt gecreëerd en of je onder- of overgedimensioneerd bent. Vandaar dat ik dit graag met u wil bespreken in die context. Maar ik heb de vraag goed gehoord. Eerst komt het systeemplaatje en daarna komen we terug met de specifieke voorwaarden waarnaar gevraagd is.
Er zijn nog meer vragen over koolstofarme waterstof.
De voorzitter:
Excuus, u heeft eerst nog een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Als de minister in kaart gaat brengen onder welke voorwaarden blauwe waterstof kan plaatsvinden en hoe we een lock-in kunnen voorkomen, is het ook heel belangrijk dat we de methaanuitstoot meenemen, met name de upstream emissions. Het kan onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld bij het gebruik van schaliegas, even schadelijk of bijna net zo schadelijk zijn als grijze waterstof. Ik zou dus graag willen dat de minister dat meeneemt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We zullen daarop terugkomen in de brief.
De heer Klos (D66):
Ik ben benieuwd of de minister alvast wat kan schetsen over de voorwaarden die zij zelf wenselijk zou vinden, met name wat betreft aardgasgebruik. Dat is iets wat we naar beneden proberen te krijgen. De minister gebruikte het woord "overgedimensioneerd". Het zou zomaar kunnen dat het aardgasgebruik gaat stijgen, wat een onwenselijke uitkomst zou zijn. Is dat een van de voorwaarden waar de minister aan denkt? Vindt ze ook dat het aardgasgebruik juist moet dalen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik ga nu in op een aantal vragen die u allemaal heeft gesteld over blauwe waterstof. Daarin schets ik een breder kader van hoe het kabinet wil omgaan met blauwe waterstof. Maar de vraag gaat nu heel specifiek over de voorwaarden waaraan gerefereerd is in het regeerakkoord. Die voorwaarden kan ik helaas vandaag nog niet schetsen voor de heer Klos, maar ik ga wel iets zeggen over de ontwikkelrichting die we voor ons zien. We zullen later nog terugkomen op de specifieke voorwaarden.
Laat mij daar nu meteen iets over zeggen. In het coalitieakkoord is opgenomen dat blauwe waterstof een rol kan spelen in het opschalen, onder de duidelijke voorwaarden waar we het net over hebben gehad. Het kabinet spreekt over "koolstofarme waterstof", wat aansluit bij de Europese terminologie. Als mensen het allebei horen, dan bedoelen we hetzelfde. Het betreft óf de Europese terminologie óf hoe we het in de wandelgangen noemen. De inzet van koolstofarme waterstof heeft als doel om sneller CO2-reductie te realiseren. Dat doen we al via de SDE++ voor de bestaande grijzewaterstofproductie in delen van de raffinage- en chemiesector. De snelheid is een reden om het te doen. Dat is één indicatie. Waar die snelheid van belang is, kun je dat doen. Maar als snelheid helemaal niet van belang is of het niet tot versnelling leidt, kom je misschien weer tot een andere afweging.
In de komende periode richt het beleid voor koolstofarme waterstof zich primair op de omzetting van onvermijdelijke industriële restgassen. Die zijn er toch, dus laten we die zo goed mogelijk benutten. Dat doen we in combinatie met CCS, want we weten allemaal hoe belangrijk dit is. Hoe eerder we meer CO2-uitstoot reduceren, hoe beter. Hiermee kunnen we al een substantiële bijdrage leveren aan de klimaatdoelen. We kijken hoe dit kan worden ondersteund binnen de SDE++, omdat de termijn hierbij van belang is. Voor nieuwe fabrieken die koolstofarme waterstof willen produceren uit aardgas met CCS, voorzie ik in die context vooralsnog geen grote aanvullende financiële ondersteuning, omdat die relatief een hele hoge onrendabele top hebben. Het wordt gewoon heel duur als je daarop wil inzetten.
Maar nogmaals, we moeten kijken hoe we het hele systeem willen gaan kantelen. Wat zijn de opties die op de korte termijn een oplossing bieden? Mogelijk kunnen die projecten later in de transitie wel een rol spelen, als ze echt kosteneffectief zijn. Maar daar zijn een aantal kanttekeningen bij geplaatst en daarom moeten we eerst kijken hoe we het hele systeem willen kantelen en welke andere goedkopere oplossingen er zijn. Voor steun binnen de SDE++ voor koolstofarme waterstofroutes die CCS gebruiken, geldt dat ze alleen gestimuleerd worden als er geen kosteneffectief hernieuwbaar alternatief is, want dat heeft natuurlijk de eerste voorkeur. Ook bij eventuele steun moet worden voldaan aan de Europese standaard. Dat wil zeggen: 70% CO2-reductie ten opzichte van het fossiele alternatief. Dat zijn gewoon de Europese kaders, waar we ons ook aan te houden hebben. We hebben dit jaar de SDE++ voor de productie van koolstofarme waterstof uit restafval aangepast, waarmee we onze strategischeonafhankelijkheidspositie ten opzichte van aardgas ook weer verbeteren. Ook hier bekijken we dus waar het wel kan en hoe het optimaal past in de richting die we kiezen.
Een aantal van u heeft gevraagd naar waterstof uit restafval en restgassen in de petrochemie. Die routes zijn echt belangrijk om de klimaatdoelen te halen, maar om een lock-in te voorkomen zal via de jaarverplichting voor de industrie ook het gebruik van hernieuwbare waterstof in toenemende mate verplicht worden.
Mevrouw Müller had nog een vraag om aan te sluiten ...
De voorzitter:
De heer Jumelet heeft nog een interruptie.
De heer Jumelet (CDA):
In een van de brieven staat dat het huidige instrumentarium nog onvoldoende is om projecten van de grond te tillen. Ik begrijp ook dat er in het eerste kwartaal van 2026, dus nu, een update komt over eventuele aanpassingen. Kan de minister daar nog iets over zeggen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voor dit jaar hebben we de SDE++ voor de productie van koolstofarme waterstof uit restafval aangepast, zodat die beter wordt gestimuleerd. Dat was in het verleden inderdaad onvoldoende en wordt nu dus beter gestimuleerd. Laten we hopen dat dit dan ook verbeterde resultaten geeft, maar het is goed om daarbij de vinger aan de pols te houden. Ik kijk even rechts van mij om te zien of er nog andere dingen zijn die we daarover zouden willen zeggen. Anders kan ik er altijd nog even op terugkomen in de tweede termijn. Laten we bekijken of er nog iets anders is dat we op dit punt graag aan u willen meegeven.
Mevrouw Müller had nog de vraag om aan te sluiten bij de Duitse inzet om meer Europese verplichtingen voor het gebruik van groene waterstof en meer ruimte voor koolstofarme waterstof te creëren. Ook hier herkennen wij het beeld over de Duitse inzet niet. Net als Duitsland zet Nederland zich op Europees niveau in voor het gericht aanpassen van de Europese eisen voor hernieuwbare waterstof. We lopen dus hand in hand bij het desbetreffende stuk regelgeving — dat heet dan de "gedelegeerde handelingen" — om de marktontwikkeling te versnellen. Het creëren van ruimte in bestaande Europese waterstofdoelen voor koolstofarme waterstof is voor Nederland ook niet zo wenselijk, omdat het jarenlange onzekerheid voor bedrijven creëert, en we in Nederland op korte termijn weinig koolstofarme waterstof hebben die aan de Europese eis van 70% voldoet. Het wordt er dus niet per se makkelijker op voor ons als dat zo is.
Dan had de heer Jumelet nog een vraag over de restgassen. Hij onderstreept nogmaals de grote CO2-reductiepotentie. Zolang zij een onvermijdelijk bijproduct zijn, is dat inderdaad echt gewoon een win-win. De SDE+-route wordt dus verruimd. Wellicht is daar dus nog iets meer over te zeggen. Deze vraag ging daarover en de vraag van mevrouw Müller ging daar ook over.
Volgens mij waren dat de vragen over de koolstofarme waterstof. Dan zou ik bij groen gas komen, maar ik zie dat mevrouw Müller nog een vraag heeft.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik had een specifieke vraag gesteld over de Eemshaven ...
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
O ja!
Mevrouw Müller (VVD):
... en de koolstofarme fabriek die daar niet doorgegaan is. Ik probeer ook even te reflecteren op wat u zei, namelijk dat er volgens u voor nu niet zo heel veel ruimte is voor nieuwe blauwewaterstoffabrieken, omdat die voorlopig nog onrendabel zijn. Ik begrijp aan de ene kant dat u dat zegt. Aan de andere kant, als we uit die hele kip-eiproblematiek willen komen en ervoor willen zorgen dat de waterstofmarkt groeit, is dat misschien iets waar je voor nu eigenlijk toch ruimte voor zou moeten bieden. Ik hoorde ook dat u daarop gaat terugkomen in het NPE. Ik hoop heel erg dat u daar dan wat meer over kunt zeggen. Want anders komen we er nooit uit.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat snap ik helemaal. Dank ook aan mevrouw Müller voor de constructieve suggestie. Inderdaad, in de context van het NPE zien we het totaalplaatje dat we met elkaar willen maken. Dan kunnen we ook zien of we voldoende groene waterstof hebben, en of waterstof uit restafval en gas voldoende biedt om de waterstoftransitie op gang te brengen in de combinatie met import, die we zich ook zien ontwikkelen. Dan kunnen we de verschillende knoppen van het systeem eens naast elkaar zetten. Zo kunnen we zien of we genoeg hebben, of dat er reden is om toch te zeggen: we gaan nu iets doen wat nu nog niet zo kosteneffectief is maar wel heel belangrijk is om het hele systeem op gang te brengen. Dan kunnen we die afweging dus precies goed maken met elkaar.
De heer Jumelet (CDA):
Volgens mij hoorde ik de minister zeggen dat ze gaat naar het onderwerp groen gas.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Inderdaad, dat is het volgende blokje. Als er dus nog vragen zijn over waterstof, dan ...
De heer Jumelet (CDA):
Precies, dan is dit het moment. Ik heb ook nog gevraagd naar de strikte Europese eisen over nabijheid voor RFNBO — vraag me niet wat dat allemaal betekent. Daar zit wat ons betreft in ieder geval een knelpunt als het gaat om de marktontwikkeling en om de vraag waarom het lastig is om groene waterstof verder te brengen. Kan de minister daar nog op reageren? Is ze bereid om het gesprek daarover te openen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij heb ik daar daarstraks iets over gezegd. Daar gaan we inderdaad over in gesprek in Brussel, ja. Dat heeft te maken met gesubsidieerde windenergie die niet gebruikt mag worden. Daar gaan we inderdaad over in gesprek.
Dan gaan we naar groen gas. Ook door groen gas — ik hoorde velen van u daarover spreken — bouwen we aan schone energie van eigen bodem en een waardevol gebruik van reststromen. Dat draagt dan weer bij aan de onafhankelijkheid van import van onder andere lng uit andere landen. Tegelijkertijd verbeteren de verdienkansen voor bedrijven. Met de bijmengverplichting van groen gas wordt gewerkt aan een zekere vraag naar groen gas, om zo de opschaling een impuls te geven.
Ik kom bij de specifieke vragen. U heeft gevraagd hoe en wanneer dan. Het aangepaste wetsvoorstel voor de Wet bijmengverplichting groen gas ligt momenteel ter advisering voor bij de Raad van State. Wij verwachten dat advies eind maart. Dan zal ik snel een nader rapport opstellen, zodat het wetsvoorstel zo snel mogelijk bij de Kamer kan worden ingediend. Het streven is om de bijmengverplichting per 1 januari 2027 in werking te laten treden. Dat hangt natuurlijk af van de timing en de inhoud van het advies van de Raad van State, waar ik nog geen kennis van heb, en van hoe snel u mij inplant om daar met u over te komen spreken. Maar wij zetten graag in op een snelle behandeling en snelle inwerkingtreding.
Wat is dan de impact van die bijmengverplichting? De stijging van de gasprijs bedraagt maximaal €0,015 per kuub gas vanaf de voorziene inwerkingtreding in 2027. Dat stijgt natuurlijk wel wat naar maximaal €0,09 in 2031. Om de impact van de bijmengverplichting te verlichten, heeft het kabinet halverwege 2025 besloten om het opbouwpad met 25% te verlagen. Daarnaast zorgt de openstelling voor buitenlands groen gas ook nog voor een betere vraag-aanboddynamiek, waardoor je die stroom wel op gang brengt, maar de prijs waarschijnlijk wat lager zal zijn, en de kosten voor de consument waarschijnlijk dus ook. Daarnaast zetten we natuurlijk in op een structurele verlaging van de energierekening van huishoudens door energiebesparing, verduurzamingssubsidies et cetera. Ook in de breedte houden we de energierekening van mensen dus echt in de gaten.
Dan is er een vraag van de heer Flach, die zei dat de bijmengverplichting in ETS2 voor tuinders een lastenverzwaring oplevert terwijl elektrificatie, dus het alternatief om eronderuit te komen, strandt door netcongestie. Het klopt inderdaad dat wkk in de glastuinbouw deels wordt gebruikt om te leveren aan het net, en dat die daarmee flexibiliteit kan leveren. Maar die draait natuurlijk op fossiel gas, dat we willen afbouwen. Het is dus wel belangrijk dat er een prikkel is om zo veel mogelijk gas te besparen, en ook om ervoor te zorgen dat er een businesscase is om verduurzaming te realiseren in deze trouwens fantastisch innovatieve sector. Dat doen we in het huidige beleid via beprijzing in het CO2-tarief voor de glastuinbouw en een beloning voor het leveren van elektriciteit aan het net door een financiële prikkel. Zo kan wkk lucratief worden ingezet op de juiste momenten, terwijl tuinders tegelijkertijd het eigen gebruik zo veel mogelijk verminderen. In lijn met het convenant en de afspraken uit de Voorjaarsnota zijn we in gesprek met de sector over compensatie voor de extra lasten door de bijmengverplichting. Hier gaan we de Kamer binnenkort extra over informeren.
Meneer Jumelet vroeg ook meer duidelijkheid over de inzet en regionale beschikbaarheid van groen gas. Daarbij gaat het erom hoe de gasmarkt werkt. Het wordt eigenlijk gewoon privaatrechtelijk als aardgas in het netwerk ingevoerd. Op het moment dat het wordt ingevoerd, is het dus gewoon gas dat in het netwerk zit en beschikbaar is voor iedereen. Het groene label wordt via privaatrechtelijke overeenkomsten verkocht op de markt. Er kan dus geen voorraad groen gas gereserveerd worden in bepaalde regio's, omdat het het net ingaat. Je kunt wel via die labels groen gas kopen, maar fysiek zit het dan gewoon in het netwerk.
Groen gas loopt mee in de interbestuurlijke samenwerking voor de ontwikkeling van het energiesysteem. Dat is een dure zin voor: we spreken natuurlijk met alle regio's over hoe we dit gaan organiseren met elkaar. We kijken ook welke afspraken nodig zijn met de regio's voor een duurzaam, betrouwbaar, betaalbaar en ook innovatief energiesysteem, dat de kansen pakt in 2050. Er komt een specifieke brief over de decentrale ontwikkelingen in het energiesysteem, waarin we ook de kansen die verschillenden van u over verschillende regio's hebben benoemd, kunnen meenemen, net als datgene wat we gaan ophalen bij onze werkbezoeken in de verschillende regio's. Bij onze werkbezoeken in de regio's wil ik ook graag met de regio's in gesprek over: hoe werkt het systeem hier nu voor jullie? Wat is er aan mogelijkheden? Wat zijn de knelpunten? Wat zijn de wensen? Hoe brengen we die dingen bij elkaar? Het moet namelijk als systeem werken, ook in de regio's.
Wil de minister een inputvrijstelling regelen om dubbele betaling voor productie en verbruik te voorkomen? Dat was ook een vraag van de heer Flach. De hoofdinput van groengasproductie, namelijk biomassa, is al vrijgesteld van energiebelasting, terwijl aardgas en het gebruik van elektriciteit tijdens het productieproces inderdaad belast zijn. Bij de vraag of een apart tarief te overwegen is, moet verder worden meegenomen waarom een fiscale regeling noodzakelijk is, om welke hoeveelheden aardgas en elektriciteit het gaat, wat de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling is, en hoe een dergelijke maatregel zich verhoudt tot bestaand en aankomend beleid en de uitvoerbaarheid. We bezien deze elementen en, nogmaals, in de context van het hele NPE kunnen we ook hier nog eens naar kijken, maar op dit moment zijn we niet voornemens om het gebruik van elektriciteit en aardgas bij groengasproductie vrij te stellen.
Welke ruimte is er om binnen de SDE gerichter ruimte voor groengasproductie te reserveren? De SDE werkt met de bekende hekjes, zodat we zorgen dat verschillende domeinen van de SDE tot ontwikkeling komen en niet alles opgaat aan maar één domein, terwijl de andere niet tot ontwikkeling en daarmee ook tot innovatie en kostenreductie komen. Na de beoordeling door RVO van de aanvragen voor de SDE++-ronde van 2025 wordt ook weer naar de hekjes gekeken, namelijk of ze op de juiste plaats staan. Hierover wordt in de Kamerbrief over de definitieve resultaten van de SDE 2025 gerapporteerd. Dan kunnen we dus ook kijken naar de vraag of de hekjes voor groen gas en moleculen op de juiste plek staan en zien we met elkaar hoe effectief we zijn geweest. Dat is ook een moment om daar weer over te spreken. Soms valt er weleens iets buiten waarvan van je dacht "dat klonk toch heel erg mooi", maar dan blijkt dat er misschien nog mooiere dingen zijn. We gaan met elkaar zien wat er uit die evaluatie komt en dan kunnen we met elkaar het gesprek voeren over de hekjes.
Voorrang netaansluiting; ook een vraag van de heer Flach. De complexiteit van het krijgen van een netaansluiting is een breed knelpunt. Nogmaals, we zetten daar als kabinet echt extra op in. De ACM gaat uiteindelijk over wie er voorrang krijgt. Het prioriteringskader van de ACM geeft voorrang aan partijen die vallen in de categorie congestieverzachters, dus dan ben je deel van de oplossing, veiligheid, natuurlijk, of basisbehoeften. Ik denk dat dat in ieder geval drie categorieën zijn waar we ons door de hele Kamer heen ook allemaal van harte in kunnen vinden, maar het betekent ook dat groen gas als zodanig daar niet onder valt. De ACM gaat ook over aanpassingen in het prioriteringskader, dus dat is echt een competentie van de ACM.
"De tijdelijke stikstofuitstoot wordt gecompenseerd door verlaging van de uitstoot van aangesloten veehouderijen. Kan dat tegen elkaar worden weggestreept?" Dat vroeg de heer Flach volgens mij. Wij zetten als kabinet in op een stikstofuitzondering bij de Europese Commissie voor de versnelling van de energietransitie. Kijken of we dingen slimmer kunnen doen, is daarvan dus zeker een onderdeel. Daarvoor moeten we naar Europa, maar dat gaan we zeker doen. Een positieve ontwikkeling in deze context is het Grids Package, waarin de Commissie ook ons voorstel heeft overgenomen voor een stikstofvrijstelling bij de elektriciteitsinfrastructuur, want dat was natuurlijk ook heel lang een knelpunt. We kunnen geen windmolens bouwen vanwege de stikstof, terwijl ze eigenlijk gaan bijdragen aan het verlagen van de stikstofuitstoot: hoe komen we uit die catch 22? Ik zet me nu in voor een verbreding daarvan voor onder andere waterstof en groen gas.
Daarnaast draagt het Programma Groen Gas bij aan de versnelling van de vergunningverlener door handreikingen voor vergunningverleners, Expertisecentrum Groen gas en lokale voorlichtingsbijeenkomsten over de vragen waar het kan en hoe het kan. Die voorkomen dat iedereen het wiel helemaal opnieuw moet uitvinden.
Dan was de laatste vraag van de heer Jumelet. Hij vroeg of ik bereid ben om samen met de ministers van LVVN en IenW in overleg met de sector een geactualiseerde integrale routekaart op te stellen. Mijn antwoord is: ja, en die komt voor het einde van het jaar naar de Kamer.
Voorzitter. Als het goed is, heb ik de vragen van de leden beantwoord. Excuses als ik er ergens een gemist heb. Daar kom ik dan graag op terug in de tweede termijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Als er geen andere interrupties zijn, gaan we door naar de tweede termijn van de leden. Dan geef ik graag weer het woord aan mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag beginnen met het aanvragen van een tweeminutendebat. Groene waterstof is volgens ons een essentieel onderdeel van de nieuwe energie-intensieve industrie, maar het is ook prijzig. Dus ik doe nogmaals de oproep: laat het waar het kan en gebruik het waar het moet. Zet vooral in op groene waterstof en beperk het gebruik van blauwe waterstof om lock-in te voorkomen, indachtig de methaanuitstoot die er in sommige gevallen voor zorgt dat grijze waterstof even schadelijk kan zijn als blauwe waterstof.
Nog even terugkomend op het verstrekken van subsidies aan bepaalde bedrijven: het gaat ons niet om onderscheid maken tussen bedrijfsresultaten, maar we vragen wel om reflectie van de minister op de inzet van de hele beperkte middelen die we hebben voor subsidies van bedrijven met grote winsten. Daarbij ontstaat de vraag: is normering daar een weg, zodat we die middelen kunnen gebruiken voor groene waterstof? We hebben samen namelijk al geconstateerd dat er eigenlijk meer geld nodig zou zijn voor die groene waterstof.
Dan doe ik ten aanzien van de reservebuffer die nodig zou zijn voor amortisatie nogmaals de oproep dat we ervoor willen waken dat het geld wordt weggehaald bij de groene waterstof. Ik kijk uit naar de voorwaarden van de minister voor blauwe waterstof, de verdere stappen die de minister wil gaan zetten op het gebied van vraagcreatie en specifiek de kansen bij de onderhandelingen van de Industrial Accelerator Act en de aankomende RED.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb een heel ambitieus en optimistisch betoog gehoord over klimaatbeleid. Dat was heel verfrissend en fijn. Ik heb zelfs een optimistisch betoog gehoord over waar het eventueel naartoe kan gaan met waterstof in het grote energiesysteem. Dat was misschien onverwacht, maar ook fijn. Onze wetgevingsagenda gaat daarom vollopen, zoals de minister terecht constateerde. Er is een sterke Europese inslag, ook op dit terrein. Dat heb ik gehoord ten aanzien van vraagcreatie, de harmonisatie van netkosten, de stikstofvrijstelling voor waterstof en groen gas — de verbreding daarvan vind ik erg goed nieuws — en het gebruik van onze gesubsidieerdewindstroom voor elektrolyse. Het Europese denken zit dus goed in deze commissie en bij deze minister. Ik heb daar veel waardering voor.
Ik ben ook blij met de beantwoording over blauwe waterstof, waarbij de minister aangaf: "We gaan inzetten op restgassen, bestaande grijze waterstof. Snelheid en klimaatwinst zijn daar het doel van. Nieuwe fabrieken hebben toch weinig realistisch economisch perspectief." Ik zou de minister graag willen vragen om die reflectie, die uiteraard breder en genuanceerder zal zijn dan hoe ik het nu samenvat, in een brief snel naar de Kamer te laten komen, ook omdat de markt, denk ik, op die duidelijkheid wacht. Die kan niet nog heel lang wachten.
Dan heb ik nog een vraag om op terug te komen. Ik heb geen antwoord gehoord op mijn vraag over offshore-elektrolyse. Nederland loopt daarin voorop, maar de kennisontwikkeling is door het vorige kabinet gepauzeerd. Dit had ik eerder moeten vragen, maar misschien kunt u daar straks nog op terugkomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank aan de minister, die uitgebreid heeft geantwoord op al die gestelde vragen. Dank daarvoor. Ik ben blij voor de aandacht voor groen gas. Ik begon met zeggen dat het wat betreft de energiemix soms een sluitstuk lijkt, maar ik heb hier ook enthousiasme gehoord over groen gas. Dat vinden we als CDA ontzettend belangrijk en fijn om te horen. Ik heb ook gevraagd naar de ideeën om met de provincies en gemeentes te bekijken wat er kan, tegen de achtergrond dat provincies energievisies hebben gemaakt en dat daar in ieder geval de behoefte bestaat om te weten of ze goede dingen aan het doen zijn. Ik kan me dus goed voorstellen dat in de routekaart — u zei die te gaan maken — ruimte wordt gebracht om dat gesprek goed te voeren en te bekijken waar vanuit provincies en gemeentes een bijdrage kan worden geleverd aan de productie van groen gas, maar wellicht ook aan het gebruik, in alle omstandigheden die zich voordoen.
Voorzitter. Net als anderen hier vroeg ik aandacht voor de voorwaarden. Ik denk dat het fijn is om te horen dat daaraan gewerkt gaat worden en dat we daar een brief over krijgen. Het gaat, denk ik, ook hier weer om snel duidelijkheid krijgen over waar het dan op aangaat. Ik noemde zelf het artikel van vandaag van Het Financieele Dagblad. Dat is niet een heel optimistisch verhaal, constateer ik. Ik hoor de minister hierover inderdaad wel optimistisch spreken. Ik denk dat het goed is om realistisch te zijn. Ik denk dat het dus vooral van belang is dat we elkaar in de komende tijd goed blijven informeren, maar ook dat we de goede afslagen kunnen nemen met alle mogelijkheden die er zijn.
Voorzitter, dank nogmaals. Tot zover.
De voorzitter:
Dank. Dan is het woord aan mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heren voor mij. Het was inderdaad een mooi en optimistisch verhaal. Dank voor de beantwoording van de vragen. Ik hoorde ook dat u eigenlijk met veel dingen met spoed aan de slag gaat. Fijn dat u een aantal dingen meeneemt naar Europa en Brussel, onder andere de verbreding van die stikstofvrijstelling en de eisen voor groene stroom en groene waterstofprojecten, waar we het eerder over gehad hebben.
Ik ben ook blij dat u vaart wilt maken met een keuze maken in en besluiten nemen over hoe we nou de infrastructuur gaan bekostigen. Daar kijken we natuurlijk goed naar uit.
Ik proef toch nog enige terughoudend bij nieuwe blauwewaterstofplannen, terwijl het een oproep is vanuit de hele waterstofketen. Ik wacht de update van het Nationaal Plan Energiesysteem af. Ik kijk daar goed naar uit. Ik wil toch oproepen om de oproep vanuit de waterstofwereld daarin goed mee te nemen.
De voorzitter:
Dank. Het woord is aan de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Een paar dingen. Ik moet heel even terugkomen op iets wat ik gezegd heb over die RED III. Het is zo dat andere landen ervoor kiezen om de lidstaatverplichting die geldt vanuit de RED III, niet door te leggen op individuele bedrijven. Ik denk dat dit iets preciezer is. De reden waarom ik van mening ben dat we wel gebruik zouden moeten kunnen maken van die uitzondering, ligt in het advies van de Raad van State. Die heeft het ook over het recital dat eigenlijk geen goede basis biedt voor die 60%, maar wel voor een volledige vrijstelling. Met andere woorden: dat recital biedt eigenlijk aanknopingspunten om het óf wel óf niet te doen, maar 60% lijkt niet goed onderbouwd op die manier. Daarmee ben ik iets preciezer dan ik in de eerste termijn was.
Netcongestie kwam ook even langs. Daar gaan we het ongetwijfeld in andere discussies nog heel vaak over hebben. Ik ben benieuwd of de minister het met me eens is dat netbeheerders daarin een heel belangrijke rol spelen. Daarbij zie ik vooral nog heel veel behoudendheid en focus op leveringszekerheid. Er zal een stevige rol van het kabinet gevraagd worden in ook wat minder voor de hand liggende oplossingen toepassen, zoals bijvoorbeeld het zwaarder belasten van het net. Zo zijn er nog wel een aantal van die oplossingen, maar daar komen we in een ander verband nog weleens op terug. Is de minister het ermee eens dat er echt een duidelijk sturende rol van het kabinet nodig zal zijn?
Tot slot. De SGP is ook heel blij met groen gas, omdat daarbij iets zichtbaar wordt van een integrale aanpak van twee problemen waar dit kabinet een oplossing voor moet gaan bedenken. Dat betreft zowel het gebied van stikstof als de energietransitie. Dus: volle kracht vooruit daarin.
De voorzitter:
Dan verzoek ik de heer Flach weer om tijdelijk het voorzitterschap over te nemen.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Boomsma van JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Het is inderdaad een heel optimistisch verhaal. Dat had ik ook wel verwacht, maar wij zijn niet helemaal gerustgesteld. Ik denk dat waterstofplannen gewoon veel te duur zijn. We kunnen hoog of laag springen, maar het is gewoon nog veel te duur. Dus nogmaals: wees gewoon realistisch.
De minister zei ook: voorzichtig met nationale koppen. Wij zouden zeggen: doe helemaal geen nationale koppen, want Nederland heeft door zijn hele technocratische doorgejuridiseerde stelsel sowieso al uitdagingen genoeg.
Wat betreft de jaarverplichting ammoniak sluit ik me inderdaad aan bij de heer Flach. De minister komt nog terug op de vraag wat nou precies de juridische verplichting is, maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat Nederland weer denkt dat iets moet van Europa, maar dat dat uiteindelijk niet zo is. We hebben ook bij stikstof gezien dat het eigenlijk gaat om een bepaalde interpretatie van ons. Volgens mij kan je gewoon die verplichting later in laten gaan of de eerste jaren een ingroeipad op 0% zetten.
Bij ijzerpoeder ging het ook om een juridische kwestie. Die richtlijn zou moeten worden aangepast. Dat is natuurlijk niet echt een goed argument. Als dat een goede technologie is, wil je die gewoon kunnen gebruiken. Is er nou inschatting van de efficiëntie daarvan qua kosten en effecten?
Over de import of productie van waterstof zegt de minister: allebei. Maar vanuit het oogpunt van onafhankelijkheid wil ze nog steeds vasthouden aan die 4 gigawatt binnenlandse productie. Ik vind dat zeker bij waterstof niet zo'n goed argument. Dat je niet afhankelijk wilt zijn van Russisch gas is één ding, maar waterstof kun je op zo veel plekken op aarde produceren, waaronder bijvoorbeeld in Spanje. Dan moet je dus niet bang zijn voor enige afhankelijkheid van dat soort landen. Mijn vraag is dus vooral of we echt inzicht hebben in de meerkosten van productie hier, vergeleken met de kosten van transport, en hoe die prognose zou veranderen. Hier hebben we niet echt een goed antwoord op gehoord. Ik vraag dit ook omdat onze Rekenkamer zegt dat de Nederlandse doelen voor productie van 4 gigawatt groene waterstof niet meer realistisch zijn. Dat zegt de Rekenkamer gewoon.
Tot slot wil ik aan de minister vragen om nog iets meer in te gaan op de conclusie van de Rekenkamer dat de 1,5 miljard voor dat landelijk netwerk volstrekt niet realistisch was. Als er vanuit het kabinet voorstellen en inschattingen van de kosten komen — het is allemaal al zo ontzettend duur — dan moeten we er als Kamer toch tenminste op kunnen rekenen dat die goed en realistisch worden ingeschat.
Voorzitter: Boomsma
De voorzitter:
Ik krijg het voorzitterschap terug. Dank u wel. Dan zijn we nu aan het einde van de tweede termijn van de Kamerleden. Ik vraag even of de minister meteen door wil. Vijf minuten? Dan schors ik voor vijf minuten.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef graag het woord aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter, en dank voor de opmerkingen van de Kamer in tweede termijn. U hoort inderdaad een optimistisch geluid, maar dat komt omdat ik graag wil kijken naar wat wel kan, en dat wil het kabinet ook. Dat betekent dus ook samen met u kijken naar wat wel kan, samen met marktpartijen kijken naar wat wel kan en samen met regio's kijken naar wat wel kan. Er kan nog steeds niet alles, maar we kunnen dan toch voortgang maken daar waar het wel kan. Laten we daar samen naar op zoek gaan, met een open blik, met de blik ook gericht op consistentie en efficiëntie. Ik denk dat we dan met elkaar een heel eind komen.
Mevrouw Van Oosterhout zei specifiek over waterstof: laat waar het kan, doe waar het moet. Ik denk dat dat een verstandige invalshoek is vanuit consistentie. Zij vroeg naar normering. Daarover zou ik bijna hetzelfde willen zeggen: normeren daar waar het kan en subsidiëren daar waar het moet. Maar daarbij kijken we dan natuurlijk zonder onderscheid van de afzender, want het gaat over: waar kunnen we wat doen met welk instrument in dat systeem om dat goed te laten werken? Soms is er geen ruimte voor normering, omdat de concurrentiekracht dat niet toelaat. Dan moet je met subsidiëring eerst bepaalde onrendabele toppen naar beneden krijgen. Zo kijk ik daartegen aan.
Dan waterstof. Ook daarbij gaan we kijken naar wat wel kan. Het is best een hele moeilijke markt. Mijn optimisme is niet omdat ik denk dat alles kan. Laten we de blik richten op wat wel kan en hoe we dat kunnen doen. In de verdere reflecties komen we natuurlijk ook terug op de samenhang in dat systeem. Europa zal heel belangrijk zijn in het creëren van bepaalde mogelijkheden, vanwege zowel de concurrentiekracht van onze industrie alsook mogelijkheden in bepaalde regelingen, richtlijnen of wetgeving om bepaalde technologieën nader te stimuleren. Ik kom daar zo ook nog even wat meer specifiek op terug.
Dan de provincies of de medeoverheden, want ook de waterschappen zijn soms heel belangrijk. Ook gemeenten zijn soms heel belangrijk voor sommige vraagstukken die we hebben. Bedrijven zijn soms heel belangrijk. Kijk naar wat wel kan en ga daar samen mee aan de slag.
Dan waren er nog een aantal meer gedetailleerde vragen waar ik op terug wil komen over beloftes over blauwe waterstof. Mevrouw Müller en meneer Boomsma schetsten eigenlijk de twee kanten van het palet waarbinnen we tot die balans moeten komen. Waar het past in een kosteneffectieve aanpak van het systeem moeten we het doen binnen de voorwaarden die daarvoor gesteld worden, wanneer het niet leidt tot een lock-in en het een kosteneffectieve mogelijkheid is op korte termijn. Dat zijn de dingen die ik daar eerder over gezegd heb. Tegelijkertijd spelen ook de kosten een rol: de vraag over zelf produceren versus importeren. De twee routes liggen op dit moment nog redelijk dicht bij elkaar. We gaan zien hoe het zich verder ontwikkelt.
Ik kom nu nog op een aantal meer specifieke punten terug. Mevrouw Van Oosterhout vroeg: we hebben de Industrial Accelerator Act, maar er zijn ook nog andere richtlijnen zoals de RED. De Renewable Energy Directive gaat over het gebruik van energiebrandstoffen. Daarin zie ik alleen mogelijkheden voor normen voor de mobiliteit. Maar over de mogelijkheden voor productnormen ontvangt u nadere informatie in het genoemde BNC-fiche over de Industry Act. Voor de herziening van de RED verwacht ik op zijn vroegst dit najaar een conceptvoorstel van de Europese Commissie, maar ik weet nu alvast dat u ook met deze blik naar dat voorstel zult kijken.
Nemen we in de visie op blauwe waterstof ook upstream methaanemissies mee? Daar zullen we inderdaad op terugkomen in de brief.
De heer Jumelet had nog nadere vragen over de voortgang bij de ontwikkeling bij CCS bij restgassen, de aanpassing in de SDE++ voor gasverbruik ter compensatie van de energetische omzetverliezen, investeringskosten voor waterstoftransport en aanpassing van branders en herijkte investeringskosten voor de installatie. Tot de 2026-ronde werd dit alleen ondersteund voor nieuwe waterstofinstallaties, maar vanaf 2026 wordt de omzetting van restgassen ook ondersteund in bestaande waterstofinstallaties.
De heer Flach had het nog een keer over de heroverweging van de ammoniakuitzondering, met name op het punt van recycling. We zien die informatie graag terug; dan kunnen we daarnaar kijken. Binnenkort stuur ik dat wetsvoorstel jaarverplichting RFNBO's in de industrie naar de Kamer, met inbegrip van de memorie van toelichting. Dan gaan we daarover in debat. Maar deze informatie is gewoon goed om alvast te hebben.
Dan was er nog een heel concrete vraag van de heer Klos — het debat eindigt bijna; dan kan ik met mooie antwoorden eindigen — of we het gereserveerde budget voor offshore elektrolyse in willen zetten om de continuïteit van kennis en capaciteit te waarborgen. Het antwoord daarop is "ja". Dat wil ik zeker. De beschikbare 25 miljoen zet ik in voor de voortzetting van het onderzoeksprogramma naar waterstof op zee. Ik denk dat we dat allemaal belangrijk vinden.
Dan was er nog een vraag, over de studie naar de kosten van het waterstofnetwerk. De vraag van de heer Boomsma was of dat niet beter had gekund. Ik denk dat het ruiterlijke antwoord daarop "ja" is; dat had beter gekund. Daar wordt in de kabinetsreactie ook een aantal dingen over gezegd. Ik denk dat het goed is om bij dit soort trajecten de Kamer vaker tussentijds mee te nemen, om met elkaar te kunnen zien hoe kosten zich ontwikkelen. Je kunt een inschatting maken. De Rekenkamer zegt ook duidelijk dat dat beter had gekund. Dat moet dan dus ook beter. Laten we als kabinet en Kamer ook bij dit soort grootschalige investeringsvoorstellen ervoor zorgen dat we dicht bij elkaar blijven, ook als de situatie zich anders ontwikkelt. Ik zou willen voorstellen om het zo verder met u te doen.
Voorzitter. Als het goed is, ben ik daarmee aan het einde gekomen van de beantwoording, maar wellicht heb ik nog een enkele vraag gemist.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde de minister net zeggen dat we eind dit jaar een voorstel rond of een herziening van de RED-richtlijn kunnen verwachten. Ik denk dat de minister zelf ook heel goed weet dat het in Brussel altijd beter is om vooraf te lobbyen voor een voorstel en dus niet pas als het voorstel er ligt. Ik zou de minister dus graag willen oproepen om zich in de tussentijd in Brussel daarvoor in te spannen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
U kunt erop rekenen dat ik mij actief in Brussel zal opstellen, in de breedte van de agenda waar wij hier met elkaar voor gaan. Vroegtijdige gesprekken met de Commissie kunnen hierin inderdaad een hele belangrijke rol spelen; die voer ik trouwens niet alleen, maar ook de mensen en de permanente vertegenwoordiging in Brussel. We zullen ons zeker actief in Brussel inzetten om de voorwaarden te creëren waarbinnen de Nederlandse transitie zo goed en zo snel mogelijk kan plaatsvinden. Daar kunt u van op aan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen. Dan rest mij nog wel de taak om de toezeggingen even door te nemen. Allereerst is er een tweeminutendebat aangevraagd door mevrouw Van Oosterhout. Die zal dan als eerste het woord voeren.
Er zijn een BNC-fiche en verschillende wetsvoorstellen aangekondigd. Die zien we dan op een gegeven moment verschijnen.
- De minister heeft toegezegd de Kamer te informeren over de ammoniakverplichting naar aanleiding van eventuele inzichten uit het buitenland.
Dat is eigenlijk ook een toezegging van de heer Flach, namelijk om informatie te delen! Dat is wat ongebruikelijk. Kunt u ook een termijn verbinden aan deze toezegging, meneer Flach?
De heer Flach (SGP):
Eind van de dag, voorzitter!
De voorzitter:
Eind van de dag! Dat is een snelheid die wij zeer op prijs stellen. De toezegging van de minister is dan om daarop terug te komen.
Dan andere toezeggingen:
- Voor de zomer informeert de minister de Kamer over de mogelijkheden om de kosten voor waterstofinfrastructuur te spreiden. In dat kader gaat zij ook in op de rol van garantiegeld en de gevolgen daarvan voor groene waterstof.
- De minister stuurt een brief over de decentrale ontwikkelingen van het energiesysteem.
Althans, dat hadden wij in ieder geval begrepen. Minister?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We kijken even terug. Volgens mij was er gevraagd om ... Wij gaan het NPE maken. Het is dan van belang om met de decentrale overheden, de provincies, in gesprek te gaan over de vraag hoe hun regionale energiesysteem eruitziet; dat was een vraag van de heer Jumelet. Als we dat NPE hebben, moeten we ervoor zorgen dat we in samenhang daarmee ook gesprekken voeren. Ik weet niet of dat per se een aparte brief moet worden. Maar we gaan in ieder geval bij de provincies langs en willen graag van ze horen wat de mogelijkheden zijn. Ik wil er ook voor zorgen dat die mogelijkheden zo goed mogelijk verwerkt worden in onze integrale aanpak. Of dat een aparte brief moet zijn of nog nader uitgewerkt moet worden … We kijken even wat daarin praktisch is. We luisteren goed naar de decentrale overheden. We zullen uw Kamer daar op gezette tijden over informeren. Misschien kunnen we het zo doen, in plaats van met een aparte brief.
De voorzitter:
Oké, dat is akkoord. Dan:
- De minister stuurt, mede namens de ministers van LVVN en IenW, voor het einde van het jaar een integrale routekaart.
- De minister informeert de Kamer over het onderzoek van mevrouw Caiafa.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nee, ik heb gezegd dat ik dat goed zou bekijken. Dat neem ik dan natuurlijk mee in het opstellen van het NPE, maar ik kom niet met een aparte brief over dat onderzoek. Over het punt van de decentrale overheden: er is een Routekaart Groen Gas. Daar komt inderdaad voor de zomer wel een brief over.
De heer Jumelet (CDA):
U heeft gezegd dat die er aan het eind van het jaar zou komen. Ik wil niet te veel druk erop zetten, maar …
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Aan het eind van het jaar komt de routekaart, maar er komt al een brief over de herijking van het Programma Groen Gas. We bedienen u zo snel mogelijk, zou ik maar zeggen.
De voorzitter:
Dat is fijn. Dan zijn we er. De heer Klos mist nog iets.
De heer Klos (D66):
Misschien heeft u het wel genoemd, maar ik mis de brief, op vrij korte termijn, over de voorwaarden voor blauwe waterstof. Had u die al genoemd?
De voorzitter:
Die had ik nog niet genoemd, maar de minister knikt, dus die komt er ook.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Die brief komt er. Ik heb echter met u afgesproken dat we eerst het NPE met elkaar bespreken, omdat we dan met elkaar zien welke rol blauwe waterstof zou moeten hebben. We kunnen dan daarna de brief sturen over de uitwerking van die voorwaarden, zodat die in lijn zijn met de rol van blauwe waterstof zoals we die met elkaar zien. In die volgorde komt die brief dus inderdaad, maar het NPE komt eerst. Daar gaan we dan met elkaar over spreken. Daarna kunnen we de uitwerking van die voorwaarden goed vormgeven.
De heer Klos (D66):
Het NPE komt in september, toch? Klopt dat?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Uiterlijk op Prinsjesdag.
De voorzitter:
Oké, dan zijn we eruit. Ik dank u allen hartelijk en sluit deze vergadering.