68e vergadering, dinsdag 12 mei 2026
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 148 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en mevrouw Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, de heer Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en de heer Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 12 mei 2026.
Vragen Van Brenk
Vragen Van Brenk
Vragen van het lid Van Brenk aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht "Twaalf medewerkers Radboudumc in quarantaine door foutieve procedures hantapatiënt".
De voorzitter:
Aan de orde is het vragenuur. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Van Brenk, die haar vragen stelt namens de fractie van 50PLUS. Die vragen stelt zij aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die ik vanaf deze plek ook van harte welkom heet in ons midden. Het woord is aan mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Recent werden we opgeschrikt door het bericht dat er op het cruiseschip Hondius een aantal gevallen van het hantavirus waren. Daar zijn mensen door overleden. Het is ook duidelijk dat het om de gevaarlijkste variant van dit virus gaat. Toch zijn er in het Radboudziekenhuis in Nijmegen standaardprocedures gevolgd in plaats van de strengere procedures die vereist zijn. Daardoor moeten twaalf medewerkers uit voorzorg zes weken in quarantaine. Ik wil toch van de minister weten: hoe kan dat nou? Hebben we nou niets geleerd van corona? Het ziekenhuis zegt dat de kans op besmetting klein is, maar wat betekent dat dan? Worden alle risico's afgedekt? Hoe zit het met gezinsleden en huisgenoten van de mensen in quarantaine? Ik zag gister het interview met de minister. Ik wil gewoon precies weten: wat houdt thuisquarantaine nou in? De minister noemde buiten wandelen. Dat klinkt toch wel heel vreemd. Is dit niet te kwetsbaar en is het eigenlijk niet veel logischer dat je een hotelvleugel afhuurt en mensen daar in quarantaine laat gaan? Ik hoor graag een reactie van de minister.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Ik zal zo op de specifieke vragen van mevrouw Van Brenk ingaan, maar eerst zeg ik ook iets naar aanleiding van haar inleidende woorden over het virus dat is uitgebroken op de Hondius twee weken geleden. Mevrouw Van Brenk zegt het treffend: het is een heel heftig virus waar je heel ziek van kan worden en ook aan kan overlijden. Dat is helaas in drie gevallen ook gebeurd. Ik wil graag vanaf deze plek mijn medeleven uitspreken aan alle nabestaanden. Tegen alle passagiers die aan boord zaten van het schip, in het bijzonder natuurlijk de Nederlanders, die gelukkig allemaal weer in Nederland zijn, wil ik zeggen dat ik me realiseer dat u allen een ongelofelijk heftige tijd aan boord van het schip heeft gehad en nu voor zes weken in quarantaine moet. Dat heeft gewoon een impact op je leven. Dat realiseer ik me.
Maar we doen dat niet voor niks. Het is namelijk een virus dat, hoewel het niet zo besmettelijk is als bijvoorbeeld corona, je wel heel ziek kan maken. Zoals ik al zei: de kans op overlijden is zeker aanwezig. Dan kunnen we niets anders doen dan het zekere voor het onzekere nemen. Wij hebben besloten om de richtlijn om in quarantaine te gaan, die vanuit het Europese RIVM, de ECDC, is gegeven, ook hier in Nederland van toepassing te verklaren. Dus dat is gebeurd. Mensen gaan nu voor zes weken in quarantaine. Dat gebeurt thuis, of, als je niet in Nederland een thuis hebt maar wel hier in Nederland bent opgevangen, op een speciaal daarvoor ingerichte locatie.
Voorzitter. Dan ga ik naar de specifieke vragen van mevrouw Van Brenk over de medewerkers uit het Radboudumc die uit voorzorg in quarantaine zijn gegaan. In het Radboudziekenhuis in Nijmegen zijn de strenge procedures gevolgd, maar niet de allerstrengste procedures zoals die gelden in het geval van dit hantavirus. Dat geldt in het geval van het afnemen van bloed en het afvoeren van urine van de patiënt die op dit moment in het Radboudumc wordt behandeld.
Voorzitter. De kans dat medewerkers daardoor besmet zijn is klein, maar omdat we weten dat we met een serieus virus te maken hebben, heeft het Radboudumc gezegd: "We nemen het zekere voor het onzekere. We weten dat dit een drastische maatregel is met een grote impact, maar we doen het wel, juist omdat we het zekere voor het onzekere willen nemen, omdat we er alles aan willen doen en omdat we alles op alles willen zetten om verspreiding van het virus te voorkomen."
Voorzitter. Mevrouw Van Brenk stelde mij een vraag over de gezinsleden en de huisgenoten van de mensen die in quarantaine gaan. Daar kan ik het volgende over zeggen. Dit geldt zowel voor de huisgenoten van de medewerkers van het Radboudumc als voor de huisgenoten van de mensen die van het schip komen. Gezinsleden of huisgenoten die niet op het schip waren dan wel medewerker zijn in het Radboudumc mogen naar buiten, naar school of naar hun werk, omdat we strikte regels hebben voor thuisquarantaine. Degene die in quarantaine zit, moet afstand houden, moet in een aparte slaapkamer slapen en moet, voor zover dat mogelijk is, gebruikmaken van een apart toilet dan wel steeds goede hygiënemaatregelen nemen na gebruik van het toilet. Dat zijn de reguliere en gangbare regels die gelden bij thuisquarantaine en die gelden ook nu. Ook hierbij volgen we de richtlijnen en de adviezen die via het RIVM tot ons zijn gekomen. Tot zover de regels die gelden voor thuisquarantaine.
Ik weet niet zeker of ik mevrouw Van Brenk goed hoorde, maar ik dacht dat zij een opmerking maakte over een rondje buiten lopen. Dat is toegestaan, maar je kunt niet naar een sportklasje gaan. Als je naar buiten gaat, dan geldt de afstandsregel nog steeds en dan moet je een mondkapje dragen. Waarom doen we dat? Omdat zes weken thuisblijven een ongelofelijke impact heeft. De beelden die we in de afgelopen dagen hebben gezien, doen ons allemaal terugdenken aan de heftige coronatijd. We weten wat de impact is van thuisblijven. Dat is nodig in dit geval, maar we weten tegelijkertijd dat je een rondje kunt lopen als je dat op een verantwoorde manier doet, met afstand houden en een mondkapje op. Dat is ook goed voor je welbevinden als je zes weken thuis moet blijven.
Voorzitter. Tot slot de laatste vraag van mevrouw Van Brenk: is het niet logischer om mensen in een hotel of op een aparte locatie in quarantaine te laten gaan? Ik begrijp die vraag heel goed. Ik heb zelf afgelopen vrijdag met Menno de Jong van het RIVM gesproken en het met hem ook gehad over de vraag hoe wij dit soort afwegingen maken. Het is heel belangrijk dat wij hierin een weging maken tussen wat het risico is en wat proportioneel is. Die verantwoordelijkheid neem ik dus ook bij de uitvoering van de maatregel. Met het oog op het risico en de proportionaliteit zeggen wij: zes weken is een lange tijd, maar het is nodig vanwege dit virus en vanwege de potentiële effecten en gevolgen. We willen mensen dat dan wel in hun thuisomgeving laten doen, zodat we de impact beperken waar we kunnen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wij vinden dit toch heel kwetsbaar. Het klinkt alsof je best een groot risico neemt, waarbij je er vertrouwen in hebt dat mensen zich zes weken aan die richtlijnen houden. Misschien kan de minister daar straks toch nog even dieper op ingaan. Misschien kan ze ook nog ingaan op wat het virus precies inhoudt, zodat de mensen die thuis meekijken daar wat meer gevoel bij hebben.
Vanochtend vroeg is op het vliegveld in Eindhoven het vliegtuig geland met dertien Nederlanders aan boord. Op welke manier is de quarantaine tijdens het vervoer in dat vliegtuig gewaarborgd? Ik blijf dan toch nog maar een keertje aandringen op het volgende: de kans op besmetting is misschien klein, maar kan de minister aanduiden hoe klein die kans nou is?
Minister Hermans:
Ik begin bij de vraag over het risico om dat toch thuis te doen en niet op een aparte locatie. Ook als je het op een aparte locatie doet — er zijn ook landen die daarvoor kiezen — is het niet zo dat je mensen kan opsluiten, want ook dan kan iemand naar buiten gaan of iemand anders opzoeken. Het gaat er dus uiteindelijk om hoe je op de locatie waar je de quarantaine regelt, de goede regels en instructies die daarbij horen — ik noemde net al de afstand en het mondkapje — in acht neemt. Je blijft dan zes weken thuis en kan zes weken niet je leven leiden zoals u en ik kunnen. Je kunt niet gewoon in- en uitlopen, leuke dingen gaan doen, boodschappen gaan doen, naar je werk gaan of naar school gaan. Dat kan gewoon zes weken niet. Dat wetende, zoek ik naar een vorm die kan, die verantwoord is, die gangbaar is en waarmee we de risico's kunnen beperken. De mensen die dit hebben meegemaakt, hebben echt iets meegemaakt. Daar zit een verantwoordelijkheidsgevoel. Zij willen op geen enkele manier verantwoordelijk zijn voor het verder verspreiden van dit virus.
Dan kom ik bij de vraag over wat het virus inhoudt, waarbij ik ook gelijk de besmettelijkheid zal meenemen. Het is echt een andere situatie, ook al doen de beelden ons herinneren aan corona. Het is een ander virus. Waar corona zich bijvoorbeeld, net als een griepvirus, snel door de lucht verspreidt, is dat in het geval van het hantavirus alleen door nauw en intensief contact. Het hantavirus kenden we ook al. Het coronavirus was nieuw en muteerde snel. Nogmaals, het is nu echt een andere situatie. Met al die kennis en de maatregelen die we nu nemen, hebben wij er vertrouwen in dat we dat virus onder controle kunnen houden.
Voorzitter. Dan kom ik tot slot bij de vraag over het vliegtuig. In dat vliegtuig hebben we afstandseisen gehanteerd en moesten mensen een mondkapje op, dus tijdens de reis waren ook richtlijnen voor quarantaine van kracht.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tenerife wilde het cruiseschip niet aan wal hebben. Het cruiseschip komt nu richting Rotterdam. Op dat schip is nog een overledene aanwezig. Dat schip komt naar Rotterdam om schoongemaakt te worden. Ik wil graag van de minister weten hoe we de veiligheid hebben geregeld. Moeten mensen zich zorgen maken? Kan de minister aangeven wat voor voorzorgsmaatregelen er genomen worden? Hoe kan je zo'n groot schip schoonmaken? Wat zijn de plannen daarvoor? Wat Spanje eng vond, vinden wij schijnbaar niet eng. Misschien kan de minister dat nog wat toelichten.
De voorzitter:
Minister, kort en bondig, alstublieft.
Minister Hermans:
Net als op Tenerife zullen ook hier natuurlijk allerlei maatregelen genomen worden om verspreiding te voorkomen. Op het schip is nog een deel van de bemanning aanwezig. Vandaag nog is er een overleg tussen de reder, de GGD Rotterdam-Rijnmond, het RIVM en natuurlijk het havenbedrijf over hoe we dit precies gaan doen. Het schip is gisteravond gaan varen en komt, uit mijn hoofd gezegd, in de nacht van zondag op maandag aan in Rotterdam. We richten de procedure nu heel precies in. Zodra we die precies weten, zal ik de Kamer daar uiteraard over informeren, maar het is nu work in progress. We hebben ons eerst gefocust op de mensen die aan boord waren veilig thuiskrijgen. Dat is nu gelukt. Die mensen zijn nu allemaal van het schip af en naar verschillende landen gevlogen. Nu is onze aandacht gericht op dat schip hier veilig laten aanleggen, het veilig schoonmaken en natuurlijk ook op de bemanning aan boord op een veilige plek in quarantaine brengen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Betekent dat dat de mensen die het schip gaan schoonmaken, daarna ook in quarantaine moeten of zijn er zodanige maatregelen dat dat niet hoeft?
Minister Hermans:
Ik heb de afgelopen dagen rondom dit virus geleerd dat er steeds nieuwe informatie komt en er zich ook nieuwe vragen aandienen. Ik vind dit een heel terechte vraag van mevrouw Van Brenk, maar ik ga hier nu niet speculeren. Dit overleg vindt namelijk zo'n beetje as we speak plaats. Zodra ik weet hoe dat proces eruit gaat zien, welke stappen er in de voorbereiding gezet worden maar ook als dat schip er eenmaal is en rondom de bemanning, zal ik de Kamer daarover informeren.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij dat wij daar dan informatie over krijgen. Vanaf deze plaats wil ik ook alle mensen die in quarantaine zijn en die mensen hebben verloren door dat vreselijke virus, heel veel sterkte wensen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Een vervolgvraag van de heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik richt allereerst ook mijn medeleven tot de nabestaanden van de overledenen en wens de mensen die in quarantaine moeten sterkte. De minister gaf terecht aan dat het een ander virus is dan het coronavirus. Tegelijkertijd is de overeenkomst natuurlijk wel dat we nog een heel aantal dingen niet weten over dit virus. Ook dat gaf de minister aan. Mijn vraag is eigenlijk of we in navolging van de coronalessen dit virus ook goed kunnen volgen. Een van de belangrijkste lessen van corona was namelijk dat zo snel mogelijk moet worden opgespoord waar dat virus zich ontwikkelt, waar het zich verspreidt, waar het opkomt en dergelijke. Ik vraag mij af welke mogelijkheden we daartoe hebben in het geval van bijvoorbeeld dit hantavirus. Kan de minister daarop ingaan, eventueel per brief?
Minister Hermans:
Er is informatie, maar dat is inderdaad beperkte informatie. Daar heeft de heer Bushoff gelijk in. Wat we nu meemaken, levert nieuwe informatie en nieuwe kennis op, zowel van de mensen die ziek zijn als van mensen die dat niet worden of die straks misschien het virus doormaken, maar geen verschijnselen hebben. Dat is allemaal relevante informatie om meer over dit virus te weten te komen. De kennisuitwisseling daarover is van het allergrootste belang, zo heb ik ook de afgelopen dagen gezien. Het onderstreept ook maar eens hoe belangrijk het is dat we die investering in de pandemische paraatheid met steun … Of nee, ik moet eigenlijk zeggen dat we die investering op aandringen van de Kamer — ik zie mevrouw Bikker nu zitten — overeind hebben kunnen houden. Ik wil graag toezeggen aan de heer Bushoff dat ik wat we in de komende weken aan informatie opdoen en hoe ons dat helpt, blijf delen in mijn updates over het virus. Maar het is inderdaad zo dat daar aandacht voor is. Die vraag kan ik bevestigend beantwoorden.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het Radboudumc heeft sinds 2022 twee hypermoderne isolatie-units, maar toch is ervoor gekozen om die mensen niet daar op te nemen. Het gevolg daarvan is dat twaalf mensen zes weken in quarantaine moeten. In het VK is het Andesvirus al jaren formeel geclassificeerd als airborne HCID, met dwingende protocollen. Nederland kent zo'n classificatie niet. De vraag aan de minister is: bent u bereid toe te zeggen dat u voor oktober 2026 een nationale HCID-lijst invoert, met twee aangewezen behandelcentra, 24/7 RIVM-advies en dwingende virusspecifieke IPC-protocollen, bindend per ziekteverwekker?
Minister Hermans:
De heer Claassen noemt nu allerlei technische termen die mij niet allemaal tot achter de komma bekend zijn. Maar in algemene zin is er het volgende aan de hand rondom het Radboudumc. Dat is niet anders dan u ook in de kranten heeft gelezen. Er gelden strenge procedures voor het afnemen van bloed en voor het afvoeren van urine in het geval dat er sprake is van zo'n ernstig virus als het hantavirus. In het Radboudumc hebben ze de strenge procedures gevolgd, maar niet de allerstrengste procedure die nu gevolgd had moeten worden. Dat is niet goed geweest. Daar gaan ze natuurlijk ook van leren voor de toekomst. Ook hebben zij gezegd: wij nemen het zekere voor het onzekere; wij zetten deze twaalf collega's uit voorzorg zes weken in quarantaine.
Mevrouw Wendel (VVD):
Het was een hele belangrijke, maar natuurlijk ook een complexe operatie om de Nederlanders weer veilig terug naar huis te krijgen. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Ziet zij risico's naar aanleiding daarvan? Hoe is dat verlopen? Hoe ging de samenwerking? Ik ben benieuwd naar iets meer inzichten daarin.
Minister Hermans:
Mevrouw Wendel heeft gelijk: het was een complexe operatie. Er waren veel nationaliteiten aan boord. Het was een schip onder Nederlandse vlag, dat in eerste instantie in de buurt van een land lag, Kaapverdië, waar het schip niet kon aanmeren met ernstig zieke mensen aan boord. Het begon dus met een medische evacuatie. Daarna moest het schip ergens kunnen aanmeren, zodat de passagiers van boord konden en naar huis gebracht konden worden. Ik ben onder de indruk, mag ik wel zeggen, van de samenwerking nationaal en internationaal, de samenwerking met de verschillende RIVM'en, om het zo te zeggen, in Europa en natuurlijk ECDC, maar ook hier in Nederland met het ministerie van Buitenlandse Zaken, het ministerie van Defensie, het RIVM en alle GGD'en. Ik denk dat we bij corona geleerd hebben hoe belangrijk het is dat die lijnen kort zijn, dat er op een goede manier wordt samengewerkt en gecoördineerd, zodat je, als zo'n situatie aan de orde is, heel snel kunt opschalen, elkaar kunt vinden en kunt regelen wat er geregeld moet worden. Dus naast mijn medeleven, hierbij ook vanaf deze plek een woord van dank aan iedereen die de afgelopen dagen keihard gewerkt heeft.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar aanwezigheid en voor de beantwoording van de vragen.
Vragen El Abassi
Vragen El Abassi
Vragen van het lid El Abassi aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Stadhuis IJsselstein zwaar beschadigd na hevig protest tegen noodopvang, burgemeester spreekt van 'terror'".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer El Abassi voor zijn vragen namens de fractie van DENK aan de minister van Asiel en Migratie, die ik van harte welkom heet in vak K. Het woord is aan de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Stadhuizen zijn zwaar beschadigd. Er zijn hakenkruizen, geklad met de tekst "nee, azc" en discriminerende en gewelddadige uitingen richting burgemeesters, structureel. De afgelopen weken wordt het land opnieuw geterroriseerd door ronduit extreemrechts tuig in Apeldoorn, in Loosdrecht en in IJsselstein. Dit zijn geen incidenten; dit is een patroon. Dit is een patroon van haat en geweld, opgestookt door politici aan de rechterflank van deze Kamer. Iedereen die het ermee oneens is, krijgt de volle laag. Raadsleden en onschuldige burgers worden geïntimideerd en bedreigd. Burgemeesters krijgen te horen dat er op hen gejaagd wordt. Burgemeesters moeten zich uit angst achter hekken verschuilen. Dit zijn geen "bezorgde ondernemers", zoals sommige politici deze terreur met de mantel der liefde willen bedekken; dit is gewoon anti-azc-terrorisme.
Uit onderzoek blijkt dat extreemrechtse en neonazistische groeperingen zoals Defend Netherlands de anti-azc-protesten organiseren. Ze zaaien angst over de komst van asielzoekers en stoken de vreemdelingenhaat op. Dit is allemaal in dienst van hun racistische politieke agenda. Dit heeft helemaal niets te maken met legitiem protest; dit is puur anti-azc-terrorisme.
Ik wil daarom aan de minister vragen: wanneer gaat dit kabinet erkennen dat er sprake is van terroristisch geweld? Wanneer geweld en intimidatie worden ingezet om politieke besluitvorming te beïnvloeden, wanneer overheidsinstellingen bewust een doelwit worden gemaakt en wanneer bevolkingsgroepen systematisch worden gedemoniseerd, dan raken we aan de kenmerken van terrorisme. Is de minister het hiermee eens?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van den Brink:
Goedemiddag, voorzitter. Het is goed dat dit onderwerp wordt aangesneden. We hebben gezien wat er gebeurd is rondom demonstraties en het uit de hand lopen daarvan. Dit debat en deze discussie gaan over geweld, bedreigingen en vandalisme. Dit kabinet heeft nul begrip voor standpunten die gepaard gaan met gedragingen die onacceptabel zijn in onze democratische rechtsstaat. Het komt voor dat mensen in onze samenleving het niet eens zijn met beslissingen van een bestuur op lokaal of nationaal niveau, maar daar hebben we democratische middelen voor, waaronder het debat hier in het parlement, in gemeenteraadszalen en in provinciale huizen. Het recht op demonstratie, petitie en vergadering horen daarbinnen, maar geweldsuitingen horen daar op geen enkele manier bij. Los van fysieke schade schaadt het de individuele mensen en hun gezinnen, en ook onze rechtsstaat.
Om diezelfde reden accepteren wij ook niet de normalisering van allerlei extremistische uitingen, die we daar soms ook bij aanwezig zien. We zagen eerder dat politiemensen tijdens die anti-asielprotesten onder andere werden bekogeld met niet alleen allerlei voorwerpen zoals eieren en frisdrank, maar ook zwaar vuurwerk. Burgemeesters, wethouders, gemeenteraadsleden en ambtenaren zijn onder druk gezet en zelfs bedreigd. Het enige antwoord dat we hierop hebben is onze eigen democratische rechtsstaat, specifiek de opsporingsdiensten. Die vervullen hier een taak. Justitie en de politie doen dat ook. In het geval van IJsselstein, waar volgens mij origineel de vragen over gesteld waren, hebben er inmiddels ook twee aanhoudingen plaatsgevonden. We hebben hier de gezamenlijke taak om het publieke debat op een verantwoorde wijze te voeren, niet alleen hier, zoals wij hier met ons allen aanwezig zijn, maar ook buiten, in de samenleving, in heel Nederland. We moeten voorkomen dat lokale relschoppers signalen in het publieke debat opvatten als een aanjager om zich te misdragen. Daarvoor is het voor het kabinet irrelevant welke titel erop wordt geplakt, want elke vorm van geweld is onacceptabel, met welk motief dan ook.
De heer El Abassi (DENK):
Het is in het kader van het normaliseren, wat de minister terecht noemt, volgens mij wél terecht dat we daar een sticker op plakken. We zien bijvoorbeeld dat er bij het pand van D66 gekeken wordt naar een terroristisch oogmerk. We weten ook dat het wat kan doen met mogelijke daders en verdachten als ze weten dat er zo'n kenmerk op geplakt kan worden. Ik zou de minister willen vragen waarom er bij het pand van D66, terecht, gekeken wordt naar een terroristisch oogmerk en hier niet.
Minister Van den Brink:
Laat ik daarover heel helder zijn: discriminerende, racistische en antisemitische uitingen horen niet in ons land thuis, los van het feit of iets geduid kan worden als extremistisch. Het belagen van de politie en het vernielen van het stadhuis zijn ook volstrekt onacceptabel. Tegelijkertijd wordt het onderzocht en wordt er onderzoek naar gedaan. Uiteindelijk is het aan het OM om daar met een vervolgingsbeslissing over te komen en aan de rechter om daar een uitspraak over te doen. Aan de hand daarvan zal het kabinet zich voegen naar de uitspraken die daarover worden gedaan, maar wij zijn als kabinet niet het instituut dat zich dient uit te spreken over met welk motief iets gepaard is gegaan.
De heer El Abassi (DENK):
We moeten dit niet normaliseren. Ik zou toch willen dat de minister zich hier wat steviger tegen uit. Er zijn overheidsinstellingen bewust doelwit gemaakt en verschillende gemeenten hebben beslissingen teruggedraaid op basis van de terreur die heeft plaatsgevonden. Is de minister dan op z'n minst bereid om met het OM in gesprek te gaan om te kijken naar een terroristisch oogmerk?
Minister Van den Brink:
Wij hebben daarover volgens mij net hier en op veel andere momenten in de afgelopen dagen en weken in de meest krachtige bewoordingen uitspraken gedaan, ook over de aanslag op het partijkantoor van D66, waar u naar verwijst. Dat zullen we ook blijven doen, maar we zullen het uiteindelijk wel aan het OM laten om daar uitspraken over te doen. Ik kan u wel zeggen dat we natuurlijk ook kijken naar of er sprake is van georganiseerde acties rondom de gewelddadigheden die we zien. Daar wordt ook onderzoek naar gedaan. Daar is de AIVD ook een onderdeel van. Er wordt dus alles op alles gezet om het te onderzoeken, maar het is uiteindelijk aan het OM en aan de rechter om daar een oordeel over te vellen.
De heer El Abassi (DENK):
Uitspraken van het OM ... Ook wij doen hier uitspraken, of dat nu gaat over leuzen of over bepaalde handelingen. Ik zou de minister willen vragen: wat vindt de minister van het feit dat we constant te maken hebben met symbolen als hakenkruizen, "Sieg-heilen" en NSB-vlaggen? Vindt de minister dat antisemitisch?
Minister Van den Brink:
We hebben natuurlijk al vaak het debat gevoerd over welke uitingen wel of niet verboden zijn. Er is geen algemeen verbod in Nederland op bepaalde typen uitingen, want het vooraf verbieden van uitingen is namelijk preventieve censuur en dat is niet toegestaan door onze Grondwet, maar het kan wel degelijk strafbaar zijn als je een bepaalde vlag draagt of een andere uiting doet in het openbaar. Dat zal het Openbaar Ministerie altijd per concreet geval beoordelen, maar daar spelen wel de context waarmee dat wordt gedaan en hoe dat plaatsvindt een rol. Maar het in de openbaarheid tonen van een hakenkruisvlag of een prinsenvlag kan strafbaar zijn en onder meer opruiing, groepsbelediging of aanzetten tot haat, discriminatie of geweld opleveren. Ook hier geldt weer dat we een wetboek hebben. In het wetboek is het verankerd. Uiteindelijk is het aan het OM en aan de rechterlijke macht om daarover te oordelen.
De heer El Abassi (DENK):
We hebben inderdaad een wetboek en we hebben ook hier in het huis de rol om dingen niet te normaliseren en niet normaal te maken. We hebben het hier over hakenkruizen, nazistische symbolen en "Sieg-heilen". Als de minister zegt dat dat strafbaar kán zijn en hij dat harde bewoordingen vindt, dan kan ik u vertellen dat wij daar als partij veel steviger in staan.
Is de minister bereid om ook de extreemrechtse olifanten in deze Kamer te benoemen, namelijk dat het anti-azc-terrorisme wordt opgestookt en gelegitimeerd door politieke partijen aan de rechterflank die angst zaaien tegen nieuwkomers?
Minister Van den Brink:
Laten we allemaal onze eigen rol spelen. Niet spelen als in spelen, maar als in zuiver zijn over welk instituut we vertegenwoordigen. Ik vertegenwoordig het instituut van het kabinet. Ik ben hier minister. In die zin roep ik onze samenleving op om ieder debat op een fatsoenlijke wijze te voeren. Ik verwerp iedere uiting van geweld, zoals vuurwerk gooien en allerlei andere zaken die richting bestuurders of richting gebouwen gaan. Laat het debat in deze Kamer gaan over onze ideeën. Laten we het op die manier met elkaar voeren. Dat is mijn rol als minister. Ik ga niet de Kamer becommentariëren in die zin.
De voorzitter:
De heer El Abassi, afrondend.
De heer El Abassi (DENK):
Ik had gehoopt dat de minister het ook zou hebben over woorden als "asielinvasie", "omvolking" en "Nederland terugpakken", bewoordingen die hierbij voorkomen.
Ten slotte: wat gaat de minister doen om gemeenten te beschermen tegen dit anti-azc-terrorisme? Hoeveel daders zijn er opgepakt? Is de minister bereid om snelrecht toe te passen? Wat gaat hij doen om burgemeesters te steunen?
Minister Van den Brink:
Wij zetten zeker alle middelen in die de politie tot haar beschikking heeft, waaronder het snelrecht, bijvoorbeeld voor de mensen die in IJsselstein zijn aangehouden. De onderzoeken lopen door. Er worden verschillende gebiedsverboden ingezet. Er worden controles gedaan bij mensen thuis op vuurwerk of anderszins, ten aanzien van verdachte acties die mensen wilden ondernemen. De rechtsstaat functioneert dus volop. Tegelijkertijd hebben wij een debat met elkaar te voeren over hoe wij omgaan met asiel. Daarvoor sta ik dan ook nog. Ik vervang hier vandaag de minister van Justitie, maar mijn dagelijkse bezigheden richten zich op het beperken van de instroom in Nederland, om het draagvlak voor asiel te behouden, en tegelijkertijd op het realiseren van de opvang die noodzakelijk is. Dat is mijn opdracht.
De heer Mathlouti (D66):
Er wordt vaak in dit huis gezegd dat demonstreren een groot goed is. Daar moeten we volgens mij heel trots op zijn. Als inwoners van een bepaalde gemeente zich zorgen maken omdat daar een overheidsbesluit is genomen, is het aan die gemeente om die zorgen serieus te nemen en daarover het gesprek te voeren. Ik denk dat de burgemeester van Den Bosch dat gisteren op tv heel goed verwoordde. Maar we zien een patroon — de heer El Abassi zei het ook — van geweld, intimidatie en vernieling. Het is toch wel zaak, ook met het oog op verdere openingen van azc's in het kader van de Spreidingswet, om dat glashard te normeren.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Mathlouti (D66):
Wat gaat het kabinet de komende tijd concreet doen om het keihard te veroordelen en te normen? Ik proefde net namelijk een beetje een ontwijkend antwoord.
Minister Van den Brink:
Ik gaf net aan dat we dit debat en deze discussie wat mij betreft helemaal niet starten met het demonstratierecht. Dit debat gaat gewoon over geweld en over het uitspreken dat geweld op geen enkele manier in onze samenleving hoort. Er is geen enkel motief voor geweld dat dit kabinet acceptabel vindt voor het verkondigen van je mening over wat dan ook. Daarmee heb ik dus genormeerd. Tegelijkertijd zetten we de rechtsstaat ten volle in om mensen te vervolgen die daaraan hebben bijgedragen. Met de AIVD doen we onderzoek naar eventuele patronen die daarachter zitten.
Ten slotte sta ik naast alle lokale bestuurders die uitvoering geven aan wetten die in dit parlement tot stand zijn gebracht, waaronder de Spreidingswet. Ik zie dat bestuurders dat blijven doen. Ik zie dat er ook op lokaal niveau flinke demonstraties plaatsvinden. Dat is een goed recht, als dat op een fatsoenlijke manier gebeurt. Tegelijkertijd houden diezelfde bestuurders vast aan hun voornemen om asielopvang te openen, omdat we dat met elkaar hebben afgesproken.
De heer Ceulemans (JA21):
Het is heel simpel: alles wat te maken heeft met geweld, intimidatie en vernielingen is op geen enkele manier goed te praten. Dat veroordelen wij zonder mitsen of maren. Wat het eveneens heel kwalijk maakt, is dat het ook partijen als DENK de gelegenheid biedt om te doen alsof al die inwoners die nu worden geconfronteerd met een noodopvangvoorziening in hun dorp, wat een gemeenschap ontwricht, terroristen of neonazi's zijn. Dat zijn gewoon nette, hardwerkende mensen die van de ene op de andere dag geconfronteerd worden met iets wat ze niet willen. Ik vraag de minister: erkent hij dat het heel legitiem is om daar grote bezwaren tegen te hebben? Erkent hij dat het verzoek dat hij heeft gedaan voor die noodopvang een bom heeft laten afgaan in heel veel van die gemeenten en dat de afgelopen weken hebben laten zien dat daar gewoon geen draagvlak voor is?
Minister Van den Brink:
Ik erken dat ik als minister uitvoering geef aan een wet. Uitvoering geven aan een wet is volgens mij het begin van mijn werkzaamheden als minister. Dat doe ik zo goed mogelijk in overleg met lokaal bestuur. Ik zie natuurlijk ook dat het feit dat de wet de afgelopen tijd onvoldoende is uitgevoerd, leidt tot een vraag van mij voor spoednoodopvangplekken. Dat heeft tot gevolg dat er sprake is van een veel snellere realisatie. Omdat het om spoedplekken gaat, ontstaat er een discussie op lokaal niveau. Tegelijkertijd erken ik dat iedere vorm van demonstratie en overleg en mensen die daar bezorgd over zijn gewoon onderdeel zijn van onze samenleving. Laten we het asjeblieft mooi vinden aan onze samenleving dat je hier in dit land bezorgd kunt zijn en daar uiting aan kunt geven. Tegelijkertijd — dat hoor ik u ook zeggen — moeten we acuut een streep trekken en het niet meer hebben over demonstratierecht, maar over geweld, als mensen met vuurwerk beginnen te gooien naar onze politieagenten. Laten we het in die zin gewoon simpel maken. Laten we in dit land een debat hebben over onze zorgen, over wat onze opgave is en over wat we met elkaar hebben afgesproken in wetgeving. Laten we dat op een fatsoenlijke manier doen. Zo simpel is het.
De heer Ceulemans (JA21):
Het probleem is natuurlijk dat mensen in gemeenten zien dat de landelijke politiek al jarenlang faalt als het gaat om asiel. Al jarenlang gebeurt er niets aan instroombeperking. Mensen zien dat er per week 1.000 asielzoekers binnen blijven komen en dat de politiek niets doet. Het enige wat ze wel zien, is dat er op verzoek van deze minister ineens van de ene op de andere dag en zonder aankondiging een noodopvanglocatie in hun gemeente komt. Dat ontwricht een gemeenschap. Ik heb begrepen dat de eerste asielzoekers in Loosdrecht inmiddels zijn aangekomen. Is de minister het met mij eens dat dit ook vanuit de kant van een gemeente geen prestigestrijd mag worden? Het moet niet zo zijn dat een gemeente zegt "ik zet dit nu coûte que coûte door, omdat ik niet wil zwichten", terwijl dat protest komt van nette mensen. De afgelopen dagen hebben laten zien dat het in alle opzichten gewoon extreem onverstandig is omdat plan door te zetten.
Minister Van den Brink:
Ik steun ten volle dat die gemeenten niet zwichten voor geweld. Dat is mijn simpele antwoord.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Nederlandse dorpen en steden zijn geteisterd door extreemrechts geweld. We moeten niet vergeten dat het deze minister zelf was die een oproep, een noodkreet, heeft gedaan aan burgemeesters om voor noodopvang te zorgen. Nu doen die burgemeesters dat. Ze steken hun nek uit en ze worden geïntimideerd en bedreigd. Er zijn gewelddadigheden, er zijn hakenkruizen en er wordt "Sieg Heil" geroepen. En wat doet het kabinet? Het is oorverdovend stil. Er is geen reactie van de premier en geen reactie van de vicepremier. Zij zegt alleen wel: we hebben toch een probleem; we moeten grip krijgen op die migratie.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoorde deze minister net ook weer zeggen: we hebben een debat te voeren over asiel. Nee, we hebben een debat te voeren over de opkomst van extreemrechts geweld.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Teunissen?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Waarom spreekt de minister zich daar niet duidelijker tegen uit?
Minister Van den Brink:
Ik denk dat dit fantastisch laat zien hoe het in deze Kamer gaat. Er zijn nogal grote tegenstellingen. Ik heb de vraag nu namelijk van verschillende hoeken gekregen. Ik zal de hoeken geen kwalificatie geven. Dit kabinet is gewoon heel duidelijk. Wij hebben een veroordeling uitgesproken over iedere vorm van geweld. Dat hebben we al een paar keer gedaan en dat blijven we doen. Ik ben daarop aanspreekbaar en ik zal daar ook op aanspreekbaar blijven. Bij iedere vorm van geweld met een motief, waar u op duidt, zal ook gewoon vervolging plaatsvinden. In die zin werkt onze rechtsstaat voor al diegenen die zich misdragen en geweld gebruiken. Dat moeten we blijven doen. Dat moeten we ook blijven normeren. Tegelijkertijd zal ik eraan blijven werken dat we wel een debat kunnen voeren over asiel, dat ik wel het debat blijf voeren over instroombeperkende maatregelen en dat ik net zozeer het debat voer over opvang. Dat hoort namelijk bij elkaar. Ik heb hier al heel vaak gezegd, ook vanaf een andere plek toen ik hier nog een andere rol had, dat iedereen die probeert het asieldebat in tweeën te knippen door alleen over instroom of alleen over opvang te praten, geen recht doet aan het probleem. We hebben én de instroom te beperken én de opvang met elkaar op te lossen. Ik kan het niet mooier maken, maar dat is wel waar ik mee door zal blijven gaan.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit extreemrechts geweld is mede toegenomen door ophitserij, ook in deze Kamer en ook in het kabinet, door vluchtelingen steeds als zondebok aan te merken. Vervolgens zeg je dan: we hebben wel noodopvang nodig, dus we gaan een brief sturen. Er zijn burgemeesters die hun nek uitsteken en het kabinet is zich prima bewust van de gevoelige context waarin ze deze brief sturen. Burgemeesters steken hun nek uit, en als er vervolgens enorme rellen zijn, als er met vuurwerkbommen naar de politie wordt gegooid, is het vanuit de premier oorverdovend stil en is het vanuit de vicepremier oorverdovend stil, terwijl altijd die veiligheid vooropstaat. Ik vraag dan of de minister van Asiel zich niet heel alleen heeft gevoeld in het kabinet, omdat er niet steviger stelling is genomen en we niet weigeren te normaliseren dat hier sprake is van extreemrechts geweld. Waarom trekt het kabinet geen heldere lijn?
Minister Van den Brink:
Ik heb niet echt een aanleg om mij alleen te voelen. Dat voel ik mij ook niet, zeker niet in dit kabinet, omdat we met elkaar heel duidelijke afspraken hebben gemaakt. Ik sta gewoon voor die afspraken en die voer ik ook uit. Ik heb daarvoor de volledige steun van het kabinet. Dat betekent dat ik doorga met het realiseren van instroombeperkende maatregelen en met het realiseren van opvang door uitvoering te geven aan de Spreidingswet. Ik blijf in gesprek met alle gemeentes die dat voor mij proberen te realiseren. Ik doe een groot beroep op hen; dat snap ik ook. Ik heb grote waardering voor alle handhavers van onze openbare orde die daar elke dag weer staan en voor burgemeesters, wethouders en gemeenteraadsleden die samen proberen asielopvang te realiseren. Alle andere woorden werp ik toch enigszins van mij, omdat daar allerlei suggesties in zitten die het kabinet niet tot de zijne rekent.
De heer Dassen (Volt):
We zien dat extreemrechtse bewegingen internationaal samenwerken rond deze azc-protesten. Mijn vraag aan deze minister is: wat heeft het kabinet concreet ondernomen om te zorgen dat die bewegingen worden tegengegaan?
Minister Van den Brink:
Dat is een van de vragen die ook op lokaal niveau worden bekeken. Op lokaal niveau wordt op het moment dat een demonstratie wordt aangemeld, natuurlijk ook gekeken welke mensen daarbij betrokken zijn en welke mogelijkheden we hebben om mensen die daar eerder zijn verschenen en geweld hebben gebruikt, gebiedsverboden op te leggen. Ik weet dat dat in verschillende gemeenten is gedaan en dat daar nauw overleg over is tussen de diensten. Ook de AIVD doet onderzoek naar de vraag of hier sprake is van andere vormen van geweld of georganiseerdheid. Op die manier wordt alles op alles gezet om daar een goed beeld van te hebben en daarop te handhaven.
De heer Dassen (Volt):
De minister had het net over draagvlak. Het draagvlak in de samenleving om mensen op te vangen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, is heel hoog. Nog steeds. Ook zie je daar waar azc's komen, dat het vertrouwen altijd weer terugstijgt naar het oorspronkelijke niveau. Tegelijkertijd zien we dat extreemrechtse bewegingen dit draagvlak aan het ondermijnen zijn in deze discussie, die aangejaagd wordt door een gedeelte van deze Kamer, dat inderdaad hitsend mensen oproept om hiermee door te gaan. Dan zou ik verwachten dat er vanuit dit kabinet hele harde actie wordt ondernomen om te zorgen dat die bewegingen worden tegengegaan. Die worden namelijk groter; daar wordt voor gewaarschuwd. Mijn vraag is, nogmaals: als deze minister zegt dat draagvlak belangrijk is, hoe rijmt hij dat er dan mee dat er nu geen extra stappen worden genomen om te zorgen dat deze bewegingen worden tegengegaan, die inderdaad deze azc-protesten misbruiken en gebruiken om haat en verdeeldheid in onze samenleving te pompen?
Minister Van den Brink:
Op het moment dat die signalen er zijn, van personen die op welke manier dan ook geradicaliseerd zijn of extremistisch gedachtegoed aanhangen en dat als motief gebruiken om hier geweld te plegen, zal daarop gehandhaafd en gehandeld worden door de politie en de diensten. Alles wat beschikbaar is aan inzet van middelen wordt door alle diensten toegepast, maar er moet wel eerst een handeling plaatsvinden voordat daarop geacteerd kan worden. In die zin wordt alles op alles gezet.
De heer El Abassi (DENK):
Kan de minister toelichten waarom hij hakenkruizen, NSB-vlaggen en siegheilgeroep niet kan bestempelen als antisemitisch?
Minister Van den Brink:
Ik heb net aangegeven hoe wij daar in dit land mee omgaan. Als dat gebeurt, wordt er door het OM en de politie op gehandhaafd. Als u van mij wilt horen dat ik elke vorm die u net noemde, verwerpelijk vind, kan ik wel zeggen: natuurlijk vinden wij dat verwerpelijk. Dat hoort absoluut niet thuis in een samenleving die die herinneringen op geen enkele manier wil terugzien, ook niet bij mensen die op straat dat soort dingen tonen. Uiteindelijk is het aan OM, politie en justitie om daarvoor straffen op te leggen.
De heer El Abassi (DENK):
Fijn, fijn. Ik ben blij dat ik deze verhelderende vraag heb gesteld. Uw premier, onze premier, de heer Jetten, durft wel aan mevrouw De Vos van FVD — dat is mijn partij niet, voorzitter — te vragen om afstand te nemen van antisemitisme. Het is niet veroordeeld, maar hij doet het wel en normeert daarmee, maakt een gebaar die kant op. We hebben hier dus een kabinet dat op het ene moment, richting een partij, wel normeert en mensen aanspreekt, maar in een ander geval muisstil is.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer El Abassi (DENK):
Ik snap dat niet. Kan de minister dat toelichten?
Minister Van den Brink:
Ja, hoor, dat kan ik heel goed. Ik normeer iedereen die op straat dit soort uitingen doet. Tegelijkertijd ga ik niet iedere politicus die hier de afgelopen tijd iets, wat dan ook, over gezegd heeft, becommentariëren. Ik gebruik mijn tijd liever voor het realiseren van oplossingen in dit land dan voor het elkaar toedichten van allerlei kwalificaties.
De heer Wilders (PVV):
Het gebruik van geweld is altijd en overal fout en moet veroordeeld worden. Ik zou de minister willen vragen om hiermee te kappen en die vermaledijde Spreidingswet in te trekken. Met de Spreidingswet maakt de minister één groot azc van Nederland. Het is terecht dat mensen daartegen fel in verzet komen. 99% van de Nederlanders die in verzet komen en demonstreren, gebruiken godzijdank geen geweld. Kunt u nou toezeggen op te houden met die Spreidingswet? Ik roep alle gemeenten in Nederland op om tot het uiterste te gaan om zich te verzetten tegen die Spreidingswet. Ga desnoods als gemeentebestuur naar de rechter, tegen de minister en het kabinet. Probeer voor mekaar te krijgen dat de rechter ervoor zorgt dat die Spreidingswet niet hoeft te worden geëffectueerd. Ik hoop dat meer mensen gaan demonstreren — altijd geweldloos — en dat gemeenten zich tot aan de rechter toe gaan verzetten tegen die vreselijke wet van u. Ik vraag u ten slotte: trek die vreselijke Spreidingswet in en luister een keer naar Nederland.
Minister Van den Brink:
Laat ik zeggen dat dit een bijzondere vorm is. Als iets in het parlement niet lukt … Dit is de plek waar wetgeving in Nederland tot stand wordt gebracht. Hier is bij meerderheid besloten om de Spreidingswet aan te nemen. Als je daar al van af zou moeten willen, moet je ook een meerderheid hebben om die af te schaffen. De heer Wilders roept nu op om dat eigenlijk door allerlei andere mensen in de samenleving te laten doen, maar dat veroorzaakt precies de polarisatie die ervoor zorgt dat we tegenover elkaar staan, terwijl we een aantal dingen met mekaar op te lossen hebben. U heeft de afgelopen jaren kabinetservaring opgedaan. Toen is de Spreidingswet ook niet ingetrokken. Dit kabinet realiseert de beperking van de instroom met een aantal maatregelen die u ook bekend in de oren moeten klinken. Daarnaast moeten we de problemen bij de opvang gewoon oplossen, omdat we op dit moment onvoldoende plekken hebben. Dat kan door uitvoering te geven aan de Spreidingswet, die gewoon in dit parlement tot stand is gebracht. Ik denk dat het in een parlementaire democratie een goed vertrekpunt is om daaraan vast te houden.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vraag.
Vragen Dijk
Vragen Dijk
Vragen van het lid Jimmy Dijk aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het door de vakbonden aangekondigde ultimatum aan de regering rond de bezuinigingen op de WW en de WIA.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Jimmy Dijk voor zijn vraag namens de fractie van de SP aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ik van harte welkom heet. De minister heeft aangegeven de beantwoording vanwege enige fysieke malheur zittend te verzorgen.
Minister Vijlbrief:
Ja, het is weer zover.
De voorzitter:
Als hij zover is, is het woord aan de heer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. De AOW-leeftijd verhogen naar 72 jaar … Achter de tekentafel hebben D66, CDA en VVD bedacht dat dit wel even kan, terwijl veel mensen de AOW-leeftijd nu al niet gezond halen. Er wordt gekort op het maximumdagloon. Mensen die de pech hebben om arbeidsongeschikt te raken, worden keihard geraakt. Mensen die werkloos worden omdat hun bedrijf verplaatst voor meer winst voor aandeelhouders, krijgen een kortere WW. Oudere werknemers die niet meer aan de bak komen, komen door een kortere WW in de bijstand of in armoede terecht. Jongeren moeten 24 jaar achter elkaar werken om slechts 1 jaar WW te krijgen, terwijl politici hier meer dan 3 jaar wachtgeld krijgen. Het kabinet plundert de kas van werknemersverzekeringen. Dit kabinet ziet sociale zekerheid als een kostenpost, met 6,5 miljard euro aan bezuinigingen. Het zijn steeds dezelfde mensen die geraakt worden. Mensen die ons land draaiende houden, betalen keer op keer de prijs, de rekening. Het is erg goed dat vakbonden gezamenlijk een ultimatum hebben gesteld. Die bezuinigingen moeten binnen twee weken van tafel.
De minister reageerde gisteren dat hij met een nieuw voorstel zal komen. Mijn vraag is dus of de minister zich ervan bewust is dat in deze nieuwe voorstellen geen bezuinigingen mogen staan. Hij is degene die al een halfjaar lang onrust veroorzaakt. Als hij niet met een nieuw voorstel komt, zonder deze bezuinigingen, zal hij dezelfde fout blijven maken.
Minister Vijlbrief:
Voorzitter. Ik heb het ultimatum van de vakbeweging gisteren natuurlijk tot mij genomen. Ik heb gisteren ook gezegd dat ik het begrijpelijk vind dat de vakbeweging haar standpunt heel helder maakt. Dat mag ook in dit land. Maar er liggen meer standpunten dan alleen maar dat van de vakbeweging, zeg ik tegen de heer Dijk. We hebben te maken met sociale zekerheid. Ik noem een paar getallen. Er gaat 5 miljard extra naar de IVA in de komende tien jaar, wat betreft de arbeidsongeschiktheid. Er gaat 15 miljard extra naar de AOW. Dat zijn enorme getallen. Tegelijkertijd — dat is eigenlijk veel belangrijker dan dat geld — gaan er veel te veel mensen de arbeidsongeschiktheid in. We krijgen mensen niet goed aan de slag. Mensen kunnen niet leven van hun werk. Ik wil daar graag het gesprek over aangaan met werkgevers en werknemers. Daarom heb ik ook gezegd dat ik met een voorstel kom richting werkgevers en werknemers om hen aan tafel te krijgen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is een heel voorspelbaar antwoord. De minister schetst constant een soort doemscenario waarin de kosten in de sociale zekerheid uit de hand lopen. Niets is minder waar. Het blijft 12% van ons gemeenschappelijke bbp. Dat is de afgelopen twintig jaar zo geweest en dat blijft zo. Maar als de minister wil dat vakbonden aan tafel komen, is de hamvraag de volgende. Komt hij dan met voorstellen met of zonder bezuinigingen? Het is een ja/neevraag.
Minister Vijlbrief:
Daar zullen zeker bezuinigingen in zitten. Dat is ook niet wat de vakbeweging zegt. De heer Dijk moet de brief goed lezen. In de brief staat een duidelijke gelaagdheid in de redenering van de vakbeweging. De vakbeweging zegt: "Dat AOW-voorstel had je nooit moeten doen. Er ligt een pensioenakkoord. Dat had je niet moeten doen." Daarvan heb ik al eerder gezegd dat het kabinet het niet goed heeft ingeschat en dat we op een alternatief gaan studeren. Dat zal dus ook terugkomen in de brief. Dat is één. Twee is dat de vakbeweging zegt niet te kunnen leven met de bezuinigingen op de WIA, de arbeidsongeschiktheid, en op de WW. Ik lees in deze brief ook iets anders, namelijk dat de vakbeweging zegt ook het probleem te zien met arbeidsongeschiktheid in Nederland. De vakbeweging geeft dus een bredere blik op het probleem dan de heer Dijk hier nu geeft. Dat geeft mij ook de mogelijkheid om een bredere brief te maken. Ik zeg nog een keer dat het hier niet alleen gaat over de kwestie of we gaan bezuinigen of niet. Het gaat hier ook over de vraag hoe we Nederland vooruitbrengen. We brengen Nederland niet vooruit door gewoon een standstill af te kondigen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit kabinet en deze minister kiezen voor onrust. Ze kiezen bewust voor onrust. Het is een directe aanval op werkend Nederland, en niet zo'n beetje ook: niet één keer, maar twee keer. U heeft al een halfjaar echt een bord voor uw kop; ik kan het niet anders zeggen. Gisteren heeft de vakbeweging gemeenschappelijk — het is uniek dat de drie grootste vakbonden van Nederland dat doen — uitgesproken dat ze niet aan tafel gaan als die bezuinigingen er liggen, en u houdt eraan vast. Ondertussen hebben mensen last van een energiecrisis, een brandstofcrisis, een wooncrisis, een zorgcrisis, een boodschappencrisis. Er is in Nederland sprake van een brede betaalbaarheidscrisis. De kosten voor mensen blijven maar stijgen. In tijden van crisis horen werkende Nederlanders een kabinet te hebben dat een bondgenoot is en dat hun zekerheid biedt in plaats van die af te breken. In onderzoek van de SP onder 7.500 mensen krijgt u een 3-. Dat verbaast me niets, want u biedt geen zekerheid. U bent geen bondgenoot. Ik vraag mij dan het volgende af. Mensen zitten met de handen in het haar. Ziet deze minister wel de pijn van mensen die langer door moeten werken, die hun WW straks verliezen en die gekort worden op hun arbeidsongeschiktheidsuitkering?
Minister Vijlbrief:
Ja, zeker ziet deze minister … Laat ik niet over mezelf in de derde persoon praten. Zeker zie ik die pijn. Dat begrijp ik allemaal, maar ik zeg tegen de heer Dijk dat het juist daarom belangrijk is dat werkgevers en werknemers met het kabinet aan tafel komen. Juist daarom heb ik gezegd dat ik een brief ga maken zodat dat ook mogelijk wordt. Dat is precies wat we aan het doen zijn. Van achter de kansel roepen of de minister de betaalbaarheidscrisis et cetera wel ziet, gaat geen bal helpen aan dit probleem.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Uw plannen zijn het niet. U heeft geen plannen. U heeft alleen maar bezuinigingen. Er is niets. Er is een korting op de WW. Dat is volstrekt onnodig; die potten zitten helemaal vol. Er zijn kortingen op de WIA. Dat is volstrekt onnodig. Er moet een plan komen om de WIA te verbeteren, om ervoor te zorgen dat mensen passend werk krijgen en dat mensen niet arbeidsongeschikt raken. Er zijn nu alleen maar botte bezuinigingen. Dan kom ik terug bij de Vijlbriefmethode: uitstel, bezuinigingen inboeken, de boel afbreken en vervolgens zeggen "ik kom later wel met een brief". U heeft alleen maar bezuinigingen. De minister heeft in achterkamertjes met zijn vrienden van D66, CDA en VVD, een minderheid, dit gedrocht van sociale afbraak bedacht, maar daarbuiten heeft hij geen vrienden en bondgenoten meer: niet onder werkgevers, niet onder werknemers, niet onder maatschappelijke organisaties, niet onder werkend Nederland, niet onder arbeidsongeschikten en niet onder een meerderheid in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Het is ondoordacht en het is asociaal. Het wordt een hele hete zomer, waarin u het gaat afleggen tegen werkend Nederland.
De voorzitter:
Ja. Dank u wel, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Eén vraag tot slot nog: waarom heeft u een bord voor uw kop en haalt u die bezuinigingen niet van tafel? Dan komen vakbonden bij u aan tafel.
Minister Vijlbrief:
Mijn vraag aan de heer Dijk is: waarom kijkt hij niet vooruit naar de toekomst van Nederland …
De voorzitter:
U geeft de antwoorden en u stelt geen vragen, hè. Dat is een beetje het idee van het vragenuur.
Minister Vijlbrief:
Ja, maar toch is dit mijn antwoord. Mijn antwoord is dat het kabinet ervoor zorgt dat er een gesprek op gang komt tussen werkgevers en werknemers. Dat heeft Nederland nodig, niet dit geschreeuw van achter de kansel. Hier heeft Nederland ook niets aan.
De heer Jimmy Dijk (SP):
…
De voorzitter:
Meneer Klaver. Meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat is een nieuwe figuur: ministers die Kamerleden recenseren.
Het kabinet rijdt met 180 kilometer per uur op een muur af. Dat gebeurde met de plannen rondom asiel en migratie en nu gebeurt dat als het gaat om de sociaal-economische plannen. Onze fractie heeft aangegeven dat wij kiezen voor verantwoordelijke politiek. Wij willen met het kabinet in gesprek. Ook vakbonden zeggen dat: "We moeten dit land verder helpen." Maar dat doen we niet met een mes op de keel en niet als er bezuinigingen staan ingeboekt. Er wordt dus de hele terechte opmerking gemaakt dat die bezuinigingen van tafel gehaald moeten worden zodat er een inhoudelijk gesprek kan plaatsvinden. De centrale vragen zijn of de minister bereid is om dat hier vandaag toe te zeggen en of hij ook bereid is om binnen twee weken, dus voor de deadline, met een uitgebreide reactie te komen.
Minister Vijlbrief:
Ik ben bereid om met een uitgebreide reactie te komen. Er komt dadelijk een brief die werkgevers en werknemers aan tafel zou moeten brengen. Het antwoord daarop is dus "ja". Het tweede punt is dat ik die brief zal beginnen vanuit de problemen die er in Nederland zijn en niet vanuit de bezuinigingen. Als de vraag is hoe ik deze brief start en hoe ik de analyse start, dan is dat mijn antwoord. Maar u kunt niet van het kabinet verwachten dat wij, terwijl wij met het volle verstand een regeerakkoord hebben gemaakt, zeggen dat we daarmee alle bezuinigingen van tafel halen.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Michon-Derkzen. O, meneer Wilders was eerst. Meneer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
De vakbeweging heeft groot gelijk dat zij dreigt om Nederland plat te leggen. Het is namelijk super asociaal om, in een tijd waarin Nederlanders het al ontzettend moeilijk hebben, een bezuiniging van 9 miljard op tafel te leggen op de AOW — mensen kunnen dadelijk pas met iets van 70 of 80 jaar met pensioen — en op de WW, en op de WIA, alsof het niks is, terwijl u bakken met geld uitgeeft aan de open grenzen, aan de asielzoekersopvang, aan Afrika en ontwikkelingshulp, aan het idiote klimaatbeleid, dat zwaar overdreven is, en noem het maar op. Er is geld genoeg, maar wat doet dit kabinet? Het pakt de Nederlanders opnieuw in de portemonnee terwijl de grenzen openstaan voor mensen die hier alles gratis krijgen. Ik vraag aan de minister: kap daarmee of stop er zelf mee.
Minister Vijlbrief:
Ik geloof niet dat dit een vraag was; dit was een oproep. Ik geef toch een hele korte reactie. Het kabinet zal in gesprek gaan met werkgevers en werknemers. We zullen daartoe met een brief komen die dat gesprek mogelijk maakt. Wij kiezen er niet voor om te bezuinigingen op de allerarmsten in de wereld.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Kijk, de vraag die de heer Dijk stelde was te verwachten. Die horen we ook al een hele tijd. Ik wil deze minister iets meegeven en ik hoop dat hij het met mijn fractie eens is. We zitten in een ongelofelijk gunstige arbeidsmarkt. We hebben iedereen hard nodig om ervoor te zorgen dat onze economie draaiende blijft en dat we onze verzorgingsstaat kunnen blijven betalen. Ik vraag de minister het volgende. Het is heel goed dat hij met de bonden in gesprek gaat, maar ik vraag hem hier ook om duidelijk te zeggen dat we ons niet laten monopoliseren door de bonden op het moment dat die zeggen: er komen acties áls u niet a, b of c gaat doen. Het is juist de bedoeling om met elkaar aan tafel alles te bespreken; dat heb ik van het kabinet gehoord. Dat moet de insteek zijn. Dan gaan we niet vooraf aan beide kanten al allerlei mitsen en maren en dreigementen neerleggen. Dat helpt de zaak namelijk totaal niet verder. Is de minister het op dat punt met de VVD eens?
Minister Vijlbrief:
Het is een groot goed in Nederland dat wij vakbewegingen en werkgevers hebben en dat wij daarmee samen proberen het land een beetje te runnen. Ik luister heel goed naar de vakbewegingen, dus het woord "monopoliseren" zou ik nooit in mijn mond nemen. De vakbeweging mag gewoon haar standpunt duidelijk maken, net zoals werkgevers dat doen en het kabinet dat doet. Dat gezegd hebbende: mevrouw Michon-Derkzen heeft gelijk. Er is een evenwicht nodig tussen ieders wensen. Dat is precies de reden waarom ik heb gezegd: laat mij nou even met in de ene hand het regeerakkoord en met in de andere hand de brief van de bonden bekijken waar ik die bij elkaar kan brengen zodat er een gesprek kan plaatsvinden. Dat is mijn rol.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Niemand ontkent dat er grote uitdagingen zijn als het gaat om de sociale zekerheid en om de AOW. Daarom vindt mijn fractie het ook zo belangrijk dat de sociale partners aangehaakt blijven. Denk alleen al aan de WIA-instroom en de oplopende wachttijden die de minister al noemde. Het CDA ziet dat werkgevers en werknemers het in ieder geval op een aantal onderdelen gewoon eens zijn en dat er in die zin ook een gezamenlijk belang is om tot oplossingen te komen. Welke concrete raakvlakken ziet de minister tussen sociale partners en de opgave van het kabinet om het socialezekerheidsstelsel toekomstbestendig te maken? Graag een reactie.
Minister Vijlbrief:
Ik ben het met mevrouw Van Ark eens dat er veel meer onderwerpen zijn dan de onderwerpen die in de brief staan of die nu groot in het nieuws zijn. Er zijn een aantal dingen die heel belangrijk zijn. Ik ga er een paar noemen. Ik begin bij loondoorbetaling bij ziekte. We weten allemaal dat het WIA-probleem voor een groot deel veroorzaakt wordt door de eerste twee ziektejaren en minder door de jaren daarna. Dat is een probleem. Het tweede punt kwam hier ook een aantal keren in de bijdragen terug. Dat is het punt dat we niet alleen misschien een hete zomer krijgen wat betreft sociale verhoudingen — dat hoop ik niet — maar dat we misschien wel een hele hete zomer krijgen qua internationale omstandigheden. Dat is het tweede punt; ik noem het toch maar. Hoe goed zou het zijn als werkgevers, werknemers en kabinet met elkaar afspreken dat we niet de jaren zeventig herhalen en onszelf als gevolg van prijsstijging totaal de soep in draaien? Dat is ook een onderwerp dat wij moeten bespreken, dus ik ben het daarmee eens.
De heer Neijenhuis (D66):
Goed dat het kabinet gisteren in reactie op het ultimatum direct aangaf op korte termijn met een reactie te komen en daarin meteen in te gaan op de drie hoofdpunten die de vakbonden aandragen: de AOW, de WW en de WIA. Ik wil de minister wel vragen om in die reactie niet alleen maar te steggelen over welke maatregelen er wel of niet moeten komen, maar juist naar dat bredere plaatje te kijken: "Hoe gaan we ervoor zorgen dat mensen gezond hun pensioenleeftijd halen? Hoe gaan we voorkomen dat mensen werkloos raken? Hoe gaan we voorkomen dat mensen arbeidsongeschikt raken?" Is de minister ook bereid om in die reactie echt al een aanzet te geven tot zo'n positieve agenda?
Minister Vijlbrief:
Dat is precies de bedoeling. Het is juist de bedoeling om een schets te geven van hoe het in Nederland kan zijn als we met elkaar samenwerken. Maar het is ook waar dat er een aantal meningsverschillen zijn — dat punt wordt terecht door andere fracties ingebracht — over het te voeren beleid op het gebied van de sociale zekerheid. Ook die moeten we aanpakken met elkaar. Het is juist de bedoeling om een breed sociaal akkoord te maken; een nieuw fundament voor de toekomst. Daar hoort bij dat je bereid bent om te kijken naar de toekomst van de sociale zekerheid, maar ook naar de zaken die de heer Neijenhuis terecht noemt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Allereerst beterschap aan de minister. Ik zou hem graag weer in volle glorie zien staan, ook op het Malieveld als dat nodig is. Maar eigenlijk hoop ik dat dat niet nodig is. De vakbonden hebben natuurlijk wel een punt: als je goede afspraken wil maken en die jaren wil kunnen volhouden, om zo ons land vooruit te helpen, dan moet je je ook aan de afspraken houden. Daarom is mijn vraag aan de minister als volgt: zou het de zaak niet enorm bespoedigen als het kabinet, dat toch al weet dat die AOW-maatregel uitermate ongelukkig is — ik heb die eerder "een handgranaat in de polder" genoemd — er gewoon voor zorgt dat die van tafel gaat. Dan kunnen we het daarna eens gaan hebben over wat er nou nodig is om onze sociale zekerheid overeind te houden. Als het kabinet dit met vaart gaat doen, dan kunnen we verder, in plaats van dat de verhoudingen verder verkillen.
Minister Vijlbrief:
Ik constateer uit de brief van de vakbeweging dat zij wel degelijk een gradueel onderscheid maakt tussen enerzijds ingrijpen in de AOW en anderzijds in de andere dingen rond sociale zekerheid. Er staan twee soorten ultimatums in de brief. Zij maken dat onderscheid dus ook. Het kabinet heeft al eerder gezegd dat zij zich heeft vergist in de mate van emotie rond het punt van de AOW. Ik heb dat opzij gelegd of van tafel af … Ik zal in de brief over twee weken — dat zal ongeveer over twee weken zijn, in verband met het ultimatum — ook expliciet terugkomen op de AOW.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is goed om te horen. Wat mij betreft mag deze wind al voor Pinksteren gaan waaien, zodat het voor de AOW ook duidelijk is dat het niet meer boven de markt blijft hangen. Het kabinet zegt telkens: we leggen het naast de tafel en we leggen het onder de tafel. Het is goed om alle voorzetsels te leren, maar het moet gewoon weg zijn, in de shredder en klaar. Kan het kabinet daar vaart mee maken, zodat we voor Pinksteren zien dat er een frisse wind door de polder waait?
Minister Vijlbrief:
Ik ga mij niet vastleggen op "voor Pinksteren". Ik vind sowieso dat wij snel met een brief moeten komen. Dat zei ik al naar aanleiding van de vraag van de heer Klaver. Ik vind dat wij snel met een brief moeten komen, zodat er snel duidelijkheid is over de basis waarover we gaan praten.
De heer Vermeer (BBB):
Het kabinet wil met een brief komen. Dat is de zoveelste brief. Daar kunnen we niet mee betalen, bij de pomp niet en nergens niet. De minister zegt ook dat we enorme bedragen voor andere zaken nodig hebben, dat er zeker bezuinigingen doorgevoerd moeten worden en dat we sowieso een hete zomer krijgen vanwege allerlei prijsstijgingen. Maar die prijsstijgingen komen juist door kabinetsbeleid, omdat er niet wordt geïnvesteerd in verlaging van de accijns en dat soort zaken, waardoor mensen steeds hogere rekeningen hebben. Hoe kan dit kabinet zeggen dat wij moeten praten over hoe Nederland vooruit moet, terwijl dit allemaal zorgt voor afbraak en ervoor zorgt dat wij achteruitgaan? Hoe ziet dit kabinet dat?
Minister Vijlbrief:
De vraag die de heer Vermeer stelt, is vrij fundamenteel. Het kabinet ziet dit op de volgende manier. Om vooruit te komen, moet je zo nu en dan ook even kijken of alles wat je al geregeld had, goed geregeld is. Dat is het simpele antwoord op deze vraag. Je komt niet vooruit door maar te behouden wat je hebt en dan te zeggen: ik gooi er nog een beetje accijnsverlaging bij en dan komt het wel goed. Dat is geen economisch beleid. Het kabinet zal dus met een brief komen waarin al die dingen in samenhang worden bezien. In die brief spelen, zoals ik al zei, de prijsstijgingen en hoe de lonen daar van de zomer op moeten reageren dus ook een rol. Dat zal het kabinet in die brief gaan doen.
De heer Vermeer (BBB):
De minister noemt ook dat dit kabinet met zijn volle verstand dit regeerakkoord gemaakt heeft. Nou, als dit het volle verstand is, is dit zo'n beetje de limiet van wat er kan gebeuren. Hoe gaat dit kabinet nou zorgen dat mensen hier niet tot hun 71ste hoeven te werken, terwijl wij extra geld naar Europa moeten sturen om te zorgen dat de Fransen met 62 of met 64 met pensioen kunnen? Hoe kijkt het kabinet daartegen aan? Hoe gaat het kabinet dat uitleggen aan de Nederlandse burgers?
Minister Vijlbrief:
Bezuinigingen of hervormingen in de sociale zekerheid doe je om Nederland vooruit te helpen. Dat heeft niets te maken met geld naar Frankrijk of naar Afrika brengen. Dat doe je omdat het nodig is om de uitgaven van de sociale zekerheid te beheersen en vooral om ervoor te zorgen dat mensen niet onnodig in uitkeringsregelingen blijven zitten. Dat is wat het kabinet doet en daar zullen we op terugkomen in de brief.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
50PLUS vindt het heel jammer dat er een ultimatumbrief van alle vakbonden nodig is om het kabinet in beweging te krijgen. Het is goed dat de minister gaat proberen om ze echt allemaal aan tafel te krijgen, maar ik wil, zeker als je met elkaar afspraken maakt, toch nog maar wijzen op het volgende feit. Dit kabinet heeft geen meerderheid. Het heeft de Kamer dus ook echt nodig in die afspraken. Ik hoop dat meneer Vijlbrief, de minister, dat niet vergeet.
Minister Vijlbrief:
De Kamer is uiteindelijk de laatste en ook de eerste stem. Hier kan dus geen twijfel over bestaan. Ik heb niet voor niks gezegd dat ik met een brief kom om het werkgevers- en werknemersoverleg op gang te krijgen. Die brief gaat natuurlijk naar de Tweede Kamer en zal hier besproken worden. Daar heb ik geen enkele twijfel over. Ik vermoed zomaar dat u daar zo meteen in de regeling over gaat praten.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Eind jaren tachtig had Nederland 900.000 mensen in de WAO. Lubbers zei toen: Nederland is ziek. Begin dit jaar hadden we ongeveer 1,5 miljoen mensen die op een of andere manier niet meer bijdroegen aan onze economie en samenleving via betaald werk. Naar mijn mening is het systeem compleet en volledig vastgelopen. We hebben bijvoorbeeld een tekort aan keuringsartsen. Je kan praten als Brugman, maar die krijg je er niet zomaar bij. Gaat de minister in die brief ook in op hoe dit systeem vastgelopen is en hoe het mensen dus niet meer in de gelegenheid stelt om weer aan het werk te gaan terwijl ze dat wel kunnen?
Minister Vijlbrief:
Ik ben het volledig eens met mevrouw Keijzer. Ik ben het ook volledig eens met haar analyse: het ligt aan het systeem. Ik zei ook net al — althans, dat probeerde ik net te zeggen — op een vraag van de heer Dijk, door wie we hier nu staan, dat het mij niet alleen maar gaat om de bezuinigingen. Ten aanzien van bijvoorbeeld de WIA, de arbeidsongeschiktheid, is de verandering in het systeem waarschijnlijk belangrijker dan de bezuiniging op zich. Daar hoeft geen twijfel over te bestaan.
De heer Jimmy Dijk (SP):
In dat geval, als de veranderingen in het systeem dus belangrijker zijn dan de bezuinigingen, kan deze minister dus gewoon met een heel gerust hart toezeggen dat die bezuinigingen van tafel gaan en dat hij met de vakbewegingen in gesprek gaat. Anders komen de vakbonden namelijk niet aan tafel en heeft u geen vooruitgang.
Minister Vijlbrief:
Ik heb het idee dat ik mezelf nu ga herhalen, maar dat is geen enkel probleem. Wij gaan de brief maken. In die brief zal ik aangeven op welke basis ik denk dat vakbewegingen en werkgevers met het kabinet in gesprek kunnen komen. Daarbij zal ik zowel praten over hervormingen in het systeem als over wat dat aan geld kan en zal opleveren. Dat heb ik in alle debatten gedaan. Die twee dingen zijn allebei belangrijk. De heer Dijk en ik zijn het daar niet over eens. De heer Dijk betoogt continu dat het financiële niet belangrijk is, maar wij vinden dat ook belangrijk. Hij heeft wel gelijk dat hier de discussie niet moet starten vanuit financiën, maar dat de discussie moet starten vanuit de hervormingen die nodig zijn. Dat heb ik steeds gezegd.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De minister uit in deze zinnen dat je de discussie niet moet starten met financiën. Als je dat niet wil, dan kan de conclusie niet anders zijn dan dat dit kabinet bij de start een kapitale fout heeft gemaakt door wel te beginnen met financiën. U heeft verder namelijk geen plannen. U heeft geen plannen om de arbeidsongeschiktheid, de WIA, te verbeteren. Die heeft u niet! U heeft alleen bezuinigingen. Ik vraag mij zeer af of dit kabinet, deze minister, gisteren wel geluisterd heeft. Anders komt er namelijk wel een Malieveld vol, en zeer terecht. Als de bezuinigingen in die brief staan, komt er een Malieveld vol. Ik hoop dat deze minister die bezuinigingen gaat schrappen. Anders moet het Malieveld vol. Ik zal daar zeker staan.
Minister Vijlbrief:
Het is simpelweg niet waar dat er alleen maar bezuinigingen in het regeerakkoord staan. Ik geef één voorbeeld. De twee grootste adviesrapporten die zijn gemaakt over de wet over arbeidsongeschiktheid zeggen dat het afschaffen van de IVA goed is om te zorgen dat het systeem beter gaat werken. Dat brengt ook een bezuiniging met zich mee. Dat klopt, maar dat is een systeemverandering. Dus het is simpelweg niet waar dat er alleen maar bezuinigingen in staan.
De voorzitter:
Meneer Klaver, uw fractie was door uw vragen heen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik heb ook geen vraag. Ik kijk ook niet naar de minister, maar ik kijk naar u, met een schuin oog. Ik heb een punt van orde, omdat de minister van Financiën zojuist aan RTL Nieuws heeft laten weten dat de hypotheekrenteaftrek absoluut niet door dit kabinet aangepakt gaat worden.
De voorzitter:
Wat is uw punt van orde?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Mijn punt van orde is het volgende. Deze minister geeft aan: ik kom nog met een brief over alles wat er gaat spelen. Vervolgens roept de minister van Financiën al dingen die het kabinet niet gaat doen. Ik zou graag het kabinet willen verzoeken om nog voor vanavond 18.00 uur met een brief te komen waarin wordt ingegaan op de vraag of het inderdaad klopt dat dit kabinet niks aan de hypotheekrenteaftrek gaat doen.
De voorzitter:
Dit is een informatieverzoek richting het kabinet. We geleiden dat door. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid hier. Ik schors een kort ogenblik, waarna we gaan stemmen.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en ik verzoek de leden om hun plaatsen in te nemen.
Ik deel aan de Kamer mee dat de heer Frederik Jansen met ingang van 13 mei 2026 ontslag heeft genomen.
Ik verzoek u om een moment van stilte te betrachten voor een mededeling van een van onze gewaardeerde leden. Ik deel de Kamer ook mee dat aan de heer Bevers met ingang van 12 mei tot en met 31 augustus 2026 tijdelijk verlof is verleend. Harry heeft mij gevraagd om enkele woorden namens hem te spreken.
"Geachte voorzitter, beste Thom,
Vandaag ga ik met ziekteverlof. De meesten hebben wel meegekregen dat mijn leven in de afgelopen drie weken 180 graden is gedraaid. Wat een routinecheck had moeten zijn, werd de onverbiddelijke diagnose acute myeloïde leukemie. Ik ben in goede handen. Er wordt geweldig goed voor me gezorgd en de behandelingen zijn inmiddels in volle gang. Ik wil me de komende tijd samen met mijn gezin bezighouden met mijn herstel. Daar heb ik tijd voor nodig en ruimte in mijn hoofd. Mijn tijdelijke vertrek geeft mijn fractie de ruimte om Dieke van Groningen als vervanger aan te stellen. Ik wens haar vanzelfsprekend enorm veel succes de komende tijd.
Ten slotte: we kennen soms grote verschillen in dit huis, maar de vele lieve, warme en betrokken berichten sluit ik in mijn hart. Ze doen ertoe. Ik mis jullie en ik hoop jullie snel weer te zien.
Hartelijke groet,
Harry Bevers."
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Ik weet dat Harry en zijn vrouw op dit moment meeluisteren. Ik denk dat deze roffels hem zeer goed zullen doen en hem zullen steunen bij zijn voorspoedige herstel.
Beëdiging van mevrouw Van Groningen
Beëdiging van mevrouw Van Groningen
Aan de orde is de beëdiging van mevrouw D.A. van Groningen (VVD).
De voorzitter:
Dan gaan we over naar de beëdiging van mevrouw Dieke van Groningen. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Ellian tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.
De heer Ellian:
Dank, voorzitter. Deze keer valt het uitbrengen van het verslag mij wat zwaarder dan normaal.
De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op mevrouw D. A. van Groningen te Rotterdam. De commissie is tot de conclusie gekomen dat mevrouw D. A. van Groningen te Rotterdam terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De commissie stelt u daarom voor om haar toe te laten als lid van de Tweede Kamer. Daartoe dient zij wel eerst de eden, zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal, af te leggen.
De commissie verzoekt u tot slot om de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.
De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.
Daartoe wordt besloten.
(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)
De voorzitter:
Ik verzoek de leden en overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune, voor zover dat mogelijk is, te gaan staan. Mevrouw Van Groningen is in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven eden af te leggen.
Ik verzoek de Griffier haar binnen te leiden.
(Mevrouw van Groningen wordt binnengeleid door de Griffier.)
De voorzitter:
De door u af te leggen eden luiden als volgt:
"Ik zweer dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.
Ik zweer dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."
Mevrouw Van Groningen (VVD):
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
De voorzitter:
Ik wens u van harte geluk met het lidmaatschap van de Kamer. Ik schors de vergadering voor een heel enkel ogenblik voor een foto met uw fractieleider en uw familie. Felicitaties vanuit de Kamer zullen na de stemmingen plaatsvinden in het Ledenrestaurant. Van harte gefeliciteerd.
(Applaus)
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Vermeer/Lammers (36800-VII, nr. 40).
Ik zie mevrouw Dobbe staan, dus ik geef haar het woord.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. De motie op stuk nr. 177 onder nummer 4, de stemmingen over de moties ingediend bij het tweeminutendebat Toegankelijkheid van de huisartsenzorg, zou ik graag nog een weekje willen aanhouden.
De voorzitter:
Akkoord.
Op verzoek van mevrouw Dobbe stel ik voor haar gewijzigde motie (33578, nr. 177, was nr. 173) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Stemming Wet meer zekerheid flexwerkers
Stemming Wet meer zekerheid flexwerkers
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) (36746).
De voorzitter:
We gaan stemmen. Op 21 april jongstleden heeft de Kamer reeds over de ingediende amendementen en artikelen gestemd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de gewijzigde amendementen-Michon-Derkzen (stuk nrs. 42, I tot en met V), het amendement-Neijenhuis (stuk nr. 15), het gewijzigde amendement-Michon-Derkzen (stuk nr. 43), de amendementen-Neijenhuis (stuk nrs. 16, I en II), het amendement-Patijn/Neijenhuis (stuk nr. 18), het amendement-Neijenhuis (stuk nr. 25), de gewijzigde amendementen-Patijn (stuk nrs. 40, I en II), het amendement-Neijenhuis (stuk nr. 26), het amendement-Neijenhuis/Patijn (stuk nr. 27), het amendement-Flach (stuk nr. 20), het amendement-Flach (stuk nr. 21) en het amendement-Flach (stuk nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Lid Keijzer en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Drugsbeleid
Stemmingen moties Drugsbeleid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Drugsbeleid,
te weten:
- de motie-Faber over drugsgebruik niet langer normaliseren (24077, nr. 560);
- de motie-Faber over binnen Defensie een zerotolerancebeleid voeren inzake drugs (24077, nr. 561);
- de motie-Tijs van den Brink c.s. over geen aftrek van kosten bij de ontneming van crimineel verdiend vermogen (24077, nr. 562);
- de motie-Bikker/Diederik van Dijk over een blowverbod in de publieke ruimte (24077, nr. 563);
- de motie-Bikker c.s. over een landelijk ingezetenencriterium bij coffeeshops (24077, nr. 564);
- de motie-Bikker c.s. over studenten betrekken bij de antidrugscampagne (24077, nr. 565);
- de motie-Diederik van Dijk/Bikker over voldoende middelen voor de training van huisoudsten (24077, nr. 566);
- de motie-Sneller over een gecombineerde beleidslogica voor effectief drugsbeleid (24077, nr. 568).
De voorzitter:
Er is een stemverklaring van de heer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Wij stemmen straks over de motie-Faber die zero tolerance bepleit voor drugsgebruik bij Defensie. Wij worden als fractie doorgaans zeer vrolijk van zero tolerance, want het moet er maar eens mee afgelopen zijn dat mensen lak hebben aan de wet. Dat geldt des te meer voor hen die bij of voor de overheid werken. Bovendien maken drugs meer kapot dan ons allen lief is. Tegelijkertijd constateren we dat de motie-Faber wel heel erg eng gedefinieerd is. Waarom krijgen onze militairen geen tweede kans, maar laat zij bijvoorbeeld politieagenten, NPO-medewerkers, collega-Kamerleden of ieder ander in Nederland met rust? Waarom die selectieve hetze tegen onze militairen? Wegens deze twee tegenover elkaar staande valide argumenten wenst onze fractie met aantekening van drie leden te stemmen, zodat de spanning tussen die twee standpunten duidelijk door onze fractie naar voren kan worden gebracht.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan stemmen over de motie op stuk nr. 560, maar mag ik een beetje rust in de zaal, zodat de stemmingen goed verlopen?
In stemming komt de motie-Faber (24077, nr. 560).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber (24077, nr. 561).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower minus de leden Moinat, Lammers, en Schilder, en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
Mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Ik was zo onder de indruk van de snelheid van de stemverklaring van de heer Markuszower dat ik onverhoopt niet vóór de motie op stuk nr. 560 gestemd heb. Dat had ik wel moeten doen. Wilt u dat aantekenen?
De voorzitter:
Wij tekenen dat bij dezen aan. Dank u wel.
In stemming komt de motie-Tijs van den Brink c.s. (24077, nr. 562).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikker/Diederik van Dijk (24077, nr. 563).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bikker c.s. (24077, nr. 564).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bikker c.s. (24077, nr. 565).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Bikker (24077, nr. 566).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Sneller (24077, nr. 568).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik had mijn hand niet omhoog bij de stemming over de motie op stuk nr. 560, maar volgens mij noemde u wel de VVD. Dat heb ik niet helemaal scherp, maar de VVD wil geacht worden tegen de motie op stuk nr. 560 te hebben gestemd.
De voorzitter:
Dat hebben wij bij dezen genoteerd.
Stemmingen moties Rapport van de Taskforce Antisemitisme "Gevangen in vrijheden"
Stemmingen moties Rapport van de Taskforce Antisemitisme "Gevangen in vrijheden"
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het rapport van de Taskforce Antisemitisme "Gevangen in vrijheden",
te weten:
- de motie-Boon/Wilders over het de-islamiseren van Nederland (30950, nr. 517);
- de motie-Boon over antisemitische misdrijven aanmerken als grond voor het intrekken van de Nederlandse nationaliteit bij personen met een dubbele nationaliteit (30950, nr. 518);
- de motie-Boon over onderwijsinstellingen tijdig en passend maatregelen laten nemen bij meldingen van antisemitisme (30950, nr. 519);
- de motie-Boon over er bij het OM op aandringen om de leus "from the river to the sea" aan te merken als een oproep tot geweld (30950, nr. 520);
- de motie-Nanninga/Diederik van Dijk over een handelingskader om gegevens te delen van studenten die betrokken zijn bij strafbare feiten of ernstige ordeverstoringen (30950, nr. 521);
- de motie-Nanninga over universiteiten oproepen om uit te spreken dat antisemitisme onacceptabel is (30950, nr. 522);
- de motie-Bikker/Ellian over meer verantwoordelijkheid nemen voor de noodzakelijke beveiliging van Joodse instellingen (30950, nr. 523);
- de motie-Bikker/Ellian over de toegang tot Nederland weigeren aan Kanye West (30950, nr. 524);
- de motie-Van der Plas over uitspreken dat er nooit een "ja, maar" is bij antisemitisme (30950, nr. 525);
- de motie-Van der Plas over een bezoek van middelbare scholen aan Auschwitz-Birkenau inpassen in de verplichte Holocausteducatie (30950, nr. 526);
- de motie-Van der Plas over een halfjaarlijks gesprek tussen de minister-president en Joodse jongeren over antisemitisme en Jodenhaat (30950, nr. 527);
- de motie-Van der Plas over onderzoek naar het dichtdraaien van de geldkraan voor culturele instellingen, groepen en organisaties die Israëlische en Joodse artiesten of instellingen boycotten (30950, nr. 528);
- de motie-Lammers over bij een veroordeling te allen tijde overgaan tot intrekking van studentenvisa van buitenlandse studenten (30950, nr. 529);
- de motie-Lammers over een verbod op stationsdemonstraties (30950, nr. 530);
- de motie-Lammers over een behandelstop voor asielaanvragen van personen afkomstig uit Palestijnse gebieden (30950, nr. 531);
- de motie-Ellian/Bikker over mogelijke consequenties voor gesubsidieerde organisaties die bewust Joodse artiesten geen podium bieden (30950, nr. 532);
- de motie-Ellian/Bikker over een structurele subsidie voor stichting Na de Oorlog (30950, nr. 533);
- de motie-Tijs van den Brink c.s. over onderzoeken hoe online antisemitisme effectiever bestreden kan worden (30950, nr. 534);
- de motie-Bamenga c.s. over vertegenwoordigende Joodse organisaties betrekken bij de verdeling van de middelen voor het veiligheidsfonds (30950, nr. 535);
- de motie-Bamenga c.s. over een verbod op de verspreiding van AI-gegenereerde beelden van de Holocaust (30950, nr. 536);
- de motie-Keijzer/Nanninga over in richtlijnen vastleggen dat intimidatie, bedreiging en obstructie van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen (30950, nr. 537);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over een publiekscampagne om de Joodse gemeenschap te steunen en antisemitisme te bestrijden (30950, nr. 538);
- de motie-Teunissen over een werkdefinitie van antisemitisme hanteren die in lijn is met het internationaal recht en mensenrechten (30950, nr. 539);
- de motie-Teunissen over onderwijsbestuurders faciliteren in hun kennis over het demonstratierecht (30950, nr. 540);
- de motie-Struijs/Bromet over onafhankelijk onderzoek naar de wijze waarop de Holocaust in het onderwijs aan bod komt (30950, nr. 541);
- de motie-El Abassi over uitspreken dat ongefundeerde beschuldigingen van antisemitisme leiden tot zelfcensuur, polarisatie en aantasting van de academische vrijheid (30950, nr. 542);
- de motie-El Abassi over ook antizionistische en andere kritische Joodse stemmen uitnodigen bij gesprekken over de aanpak van antisemitisme (30950, nr. 543);
- de motie-El Abassi over uitspreken dat Joods leven, islamitisch leven en alle andere kwetsbare groepen in Nederland bescherming verdienen (30950, nr. 544).
Er is een stemverklaring van de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Eerst over de motie op stuk nr. 520, van collega Boon. We zijn het ermee eens, maar we moeten wel ook onze verantwoordelijkheid als medewetgever gaan nemen.
Dan de motie op stuk nr. 531, van collega Lammers, over de behandelstop voor Palestijnse aanvragen. Dit maakt het probleem alleen maar erger, want zij komen in een limbo terecht en gaan Nederland dan niet meer verlaten. Wij vinden: direct beoordelen, afwijzen en terugsturen.
Dan de motie op stuk nr. 544, van de heer El Abassi, over het uitspreken dat Joods leven, islamitisch leven en alle andere kwetsbare groepen bescherming verdienen. Maar natuurlijk. Uiteraard verdienen al deze groepen bescherming. De motie veronderstelt echter dat wat de Joodse gemeenschap overkomt, hetzelfde is als wat de islamitische gemeenschap overkomt, terwijl de Joodse gemeenschap 0,3% van Nederland vertegenwoordigt, de meeste haat tegen zich ziet én slachtoffer is van wereldwijd terrorisme, nota bene veroorzaakt door onder andere het islamitische regime van Iran. De VVD trapt niet in de verdraaiing van feiten en daarom stemmen we tegen.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan stemmen.
In stemming komt de motie-Boon/Wilders (30950, nr. 517).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Boon (30950, nr. 518).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Boon (30950, nr. 519).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Boon (30950, nr. 520).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Nanninga/Diederik van Dijk (30950, nr. 521).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Nanninga (30950, nr. 522).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bikker/Ellian (30950, nr. 523).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikker/Ellian (30950, nr. 524).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (30950, nr. 525).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (30950, nr. 526).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (30950, nr. 527).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (30950, nr. 528).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Lammers (30950, nr. 530).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Lammers (30950, nr. 531).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ellian/Bikker (30950, nr. 532).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ellian/Bikker (30950, nr. 533).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tijs van den Brink c.s. (30950, nr. 534).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Bamenga (30950, nr. ??, was nr. 535).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (30950, nr. 536).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Keijzer/Nanninga (30950, nr. 537).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (30950, nr. 538).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen (30950, nr. 539).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (30950, nr. 540).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Struijs/Bromet (30950, nr. 541).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-El Abassi (30950, nr. 542).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (30950, nr. 543).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (30950, nr. 544).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming brief Adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur
Stemming brief Adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur
Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) over de democratische controle en zeggenschap bij keuzes rondom netbeheer.
De voorzitter:
Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur over de democratische controle en zeggenschap bij keuzes rondom netbeheer (29023, nr. 644). Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen moties Marktordening en consumentenbescherming
Stemmingen moties Marktordening en consumentenbescherming
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming,
te weten:
- de motie-Prickaertz over inzicht in welk deel van donaties via colportage bij goede doelen terechtkomt en welk deel bij commerciële bureaus blijft hangen (24036, nr. 439);
- de motie-Prickaertz over de ACM de bevoegdheid geven om ook onder de huidige omzetdrempels in te grijpen bij onwenselijke marktconcentraties (24036, nr. 440);
- de motie-Prickaertz over stoppen met true pricing bij aanbestedingen (24036, nr. 441);
- de motie-Bühler/Van der Lee over onderzoeken in hoeverre de Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels afwijken van die in andere lidstaten (24036, nr. 442).
In stemming komt de motie-Prickaertz (24036, nr. 439).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (24036, nr. 440).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (24036, nr. 441).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bühler/Van der Lee (24036, nr. 442).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Werknemersverzekeringen
Stemmingen moties Werknemersverzekeringen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen,
te weten:
- de motie-Grinwis/Patijn over een analyse van de juridische houdbaarheid en maatschappelijke wenselijkheid van een veel sneller dan noodzakelijk stijgende Aof-premie (32716, nr. 57);
- de motie-Grinwis/Ceder over het ontwikkelen van een samenhangende aanpak inzake de WIA-hervorming (32716, nr. 58);
- de motie-Patijn over alternatieven uitwerken voor de bezuinigingen op de WIA en de WW (32716, nr. 59);
- de motie-Patijn over de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon voor alle bestaande gevallen van tafel halen (32716, nr. 60);
- de motie-Van Ark over inzetten op het terugdringen van regionale ongelijkheid bij de uitvoering van de verbeterplannen (32716, nr. 61);
- de motie-Edgar Mulder over niet bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (32716, nr. 62);
- de motie-Michon-Derkzen c.s. over de pps-proeftuin voor sociaal-medisch beoordelen maximaal uitbreiden (32716, nr. 63);
- de motie-Jimmy Dijk over middelen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds alleen inzetten om arbeidsongeschiktheidsregelingen te verbeteren (32716, nr. 64);
- de motie-Jimmy Dijk over meer passend werk bij de overheid en werkgevers voor mensen in de WIA (32716, nr. 65).
In stemming komt de motie-Grinwis/Patijn (32716, nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Ceder (32716, nr. 58).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Patijn (32716, nr. 59).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn (32716, nr. 60).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Ark (32716, nr. 61).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (32716, nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen c.s. (32716, nr. 63).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (32716, nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (32716, nr. 65).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Voorjaarsnota 2026
Stemmingen moties Voorjaarsnota 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2026,
te weten:
- de motie-Stultiens over de verruiming van de hypotheekrenteaftrek ongedaan maken (36915, nr. 4);
- de motie-Stultiens over beleidsopties om opmerkelijke belastingconstructies tegen te gaan (36915, nr. 5);
- de motie-Stultiens over de beleidsmatige lastenontwikkeling per categorie voortaan meesturen met de miljoenennota en de voorjaarsnota (36915, nr. 6);
- de motie-Tony van Dijck/Wilders over de brandstofaccijns met €0,20 verlagen (36915, nr. 7);
- de motie-Tony van Dijck/Wilders over de btw op energie naar 9% verlagen (36915, nr. 8);
- de motie-Tony van Dijck/Wilders over de btw op boodschappen schrappen (36915, nr. 9);
- de motie-Eerdmans over de 4 miljard euro voor wind op zee achter de hand houden voor de energie- en brandstofcrisis (36915, nr. 10);
- de motie-Eerdmans over maatregelen om de asielinstroom en de kosten van asielopvang terug te dringen (36915, nr. 11);
- de motie-Inge van Dijk c.s. over één samenhangend regelgevend kader voor investeringen (36915, nr. 12);
- de motie-Inge van Dijk c.s. over een heldere economische structuuranalyse in de Miljoenennota 2027 (36915, nr. 13);
- de motie-Dekker/Tony van Dijck over de verdubbeling van de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto's terugdraaien (36915, nr. 14);
- de motie-Ergin over de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon terugdraaien (36915, nr. 15);
- de motie-Ergin over de bezuiniging op de Wet proactieve dienstverlening terugdraaien (36915, nr. 16);
- de motie-Teunissen over een eerlijk en concreet afbouwpad voor fossiele subsidies (36915, nr. 17);
- de motie-Teunissen over meer middelen voor de circulaire transitie (36915, nr. 18);
- de motie-Grinwis/Stultiens over inzicht in het implementeren van het tarief voor de aftrekposten in box 1 als zelfstandige tariefknop bij de Belastingdienst (36915, nr. 19);
- de motie-Grinwis/Flach over een raming van de AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060 (36915, nr. 20);
- de motie-Dassen over de steun aan Oekraïne voor niet-militaire doeleinden niet dekken uit de BHO-begroting maar uit de algemene middelen (36915, nr. 21);
- de motie-Dassen over het aflossen van de studieschuld als gerichte vrijstelling opnemen in de werkkostenregeling voor kleine werkgevers (36915, nr. 22);
- de motie-Jimmy Dijk over de aftrek specifieke zorgkosten niet afschaffen (36915, nr. 23);
- de motie-Jimmy Dijk over niet inzetten op de nullijn voor publieke dienstverleners (36915, nr. 24);
- de motie-Vermeer over de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen voor de kazematten bij de Afsluitdijk zo spoedig mogelijk realiseren (36915, nr. 25);
- de motie-Vermeer over monitoring van verkoopbeperkende maatregelen die bijdragen aan het vergroten van grenseffecten (36915, nr. 26);
- de motie-Vermeer over de versterking van de financiële positie van regionale ziekenhuizen als primair einddoel hanteren bij het ingroeipad voor budgetbekostiging (36915, nr. 27).
De fractie van de PVV verzoekt om een hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 14.
In stemming komt de motie-Stultiens (36915, nr. 4).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Stultiens (36915, nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Stultiens (36915, nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tony van Dijck/Wilders (36915, nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Tony van Dijck/Wilders (36915, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Tony van Dijck/Wilders (36915, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Eerdmans (36915, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Eerdmans (36915, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36915, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36915, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
Over de motie op stuk nr. 14 stemmen we hoofdelijk. Ik verzoek om stilte in de zaal, zodat we dit in één keer goed kunnen doen. Het woord is aan de griffier.
In stemming komt de motie-Dekker/Tony van Dijck (36915, nr. 14).
Vóór stemmen de leden: Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Stöteler, Struijs, Vermeer, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wiersma, Wilders, El Abassi, Van Baarle, Beckerman, Van den Berg, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer en Kops.
Tegen stemmen de leden: Köse, Kröger, Krul, Lahlah, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, Becker, De Beer, Belhirch, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Dassen, Heera Dijk, Inge van Dijk, Van Eijk, Ellian, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar en De Kort.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 55 stemmen voor en 91 stemmen tegen is verworpen.
In stemming komt de motie-Ergin (36915, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ergin (36915, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (36915, nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (36915, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Stultiens (36915, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Flach (36915, nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen (36915, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36915, nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vermeer (36915, nr. 25).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vermeer (36915, nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
We doen 'm nog een keer.
In stemming komt de motie-Vermeer (36915, nr. 27).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Daar moeten we hoofdelijk over stemmen, meneer Vermeer, tenzij u gaat doen wat ik denk dat u gaat doen.
De heer Vermeer (BBB):
We gaan 'm voor nu aanhouden.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Vermeer stel ik voor zijn motie (36915, nr. 27) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen moties Loonkloof tussen mannen en vrouwen
Stemmingen moties Loonkloof tussen mannen en vrouwen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het dertigledendebat over de loonkloof tussen mannen en vrouwen,
te weten:
- de gewijzigde motie-Jimmy Dijk over onderzoek naar meer zekerheid van loon en arbeidsvoorwaarden in sectoren met veel aanbestedingen (29544, nr. 1316, was nr. 1311);
- de motie-Jimmy Dijk over het minimumloon verhogen naar €18 per uur (29544, nr. 1312);
- de motie-Neijenhuis/Jimmy Dijk over een aanvalsplan tegen zwangerschapsdiscriminatie (29544, nr. 1313);
- de motie-Moorman over het effect van de bevalboete in kaart brengen (29544, nr. 1314);
- de motie-De Vos over geen vrouwenquota invoeren en bestaande vrouwenquota afschaffen (29544, nr. 1315).
In stemming komt de gewijzigde motie-Jimmy Dijk (29544, nr. 1316, was nr. 1311).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (29544, nr. 1312).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Neijenhuis/Jimmy Dijk (29544, nr. 1313).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Moorman (29544, nr. 1314).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Vos (29544, nr. 1315).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026
Stemming motie Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026,
te weten:
- de motie-Vermeer/Lammers over een wetsvoorstel voor de rechtstreekse verkiezing van burgemeesters (36800-VII, nr. 40).
In stemming komt de motie-Vermeer/Lammers (36800-VII, nr. 40).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Meneer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. Bij de voorgaande motie van mevrouw De Vos over vrouwenquota zaten we echt met negen handen omhoog, maar u noemde ons niet. We zijn voor die motie.
De voorzitter:
Dat hebben we bij dezen opgenomen in de Handelingen.
Dat waren de stemmingen. Ik schors kort. Daarna gaan we verder met de regeling van werkzaamheden, met maar liefst 52 verzoeken.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.
Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van de SGP bij de stemmingen op dinsdag 21 april jongstleden geacht wenst te worden vóór de motie-Russcher/Lammers (19637, nr. 3543) te hebben gestemd en de Groep Markuszower bij de stemmingen op donderdag 23 april jongstleden vóór de motie-Flach (36933, nr. 30).
Ik deel aan de Kamer mee dat de contactgroep België het lid Clemminck tot zijn voorzitter heeft gekozen.
Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 36800-VIII-100; 24587-1075; 31793-292; 36800-J-17; 36800-XX-32; 36848-5; 19637-3512.
Ik deel aan de Kamer mee dat voor de volgende debatten de termijn voor toekenning is verlengd:
- het debat over het bericht dat bijna een derde van de werktijd in de zorg opgaat aan administratie;
- het debat over sterfgevallen die mogelijk verband houden met het gebruik van medicatie en drugs die online zijn gekocht;
- het dertigledendebat over moslimdiscriminatie;
- het dertigledendebat over gemeenten die onderzoek deden naar islamitische inwoners;
- het dertigledendebat over het voorgestelde verbod op religieuze uitingen voor boa's;
- het dertigledendebat over protesten tegen de komst van azc's;
- het dertigledendebat over de situatie van de Palestijnen;
- het debat over de geopenbaarde stukken betreffende contact tussen de goksector en het ministerie van Justitie en Veiligheid inzake de legalisering van online gokken;
- het debat over incassobureaus die zich niet aan de wetgeving houden;
- het debat over de hoge benzineprijs en de bijbehorende grenseffecten;
- het dertigledendebat over de evaluatie over de winterchaos bij Schiphol;
- het dertigledendebat over asbest in speelzand voor kinderen.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:
- het tweeminutendebat Leefstijlpreventie (CD d.d. 23/04), met als eerste spreker het lid Kostić van de PvdD;
- het tweeminutendebat Dieren in de veehouderij en NVWA (CD d.d. 23/04), met als eerste spreker het lid Den Hollander van de VVD;
- het tweeminutendebat Justitiële jeugd (CD d.d. 23/04), met als eerste spreker het lid Wendel van de VVD;
- het tweeminutendebat bestaanszekerheidCaribisch Nederland (CD d.d. 23/04), met als eerste spreker het lid Ceder van de ChristenUnie;
- het tweeminutendebat De tweede cyclus van de Spreidingswet (CD d.d. 23/04), met als eerste spreker het lid Ceulemans van JA21;
- het tweeminutendebat Ministeriële vergadering Raad van Europa (20043, nr. 160), met als eerste spreker het lid Boomsma van JA21;
- het tweeminutendebat Inzet internationale kindontvoering India (2026Z09591), met als eerste spreker het lid Van der Plas van BBB.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Op uw lijst staat als eerste een voorstel, een verzoek, van mevrouw Bromet van GroenLinks-Partij van de Arbeid, maar zij heeft aangegeven dat verzoek door te schuiven naar volgende week.
Ik geef dus het woord aan de heer Klaver voor zijn verzoek namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. De bonden hebben gisteren een ultimatum afgekondigd van twee weken, met hele heldere eisen: de bezuiniging op de AOW, de WIA en de WW moet van tafel. Dat zijn dezelfde eisen die wij in de Kamer ook al op tafel hebben gelegd. De bonden zijn bereid om te praten met deze coalitie en ook wij zijn bereid om te praten om dit land verder te helpen, maar niet met het mes op de keel, met de dreiging van bezuinigingen. Concreet verzoek ik het kabinet om een brief, te ontvangen vóór het verstrijken van de deadline die de vakbonden hebben gesteld, en een debat, ook te houden voordat de deadline van de vakbonden verstrijkt.
De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden wij door. Ik ga kijken of u steun heeft voor een debat.
De heer Wilders (PVV):
Ik steun dat. Even voor de helderheid: het ultimatum is gisteren gesteld. "Over twee weken" is komende dinsdag over een week. Dat betekent, als ik het goed begrijp, dat volgende week die brief moet komen, en dat dan ook het debat moet zijn. Dat steun ik, want wat er gebeurt, is een schande. Al die bezuinigingen moeten we echt niet accepteren. De vakbeweging heeft groot gelijk. Ik steun dit, maar ik wil eraan toevoegen dat ik ook heel graag de minister-president bij dit debat zou willen. Ik weet niet of de collega dat wil steunen, maar het is belangrijk genoeg om ook de minister-president erbij te hebben.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Sterker nog, ik was vergeten om dat aan mijn verzoek toe te voegen, dus zeker steun daarvoor.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Steun voor het verzoek en steun voor wat de heer Wilders net zei.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Steun voor dit verzoek en ook steun voor het voorstel van de heer Wilders om de premier erbij uit te nodigen. Ik doe ook het verzoek aan u, voorzitter, om het debat in te plannen vóór het verstrijken van het ultimatum en om, als er onverhoopt geen meerderheid is voor een debat, ervoor te zorgen dat we in ieder geval de brief, de reactie, krijgen voor het verstrijken van het ultimatum.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun, met premier.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ook steun, eigenlijk voor alle verzoeken, want wij vinden hier ook iets van.
De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek van de heer Klaver en ook steun voor het verzoek om de premier bij het debat aanwezig te laten zijn.
De heer Dassen (Volt):
Steun voor de verzoeken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun voor beide verzoeken. Het is een belangrijk onderwerp voor de toekomst van Nederland.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun voor de verzoeken.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. De minister heeft die brief net in het vragenuurtje ook toegezegd. Ik ben zeer benieuwd naar die brief. Die moeten we hebben en als we die brief hebben, kunnen we met elkaar in debat. Dat hoeft van mij niet voor het verstrijken van het ultimatum, maar een debat over deze problematiek op basis van die brief lijkt mij prima.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter, eens met mevrouw Michon.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA sluit zich daar ook bij aan.
De heer Russcher (FVD):
Steun voor beide verzoeken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun voor beide verzoeken en steun voor de vakbonden, die, heel terecht, nu in actie willen komen.
De heer Ceulemans (JA21):
Eens met wat mevrouw Michon zei. Die brief komt er en als die brief er is, kan er eventueel een debat over gevoerd worden.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid voor het debat, maar niet per se voor het gestelde ultimatum.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit is toch vrij vreemd? Ik heb niet gehoord dat coalitiepartijen daarvoor zijn gaan liggen. Ik vind het vrij vreemd dat daar dan geen steun voor zou zijn. De vakbonden hebben een ultimatum gesteld. Ze hebben gezegd: we gaan Nederland platleggen. Bijna de volledige oppositie heeft gezegd: laten we hierover spreken voor het verstrijken van deze deadline. Als die deadline in augustus zou zijn, hadden we gezegd: graag voor augustus. Maar dat is niet het geval. Het gaat nu om twee weken. Ik kijk dus nog even naar de coalitie. Wil die blokkeren dat er volgende week een debat komt? Volgens mij ligt er namelijk geen blokkade om dit debat volgende week te voeren.
De voorzitter:
U kijkt naar coalitiepartijen, maar ik zie meneer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Daar behoor ik niet toe.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
"You wish", wil ik bijna zeggen, maar dat doet hij dus niet. Het kabinet moet nu met de bonden in gesprek gaan. Dat willen we allemaal. Dat hadden ze al moeten doen. Gelukkig gaan ze dat nu doen. Dat moet gebeuren. Dáár moet het gesprek plaatsvinden. Ik heb daar ook alle vertrouwen in. Het kabinet moet dat met elkaar oplossen. Wij moeten dat eventjes met rust laten. Ik hecht dus niet aan politieke ophitserij …
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ach, kom op zeg! Tjongejongejonge.
De voorzitter:
Dat hoeft ook weer niet, mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
… terwijl dat moet gebeuren in een gesprek tussen bonden en het kabinet.
Mevrouw Podt (D66):
Ik denk dat "blokkeren" in dezen gewoon een beetje een groot woord is. Ik denk inderdaad dat het proces moet lopen zoals het proces moet lopen. We gaan een brief krijgen. Er gaat een gesprek met de bonden plaatsvinden. Daarna gaan we kijken of een debat op zijn plek is.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Zo staan we er ook in. We steunen op zich een debat. Dat lijkt ons goed, maar eerst moet die brief er komen, en dat kan gewoon prima na dat ultimatum.
De heer Wilders (PVV):
U concludeert, maar volgens mij betekent het dat er volgende week geen brief komt. Omdat er een meerderheid voor is om het debat te voeren, zou ik u willen verzoeken om het gewoon volgende week in te plannen. Als u het niet inplant, komt het er namelijk zeker niet.
De voorzitter:
Het is wat het is, meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Maar gaat u het volgende week inplannen? Dat was namelijk het verzoek van de heer Wilders. Anders wil ik hier een hoofdelijke stemming over.
De voorzitter:
Dat inplannen kan alleen als er een meerderheid is. Die is er op dit moment niet.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit is echt een groot punt. Dit kabinet is een minderheidskabinet. Het rijdt met 180 kilometer per uur tegen een muur aan. Wij proberen hier ons best te doen om dit land vooruit te helpen. De bonden stellen een ultimatum. Dat gebeurt bijna nooit. Wat er gebeurt, is uniek. Een groot deel van deze Kamer vraagt om een debat voor het verstrijken van die deadline, en hier wordt met de arrogantie van de macht van 66 zetels gezegd: dat gaan we niet doen. Ik wil hier dan een hoofdelijke stemming over. Voor een stemming hoeven we helemaal geen meerderheid te hebben.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Of de heer Klaver Nederland vooruithelpt, daarover kunnen we van mening verschillen. Dat doe ik ook. Ik ben het wel met hem eens dat dit een buitengewoon belangrijk onderwerp is. Dit gaat over de toekomst van de sociale zekerheid in Nederland. Het kabinet, met 66 zetels, rijdt echt tegen een muur aan, want het heeft geen meerderheid. Daar moeten we het met elkaar over hebben. Het bestaat dus niet dat we daar niet conform het verzoek een debat over hebben, en een beetje snel. Als er hoofdelijk gestemd moet worden, dan is dat maar zo.
De voorzitter:
Ik concludeer twee zaken. Ik kan niet anders, want ik heb geen meerderheid om het volgende week in te plannen. Als u uw verzoek om hier hoofdelijk over te stemmen, gestand doet, dan zullen we dat over drie uur inplannen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat is prima. Ik kijk nog een keer naar de coalitiepartijen. Ik hoop dat het niet zover hoeft te komen. Zoek nou niet de confrontatie op met de rest van de Kamer en met de vakbonden. Zorg ervoor dat we dit debat inplannen. Als ze hierin persisteren, gaan we inderdaad over drie uur hoofdelijk stemmen.
De voorzitter:
Ik kijk rond. Het leidt niet tot andere afwegingen. Dan zullen we daar over drie uur hoofdelijk over stemmen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter, ik heb ook een punt van orde, maar ik kijk u aan, want u bent de hoeder van de orde. Nu wij met elkaar op dinsdag stemmen, en dat net hebben gedaan, om 15.00 uur, met aansluitend de regeling, is iedereen in huis. Wat mij betreft kunnen we dus ook gewoon nu hoofdelijk stemmen. Ik heb niet eerder meegemaakt dat we in de regeling van werkzaamheden hoofdelijk stemmen, maar wat mij betreft kunnen we dat nu gelijk doen.
De voorzitter:
Het kan altijd. Het is het grondwettelijk recht van iedere parlementariër. Het kan dus meteen, maar dat zal met unanimiteit moeten, en ik zie nu al dat dat niet het geval is. We gaan dus over drie uur hoofdelijk stemmen over het verzoek van de heer Klaver.
We gaan nu luisteren naar mevrouw Dobbe voor haar verzoek namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het huidige stelsel ondersteunt de groep mensen met ernstige psychische aandoeningen onvoldoende. Dat is wat de Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeert in het rapport Kunnen doen wat nodig is. In Nederland hebben ongeveer 250.000 mensen — ik herhaal: 250.000 mensen! — terugkerende psychische klachten die kunnen zorgen voor veiligheidsrisico's voor zichzelf, maar ook voor hun omgeving. Als zij niet genoeg hulp en ondersteuning krijgen, is dat een probleem voor zichzelf en voor de hele samenleving. Daarom zouden wij een debat willen over dit rapport met de minister van VWS, de minister van Langdurige Zorg en de minister van BZK.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Zeker steun van ons.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, steun.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Voorzitter, geen steun. Het snelste is om dit mee te nemen in het WGO.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Ik heb een commissiedebat Maatschappelijk domein op 28 juni staan. Volgens mij kan het daar.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Het is een heel belangrijk onderwerp. Het kan bij het WGO.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Dobbe.
U heeft wel een tweede verzoek.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, een tweede verzoek. De giftige manosfeer wint terrein in de samenleving en dus ook op onze scholen. Vandaag zagen we het bericht dat 78% van de leraren ziet dat leerlingen erdoor worden beïnvloed via online content. Er worden denkbeelden verspreid zoals dat vrouwen minderwaardig zouden zijn, dat als een vrouw geslagen wordt, ze het wel verdiend zou hebben, dat homo's zwak zijn en dat mannen op-en-top gespierd zouden moeten zijn. Er is veel desinformatie die online op jongeren afkomt, verspreid door influencers. De meeste bekende daarvan zal Andrew Tate zijn. Scholieren voelen zich er onveiliger door. De autoriteit van vrouwelijke leraren of vrouwen in andere gezaghebbende beroepen, wordt aangetast. We zien in onze samenleving het probleem van huiselijk geweld en femicide, wat hierdoor ook wordt beïnvloed. Dat mogen we niet laten gebeuren. Daarom willen wij een debat aanvragen over de invloed van de manosfeer op jongeren, met de staatssecretaris van OCW, die ook over emancipatie gaat, en de minister van JenV.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Maakten we ons maar zo druk toen begin deze eeuw de feminisering in het onderwijs begon te ontstaan en doordrong. Dat is misschien net zo schadelijk. Voor dit debat geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Daar neem ik afstand van.
De heer Russcher (FVD):
Nee, geen steun.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, zeker steun. We hebben daar binnenkort ook een rondetafel met experts over. We zouden in dit debat meteen de bevindingen kunnen meenemen. Dus zeker steun.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter, heel graag steun. Inderdaad graag na de rondetafel, zodat we dat mee kunnen nemen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Dit land loopt volledig vast zonder sterke, stoere mannen. Laten we daar dus een beetje waardering voor hebben. Geen steun voor dit verzoek.
Mevrouw Müller (VVD):
We hebben een commissiedebat Emancipatie staan in juni. Daar zou ik het willen bespreken.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Van harte steun.
De heer Dassen (Volt):
Van harte steun, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas. Kom daar maar eens overheen!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
25 juni is het commissiedebat Emancipatie. Daar kan dit onderwerp prima bij.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
De heer Hamstra (CDA):
Geen steun. Commissiedebat.
Mevrouw Raijer (PVV):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wel 30 leden?
De voorzitter:
Ja. We zetten 'm erbij.
Mevrouw Dobbe (SP):
Graag. Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Dassen voor zijn verzoek namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. De AIVD is met een rapport gekomen waarin de dienst schrijft dat sinds 80 jaar de dreiging voor Nederland niet zo groot was. Denk aan de dreiging vanuit Rusland en de dreiging vanuit China. Het lijkt mij goed dat we daar als Kamer een debat over voeren. Graag vraag ik een debat aan met de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter, die haat tegen de Nederlandse industrie moet maar eens stoppen, dus geen steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dit is een belangrijk onderwerp, maar er is binnenkort een debat over terrorisme en extremisme.
Mevrouw Faber (PVV):
Geen steun. Dit kan ook bij het commissiedebat Nationale veiligheid.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Eens. Dit is een belangrijk debat. Alleen, het is veel sneller om het tijdens het commissiedebat te doen. Vandaar geen steun.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter, er zijn inderdaad nogal wat commissiedebatten over dit onderwerp, dus geen steun.
De heer Stoffer (SGP):
Steun, voorzitter.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Dassen.
Uw volgende verzoek.
De heer Dassen (Volt):
Mijn volgende verzoek gaat over een debat met de minister van Justitie en Veiligheid naar aanleiding van een artikel van Follow the Money waarin staat dat de minister zweeg over een contract tussen de overheid en Palantir, een AI-bedrijf dat, op zijn zachtst gezegd, bedenkelijke bedoelingen heeft. Aangezien de Kamer hierover verkeerd geïnformeerd is, lijkt het mij zeer belangrijk dat wij hier het debat met elkaar over voeren.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Van harte steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Van harte steun.
De heer Van Leijen (D66):
Ja, van harte steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Dassen (Volt):
Ik vind het wel frappant dat sommige partijen zelfs als de Kamer verkeerd geïnformeerd is nog niet het fatsoen hebben om op te staan om wel of geen steun te geven. Dan kijk ik naar het CDA, naar de VVD, naar JA21 …
De voorzitter:
Ja. Uw derde verzoek, meneer Dassen. We hebben héél veel verzoeken vandaag.
De heer Dassen (Volt):
Het is betrekkelijk dat wij als Kamer niet goed geïnformeerd worden en dat op deze manier over ons heen laten komen.
De voorzitter:
Uw derde verzoek.
De heer Dassen (Volt):
Betreurenswaardig, bedoelde ik.
Voorzitter, ik kom bij mijn laatste verzoek. Dat gaat over een debat met de minister van Klimaat en Groene Groei over het feit dat Nederland nauwelijks voorbereid is op mogelijke extreme klimaatkantelpunten. Dit gaat over de Atlantische Golfstroom. Er zijn zorgwekkende signalen over wat er gebeurt als die stilvalt. Die gaan over voedselveiligheid en droogte in Nederland en de rest van Europa. Nederland is hier onvoldoende op voorbereid. Het lijkt me goed dat we daar een debat over gaan voeren.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Vermeer (BBB):
De ergste doemscenario's zijn inmiddels naar de prullenbak gezonden, maar ook voor dit debat geen steun.
De heer Oosterhuis (D66):
Het is heel belangrijk, dus steun.
Mevrouw Müller (VVD):
We hebben hier heel veel debatten over staan, dus geen steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit is geen doemscenario; het is volgens klimaatwetenschappers een reëel risico dat we dit kantelpunt bereiken. Het is heel belangrijk dat we er als Kamer over spreken. Van harte steun.
De heer Kops (PVV):
Geen steun.
De heer Jumelet (CDA):
Geen steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wij willen zo min mogelijk debatten hierover, en zo min mogelijk klimaatbeleid. Geen steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
De heer Van Leijen (D66):
Het is een belangrijk debat, maar het kan wat ons betreft gevoerd worden met de minister van IenW als het Deltaresrapport er ligt. Geen steun dus.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Dassen.
Het woord is aan mevrouw Lammers namens Groep Markuszower. Gaat uw gang.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. De enorm dappere Karen uit Loosdrecht luidde afgelopen week in De Telegraaf de noodklok over asielopvang. Voor het eerst in haar leven deed ze mee aan een demonstratie, omdat ze oprechte en terechte zorgen heeft over de dramatische gevolgen van massamigratie. We staan in Nederland op een kantelpunt. Enorm veel vrouwen en gezinnen delen haar zorgen en herkennen zich in haar verhaal. Daarom wil ik graag een debat met de minister van Asiel en Migratie over de gevolgen van massamigratie voor gewone Nederlanders, die misschien juist wel ongewoon dapper zijn, zoals Karen.
De voorzitter:
Voor de duidelijkheid: dat is het tweede verzoek op de lijst, want u heeft uw eerste verzoek geschrapt. Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Ellian (VVD):
Er is morgen een commissiedebat en er is ook al een plenair debat toegewezen, dus geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Morgen is er een commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid. Het lijkt mij prima om dat daar op tafel te leggen.
De heer Van Baarle (DENK):
Zoals elke week staan er weer enorm veel verzoeken over asiel en migratie op de regeling. Blijkbaar is dat wat rechts in deze Kamer enorm bezighoudt. Maar er is echt morgen al een debat. Ik vind het ook zonde dat we hier zo veel tijd aan moeten spenderen. Geen steun.
Mevrouw Podt (D66):
Geen steun.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Er staat al een debat op de planning, dat ook aangevraagd werd door Groep Markuszower. Het kan dus gewoon daarbij gevoegd worden.
De heer Ceulemans (JA21):
Dat klopt. Er is morgen een commissiedebat en er staat ook al een plenair asieldebat gepland. Tegelijkertijd is het wel heel belangrijk om het erover te hebben, dus wat mij betreft gewoon steun voor dit onderwerp. Volgens mij is het dan het snelste om dit te betrekken bij het plenaire debat dat gepland staat.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Van der Plas van de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter, en nog gefeliciteerd met uw zes maanden voorzitterschap. Dat zag ik afgelopen week op televisie. Ik had het zelf nog niet zo bijgehouden.
De voorzitter:
Dank voor uw aardige woorden, ook op televisie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, zorgvuldig gewogen woorden, haha!
De voorzitter:
Dat weet ik; ik ken u.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar succes verder.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Goed. Ik kan alle drie de verzoeken na elkaar doen nadat ik hoor of ze wel of niet akkoord zijn, toch? Ja.
Ik sta hier om een debat over de wolf aan te vragen. Dat lijkt mij vrij zinvol dit keer, omdat de staatssecretaris afgelopen week, of twee weken geleden, met een pakket aan maatregelen is gekomen. Het lijkt mij goed om dat hier in de plenaire zaal te bespreken. Ik verwacht namelijk dat, omdat er in het commissiedebat Natuur zo veel andere onderwerpen op de agenda staan, dit onderwerp daarin niet de aandacht zal krijgen die het hier, met een apart meerderheidsdebat, wel zou krijgen. Vandaar mijn verzoek.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
De heer Russcher (FVD):
Zeker. Steun.
De heer Van Leijen (D66):
Steun.
De heer Stoffer (SGP):
Ook steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Van harte steun. Ik ben het er helemaal mee eens dat dit plenaire debat er moet komen nu dit pakket er is.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Steun.
De heer Lohman (CDA):
Steun.
De heer Boomsma (JA21):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kijk eens aan! Dat is heel mooi om te horen.
De voorzitter:
Gefeliciteerd daarmee!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Uiteraard dank aan de leden voor de steun.
De voorzitter:
Uw tweede verzoek.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn tweede verzoek. Ik heb hier al vaker aandacht aan gegeven en oproepen toe gedaan. Ik heb het ook al in debatten genoemd: Nederland kampt met een ernstige gezags- en gedragscrisis. We hebben dat bijvoorbeeld gezien bij de rellen in Scheveningen en bij het bekladden van het Monument op de Dam; dat was nota bene op 4 mei, de dag van Dodenherdenking. Ik wil opnieuw een poging wagen om eens een keer een debat te gaan voeren over deze gedrags- en gezagscrisis, met de minister-president en met de minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dit is een belangrijk onderwerp, maar er zijn vele debatten waarin we dit zouden kunnen bespreken. Mede namens het CDA: geen steun.
De heer Russcher (FVD):
Wel steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ook steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, dat constateer ik ook.
Dan heb ik nog een verzoek. Dat is eigenlijk vrij simpel. Het tweeminutendebat Inzet internationale kindontvoering India wil ik graag deze week laten inplannen, inclusief stemmingen. Waarom? Omdat de president van India een bezoek brengt aan Nederland en ook omdat er net een schriftelijk overleg is geweest over de zeer gewelddadige ontvoering van het meisje Insiya, dat al tien jaar bij haar vader in India verblijft. Zij is een Nederlands staatsburger. Onze mening is dat dat meisje gewoon terug naar Nederland moet. Naar aanleiding van het schriftelijke overleg zou het dus goed zijn als er deze week een tweeminutendebat over komt, inclusief stemmingen, vanwege de urgentie van het bezoek van de minister-president.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.
De heer Bikkers (VVD):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Van Leijen (D66):
Steun.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ook steun, voorzitter.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De heer Krul (CDA):
Steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De voorzitter:
Er is een meerderheid. Ik zie dat meneer Stoffer ook instemt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Dan is het woord aan mevrouw Moinat voor haar verzoek namens Groep Markuszower.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Dank, voorzitter. Nederland stevent af op een situatie waarin steeds meer mensen langdurig uitvallen door psychische klachten. Volgens recente berichtgeving legt dit de arbeidsmarkt steeds verder lam en kost het ons land miljarden per jaar. Tegelijkertijd worden werkgevers opgezadeld met een enorme last, omdat ze bij ziekte verplicht zijn om twee jaar loon door te betalen. Ik wil daarom graag een debat met de minister over de explosieve stijging van psychische klachten, over de gevolgen daarvan voor de arbeidsmarkt en over de vraag of het nog houdbaar en eerlijk is dat werkgevers twee jaar loon moeten doorbetalen bij ziekte.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Dit is onderdeel van de discussie over sociale zekerheid, waar de heer Klaver het ook over had en waar we straks over gaan stemmen. Dit is een van de problemen waardoor we aan het vastlopen zijn. Daarom steun voor dit verzoek.
De voorzitter:
Eenmaal, andermaal?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dit onderwerp is heel belangrijk. We hebben het in de afgelopen debatten veel besproken. Er is ook een onderzoek aangekondigd. We willen graag eerst dat onderzoek afwachten. In de tussentijd kan dit onderwerp ook prima in andere debatten besproken worden. Dus geen steun voor een apart debat.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mede namens SGP: steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun. In commissiedebatten en anderszins bespreken we dit al en blijven we het ook bespreken. Geen steun voor een apart plenair debat.
De heer Van Leijen (D66):
Geen steun voor een apart debat.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Nee, dat zag ik.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn verzoek namens DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Mijn eerste verzoek gaat over de behandeling van de Oeigoeren door de Chinese overheid. We weten dat de Oeigoeren in China al heel erg lang gevangengezet worden in kampen. Onlangs bleek dat de handel met wat de Chinese overheid "Xinjiang" noemt — de Oeigoeren noemen het "Oost-Turkestan" — is toegenomen en dat de maatregelen die genomen zouden moeten zijn om producten die gemaakt worden met dwangarbeid van Oeigoeren tegen te houden, nog niet genomen zijn. Ik denk dat het goed is om over de behandeling van de Oeigoeren — vanuit een mensenrechtenoogpunt zijn dat echt verschrikkingen — te spreken als Kamer. Dat doe ik graag met de minister van Buitenlandse Zaken. Ik denk dat het verstandig is dat we daar ook de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp bij vragen.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft voor het verzoek zoals u dat schriftelijk heeft ingediend.
De heer Stoffer (SGP):
Mede namens de heer Grinwis van de ChristenUnie: steun.
Mevrouw Podt (D66):
Steun, voorzitter.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Zijn er nog anderen die wellicht iets vinden?
De heer Eerdmans (JA21):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
Mevrouw Maes (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Steun.
De heer Van Lanschot (CDA):
Geen steun.
De heer De Roon (PVV):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat is teleurstellend.
Dan ga ik naar mijn volgende verzoek. Dat gaat over de Flotilla en de dappere mensen die proberen om de illegale blokkade van Gaza te doorbreken en de mensen in Gaza te helpen. In strijd met het internationaal recht heeft het Israëlische bezettingsleger de Flotilla geënterd, mensen ontvoerd en mensen behandeld op een manier die heeft geleid tot verwondingen. Het gaat ook om Nederlandse staatsburgers. Op dit moment zijn er ook nog mensen opvarend. Families komen deze week naar de Kamer. Ik zou hierover graag zo snel mogelijk een debat willen met de minister van Buitenlandse Zaken, zodat Nederland meer gaat doen om zich in te zetten voor de handhaving van het internationaal recht en de bescherming van opvarenden.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Van harte steun.
De heer De Roon (PVV):
Een verstandige zet van Israël, zodat het niet nog verder uit de hand loopt, dus geen steun voor dit debat.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Helaas zijn er nog steeds elke dag, elke week, genoeg redenen voor een plenair debat hierover, dus steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Zeker steun. Het lijkt wel alsof het normaal is geworden en niemand zich er meer over verwondert dat het internationaal recht aan alle kanten wordt overschreden. Van harte steun voor dit verzoek.
Mevrouw Maes (VVD):
Geen steun van de VVD.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Van Lanschot (CDA):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Helaas.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan de heer Boon van de PVV. Hij wordt waargenomen door de heer Edgar Mulder.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. Er is opnieuw fraude geconstateerd bij inburgeringsexamens. Wie fraudeert met inburgering, fraudeert feitelijk met de toegang tot Nederland. Dat is volstrekt onacceptabel. Daarom wil de PVV een debat met de minister van Werk en Participatie over de omvang van de fraude en vooral over keiharde maatregelen tegen die fraudeurs.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Dit is ernstig. Dat ben ik totaal met de heer Mulder eens. We kunnen het wat mij betreft in een commissiedebat hebben over de brief met maatregelen die minister Aartsen hierover heeft geschreven. Geen steun voor een apart plenair debat.
Mevrouw Podt (D66):
Steun voor een apart debat, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Straatman. Ik bedoel: mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
Bijna goed. Geen steun, voorzitter.
De voorzitter:
We hebben elkaar een poosje niet gezien.
De heer Vermeer (BBB):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Wel 30 leden? Zet u 'm erop?
De voorzitter:
We zetten 'm op de lijst. Zeker weten.
Het woord is aan mevrouw Ten Hove namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank. Kunstmest wordt steeds duurder, doordat er veel energie nodig is voor de productie ervan. Hiervoor worden onder andere gas en olie gebruikt, die met de huidige geopolitieke spanningen een stuk duurder worden. Hogere prijzen van kunstmest zullen worden doorberekend in de boodschappen, die veel mensen nu al niet meer kunnen betalen. En dan te bedenken dat onze boeren vruchtbare dierlijke mest tegen hoge kosten moeten afvoeren. We moeten de boeren, die voor onze voedselzekerheid zorgen, niet zo tarten, maar helpen. Daarom wil ik een debat met de minister van LVVN.
De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Het zijn niet alleen de hoge prijzen, al spelen die zeker mee. Het is gewoon bizar dat we goede dierlijke mest hebben, die gewoon gebruikt kan worden, die gewoon goed is voor de bodem, die sowieso al aan strenge regels is gebonden, maar dat boeren die niet mogen gebruiken en vervolgens kunstmest moeten importeren. Dat is echt totale waanzin, dus steun voor dit debat.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Ik denk dat dit op zich een heel goed debat is om met elkaar te voeren. Ik heb even op de lijst gekeken die we vandaag hebben. Volgens mij staan er iets van 200 debatten op. Er staan binnenkort ook echt veel landbouwdebatten gepland, onder meer een debat over stikstof en mest in juni. Volgens mij kan het daar gewoon veel sneller en veel beter.
De heer Lohman (CDA):
Ik sluit me aan bij deze overweging. Het is belangrijk dat we dit bespreken, maar het kan heel goed tijdens dat commissiedebat.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Daar sluiten wij ons ook bij aan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik steun dit verzoek, maar ik heb ook behoefte aan een brief waarin de regering nou eens uitlegt waarom nu zo langzamerhand de tijd niet rijp is om van het bestaande beleid af te stappen. Het is namelijk niet meer uit te leggen.
De voorzitter:
Dat informatieverzoek geleiden wij door. U heeft geen steun voor een debat.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ook niet van 30 leden, denk ik?
De voorzitter:
Ook niet, nee.
Het woord is aan de heer Jimmy Dijk voor zijn verzoek namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Tijdens het voorjaarsdebat heb ik, met name met D66 en het CDA, kort een debatje gevoerd over de gevolgen voor mensen die hun ziektekosten nu mogen aftrekken. Als dat afgeschaft wordt, betekent dat dat het verzamelinkomen van mensen bij de belastingaangifte omhooggaat. Dat betekent dat ze gekort worden op hun huurtoeslag en hun zorgtoeslag. Ik denk dat mensen op die manier echt drie, vier, vijf keer dubbel worden geraakt. Ik heb daarbij nog niet eens de lokale inkomensvoorziening en ondersteuning meegerekend. Het gaat echt over bedragen van €600 à €700 die mensen op hun huur- en zorgtoeslag gekort kunnen worden, naast de ziektekostenaftrek die ze dan niet meer kunnen doen. Ik zou daar graag iets meer tijd aan willen besteden dan hier en daar in een commissiedebatje of tijdens zo'n voorjaarsdebat. Ik merkte dat D66 en het CDA er tijdens het voorjaarsdebat ook wel voor openstonden om daarnaar te kijken. Ik zou graag steun willen van deze Kamer om dit belangrijke punt, dat een beetje onderbelicht is en ondergesneeuwd wordt, te bespreken, zodat mensen die extra ziektekosten maken niet driedubbel worden getroffen.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Van harte steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. We hebben binnenkort een commissiedebat over het zorgverzekeringsstelsel. Volgens mij gaat het daarin het allersnelst. Ik deel de zorgen van de SP, van de heer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Nou, steun. Mooi!
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik wil het best wel steunen, maar doe het bij de Zorgverzekeringswet. Dan gaat het veel sneller.
De voorzitter:
We noteren steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun. Mijn fractie heeft voor ogen om het te bespreken in het WGO over de suppletoire begroting. Het kan ook in een commissiedebat, maar er zijn in ieder geval wegen om dit eerder en sneller te bespreken dan in een apart plenair debat. Geen steun daarvoor.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Het kan ook in het commissiedebat, maar dit is belangrijk. Er moet een meerderheidsdebat over gevoerd worden, dus steun.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Dit heeft een enorme impact op heel veel mensen, dus van harte steun voor een apart debat.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, steun. Overigens is de doorwerking van deze aftrekposten naar de toeslagen überhaupt bizar, dus het is goed om dit debat een keer te voeren.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. De heer Claassen had het al over het debat over het zorgverzekeringsstelsel, maar ik kom tot een andere conclusie dan hij. Volgens mij kan het beter daar, dus geen steun.
De heer Hamstra (CDA):
Voorzitter, geen steun. Dit is een belangrijk onderwerp, maar het kan bij het WGO.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Maar wel de steun van 30 leden. Ik laat hem graag op de lijst staan, want ik wil hier toch een keer uitgebreid over doorspreken met elkaar. Dit heeft echt verregaande gevolgen, die niet even tussendoor in een commissiedebatje besproken kunnen worden.
De voorzitter:
Ja, we zetten het erbij.
Uw volgende verzoek graag iets korter dan het vorige, alstublieft.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Hier kan ik echt heel kort over zijn, voorzitter. De ongelijkheid groeit. De rijken worden rijker en de armen worden armer. De 0,01% allerrijkste Nederlanders is er in de afgelopen tien jaar 70% op vooruit gegaan. De 90% hardwerkende Nederlanders wordt harder belast dan de 0,01% allerrijkste Nederlanders. Daar wil ik graag een debat over hebben. Het CPB heeft ook aangegeven dat de overheid moet ingrijpen. Dat lijkt me een helder signaal.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Volledige steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Was dat kort genoeg, voorzitter?
De voorzitter:
Het gaat de goede kant op.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Geen steun.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter. Dit is een belangrijk onderwerp, maar ik zou dit graag bij het Verantwoordingsdebat willen behandelen, want anders gaat het veel te lang duren. Het rapport ligt er nu vers van het CPB.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Daar sluit ik mij bij aan.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is een belangrijk onderwerp, maar ik ben het wel eens met collega Van Dijck dat het een mooi onderwerp is voor bij het Verantwoordingsdebat op 3 juni.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, maar nog wel een laatste verzoek.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het is toch opvallend dat er voor het grootste taboe, het belasten van de rijken, constant geen steun voor een debataanvraag komt van al die partijen die constant aangeven dat ze het zo belangrijk vinden dat hardwerkende Nederlanders erop vooruitgaan.
Voorzitter. Mijn derde debataanvraag gaat over zogenaamde "overwinsten". Ik vind het een onterm, want het zijn gewoon hele dikke winsten. Ze profiteren van een crisis: Shell doet dat en we zien dat raffinaderijen hier in Nederland dat ook doen; ACM heeft daar gister over bericht. Ik vind dat dat een apart debat waard is, omdat ik vind dat deze Kamer zich moet uitspreken voor het extra belasten van diegenen die extra profiteren van een crisis. De hardwerkende Nederlanders die netjes hun belasting betalen, een stuk meer dan die 0,01% allerrijkste Nederlanders, horen erop vooruit te gaan. Daarom vind ik dat we die winsten van de rijke, grote bedrijven die nu van een crisis profiteren, moeten gaan belasten.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik steun dit verzoek. Ik heb één kleine aanvulling. We hebben voor het reces een motie ingediend met de vraag om het juridisch voor te bereiden. Die is aangenomen. Ik zou graag horen hoe het ervoor staat. We weten nu inderdaad dat die overwinsten zijn gemaakt, dus het is de hoogste tijd voor die belasting.
De voorzitter:
Dat informatieverzoek geleiden we door.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat mensen hun energierekening en hun boodschappen niet meer kunnen betalen terwijl die oliebedrijven zulke hoge winsten maken, is niet uit te leggen. Daarom van harte steun voor dit debat.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, ook steun.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Geen steun.
De heer Vermeer (BBB):
Ik wil graag eerst de uitwerking van die aangenomen motie afwachten en dan kunnen we daarna kijken of we een debat doen. Voor nu geen steun.
Mevrouw Podt (D66):
Geen steun.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Hetzelfde als hetgeen de heer Vermeer zegt.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb wel 30 leden. Ik laat het graag op die lijst staan.
De voorzitter:
Dat zullen we doen.
Het woord is aan mevrouw Vondeling voor haar verzoek namens de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie verzoeken, dus ik zal het kort houden.
Het kabinet laat een terreurorganisatie gewoon haar gang gaan in Nederland. Uit het jaarverslag van de AIVD blijkt namelijk dat terreurorganisatie Hamas betrokken is bij anti-Israël- en pro-Palestinademonstraties in Nederland. Ik wil daarom een debat met de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Asiel en Migratie.
De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ontzettend belangrijk onderwerp en er ligt ook een zorgwekkend rapport. Er staat alleen over twee weken al een debat over het demonstratierecht. Volgens mij is dat de snelste weg.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun, maar ik zou ook graag een brief willen van het kabinet hoe het nu terugkijkt op de deelname van, onder anderen, onze premier aan die demonstraties indertijd.
De voorzitter:
Dat geleiden we door.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ook steun voor dit debat. Dit debat kan natuurlijk met de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Asiel en Migratie, maar het kan ook met de minister van Binnenlandse Zaken. Ik zou dus in die brief ook graag een reflectie van de minister van Binnenlandse Zaken willen op de demonstraties die hier worden gehouden en waar het Hamasnetwerk invloed op lijkt te hebben. Dus als die brief ook namens de minister van Binnenlandse Zaken gestuurd kan worden, dan zou dat mooi zijn.
De voorzitter:
Ook dat geleiden we door.
De heer Van Leijen (D66):
Geen steun, want het kan bij het commissiedebat over het demonstratierecht.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mede namens SGP steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Oké. Dan kom ik bij mijn volgende verzoek. Tientallen ongewenste vreemdelingen zitten al jarenlang in Nederlandse tbs-klinieken en kosten de Nederlandse belastingbetaler jaarlijks miljoenen euro's. Deze ongewenste vreemdelingen horen niet in een luxe tbs-kliniek, maar in een vliegtuig terug naar hun land van herkomst. Daarom wil ik een debat met de minister van Asiel en Migratie en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u steun heeft.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is denk ik echt beter om dit morgen bij het commissiedebat Asiel- en vreemdelingenbeleid te bespreken.
De voorzitter:
We noteren geen steun.
De heer Ellian (VVD):
We hebben recent een commissiedebat gehad waarin ook dit punt ter sprake kwam. Dit kan gewoon op een ander moment, bijvoorbeeld morgen.
De heer Van Leijen (D66):
Eens, dit kan morgen bij het commissiedebat.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun. Dat geldt ook alvast voor het volgende verzoek.
De voorzitter:
Dat zult u dan toch echt straks moeten doen. Voor dit verzoek heeft u geen meerderheid, mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dan mijn laatste verzoek. Nederland krijgt binnen de EU het hoogste aantal asielaanvragen van Palestijnen. Palestijnse asielzoekers komen massaal naar Nederland. De meesten hebben al een Griekse verblijfsvergunning. De minister faalt aan alle kanten. Hij heeft geen verklaring voor de massale komst van Griekse Palestijnen, terwijl duidelijk is dat ze natuurlijk naar Nederland komen vanwege de gratis huizen, gratis uitkering, gratis zorg en noem maar op. De PVV wil dat ze direct worden teruggestuurd naar Griekenland. Ik wil daarom een debat met de minister van Asiel en Migratie.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, ik vind dit onderwerp wel groot genoeg om dit debat te steunen. Ik zou ook een brief willen van het kabinet, met een reflectie op de woorden van de minister van Asiel en Migratie. Die zegt eigenlijk: ja, ik heb eigenlijk geen idee; ik heb hier geen verklaring voor. Volgens mij is het vrij duidelijk waarom die mensen hiernaartoe komen. Ik wil dus graag een brief van het kabinet waarin uiteengezet wordt welke redenen er zijn of kunnen zijn voor deze mensen om hiernaartoe te komen.
De heer Russcher (FVD):
Steun voor het debat en de brief.
De heer Van Leijen (D66):
Dank. Zoals eerder al werd opgemerkt: geen steun, want het kan bij het commissiedebat Asiel en Migratie van morgen.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ja, ook steun voor beide verzoeken.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Als je een land platbombardeert en mensen geen plek geeft om te leven — genocide, hongersnood, kinderen die gemarteld worden — wat zou er dan voor reden zijn om te vluchten? Ik vind dat we hier echt moeten uitkijken met hoe we over mensen praten. Dit gaat over mensen die vluchten voor oorlog en geweld.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Vanuit Griekenland, inderdaad.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Geen steun voor dit verzoek.
De heer Ceulemans (JA21):
Een stukje korter: steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het moge duidelijk zijn wat ik van de inhoud vind. Ik zie mevrouw Vondeling graag morgen in het commissiedebat. Dus geen steun voor haar verzoek.
De heer Stoffer (SGP):
Ik denk dat de redenen dat dit zo is en waarom we koploper zijn, belangrijk zijn om uit te zoeken. Vanuit die hoedanigheid dus steun voor dit debat.
De heer Ellian (VVD):
Ik deel de zorgen, maar we hebben morgen vier uur lang een debat, dus geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik neem het allemaal morgen mee.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout voor haar verzoek namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Twee weken geleden is in Colombia geschiedenis geschreven. Er was namelijk voor het eerst een internationale conferentie, met bijna 60 landen, over het uitfaseren van fossiele brandstoffen. Dat is natuurlijk de kern van de klimaatcrisis. Nederland is tot het eind van het jaar samen met Colombia voorzitter van dit gezelschap. Daarom is het heel belangrijk om op korte termijn een debat met elkaar te voeren over de uitkomsten van deze conferentie en wat Nederland hier verder mee gaat doen. Daarom zou ik graag een debat willen met de minister van Klimaat en Groene Groei over de uitkomsten van deze conferentie.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Volgens mij was mevrouw Van Oosterhout zelf ook in Colombia. Ik neem aan dat ze daar niet per boot naartoe is gegaan, maar per vliegtuig. De enige uitkomst van die klimaatconferentie is dan toch echt dat de GroenLinks-Partij van de Arbeidfractie, die zegt dat ze minder wil vliegen, een beetje hypocriet is. Geen steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. We moeten zo snel mogelijk af van fossiele brandstoffen. Uit de conferentie blijkt dat die uitspraken nogal vrijwillig van aard zijn. Daar wil ik graag het debat over aan met de minister. Dus van harte steun.
Mevrouw Müller (VVD):
Dit kunnen we prima bespreken bij de vele commissiedebatten die we hier nog over hebben staan.
De heer Jumelet (CDA):
Daar sluit ik me graag bij aan, voorzitter. Genoeg debatten. Geen steun voor dit verzoek.
De heer Vermeer (BBB):
Wat ons betreft verstoken we ook minder fossiele brandstoffen richting dit soort conferenties, in Colombia nota bene. Geen steun. We hebben het hier al genoeg over. We zullen de eerste 40 jaar nog wel gas nodig hebben en olie wellicht nog wel langer.
De heer Van Leijen (D66):
Steun. Goed dat mevrouw Van Oosterhout erbij was.
De heer Kops (PVV):
Die fossiele brandstoffen hebben we hard nodig. Niks uitfaseren. Geen steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Wel 30 leden?
De voorzitter:
Dat wel.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dan graag op de lijst.
De voorzitter:
We zetten 'm erbij op de lijst.
Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar verzoek namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u, voorzitter. Zoals we allemaal weten, heeft de klimaatcrisis enorme gevolgen voor ecosystemen, volksgezondheid en onze leefomgeving. Het Europese rapport De Europese Staat van het Klimaat 2025 concludeert dat klimaatverandering nog sneller gaat dan we hadden verwacht, met snel stijgende temperaturen en wijdverbreide natuurbranden, en dat dit niet iets is van de toekomst, maar dat dit nu gebeurt. We zien ook dat Europa, inclusief Nederland, hier onvoldoende op is voorbereid. Daarom vraag ik een debat aan met de minister van Klimaat en Groene Groei, in te plannen voor het zomerreces, over de vraag hoe het kabinet deze tekortkomingen gaat adresseren.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Als je suggereert dat er een Europese staat van het klimaat is, snap je echt niets van klimaat, dat zich ook niet aan Europese grenzen houdt. Geen steun. We hebben genoeg debatten over klimaat. We worden er al helemaal crazy van.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Heel zorgwekkend rapport. Het is heel belangrijk dat we daarover debatteren. Steun.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik herhaal nog maar eens dat we heel veel commissiedebatten en plenaire debatten over het klimaat hebben staan, zoals een commissiedebat over de Europese Raad, waarin we dit kunnen bespreken.
De heer Kops (PVV):
Geen steun.
De heer Jumelet (CDA):
Geen steun, voorzitter.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Een belangwekkend rapport, maar het kan inderdaad bij het commissiedebat Energieraad.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We weten wat er gebeurt als Europa zich gaat bemoeien met het klimaat: dat legt de rekening keihard neer bij mensen die het nu al niet kunnen betalen. Dus geen steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Als dat het argument is, dan kun je daar ook een debat over voeren. Dus steun.
De voorzitter:
Maar u heeft geen meerderheid.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Wel 30 leden?
De voorzitter:
Ook niet.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Oké. Nou, helaas.
Voorzitter. Dan mijn volgende aanvraag, als u mij toestaat.
De voorzitter:
Zeker.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Die gaat over de branden in de natuurgebieden. Afgelopen week werd ons land opgeschrikt door grote natuurbranden, ontstaan op militaire oefenterreinen. Gelukkig was onze brandweer er. Dus heel veel dank voor het optreden van de brandweer. Maar terwijl alle Nederlanders geen lucifer meer mogen aansteken bij een risico op brand, moet het niet zo zijn dat Defensie op hetzelfde moment doorgaat met oefeningen in de natuur. Ook Defensie moet opereren binnen de regels en afspraken die we in Nederland hebben gemaakt. Protocollen mogen niet tekortschieten en toch leiden tot megabranden. Het gaat om de veiligheid en de gezondheid van Nederlanders, de dieren, de natuur en ook de kosten die we moeten maken om de branden te blussen en alles te herstellen, voor zover dat nog mogelijk is. Daarom wil de Partij voor de Dieren graag een debat met de minister van Veiligheid, de minister van Natuur en de staatssecretaris van Defensie over de natuurbranden die zijn ontstaan op militaire oefenterreinen.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Nou, dat gaat hard, voorzitter!
De voorzitter:
Vooralsnog niet. O, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Van harte steun. Ik vind dit ook echt heel bizar. Niemand kan iets met vuur doen, en terecht, maar Defensie kan dat wel, met deze gevolgen. Het lijkt me heel verstandig om het daar snel over te hebben.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Terecht om hier een debat over te hebben. Ik denk dat mensen er vreselijk van geschrokken zijn, dus laten we het daarover hebben met elkaar.
De heer Van Lanschot (CDA):
Steun, voorzitter.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. 28 mei is er een commissiedebat Brandweer en crisisbeheersing. Op 4 juni is er een commissiedebat Natuur. Ik denk dat het heel goed past binnen deze twee commissies, dus geen steun voor een plenair debat.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Het past vooral bij een meerderheidsdebat, dus steun.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Geen steun. Kan in een commissiedebat.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ja, dit kan ook bij een commissiedebat Defensie.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Wel 30 leden.
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ja. Graag een dertigledendebat. Dank u wel.
De voorzitter:
We zetten het erbij.
Het woord is aan mevrouw Coenradie, die wordt waargenomen door de heer Ceulemans, namens JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Uit de jaarcijfers van de politie bleek onlangs dat agenten vaker te maken krijgen met geweld en dat het geweld ook steeds heftiger wordt. Bij de jaarwisseling waren er meer dan dubbel zo veel meldingen in vergelijking met het jaar daarvoor. De korpsleiding spreekt dan ook van een structureel probleem en pleit voor maatregelen om dat tegen te gaan. We moeten voorkomen dat het dit jaar nog erger wordt dan vorig jaar, dus ik wil daarover graag een debat met de minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Dit past precies binnen mijn aanvraag over de gezags- en gedragscrisis van Nederland. Ik had helaas geen steun voor een meerderheidsdebat, daarom steun voor deze aanvraag.
Mevrouw Armut (CDA):
Steun.
Mevrouw Faber (PVV):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Je blijft met je tengels van onze politieagenten af. Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Steun.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ook steun, voorzitter.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Van Leijen (D66):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
De heer Ceulemans (JA21):
Mooi.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Patijn voor haar verzoek namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Het kabinet wil de uitkeringen voor arbeidsongeschikte werknemers met 20% verlagen, maar het aantal mensen dat daarmee in de WIA terecht zal komen zal daarmee niet dalen. Wel zal het aantal mensen dat in armoede terechtkomt stijgen. Het echte probleem zit 'm in het gebrek aan preventie. De echte oplossing zit dan ook in het ontwikkelen van een langetermijnvisie over hoe we kunnen komen tot preventief beleid om te voorkomen dat mensen instromen. Ik wil graag een debat met de minister van Sociale Zaken over hoe deze preventie vormgegeven kan worden.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Geen steun. Kan maandag bij het WGO, waar u op ingeschreven staat.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ook geen steun. We hebben het hier in commissieverband vaak met elkaar over en dat moeten we blijven doen. Geen steun voor een plenair debat.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het is een goed punt dat mevrouw Patijn aankaart. We hebben het hier inderdaad veel over gehad in de commissie en laten we dat ook blijven doen. Er staat een aantal commissiedebatten op de planning waarin we dit kunnen bespreken.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, steun voor het verzoek.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Laten we het over oplossingen hebben, zodat we ervoor kunnen zorgen dat mensen niet arbeidsongeschikt raken en dat mensen die arbeidsongeschikt zijn een passende werkplek kunnen krijgen als ze dat willen en kunnen. Het lijkt me heel goed om daar een uitgebreid debat over te gaan voeren voor de mensen om wie het gaat in plaats van dat we het steeds doorverwijzen naar kleine commissiedebatjes waar iedereen er twee zinnen over zegt en waar nooit echt een plan uit voortvloeit. Dus steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Wel een dertigledendebat.
De voorzitter:
Ja. Ik denk dat u wil dat we het op de lijst zetten dan. Dat gaan we doen.
Meneer Claassen krijgt het woord voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Geen kreunende en steunende bouwvakkers die slepen met stenen om te bouwen, wat hard nodig is in dit land, maar kreunende en steunende Nederlanders die graag een huis willen, maar er wordt niet gebouwd door allerlei rare regels waar we bijna geen grip op hebben. In minstens 40 gemeentes loopt de bouw van tienduizenden woningen vertraging op door een 50 meter-bufferzone die niet eens in de wet is vastgelegd, maar die voortvloeit uit eerdere rechtszaken. Zelfs rondom weilanden zonder bestrijdingsmiddelen wordt deze regel ingezet om de woningbouw te blokkeren. Het kabinet heeft dit, ondanks jaren van knelpunten, nog steeds niet heeft opgelost. Ik wil daarom graag een debat met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om dit eens aan te pakken en eindelijk te kunnen gaan bouwen.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Er zijn steeds meer spuitzones, zonder wetenschappelijke onderbouwing. We zetten ons hele land opnieuw op slot, dus we moeten stoppen met het op slot zetten van Nederland. Daarom steun voor dit debat.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter, geen steun. Heel graag over twee weken bespreken bij het debat over de woningbouwopgave. Hopelijk, want het is wel een belangwekkend onderwerp, zijn dan ook onze schriftelijke vragen over dat onderwerp behandeld. Dan kunnen we die gelijk meenemen.
Mevrouw Steen (CDA):
Geen steun, om exact diezelfde reden.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik sluit me ook aan bij de woorden van mevrouw Podt. Geen steun.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Geen steun.
De heer Kops (PVV):
Exact. Dit kan bij het commissiedebat. Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik wil een bijdrage doen aan deze ellenlange lijst van debataanvragen en dat heb ik vandaag gedaan.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan de heer El Abassi voor zijn verzoek namens DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ik gaf al aan dat je met je tengels van onze politiemensen af moet blijven. Je blijft ook af van onze raadsleden, onze volksvertegenwoordigers, net als van onze burgemeesters. Daar blijf je van af. Keer op keer heb ik hier een debat aangevraagd om te voorkomen dat het nog een keer gebeurt. En keer op keer gebeurt het toch. Weer worden raadsleden aangevallen. Weer worden burgemeesters aangevallen. Vandaag heb ik daar mondelinge vragen over gesteld.
De voorzitter:
Uw verzoek?
De heer El Abassi (DENK):
Ik heb gezien dat we niet verder kwamen. Ik zie het zo gebeuren dat bij de eerstvolgende demonstratie weer onze bewindslieden worden aangevallen. Daarom vraag ik nu weer een debat aan met de minister van Justitie en Veiligheid. Daarbij wil ik aantekenen dat ik weet dat ik een dertigledendebat heb staan. Dit heb ik net voor de tweede keer verlengd. Dit komt mogelijk weer te vervallen. Ik wil het eigenlijk omzetten naar een meerderheidsdebat. Wat mij betreft kan dat dertigledendebat dan komen te vervallen. Ik weet zeker — dat is mijn gevoel — dat ik steun ga krijgen vanuit de Kamer vandaag.
De voorzitter:
We inventariseren de steun voor het voorstel dat u heeft ingediend en dat hier voorligt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Er wordt nog een tweeminutendebat ingepland over de Spreidingswet. Morgen is er een commissiedebat Asiel- en vreemdelingenbeleid. Als je het hierover wilt hebben, is dat wel echt de snelste manier. Dat is de plek om het te doen. Maar ik wil er wel bij gezegd hebben dat de burgers die protesteren eigenlijk worden ondergesneeuwd door dit soort vernielingen en rellen. We moeten er wel alert op blijven dat er heel veel grote zorgen zijn bij burgers over de komst van azc's. Maar vernielingen en geweld mogen natuurlijk nooit.
Mevrouw Martens-America (VVD):
De situatie is absoluut onacceptabel. Zoals de heer El Abassi ook aangeeft, staat er echter al een debat op de lijst. Volgens mij is dat nu de snelste manier.
De heer Van Leijen (D66):
Ik ben het eens met de heer El Abassi: je blijft met je vingers van elkaar af. Het is goed om ook vanuit dit huis steun voor lokale politici uit te blijven spreken. Maar de snelste route is het debat over asiel en migratie dat morgen staat ingepland. Dus geen steun.
De voorzitter:
Geen steun dus. Mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Steun voor het verzoek.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Het kabinet had een veel steviger lijn moeten trekken tegen extreemrechts geweld en echt pal achter de burgemeesters moeten gaan staan. Dat is niet gebeurd. Dus daarom van harte steun voor dit debat.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Het is schandalig om dat te horen. Het is weer afwachten tot er bewindslieden en burgemeesters aangevallen worden. De volgende keer zal ik hier weer staan. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan de heer Boomsma voor zijn twee verzoeken namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Het eerste verzoek is om het tweeminutendebat over de bijeenkomst van de Raad van Europa in Moldavië nog deze week in te plannen, met stemmingen. Dat moet omdat dit al komende donderdag en vrijdag plaatsvindt. Dat is het eerste verzoek.
De voorzitter:
Daar gaan we rekening mee houden, want dat gaat om een tweeminutendebat met een deadline.
De heer Boomsma (JA21):
Als de Kamer instemt met mijn tweede verzoek, kan ik het eerste meteen intrekken. Mijn tweede verzoek betreft namelijk het volgende. De bijeenkomst van de Raad van Europa in Moldavië gaat over een politieke verklaring die wordt opgesteld over de interpretatie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens door het Hof in Straatsburg. Dit is een uitwerking van de open brief van politici uit negen landen, waaronder Bart De Wever, die hebben gezegd: wij moeten als politici meer ruimte krijgen om op te treden en het EVRM verhindert het ons op dit moment om effectief migratiebeleid te kunnen voeren. In december hebben 27 landen zich daarbij aangesloten. Daar wordt vrijdag over gesproken. Dit is zulke belangrijke, cruciale maar ook wel complexe materie, dat ik denk dat een tweeminutendebat gewoon niet genoeg is om hierover te kunnen spreken. Ik denk dat we ook echt goed moeten kunnen debatteren met elkaar over de moties. Daarom het verzoek om dit tweeminutendebat meteen om te zetten in een plenair debat.
De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het is een ingewikkeld verhaal en het debat over het EVRM is verschrikkelijk, maar ik steun het verzoek wel.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
De heer Van Lanschot (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Van harte steun.
De heer Ellian (VVD):
Inhoudelijk begrijp ik alles wat de heer Boomsma zegt. Morgen een tweeminutendebat inclusief stemmingen: vanzelfsprekend. Maar laten we het daarbij houden. Een andere keer een plenair debat, als er een nieuw verzoek komt, wil ik graag overwegen, maar daar geef ik nu dus geen steun voor.
De heer Vermeer (BBB):
Steun, maar ik zie niet helemaal in hoe we dat in de agenda geperst krijgen. Het debat over de voorgenomen fusie tussen Hilversum en Wijdemeren kan absoluut niet later, in verband met alle deadlines die daar weer aan vastzitten. Het zou wel later op de avond kunnen, maar dan gaan we door tot diep in de nacht.
De voorzitter:
Het is kiezen in schaarste. Laten we even bekijken hoe de verhoudingen liggen. Mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter, steun voor een tweeminutendebat maar niet voor een extra debat.
De heer De Roon (PVV):
Steun voor het tweeminutendebat.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid voor het tweede verzoek, maar het tweeminutendebat inclusief stemmingen plannen we in.
Het woord is aan de heer Heutink voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Geweldig nieuws: de klimaathysterie is eindelijk voorbij. Althans, dat zouden we hopen. Al jarenlang baseert de overheid het klimaatbeleid op basis van het door IPCC opgestelde horrorscenario. Dat horrorscenario is nu van tafel. Maar Nederland gaat gewoon dom door. Er verdwijnen miljarden in klimaatfondsen en de Nederlandse industrie wordt kapotgemaakt vanwege veel te strenge CO2-regels. We moeten dus af van dat verschrikkelijke en verstikkende klimaatbeleid. Daarom verzoek ik om een debat met de minister van Klimaat en Groene Groei.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
De heer Vermeer (BBB):
Zeker steun, want deze beweging moet echt gevolgen krijgen, ook voor ons beleid. Op zich is er geen reden om te juichen, want er liggen nog allerlei andere scenario's. Dat zijn ook maar scenario's, maar er is nog veel te veel beleid op gebaseerd.
Mevrouw Müller (VVD):
Het lid Heutink gaf net aan dat er te veel aanvragen waren voor klimaatdebatten. Dit is er daar voor mij een van. Dus geen steun.
De heer Van Leijen (D66):
Geen steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. We moeten in dit huis rapporten wel goed lezen. Er staat dat ook het lichtste scenario afvalt. Er staat ook dat de wereld nog steeds afkoerst op meer dan 1,5 graad. Het is mede dankzij klimaatbeleid dat het meest extreme scenario is weggevallen. Ik steun het verzoek wel, maar ik heb dus een hele andere lezing van het rapport dan de heer Heutink. Ik wil graag een debat over hoe we nou effectief klimaatbeleid hebben, zodat we nog meer scenario's kunnen afschrijven.
De voorzitter:
We noteren "steun".
De heer Ceulemans (JA21):
Steun voor het verzoek.
De heer Jumelet (CDA):
We zijn consequent: ook voor dit klimaatdebat geen steun.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Steun voor het debat, maar de stand van zaken zoals de heer Heutink die schetst, klopt natuurlijk van geen kant.
De heer Kops (PVV):
Dit bericht is eigenlijk heel goed nieuws. Ik zie dus geen probleem. Geen steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Er is zeker wel een probleem. Dit werkt namelijk ook door in allerlei rechterlijke uitspraken, zeg ik tegen de heer Kops. Van harte steun dus voor dit verzoek.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Helaas.
Dan ga ik door naar mijn tweede verzoek.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Bij meerderheid zegt deze Kamer: hou DigiD in Nederland. Wat gebeurt er ondertussen? Het kabinet verlengt het contract met DigiD, met als resultaat dat er bijna geen kans meer is om DigiD in Nederland te houden. Dankzij een dappere CPO van Logius zijn de risico's duidelijker naar voren gebracht dan ooit. We moeten het niet willen dat de Amerikaanse overheid de toegang tot onze overheidssystemen kan stilleggen. We moeten ook niet willen dat een ambtenaar die goud waard is voor Nederland, verloren gaat voor de overheidsdienst. Die zou wat ons betreft een lintje moeten krijgen.
Voorzitter. Als we nu beginnen met aanbesteden, kunnen we nog op tijd zijn om deze rampzalige gebeurtenis tegen te houden. Daarom wil ik, het liefst uiterlijk volgende week, een debat over DigiD houden met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Economische Zaken.
De heer Stöteler (PVV):
Steun.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Op de verjaardag van mevrouw Beckerman heb ik geleerd dat we elkaar hier debatten cadeau doen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ben jarig.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Vandaag ben ík jarig.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Kijk, gefeliciteerd!
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik hamer al weken op een debat over DigiD. We hebben namelijk geen tijd te verliezen. Gezien de moties die zijn aangenomen in de Kamer, is het niet de vraag of we DigiD in Nederlandse handen kúnnen brengen, maar hoe we dat doen en wanneer. We hebben geen tijd te verliezen. Van harte steun.
De voorzitter:
En de hartelijke felicitaties voor uw verjaardag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik feliciteer mevrouw Kathmann. De steun is niet alleen vanwege haar verjaardag, maar ook vanwege de inhoud. De Kamer is namelijk al heel erg duidelijk geweest: we willen DigiD in Nederlandse handen houden. De lijn is alleen nog steeds heel erg diffuus. Het dreigt te verdwijnen. Daarom heel veel steun voor dit noodzakelijke debat op zeer korte termijn.
De heer Vermeer (BBB):
Volle steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Er vindt een technische briefing plaats met de commissie. Mijn fractie vindt dat we dat eerst met elkaar moeten bespreken. Daarna zien we verder. Voor nu dus geen steun. Dat doet niets af aan de ernst van de kwestie die naar voren wordt gebracht.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mede namens de SGP: gefeliciteerd en steun voor dit debat, want hier is het rampscenario nog niet afgewend.
Mevrouw Podt (D66):
Felicitaties aan mevrouw Kathmann. Wij willen hier graag een keer over debatteren, maar we wachten wel eventjes op de BTI-toets die er nog aan komt. Dat geeft ons ook iets meer ruimte. Ik begin zo langzamerhand te hopen dat volgende week 33 dagen heeft, want we krijgen het volgens mij allemaal niet ingepland.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ook wij wachten eerst graag de BTI-toets af. Anders krijgen we gewoon een herhaling van zetten van het vorige plenaire debat. Daarin hebben we wel degelijk met elkaar een aantal hele belangrijke moties ingediend om het kabinet hiervoor aan het werk te zetten. We wachten dat graag eerst af voordat we hier wéér een debat met elkaar aangaan.
De heer Ergin (DENK):
We moeten er alles, maar dan ook echt alles aan doen om te voorkomen dat de gegevens van Nederlandse burgers in handen komen van Amerikaanse bedrijven. Daarom steun voor dit verzoek. We mogen dit gewoon niet accepteren, hoe vaak we dit debat ook moeten voeren.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan sta ik hier volgende week weer met hetzelfde verzoek.
De voorzitter:
We zien het tegemoet. Dank u wel, meneer Heutink.
Het woord is aan mevrouw De Vos voor haar verzoek namens Forum voor Democratie.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. De afgelopen weken hebben we een groeiende weerstand in de samenleving kunnen zien tegen de Spreidingswet. Dat zien we in Loosdrecht, Apeldoorn en Tilburg en als we niet oppassen straks in heel Nederland, als het beleid niet verandert. Ik heb de afgelopen weken vele gezinnen, jonge meisjes, vrouwen, ouders, grootouders, gewone Nederlanders gesproken die zich grote zorgen maken over de azc's die bij hen in de achtertuin worden geplant. Daarom zou ik graag een debat willen aanvragen met de minister van Asiel en Migratie over de groeiende weerstand in de samenleving tegen de Spreidingswet. Ik weet dat er morgen een commissiedebat op de planning staat, maar ik vind dit onderwerp te groot. Ik zou daar graag aan toe willen voegen dat er ook een groot asieldebat op de planning staat, dat nog niet is ingepland. Ik kan me ook voorstellen dat we die debatten samenvoegen, maar dan zou ik willen voorstellen om dat wel volgende week of de week daarop in te plannen.
De voorzitter:
We gaan nu echt met elkaar stemmen over het voorstel zoals dat op de lijst is ingediend.
De heer Ellian (VVD):
Er worden zo veel debatverzoeken ingediend met samenvoegingen, maar goed. We hebben hier twee weken geleden uitgebreid over gedebatteerd. Dat was wat mij betreft een goed debat. We hebben morgen ook een commissiedebat en er komt een plenair debat aan. Ondanks dat ik de zorgen deel, voor nu geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Het klopt dat er al veel debatten over zijn geweest en dat er ook nog veel debatten komen. We hebben ook een wet om die Spreidingswet in te trekken. Tegelijkertijd vinden wij dit zo belangrijk en de wet zo kwalijk, dat ik het verzoek wel steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik sluit me aan bij de VVD: geen steun.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik ga het debat steunen, maar met een kleine opmerking erbij. Als iedereen de agenda goed in de gaten houdt en kijkt van wat er al is geweest en wat er nog komt, dan kunnen we het aantal debatten misschien iets verkleinen. Ik heb begrepen dat er meer dan honderd debatten op de rol staan. Maar wel steun voor dit debat, want dit is echt iets wat Nederland heel erg bezighoudt.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Steun voor het verzoek.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw De Vos (FVD):
Een korte reactie op mevrouw Van der Plas. Dat is de reden dat ik voorstel om het samen te voegen. Als het goed is, zijn er wel 30 leden voor dit debat, dus dan komt het op de lijst.
De voorzitter:
Ja, we zetten het erbij op de lijst. Het woord is aan mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Drie dagen geleden verscheen er op de website van NieuwRechts een wat mij betreft verontrustend en goed onderbouwd artikel over mensensmokkel, waarin stond dat Ter Apel zo'n beetje het epicentrum daarvoor is. Er werd een telefoontje gevonden waar één nummer op terugkwam dat in tientallen lopende onderzoeken in vijf Europese landen werd teruggevonden. Er volgde een internationale operatie met 140 arrestaties verspreid over negen landen, die een netwerk met tienduizenden gesmokkelde mensen in beeld bracht.
We hebben hier vandaag een flink aantal verzoeken gehad over het asielprobleem, maar ik zou twee dingen willen vragen. Ik wil een brief van de minister of de staatssecretaris van Justitie waarin ze ingaan op de verschillende feiten in dat artikel en of die kloppen. Ik hou mijn hart vast, want dan is het echt dweilen met de kraan open.
De voorzitter:
Dat verzoek geleiden we door. Uw volgende verzoek is een debat?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ja, daarna een debat.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
Mevrouw Faber (PVV):
Mensensmokkel is een onderdeel van mensenhandel en daar hebben we volgende week een commissiedebat over, dus dat gaat het snelste. Daar kunt u het ook ter sprake brengen, zeg ik via de voorzitter.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wilde eigenlijk hetzelfde voorstellen. Als je de agenda's van de commissiedebatten bekijkt, zul je zien dat daar al debatten over zijn. Op 20 mei is er inderdaad een debat over mensensmokkel. Het onderwerp is superbelangrijk en het is ook heel zorgelijk, maar als we daar over een week al over kunnen debatteren, moeten we dat doen.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Er is inderdaad binnenkort een commissiedebat over mensenhandel, maar Volendammers laten elkaar nooit vallen, dus van harte steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ook al ben ik geen Volendammer: steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Welkom.
De heer Ellian (VVD):
Ik wilde een grap maken, maar laat ik dat niet doen. Het kan volgende week bij het commissiedebat, dus geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Van Leijen (D66):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Volgens mij telt het ook niet op tot 30 leden, hè, voorzitter? Het is ongelofelijk. Ik wacht in ieder geval de brief van de minister af en dan komen we er vast over te spreken.
De voorzitter:
Dat verzoek geleiden wij sowieso door. Dank u wel.
Het woord is aan de heer Markuszower voor twee verzoeken namens de Groep Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Van der Plas heeft net ook al een debat aangevraagd over de gezagscrisis in Nederland. Als je als opa van 80 met je kleinkinderen ergens loopt en je wordt bijna omvergereden door een getinte jongeman op een fatbike, en je wordt als grootvader van 80 volledig lens geslagen door die getinte jongeman, denk ik dat we hier niet alleen een gezagscrisis hebben, maar veel meer dan dat. Ik wil daar graag over in debat, want het kan niet zo zijn dat grootvaders die met hun kleinkinderen ergens lopen, volledig in elkaar worden geslagen en dat een omstander die daarbij stond, ook nog eens door diezelfde dader in elkaar wordt geslagen. Geef die mensen alsjeblieft levenslang of gooi ze ons land uit, ik weet het niet, maar laten we er alsjeblieft over debatteren.
De voorzitter:
Op het randje, meneer Markuszower, maar goed.
De heer Russcher (FVD):
Van harte steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Volgens de commissieagenda is er een commissiedebat Verkeersveiligheid op 21 mei. Je zou dit daarin kunnen inbrengen, omdat dit ook gaat over overlast, maar dit gaat nog verder dan dat, want ze slaan ook gewoon mensen in elkaar. Op 10 juni is er een commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpen. Daarin zou je dit ook kunnen inbrengen. Én er komt volgens mij nog een tweeminutendebat Justitiële Jeugd. Er zijn dus drie momenten, heel kort op elkaar — dat wil ik benadrukken — waarop we dit verschrikkelijke onderwerp op tafel kunnen gooien, in plaats van dat we een jaar moeten wachten totdat dit debat een keer wordt ingepland.
Mevrouw Faber (PVV):
Steun.
De heer Van Leijen (D66):
Geen steun. Er is nog een lopend onderzoek.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun.
De heer Hamstra (CDA):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid voor dit verzoek. O, mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nou, ik ben dan wel in m'n eentje, maar ik bied in ieder geval morele ondersteuning voor dit verzoek.
De voorzitter:
We noteren uw steun, maar er is nog steeds geen meerderheid.
Dan uw eerste verzoek, meneer Markuszower, want dit was het tweede verzoek op de lijst. Nu gaan we naar het eerste verzoek.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik zal niet over het randje gaan, voorzitter, maar deze coalitie lijkt wel over het randje te gaan, namelijk over het randje van de hypotheekrenteaftrek. Daarom doe ik het volgende verzoek. De VVD had bij de verkiezingen rust in de portemonnee beloofd: handen af van de hypotheekrenteaftrek. Dat kennen we allemaal van de VVD. Toch lijkt dit punt op tafel te liggen. Voordat dit officieel op tafel ligt, wil ik graag een debat hierover met de minister, maar ook graag met de VVD-fractie, zodat de VVD hier eindelijk een keer klip-en-klaar kan zeggen dat ze de handen van de hypotheekrenteaftrek afhoudt.
De voorzitter:
Ik kijk of u hier steun voor heeft.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Wij willen juist niet morrelen aan de hypotheekrenteaftrek, dus geen steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Deze onrust heeft minister Heinen vanmiddag al weggenomen. Er is geen reden om je zorgen te maken, dus geen steun voor dit debat.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat bericht had ik nog niet gezien, maar goed om dat te horen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik steun het debat. Er komt morgen een rapport uit. Het is goed om hierover te praten. Ik heb een aanvullend verzoek. We hebben zojuist als Kamer een motie aangenomen om de verruiming tegen te houden. Nu zegt de VVD via de pers: nee, de motie wordt toch niet uitgevoerd door staatssecretaris Eerenberg. Onacceptabel dat de VVD hier bepaalt hoe het kabinet reageert op onze motie.
De voorzitter:
Wat is uw verzoek?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Mijn verzoek is om voor Hemelvaart van het kabinet te horen hoe de motie wordt uitgevoerd, dat de verruiming van de hypotheekrenteaftrek niet doorgaat en dat partijen hier niet namens een D66-staatssecretaris kunnen bepalen hoe onze aangenomen motie wordt uitgevoerd.
De voorzitter:
Ik hou het bij het informatieverzoek dat u doet in de richting van het kabinet. Dat geleid ik door.
De heer Hamstra (CDA):
Voorzitter, geen steun.
Mevrouw Podt (D66):
Geen steun, voorzitter.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, steun, ook voor de oproep van de heer Stultiens. Het is eigenlijk bij de beesten af dat het op die manier gaat.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Ik vind het wel verstandig om geen greep te doen in de portemonnee van mensen met een motie die maar net een meerderheid krijgt. Van harte steun voor dit verzoek. De staatssecretaris en de minister kunnen dan komen uitleggen hoe ze met deze problematiek omgaan. Het gaat namelijk gewoon om huizen van mensen en hun portemonnee.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De heer Vermeer (BBB):
Van harte steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Maar wel 30 leden, deze keer!
De voorzitter:
Zeker! Zullen we 'm erbij zetten?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Zet 'm maar op die ellenlange lijst met dertigledendebatten. Dan zien we elkaar in 2039.
De voorzitter:
We zetten 'm erop. Ik ben erbij!
Het woord is aan mevrouw Beckerman voor haar verzoek namens de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. De parlementaire enquête over de gaswinning in Groningen trok snoeiharde conclusies. Het kabinet heeft daarna afgesproken jaarlijks verantwoording af te leggen in een zogenaamde "Staat van Groningen". Gisteren is die Staat van Groningen gepresenteerd. Het lijkt me goed om daarover, net als over de kabinetsreactie, die nog moet komen, een debat te houden met de minister van BZK.
Voordat Kamerleden naar voren komen om te verwijzen naar het commissiedebat, wil ik nog het volgende zeggen. Ook de Kamer heeft een tik gehad van de enquêtecommissie. De Kamer heeft onvoldoende het verschil gemaakt. De agenda van het commissiedebat kent al vier pagina's aan stukken. Laten we daarom recht doen aan de zwaarte van dit rapport en hier, bij voorkeur jaarlijks, een plenair debat over houden.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Hier is van harte steun voor vanuit mijn fractie. Laat ik er nog één punt aan toevoegen. Het idee achter de Staat van Groningen was om daar een debat over te voeren. Dat wil ik de collega's meegeven.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ga toch echt verwijzen naar dat commissiedebat. Daar moet het plaats gaan vinden. Geen steun.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, wat ons betreft steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Heel goed dat er weer een groter debat komt: van harte steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun.
Mevrouw Podt (D66):
Het is belangrijk om hierover te spreken, maar het commissiedebat is inderdaad al heel snel.
De heer Kops (PVV):
Steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik verwijs ook graag naar het commissiedebat.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik vind dat pijnlijk. We hebben twee grote parlementaire enquêtes gehad, over het toeslagenschandaal en over Groningen, en daar moeten we volgens mij recht aan doen. Dat kan niet als we dat in een commissiedebat doen waarin al zo veel staat geagendeerd. Helaas. Ik agendeer het wel voor de lijst met dertigledendebatten.
De voorzitter:
We zetten 'm erbij.
Het woord is aan de heer Chris Jansen voor zijn verzoek namens de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Uit berichtgeving op Dwarsnieuws blijkt dat provincies in de afgelopen jaren boerenondernemers bewust in de problemen hebben gebracht. Dat heeft te maken met het feit dat zij natuurprojecten hebben opgestart in de omgeving van boerenbedrijven. Het gaat om boerenbedrijven die geen stikstofprobleem hadden, maar dat nu in één keer wel hebben. Daar worden ze mee geconfronteerd en het gevolg is dat die bedrijven gewoon worden opgedoekt. Ik denk dat het goed is om daar een gesprek over te hebben met de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en ook met elkaar. Is dit wat wij als betrouwbare overheid willen?
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Podt (D66):
Er staat echt een hele trits debatten gepland, nog voor het reces, op het gebied van landbouw. Het gaat ook om stikstofdebatten. Daar kan dit prima bij. Volgens mij gaan de heer Jansen en ik elkaar daar zien.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. We kunnen het niet genoeg over de waanzin hebben die in dit land gaande is, dus steun voor dit debat.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Lohman (CDA):
Geen steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Mag 'ie dan ook op het dertigledendebattenlijstje, voor op het nieuwe Binnenhof?
De voorzitter:
Ook die van u zetten we erbij, voor op het nieuwe Binnenhof!
Het woord is aan de heer Hoogeveen voor een vooraankondiging. Niet?
Dan is het woord aan de heer Ceulemans. Hij doet een vooraankondiging, dus dat mag ook bij de interruptiemicrofoon.
De heer Ceulemans (JA21):
Heel goed. Goed dat u me even tot de orde riep. Ja, ik doe een vooraankondiging. Ik wil deze week het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling 18 mei 2026 houden, inclusief stemmingen, op basis van het commissiedebat van 12 mei.
De voorzitter:
Daar gaan we rekening mee houden. Dank u wel.
Het woord is aan de heer Kops namens de PVV.
De heer Kops (PVV):
De energierekening en autorijden zijn voor heel veel mensen onbetaalbaar geworden. 500.000 huishoudens leven in energiearmoede. Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, is ook nog eens de Timmermanstaks in aantocht: een Europese CO2-heffing. Gas, benzine en diesel worden daardoor nog duurder dan ze nu al zijn. Huishoudens gaan tot €70 per maand, oftewel €840 per jaar, extra betalen. Dat is natuurlijk absurd. We moeten de Nederlanders behoeden voor deze klimaatgekte. Wij willen geen Timmermanstaks maar lagere lasten. Ik wil dus heel graag een debat met de minister van Klimaat en Groene Groei.
De voorzitter:
Ik kijk of u steun heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is toch opmerkelijk, want meneer Kops noemde dit net nog "goed nieuws", om een debat vervolgens niet te steunen. Maar goed, ik ben zo collegiaal dat ik het zal steunen. We zullen er dan achter komen of het nu de Timmermanstaks is of de Rob-en-Jessetaks.
Mevrouw Müller (VVD):
Het kan betrokken worden bij het commissiedebat Energieraad.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter, daar sluit ik me graag bij aan.
De heer Van Leijen (D66):
Ik ook, graag. Geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Wel steun.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, zeker. Onze Europarlementariër Sander Smit introduceerde de Timmermanstaks al. Wij willen heel graag dit debat steunen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Steun voor het debat, maar wel graag met een andere invulling. We willen het graag hebben over de betaalbaarheid van de energierekening.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ja, ook met de invulling van de betaalbaarheid van de energierekening. We hebben ook een goed ETS nodig. Steun voor het debat.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, van harte steun. Ik wil het er dan inderdaad vooral over hebben dat het vorige kabinet deze lastenverzwaring heeft ingeboekt en hoe dit kabinet die gaat terugdraaien.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Het is een ontzettend goed idee om debatten te voeren over de steeds hoger wordende energierekening. Als er nog een keer €70 bovenop gaat, moeten we het extra hebben over hoe we de rekening kunnen verlagen, dus steun.
De voorzitter:
Maar u heeft geen meerderheid.
De heer Kops (PVV):
Wel 30 leden?
De voorzitter:
Zeker.
De heer Kops (PVV):
Ik wil 'm dan toch op de lijst. Dank u wel.
De voorzitter:
Dan zetten we 'm erbij. Dank u wel.
Voor het laatste verzoek tijdens deze regeling van werkzaamheden is het woord aan de heer Mohandis. Dat verzoek doet hij namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het langverwachte evaluatierapport over de aspirant-omroepen hebben wij gisteren mogen ontvangen. In de Mediawet is het zo geregeld dat de minister bevoegd is om een aspirant-omroep toe te laten en uiteindelijk de verantwoordelijkheid heeft om een aspirant-omroep een definitieve vergunning te geven of om op basis van onafhankelijk onderzoek te kijken of een omroep heeft voldaan. Wat blijkt? Er liggen heel veel gele kaarten voor Ongehoord Nederland, al sinds 2022. Ik kan door de bomen het bos niet meer zien. Die komen van onafhankelijke instituten die daarvoor zijn opgericht in ons bestel. Ongehoord Nederland mag zeker blijven bestaan. Maar als een omroep zich niet houdt aan de spelregels, kunnen ze ook buiten het bestel blijven bestaan. Het debat zou heel specifiek moeten gaan over de keuze die de minister voor de zomer moet maken om Ongehoord Nederland een permanente vergunning te geven of, nou ja, eruit. Daarover zou ik een debat willen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, met voorafgaand een brief. Qua planning zeg ik even dat er nog geen commissiedebat is ingepland dit jaar.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u steun heeft.
De heer Russcher (FVD):
Steun voor Ongehoord Nederland, niet voor een debat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Het is altijd wel grappig dat je in Nederland een beetje wordt verketterd als je iets over de media zegt, behalve als het over sommige media gaat. Dan mag het ineens wel. Er wordt hier in de debataanvraag eigenlijk al een mening gegeven. We weten al hoe GroenLinks-PvdA erin staat, maar dat terzijde. Ik steun wel het debat. Dat is niet omdat ik het eens ben met de aanvrager, maar omdat we het er inderdaad eens goed over moeten hebben of dit allemaal wel gaat zoals het zou moeten gaan. Ik steun dus het debat.
De voorzitter:
Oké, we noteren "steun".
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik zou zeggen: laat die omroep alsjeblieft met rust, meneer Mohandis. Geen steun.
Mevrouw Podt (D66):
Steun voor het debat.
De heer Stöteler (PVV):
Steun voor het debat.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter. Ook omroepen moeten zich aan de regels en wetten houden, zeker als het gaat om omroepen die omvolkingstheorieën en racistische complottheorieën verspreiden. Van harte steun dus voor dit voorstel.
De heer Van der Maas (VVD):
Eindelijk hebben we het rapport. In dat rapport gaat het over meer dan alleen Ongehoord Nederland. Ik zou graag eerst een brief willen hebben van de minister over het hele rapport en vervolgens een debat voeren over het hele rapport en haar reactie daarop. Dat kan ook in de commissie, dus geen steun.
De voorzitter:
Dus geen steun.
De heer Krul (CDA):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Mohandis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor wel "commissiedebat". Het zal dan via de commissie moeten. Dat is wel jammer, want de minister moet een besluit nemen over een permanente vergunning en niets doen met al die rapporten die er liggen. Wordt vervolgd dus, via de commissie.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze regeling van werkzaamheden. Ik schors een heel kort ogenblik, waarna we verdergaan met het tweeminutendebat Leefomgeving. De vergadering is heel kort geschorst.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Leefomgeving. Ik heet de staatssecretaris van IenW van harte welkom. Ik geef het woord aan het lid Kostić. O, die is er nog niet. Mevrouw Zalinyan? Even kijken hoe we dit gaan doen. O, ik zie het lid Kostić, maar mevrouw Wiersma staat nu bij de interruptiemicrofoon. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik heb het verzoek — dat heb ik afgestemd met het lid Kostić — of ik eerst mag, omdat ik een technische briefing heb op dit moment, dus bij dezen.
De voorzitter:
Ik zie geen hartgrondige bezwaren bij de leden, dus ik geef u het woord, mevrouw Wiersma, voor uw inbreng namens de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Waarvoor dank. Ik ga hierna weg naar de technische briefing.
Ik heb twee moties, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Provinciale Staten van Zeeland zich unaniem hebben uitgesproken tegen het storten van staalslakken in Zeeuwse wateren;
constaterende dat het storten van staalslakken heeft geleid tot aanhoudende zorgen bij inwoners en vissers over de waterkwaliteit en het mariene milieu;
constaterende dat het huidige beleid uitgaat van een tijdelijke stop op toepassing, terwijl er onzekerheid blijft bestaan over de mogelijke risico's van staalslakken;
overwegende dat Zeeland geen proefgebied mag zijn voor materialen waarvan de veiligheid onvoldoende is aangetoond;
verzoekt de regering het huidige verbod op het storten en toepassen van staalslakken in Zeeuwse wateren te handhaven totdat het toegezegde onafhankelijke onderzoek heeft aangetoond dat toepassing van staalslakken veilig is voor mens, natuur en milieu,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Kostić.
Zij krijgt nr. 145 (30015) (#1).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dan een motie over het behouden van de paasvurentraditie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat paasvuren een eeuwenoude traditie zijn en bijdragen aan saamhorigheid en leefbaarheid in dorpen en regio's;
constaterende dat organisatoren steeds vaker te maken krijgen met hoge kosten en complexe vergunningstrajecten;
overwegende dat veiligheid en milieu geborgd moeten zijn, maar dat maatwerk en gezond verstand toegepast moeten worden;
verzoekt de regering om samen met gemeenten en veiligheidsregio's te zorgen voor eenvoudige, betaalbare en proportionele vergunningverlening voor paasvuren;
verzoekt de regering te voorkomen dat nationale koppen op regelgeving leiden tot onnodige lasten voor paasvuren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 146 (30015) (#2).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wiersma. Het woord is aan het lid Kostić voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er onder burgers, onder wie vissers, veel onrust heerst over de schade die veroorzaakt wordt door staalslakken;
overwegende dat door al deze zorgen er in de Ooster- en Westerschelde tot 23 juli 2026 geen staalstakken mogen worden toegepast door Rijkswaterstaat;
constaterende dat Rijkswaterstaat bij andere waterwerken nog steeds staalslakken kan gebruiken, maar dat dit, gezien alle onzekerheden over de effecten en de eerdere opdracht van de Kamer aan het kabinet (29383, nr. 428), onwenselijk is;
overwegende dat het kabinet laagdrempeligere en betere uitvoering kan geven aan datzelfde verzoek van de Kamer door in ieder geval het gebruik van staalslakken door eigen overheidsorganisaties uit te faseren;
verzoekt de regering om Rijkswaterstaat te vragen bij waterbouwprojecten geen staalslakken meer te gebruiken, ook in het licht van de eerdere opdracht van de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Wiersma.
Zij krijgt nr. 147 (30015) (#3).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Gisteren kwam weer het bericht dat Tata Steel wordt beboet omdat het meer kankerverwekkende stoffen uitstoot dan wettelijk mag. Dit is echt structureel. Tata houdt zich al jaren niet aan de wet. Dit zou volgens eigen afspraken van het kabinet een opzeggingsgrond kunnen zijn voor de miljardensubsidie aan Tata. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de joint letter of intent (artikel 15.3) is vastgelegd dat de Staat de overeenkomst met Tata Steel kan opzeggen indien er een zorgwekkend onderzoek loopt naar bestuurders van Tata Steel Limited (TSL) of Tata Steel Nederland (TSN), of wanneer TSN zijn bestaande milieurechtelijke en bestuursrechtelijke verplichtingen onvoldoende nakomt;
overwegende dat bestuurders van Tata Steel Limited zijn veroordeeld wegens illegale prijsafspraken;
overwegende dat Tata Steel Nederland zich al jaren herhaaldelijk niet aan (gezondheids)regels houdt, zoals onder andere blijkt uit opgelegde dwangsommen, gedwongen verscherpt toezicht en sluiting van bedrijfsonderdelen, en dat de Kamer recht heeft op uitleg van het kabinet over hoe dit allemaal precies wordt gewogen;
verzoekt de regering uiteen te zetten hoe de stapeling van compliancetekortkomingen van Tata Steel wordt beoordeeld in het licht van artikel 15.3 van de joint letter of intent en wat daar de gevolgen van zijn, en de Kamer hier zo snel mogelijk, ruim voordat de maatwerkafspraak mogelijk wordt gesloten, over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 148 (30015) (#4).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat was het. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Zalinyan van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik heb een aantal vragen en twee moties. Gisteren werd bekend dat Tata Steel wederom een dwangsom moet betalen wegens te veel giftige uitstoot. Dit keer is die 3,2 miljoen. Daar kun je heel wat directeuren duurzaamheid voor inhuren. Ik ben heel blij dat de omgevingsdienst handhaaft. Ik ben wel een beetje teleurgesteld in het lerend vermogen van Tata Steel. Ik ben heel benieuwd hoe de staatssecretaris kijkt naar de verschillende sancties die tot nu toe aan Tata Steel opgelegd zijn. Nu hebben we deze weer. Hoe ziet de staatssecretaris deze sancties in het kader van de maatwerkafspraken? We zien een overheid die aan de ene kant 3 miljard belastinggeld van mensen schenkt aan een vervuilend bedrijf en die aan de andere kant handhaaft en dwangsommen oplegt. Hoe kijkt de staatssecretaris daarnaar en hoe kan zij dit uitleggen aan die mensen die elke dag hun gezondheid steeds slechter zien worden, juist door de vervuiling van vele bedrijven?
Dan ga ik naar mijn moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat staalslakken als secundaire bouwstof ook bij strikte toepassing volgens de geldende regels tot ernstige natuur- en gezondheidsschade hebben geleid;
overwegende dat de gezondheidseffecten van staalslakken inmiddels beter worden onderzocht en dat toepassingsregels worden aangescherpt;
verzoekt de regering om ook voor andere secundaire bouwstoffen uit industriële restproducten te onderzoeken wat de potentiële risico's zijn en hoe deze zijn uit te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan, Huidekooper en Kostić.
Zij krijgt nr. 149 (30015) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het storten van ongebonden en ongewassen staalslakken in bijvoorbeeld speeltuintjes en grondwerken heeft geleid tot gezondheidsschade en milieuvervuiling;
constaterende dat het generieke toepassingsverbod over enkele maanden afloopt;
constaterende dat de onderzoeken naar milieugevolgen van het toepassen van staalslakken zo goed als afgerond zijn;
verzoekt de regering om een aanpassing van de toepassingsregels voor staalslakken die recht doet aan de waarschuwingen en onderzoeksresultaten van het RIVM nu al voor te bereiden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 150 (30015) (#6).
Dank u wel. Kunt u voor het stenografisch verslag bevestigen dat de heer Huidekooper en lid Kostić de eerste motie mede hebben ondertekend?
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dat bevestig ik.
De voorzitter:
Bij dezen. Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Huidekooper voor zijn inbreng namens D66. Gaat uw gang.
De heer Huidekooper (D66):
Dank, voorzitter. In het commissiedebat dat we vóór het reces hebben gevoerd, hebben we uitgebreid stilgestaan bij staalslakken. Daarbij hebben we ook geconstateerd dat de manier waarop die tot dusverre zijn toegepast tot onwenselijke risico's heeft geleid voor mens en milieu. Ik stel het op prijs dat de staatssecretaris het urgentiegevoel dat de Kamer heeft overgebracht ook heeft geuit en dat zij voornemens is om zo snel mogelijk een stap op dit dossier te zetten. Ik zou ook willen zeggen: hoe eerder, hoe beter.
Maar een onderdeel van de oplossing is ook dat er werk wordt gemaakt van veilige en innovatieve toepassingen van staalslakken. Ook daarvoor geldt: hoe eerder die veilige en schone toepassingen er zijn, hoe beter. Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat staalslakken een onvermijdelijk bijproduct zijn van staalproductie en dat de overgang naar groen staal bij Tata Steel de komende jaren zal leiden tot grotere hoeveelheden van dit materiaal;
constaterende dat de huidige praktijk, waarbij staalslakken onvoldoende beschermd in de leefomgeving zijn toegepast, heeft geleid tot onwenselijke risico's voor de volksgezondheid en het milieu;
overwegende dat er in binnen- en buitenland kansrijke technieken bestaan, zoals het industrieel wassen van slakken, het inzetten als asfaltvervanger of het verwerken in gecertificeerde gesloten bouwproducten, waarmee Nederland koploper in de circulaire economie kan worden;
overwegende dat het pionierende bedrijfsleven nu echter vastloopt op een gebrek aan regie, onduidelijke regelgeving en een gebrek aan schaalruimte;
verzoekt de regering om gezamenlijk met de industrie een innovatieagenda op te stellen met gerichte acties ter ondersteuning van innovatieve toepassingen die bijdragen aan de veilige en hoogwaardige verwerking van staalslakken als grondstof of delen daarvan;
verzoekt de regering tevens om hierin concrete doelstellingen en een strak tijdpad op te nemen, zodat uiterlijk bij het aflopen van de huidige tijdelijke regeling een werkbaar en veilig perspectief bestaat voor zowel de industrie als omwonenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Huidekooper, Bikker en Zwinkels.
Zij krijgt nr. 151 (30015) (#7).
Er is ruimte voor één vervolgvraag. Lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Poeh. Dan moet ik kiezen. We zien dat Tata Steel al jarenlang regels schendt. Nu heeft het ook een groot afvalprobleem. De Nederlandse samenleving betaalt daar nu voor en dreigt dat ook te moeten blijven doen. Hoe kijkt D66 aan tegen het gegeven dat we, als deze motie van D66 wordt aangenomen, straks nog meer gaan betalen voor het afvalprobleem van Tata Steel en dat we straks dus belastinggeld gaan investeren om het afvalprobleem van Tata Steel op te lossen?
De heer Huidekooper (D66):
Dank voor de vraag. Deze motie is er ook precies voor bedoeld om straks veilige en schone toepassingen van staalslakken te hebben. Ik zie dus eigenlijk het verband niet zo met deze motie. Natuurlijk is het onwenselijk dat we op dit moment betalen voor de milieuschade die daar wordt veroorzaakt, maar om dat aan te pakken, moet je ook veilige alternatieven hebben. Daar is die motie nou precies voor bedoeld.
De voorzitter:
Dank u wel. Ten slotte is het woord aan de heer Goudzwaard, als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens JA21.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u, voorzitter. Vandaag zijn er geen moties van onze kant. Wij willen wel graag een toezegging van de staatssecretaris. Het ECHA werkt nu namelijk aan een breed pfas-verbod en neemt daarin ook fluorpolymeren mee. Zoals besproken in het commissiedebat, vinden wij het cruciaal dat fluorpolymeren niet over één kam worden geschoren met alle andere pfas en dat ze behouden blijven voor de maritieme sector. Er is in oktober 2023 al een motie aangenomen die vraagt om met de relevante sectoren in gesprek te gaan over het aankomende pfas-verbod. Ons bereiken signalen dat dit voor de maritieme sector en de offshoresector nog niet heeft plaatsgevonden. Met oog op de reeds aangenomen motie van oktober 2023, willen wij de staatssecretaris graag om de toezegging vragen dat zij na de publicatie van het definitieve ECHA-advies, maar voordat de Europese Commissie dat verwerkt heeft, in gesprek gaat met de maritieme sector en de offshoresector over fluorpolymeren in relatie tot het komende pfas-verbod.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors maximaal zeven minuten voor de beantwoording van de zijde van het kabinet.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, dank u wel. Ook dank voor de vragen. Er waren twee vragen, waarop ik in zal gaan voordat ik aan de moties toekom. De eerste vraag was van mevrouw Zalinyan. Zij vroeg hoe ik kijk naar de verschillende sancties tegen Tata Steel. Daarover wil ik u zeggen: ik denk dat het heel goed is dat handhaving en het toezicht van het bevoegd gezag ook uitgeoefend worden. Ik denk namelijk dat dat ook aan andere partijen de rust geeft dat er niet zomaar lijdelijk wordt toegezien, maar dat er ook echt opgetreden wordt. Dat moet in elke situatie, dus in deze situatie moet het ook actief. Het is ook duidelijk dat dit in de maatwerkafspraak een opzeggrond is. Kortom, het plan moet eraan komen. Mevrouw Zalinyan heeft ook nog een motie ingediend. Ik denk dat het verstandig is dat wij nu ons voorbereidend werk gaan doen, zoals we dat ook in de Kamer hebben afgesproken. Ik heb binnenkort weer een afspraak met de expertgroep. Dat proces loopt dus. Ondertussen is het bevoegd gezag ook zijn gezag aan het uitoefenen. Ik denk dat dat heel belangrijk is.
De voorzitter:
Ik geef ruimte voor één vervolgvraag.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Het gaat ook over de toezeggingen die in het commissiedebat gedaan zijn naar aanleiding van de verschillende scenario's die uitgewerkt zijn over het verloop van het tijdelijke verbod. Mijn vraag is dus: hoe staat het met de uitvoering van die toezegging? Welke scenario's zijn er, en kunnen die gedeeld worden? Het andere gaat over de handhaving van het VTH-stelsel. De staatssecretaris zou in gesprek gaan met de heer Van Aartsen. Hoe staat het daarmee?
Staatssecretaris Bertram:
Op dat laatste ingaand: het gesprek met de heer Van Aartsen vindt heel binnenkort plaats. Ik heb inmiddels ook met de bestuurders gesproken. Ik zit begin juni, zeg ik uit mijn hoofd, in Maastricht met allerlei omgevingsdiensten om het VTH-stelsel nog eens heel grondig door te nemen. Ik kom dan ook met een nota richting de Kamer.
Uw eerste vraag ging over de scenario's. Ik heb u gisteren een brief gestuurd. Ik moet toegeven dat dat rijkelijk laat was. Excuus daarvoor. Ik ben nu van plan om langs de acht lijnen die we de Kamer hebben doen toekomen, langzamerhand het probleem van de staalslakken aan te pakken. In die acht lijnen zitten ook de scenario's. Ik denk dat er twee voor de hand liggen, maar tegelijkertijd wil ik echt nog in Zeeland het gesprek hebben gevoerd. Ik wil met anderen het gesprek hebben gevoerd. Het is óf het toezichtsregime handhaven zoals we dat nu hebben, óf … Er is natuurlijk de mogelijkheid van een verbod, maar ik wil dat uiteindelijk pas doen als ik al die gesprekken heb gevoerd. Die scenario's zijn nu in voorbereiding en die ga ik de Kamer toezenden.
De voorzitter:
Heeft u daarmee de gestelde vragen beantwoord?
Staatssecretaris Bertram:
Ja.
De voorzitter:
Dan komen we bij de moties.
Staatssecretaris Bertram:
Dan kom ik inderdaad bij de moties.
De motie op stuk nr. 145 van mevrouw Wiersma is wat mij betreft ontijdig. Ik heb inmiddels een gesprek gehad met de gedeputeerden van Zeeland en ik heb daar begin juni nog een keer een gesprek over. Ik wil dat gesprek dus afwachten voordat ik tot een slotsom kom.
De voorzitter:
En daarom verzoekt u de motie aan te houden of ...
Staatssecretaris Bertram:
Ja, ontijdig, ja.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Van der Plas opstaat, als vervanging van mevrouw Wiersma. Bent u bereid om te motie aan te houden? Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie de appreciatie ontijdig.
De motie op stuk nr. 146.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 146 moet ik ontraden. Over de paasvuren heb ik in het debat gezegd: ik heb er sympathie voor. Zo'n traditie is ook echt belangrijk. Echter, de gemeente is wel het bevoegd gezag; die gaat daarover. Wat mij betreft blijft het bij ontraden, niet omdat ik het ermee oneens ben, maar omdat het op een ander niveau ligt.
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 147. Die is wat mij betreft ontijdig, om dezelfde reden. Ik ben nog met Zeeland in gesprek. Ik heb daar echt intensieve gesprekken mee. Die wil ik graag afronden voordat ik tot een oordeel kom.
De voorzitter:
Is lid Kostić bereid om te motie aan te houden? Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie de appreciatie ontijdig.
De motie op stuk nr. 148.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 148 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 149 krijgt ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 150 krijgt ook oordeel Kamer. De voorbereidingen lopen, maar tegelijkertijd is het belangrijk dat de Kamer daar een uitspraak over doet.
De motie op stuk nr. 151 krijgt ook oordeel Kamer. Die gaat over een innovatieve manier om met staalslakken om te gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie één vervolgvraag van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste dank voor de appreciatie oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 148. Ik wil toch nog even door op de motie op stuk nr. 147, want ik heb nog één interruptie. Het probleem is het volgende. Ik snap dat de staatssecretaris het gesprek wil voeren met de Zeeuwse overheden, maar dat gesprek is ergens in juni en dat verbod loopt al in juli af, en we hebben ook nog het zomerreces. Daarom is het, volgens mij, goed als de Kamer al richting geeft. We weten eigenlijk al wat de Zeeuwse overheden willen; zij willen echt een verbod. Het is goed om daar verder over door te praten, maar volgens mij kan het geen kwaad als de Kamer alvast een aanmoediging geeft. Het zit 'm dus in die periode van juni-juli. Begrijpt de staatssecretaris waarom ik daarmee zit?
Staatssecretaris Bertram:
Ik snap dat heel goed. De tijd is natuurlijk beperkt. Tegelijkertijd is het gesprek dat ik met Zeeland heb er niet voor niks. We zijn ook heel druk doende om een oordeel te vellen over de situatie, met Rijkswaterstaat, maar ook met Zeeland. Ik wil graag dat gesprek afronden voordat ik tot een oordeel kom.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik had om een toezegging gevraagd. Zou de staatssecretaris daar nog op willen reageren?
Staatssecretaris Bertram:
O, excuus! Zeker, ik ga dat doen.
De voorzitter:
U doet dus een toezegging. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit … O nee, mevrouw Van der Plas heeft nog één laatste vraag. Het slotakkoord.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vervang even collega Wiersma, die een andere Kamerverplichting had. Er is in oktober 2023 een motie van BBB aangenomen die eigenlijk verband houdt met deze toezegging. Ik zou willen vragen of er in de toezegging ook een brief kan komen over hoe de motie van 3 oktober 2023 van BBB is of wordt uitgevoerd, want toezeggingen gaan meestal gepaard met een brief.
Staatssecretaris Bertram:
Ik wil dat graag toezeggen, maar dan wel nadat de Commissie met haar voorstel is gekomen, want dan kan ik daar ook gelijk op reflecteren.
De voorzitter:
Akkoord. Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemmingen zullen aanstaande dinsdag plaatsvinden.
Termijn inbreng
De voorzitter:
De staatssecretaris blijft in ons midden, want we gaan door met het tweeminutendebat Openbaar vervoer en taxi. Daarvoor geef ik het woord aan de heer De Hoop, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet hij namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. De heer De Hoop heeft het woord.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Nog net voor het meireces heeft de Kamer het voorstel van Progressief Nederland gesteund om de komende zomermaanden te zorgen voor een Nederlandticket. Ik denk dat dat heel erg verstandig is en ook heel erg fijn voor heel veel mensen die graag met de trein willen reizen. De minister-president zei in dat debat ook toe: wij gaan ervoor zorgen dat dat zo snel mogelijk ingevoerd kan worden. Wij horen van de vervoerders ook dat dat 1 juni zou kunnen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij die opdracht al aan de NS heeft gegeven, wanneer we die opdracht kunnen verwachten als dat nog niet zo is, hoe het staat met de uitvoering en wanneer reizigers hier weten hoe ze aan dat ticket kunnen komen, zodat zowel de communicatie als de uitvoering op orde is.
Voorzitter. Dan maakte de NS afgelopen week ook nog bekend dat de gemeente Amersfoort met een proef komt met gratis openbaar vervoer. Dat is iets waar wij als Progressief Nederland al heel vaak voor gepleit hebben, om dat breder in Nederland te doen. Ik was benieuwd of de staatssecretaris van plan is om dat verder te betrekken bij de plannen om het openbaar vervoer betaalbaarder te maken.
Voorzitter. Ten slotte heb ik nog een punt van zorg. De wachtrijen bij de Eurostar naar Londen nemen ontzettend toe door een nieuw EU-grenssysteem. Door een tekort aan marechaussees moeten reizigers langer wachten, hebben treinen vaker vertraging en zie je dat het aantal treinen naar Londen zelfs niet wordt uitgebreid terwijl de vraag wel toeneemt. Dat is natuurlijk superjammer, want we willen allemaal graag dat mensen ook vaker internationaal de trein pakken. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen wat zij gaat doen om die urgente problemen aan te pakken en of zij ook het ongelijke speelveld ziet tussen bijvoorbeeld de luchtvaartsector, waar heel veel mensen van de marechaussee zijn, en het openbaar vervoer. Op Lelystad Airport zijn volgens mij ook mensen van de marechaussee, die daar nog steeds zijn of die daar in ieder geval voor ingehuurd zijn, die je misschien ook in zou kunnen zetten op het centraal station. Dat lijkt mij heel erg verstandig. Ik zou graag daarover geïnformeerd worden. Als de staatssecretaris daar nu nog geen antwoord op kan geven, dan kan ze daar misschien een brief over sturen naar de Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas namens de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de sociale veiligheid in het openbaar vervoer onder druk staat en dat personeel en reizigers steeds vaker te maken krijgen met overlast en agressie;
overwegende dat slimme technologieën, zoals Al-gestuurde camerabewaking, kunnen helpen om onveilige situaties sneller te herkennen en op te volgen;
overwegende dat de inzet van deze technologieën vraagt om duidelijke voorwaarden, goede samenwerking en een heldere juridische basis;
constaterende dat er nog geen landelijk toepasbaar kader en geen concreet plan voor invoering is;
verzoekt de regering om samen met vervoerders, ProRail, handhaving en betrokken ministeries te komen tot een landelijk en uniform kader en een concreet implementatietraject voor de inzet van slimme technologieën ter ondersteuning van sociale veiligheid in het openbaar vervoer, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 885 (23645) (#8).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de NS in 2022 vanwege de grote tekorten aan hoofdconducteurs een grote campagne heeft uitgerold om meer hoofdconducteurs op te leiden en aan het werk te laten gaan;
overwegende dat deze campagne succesvol is geweest;
constaterende dat er nu een tekort is aan medewerkers Veiligheid & Service bij de NS;
overwegende dat met meer V&S'ers, medewerkers Veiligheid & Service, meer gewerkt kan worden aan veiligheid op stations;
verzoekt het kabinet om in overleg met de NS een vergelijkbare campagne te starten voor medewerkers Veiligheid & Service, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 886 (23645) (#9).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan de laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op 21 april de eerste bodycams zijn uitgereikt aan hoofdconducteurs;
verzoekt het kabinet om de Kamer voor het kerstreces de eerste resultaten van het bodycamgebruik toe te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 887 (23645) (#10).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag. €66,60: dat kost een retourtje tweede klas vanuit Groningen naar de Tweede Kamer — over toegang tot de democratie gesproken. We komen eigenlijk elke energiecrisis opnieuw in dezelfde situatie terecht. Voor sommigen is het zelfs altijd crisis. Aan de ene kant wordt de brandstof veel te duur, en het verschraalde ov is eveneens duur en voor velen geen alternatief. Als we slim zijn, zetten we daarom de komende tijd ten eerste in op meer ov, ten tweede op goedkoper of zelfs gratis ov en ten derde op een einde aan de marktwerking. Er is een eerste stap gezet met het Nederlandticket. We hebben dat van harte gesteund. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook maar een heel klein stapje: het ticket bestaat alleen in de zomer en alleen buiten de spits, waardoor het voor veel werkers nog niet geschikt is. Het lijkt dus meer een Tienertoer of een Zomertoer. Daarom is er de komende tijd natuurlijk ook veel meer nodig.
Voorzitter. Ik heb dit debat één motie. U heeft er meteen zin in volgens mij.
De voorzitter:
Ik leef mee.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja. Voorzitter, de motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is een Nederlandticket in te voeren waarmee reizigers voor €49 per maand in de daluren gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer;
overwegende dat het Nederlandticket slechts tot september loopt en veel mensen ook buiten de daluren afhankelijk zijn van het openbaar vervoer;
verzoekt de regering bij de begroting van 2027 verregaandere voorstellen te presenteren om het ov structureel betaalbaarder te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 888 (23645) (#11).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer El Abassi voor zijn inbreng namens DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ik heb een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de kosten van openbaar vervoer de afgelopen jaren zijn gestegen;
overwegende dat betaalbaar openbaar vervoer essentieel is voor bereikbaarheid en gelijke kansen;
verzoekt de regering om in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om het openbaar vervoer betaalbaar te houden, waaronder het beperken van tariefstijgingen, en de Kamer hierover te informeren vóór de begrotingsbehandeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 889 (23645) (#12).
De heer El Abassi (DENK):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat stijgende kosten, waaronder brandstofprijzen, druk zetten op de taxibranche;
overwegende dat deze sector van belang is voor bereikbaarheid en werkgelegenheid;
verzoekt de regering om in overleg met de sector te verkennen tegen welke knelpunten taxiondernemers aanlopen en welke gerichte maatregelen mogelijk zijn om de sector te ondersteunen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 890 (23645) (#13).
De heer El Abassi (DENK):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat EU-lidstaten verschillende maatregelen nemen om brandstofprijzen te beïnvloeden;
overwegende dat inzicht in deze maatregelen kan bijdragen aan effectief beleid in Nederland;
verzoekt de regering om een overzicht te geven van recente maatregelen in andere EU-landen en de toepasbaarheid daarvan voor Nederland te beoordelen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 891 (23645) (#14).
De heer El Abassi (DENK):
En dan mijn laatste motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat brandstofprijzen sterk zijn gestegen en een groot deel van de prijs bestaat uit belastingen en heffingen;
overwegende dat dit huishoudens en ondernemers raakt in hun koopkracht;
verzoekt de regering om de opbouw van de brandstofprijs inzichtelijk te maken en verschillende beleidsopties in kaart te brengen om de prijsdruk voor huishoudens en ondernemers te beperken, en de Kamer hierover vóór de zomer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 892 (23645) (#15).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Grinwis, die spreekt namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. We hebben in de commissiezaal een mooi debat in twee bedrijven achter de rug over het openbaar vervoer en taxi's. De zorg van de ChristenUnie gaat uit naar het in stand houden van een breed beschikbaar ov dat ook nog eens betaalbaar is. Die beide zaken staan onder druk. Het is daarom goed dat er een amendement is aangenomen waarmee twee keer 224 miljoen euro beschikbaar komt om dreigende prijsverhogingen en verschraling van het ov tegen te gaan, met name in een aantal provincies van Nederland maar eigenlijk in heel Nederland.
Mijn vraag aan de staatssecretaris is wanneer provincies, maar ook andere gremia, de uitvoering van dit amendement tegemoet kunnen zien. Ten tweede wil ik vragen of zij misschien iets kan vertellen, in het verlengde van de vragen van de heer De Hoop, over de dekking van het Nederlandticket, het dalurenticket voor de trein, want volgens mij zit daar net het pièce de résistance. Die discussie ligt nog open. Wordt de rekening gewoon fiftyfifty verdeeld tussen KGG en IenW? Hoe wordt het betaald? Gaat het niet ten koste van andere ov-gelden? Daar zit nog wel een zorg van mij.
Voorzitter. Dat waren mijn vragen in dit tweeminutendebat. Van mijn kant zijn er verder geen moties.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Schutz voor zijn inbreng namens de VVD.
De heer Schutz (VVD):
Voorzitter. Toegankelijk ov is voor mensen met een visuele beperking geen luxe maar een noodzaak. Daarom heb ik een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, inclusief die van mensen met een visuele beperking, op grond van het Bestuursakkoord Toegankelijk Openbaar Vervoer 2022-2032 een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Rijk, provincies, vervoerregio's en gemeenten;
overwegende dat het Rijk in 2024 30 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld om de toegankelijkheid te verbeteren;
overwegende dat de voortgang in de uitvoering van maatregelen voor toegankelijk openbaar vervoer tussen regio's en gemeenten sterk uiteenloopt en vaak aan grootonderhoudsprogrammering wordt gekoppeld, waardoor reizigers met een beperking afhankelijk zijn van lokale prioritering en dit leidt tot ongelijkheid in toegankelijkheid;
overwegende dat actuele horizonnen als 2040, respectievelijk 2047, moeilijk uitlegbaar zijn in relatie tot artikelen 9 en 20 van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waar Nederland sinds 2016 bij is aangesloten, omdat mensen met een visuele beperking vaak geen andere keuze hebben dan reizen met het openbaar vervoer;
overwegende dat versnippering in aanpak, beperkte normstelling en monitoring de realisatie van een landelijk samenhangend en voorspelbaar toegankelijk openbaarvervoerssysteem belemmert;
overwegende dat het Rijk een stelselverantwoordelijkheid heeft voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en daarmee een regisserende rol dient te vervullen wanneer de voortgang achterblijft;
verzoekt de regering om:
- te bevorderen dat binnen het kader van het Bestuursakkoord Toegankelijk Openbaar Vervoer versneld wordt toegewerkt naar rapportage over toegankelijkheid;
- meer landelijke uniformiteit in normen, monitoring aanvullende bestuurlijke instrumenten in te zetten om achterblijvende regio's en gemeenten aan te spreken op hun voortgang;
- de Kamer periodiek te informeren over regionale verschillen in voortgang en de maatregelen die worden genomen om deze verschillen te verkleinen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Schutz, De Kort, Jumelet, Van Leijen, Goudzwaard en De Hoop.
Zij krijgt nr. 893 (23645) (#16).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Leijen, die spreekt namens D66.
De heer Van Leijen (D66):
Dank, voorzitter. Ik zal het dossier ov en taxi overnemen van de heer Huidekooper, die ik veel succes wens in de parlementaire enquêtecommissie Corona.
Duurzame mobiliteit heeft de toekomst. Het is goed voor het klimaat, het maakt ons weerbaarder in een wereld die steeds geopolitieker wordt. We zien op dit moment heel erg dat duurzame mobiliteit ook betaalbare mobiliteit is. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat korte ritten relatief veel brandstof verbruiken en de prijzen voor brandstof als gevolg van geopolitieke spanningen gestegen zijn;
overwegende dat fiets en openbaar vervoer voor een groot deel van de woon-werkritten een volwaardig alternatief zijn;
constaterende dat bestaande fiscale regelingen soms onbedoeld autogebruik aantrekkelijker maken dan fietsen of het openbaar vervoer;
verzoekt de regering om bestaande fiscale regelingen voor woon-werkverkeer en hun effect op vervoerskeuzes uit te zoeken, en daarbij expliciet te bezien hoe fietsgebruik en het openbaar vervoer aantrekkelijker gemaakt kunnen worden, en verzoekt voor Prinsjesdag te rapporteren aan de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.
Zij krijgt nr. 894 (23645) (#17).
Dank u wel. U heeft één vervolgvraag van de heer Schutz.
De heer Schutz (VVD):
De WKR staat op de regeling om te worden onderzocht, te worden doorgelicht in de commissie Financiën. Er zit dus een hoge mate van overlap in wat de heer Van Leijen hier vraagt voor deze commissie en datgene wat er in de commissie Financiën gebeurt. Zou het niet beter zijn om wat hij hier voorstelt — dat is een vraag via u, voorzitter — juist te adresseren in de commissie Financiën in plaats van het te versplinteren over twee commissies?
De heer Van Leijen (D66):
Volgens mij sluit het een het ander niet uit. Ik vraag om meer inzicht. Het is een onderzoeksmotie. Ik ga ervan uit dat als die aangenomen wordt, er goed uitvoering aan wordt gegeven en dat het inzicht dat dan ontstaat, ook juist weer kan helpen bij de commissie Financiën. Volgens mij zijn dat twee vliegen in één klap.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Jumelet namens het CDA.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Eén motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in samenwerking met vervoerders afspraken voorbereidt ter versterking van de handhaving op het gebied van veiligheid in het ov, met als doel deze in september 2026 vast te leggen in een convenant sociale veiligheid in het ov;
overwegende de ambities van dit kabinet ter verbetering van de veiligheid in het ov door het breder uitrollen van de verschillende maatregelen;
overwegende dat in de RET-pilots innovatieve manieren van handhaving worden toegepast ter bevordering van veiligheid in het openbaar vervoer, zoals zelfstandige identiteitsvaststelling, camera's met geweldsdetectie, zwartrijdersdetectie, en slimme spreiding van boa's;
verzoekt het kabinet om samen met vervoerders in kaart te brengen welke aanpassingen er nodig zijn, en welk tijdpad er mogelijk is, om het principe in te voeren dat elke conducteur die dat wil ov-boa kan worden;
verzoekt het kabinet om daarnaast in het convenant sociale veiligheid in het ov afspraken te maken over toegang van de ov-boa's tot het vreemdelingenregister en de strafrechtketendatabank;
verzoekt het kabinet eveneens te bezien of de succesvolle elementen op het gebied van de handhaving in de RET-pilots op landelijk niveau kunnen worden uitgeprobeerd, door middel van bijvoorbeeld een stationspilot met camera's met geweldsdetectie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jumelet en Schutz.
Zij krijgt nr. 895 (23645) (#18).
Dank u wel, meneer Jumelet. Dan is het woord aan de heer Goudzwaard namens JA21.
De heer Goudzwaard (JA21):
Voorzitter, dank. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de kosten voor het toelaten van nieuwe autonome voertuigen onvoorspelbaar zijn en tot enkele tonnen kunnen oplopen;
constaterende dat deze kosten in Duitsland circa €20.000 zijn;
overwegende dat deze discrepantie leidt tot het mislopen van investeringen en innovatie in Nederland;
overwegende dat autonoom openbaar vervoer een grote rol kan spelen in het betaalbaar houden van het openbaar vervoer van morgen;
verzoekt de regering met de RDW en de sector in gesprek te gaan over het reduceren van de toelatingskosten van autonome bussen, zodat het investeringsklimaat voor autonoom openbaar vervoer in Nederland competitief wordt met omliggende landen;
verzoekt de regering om de Kamer voor het einde van het jaar over de uitkomsten van deze gesprekken te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 896 (23645) (#19).
De heer Goudzwaard (JA21):
Voorzitter, dan de laatste. Die zie je eigenlijk van mijlenver aankomen als je het commissiedebat hebt gevolgd.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de boa's in het openbaar vervoer steeds vaker te maken hebben met geweld en intimidatie;
constaterende dat het voor boa's in het openbaar vervoer vaak niet mogelijk is om met de huidige middelen overlastgevers te identificeren zonder hulp van de politie;
overwegende dat bij het wachten op politieversterking overlastgevers de situatie vaak escaleren;
overwegende dat de sector echt meermaals heeft verzocht om toegang te krijgen tot de relevante registers zodat boa's in het openbaar vervoer zelf overlastgevers kunnen identificeren;
verzoekt de regering om de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister van Asiel en Migratie en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid met een gezamenlijk plan te laten komen om boa's in het openbaar vervoer toegang te geven tot het rijbewijsregister, de Basis Voorziening Vreemdelingen en de strafrechtketendatabank;
verzoekt de regering dit plan, inclusief tijdlijn voor het realiseren van de toegang, voor de herfst naar dẹ Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 897 (23645) (#20).
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Heutink. Hij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. De NS is als monopolist op het Nederlandse spoor in slaap gevallen. Ze zijn niet meer vatbaar voor prikkels of tegenvallers, omdat er simpelweg geen consequenties aan verbonden zijn. Ze krijgen het contract immers toch wel en anders springt de overheid weer eens bij. Dat moet wat ons betreft veranderen en daarom dien ik een motie in namens De Nederlandse Alliantie. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de dienstverlening op het spoor de laatste jaren niet optimaal en soms ver ondermaats is geweest;
van mening dat concurrentie dé perfecte prikkel voor de NS zal zijn om verbeteringen in de eigen dienstverlening te bewerkstelligen;
verzoekt de regering om te werken aan een toekomstvisie ov waarin de markt een veel grotere rol in het ov-systeem gaat krijgen, en de Kamer periodiek te voorzien van voortgangsrapportages,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.
Zij krijgt nr. 898 (23645) (#21).
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik bedank u voor uw tijd.
De voorzitter:
U heeft één interruptie van de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik kan me herinneren dat, volgens mij, de heer Heutink ook voor de hoofdrailnetconcessie van de NS heeft gestemd, dus dat constateer ik allereerst even. Volgens mij werkt het kabinet ook aan een visie op de inrichting van het spoor en wil het kabinet de komende periode het debat hierover met ons voeren, dus ik vraag me af wat hier de toegevoegde waarde van is. De hoofdrailnetconcessie loopt tot 2033, dus ik snap de urgentie van deze motie niet zo goed. Wat behelst deze motie van de heer Heutink nog meer dan wat het kabinet nu al doet?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het kabinet is nu bezig met het actualiseren van de toekomstvisie ov. Het is, denk ik, goed als wij het kabinet een bepaalde richting op sturen. Wij zeggen: ga dan echt die markt meer een positie geven in ons ov-systeem. Dan lijkt het mij logisch dat we dat nu al meegeven aan het kabinet. Dat is eigenlijk mijn antwoord. Volgens mij is dat heel erg simpel en duidelijk.
De voorzitter:
Dat dacht ik ook. Ik schors tot 18.10 uur voor de beantwoording van de zijde van het kabinet.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geeft het woord aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, dank u wel. Ik begin met vijf vragen en dan kom ik aan de moties toe. Er waren drie vragen van de heer Habtamu.
De voorzitter:
De heer De Hoop.
Staatssecretaris Bertram:
Sorry!
De voorzitter:
"Habtamu" is zijn voornaam.
Staatssecretaris Bertram:
U heeft helemaal gelijk. Maar ik bedoel wel exact dezelfde persoon.
De voorzitter:
Dat dachten we al.
Staatssecretaris Bertram:
De opdracht aan de NS is natuurlijk gegeven. Alle vervoerders staan klaar om aan de slag te gaan met het dalurenpakket. Daar hebben we eerlijk gezegd niks over te klagen. Dat is hartstikke snel gegaan. Dan pak ik gelijk de vraag van de heer Grinwis beet, want we zijn inderdaad nog doende tussen de departementen om de dekking definitief af te stemmen. Daar hoort u uiteraard zo snel mogelijk over.
Dan de kwestie Amersfoort. Ik was toevallig vandaag bij de NS, dus ik heb gelijk even gevraagd wat die pilot precies is. Het is een heel kleine pilot, voor 1.000 mensen, voor minima. Zo zijn er meer pilots. We betrekken alle informatie uit die pilots bij de taskforce. We gaan het pakket dat in de Kamer is afgesproken natuurlijk uitwerken, maar in de taskforce gaan we ook nadenken over wat we over een tijd willen. Dan gaat al deze informatie mee.
Even kijken.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u eerst alle vragen beantwoordt. Dan geef ik ruimte voor één interruptie, want om 18.45 uur moeten we hoofdelijk stemmen en er volgt nóg een tweeminutendebat.
Staatssecretaris Bertram:
Dan tot slot. De heer De Hoop had een vraag over Eurostar. Toevallig ken ik dit dossier tamelijk goed. Er is een afspraak met Eurostar dat er ongeveer 250 mensen vervoerd kunnen worden. Eurostar wil graag meer mensen vervoeren. Dat is natuurlijk op zich helemaal prima. Dat is ook aan Eurostar. Ik ben ook voor internationale treinen, maar de KMar moet natuurlijk wel de controle uitvoeren en je kunt niet zomaar tegen de KMar zeggen: nou, weet u wat, we doen niet 250 maar we doen er 500 of 600. Dat kan niet. We hebben nu dus het volgende afgesproken. We gaan uiteraard met Eurostar in gesprek. We gaan zeggen: "Dit is wat we hebben afgesproken. Dat doen we ook. Daar kunt u ook staat op maken. Maar het is wel de bedoeling dat we precies van u weten waar u naartoe zou willen en hoe we dat dan doen."
De voorzitter:
Ja.
Staatssecretaris Bertram:
Ik probeer het echt snel te doen, serieus.
De voorzitter:
Ja, zeker.
Staatssecretaris Bertram:
Volgens mij waren dat de drie vragen. Dan was er nog een laatste vraag van de heer Grinwis, die vroeg wanneer ik iets meer kan melden over hoe het verdergaat met het amendement bij de begroting. We zijn het aan het uitwerken. Het komt zo snel mogelijk. Inmiddels zijn we natuurlijk ook in gesprek met de vervoerders. En, excuses, ook met de overheden, want dat hoort daarbij.
Dan kom ik op de moties.
De voorzitter:
Maar eerst één vervolgvraag van de heer De Hoop over de beantwoording van de gestelde vragen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Nog één keer een checkvraag voor de staatssecretaris. Als ik haar beantwoording goed begrijp, staat niks het meer in de weg om het Nederlandticket in juni gewoon in te laten gaan.
Staatssecretaris Bertram:
Het kabinet heeft beloofd dat we dat doen. Volgens mij moet je doen wat je beloofd hebt.
De voorzitter:
De moties.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 885 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 886 krijgt ook oordeel Kamer, maar dan wel met het verzoek of ik de motie zo mag interpreteren dat ik bij de NS ga navragen wat de resultaten zijn van de eerste aanpak. Dan kunnen we vervolgens bekijken wat het doet voor een campagne voor de servicemedewerkers.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas knikt instemmend. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 886 oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
Fijn, dank u wel.
De motie op stuk nr. 887 over de evaluatie van bodycams krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 888 van mevrouw Beckerman is wat mij betreft ontijdig, omdat we inmiddels uitvoering geven aan de motie-Klaver voor goedkoop ov. We hebben een taskforce opgestart. Ik heb in het commissiedebat ook gezegd dat ik dat pakket verder wil uitwerken. Vandaar dat mijn oordeel "ontijdig" is.
De voorzitter:
Is mevrouw Beckerman bereid om de motie aan te houden? Dat mag ook non-verbaal.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het lijkt me heel onlogisch om dat te doen. We hebben de motie-Klaver natuurlijk mede ingediend en van harte gesteund, maar het is wel tijdelijk. Daarom dachten wij: met al die inzet van het ministerie zou je juist kunnen zeggen dat het een heel logisch moment is om richting de begroting met een vervolg te komen. Dus nee, ik ga de motie niet aanhouden.
De voorzitter:
De motie-Beckerman op stuk nr. 888 krijgt als appreciatie "ontijdig", want die wordt in stemming gebracht.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 889 van de heer El Abassi zou ik willen ontraden. We hebben net tenslotte een heel pakket gehad over energiemaatregelen. We gaan inderdaad, zoals ik net zei, de motie-Klaver uitwerken. Wat mij betreft is de motie op stuk nr. 889 dus ontraden.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 890.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 890 is ook ontraden, want het kabinet treft op dit moment geen sectorspecifieke steunmaatregelen. Ik houd het dus bij het pakket zoals dat is afgesproken met het kabinet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 891.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 891 is ook ontraden. Dit is zo'n brede motie dat ik een heel groot deel van het kabinet hierbij moet betrekken. Wat mij betreft is de motie echt te breed en moeten we dat een andere keer doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 892.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 892: ook ontraden. Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde: het is rijksbreed. De staatssecretaris van Financiën is hier primair verantwoordelijk voor. Voor dit debat kom ik dus op "ontraden" uit.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 893.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 893 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 894.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 894 krijgt ook oordeel Kamer, maar wel met de kanttekening dat we de informatie vóór Prinsjesdag aanleveren. Dat betekent dat we dat dan doen met de informatie die ook al beschikbaar is.
De voorzitter:
Kan de heer Van Leijen leven met die interpretatie? Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 894 oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 895.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 895: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 896.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 896 krijgt ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 897 krijgt ook oordeel Kamer, maar dan zou ik die wel als volgt willen interpreteren. Ik heb in het commissiedebat gezegd: het regeerakkoord is natuurlijk leading. Dat zijn we aan het uitvoeren. Uiteraard sta ik in contact met mijn collega van JenV. Dit krijgt ook een plek in het convenant sociale veiligheid.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Goudzwaard. Kan hij leven met die context? Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 897 oordeel Kamer. We gaan naar de laatste motie, op stuk nr. 898.
Staatssecretaris Bertram:
Die is wat mij betreft ontijdig. Dat bleek al uit het debatje dat er net was. We zijn natuurlijk doende. Ik weet wat mijn opdracht is: ik moet komen met een toekomstige marktordeningsvisie. Dat ga ik ook doen.
De voorzitter:
Ik zie de heer Heutink. Is hij bereid om de motie op stuk nr. 898 aan te houden?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Daar ging mijn vraag niet over, maar nee.
De voorzitter:
Dat weet ik, maar we handelen eerst deze af.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het antwoord is nee.
De voorzitter:
Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 898 het oordeel "ontijdig". Uw vraag ging over een andere motie.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Die ging over motie de motie op stuk nr. 895. Dat is een goede motie van collega's Jumelet en Schutz. Ik heb daar één aanvullende vraag over. Stel dat deze motie het haalt, is de staatssecretaris dan bereid om nog twee of drie van de RET-pilots, die we in Rotterdam hebben uitgevoerd, uit te voeren? Zo kunnen we daar meer lering uit trekken en de veiligheid verbeteren.
Staatssecretaris Bertram:
Het goede nieuws is dat ik ga daar heel binnenkort ga kijken. Ik wil namelijk graag zelf zien hoe ze dat in Rotterdam doen. Ik betrek dat dus bij die motie en ik laat het de Kamer weten. Tenslotte staat in het regeerakkoord dat we inderdaad kijken of die pilot uitgebreid kan worden. Dat is ook mijn intentie.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het tweeminutendebat Luchtvaart. Ik heet de beide bewindspersonen van harte welkom in vak K. Ik geef het woord aan mevrouw Kröger namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik wijs zowel de deelnemers van dit debat als de beide bewindspersonen erop dat we volgens het schema om 18.45 uur hoofdelijk gaan stemmen.
Het woord is aan mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik heb een drietal moties, dus ik ga snel voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Lelystad Airport een geldige natuurvergunning nodig heeft en voornemens is een nieuwe aanvraag te doen;
overwegende dat dat de emissies van Lelystad Airport onder meer neer zullen slaan op de Veluwe, waar PAS-melders, natuur, woningbouw en wegenaanleg, concurreren om dezelfde schaarse stikstofruimte;
verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat het mogelijk wordt voor het Rijk om in samenspraak met lokale overheden een belangenafweging te maken over de inzet van schaarse vrijkomende stikstofruimte en hierbij woningbouw en PAS-melders te prioriteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Grinwis.
Zij krijgt nr. 1272 (31936) (#22).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet voornemens is om Lelystad Airport voor militaire doeleinde te gaan gebruiken;
overwegende dat dit economische kansen biedt voor de regio, waaronder het uitbouwen van expertise op luchtvaarttechnologie en onderhoud;
verzoekt de regering om in aanloop naar de besluitvorming over Lelystad Airport als commercieel vliegveld ook de economische kansen uit te werken van een scenario waarin het vliegveld louter wordt gebruikt voor militaire doeleinden en General Aviation, zoals nu reeds het geval is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 1273 (31936) (#23).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de minister voornemens is om de Gezondheidsraad te vragen de gezondheidsschade van de luchtvervuiling van Schiphol nader te laten onderzoeken;
overwegende dat naast luchtvervuiling ook geluidsoverlast grote gezondheidsgevolgen heeft en de cumulatie van alle gezondheidsschadelijke effecten nooit gezamenlijk is onderzocht;
verzoekt de minister om, los van de procedures rond het LVB, een gezondheidseffectrapportage (GER) in opdracht te geven die breder en completer kijkt naar de gezondheidseffecten van Schiphol op omwonenden en werknemers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 1274 (31936) (#24).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas namens BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties en die luiden als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet werkt aan de verdere voorbereiding van Lelystad Airport;
constaterende dat daarbij wordt uitgegaan van continu klimmen en dalen, het oplossen van laagvliegroutes en openingstijden van 6.00 uur tot 23.00 uur, met onder strikte voorwaarden uitloop tot middernacht;
overwegende dat in de praktijk routeafwijkingen, vertragingen en vluchten aan de randen van de dag kunnen voorkomen;
overwegende dat omwonenden moeten kunnen vertrouwen op duidelijke en toetsbare informatie over routes, vlieghoogtes, openingstijden en hinder;
verzoekt de regering om vóór de voorhang van het gewijzigde Luchthavenbesluit Lelystad Airport inzichtelijk te maken of de aannames over routes, vlieghoogtes, continu klimmen en dalen, routeafwijkingen en vluchten aan de randen van de dag ook in de praktijk uitvoerbaar en handhaafbaar zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Wiersma.
Zij krijgt nr. 1275 (31936) (#25).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan mijn tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor Lelystad Airport parallel wordt gewerkt aan operationele voorbereidingen, een wijziging van het luchthavenbesluit en een natuurvergunning;
constaterende dat PAS-melders buiten hun schuld al jarenlang wachten op legalisatie;
overwegende dat beschikbare stikstofruimte niet altijd aansluit op de hexagonen waarop legalisatie van PAS-melders nodig is;
overwegende dat de overheid bij nieuwe ontwikkelingen niet voortvarender moet optreden dan bij het oplossen van bestaande knelgevallen die door overheidsbeleid zijn ontstaan;
verzoekt de regering om voor PAS-melders met dezelfde ambitie en voortvarendheid als bij Lelystad Airport inzichtelijk te maken welke stikstofruimte nodig en beschikbaar is, welke ruimte langer gereserveerd kan blijven en welke maatwerkoplossingen nodig zijn voor legalisatie, en de Kamer hierover vóór de zomer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Wiersma.
Zij krijgt nr. 1276 (31936) (#26).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Peter de Groot namens de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Eén motie, over regionale luchthavens.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er inmiddels miljoenen Nederlandse inwoners vliegen van buitenlandse luchthavens net over de grens;
constaterende dat dit aantal toeneemt, terwijl regionale luchthavens zoals Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport geen aanbod van vakantievluchten van de grond krijgen;
overwegende dat grenseffecten zoals de hoogte van de vliegbelasting hierin een rol spelen;
verzoekt de regering een analyse van Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport uit te vragen naar hun concurrentiepositie in relatie tot luchthavens over de grens, hierin in ieder geval de hoogte van de huidige vliegbelasting te betrekken, op basis van de analyse te bezien of en welke aanvullende beleidsopties mogelijk zijn en deze analyse en beleidsopties tijdig, voor de begrotingsbehandeling dit jaar, met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 1277 (31936) (#27).
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. In aanloop naar het commissiedebat kwam op de website luchtvaartindetoekomst.nl, gehost door het ministerie van IenW, een nieuwsbericht naar buiten met als kop: minister Karremans streeft naar opening Lelystad Airport in oktober 2027. Daar werd in de pers van gemaakt dat het kabinet naar die opening streefde. In het commissiedebat werd echter duidelijk dat het niet allemaal zomaar koek en ei was. Vandaar de volgende motie, omdat mijn advies is: doe dat nou niet op deze manier.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor de ingebruikname van Lelystad Airport een onherroepelijke natuurvergunning is vereist, waar op dit moment nog geen zicht op is;
overwegende dat desondanks door de minister van IenW is gecommuniceerd dat hij naar opening van Lelystad Airport streeft in oktober 2027;
overwegende dat, nog afgezien van de nog niet beslechte discussie over de verdeling van stikstofruimte, het communiceren van openingsdata zonder dat aan de noodzakelijke vergunningsvoorwaarden is voldaan, verwachtingen wekt die mogelijk niet kunnen worden waargemaakt;
verzoekt de regering zolang er geen sprake is van een onherroepelijke natuurvergunning, geen nieuwe streefdatum meer te communiceren voor de start van commerciële vluchten van en naar Lelystad Airport,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1278 (31936) (#28).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dan een tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat "de totale CO2-uitstoot van de burgerluchtvaart op Schiphol en Lelystad Airport in 2030 lager moet zijn dan in 2024 op Schiphol";
overwegende dat het kabinet rond de zomer met een verdere invulling komt;
verzoekt de regering met het oog hierop voor het eind van het jaar een concreet voorstel voor borging van de afspraak uit het coalitieakkoord aan de Kamer voor te leggen;
verzoekt de regering daarbij tevens te bezien of het voorstel voor borgingsinstrumenten moet gaan gelden voor alle Nederlandse luchthavens,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Köse en Zwinkels.
Zij krijgt nr. 1279 (31936) (#29).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Graus van de PVV.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb vier moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de kerosinereserves te vergroten zolang strategische schaarste en dreigingen voortduren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1280 (31936) (#30).
De heer Graus (PVV):
Hè, die blaadjes blijven altijd aan elkaar plakken!
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering in te zetten op geluidsreductie in plaats van krimp en nachtsluiting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1281 (31936) (#31).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de vliegbelasting te nivelleren tot minimaal een gelijk Europees speelveld dan wel tot het niveau van onze buurlanden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1282 (31936) (#32).
De heer Graus (PVV):
Dan de laatste motie, meneer de voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering, zeker ten tijde van de oorlog in het Midden-Oosten, de hiermee samenhangende energiecrises, mogelijke toekomstige schaarste van brandstoffen en ter verkrijging van een gelijk speelveld af te zien van de voorgenomen verhoging van de vliegbelasting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1283 (31936) (#33).
De heer Graus (PVV):
En dan heb ik het niet eens over de financieel-economische schade en de sociaal-maatschappelijke gevolgen die het allemaal met zich meebrengt.
Ten slotte, meneer de voorzitter, als u mij toestaat, want ik heb toch nog even.
De voorzitter:
Zeker.
De heer Graus (PVV):
Ik merk dat de Twitteraccounts van diverse mensen zijn gehackt. Ik had een slapend Twitteraccount. Heel veel mensen, ook Kamerleden, hebben allemaal rare berichten gekregen. Ik ben het in ieder geval niet geweest. Dat kan ik nu dan even zeggen. Ik doe verder niks met mijn Twitteraccount. Het is een of andere … "Toetsenbordrukkers" noem ik ze. Die zitten Kamerleden het leven een beetje zuur te maken. Het zorgt voor een enorme verhoging van de administratieve lasten. Ik wil dus dat iedereen weet dat ik het niet ben geweest. Mevrouw Van der Plas sprak me er al persoonlijk op aan.
De voorzitter:
Ik denk dat meneer Heutink nog wel een appeltje met u te schillen heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Nou, ik vond het al gek, want meneer Graus was finalist voor een kleine commissiepositie en er zou een publieke stemming zijn. Ik dacht: dat kan meneer Graus niet zijn!
De heer Graus (PVV):
Nee, nee, dat klopt. Ik had een prachtige Porsche gekocht en die had ik helemaal afbetaald; dat stond er ook. Maar dat is dus allemaal niet zo.
De voorzitter:
Als u toch een keer aan zo'n auto komt, rijd ik graag een keer met u mee.
De heer Graus (PVV):
Zeker, oké. Een gezegende avond nog. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Graus. Het woord is aan mevrouw Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag, of goedenavond inmiddels.
Voorzitter. Dit commissiedebat was mijn eerste debat over luchtvaart. Ik heb het daar ook gezegd: het leek alsof ik in een parallel universum was beland. Het kabinet, of deze minister, heeft aangekondigd Lelystad Airport volgend jaar te willen openen, ondanks dat er een geldende natuurvergunning voor stikstof nodig is. Daar wringt het. We horen namelijk al jarenlang dat PAS-melders niet gelegaliseerd kunnen worden vanwege te weinig stikstofruimte. Woningbouwprojecten zijn vertraagd of liggen stil vanwege stikstof. Nu gaat het Rijk wel zelf een aanvraag doen voor een luchthaven. Wat een pijnlijke boodschap voor woningzoekenden en PAS-melders dat dit de prioriteiten zijn. De andere bewindspersoon, van LVVN, wringt zich in allerlei bochten door te zeggen dat hij vergunningsaanvragen gewoon moet beoordelen. Dat zal, maar hier is de overheid zelf medeaanvrager. Je hoeft deze aanvraag niet te doen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet zich bij woningbouw en de legalisatie van PAS- melders steeds beroept op een tekort aan stikstofruimte;
constaterende dat het kabinet tegelijkertijd werkt aan de opening van Lelystad Airport voor vakantievluchten;
overwegende dat schaarse stikstofruimte in de eerste plaats ingezet zou moeten worden voor maatschappelijke prioriteiten zoals woningbouw en het legaliseren van PAS-melders;
verzoekt de regering om vergunningsprocedures voor nieuwe luchtvaartprojecten waarbij de Staat partij is, zoals de opening van Lelystad Airport, niet voort te zetten zolang er onvoldoende stikstofruimte beschikbaar is voor woningbouw en de legalisatie van PAS-melders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1284 (31936) (#34).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in de Luchtvaartnota voornemens is een nieuw integraal normenstelsel in te voeren voor uitstoot van schadelijke stoffen door de luchtvaart;
overwegende dat de ILT aangeeft dat het huidige instrumentarium in het ontwerp-LVB rondom luchtvaartemissies onvoldoende is om lokale luchtkwaliteit en gezondheid effectief te beschermen;
overwegende dat de ILT in haar brief van 12 januari aangeeft het te betreuren dat de door haar aangedragen denkrichtingen voor absolute grenswaarden niet zijn verwerkt in het ontwerp-LVB;
verzoekt de regering vóór het commissiedebat over Schiphol alle denkrichtingen die de ILT heeft aangedragen voor absolute emissiegrenswaarden met de Kamer te delen, en gelijktijdig de Kamer precies te informeren hoe de huidige beleidskeuzes in het ontwerp-LVB zich verhouden tot de signalen van de ILT,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1285 (31936) (#35).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik merk daarbij op dat 99,9% van de luchtvaartemissies gewoon niet wordt genormeerd, anders dan bij de andere industrieën. Daar moeten we gewoon iets mee.
Voorzitter, dan de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van IenW inzet op een "parallelle voorbereiding" van Lelystad Airport waarbij, in afwachting van de natuurvergunning, al wel operationele processen worden opgestart;
constaterende dat sommige van die operationele processen, zoals platformverkeer, proefdraaien, en toegenomen dienstverkeer en gasverbruik van gebouwen expliciet zijn meegenomen in de passende beoordeling van 2021 als stikstofbronnen die vergund moeten worden, maar dat een natuurvergunning nog altijd ontbreekt en die activiteiten dus niet vergund zijn;
constaterende dat het Rijk recent nog (op 16 april 2026) door de rechtbank op de vingers is getikt voor het onterecht afwijzen van een handhavingsverzoek ten aanzien van Lelystad Airport in zijn huidige omvang;
overwegende dat de huidige gang van zaken leidt tot een gevoel van onrecht bij anderen die ook stikstofruimte willen, zoals boeren en huizenbouwers;
verzoekt de regering de parallelle voorbereiding te staken en zich aan de wet te houden door geen stikstof-emitterende activiteiten op te starten tot die activiteiten ook daadwerkelijk vergund zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1286 (31936) (#36).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Köse namens D66.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Nederland heeft alles in huis om koploper te worden in duurzame luchtvaartbrandstoffen, ook wel afgekort als SAF. Juist nu investeren bedrijven in innovatieve SAF-projecten, die bijdragen aan onze klimaatdoelen, onze energieonafhankelijkheid en onze economie. Maar die investeringen vragen wel om duidelijkheid en voorspelbaarheid vanuit de overheid. Het is daarom van belang dat we de uitvoering van het Programma Stimulering Duurzame Luchtvaarbrandstoffen niet laten vertragen.
Daarom dien ik met mevrouw Zwinkels een motie in om alles op alles te zetten om de SDL zo spoedig mogelijk open te stellen en vertraging te voorkomen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de openstelling van de Subsidieregeling Duurzame Luchtvaartbrandstoffen (SDL) oorspronkelijk was voorzien na het zomerreces, maar recente kabinetsuitingen wijzen op een mogelijke vertraging tot eind 2026;
overwegende dat de tijdige openstelling van de SDL van groot belang is voor de ontwikkeling van projecten voor synthetische duurzame luchtvaartbrandstoffen in Nederland;
overwegende dat vertraging van openstelling van de SDL leidt tot onzekerheid voor initiatiefnemers en investeerders, en daarmee het risico vergroot dat projecten vertraging oplopen of buiten Nederland worden gerealiseerd;
overwegende dat het uitblijven van tijdige openstelling van de SDL de opschaling van eSAF-productiecapaciteit belemmert, terwijl die noodzakelijk is met het oog op de bijmengverplichting uit de ReFuelEU Aviation-verordening vanaf 2030;
overwegende dat versnelling van duurzame brandstoffenproductie van belang is voor het halen van de klimaatdoelen, het verstevigen van het concurrentie- en verdienvermogen én het verminderen van afhankelijkheid van het buitenland;
verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om de SDL zo spoedig mogelijk in 2026 open te stellen en verdere vertraging te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Köse en Zwinkels.
Zij krijgt nr. 1287 (31936) (#37).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Zwinkels namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben allereerst blij met de duidelijke toezegging van de minister dat een eventueel besluit over zogenaamde groeiverdiensystematiek voor Schiphol voor inwerkingtreding wordt voorgelegd aan de Kamer, dat zo'n besluit richting 500.000 vliegbewegingen in ieder geval niet in deze kabinetsperiode zal worden genomen en dat dit dus ook wordt aangepast in het LVB.
Het LVB Schiphol moet, als ik het goed heb, op 1 november dit jaar in werking treden. Kan de minister kort toelichten welke tijd en ruimte er tot die tijd voor de Kamer is om het LVB te bespreken en met eventuele wijzigingen te komen?
Voorzitter. Omwonenden wachten al lang op duidelijkheid als het gaat om de laagvliegroutes rond Lelystad Airport en de definitieve vastlegging daarvan. De minister gaf aan dat dit via de luchtvaartgids gebeurt bij ingebruikname van de luchthaven. Tegelijkertijd vinden wij het goed dat hij heeft toegezegd om aan de slag te gaan met de oplossing van LVNL en om dit zwart-op-wit te bevestigen, eerder dan dat moment, dus om daar in een Kamerbrief helderheid over te geven. Mijn vraag is simpel: wanneer kunnen we die brief van de minister verwachten?
Tot slot. Wij steunen een aantal moties — het werd net al gezegd — namelijk die over het stimuleren van duurzame brandstoffen, van D66, over regionale luchthavens, van de VVD, en over het borgen van het CO2-plafond, zoals vastgelegd in ons coalitieakkoord, van de ChristenUnie. Dank aan de collega's daarvoor.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is tot slot het woord aan de heer Heutink namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik heb één motie, over de achterstanden bij de ILT, in onze luchtvaartsector. Mensen raken in de knel en moeten echt veel te lang wachten voordat ze eindelijk een keer antwoord krijgen van de ILT.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ILT kampt met een steeds verder oplopende achterstand als het gaat om de uitgifte van vliegbrevetten;
constaterende dat de ILT bijna standaard de uitgiftetermijn verlengt naar de wettelijke zestien weken;
constaterende dat veel mensen voor hun werk afhankelijk zijn van het tijdig hernieuwen van hun vliegbrevet en dat de alsmaar oplopende doorlooptijden werkloosheid tot gevolg zullen hebben;
van mening dat zowel de ILT als de mensen in de vliegsector gebaat zijn bij een schone lei en nieuwe handvatten;
verzoekt de regering om te onderzoeken welke maatregelen er te nemen zijn teneinde de huidige achterstand bij de ILT weg te werken;
verzoekt de regering ook om tezamen met de ILT te bekijken of de werkwijze aangepast dan wel ingekort kan worden zodat er geen nieuwe achterstand ontstaat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.
Zij krijgt nr. 1288 (31936) (#38).
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank u wel, meneer de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors zes minuten voor de beantwoording van het kabinet.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister voor de appreciaties van de ingediende moties. Ik heb wat vrienden meegenomen, meneer Karremans.
Termijn antwoord
Minister Karremans:
Ja, ik heb het door. Ze passen net allemaal in één vliegtuig, dus dat is mooi.
De voorzitter:
Gaat uw gang. Kort en bondig.
Minister Karremans:
Ja. Mijn collega komt er nog aan, volgens mij. Ik ga het snel doen. Ik begin met de vraag van mevrouw Zwinkels: wanneer volgt de Kamerbrief met helderheid over hoe in de luchtvaartgids de laagvliegroutes zijn opgelost? In de technische briefing van 31 maart heeft LVNL daar meer duidelijkheid over gegeven. In de brief die ik gisteren, dus op 11 mei, heb gestuurd naar de Kamer is dat nog eens een keer zwart op wit samengevat. Ook bij het aanbieden van het gewijzigde luchtvaartbesluit zal ik de Kamer daar schriftelijk over informeren.
Dan kreeg ik de vraag of ik nog kan toelichten welke tijd en ruimte er tot 1 november voor de Kamer is om het LVB te bespreken en met eventuele wijzigingen te komen. Het is goed om daarbij te onthouden dat het natuurlijk een superlang proces is waar al heel veel Kamerdebatten over zijn gevoerd onder veel van mijn voorgangers. Daarin is natuurlijk ook besproken wat de input moet zijn van die Balanced Approachprocedure. Dit is de uitkomst. We kunnen dus niet meer aan bijvoorbeeld aantallen komen, maar we gaan natuurlijk gewoon nog uitgebreid spreken in het commissiedebat volgende week dinsdag.
Dan kom ik bij de eerste motie die ik kan appreciëren. Dat is die op stuk nr. 1273, over het dubbele gebruik van Lelystad. Ik zal het snel doen, voorzitter. Dat is de motie van mevrouw Kröger. Die moet ik ontraden, omdat er juist synergie is tussen commercieel groothandelsverkeer en Defensie, en niet tussen general aviation en Defensie. Dat zijn gewoon andere grootheden. Ik zie de voormalige minister van Defensie knikken. Ik zal het dus wel bij het juiste eind hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1273 wordt ontraden.
De motie op stuk nr. 1274.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1274 ontraad ik ook. Daarbij verwijs ik gemakshalve en omwille van de snelheid naar de brief die ik daar gisteren over gestuurd heb.
De motie op stuk nr. 1275 is overbodig, ook omdat in algemene zin geldt dat de handhaafbaarheid en de uitvoerbaarheid door LVNL en ILT worden getoetst als onderdeel van het reguliere proces van het vaststellen van een luchthavenbesluit.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1276.
Minister Karremans:
Die is overbodig.
De motie op stuk nr. 1277 geef ik het oordeel Kamer.
De voorzitter:
U zei over de motie op stuk nr. 1275 dat die overbodig was.
Minister Karremans:
Sorry, was dat de motie op stuk nr. 1275? Ja, excuus. Dat was de motie op stuk nr. 1275.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1276.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1276 doet mijn collega.
De motie op stuk nr. 1277 krijgt oordeel Kamer. U heeft helemaal gelijk, dank.
Ik denk dat ik over de motie op stuk nr. 1278, die over de datum gaat, kort kan zijn. Die ga ik ontraden. Ho! Ja, dat was de motie van de heer Grinwis.
De voorzitter:
Er komt één vervolgvraag van meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben verrast dat deze motie wordt geapprecieerd door de minister van IenW, want de motie gaat helemaal over stikstof. Dat is toch echt het terrein van de minister van LVVN. Ik ben dus ook wel benieuwd naar het oordeel van de minister van LVVN hierover. Ik zou het echt heel raar vinden, want deze minister heeft tijdens het commissiedebat ook erkend dat de natuurvergunning de cruciale stap wordt voor de vraag of we dit vliegveld wel of niet voor een bepaalde datum kunnen openen voor burgerluchtvaart. Ik snap deze wat laconieke "ontraden"-reactie dus niet echt.
Minister Karremans:
Ik snap deze reactie niet, want het is wel degelijk mijn terrein. Ik heb namelijk altijd gesteld dat de opening van Lelystad Airport voorwaardelijk is aan het hebben van een natuurvergunning. Maar we hebben in de commissiedebatten uitgebreid met elkaar gewisseld. Ik denk dat het verstandig is om die stip op de horizon te zetten. Maar ik heb daar altijd bij gecommuniceerd dat de voorwaarde van de natuurvergunning het niet in een keer de portefeuille van mijn collega van LVVN maakt. Dit is waar wij als kabinet ook voor staan.
De voorzitter:
We gaan naar de appreciatie van de motie op stuk nr. 1279. Nee, nee, nee, meneer Grinwis. U had één vervolgvraag.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1279 krijgt oordeel Kamer. Dat gaan we dus dit jaar doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1280.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1280 is ontijdig. Die gaat over het aanvullen van strategische voorraden zoals kerosine. Het is nu wel een heel lastig moment om dat te doen. De prijzen zijn nu natuurlijk ontzettend hoog. We werken natuurlijk met de luchtvaart om te voorkomen dat we überhaupt met tekorten komen te zitten. Daar zit dus veel werk in. Die motie geef ik dus het oordeel ontijdig.
De motie op stuk nr. 1281 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1282 ontraad ik. Er is geen dekking.
De motie op stuk nr. 1283 ontraad ik ook.
De motie op stuk nr. 1285 is oordeel Kamer als ik 'm zo kan interpreteren dat de bestaande grensvoorwaarden voor emissies in het LVB, die de ILT toetst in haar HUF-toets, inderdaad omgezet zouden kunnen worden naar absolute grensvoorwaarden. In antwoord op schriftelijke vragen van de Kamer is al uitgelegd dat er op dit moment niet voor is gekozen om de grensvoorwaarden aan te passen. Het lid Kostić heeft dus al heel veel informatie, maar als ik de motie zo kan invullen dat de Kamer op hoofdlijnen een overzicht ontvangt van de denkrichtingen en daarbij ook een algemene uiteenzetting van hoe het LVB en de denkrichtingen zich tot elkaar verhouden, dan kan ik de motie dus oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik kijk naar lid Kostić. Zij stemt in. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 1285 ook oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Oké.
Dan is de motie op stuk nr. 1286 ontraden. Uiteraard gaan wij geen dingen doen zonder een natuurvergunning als die wel nodig is; daar zijn we het over eens. Hier lopen veel dingen door elkaar. In het coalitieakkoord is er gekozen voor een opening voor jachtvliegtuigen en voor groothandelsverkeer. De voorbereiding daarvoor voer ik uit.
De voorzitter:
Eén korte vervolgvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zegt de staatssecretaris dat de voorbereidingen voor de opening van Lelystad Airport nu geen extra stikstof kosten? Is er dan geen extra autoverkeer? Gaat er geen verwarming aan? Ik hoor graag iets meer uitleg, desnoods schriftelijk achteraf.
Minister Karremans:
Alles waarvoor een natuurvergunning nodig is, zal volgens die procedure worden doorlopen. Stel dat het gaat om het nemen van een luchthavenbesluit; dat is een van de voorbereidingen die we treffen. Dat moet door ambtenaren gedaan worden, en die stoten geen stikstof uit.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 1287.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1287 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1288 krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik dank de minister en geef het woord aan de minister van Landbouw voor de appreciatie van de resterende moties.
Minister Van Essen:
Voorzitter. Dat gaan we weer op z'n Deventers doen. Dat bent u van mij gewend!
Ik wil de motie op stuk nr. 1272 oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1272 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Ik wil de motie op stuk nr. 1276 oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1276 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 1284 wil ik ontraden: het kan niet.
De voorzitter:
Wat zegt u over de motie op stuk nr. 1284?
Minister Van Essen:
Die kan ik niet uitvoeren, dus die ontraad ik.
De voorzitter:
Ontraden.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de appreciatie van de ingediende moties. Ik zie dat mevrouw Beckerman nog een interruptie heeft.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wil eerst gewoon weten waarom het niet zou kunnen. Daarna heb ik een interruptie.
De voorzitter:
Kunt u een toelichting geven op de appreciatie van de motie?
Ik wil trouwens nog even wat rust in de zaal. We gaan zo stemmen. Kort nog even rust, we zijn bijna bij de stemmingen aangekomen. Het woord is aan de minister.
Minister Van Essen:
In mijn rol als bevoegd gezag heb ik geen mogelijkheden om te sturen op vergunningsaanvragen. Iedereen kan een vergunning indienen. Het is dan aan mij om die te beoordelen. Deze motie zou het bijvoorbeeld ook onmogelijk maken voor Defensie om nog iets aan te vragen rondom vliegen. Dat lijkt mij onwenselijk. Het kan dus niet en het is ook onwenselijk. Ontraden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het kan wel. De vraag is of je het wil. Die motie maakt nou juist het onderscheid. We hebben in dit commissiedebat gezien dat de ene minister een datum roept waarop de luchthaven opengaat terwijl de andere bewindspersoon zegt: ik ga alleen maar over het beoordelen van de vergunning. Mag ik dan het feitelijke antwoord? Lelystad Airport is onderdeel van de Royal Schiphol Group. De Staat heeft 69,77% van de aandelen daarvan. Het is toch heel wrang dat je zo veel PAS-melders en zo veel woningbouwprojecten laat wachten en jezelf dan wel stikstofruimte hiervoor gunt?
Minister Van Essen:
We hebben volgens mij in het commissiedebat duidelijk gewisseld over dat ik twee petten heb. Ik heb mijn pet als landbouwminister en mijn pet als bevoegd gezag voor vergunningaanvragen. Ik heb in die rol als bevoegd gezag geen mogelijkheid om te sturen op vergunningaanvragen, maar ik kan ze wel beoordelen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de appreciatie van de ingediende moties.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd. Ik schors een heel kort ogenblik. Daarna zullen we hoofdelijk stemmen over het verzoek van de heer Klaver.
Stemming verzoek Klaver tot agendering van het debat over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid
Stemming verzoek Klaver tot agendering van het debat over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid
Aan de orde is de stemming over het verzoek van het lid Klaver om volgende week het vandaag aangevraagde debat over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid te agenderen.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is een hoofdelijke stemming over het verzoek van de heer Klaver om volgende week het vandaag aangevraagde debat over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid te agenderen. Ik verzoek om stilte in de zaal.
In stemming komt het verzoek van het lid Klaver om volgende week het vandaag aangevraagde debat over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid te agenderen.
Vóór stemmen de leden: Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Stöteler, Struijs, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Graus, Grinwis, Heutink, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kröger, Lahlah, Lammers, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri en Van der Plas.
Tegen stemmen de leden: Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Wendel, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, Becker, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Heera Dijk, Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Flach, Goudzwaard, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Podt en Poortman.
De voorzitter:
Ik constateer dat dit voorstel met 70 stemmen voor en 75 stemmen tegen is verworpen.
Ik schors de vergadering tot 19.45 uur.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de Food and Feed Safety Simplification Omnibus. Ik heet de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in vak K van harte welkom, net als de elf sprekers van de Kamer. Ik stel voor interrupties niet te maximeren; wel mogen ze maximaal in drie keer. Laten we het een beetje kort en bondig houden, want dan kunnen we een goed en vruchtbaar debat met elkaar voeren. De eerste spreker van de Kamer is lid Kostić van de fractie van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Ik heb een dochter van 1. Zij is dol op appels, zoals deze in mijn hand. Als ik haar een appel geef, wil ik zeker weten dat zij niet ziek wordt van de stoffen die erop worden gespoten. Daar gaat het debat vandaag over. Er wordt landbouwgif gevonden in de urine en luiers van Nederlandse baby's. Er is steeds meer bewijs voor de relatie tussen landbouwgif en de ziekte van Parkinson. Heel veel mensen hebben nu al zorgen over wat er allemaal over hun appels of andere eten wordt gespoten. Waterbedrijven zeggen dat er steeds meer schadelijke stoffen in ons grondwater terechtkomen. Het is steeds duurder om dat te reinigen en uiteindelijk betaalt de belastingbetaler dat.
Wat nu nodig is, is betere bescherming tegen landbouwgif; we hebben al helemaal geen verslechtering nodig. Onder het mom van een versimpeling van regels komt de Europese Commissie met een voorstel dat de bescherming verslechtert. Dat blijkt ook uit de vernietigende wetenschapstoets over het voorstel. Ik citeer: "Wij concluderen dat de voorstellen zoals gepresenteerd niet zullen leiden tot het behalen van de gestelde doelen. We zien niet dat de regelgeving zal versimpelen, en ook niet dat de plannen zullen leiden tot vermindering van administratieve lasten. De plannen zullen niet leiden tot een gelijk speelveld en zullen niet leiden tot versnelde innovaties en toelatingen. Ten slotte is onze inschatting dat de plannen niet zullen leiden tot een betere bescherming van mens en milieu tegen negatieve effecten van het gebruik van bestrijdingsmiddelen." Het voorstel van Brussel in de huidige vorm gaat dus zorgen voor minder bescherming van de gezondheid van Nederlanders, ons water en onze bijen, en zorgt waarschijnlijk voor meer kosten voor de belastingbetaler. Dat zouden links en rechts in deze Kamer niet moeten willen. De vraag die overblijft is: waarom zou je in hemelsnaam op extreme snelheid zonder fatsoenlijk proces de hele regelgeving willen aanpassen, als het uiteindelijke resultaat achteruitgang betekent?
De heer Flach (SGP):
Ik aarzelde om het te doen, want ik heb het al heel vaak gedaan, maar woorden doen ertoe. Ik weet dat er ook mensen zijn die het geloven. Door stelselmatig het woord "landbouwgif" te gebruiken, geven we mensen een angstgevoel dat nergens op gebaseerd is. Waar komt bij collega Kostić toch de fictie vandaan dat er fruittelers zijn die 's morgens met een tank met gif hun producten, hun fruit, besproeien? Het is simpelweg gewasbescherming. De andere fictie is dat we zonder gewasbescherming evenveel groenten en fruit zouden hebben. Kan lid Kostić daar een keer een reflectie op geven?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is het goed recht van mijn collega van de SGP om hier naar de interruptiemicrofoon te lopen voor dit betoog. Ik had het over bescherming van de gezondheid van mijn kind, van kinderen in Nederland. Die zorgen leven in Nederland. Dat komt niet door wat wij zeggen, maar door wat wetenschappers zeggen. Die zorgen zijn terecht. Ik vind het opvallend dat de SGP dan naar de interruptiemicrofoon loopt om mij de les te lezen over welke woorden ik wel of niet gebruik, terwijl ze blijft zwijgen of zelfs de woorden herhaalt als het gaat om het wegzetten van mensen die hier veiligheid en asiel komen zoeken. Als er gediscrimineerd wordt in deze Kamer, zie ik de SGP nooit naar de interruptiemicrofoon lopen. Nogmaals, het is uw goed recht, maar waar ik het over heb … We kunnen van mening verschillen over de termen. Gewasbescherming is echt een frame vanuit de industrie. Als je het neutraal wil houden, heb het dan over bestrijdingsmiddelen. Maar landbouwgif is giftig voor planten, voor beestjes, voor onszelf en voor de bodem. Daar moeten we niet omheen draaien. U mag uw eigen woorden kiezen.
De heer Flach (SGP):
Ik wou discriminatie en vluchtelingen en dergelijke erbuiten laten. Het gaat hier over gewasbescherming. Daar had ik een vraag over. Is het lid Kostić bekend dat fruittelers ook gewoon mensen zijn die om hun eigen gezondheid geven, die kinderen hebben die ze willen beschermen en die echt niet elke dag opstaan en een tank met gif leegspuiten op ons prachtige Nederlandse fruit? Moeten we niet een keer stoppen met dit soort angstaanjagende teksten, terwijl mensen gewoon gebruikmaken van gewasbeschermingsmiddelen die volledig zijn toegestaan binnen Europese en nationale regelgeving, omdat het fruit anders wordt opgevreten door insecten?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Die middelen zijn gif, dat ervoor zorgt dat diertjes afsterven en dat water wordt aangetast, waarvoor de belastingbetaler betaalt. Dat gaat ook om uw kiezer, zeg ik via de voorzitter. Ik wil de woorden die de SGP hier in mijn mond probeert te plaatsen verre van mij werpen. Ik had het helemaal niet over gifspuitende boeren en elke dag dit en dat. Ik heb gewoon het beestje bij de naam genoemd. Landbouwgif is giftig. Gif is landbouwgif. De boeren hebben hier geen schuld aan. Laat ik dat aangeven. Zij zitten vast in een systeem van moordende wereldwijde concurrentie en zijn gedwongen om hierin vast te zitten. Wij willen ze juist helpen om over te schakelen naar gifvrije landbouw. Dat is wat we willen. We geven niet de boeren de schuld; we geven de politiek die jarenlang heeft weggekeken de schuld. Nogmaals, ik heb het voorbeeld genoemd. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de SGP. Hoe kan het dat er in Europa tegen mensen die gezondheid, natuur en sociale zekerheid beter willen beschermen, wordt gezegd: "nou jongens, jullie kennen het; politiek duurt lang, dus wacht nog een paar decennia"? Maar als het gaat om de lobby voor landbouwgifbelangen, voor commerciële belangen, om het neutraler te benoemen, dan kan het allemaal opeens in volle vaart erdoorheen worden geduwd.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Flach (SGP):
Ik geef het op. Collega Kostić zit gevangen in een zelfbedacht angstverhaal, dat echt geen recht doet aan alle fruittelers die gewetensvol proberen om een goed en vers product op tafel te krijgen, dat geen recht doet aan het Ctgb, dat die middelen heeft beoordeeld, en dat geen recht doet aan wetgevers, controleurs en iedereen die daar op een verantwoorde manier mee bezig is. Ik zeg het nog één keer: stop hiermee. Ik stop er nu ook mee.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind het zo jammer dat het lijkt alsof mijn collega niet luistert. Dit heeft hij waarschijnlijk van tevoren voorbereid en nu kan het weer lekker online worden gezet. Nogmaals, ik werp de bewering dat wij zouden vinden dat de boeren iets slechts doen verre van mij. De meeste boeren doen gewoon hun best, maar ze zijn een verkeerd systeem ingeduwd. Wij willen ze eruit krijgen. Voor ons staat de gezondheid van mens, dier en milieu altijd voorop. Met "mens" bedoelen we ook de boeren. Dat is de absolute ondergrens. Daarin zou ik de SGP toch aan mijn zijde moeten vinden.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het maakt mij niet zo heel veel uit hoe we het noemen. Heel veel stoffen zijn giftig, ook koffie. Als je daar maar genoeg van neemt, is dat ook niet goed voor je. Ik wil het even over appels hebben. We hebben een hele mooie technische briefing gehad, waarin onder anderen neuroloog Bloem aanwezig was. Volgens mij zei hij dat je veel beter elke dag een appel kunt eten. Dat is veel gezonder en veel minder schadelijk dan wanneer je die appel niet eet. Het lid Kostić legt hier een beetje het frame neer dat die appel niet veilig is. Zou daar nog even op ingegaan kunnen worden? Want dat kan toch niet de intentie zijn van dit debat.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind de bijdrage van mijn collega van de VVD mooi. Het is goed om dat met elkaar scherp te hebben. Wat wetenschappers steeds meer zeggen … Deze ene appel gaat je geen kwaad doen. Ik geef ze ook aan mijn dochter. Dat zijn dan wel biologische appels, maar goed, die kan niet iedereen betalen. Je wilt voor iedereen een biologische appel, want dan weet je zeker dat het goed zit. Nogmaals, ook als er heel veel gif op één appel zit, ga je daar niet meteen dood aan. Het gaat om de stapeling. Op meerdere groente en fruit, die je door je hele leven eet, zitten landbouwgifstoffen, die je ook inademt en die uiteindelijk tot grote problemen kunnen leiden. Denk aan de ontwikkeling van kinderen. Het kan leiden tot parkinson. We moeten daar gewoon alert op zijn. Nogmaals, de Partij voor de Dieren vindt dat je uit voorzorg al moet optreden als daar grote twijfel over is. Dat gun ik iedereen in dit land.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dat is een helder antwoord. Ik heb daar in die zin ook wel vrede mee, maar alles waar je te veel van eet, is niet goed. Een appel is gewoon gezond. Ik wil absoluut dat het helder wordt dat een appel eten gewoon gezond is.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, zeker. Het is beter dan vlees; dat klopt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vlees past ook gewoon in een gebalanceerd eetpatroon.
De voorzitter:
Ja, die opmerking had u kunnen verwachten, lid Kostić.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het maakt mij wél uit hoe iets genoemd wordt. Het maakt mij heel veel uit. Door het steeds over gif te hebben, ben je gewoon bezig met angstzaaierij onder de bevolking. Of iets giftig is, heeft te maken met de dosis. Bij een bepaalde dosis is iets pas giftig. Als ik 60 koppen zwarte koffie achter elkaar drink, haal ik het einde van de dag niet. We moeten gewoon heel voorzichtig zijn met dat soort dingen zeggen, omdat het ertoe kan leiden dat mensen inderdaad bijvoorbeeld minder appels gaan eten. Maar mijn vraag aan mevrouw Kostić …
De voorzitter:
"Het lid Kostić."
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sorry, het lid Kostić. Weet het lid Kostić hoeveel mensen er tussen 1845 en 1850 zijn doodgegaan in Ierland vanwege misoogsten door een aardappelziekte in een tijd waarin er nog geen gewasbeschermingsmiddelen waren?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ga niet meedoen aan dit soort quizjes. De vraag had een vraag. We hebben het hier over de bescherming van de gezondheid van mens, dier en milieu. Als we het hebben over voedselzekerheid, is juist die bescherming van de gezondheid van mens, dier en milieu belangrijk. We hebben te maken met bijen en andere bestuivers die in rap tempo uitsterven. Dat is zorgwekkend. Zij zijn cruciaal voor het meeste voedsel dat we verbouwen. Daar heeft mevrouw Van der Plas het nooit over, maar ze komt wel met dit soort quizjes naar mij toe. Dat ga ik niet accepteren. Het spijt me, maar daar ga ik niet aan meedoen. Dan stel ik de vraag terug: wat vindt u ervan dat bestuivers, die we keihard nodig hebben voor de voedselvoorziening, aan het uitsterven zijn, mede door het te veel gebruiken van landbouwgif? Nogmaals, dat komt niet doordat de boeren daar schuldig aan zijn, maar door slechte regelgeving.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik stel hier de vragen, volgens mij.
Kamerlid Kostić (PvdD):
En ik ga over de antwoorden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Als het lid Kostić straks een vraag aan mij wil stellen, dan kan dat. Ik ga daar nu niet op antwoorden.
Het gaat om 1 miljoen mensen. Er zijn in Ierland 1 miljoen mensen gestorven vanwege de aardappelziekte, de fytoftora. Dat was in een tijd waarin er geen gewasbeschermingsmiddelen waren. Het zijn niet eens mensen die direct aan de honger zijn gestorven. Mensen zijn ook gestorven aan de gevolgen van honger, bijvoorbeeld aan tyfus en dysenterie. 1 miljoen mensen! Dat is compleet maatschappij-ontwrichtend geweest. Wat ik hiermee wil zeggen, is dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wereldwijd in de afgelopen decennia meer levens heeft gered dan het heeft gekost. Ik vind dat we dat verhaal ook moeten vertellen, los van het feit dat we kunnen zeggen dat we het goed moeten nakijken en dat we naar de regelgeving moeten kijken. De boeren willen dat ook. Maar dat zijn de cijfers: er zijn 1 miljoen mensen gestorven aan hongersnood en de gevolgen van hongersnood, doordat er geen gewasbeschermingsmiddelen waren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste: ik ga daar niet op in. Historisch klopt dit gewoon niet. Wat ik wel wil benadrukken richting de BBB, is het volgende: BoerBurgerBeweging, denk nou ook een keer aan die burgers. Denk ook aan de boeren, overigens. Doe dat in samenhang en kijk wat wetenschappers zeggen over specifiek dit wetsvoorstel uit Europa, dat ze in rap tempo door onze neus proberen te boren. Er wordt daarin niet eens geborgd dat het huidige beschermingsniveau wordt gehandhaafd. Dat wordt niet eens geborgd. Er is dus sprake van verslechtering. We gaan daar weer lekker belastinggeld inpompen. De belastingbetaler gaat daar weer voor betalen: voor vervuilder water en de kosten voor de gezondheid. Ik snap het echt oprecht niet. Ik snap echt niet dat de BBB daarmee akkoord gaat.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wij kijken gewoon naar een realistisch beleid. Ook fruittelers zijn heel erg bezig met andere middelen. Ze zijn bezig met het inzetten van biologische gewasbeschermingsmiddelen, maar bijvoorbeeld ook met het gebruik van insecten om bepaalde andere insecten uit de boomgaard te houden. Ik vind dat lid Kostić echt wel aan angstzaaierij doet, want het lid Kostić zegt net: "Ik zeg dat niet van alle boeren, elk gif en elke dag." Maar nog niet zo lang geleden heeft het lid Kostić hier gestaan en gewoon gezegd dat het gif tegen de ramen op klotst in Noord-Holland. Dat is angstzaaierij. Het lid Kostić gaat natuurlijk over haar eigen woorden, maar ik wil vragen om daar toch ook eens een keer een nuance in aan te brengen. Heel veel mensen worden nu namelijk gewoon bang als ze al een machine op het land zien rijden, los van wat die machine doet.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Wat ik zo vervelend vind, is dat mevrouw Van der Plas hier steeds zo'n ophitspolitiek probeert te voeren door mij allemaal woorden in de mond te leggen die ik niet heb uitgesproken. Ik vind dat gewoon jammer. Laten we elkaar een keer vinden in de bescherming van boeren en andere burgers en in het ervoor zorgen dat boeren ook kunnen blijven boeren. Zonder die bestuivers, zonder die bijen, komt het namelijk ook niet goed. Als het gaat om problemen oplossen, wat de Omnibus zegt te willen doen, dan doet die dat in dit geval niet. Als je dus wilt dat die processen rondom de herbeoordeling van middelen worden versneld, dan heb ik hier een plan voor hoe je dat wel op een effectieve wijze kan doen. Dat wil ik straks even aan de staatssecretaris geven, maar dat wil ik ook best aan de BBB presenteren. Oplossingsgericht dus, maar we gaan gewoon niet akkoord met broddelwerk dat Brussel ons door de neus probeert te duwen. Daar ga ik gewoon niet mee akkoord.
De voorzitter:
De heer Goudzwaard. Ik wijs er ook op dat we het over de Omnibus hebben vandaag. Laten we het daar dan ook over hebben, want dat is het onderwerp van het debat. Meneer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik probeer hem toch wat milder aan te vliegen dan wat andere collega's van de rechterflank wellicht deden. Het zou mooi zijn als we elkaar kunnen vinden. Dat kunnen we proberen. Wat ik van lid Kostić hoor, is dat zij vooral zegt: mijn kant van het verhaal is de juiste kant van het verhaal; dat is namelijk de EU-wetenschapstoets. Maar we hebben allemaal vreselijk veel stukken gelezen. We hebben de Europese Commissie, waar allerlei experts zitten die behoorlijk wat rapporten hebben aangeleverd. We hebben het Ctgb, als zelfstandig bestuursorgaan. We hebben allerlei stakeholders, zoals de LTO. Ga zo maar door. Wat maakt nu dus dat het lid Kostić zegt: ja, maar deze paper die ik er nu uithaal, weet precies hoe het zit?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan ga ik dat inderdaad schetsen. De wetenschapstoets is duidelijk. Het Ctgb kan ook niet bevestigen dat dit leidt tot verbetering of hetzelfde beschermingsniveau. Daar zijn flink wat aanpassingen voor nodig. Zelfs het kabinet bevestigt dat in het BNC-fiche. Maar het wordt ook bevestigd door internationale wetenschappers. De Europese Ombudsman heeft over het proces, die versnelling, al echt een vernietigend oordeel geveld. Bij de rondetafel waren alle experts het ook daarmee eens, hè. Het was alleen maar de industrie aan tafel die daar andere gedachten bij had. Tegen die mensen, die oprecht verbetering willen op de punten waar zorgen over zijn, zeg ik nogmaals: daar zijn effectieve oplossingen voor. Wat er nu voorligt … Ik hoop toch dat JA21 dat ook ziet. Anders hoor ik graag een bron en hoor ik graag op basis van welke wetenschappers JA21 zegt dat dit een geweldig voorstel is dat al deze genoemde problemen gaat oplossen.
De heer Goudzwaard (JA21):
Om daar toch even op te reageren: het is niet zo alsof er geen enkele expertise aanwezig is bij een instantie zoals het Ctgb. Daar zitten ook allerlei experts in.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zeker, ja.
De heer Goudzwaard (JA21):
Natuurlijk was ik ook aanwezig bij het rondetafelgesprek en heb ik dat meermaals teruggekeken. Ik hoop dat lid Kostić in het vervolg van haar betoog toch wat meer probeert om met een handreiking te komen, ook richting die andere belanghebbenden, die andere wetenschappers, die andere experts om te laten zien …
Kamerlid Kostić (PvdD):
Welke?
De voorzitter:
Niet door elkaar heen spreken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Oké, ik wil het gewoon weten.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, nee, nee.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik wil gewoon even het hele verhaal rondkrijgen waar lid Kostić haar mening op heeft gebaseerd. Daar ben ik gewoon heel erg nieuwsgierig naar. Dat hoor ik vast in het vervolg van haar betoog.
De voorzitter:
Lid Kostić, kort. En dan vervolgt u uw betoog.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik zei het net. De Kamer heeft een wetenschapstoets aangevraagd. Universiteit Leiden, Wageningen, die vragen we wel vaker. Die kent JA21 ook. Die omarmen ze ook. Ook het Ctgb, maar ook, nogmaals, het kabinet, en internationale wetenschappers zeggen: "Dit is niet goed op deze manier. Dit gaat niet zorgen voor bescherming van gezondheid. Daar moet nog echt flink werk aan gebeuren." Ik hoor niet van JA21 welke andere wetenschappers dan iets anders zouden zeggen. Het is goed voorbereid, maar ik hoor het toch net niet.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dat is niet helemaal waar, want ik heb meermaals die expertsessies teruggekeken. Dan zijn het ook heel vaak de wetenschappers zelf die aankaarten en heel duidelijk zeggen: wij verwachten dat iets nadelig gaat uitpakken; dat is helemaal niet honderd procent gestaafd. Wat u zegt, is echt niet waar. Volgens mij weet u zelf ook wel dat u dat aan het doen bent.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind het jammer. Ik doe hier de handreiking, ook richting mijn collega van JA21, en doe heel erg mijn best om hier een gezamenlijke grond in te vinden. Die hoop ik te vinden in gezondheid, die we iedereen gunnen. Nogmaals, het is consensus. Iedereen hangt er een ander label aan, maar de consensus is dat dit voorstel echt niet goed is en dat het de gezondheid nu niet goed beschermt. Het is de vertegenwoordiger van de Europese Commissie geweest die hier in de Kamer was, die ik op de man af heb gevraagd: "Beste man, u zegt dit allemaal goed is voor de gezondheid en dat op z'n minst het beschermingsniveau van de gezondheid wordt gehandhaafd. Op welke wetenschappelijke toetsen baseert u zich?" Toen zei hij: "Dat heb ik niet. Ik kan het niet toetsen. Ik heb dat niet getoetst, maar wij geloven erin." Ja, en dat van een hoge vertegenwoordiger van de Europese Commissie hier in de Tweede Kamer. Volgens mij zou je dan alles moeten weten over het niveau van dit voorstel op dit moment.
De voorzitter:
U vervolgt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het antwoord weten we al: de landbouwgiflobby en commerciële belangen. Dan kan Brussel opeens wél leveren. Burgers die vragen om betere bescherming van hun gezondheid, de natuur, hun drinkwater of dierenwelzijn, moeten vaak jarenlang wachten op actie van Brussel. Maar zodra grote, commerciële belangen op tafel liggen, blijkt Brussel opeens wél in staat om binnen enkele maanden radicale wetswijzigingen door te drukken. Dat tast het vertrouwen van mensen in de politiek aan.
Voorzitter. In deze Kamer kunnen we over van alles van mening verschillen, maar bescherming van de gezondheid van onze inwoners en hun leefomgeving zou ons in de Kamer moeten verbinden. De bescherming moeten we op z'n minst op gelijk niveau houden; dat zou de absolute ondergrens moeten zijn. Eigenlijk wil je het liefst verbetering. Wat heb je precies aan nieuwe wetgeving voor voedsel en bestrijdingsmiddelen in 2026 als het niet iets positiefs doet voor de gezondheid van mens, dier en milieu? Door dit voorstel komen mogelijk alle extra kosten terecht bij de belastingbetaler. Kan de staatssecretaris voordat er definitief wordt besloten zo goed mogelijk in kaart brengen wat de kosten van het Omnibus zullen zijn?
Voorzitter. Eén kernvraag staat voor ons centraal. Kan de staatssecretaris bevestigen dat Nederland niet akkoord gaat met het Omnibusvoorstel als, na alle goede inspanningen van de staatssecretaris tot verbetering, uit een laatste wetenschappelijk advies toch blijkt dat de bescherming van gezondheid van mens, dier en milieu wordt aangetast? Voor de Partij voor de Dieren is een voorstel waarvan onbewezen is dat het de gezondheid en veiligheid van mens, dier en milieu beter beschermt volstrekt onacceptabel.
Voorzitter. Nederlanders willen geen door Brussel opgedrongen voorstellen die leiden tot meer vervuiling, meer gezondheidsrisico's en hogere rekeningen. Tegen de staatssecretaris zeg ik dus: wees moedig in Brussel en houd bescherming van gezondheid als toetssteen voor ogen. Nederlanders willen gewoon met een gerust hart een appeltje geven aan hun kinderen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik geef de alternatieve voorstellen nog aan de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. De bode zal dat voor u verzorgen, zodat het ook deel uitmaakt van de beraadslaging. Dank u wel. Ik zie dat de appel ook wordt overhandigd. Die heeft de staatssecretaris al binnen. Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP. Het is een rode appel, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Prachtige appel.
Voorzitter. Waar hebben we het vandaag over? De Omnibus Food and Feed: een pakket maatregelen met als doel de landbouw te verduurzamen door snellere toelating van biologische gewasbeschermingsmiddelen en het wegwerken van de lange wachttijden voor herbeoordeling. Dat is op papier een heel nobel doel. Maar wel op papier, want in de praktijk dreigt precies het tegenovergestelde te gaan gebeuren. Middelen waarvan is aangetoond dat ze onveilig zijn mogen langer gebruikt gaan worden. Deze zogenaamde "grace period" gaat van anderhalf naar drie jaar.
De definitie van wat biologische middelen zijn is veel te ruim. Er is geen gegarandeerde herbeoordeling van middelen, terwijl we weten dat soms pas na gebruik blijkt dat middelen toch onveilig zijn. Het is onduidelijk hoe die risicogestuurde herbeoordeling nu precies gaat werken en hoe het werkprogramma er precies uit gaat zien. De kans bestaat ook dat middelen die we hier in Nederland niet willen toch in Nederland zullen worden toegelaten. Dit voorstel kan de innovatie remmen en het zorgt niet voor vereenvoudiging. Richting mijn collega's zeg ik ook: dat blijkt niet alleen uit de wetenschapstoets; dat blijkt ook uit de vele andere stukken die we hebben gekregen, ook vanuit het Ctgb zelf.
Voorzitter. De gepresenteerde voorstellen zullen niet leiden tot het behalen van de gestelde doelen. Bovendien brengen ze belangrijke risico's voor de verduurzaming en voor het beschermingsniveau van de gezondheid van mens en milieu met zich mee. Laat dat tot je doordringen: een voorstel dat bedoeld is voor de verduurzaming en versnelling zorgt er níét voor dat we de doelen gaan halen. Tegelijkertijd dreigt het ervoor te gaan zorgen dat de risico's voor de gezondheid van mens en milieu groter worden.
Voorzitter. De Europese Commissie heeft ervoor gekozen om geen impactassessment uit te voeren om de effectiviteit van de voorstellen te beoordelen. Er is niet nader onderbouwd of de gewenste versimpeling van regelgeving en versnelling van toelating daadwerkelijk bereikt zullen worden. Dat is nogal wat. Boeren, bewoners van het platteland, dieren en het milieu worden in gevaar gebracht met een voorstel dat als doel zou moeten hebben om hen beter te beschermen, juist in deze tijd waarin de biodiversiteit verslechtert en waarin er steeds meer wetenschappelijk bewijs is voor een relatie tussen bestrijdingsmiddelen en neurodegeneratieve ziektes zoals de ziekte van Parkinson. Juist nu zouden we dus ook moeten kiezen voor echte oplossingen.
Hoe zouden we de doelen wel kunnen halen? In de wetenschapstoets zijn heel goede voorstellen gedaan om de doelen wel te halen en mens en milieu te beschermen. Zo stellen zij: behoud de periodieke herbeoordeling voor alle stoffen. Behoud het voorzorgprincipe van het huidige systeem. Zet green lanes in voor biocontrols. Het ontwikkelen van zogenaamde green lanes voor biocontrols maakt het mogelijk om beoordelingen te maken voor de specifieke klassen van middelen. Sta geen verlenging van grace periods toe. Verlenging van grace periods zal leiden tot een langer gebruik van middelen, met in principe onacceptabele risico's, terwijl niet is duidelijk gemaakt of het probleem van noodtoelating wordt opgelost. Wij vragen het kabinet opnieuw of het bereid is om al die aanbevelingen over te nemen. We zien dat het dat nu deels doet.
Belangrijker is misschien nog wel wat de strategie wordt van dit kabinet. We hebben daar een deeltje van gezien, maar ik ben daar nog niet tevreden over. We zien dat ze kritisch zijn, maar we zien tegelijkertijd ook dat ze sterk argumenteren vanuit het bestaande systeem, dat niet zou werken, en daarom meebewegen met de falende oplossingen die nu gepresenteerd zijn. Wil het kabinet in Brussel een streep trekken en met andere vooroplopende lidstaten echt inzetten op het schrappen van alle bepalingen die leiden tot minder innovatie en tot lagere bescherming van mens en natuur? Wil het tegen het voorstel stemmen als dit niet lukt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bromet voor haar bijdrage namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik moest net in het kleine debatje over het gebruik van het woord "landbouwgif" even denken aan de zwaluwen die dood waren gegaan doordat ze insecten hadden gegeten die verdelgd waren met toegelaten gif. Dat is waar we het vandaag over hebben: de basis van ons bestaan. Mijn fractie, een meerderheid van de Kamer en het kabinet zeggen eigenlijk hetzelfde: de Omnibus waarover we het vandaag hebben, mag nooit ten koste gaan van de bescherming van mens, dier en milieu. De komende periode moeten we gaan gebruiken om vast te stellen of in deze Omnibus Food and Feed aan die voorwaarde wordt voldaan. Welke conclusies zijn we vervolgens bereid te trekken?
Hoe gaan we daar komen, vraag ik aan het kabinet. Heeft het kabinet op dit moment voldoende informatie om een goede afweging te maken over de Omnibus Food and Feed? Welke informatie mist er nog vanuit de Commissie? Is voor het kabinet het uitvoeren van een impactassessment — mijn collega Beckerman had het daar net ook al over — zoals gevraagd werd in de motie-Kostić van afgelopen december, een voorwaarde om überhaupt over de Omnibus te gaan onderhandelen? Wanneer verwacht het kabinet dat lidstaten over de Omnibus Food and Feed gaan stemmen? Welke aanvullende informatie komt er voor die tijd nog naar de Kamer, zodat we een oordeel kunnen vellen? Kan het kabinet alle ambtelijke analyses en onderzoeken die zijn gebruikt om het kabinetsstandpunt te bepalen, in volledigheid met de Kamer delen?
De periodieke herbeoordeling van pesticiden en chemische stoffen is wat ons betreft geen oplossing voor de grote achterstanden bij de toelatingscommissie. Door stoffen voor onbepaalde tijd toe te laten, laten we het voorzorgsprincipe los. Het is nog onduidelijk welk systeem dit moet gaan vervangen en of dat beter werkt. Daarover heb ik de volgende vragen. Ziet het kabinet manieren om de achterstanden bij de toezichthouders terug te dringen zonder de periodieke herbeoordeling af te schaffen? Waarom zetten we daar dan niet op in? Waaruit blijkt de effectiviteit van de nieuwe methode en de zogenaamde werkprogramma's die worden opgesteld? Kan de staatssecretaris daar meer informatie over delen?
Ook is mijn fractie bezorgd over de gevolgen voor andere doelen die we moeten halen, zoals de Kaderrichtlijn Water. Vanaf 2027 — dat is volgend jaar — is die juridisch bindend. We zijn daar totaal niet op voorbereid. Om te voorkomen dat er giftige stoffen in ons water komen, moet Nederland in de positie zijn om in te grijpen, door als lidstaat het recht te houden om riskante stoffen opnieuw te beoordelen en dat niet over te laten aan Europa, en door prioritaire stoffen uit de Kaderrichtlijn Water uit te zonderen van de toelating voor onbepaalde tijd. Daarvoor zal ik straks een motie indienen, maar eerst heb ik nog wat vragen. Heeft het kabinet in kaart gebracht welke gevolgen de Omnibus heeft voor de bindende doelen voor waterkwaliteit? Zo ja, kan deze analyse gedeeld worden? Zo niet, kan dat dan alsnog worden gedaan? Zegt het kabinet toe dat voldoen aan de Kaderrichtlijn Water een randvoorwaarde is voor steun aan de Omnibus, en dat het expliciet tegen zal stemmen als die bindende doelen voor Nederland in gevaar komen?
Voorzitter. Tot slot. Er is brede consensus in deze Kamer. We zien dat mens, milieu en gezondheid onverminderd beschermd moeten blijven. Ik wil dat wij in de positie zijn om die voorwaarde te toetsen voordat het kabinet voor de Omnibus stemt of die verwerpt. Dat zal ik ook met een motie bekrachtigen.
Ik sluit af met de allerbelangrijkste vragen. Hoe stelt het kabinet vast of aan de voorwaarden van het BNC-fiche wordt voldaan? Wanneer en op welke basis trekt het kabinet straks zijn eindconclusies? Is het voor het kabinet denkbaar dat Nederland uiteindelijk tegen de Omnibus zal stemmen als niet aan de Nederlandse voorwaarden wordt voldaan? Is dat een stap die het kabinet zelf zou nemen, of is de Kamer daarvoor aan zet?
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bromet. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar bijdrage namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Sinds het begin van de landbouw, waar mensen dieren gingen houden en gewassen gingen verbouwen voor voedsel, zijn ziektes en plagen een uitdaging. 10.000 jaar waren er geen gewasbeschermingsmiddelen. Dit leidde vaak tot misoogsten, met als gevolg grote hongersnoden waarbij tienduizenden, soms miljoenen, mensen omkwamen. Denk aan de Ierse famine, de hongersnood tussen 1845 en 1850, die ontstond toen de gevreesde aardappelziekte fytoftora 1 miljoen mensen raakte. Zij stierven van de honger of door aan honger gerelateerde ziektes als tyfus en dysenterie. De Finse hongersnood van 1866 tot 1868 en de daaropvolgende Zweedse hongersnood waren de laatste grote hongersnoden in Noordwest-Europa met een natuurlijke oorzaak. Ze werden dus niet veroorzaakt door een oorlog, maar door misoogsten. 15% tot 20% van de bevolking stierf toen aan de honger. We praten dan over 270.000 mensen in drie jaar tijd.
Sindsdien is de landbouw gemoderniseerd, niet alleen met betere technieken, maar ook door de komst van gewasbeschermingsmiddelen. Ik hoop dat mensen zich eens goed gaan realiseren dat het belangrijk is om ziekten en plagen in de landbouw te lijf te gaan, niet alleen voor de boeren en tuinders, maar ook voor de héle maatschappij. Mensen gingen namelijk niet alleen dood aan de honger; hongersnoden zorgden ook voor grote maatschappelijke ontwrichting.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
In het betoog van lid Kostić verweet mevrouw Van der Plas haar dat zij aan bangmakerij deed en mensen angst aanjaagde. Ik hoor haar nu over allerlei hongersnoden uit het verleden, suggererend dat als wij geen landbouwgif meer hebben, er een hongersnood uitbreekt. Klopt dat?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan kunt u niet goed luisteren, zeg ik via de voorzitter tegen mevrouw Bromet. Ik som hier gewoon historische feiten op. Ik vertel wat er is gebeurd toen er geen gewasbeschermingsmiddelen waren en er een ziekte als fytoftora woekerde. Ierland was afhankelijk van de aardappelteelt. Die ziekte woekerde toen. Omdat die niet bestreden kon worden, hadden mensen geen eten en geen inkomen meer. Ik wil graag nog een klein historisch feitje uit het meest recente verleden erbij pakken. In Sri Lanka werd een aantal jaren geleden van de ene op de andere dag overgegaan op biologische landbouw, zonder het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dat heeft tot voedseltekorten geleid, omdat er misoogsten kwamen. Het leidde tot voedselrellen en bijna tot een burgeroorlog. Je kunt het teruglezen. Ik denk dat het een jaar of vijf geleden is. Er is dus zeker wel een relatie tussen voedselveiligheid en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. We moeten er natuurlijk voor zorgen dat het gebruik binnen de perken blijft. Mensen moeten niet zoals in Brazilië op een scootertje door de velden gaan rijden met een tank achterop en alleen maar spuiten. Dat doen onze boeren ook niet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Heel snel gaat dit debat, als het aan de BBB ligt, over voedselzekerheid en worden er angstbeelden over hongernoden voorgespiegeld. Maar als je kijkt naar het gebruik van landbouwgif in Nederland, zie je dat het grootste aandeel bespuitingen plaatsvindt in de bollenteelt, in de lelieteelt. Dat zijn planten die je niet kunt eten. Ik snap niet waarom er nooit een antwoord komt als ik aan de BBB vraag: zullen we daarmee stoppen in het kader van voedselzekerheid?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De gewasbeschermingsmiddelen die in de lelieteelt worden gebruikt … Er is geen speciaal bollengewasbeschermingsmiddel. Dat zijn middelen die ook in de akkerbouw worden gebruikt. Dat zijn middelen die ook gewoon toegelaten zijn, die streng gecontroleerd zijn. Ook het Ctgb is daarbij betrokken. Dat is het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zeg ik om de afkorting even uit te leggen. Mensen hebben altijd het idee dat het een speciaal middel is dat alleen maar door de lelietelers wordt gebruikt. Dat is niet zo. Het zijn akkerbouwmiddelen die ook in de akkerbouw worden gebruikt en waar wij allemaal ons verse, gezonde en veilige voedsel van krijgen van onze boeren.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dat zijn inderdaad die middelen, maar die worden in veel grotere hoeveelheden toegepast op de bloementeelt dan op voedsel. Het zijn er meer en het volume is ook meer, dus dat lijkt mij zonde. Mevrouw Van der Plas zegt dat het allemaal goedgekeurd is. Maar wat vindt zij er dan van dat de insectensterfte elk jaar groter wordt? Wat vindt zij ervan dat zwaluwen dood gevonden worden, omdat ze insecten hebben gegeten die verdelgd zijn door goedgekeurde middelen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het laatste voorbeeld dat mevrouw Bromet gebruikt, heb ik recent ook gelezen. In dat artikel wordt expliciet gezegd dat het middelen zijn die niet in de landbouw worden gebruikt. Dat gaat om de middelen permethrin en tetramethrin. Die zijn in de landbouw óf al lang niet meer toegestaan, al twintig jaar niet, óf nog helemaal nooit gebruikt hier. Dus ze kan wel een verhaal ophangen en dan even slinks wijzen, zo van "ja, dat komt door de boeren", maar dat zijn middelen die helemaal niet door boeren worden gebruikt. Ze mogen wel in de humane kanalen gebruikt worden. Dat zien we bijvoorbeeld ook bij fipronil. Dat mag in de pluimveehouderij en de veehouderij helemaal niet meer gebruikt worden, maar de gemiddelde kat of hond in Nederland heeft een vlooienband of wordt even gespoten met fipronil. Je moet maar eens achter op het pakje kijken, dan schrik je je echt helemaal het leplazarus, zou ik bijna willen zeggen — nou ja, ik heb het gezegd — van wat daar aan stoffen in zit. Gewoon stoppen met constant naar de boeren wijzen en gewoon goed de stukken lezen. Dat waren middelen die helemaal niet door boeren worden gebruikt.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kom er nog even op terug: in Ierland daalde het bevolkingsaantal na de famine, de hongersnood, van 8 miljoen naar 4 miljoen mensen. Niet alleen door de doden, maar daarna ook doordat veel Ieren emigreerden omdat ze niks meer hadden en het land vele decennia in armoede verkeerde. Tot op de dag van vandaag is Ierland zich aan het herstellen van de grote hongersnood van destijds. Zo'n 80 jaar geleden kwamen er gewasbeschermingsmiddelen. Die werden gebruikt om de gevreesde ziekten en plagen te bestrijden en ervoor te zorgen dat wij hier nooit meer een hongersnood hadden, veroorzaakt door ziekten en plagen. We houden de Hongerwinter er even buiten, want die had een andere oorzaak; dat was de oorlog.
Met de voedselproductie steeg ook de welvaart en kon Noordwest-Europa zich ontwikkelen tot een belangrijke speler in de wereldwijde voedselvoorziening. Vanzelfsprekend kwam daar ook wetgeving bij kijken, eerst op landelijk niveau en later op Europees niveau. Door het in lijn brengen van die regels werden mensen, dieren en milieu beter beschermd. De regelgeving is echter wel aan het doorslaan. Een opeenstapeling van regels leidt ertoe dat het Europese toelatingssysteem vastloopt. Innovaties, waaronder biologische middelen, bereiken de markt niet, terwijl de dreiging van ziekten en plagen toeneemt en de gereedschapskist van telers kleiner wordt.
Voorzitter. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van ons voedsel komen daarmee in gevaar. Zeker nu de wereld instabiel is, met oorlogen op diverse continenten — zelfs op ons eigen continent — moeten we als Nederland en als Europa zelf grip houden op onze voedselproductie. Beseft men wel, ook in het kabinet, hoe belangrijk die voedselzekerheid is? Daar maak ik me grote zorgen over.
En ja, iedereen wil minder afhankelijk worden van synthetische middelen. BBB ook. Boeren en tuinders ook. Natuurlijk willen ze dat. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kost een akkerbouwbedrijf gemiddeld al €35.000 per jaar. Waarom zouden ze überhaupt ik-weet-niet-wat in het rond spuiten? Dat doen ze sowieso niet, ook omdat zij goed kijken naar hun omgeving, naar het milieu en natuurlijk naar hun eigen gezondheid.
Voorzitter. Je gooit geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt, zeker niet als het om onze voedselproductie gaat. Ik heb drie vragen aan de staatssecretaris; daar ga ik even heel snel doorheen. Kan hij toezeggen dat Nederland in Brussel niet kiest voor het simpelweg afbouwen van middelen, maar voor een beleid waarbij boeren en tuinders kunnen blijven produceren en alternatieven eerst beschikbaar zijn voordat bestaande middelen verdwijnen? Hoe laat zich dat zien? Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij de Kamer conform de aangenomen motie-Flach/Vedder op korte termijn een nieuwe actualisatie stuurt van de verwachte teeltknelpunten voor de komende vijf jaar? Kan hij dan niet alleen een lijstje met problemen sturen, maar ook een concreet plan van aanpak, met informatie over welke werkgroepen worden ingericht, welke vrijstellingen worden voorbereid, welke groene middelen worden versneld en welke actie hij per kwetsbare teelt onderneemt om te voorkomen dat Nederlandse telers stoppen omdat de middelenkas leeg blijft?
Ik heb nog één vraag, maar …
De voorzitter:
Nee!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… die laat ik gaan, want ik weet dat ik door mijn tijd heen ben. Ik dank u voor uw coulance. Mijn derde vraag zal ik ergens in een interruptie stellen.
Dank u wel. U bent heel aardig voor mij.
De voorzitter:
Altijd toch, mevrouw Van der Plas. Dat weet u. We gaan kijken of mevrouw Den Hollander net zo aardig is voor u.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik ben enorm benieuwd wat de laatste vraag is die mevrouw Van der Plas had willen stellen, dus wellicht kan ze die toch nog stellen.
Verder zou ik willen vragen of mevrouw Van der Plas met de VVD deelt dat het ook enorm belangrijk is dat er innovatieve technieken, zoals de NGT's, komen. Daardoor zijn er inmiddels 47 phytophthora-resistente aardappelrassen. Is dit niet juist een kans om die ontwikkelingen verder te stimuleren?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank voor deze vraag, mevrouw Den Hollander. Mijn laatste vraag was deze. Ik had de staatssecretaris willen vragen — dat doe ik bij dezen — of hij het met BBB eens dat voedselzekerheid en strategische autonomie geen papieren ambitie mogen zijn, maar beginnen bij de simpele vraag of boeren en tuinders in Nederland en Europa hun gewassen nog kunnen beschermen en hun oogst nog van het land kunnen halen. Is hij bereid om dit punt structureel in te brengen in Brussel?
Dank u wel.
Dan het antwoord op uw tweede vraag. Daar kan ik kort over zijn: ja, ik ben er heel erg voor om weerbare rassen te telen. Maar zoals ik al zei: je moet geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Allereerst dank ik mevrouw Van der Plas voor het alsnog stellen van haar laatste vraag. Wij delen met u dat we op dit moment echt niet zonder gewasbeschermingsmiddelen kunnen, maar het is ook heel belangrijk om een stimulans voor innovatie te houden. Zolang alles volop beschikbaar blijft, is die stimulans er wellicht minder. Deelt mevrouw Van der Plas dat met ons?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat vind ik een hele lastige, want die vraag stellen wij onszelf natuurlijk ook. Als je die middelen niet meer hebt of niet meer mag gebruiken, is het gevaar dat hele teelten zullen verdwijnen, te groot. Ik heb hier een hele lijst van teelten die nu al onder druk staan, maar die zal ik u besparen. Het is wel een lastige vraag. Wij zijn zeker voor innovatie. Wij zijn ook zeker voor de snellere toelating van "groene middelen", zoals ze dat dan noemen. Het zijn biologische gewasbeschermingsmiddelen. Ik wil de mensen thuis wel even zeggen dat ook een vliegenzwam giftig is. Dat is een organisch iets, maar het is niet echt handig om die te eten. Het beeld dat biologische gewasbeschermingsmiddelen niet schadelijk zijn of niks kunnen doen, moeten we ook niet hebben. Ik ben er heel eerlijk in dat ik dit een lastige vraag vind. Ik vind dat we heel erg moeten uitkijken met alle beleidsregels die wij maken. Het kan er wel echt toe leiden dat teelten verdwijnen en dat we daardoor — dit is m'n laatste zin, voorzitter — afhankelijk gaan worden van import uit landen die onze regels niet hebben, maar die ook middelen gebruiken die hier niet eens toegelaten zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Tot slot. Dank voor het delen van deze ambitie. Ik denk dat het belangrijk is dat we daar ook vooral samen in optrekken. We moeten niet alleen blijven hangen in hoe het is; we moeten ook kijken naar de toekomst en wat er in de toekomst nodig is voor voedselzekerheid, ook over 100 jaar.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik blijf zeker niet hangen in hoe het is. Er zijn ontzettend veel ontwikkelingen geweest in de agrarische sector, zeker ook op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen. Als er één groep bezig is met gezond voedsel op het bord willen leggen, dan zijn het de boeren, de tuinders en de telers wel.
Mevrouw Podt (D66):
Ik hoorde mevrouw Van der Plas zeggen dat de regelgeving hier en daar toch wel een beetje aan het doorslaan is. Nou vraag ik me het volgende af. Stel dat je nou voor de versnelling van die toelating bent, zoals de Commissie beoogt. Er zit dan eigenlijk één aspect in dat mij enorm heeft verbaasd. Dat gaat over die respijtperiode. Die gaat over hoelang je middelen nog mag gebruiken die eigenlijk gewoon al zijn beoordeeld als hartstikke schadelijk. Nou vraag ik me af hoe mevrouw Van der Plas daarnaar kijkt. Het verlangen van zo'n respijtperiode is toch voor omwonenden, maar zeker ook voor boeren die ermee moeten werken, een heel slecht idee?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan gaat mevrouw Podt ervan uit dat die middelen zodanig worden gebruikt dat het bijvoorbeeld veel te veel residuen, resten, van gewasbeschermingsmiddelen oplevert op het gewas of het stuk fruit dat geteeld wordt. Nogmaals, boeren zijn als geen ander … Ik weet dat mevrouw Podt nog niet zo lang geleden samen met mij en andere Kamerleden een ontbijtbijeenkomst bijgewoond waarbij ook een boerin aanwezig was. Zij gaf aan hoe voorzichtig boeren zelf al zijn met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Als er andere alternatieven zijn, kiezen ze daar liever voor. De zorg, het er alert op zijn: ja. Maar het moet niet zo zijn dat we daarmee eigenlijk zeggen: die boeren doen maar wat. Het is vaak ook maar de vraag of die boeren dat middel überhaupt gebruiken. Nogmaals, de dosis bepaalt of iets giftig is.
Mevrouw Podt (D66):
Dat ontkent ook helemaal niemand. Misschien komt het nog, maar tot nu toe heb ik nog helemaal niemand horen zeggen dat het aan de boeren ligt of dat mensen onvoorzichtig spuiten. Er zijn natuurlijk ook middelen die op een bepaalde manier gebruikt moeten worden. Daar gaat het ook helemaal niet om. Sterker nog, bij die respijtperiode gaat het om middelen waarvan het Ctgb en de EFSA hebben gezegd: het maakt niet uit hoe je ze gebruikt; je moet het gewoon helemaal niet meer doen. Daarvan zeggen we nu dus: die mag je straks alsnog drie jaar gebruiken. Mijn vraag is dan: dat is voor de boeren die daarmee moeten werken toch eigenlijk geen goed idee?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nogmaals, dan gaat mevrouw Podt ervan uit dat ze dat gaan doen, bijvoorbeeld in doses die misschien niet zo verstandig zijn. Volgens de regels mag het misschien nog wel, maar dat is niet wenselijk. Dat is natuurlijk het hele punt: het is niet zo dat boeren dat überhaupt gaan doen. Ik vind wel dat je middelen in je gereedschapskist moet hebben voor het geval iets anders echt niet werkt. Dat is ook hoe boeren kijken naar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: als dit niet werkt doe ik dat, als dat niet werkt doe ik dat en als dat niet werkt doe ik dat. Met antibiotica werkt dat hetzelfde in ons menselijke leven. Als je naar een arts gaat, krijg je eerst een lage dosis antibiotica, om te kijken of het helpt. De arts grijpt pas naar het vierde keuzemiddel als het echt helemaal misgaat. Zo moet je het een beetje vergelijken; dat is hoe boeren ernaar kijken. Ik vind dat je het in ieder geval in de gereedschapskist moet houden, mocht het echt helemaal uit de klauwen lopen met de oogst. Dat is hoe ik ertegen aankijk.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Podt (D66):
Dank voor dat antwoord, maar daarin zit wel precies mijn probleem. Wat we boeren dan eigenlijk dwingen te doen, is het volgende. We zeggen als politiek en als overheid niet: we zetten volop in op al die andere dingen, namelijk op green lanes, op extra capaciteit voor de EFSA, om het sneller te doen, en op innovatie. Innovatie werd net ook al genoemd. In plaats daarvan zeggen we tegen boeren: je moet een keuze maken tussen je teelt en je gezondheid. Dat vind ik kwalijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat vind ik wat kort door de bocht, eerlijk gezegd. Nogmaals, dan gaat mevrouw Podt ervan uit dat de middelen worden gebruikt. Het is een politieke keuze om wel heel erg in te zetten op innovaties en allerlei alternatieven. Dan heb je de boeren juist aan je zijde. Zij zeggen: geef ons de mogelijkheden om met innovatieve middelen, met andersoortige middelen of met een snellere toelating te komen. Boeren zijn daar bij uitstek groot voorstander van.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik werd een beetje getriggerd door de Potato Famine in Ierland, omdat die veel meer te maken had met bestuur. Engeland dwong Ierland, met militairen erbij, om vee, graan en zuivel te exporteren. Engeland weigerde in te grijpen in de economie, weigerde om ervoor te zorgen dat er voldoende voedsel was, wat er gewoon was. Er kwam geen noodhulp op gang.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag aan mevrouw Van der Plas is: ging dit niet ook veel meer over onderdrukking, uitbuiting en eigenlijk vernedering van een volk, nog los van de misoogst?
De voorzitter:
Dit is een beetje een geschiedenisles. Laten we snel teruggaan naar de Omnibus.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, daar heeft mevrouw Beckerman zeker een punt. Ik vind het een heel pijnlijk onderwerp. Mijn moeder is Ierse. Ook mijn familie is … Mijn generatie is eigenlijk de eerste die het relatief goed heeft gehad. Mijn moeder is opgegroeid met heel weinig. De kinderen van mijn tante zijn ook allemaal opgegroeid met heel weinig. Dat is wat ik bedoelde toen ik zei dat men nog steeds aan het herstellen is van de maatschappelijke ontwrichting. Dat had zeker deels te maken met het bestuur van de Britten destijds. Dat ontken ik zeker niet. De aardappelen die er nog waren, moesten naar de grote Britse landlords, want die wilden natuurlijk wel te eten hebben. Dat is een lange tijd van onderdrukking geweest. Er is niet voor niks uiteindelijk een vrijheidsstrijd geweest. Ik kan met trots zeggen dat mijn opa daarbij betrokken is geweest begin jaren 1900. Mevrouw Beckerman heeft dus zeker een punt, maar het is natuurlijk wel zo dat de fytoftora hele oogsten compleet wegvaagde.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, u kijkt mij moeilijk aan, omdat u denkt: waar gaat dit heen? De reden waarom ik dit noem, is de volgende. Ik ben gepromoveerd op een van de eerste landbouwgemeenschappen van Noord-Holland. Mevrouw Van der Plas zegt: we hebben pas kort gewasbescherming. Nee. Boeren hebben vanaf het begin van de landbouw nagedacht over gewasbescherming. Dit debat — daarom stelde ik eerst misschien een beetje een gekke vraag — moet helemaal niet gaan over boeren. Dit gaat over bestuur. Ik wil dit voorstel op geen enkele manier vergelijken met de manier waarop Engeland bestuurde, maar volgens mij moeten we dat debat voeren. We moeten het juist hebben over de afhankelijkheid. Boeren zijn voor een groot deel afhankelijk gemaakt van dit soort grote bedrijven die deze middelen produceren, maar ook van dit soort voorstellen van de Europese Commissie. Laten we het vanuit dat oogpunt bezien. Dit voorstel is niet eens gekomen met een impactassessment. Snapt mevrouw Van der Plas waarom wij zeggen: wacht eens even, hier is bestuurlijk gezien zo veel twijfel over, dus niet vanuit de boeren maar vanuit de manier waarop dit bestuurlijk wordt gedaan?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hebben hier het debat. Iedereen kan hier kritische vragen stellen. Het mooie van onze democratie is dat we dat hier in alle openheid kunnen doen met elkaar. Maar ik steun dit wel. Ik ben het in die zin niet eens met mevrouw Beckerman. Ik denk juist wel dat dit een hele goede stap is die we gaan zetten.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u zeer.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aanbeland bij een bijzonder heuglijk moment, namelijk de maidenspeech van de heer Lohman, die ik uitnodig bij het spreekgestoelte voor zijn maidenspeech, zijn bijdrage namens het CDA. Het is gebruikelijk dat we niet interrumperen tijdens maidenspeeches. Als u zover bent, dan heeft u het woord.
De heer Lohman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst een biologische boerderij bezocht. Ik was 22 en ik was net met vrienden een beweging gestart voor een beter voedselsysteem: de Youth Food Movement, tegenwoordig SFYN. Wij gingen de wereld verbeteren via het bord. Ik ontmoette een van de coolste boeren van het land, Boy. Boy is naast biologisch melkveehouder ook kaasmaker, en hij levert melk aan de meest chique koffiebarretjes van Amsterdam. Ik vond zijn bedrijf, zijn kijk op boeren mét de natuur en zijn ondernemerschap fantastisch. Dit is hoe het moet. Dit is de toekomst. "Ho ho", zei Boy. "De wereld is groter dan Weesp en Amsterdam. Laten we in gesprek gaan met boeren, tuinders en vissers in het hele land." En zo geschiedde. Samen met een groep jonge mensen uit alle hoeken en gaten van het land en samen met alle schakels uit de voedselketen zetten wij een academie op, met als doel: leren, vragen en verwonderen.
Een van de eerste dingen waar we over struikelden, is het onderwerp waar wij vanavond over debatteren. Waar Boy de chemische spuit liet staan, ontmoette ik ook boerin Iris uit Drenthe. Die sprak over "gewasbescherming". Zij zag het als een noodzakelijk kwaad; "we kunnen niet zonder en we doen het zorgvuldig." Ik sprak ook met vertegenwoordigers uit de sector over "medicijnen voor planten". Tot op de dag van vandaag is dat iets waar ik enigszins over moet grinniken. De één noemt het "landbouwgif". Dat hebben we net gehoord. De ander noemt het "gewasbescherming". De één zegt: het is onveilig voor mens, dier en milieu. De ander zegt: risico's worden schromelijk overdreven. Bijna nergens is het debat zo gepolariseerd. En bijna nergens helpt die polarisatie zo weinig. In voorbereiding op het debat en mijn eerste inbreng ben ik beide geloofssystemen ook weer tegengekomen.
Maar het systeem loopt vast. Je zou kunnen stellen dat het Omnibuspakket van de Europese Commissie belooft de tegenstellingen te overbruggen: vereenvoudiging, versnelling en ruimte voor groene alternatieven. Het huidige systeem loopt vast. Toelatingstrajecten voor nieuwe middelen duren acht tot tien jaar, herbeoordelingen duren ook tien jaar, en alle capaciteit bij het Ctgb en de EFSA gaat op aan het bijhouden van achterstand terwijl groene middelen in de wachtrij staan. Maar de vraag is hoe je dat oplost.
Laten we niet vergeten waar het Omnibusvoorstel oorspronkelijk voor bedoeld is: het moderniseren van het herbeoordelingssysteem zodat die wachttijden korter worden. Ik ben, net als een aantal collega's hier, nogal geschrokken van de EU-wetenschapstoets, die het voorstel bij alle vier de doelstellingen een onvoldoende geven. Wat mij betreft is dat ook een signaal dat we als parlement absoluut niet kunnen negeren. Tegelijkertijd kunnen we ons niet permitteren om dit voorstel bij voorbaat te blokkeren. Elke maand die we langer wachten, is een maand waarin groene middelen niet op de markt komen. Dat raakt dus niet alleen de boer die daarmee moet werken maar zet uiteindelijk ook het milieu verder op achterstand. Daarnaast is er ook net een proces voor een convenant gewasbescherming gestart. Op dit moment loopt dat proces. Het verdient het voordeel van de twijfel. We moeten ons dus wat mij betreft niet keren tegen de ingezette richting maar het voorstel op specifieke punten gaan verbeteren.
Er zijn een aantal weeffouten die in de onderhandelingen gerepareerd moeten worden. Het CDA wil dus drie dingen. Ten eerste: het beschermingsniveau behouden. Het CDA steunt de modernisering van het herbeoordelingssysteem, maar het resultaat moet zijn dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu overeind blijft. Ten tweede wil het CDA groene busbanen waar ook op gereden wordt. Zonder de nieuwe groene stoffen op Europees niveau en zonder nieuwe groene middelen voor de boer gaat dat niet lukken. Wij willen biocontrolmiddelen en laagrisicomiddelen een eigen snelle toelatingsprocedure geven op basis van risicoprofiel, niet op basis van de vraag of iets chemisch of biologisch van oorsprong is. Ten derde: zet in op geïntegreerde gewasbescherming. Weerbare rassen, gezonde bodems, mechanische onkruidbestrijding en groene middelen moeten de eerste keuze zijn. Dat vraagt om investeringen in kennis en praktijk, en om een convenant om die transitie ook daadwerkelijk te ondersteunen.
Ik vraag de staatssecretaris of hij bereid is om deze waarborgen mee te nemen in de raadsonderhandelingen en om daarbij als doel te stellen dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu aantoonbaar overeind blijft. Ik vraag hem ook of hij bereid is om in te zetten op versnelde procedures voor groene stoffen op basis van een risicoprofiel. En is hij bereid om gericht te investeren in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe middelen voor teelt en plagen waarvoor nu nog geen effectieve alternatieven bestaan of op de markt komen? Ik citeer Rowan Williams: "Geloof is het meest authentiek en het meest levensschenkend als het je de ogen opent en je een wereld openbaart die groter is dan je ooit had gedacht en daarmee onvermijdelijk ook onthutsender dan je ooit had gedacht."
Voorzitter, ik rond af. 22 jaar geleden stapte ik de wereld van landbouw en voedsel in. Vandaag mag ik in dit parlement dit debat voeren. Ik ben dankbaar en trots en weet dat mijn ouders ook trots geweest zouden zijn. Wetenschap is niet de waarheid vinden, maar steeds opnieuw durven te twijfelen aan wat we denken te weten en elkaars geloofssystemen respecteren. In deze nieuwe rol gun ik mezelf en mijn collega's de ruimte om te blijven leren, om vragen te stellen en om te verwonderen, maar ook om onze idealen vast te houden.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Meneer Lohman, vele leden van de landbouwcommissie kenden uw passie voor dit onderwerp al voordat u lid werd van deze Kamer. Het is heel mooi om die passie ook vandaag weer terug te horen in uw maidenspeech. Ik wil u van harte feliciteren met uw maidenspeech. Ik schors kort zodat u voor het rostrum de felicitaties in ontvangst kunt nemen. De vergadering is kort geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan mevrouw Ten Hove voor haar bijdrage in de eerste termijn namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Op 16 december 2025 heeft de Europese Commissie het zogenoemde Omnibuspakket gepresenteerd, dat onder andere gaat over voedsel- en diervoederveiligheid. Het is een omvangrijk pakket, met aanpassingen van meerdere richtlijnen en verordeningen die raken aan gewasbeschermingsmiddelen, dierenwelzijn en voedselveiligheid.
Laat ik helder zijn: mijn fractie steunt de inzet om het systeem te verbeteren, zeker als het gaat om het versnellen van toelating van nieuwe middelen. Het is simpelweg onacceptabel dat een aanvraag voor een nieuw gewasbeschermingsmiddel nu zes tot tien jaar duurt. Daarmee zetten we innovatie op achterstand en maken we het vrijwel onmogelijk om snel nieuwe, vaak duurzamere, soorten middelen op de markt te brengen. Op Europees niveau wordt voorgesteld om werkzame stoffen risicogestuurd te herbeoordelen, terwijl lidstaten tegelijkertijd vastzitten aan periodieke herbeoordelingen van middelen. Dat is inefficiënt, het is kostbare capaciteitsverspilling en het leidt tot uitvoeringsproblemen. Dat moeten we niet willen. Gelukkig vindt het kabinet dit ook. Wat gaat de inzet van het kabinet zijn om dit voorstel van de EU om te buigen? Mijn fractie wil geen aanvullende nationale verplichtingen die onze boeren op achterstand zetten. Nederland moet niet strenger willen worden dan de rest van Europa, want dat leidt tot oneerlijke concurrentie. Hoe gaat het kabinet hierbij opkomen voor de belangen van de Nederlandse sector?
Vanuit deze gedachte steunen we het principe dat middelen die in de EU verboden zijn vanwege risico's voor mens en milieu niet via import alsnog op onze markt terecht mogen komen. Dat is niet alleen eerlijker voor de sector, maar ook beter voor de consument. We moeten waken voor een situatie waarin middelen worden verboden zonder dat er werkbare alternatieven beschikbaar zijn. Want wat is dan het gevolg? Het gevolg is dan dat boeren hun gewassen niet meer effectief kunnen beschermen, dat opbrengsten onder druk komen te staan en dat de voedselzekerheid afneemt. Dat kan en mag niet de uitkomst zijn.
Tegelijkertijd erkennen wij dat er zorgen leven in de samenleving over gezondheid, leefomgeving en resistentie bij schimmels en bacteriën. Die zorgen moeten we serieus nemen, maar de oplossing ligt niet in het simpelweg wegnemen van middelen zonder perspectief. De oplossing ligt in versnelling van innovatie en het sneller beschikbaar maken van nieuwe, veilige en effectieve alternatieven. Juist daar moet het kabinet meer op inzetten: een gelijk speelveld in Europa, realistische en uitvoerbare regelgeving en een versnelling van alternatieve gewasbescherming, zodat we zowel onze boeren als onze voedselvoorziening toekomstbestendig houden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Podt voor haar bijdrage namens D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Iedereen heeft recht op een gezonde leefomgeving. Als je fruit van Nederlandse bodem eet, naast akkerland woont of erop werkt, moet je ervan uit kunnen gaan dat het veilig en gezond is. Dat Nederland en Europa de hoogste voedsel- en milieustandaarden ter wereld hebben, is daarom niet iets om voor lief te nemen. Daar moeten we aan blijven werken. Het goede nieuws is dat de vraag naar groene middelen groeit. Maar de toelating stokt. De EFSA, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, is ondergefinancierd en onderbemand.
Voorzitter. De Europese Commissie wil nu de toelating van middelen versnellen met het Omnibuspakket veiligheid van voedsel en diervoeder. Maar hoe begrijpelijk ook, het voorstel dat er nu ligt, gaat te kort door de bocht. Als we echt willen zorgen voor versnelling én onze hoge standaarden willen behouden, moet het voorstel scherper, duidelijker en beter. Als D66 zijn we positief over de duidelijke kritiek van het kabinet en het Ctgb. We willen de staatssecretaris echter op pad sturen met een aantal aanscherpingen, zodat het pakket daadwerkelijk gaat doen wat het belooft.
Voorzitter. Ik begin — ik zei het net ook al even — met de respijtperiode, de periode waarin afgekeurde en aantoonbaar giftige middelen nog gebruikt mogen worden om voorraden op te maken. De huidige periode, namelijk anderhalf jaar, is op zichzelf al een raar idee, want dan blijven we werken met middelen waarvan we weten dat ze mensen ziek kunnen maken of het milieu schaden. Echter, in het Omnibuspakket staat dat deze periode verdubbeld moet worden. Is de staatssecretaris het met me eens dat deze maatregel niets te maken heeft met de beoogde versnelling van toelating, dat het innovatie in de weg zit en al helemaal niks te maken heeft met het behouden van het beschermingsniveau van mens en milieu? Kan hij toezeggen dit niet te accepteren?
Voorzitter. Met afstand het belangrijkste punt, waar het ook het meest over gaat vandaag, is het afwijken van het systeem van automatische herbeoordeling van bestrijdingsmiddelen, zonder dat hier afdoende iets voor in de plaats komt. Juist de herbeoordeling zorgt ervoor dat we tijdig zien dat middelen met op het eerste gezicht lage risico's soms in veldomstandigheden afwijken van laboratoriumtesten, en dat we wetenschappelijke kennis en monitoringsdata van de jaren ervoor kunnen meenemen. In de afgelopen vijftien jaar zijn er door de herbeoordeling 162 stoffen van de markt gehaald. Dat zijn meer dan tien giftige stoffen per jaar. Het gaat om stoffen die boeren hebben toegepast en waarmee zij en mogelijk hun families en omwonenden in aanraking kunnen zijn gekomen. Dat deze veiligheidsmaatregel in het Omnibus wordt geschrapt, vind ik niet uitlegbaar richting al die mensen. Hun veiligheid mag niet ten koste gaan van een vastgelopen systeem. Is de staatssecretaris het met D66 eens dat het schrappen van deze herbeoordeling, zeker op de manier zoals de Commissie nu bepleit, in strijd is met het voorzorgsbeginsel? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat dit tijdens de onderhandelingen wordt meegenomen?
Voorzitter. De herbeoordeling moet wat D66 betreft terug op tafel, vanwege de leefomgeving en gezondheid, maar ook omdat het pakket zijn eigen doel mist. Versimpeling en versnelling worden beloofd, maar wat de Commissie voorstelt, is een ingewikkeld en traag proces, terwijl het anders kan. Ons eigen Ctgb gebruikt al een groene busbaan, een apart en sneller beoordelingstraject voor groene middelen naast de chemische snelweg. Dat werkt, dus laten we dat model naar Europa brengen. Met een duidelijk gedefinieerde busbaan voor biologische middelen en biocontrols zijn we sneller, zonder concessies te doen aan gezondheid en milieu. Combineer dat met meer capaciteit bij de EFSA en dan lossen we volgens mij de grootste knelpunten op. Mijn vraag aan de staatssecretaris is — daarna ga ik naar mevrouw Bromet — of hij kan toezeggen dit als concreet alternatief in te brengen in plaats van in te stemmen met het schrappen van de herbeoordeling en of hij hierin samen met andere lidstaten een kopgroep kan vormen.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde van uw termijn?
Mevrouw Podt (D66):
Ik had nog twee zinnen.
De voorzitter:
Spreekt u ze maar uit.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Groen, gezond en snel. Dat kan ons toelatingssysteem voor gewasbescherming zijn, zolang we ons daar echt hard voor maken.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het heel goed dat D66 zegt: het voorstel zoals het er nu ligt, is nog niet goed genoeg en wij stellen extra eisen. Ik hoorde dat ook in het betoog van het CDA, maar dat mocht ik niet interrumperen, dus dat neem ik dan meteen maar even mee. Heeft D66 ook al een idee wat er gebeurt als het de staatssecretaris niet lukt om die aanpassingen voor elkaar te krijgen in Brussel?
Mevrouw Podt (D66):
Ik denk dat ik er heel kort over kan zijn. Het voorstel zoals het nu wordt voorgesteld door de Europese Commissie, is wat D66 betreft in ieder geval echt onvoldoende.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dus als het ongewijzigd aangenomen wordt, of als het de staatssecretaris in onderhandelingen niet lukt om dat aangepast te krijgen, dan zegt D66: tegenstemmen.
Mevrouw Podt (D66):
Ja, dan zouden wij willen dat er tegengestemd wordt. Dan moeten we elkaar daar natuurlijk nog op vinden. Dat is volgens mij ook wat we vandaag met elkaar hebben geprobeerd en waar we voor een deel goed in zijn geslaagd. Als namelijk alleen D66 het zegt, dan schiet het niets op, maar als we die boodschap op dat moment met z'n allen meegeven, denk ik dat dat zou kunnen lukken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik had ongeveer dezelfde vraag. Ik denk namelijk dat heel veel mensen, of ze nou voor of tegen dit voorstel zijn, geschrokken zijn van het moordende tempo waarin dit ineens gaat. Terwijl heel veel Europese voorstellen veel te lang duren, gaat dit ineens heel snel. Ik hoorde mevrouw Podt, die ik nu een andere vraag stel, spreken over ondergefinancierd en onderbemenst. Welke oplossingsrichtingen zouden we als alternatief daarvoor neer moeten leggen?
Mevrouw Podt (D66):
Daar heb ik in principe twee voorstellen voor. Het ene is nog een beetje in wording, moet ik heel eerlijk zeggen. Ik doe zo graag een voorstel voor die green lanes. Ik denk dat dat een manier van organiseren is, die de Europese toelatingsinstantie kan helpen om juist de aandacht te verleggen naar waar we die groene middelen echt het allerhardst nodig hebben. Volgens mij vragen niet alleen wij in deze Kamer daarom, maar natuurlijk ook heel erg veel boeren en omwonenden. Het tweede is dat ik denk dat er extra financiering naar de EFSA zou moeten. Ik denk dat dat altijd even zoeken is hoe we dat op een goede manier doen, zoals ook in deze Kamer, maar ik zou daar wel voorstander van zijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Green lanes of groene busbanen zijn, denk ik, breed gedeeld. Volgens mij heb ik daarover ook weleens voorstellen van de SGP gezien, die ik gesteund heb. Ik vind het heel opvallend dat iedereen eigenlijk heel kritisch is, ook het Ctgb en ook het kabinet, maar dat ze heel erg in de modus zitten: het bestaande systeem faalt, dus we gaan maar langzaam mee in dat nieuwe systeem, ondanks dat we een kritische houding hebben. Het probleem is natuurlijk dat het nu te lang duurt voor die herbeoordeling er is. Wij willen die ook graag behouden. In welke richting moeten we daarbij kijken? Die green lanes zijn natuurlijk voor de nieuwe middelen. Hoe kunnen we dit probleem oplossen zodat we wel dat voorzorgsbeginsel behouden?
Mevrouw Podt (D66):
Dat vind ik nog best een moeilijke vraag. Ik denk dat ik een antwoord heb gegeven met de twee voorstellen die ik nu heb gedaan. Ik denk dat dat in ieder geval een begin is. Of je er daarmee 100% bent, weet ik ook niet. Ik denk dat dat voorstel van die green lanes enorm gaat helpen, omdat het eigenlijk gewoon een aparte baan vrijmaakt voor die middelen waar zo vreselijk veel behoefte aan is. Ik denk dat dat echt een hele goede start zou zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
Tot slot. Zeker, maar in Nederland hebben we die al, dus daar ben ik het helemaal mee eens. Waar ik ook mee zit, is dat we strenger moeten zijn op de dossiers die moeten worden aangeleverd. Ik zie in dit voorstel, afhankelijk van het moment waarnaar je kijkt, een verschuiving van de bewijslast richting consumenten, de maatschappij en andere wetenschappers in plaats van de producent. Daar is veel discussie over, dus je moet daar heel specifiek in zijn. Moeten we niet juist richting de grotere producenten strenger zijn op het goed aanleveren hiervan? Want daar ontstaat ook vertraging in.
Mevrouw Podt (D66):
Het punt dat mevrouw Beckerman nu opbrengt, vind ik heel mooi. Dat is inderdaad iets wat verschillende keren voorbij is gekomen. Er zijn veel bedrijven die hun middelen voorleggen bij de EFSA of het Ctgb, maar die incomplete dossiers aanleveren, waardoor het hele systeem stokt. Ik ben het zeer met mevrouw Beckerman eens en ik hoop dat we daar iets aan kunnen doen. Overigens wil ik ook nog even reageren op haar eerste punt. Zij heeft er helemaal gelijk in dat we in Nederland al green lanes hebben, maar de EFSA zou daarin een voorbeeld kunnen zijn voor heel Europa. Heel veel lidstaten komen op dit moment in Nederland terecht, waardoor ons systeem alleen nog maar meer vastloopt. Dat zijn weer twee dingen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Podt (D66):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Flach voor zijn bijdrage in de eerste termijn namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Flach (SGP):
Dank u wel, voorzitter. De politiek was gewaarschuwd, maar heeft het laten lopen en nu zit Nederland met de gebakken peren, want het duurt jaren voordat dit probleem opgelost kan worden. Ik heb het over het enorme congestieprobleem op het elektriciteitsnet. In het gewasbeschermingsdossier zie ik echter eenzelfde naïviteit. Er worden in rap tempo oude schoenen weggegooid, terwijl de nieuwe er nog niet zijn. Dit kan grote gevolgen hebben voor de continuïteit van teelten en dat is niet zomaar terug te draaien. We moeten met elkaar werken aan weerbare teelten, minder middelengebruik en een snellere toelating van groene middelen, maar de huidige focus op een strengere toelatingsbeoordeling leidt af van waar het werkelijk om gaat: minder milieubelasting in de praktijk. De toelatingsbeoordeling houdt geen rekening met technieken voor emissiereductie, risico's op resistentieontwikkeling en de inzet van hogere doses van alternatieve en minder effectieve middelen.
De SGP waardeert de inzet van de Europese Commissie op risicogestuurde herbeoordeling en versnelling van de toelating van groene middelen, maar er is meer nodig. Eerst wil ik het hebben over het voorliggende voorstel. Het grootste discussiepunt is de risicogestuurde herbeoordeling van werkzame stoffen in plaats van de periodieke herbeoordeling. Wat de SGP betreft is dat een verstandige keuze. De periodieke herbeoordelingen vergen veel beoordelingscapaciteit en het duurt vele jaren voordat middelen aan de beurt zijn. Bij een risicogestuurde herbeoordeling kunnen écht problematische stoffen juist sneller beoordeeld worden ten opzichte van nu. Het speelt ook capaciteit vrij voor snellere toelating van groene middelen.
De wetenschapstoets is kritisch, maar kortzichtig. De bewijslast zou van de fabrikant naar de overheid verschuiven. Dat klopt niet, bevestigt het Ctgb. De wetenschappers stellen daarop dat de bewijslast voor het starten van herbeoordeling wél naar de overheid verschuift. Ja, dat is iets anders. Klopt het dat Brussel op basis van de risicoanalyse de bevoegdheid heeft om een herbeoordeling te vereisen zonder een sluitende bewijslast? De risicoanalyse moet op orde zijn. Wetenschappers en het Ctgb pleiten voor een Europees signaleringssysteem. Hoe gaat de staatssecretaris dit inbrengen? Hoe worden de criteria voor het starten van een herbeoordeling uitgewerkt?
Het voorstel kiest voor een risicogestuurde herbeoordeling op stofniveau. Hoe is dat te rijmen met het handhaven van de periodieke herbeoordeling van middelen door lidstaten? Ingebrachte nieuwe informatie over de werkzame stof moet dan alsnog op nationaal niveau worden gewogen. Ik vrees voor onduidelijkheid en vertraging. Het Ctgb pleit ook op middelniveau voor een risicogestuurde herbeoordeling. Gaat de staatssecretaris hierop inzetten? Wetenschappers adviseren om bij biologische gewasbeschermingsmiddelen te zorgen voor classificatie ten behoeve van een "green lane"-beoordeling. Pakt de staatssecretaris dit op? Het Ctgb waarschuwt ervoor dat er ook breedwerkende natuurlijke giftige stoffen onder deze biocontrolmiddelen vallen. Die verdienen een aparte behandeling. Gaat de staatssecretaris hiervoor pleiten, vraag ik hem.
Verder wil Brussel de importtoleranties schrappen voor residuen van in de EU verboden gewasbeschermingsmiddelen. Dat is een begrijpelijke inzet, die wel grote gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld groente- en fruitimport. Gaat de staatssecretaris aandringen op een impactassessment op dit onderdeel? De omstandigheden en de risico's van middelen zijn niet een-op-een vergelijkbaar. Wat de SGP betreft ligt de focus op teelten, waarbij sprake is van internationale concurrentie.
Zoals ik in het begin heb gezegd, is er meer nodig. De SGP maakt zich zorgen over de in het verleden aangescherpte beoordelingscriteria. Er wordt niet langer rekening gehouden met het gebruik in de praktijk, maar er wordt alleen gekeken naar het potentiële gevaar van een stof, los van de dosis. Zet de staatssecretaris in op aanpassing, vraag ik hem. Zet hij ook in op het meewegen van het gebruiksprofiel en de praktijkrisico's? Bij het gebruik van precisietechnieken zou er in ieder geval ruimte moeten zijn om een breder palet aan gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Zet hij daarop in?
Tot zover, voorzitter.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Het is me niet helemaal duidelijk waar de SGP precies staat. Aan de ene kant zegt de SGP: het is een goed voorstel. Zo beluister ik de heer Flach. We hebben net ook partijen horen zeggen dat het nog niet goed genoeg is en dat ze de staatssecretaris gaan vragen om te onderhandelen over aanscherping. Is de SGP van mening dat dit voorstel te ver gaat? Wat vindt de SGP er dan van als de staatssecretaris het verder aan gaat scherpen, zoals GroenLinks-PvdA en andere fracties zouden willen?
De heer Flach (SGP):
Ik heb letterlijk gezegd dat de SGP de inzet op twee punten waardeert: op de risicogestuurde herbeoordeling en op de versnelling van de toelating van groene middelen. Die inzet zien wij terug in de herinrichting van het systeem, maar er is meer nodig. Dat heb ik vervolgens in bijna drie pagina's opgesomd. Ik denk niet dat ik van de voorzitter de ruimte krijg om dat te herhalen.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dat hoeft ook niet. Volgens mij zijn we het sowieso eens over die groene middelen. Daar hoeven we bij wijze van spreken niet eens een motie over in te dienen, want dat is Kamerbreed. Het gaat juist over de vraag of je wil dat er meer borging van de risico's komt, zoals wij bepleiten, of dat je vindt dat het eigenlijk allemaal te streng is. In dat laatste geval kom je met een hele lijst, die je niet gaat herhalen, en vind je dat er versoepelingen moeten plaatsvinden ten opzichte van het huidige voorstel.
De heer Flach (SGP):
Ik heb al vaak aandacht gevraagd voor de verstopping van het systeem van de toelating van middelen, waardoor er te weinig capaciteit is voor de beoordeling van de toelating van nieuwe middelen en er heel veel tijd kwijt was aan herbeoordelingen. Door nu meer risicogericht te gaan inzetten, wordt er capaciteit vrijgespeeld. Dat vinden wij heel positief. Daarmee ben je er nog niet. Ik heb wat gezegd over die biocontrolmiddelen. Die kun je niet allemaal over één kam scheren. Daar zul je ook naar moeten kijken. Waar zit het initiatief voor zo'n herbeoordeling? Kan Brussel daar zomaar mee starten, zonder bewijslast? Dat zijn nog onduidelijkheden in het voorstel die wij graag ingevuld of aangescherpt zien, maar de algemene lijn steunen wij wel.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik vind die vermenging — de heer Flach doet dat niet alleen; dat zie je door het hele voorstel heen — van "er is een gebrek aan capaciteit om middelen snel goed te keuren", waarbij met name die groene middelen als voorbeeld gegeven worden, en de aanpassing en deregulering van de Omnibus … Die worden op één hoop gegooid. Je kan ook, net als mijn collega van de SP net, zeggen: er moet gewoon geld en capaciteit bij, want dan kom je ook tot een snellere beoordeling. Hoe staat de SGP daarin?
De heer Flach (SGP):
Het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Wij hebben eerder inderdaad al gepleit voor meer capaciteit voor beoordelingen. Tegelijkertijd ben ik ook wel gecharmeerd van de nuchtere houding dat we ons vooral moeten focussen op het risicogericht benaderen. Dat hebben we onlangs ook gezien bij hoe de NVWA te werk wil gaan. Ga nou risicogericht controleren en zorg dat je niet bezig bent met middelen die je steeds maar aan het beoordelen bent. Gooi ook geen oude schoenen weg, voordat je nieuwe hebt. Die nuchterheid in het voorstel van de Europese Commissie verrast me eigenlijk wel.
Mevrouw Beckerman (SP):
Helemaal aan het begin van het debat ging de heer Flach het lid Kostić interrumperen over woordkeuze. Nou ben ik zelf helemaal niet zo van die debatjes over woordkeuze, maar nou viel me iets op in de woordkeuze van de heer Flach, namelijk dat hij het woord "kortzichtig" gebruikte bij iets wat de wetenschappers van de wetenschapstoets hebben gezegd. Die wetenschappers hebben vrijdag ook toegelicht waar ze op doelen. Het gekke is dat de heer Flach net, in antwoord op mevrouw Bromet, precies dezelfde zorg uitsprak als die wetenschappers hebben uitgesproken. Waarom dan kiezen voor zo'n woord, "kortzichtig"? We hebben het hier namelijk wel over wetenschappers die voor ons dit werk hebben gedaan.
De heer Flach (SGP):
Ik heb verder niet veel over die wetenschappers gezegd. Ik heb daar de classificatie "kortzichtig" aan gegeven. Dat betekent dat je bepaalde elementen niet in beeld hebt gebracht. Als ik gewoon even kijk naar de reactie van het Ctgb op die wetenschapstoets: die is niet mals; daar zijn best stevige kritiekpunten op. Daarmee is "kortzichtig" volgens mij een hele milde classificatie daarvan. Dat neemt niet weg dat ik misschien best bepaalde zorgen kan delen. Dat is de achtergrond van het gebruik van dit woord.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het Ctgb gaat ook heel erg ver mee in de kritiek van de wetenschapstoets. Het interessante is dat de heer Flach zegt: ja, maar die wetenschapstoets is eigenlijk beperkt en heeft niet alles in beeld gebracht. Ik denk dat we daar een gedeelde grond hebben. Daar kunnen wetenschappers uit de wetenschapstoets niet zo veel aan doen. Volgens mij is het probleem veel fundamenteler, namelijk dat de Europese Commissie niet heeft gekozen voor een impactassessment. We zien nu dat dit voorstel, ongeacht of je voor- of tegenstander bent, wel heel snel wordt doorgedrukt. Zouden we, omdat we hier misschien een gedeelde grond vinden dat we aspecten missen, maar ook dat er geen impactassessment is, daar niet méér een pas op de plaats in moeten maken?
De heer Flach (SGP):
Ik heb ook aangedrongen op een impactassessment op in ieder geval de importimpact — met name dat. Wat mij betreft ligt er met de wetenschapstoets én de reactie van het Ctgb én de brief van het kabinet voldoende om daar nu besluiten over te nemen. Ik heb verder geen behoefte aan nog meer onderzoek.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. Dan is het woord aan de heer Goudzwaard voor zijn inbreng namens JA21 in eerste termijn.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u, voorzitter. De boeren zien het aantal mogelijkheden om gewassen te beschermen tegen ziekten en plagen steeds meer slinken. Door bijvoorbeeld klimaatverandering nemen ziekten en plagen toe, terwijl het aantal toegelaten werkzame stoffen juist afneemt. Bij hoge ziektedruk in een nat jaar hebben boeren straks niet meer genoeg instrumenten om ziekten onder controle te houden. Natuurlijk zijn er ook lichtpuntjes binnen onze sector zichtbaar, want onze sector investeert steeds meer in groene alternatieven — dat juicht JA21 van harte toe — en precisielandbouw. Die ontwikkelingen verlagen kosten en beperken de impact op mens en milieu. Maar daarmee alleen gaan onze ondernemers het niet redden, want het pijnpunt is al enige tijd geleden gelokaliseerd.
Binnen de Europese Unie kan de toelating van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen oplopen tot wel tien jaar, terwijl andere landen een dergelijk traject binnen twee jaar kunnen afronden. Hierdoor blijven telers binnen de EU langer aangewezen op bestaande middelen dan nodig is. Dat gebeurt terwijl innovatieve en groene alternatieven vaak al in ontwikkeling zijn, maar veel en veel te traag beschikbaar komen. Tel daar de hoge energiekosten, de hoge administratieve lasten, de strengere milieueisen en de hogere arbeidskosten nog eens bij op. Wel, dan is het bijna een prestatie van formaat dat onze ondernemers nog steeds in staat zijn om te concurreren. Dit Europese initiatief is daarom meer dan welkom. Los van de eerdergenoemde ballast waarmee de Nederlandse regering onze agro-ondernemers opzadelt, raakt dit namelijk niet alleen de concurrentiepositie van boeren, maar ook de strategische voedselproductie van Europa zelf.
JA21 steunt de koers van deze Omnibuswet: minder bureaucratie, snellere toelatingen en een betere toegang tot innovatieve, groene gewasbeschermingsmiddelen zijn hard nodig om concurrerend te blijven. Wel is het belangrijk dat de nieuwe systematiek rondom herbeoordelingen zorgvuldig wordt ingericht. De Europese Commissie wil af van automatische volledige herbeoordeling op vaste momenten en meer inzetten op risicogerichte monitoring. Dat kan efficiënter werken, maar vraagt wel om duidelijke criteria en snelle opvolging wanneer risico's zich voordoen. Daarom enkele vragen aan de staatssecretaris. Welke typen signalen of wetenschappelijke inzichten kunnen aanleiding zijn voor een dergelijke herbeoordeling? Hoe wordt geborgd dat nieuwe risico's snel genoeg worden opgepakt? Kan de staatssecretaris ook toelichten hoe deze aanpak enerzijds ruimte geeft aan innovatie en anderzijds een deugdelijk beschermingsniveau voor mens, dier en milieu overeind houdt?
Voorzitter. JA21 wil van de staatssecretaris ook graag duidelijkheid over de koers van het kabinet rondom het convenant gewasbescherming, want recente ontwikkelingen in Friesland laten zien dat handhavingsverzoeken rondom gewasbescherming nabij Natura 2000-gebieden opnieuw kunnen leiden tot juridische onzekerheid en eventuele nieuwe vergunningsproblemen. Het kabinet werkt nog aan landelijke afspraken via het convenant gewasbescherming, terwijl provincies onder druk van juridische procedures en rechterlijke uitspraken eigenlijk al richting bepaalde extra beperkingen bewegen, nog voordat werkbare alternatieven beschikbaar zijn voor boeren. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat provincies vooruitlopend op dat convenant eigen kaders en beperkingen gaan invoeren, waardoor er opnieuw een vergunningschaos kan ontstaan rondom Natura 2000-gebieden en gewasbescherming?
Voorzitter. Als Brussel ervoor zorgt dat oude middelen verdwijnen, dan moet Brussel ook zorgen dat alternatieven tijdig beschikbaar komen, want anders jaag je simpelweg productie Nederland uit door de creatie van weer een ongelijk speelveld. Wat JA21 betreft is een systeem dat tien jaar nodig heeft voor een herbeoordeling, niet automatisch veiliger; het is vooral bureaucratischer. Boeren vragen ook geen vrijstelling van regels; zij vragen een systeem dat werkt. Wij vragen aan de staatssecretaris om alles op alles te zetten om een tekort aan beschikbare gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen en de voortgang van het Food and Feed Omnibuspakket te steunen.
Dank u wel, voorzitter.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zoals mijn collega van JA21 schetste, is er ook heel veel niet bekend. Laten we even teruggaan naar het verbinden dat we net samen probeerden te doen. Volgens mij hoorde ik mijn collega net in een interruptiedebatje zeggen dat hij ook goed kijkt naar de wetenschappers. Dan is mijn vraag, ook gezien zijn woorden over dat de gezondheid goed moet worden geborgd, of het eindresultaat ook getoetst moet worden door de wetenschappers onder leiding van het kabinet.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik kijk natuurlijk heel erg uit naar de beantwoording van de vragen die wij de staatssecretaris hebben voorgelegd. JA21 wil heel erg graag dat het Omnibuspakket wordt aangenomen. Wij zien dat de concurrentiepositie van Nederlandse telers onder druk staat. Wij zien ook de wil van deze mensen om te vergroenen, maar dat moet wel hand in hand gaan met een verantwoord beschermingsniveau. Ik heb daarom ook een aantal vragen gesteld aan de staatssecretaris. Het is zo dadelijk aan de staatssecretaris om daarop antwoord te geven. Vervolgens gaan wij kijken hoe wij dat moeten interpreteren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik hoor dus een ja. JA21 is dus ook geïnteresseerd in wetenschappelijke adviezen over het eindresultaat en specifiek over het punt van de gezondheid. Dat is fijn.
Dan nog even over een ander, misschien net zo belangrijk punt: de kosten. Normaal gesproken vraagt iedereen als we hier wet- en regelgeving maken: "Maar wat gaat het de belastingbetaler uiteindelijk kosten? Hoe gaan we dat voor elkaar krijgen?"
De voorzitter:
Uw vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb meerdere malen gevraagd wat de kosten zullen zijn, maar dat is nog niet in beeld gebracht. Daar kan de staatssecretaris niks aan doen; de Europese Commissie heeft dat gewoon niet goed gedaan. Ook op dat punt is mijn vraag: wil JA21 samen met ons optrekken om de staatssecretaris op te roepen te zorgen dat die kosten in ieder geval voor het volgende debat hierover zo veel mogelijk in beeld worden gebracht?
De heer Goudzwaard (JA21):
JA21 is natuurlijk een groot voorstander van zo veel mogelijk transparantie over kosten, maar volgens mij gaat dit Omnibuspakket ons ook heel veel geld besparen. Wellicht begrijp ik lid Kostić een beetje verkeerd. Ik weet niet precies op welke kosten lid Kostić nou precies doelt. Wellicht zou u dat kunnen toelichten.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Jazeker. Ten eerste: er is geen enkel bewijs dat dit ons kosten gaat besparen. Dat is iets wat de Europese Commissie zegt, maar dat zegt ze dus ook over gezondheid. Zoals niet alleen het kabinet, maar ook wetenschappers terecht zeggen, is daar tot nu toe onvoldoende bewijs voor. Er is dus geen bewijs dat het tot kostenvermindering gaat leiden. Sterker nog, wetenschappers die we in de Kamer hebben gesproken, zeggen: "Pas op, het gaat waarschijnlijk meer capaciteit vergen, ook in de monitoring. Zorg dat je de kosten scherp krijgt." Is JA21 dus in ieder geval bereid om de staatssecretaris op te roepen om die scherp te krijgen? Het kan zijn dat het resultaat is dat het ons geld gaat besparen, maar dan hebben we het in ieder geval goed in beeld met elkaar.
De heer Goudzwaard (JA21):
Daar wil ik zeker in meegaan. Ik wil daarbij nog wel even kort zeggen dat de Europese Commissie en het Ctgb natuurlijk ook enorm veel kennis huisvesten. Daarmee kom ik, denk ik, ook even terug op ons eerdere korte debatje. Ik had het nog even opgezocht: zij herbergen ook allerlei ecotoxicologen, toxicologen, specialisten blootstelling aan chemische stoffen, artsen en aquatische ecologen. Die wil ik ook niet allemaal wegzetten alsof ze niks voorstellen. Ik geloof dus heel erg in de aanbevelingen van die partijen. Ik geloof heel erg dat we echt kosten kunnen reduceren en ook naar een groene landbouw- en teeltsector toe kunnen werken. Aan de andere kant snap ik natuurlijk ook uw verzoek, dus ja, ik denk dat we elkaar daar wel in kunnen vinden.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Sorry, voorzitter, ik was even op zoek naar het voetpedaal. Ik heb wel waardering voor de zoektocht van de heer Goudzwaard naar hoe we dat herbeoordelen moeten doen. Hij stelt een aantal, ik denk heel terechte, vragen aan de staatssecretaris. Ik zie alleen een probleem en dat probeerde ik in mijn spreektekst ook een beetje neer te zetten. Het mooie van de herbeoordeling die we nu hebben, hoe je verder ook denkt over het tempo waarin dat gebeurt, is dat het ons de kans geeft om opnieuw te testen in een lab. Het geeft ons ook de kans om de kennis van de afgelopen tien jaar die we wetenschappelijk opnieuw hebben opgedaan mee te nemen en om signalen uit de buitenwereld mee te nemen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Podt (D66):
De heer Goudzwaard zegt nu: we moeten die signalen uit de buitenwereld gaan oppikken. Maar het lastige is natuurlijk dat de middelen die de afgelopen tijd zijn gevonden, die alsnog uit de markt zijn gehaald als gevolg van herbeoordelingen, ook best vaak middelen zijn die in eerste instantie als laagrisicomiddel zijn beoordeeld. Die worden dus niet aan de voorkant geflagd.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Podt (D66):
Als u dan zegt dat u dat verantwoorde beschermingsniveau wil behouden, dan zit hier wel een probleem. Bent u dat met mij eens?
De heer Goudzwaard (JA21):
Ja, ik zie wel een beetje waar de schoen wringt en waar dat ongemak bij u zit. Ik heb daar zelf ook wel mee geworsteld, om heel eerlijk te zijn. Natuurlijk vraag ik mij dan zelf ook af: kun je in een maatschappij leven waarin nul risico's zijn? Volgens mij hebben wij als Nederland al heel veel zaken gewoon heel erg goed voor elkaar en goed geborgd, ook op het gebied van veiligheid, in allerlei facetten. De vraag is of wij dat tot nul kunnen reduceren. Dat is een heel lastige vraag. Ik denk van niet. Ik heb de adviezen gelezen van de andere partijen, van de Europese Commissie, van een partij als LTO, van het Ctgb en van andere onderzoekers. Mijn fractie vindt dat we op dit moment een verantwoord risico nemen, gezien wat we er allemaal voor terug zouden kunnen krijgen. Dat neemt niet weg dat ik natuurlijk nog een bepaalde mate van ongemak zal ervaren.
Mevrouw Podt (D66):
Ik waardeer in ieder geval dat de heer Goudzwaard dat uitspreekt. Kijk, nul risico's: nee. Ik denk dat niemand hier dat kan garanderen. Daar staan we volgens mij ook helemaal niet voor. Maar de heer Goudzwaard had het net, ik denk terecht, over het concurrentievermogen. Een van de dingen waar Nederland in de wereld, internationaal, om bekendstaat, is onze hoge standaarden, ook op het gebied van voedselveiligheid en milieu. Daar moet je natuurlijk aan blijven werken. Dat zei ik ook in mijn spreektekst. Bent u dat met mij eens?
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik onderschrijf dat helemaal. Ik onderschrijf het helemaal. Dus die ambitie zul je moeten hebben. Tegelijkertijd vind ik het gewoon niet te verantwoorden richting onze agro-ondernemers, die al heel wat voor hun kiezen krijgen, zoals de Kaderrichtlijn Water, stikstof en alle gevolgen daarvan, dat Brazilië, Amerika of Canada twee jaar doen over bepaalde procedures, terwijl wij er tien jaar voor nemen. Dan is dat level playing field niet in de haak. Dat lijkt mij ook niet iets wat we zouden moeten nastreven. Ik vraag me af hoe mevrouw Podt daarnaar kijkt. Dat is volgens mij de reden waarom dit initiatief er is gekomen. Nu komt de Europese Unie snel met een adequaat pakket. Dan lijkt het alsof dat ook weer niet goed is. Daar heb ik toch best wel wat moeite mee, om eerlijk te zijn. Laat ik het daarbij houden.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Podt (D66):
Ja, de worsteling, de worsteling … Het probleem is denk ik ook een beetje — u gaf dat eerder ook al aan — dat snel met een adequaat … Nou, "snel" is gelukt, maar ik denk dat we allemaal een beetje twijfelen aan "adequaat". Dat is volgens mij het probleem. Daar moet deze staatssecretaris mee op pad.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik onderschrijf het helemaal. Ik heb het net ook al gezegd en ik zal het nogmaals zeggen: wij kijken gewoon heel erg uit naar de antwoorden van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Jansen voor zijn bijdrage namens de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Voorzitter. Vandaag bespreken we een pakket maatregelen uit Brussel dat ons wordt verkocht als een vereenvoudiging. Wie de kleine lettertje leest, ziet al snel dat deze Food and Feed Safety Simplification Omnibus allesbehalve een verbetering is voor Nederland. Voor de PVV staat één principe als een paal boven water: onze nationale soevereiniteit. Wij geloven in een zelfstandig en waardig Nederland dat de regie voert over zijn eigen voedselketen, zijn eigen veiligheid en zijn eigen toekomst, iets waar andere landen soms minder capabel in lijken te zijn. Dit Brusselse voorstel dreigt die regie echter volledig bij ons weg te halen. Nederland verliest de controle op de veiligheid van middelen. De Europese Commissie wil het mandaat om risico's te beoordelen simpelweg overhevelen naar Brussel, zonder dat er garanties zijn dat er rekening wordt gehouden met de specifieke belangen van onze Nederlandse boeren en burgers. Dit kabinet strompelt daar vaak gedwee achteraan.
Voorzitter. Wat de PVV betreft laten we ons de wet niet voorschrijven door ongekozen bureaucraten die de Nederlandse realiteit niet kennen. Het staat als een paal boven water dat de Nederlandse agrarische sector tot de absolute wereldtop behoort. We hebben in Nederland al een zeer streng en hoogwaardig beleid als het gaat om toelatingen en veiligheid. Onze boeren zijn geen vervuilers. Het zijn innovators. Terwijl Brussel droomt over meer bureaucratie, zijn wij in de Nederlandse praktijk allang bezig met een enorme verlaging van het volume aan gewasbeschermingsmiddelen. Alleen met hetzelfde resultaat en tegen dezelfde kosten kunnen biologische middelen dit overnemen. Er mag wat ons betreft geen middel verboden worden zonder dat er een gelijkwaardig alternatief is. Door middel van baanbrekende technieken zoals spot spraying en precisielandbouw laten onze boeren zien dat bescherming van gewassen hand in hand gaat met efficiëntie en goede zorg voor de leefomgeving. Dít is de weg naar voren: innovatie in plaats van beperkingen. We moeten onze boeren de ruimte geven om deze voortrekkersrol op het wereldtoneel te blijven vervullen. Dat is onze verantwoordelijkheid voor de Nederlandse en wereldwijde voedselzekerheid. Nederland voedt de wereld. Dat kan alleen als onze boeren toegang houden tot een werkbaar en effectief middelenpakket.
Voorzitter. Dit EU-voorstel schiet op fundamentele punten tekort. Het creëert een ongelijk speelveld tussen nieuwe en reeds toegelaten stoffen. Het vertraagt innovaties van nieuwe, groene middelen waar de sector juist om vraagt. Het verschuift de bewijslast weg van de producenten. Dat leidt tot een onwerkbare situatie voor de uitvoerende instanties. Zelfs experts waarschuwen dat dit pakket helemaal niet leidt tot minder werkdruk, maar juist tot meer administratieve lasten en langere procedures. Daar willen vele kabinetten al langere tijd van af. Of denkt dit kabinet daar soms anders over?
De PVV is van mening dat we de regeldruk voor onze ondernemers moeten verlagen, en dat we die niet moeten verhogen onder het mom van versimpeling. De PVV eist dan ook dat de staatssecretaris in Brussel een streep zet. Wij accepteren geen bepalingen die onze eigen beoordelingsvrijheid inperken of die leiden tot een verslechtering van het vestigingsklimaat voor onze boeren. Nederland moet zelf kunnen bepalen welke middelen veilig en noodzakelijk zijn voor onze unieke polderstructuur. De PVV blijft kiezen en zich inzetten voor een koers van vertrouwen in onze boeren, voor inzet op technologische innovatie en bovenal voor het behoud van onze eigen zeggenschap. Stop met het braafste jongetje van de klas zijn en wordt eens een verstandige volwassen man, die eindelijk eens kiest voor het Nederlandse belang.
Dank u wel.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
In het verleden was er eigenlijk altijd vrij snel een meerderheid te vinden in de Kamer als het ging over het verbieden van bijvoorbeeld glyfosaat. Door gemeentes mag dat niet meer gebruikt worden. De PVV hielp partijen als de Partij voor de Dieren en GroenLinks-PvdA dan vaak aan een meerderheid, omdat zij opkwam voor de burger. Ik hoor de PVV nu eigenlijk alleen maar over het bedrijfsleven, over de boeren en over het belang van het gebruik van die middelen. Waar is dat belang van de burger eigenlijk gebleven? Is de burger die zich zorgen maakt over zijn gezondheid en over het uitsterven van insecten helemaal uit beeld bij de PVV?
De heer Chris Jansen (PVV):
Deze vraag is natuurlijk te zwart-wit, want de veiligheid van onze inwoners is voor de PVV juist heel belangrijk. Tegelijkertijd moet je ook bekijken wat de gevolgen zijn op het moment dat je middelen gaat verbieden terwijl er nog geen gangbaar alternatief is. We hebben net het debat met mevrouw Van der Plas gezien over de sterfte in Ierland. Dat kan nog steeds ook gewoon in Nederland gebeuren. Op het moment dat wij bepaalde gewassen niet meer kunnen beschermen, gaan we slechte of misoogsten krijgen. Op dat moment krijgen we misschien wel import uit andere landen, waarbij we totaal geen zicht hebben op wat daar gebeurt. Het gaat dan om landen in Midden-Amerika, Zuid-Amerika, Afrika en het Verre Oosten. Daar wil je helemaal niet van afhankelijk zijn. Je moet uiteindelijk dus zorgen dat je binnen Nederland en Europa hier op een goeie manier mee omgaat. Dan kom je ook bij een paar andere facetten die al in het onderlinge debat aan de orde zijn gekomen. Het is niet zo dat onze boeren dit middel heel veel wíllen gebruiken. Ze móéten het af en toe gebruiken. Als er een groen alternatief is, willen ze dat heel graag gebruiken, maar dat is er niet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Er zijn een heleboel opmerkingen die vragen om een aparte discussie. Daar ga ik allemaal niet op in. Er wordt altijd gezegd dat er geen alternatief is, maar er is wel een alternatief. Dat is namelijk de biologische landbouw, waarin deze middelen niet gebruikt worden. Die boeren zijn vaak heel gelukkige boeren, die prachtig voedsel produceren. Wil de PVV dat dan niet onderschrijven, in het kader van die zorgen van de burger?
De heer Chris Jansen (PVV):
Als biologische landbouw kan wedijveren met de normale landbouw, is dat prima. Daar ligt alleen vaak de crux. Kijk naar de biologische producten in de schappen in de supermarkt. Die zijn vaak fors duurder dan de andere producten. Daar heb je dus een probleem. Als GroenLinks-PvdA daar een oplossing voor weet, sta ik daar zeker voor open.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dat is mooi, want bij het begrotingsdebat hebben we met de minister daarover van gedachten gewisseld. Op initiatief van GroenLinks-PvdA komt hij nog voor de zomer met een plan. Ik hoop dan ook op steun van de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
We wachten het rustig af.
De voorzitter:
Lid Kostić, kort en bondig.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter, dit is mijn tweede ronde van interrupties. Ik zou dus graag die tijd even nemen.
De voorzitter:
Ze duren gemiddeld een minuut. We hadden 30 seconden afgesproken; dan zijn ze onbeperkt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik probeer het een beetje te compenseren.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste heeft de PVV ons inderdaad gesteund bij een motie waarin werd verzocht dat Nederland glyfosaat van de markt haalt en verbiedt. Ik hoop dus dat de PVV na dat verstandige besluit nu niet opeens gaat draaien. Wat ik vandaag nog meer voor verstandigs hoor van de PVV, is dat de PVV doorziet dat ons vanuit Brussel inderdaad in rap tempo en op kosten van de belastingbetaler hele slechte voorstellen door de strot worden gedrukt. Die voorstellen komen niet ten goede aan de boeren en niet aan de gezondheid van onze burgers. Daar wil ik de PVV voor complimenteren. Mijn vraag is dan: stemt de PVV tegen het Omnibusvoorstel? Is de PVV daar in de huidige vorm dan tegen?
De heer Chris Jansen (PVV):
Als ik kijk naar de plussen en de minnen in het voorstel, zie ik op dit moment meer minnen dan plussen. Ik zal dus niet voor het voorstel stemmen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is dan weer zo'n verstandig besluit van de PVV, zou ik zeggen. Als laatste wil ik nog zeggen dat we hier in de Kamer en in Brussel niet weten waar we uiteindelijk op uitkomen. Is de PVV het met ons eens dat we als Kamer op z'n minst het recht hebben om inzichtelijk te krijgen wat het onze belastingbetaler gaat kosten? Kunnen we dat samen aan de staatssecretaris vragen?
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik denk dat het altijd goed is om te zien wat het ons kost. Als dat inzichtelijk kan worden gemaakt, wil ik dat heel graag zien. Aan de andere kant zijn waarschijnlijk niet alle kosten inzichtelijk te maken. Je praat namelijk over heel veel neveneffecten. Je kunt dan bij wijze van spreken over alles wat wij hier bespreken een hele waslijst aan kosten opstellen. Wel ben ik het met het lid Kostić eens dat het goed zou zijn als we daar meer inzage in hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Tot slot. Dat is opnieuw een goed, mooi en verstandig besluit van de PVV. Ik denk namelijk dat de basis van heel veel wet- en regelgeving is om te kijken wat we wel aan kosten in kaart kunnen brengen. Dat doen we dan ook en dat vinden we belangrijk. Dat is dus opnieuw fijn en ik zal de PVV straks opzoeken om daarin samen op te trekken.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik ben daar blij mee, want het blijkt toch dat de PVV niet draait, zoals een aantal collega's hier suggereren en denken.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jansen. Het woord is aan mevrouw Den Hollander, de laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn van dit debat. Zij spreekt namens de fractie van de VVD.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Er is in de afgelopen maanden al veel gezegd over de Food and Feed Safety Simplification Omnibus. Al voordat deze officieel uitkwam, zijn er zorgen ontstaan naar aanleiding van een uitgelekte versie. Er werden direct standpunten ingenomen en voor- en tegenstanders hebben zich uitgesproken. Als woordvoerder ben ik in de afgelopen periode in gesprek gegaan met diverse partijen. Ook hebben wij via de mail bijzonder veel informatie toegezonden gekregen. De meningen over dit Omnibusvoorstel lopen stevig uiteen. Nu is het aan ons als politiek om al deze meningen, analyses, inzichten en uitspraken te wegen en te komen tot een advies aan dit kabinet waarmee het de Nederlandse Staat gaat vertegenwoordigen in Brussel. Er zijn vanavond al veel fracties aan het woord gekomen en er is al veel gezegd. Ik wil niet in herhaling vallen en zal mijn inbreng dan ook kort houden.
Voorzitter. De VVD is van mening dat er goede kanten zitten aan het Omnibusvoorstel. Denk aan het verminderen van regeldruk en administratieve lasten, het mogelijk maken van innovatieve concepten zoals fermentatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen en het versnellen van de markttoegang voor biocontrolmiddelen. Dit is belangrijk voor boeren om sneller toegang te krijgen voor duurzame alternatieven voor traditionele chemische middelen. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat zulke green lanes snel en wetenschappelijk zorgvuldig worden ingericht?
We zien echter ook bepaalde zaken in het Omnibusvoorstel die ons zorgen baren. De VVD neemt zowel de aanbevelingen uit de EU-wetenschapstoets als de inbreng van het Ctgb serieus. We zien dat het kabinet deze zaken ook meeneemt in de reacties richting de Kamer. We hebben daarmee veel vertrouwen in de inzet van deze staatssecretaris om die zorgen op een juiste manier te adresseren in Brussel en uiteindelijk te komen tot een goede afweging.
Voorzitter. Als we het voorstel in één zin zouden moeten beoordelen, is een reactie die wij gisteren nog hebben ontvangen eigenlijk de mooiste samenvatting: borg de bescherming en versnel de alternatieven.
Dank u wel.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik had niet verwacht dat mevrouw Den Hollander zo snel zou zijn, voorzitter. Eén vraag. Mijn collega van de VVD had het over genetische modificatie. Nou ben ik afgelopen donderdag op bezoek geweest bij Agrico Research in Emmeloord. Zij zijn een heel grote speler op de aardappelmarkt. Zij gaven aan dat ze op jaarbasis 225.000 stekjes hebben, om het maar even zo te noemen. Na acht jaar blijven er uiteindelijk misschien drie à vier over die daadwerkelijk op de markt komen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Chris Jansen (PVV):
Mijn vraag is als volgt. Een van de grootste dingen waar zij tegenaan liepen was onvoldoende geld. Zij gaven aan: als wij meer middelen zouden hebben, zouden we deze processen ook kunnen versnellen. Uiteindelijk is het bij hen gewoon een kosten-batenafweging. Staat de VVD ervoor open om daar eventueel meer middelen voor te reserveren voor de hele sector, om op die manier het proces te kunnen versnellen?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
De VVD heeft tijdens de begrotingsbehandeling een verzoek aan het kabinet gedaan om te komen tot een innovatiefonds voor juist dit soort initiatieven. Het is dan natuurlijk de vraag wat je daaruit gaat financieren. We wachten eerst op het voorstel van het kabinet waarin dat verder wordt vormgegeven. Wij denken zeker dat de toekomst in innovatie zit; dat heb ik ook in het interruptiedebat met mevrouw Van der Plas aangegeven. Je moet echter natuurlijk ook de markt de markt laten. Ik denk dat we dan echt kritisch moeten gaan kijken wat aan de overheid is en wat aan de markt is.
De voorzitter:
Kort en bondig.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dat is precies de reden dat ik deze vraag stel. Zij zeggen heel simpel: onze aandeelhouders kijken ook gewoon naar de centen. Op het moment dat er te veel geld in gaat zitten, wordt hun dus gezegd "stop daar maar mee", terwijl het op lange termijn misschien wel goed kan zijn voor de samenleving, voor de mensen en voor de ondernemers.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dat is helder en dat is ook waarom ik daarstraks heb aangegeven: op het moment dat er minder middelen beschikbaar komen, is de drive om toch verder te gaan met die innovatieve technieken ook groter. Uiteindelijk moet het terugverdiend worden in de markt.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik was eigenlijk wel blij met de laatste opmerking van de VVD, dat het gaat over de borging van de gezondheid, het milieu en de effecten op dieren. Ik zal straks bij de beantwoording door de staatssecretaris ook goed opletten hoe hij denkt over die borging. Ik vroeg me af of de VVD zelf ook ideeën heeft over hoe je dat nou kan borgen, hoe je je er nou van kan verzekeren dat dat niet verslechtert.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het is best ingewikkeld om altijd zekerheid te krijgen. Kijkend naar in eerste instantie het BNC-fiche, maar ook naar de beantwoording die in reactie op de wetenschapstoets in de laatste weken nog van de kant van het kabinet is gekomen, denk ik dat het kabinet er ook heel erg op inzet om in ieder geval te zorgen dat de bescherming niet minder wordt. Dat doen we op basis van signalen en onderzoeken die we nu ook hebben. Dat is volgens mij een heel goede inzet. Zekerheid krijg je nooit, maar we willen er wel het maximale aan doen om te zorgen dat dit geen verslechtering van de veiligheid is.
De heer Flach (SGP):
Ik hoorde mevrouw Den Hollander in een eerder interruptiedebat en ook net zeggen dat het de innovatie remt als middelen beschikbaar blijven. Je zou kunnen zeggen dat dat een economische reactie is. Tegelijkertijd zou je ook wel een enorm risico nemen als je die middelen uit de markt neemt en denkt: dan ontstaat er wel iets. Want wat nu als het niet lukt of als het middel niet wordt toegelaten? Met andere woorden, klopt die redenering wel?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het is belangrijk om het niet om te draaien. Ik zeg niet: laten we zo veel mogelijk uit de markt nemen om innovatie te stimuleren. De VVD staat ervoor dat je middelen die bewezen onveilig zijn, niet moet willen toepassen, waar dan ook: niet op dieren, niet in vlooienmiddelen, niet in de landbouw. Dat is een proces dat nu gaande is. Je ziet dat steeds meer middelen van de markt gaan en dat daardoor meer innovatiedruk ontstaat om alternatieven te vinden. Die alternatieven zitten in integrated crop management, in groene middelen en in genmodificatie. Dat is een mooie ontwikkeling en een goede beweging. Kun je dan nooit je oude schoenen weggooien als je geen nieuwe hebt? Dat is wat de SGP en de BBB inbrachten. Dat is een risico, maar daarmee accepteer je dat middelen die bewezen onveilig zijn, op de markt blijven. Dat vinden wij als VVD toch geen goed idee.
De heer Flach (SGP):
Dat laatste ben ik eigenlijk wel met de VVD eens. Voor middelen die bewezen onveilig zijn, is volgens mij nu al geen ruimte op de markt, maar er zijn natuurlijk ook middelen waar discussie over is, waarover in het ene rapport staat "misschien wel" en in het andere rapport "misschien niet". Daarvan zeggen wij: gooi die nou niet weg voordat je nieuwe alternatieven hebt. Maar ik denk dat het al heel erg helpt dat we duidelijk het signaal afgeven dat er voor de producenten vooral winst is in groene middelen. Dat snappen ze heel goed, denk ik. Ik zou dus toch de waarschuwing willen geven: pas ermee op om dat drukmiddel in te zetten.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dat delen wij. Daarom zei ik ook: het is voor ons geen doel op zich om middelen van de markt te halen, maar als er middelen van de markt gaan, is het gevolg wel dat de innovatiekracht versterkt.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 22.00 uur en dan gaan we luisteren naar het antwoord van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde van het kabinet in het debat over de Food and Feed Safety Simplification Omnibus. Ik zou de staatssecretaris willen vragen langs welke lijnen hij zijn beantwoording heeft gestructureerd. Ik zou de leden willen voorstellen om interrupties te doen na afronding van ieder deelonderwerp, zodat we er enige structuur en vaart in kunnen houden. We hoeven dan in deze termijn het aantal interrupties ook niet te maximeren. Staatssecretaris, hoe heeft u uw beantwoording gestructureerd?
Termijn antwoord
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Ik heb een korte inleiding. Ik begreep van u dat die niet te lang mocht zijn. Dan heb ik een viertal blokjes. Het eerste blokje gaat over het proces van dit voorstel in Brussel en bevat enkele algemene vragen over de inzet. Het tweede blokje gaat over het risicogebaseerde herbeoordelingssysteem. Het derde blokje gaat over de beschikbaarheid van groene en laagrisicomiddelen en over enkele vragen over strategische autonomie. Het vierde blokje is het blokje overig.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Het Omnibusvoorstel van de Europese Commissie waar wij vanavond over spreken is een zeer breed voorstel dat tien verordeningen en vier richtlijnen omvat. Dit pakket is voorgesteld in het kader van de versimpeling van regelgeving, een doel dat wij als kabinet ook onderschrijven. Nederland heeft in aanloop naar dit Omnibusvoorstel ook nadrukkelijk in Europa gepleit voor een betere en snellere toelating van groene middelen en laagrisicomiddelen. Dat is al jaren de beleidsinzet. Dit voorstel is daar deels een gevolg van. Het is dringend nodig dat er meer nieuwe alternatieven voor gewasbescherming op de markt komen. Vooral groene middelen en laagrisicomiddelen kunnen helpen bij een transitie naar een weerbaarder en duurzamer teeltsysteem.
Deze oproep heb ik afgelopen week ook gehoord bij het convenant voor het verminderen van het gebruik van de schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. Het huidige toelatings- en herbeoordelingssysteem is vastgelopen. Dit zorgt voor lange wachttijden, bijvoorbeeld voor het op de markt krijgen van deze nieuwe alternatieven voor onze telers. Bovendien zorgt het vastgelopen systeem ervoor dat de herbeoordeling van werkzame stoffen vaak ook heel lang kan duren en dat er daardoor ook regelmatig procedurele herbeoordelingen plaatsvinden. Daarom hebben we een positieve grondhouding ten opzichte van een Omnibusvoorstel dat zorgt voor het van het slot halen van het probleem.
Daarbij beoog ik een duidelijk en helder gedefinieerd herbeoordelingssysteem, met een Europees georganiseerd signaleringssysteem. Uiteraard staat de veiligheid van mens, dier en milieu voorop. Dat is ook het uitgangspunt van het kabinet. Daar hoort bij dat we gewassen willen beschermen en oogsten willen verzekeren. Dat doen we voor een deel ook met gewasbeschermingsmiddelen. Het is ook de insteek in het debat van veel Kamerleden om op dit onderwerp tot elkaar te komen. Ik onderstreep het ook ten zeerste om te bekijken wat ons bindt op dit onderwerp. Dat is ook de inzet van dit kabinet. Het voorgestelde herbeoordelingssysteem in het Commissievoorstel is nog niet zoals wij het beogen. We zetten erop in om dat wel te realiseren. We gaan voor een goedwerkend signaleringssysteem en bijbehorend werkprogramma op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten. Ook vragen we aandacht voor bijvoorbeeld prioritaire stoffen uit de Kaderrichtlijn Water. Daarnaast zetten we ons in voor het stimuleren van groene middelen, in dit voorstel ook wel "biocontrol" genoemd, zoals door het instellen van green lanes bij de toelatingsautoriteiten.
Voorzitter. Ik zoek wel naar verbetering op een aantal onderdelen van het Omnibusvoorstel. Wij zijn bijvoorbeeld tegen het verruimen van de respijttermijnen en de te ruime definitie van biocontrol, waardoor ook stoffen met een hoger risico daar mogelijk onder kunnen vallen. Met die inzet verhouden we ons ook tot de adviezen van het Ctgb en tot de auteurs van de wetenschapstoetsen die zijn gedaan. Op basis van recente geluiden uit Brussel zal een definitief voorstel voor de Omnibus waarschijnlijk pas onder het volgende voorzitterschap komen. Dat is dat van Ierland. Het zal dus pas in kwartaal drie of vier voor besluitvorming voorkomen. Ik blijf uw Kamer uiteraard meenemen in en informeren over verdere ontwikkelingen in dit proces.
Voorzitter. Dan zijn er een aantal algemene vragen. Ik begin met een vraag van het lid Beckerman. Wat wordt de strategie van dit kabinet? "We zien dat het kabinet kritisch is, maar ook beargumenteert vanuit het huidige systeem." Onze inzet is om in Brussel ons verhaal goed in de compromistekst van de Raad te gaan laten landen. Dat doen we in eerste instantie via de Raadswerkgroepen, in het zoeken van medestanders uit andere lidstaten en het vormen van coalities voor de verschillende punten die ik net noemde. We blijven in contact met medebewindspersonen maar ook met de Eurocommissaris die daarvoor verantwoordelijk is. Het huidige systeem is vastgelopen, dus we proberen in deze onderhandelingen te komen tot een systeem dat daadwerkelijk tot verbetering leidt en de veiligheid van mens, dier en milieu bewaakt.
Voorzitter. Er was een soortgelijke vraag van het lid Kostić. Waarom zou je die regelgeving willen aanpassen? Dat komt omdat het huidige systeem ook piept en kraakt. Herbeoordelingen moeten bijvoorbeeld procedureel verlengd worden. Er zijn vaak enorme wachttijden voor de toelating van nieuwe duurzame stoffen. We hebben in Brussel al vaak aangedrongen op verandering, zodat die groene middelen ook veel sneller beschikbaar komen. Dit voorstel probeert het systeem te veranderen, zodat het van het slot komt, maar tegelijkertijd zijn er nog verbeteringen nodig.
Voorzitter. Het lid Ten Hove vroeg: wat gaat de inzet zijn om dit voorstel van de Europese Commissie om te buigen? De inzet op het Omnibusvoorstel doe ik op basis van het mandaat dat met het BNC-fiche is vastgesteld. We baseren onze inzet op moties van de Kamer, onder andere de motie van de leden Podt en Bromet en de motie van de leden Den Hollander en Bromet van maart. In het kort is de inzet dat we regelgeving versimpelen waar dat kan, zolang het veiligheidsniveau voor mens, dier en milieu blijft gewaarborgd en niet verslechterd. We doen in Brussel concrete voorstellen om het Commissievoorstel te verbeteren.
Voorzitter. Dan een vraag van het lid Bromet: kan het kabinet alle ambtelijke analyses en onderzoeken die zijn gebruikt om het kabinetsstandpunt te bepalen, in volledigheid met de Kamer delen? Enkele stukken zijn met uw Kamer gedeeld, namelijk de Ctgb-analyse en het BNC-fiche. Ik kan uitvragen of er nog andere onderzoeken en analyses zijn die we waarschijnlijk voorafgaand aan het debat over gewasbescherming met uw Kamer kunnen delen.
Voorzitter. Dan andere vragen van het lid Bromet: "Heeft het kabinet op dit moment voldoende informatie om een goede afweging te maken over de Omnibus Food and Feed? Welke informatie mist er?" We hebben genoeg informatie om een goede afweging te kunnen maken over de inzet van het voorstel. Ik heb het over wat Nederland wil bereiken. Daarbij putten we uit de adviezen van het Ctgb, gesprekken met stakeholders, interne consultaties die we hebben gedaan en de staff working document van de Commissie. Tegelijkertijd is meer informatie natuurlijk altijd goed. Als we meer informatie over het voorstel krijgen, zoals vanuit de wetenschapstoets, nemen we die uiteraard mee. Uiteindelijk zal de weging van het kabinet plaatsvinden na alle onderhandelingen, ook langs de lijnen vanuit het BNC-fiche. Aan de hand daarvan zullen we afwegen of we het voorstel kunnen steunen of niet. We zullen voorafgaand daaraan het Ctgb vragen om hun advies op het definitieve voorstel.
Voorzitter. Dan nog een vraag van het lid Bromet: "Hoe stelt het kabinet vast of aan de voorwaarden uit het fiche wordt voldaan? Op welke basis trekt het kabinet die eindconclusie?" Dat heb ik net beschreven. Het is een politiek proces, waarbij we de Nederlandse belangen wegen. We kunnen niet vooruitlopen op de vraag of die in het eindvoorstel worden opgenomen, want ik heb dat eindvoorstel natuurlijk nog niet. Tegelijkertijd heb ik net wel gezegd dat het een proces zal zijn waarin we de Kamer informeren voorafgaand aan de stemming. We zullen daarbij ook het Ctgb vragen om een laatste toetsing te doen voor ons. Dat is op basis van de tijd die er zit tussen een definitief voorstel en de stemming. We zullen de Kamer zo goed mogelijk proberen te informeren en mee te nemen voorafgaand daaraan, zodat u zich daarover nog kan uitspreken, mocht u dat noodzakelijk vinden gezien de conclusie die ik zal trekken.
Voorzitter. Ik heb hier nog een drietal vragen. Wanneer gaan we stemmen? Die vraag had ik al beantwoord. De verwachting is dat het in de tweede helft van dit jaar plaatsvindt. We zullen u voor die beslismomenten informeren.
Er zijn ook vragen gesteld over de kosten voor Nederland die mogelijk door dit voorstel gemaakt worden. De vraag was of we daar een definitieve doorrekening van kunnen laten doen. Door de Europese Commissie is in het staff working document al een overzicht gemaakt van de kosten en de gereduceerde kosten met het Omnibusvoorstel. Onze inzet is dat het veiligheidsniveau hierbij gehandhaafd blijft. We zullen op basis van de definitieve compromistekst u daar nog een aantal kwalitatieve opmerkingen over kunnen geven. Maar de inschatting vanuit de Commissie is dat het over de linie zal zorgen voor soortgelijke kosten als nu of voor een daling. Er is één stukje in het BNC-fiche waardoor er verwarring ontstaan is, denk ik. Kijk naar diervoederadditieven. Je ziet dat daar mogelijk een kostenstijging voor komt. De inzet van Nederland is erop gericht om die kostenstijging inzichtelijk te krijgen en te beperken. Daar zullen we u over informeren. De verwachting is niet dat de kosten gaan stijgen op het gebied van gewasbescherming.
Voorzitter. Het lid Bromet vroeg: is het kabinet bereid om een impactassessment te vragen? Het doen van impactassessments is niet voorwaardelijk voor de stem hierin. We zien namelijk dat er bij Omnibusvoorstellen geen impactassessments gedaan worden. We hebben het als Nederland wel gemeld in het proces. We zullen het kunnen blijven melden. De verwachting is niet dat die nog zal plaatsvinden, omdat de Commissie die eigenlijk bij geen enkel Omnibusvoorstel doet. We zien ook dat er weinig medestanders voor zijn onder de andere lidstaten.
Voorzitter. Ik rond dit blokje bijna af. Het lid Beckerman vroeg: wil het kabinet een streep trekken en zich met andere lidstaten ervoor inzetten om alle bepalingen te schrappen die leiden tot minder innovatie en lagere bescherming, en tegen het voorstel te stemmen als dat niet lukt? Zoals ik net heb aangegeven, steunen we de intentie achter het voorstel. Denk aan vereenvoudiging, groene middelen sneller op de markt krijgen en middelen zo effectief mogelijk inzetten. Tegelijkertijd zijn wij van plan om onze inzet te plegen op het borgen van de innovatie, het toelaten van die groene middelen en ook het handhaven van ten minste het huidige beschermingsniveau van mens, milieu en dier, en idealiter het verbeteren daarvan.
Voorzitter. Het lid Ten Hove heeft nog gevraagd hoe we opkomen voor de belangen van de Nederlandse sector. Het doel is om regelgeving te versimpelen om daarmee Europa competitiever te maken, zeker in de geopolitieke situatie waarin we zitten. Het kabinet weegt daarbij de belangen af van alle Nederlanders, inclusief die van de Nederlandse sector. Wat dat betreft kan dit een goed middel zijn, mits die verbeteringen inderdaad plaatsvinden. Het kan er namelijk voor zorgen dat ook onze telers sneller nieuwe middelen beschikbaar krijgen en dat ook die procedures, die nu heel lang lopen, versneld kunnen worden.
Dan kom ik bij de vraag van het lid Goudzwaard. Ik heb toch nog twee mappen; het is iets uitgebreider dan ik verwachtte. Lid Goudzwaard vroeg nog hoe er wordt geborgd dat risico's worden opgevolgd en dat er voldoende zekerheid is voor de borging van de veiligheid van mens, milieu en dier. Die vraag heb ik net al meermaals beantwoord, dus hier kan ik snel doorheen.
Lid Kostić had nog de vraag wat je in 2026 aan nieuwe wetgeving voor voedsel en bestrijdingsmiddelen hebt als het niet iets positiefs doet voor mens en milieu. Onze inzet is, zoals ik net al zei, om het beschermingsniveau ten minste gelijk te houden. Als het beschermingsniveau ten minste gelijk is en daarbovenop zal zorgen voor een versnelde toelating van duurzame middelen, dan zou het effect positiever kunnen worden. Dat is dan ook de insteek van het kabinet.
De voorzitter:
Dank u wel. Was dit het blokje proces en inzet Brussel?
Staatssecretaris Erkens:
Ja, proces, stemmingen en inzet Brussel. We komen dadelijk nog op een aantal specifieke onderdelen waar veel meer vragen over gesteld zijn.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is goed dat het kabinet opnieuw bevestigt dat de inzet is dat het beschermingsniveau voor gezondheid ten minste hetzelfde blijft en daarbovenop nu ook zegt dat te gaan toetsen. Ik ben ook blij om te horen dat er wordt gekeken naar hoe we dat verder kunnen verbeteren. Maar ik wil het even hebben over die kosten. De staatssecretaris zegt nu te verwachten dat daar geen hogere kosten in komen, maar kan de staatssecretaris bevestigen dat er in het BNC-fiche staat dat daar nu onvoldoende zicht op is?
Staatssecretaris Erkens:
In het BNC-fiche gaat het specifiek om die diervoederadditieven. Daar is de verwachting inderdaad dat de kosten flink zullen stijgen. Daarom zitten we daarbovenop. Tegelijkertijd is de inschatting van de Commissie op basis van de informatie die we hebben, dat de kosten gelijk blijven of zouden kunnen dalen. Natuurlijk heb je daar liever meer detail in. We zouden daar in het proces ook zeker een aantal vragen over kunnen stellen. Ik wil wel een verwachting managen: een hele doorrekening op basis van wat we hebben zal niet tot andere inzichten leiden dan die we nu hebben.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Feit is dat in het BNC-fiche staat dat diervoeder sowieso tot hogere kosten voor de belastingbetaler leidt. Van de bestrijdingsmiddelen weten we het gewoon niet. Het kan de verkeerde kant op vallen en het kan ook de goede kant op vallen. Daar is vanuit de Europese Commissie geen onderbouwing voor. Dat zien we bij andere lamenten ook. Onze vraag aan de staatssecretaris is dus juist de volgende. Ik snap dat het niet met twee cijfers achter de komma kan, maar kunt u ons een zo goed mogelijk beeld geven van hoeveel het in de komende periode gaat kosten voor de Nederlandse belastingbetaler, zodat we het mee kunnen wegen? Normaal gesproken doen we dat ook met wetgeving.
Staatssecretaris Erkens:
Ik wil die verwachting managen omdat wij dat uiteindelijk niet op dat detailniveau kunnen aanleveren. Wat de kosten kunnen zijn voor Nederland hangt af van heel veel verschillende factoren. De inschatting van de Commissie is dat die impact op onze kosten neutraal of positief is. Tegelijkertijd heeft u wel gelijk; er zit een onzekerheid aan. Op momenten verderop in het proces wanneer ik uw Kamer informeer, kan ik u aangeven of ik daar nieuwe informatie over heb of dat nieuwe signalen mij bereiken. Ik ben ook bereid om die vraag aan de Commissie te stellen. Tegelijkertijd zal een volledige doorrekening daarvan uiteindelijk niet realistisch zijn in het proces dat er nog is.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste dank voor de toezegging om in ieder geval aan de Europese Commissie een betere toelichting te vragen. Want nogmaals, we hebben gezien dat de Europese Commissie, ook hier in de Kamer, van alles roept maar dat vervolgens niet kan onderbouwen. Dat is zorgelijk. Maar het gaat ook om de eigenstandige verantwoordelijkheid van het kabinet, want uiteindelijk gaat het kabinet samen met de Kamer over de begroting. Het kabinet moet goed op dat budget van de belastingbetaler passen. Het is dus goed als het kabinet zich in ieder geval inzet en kijkt hoeveel dit ongeveer gaat kosten. Daar heeft het de Europese Commissie verder niet voor nodig. Nogmaals, het hoeft niet met twee cijfers achter de komma; het gaat om de beweging waardoor we in ieder geval een beter plaatje krijgen dan we nu hebben, want we hebben nu eigenlijk niks.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, maar wat ik net heb gezegd is wel het maximale wat we hierin realistisch gezien kunnen leveren; dan heb ik het over de Commissie verzoeken of er meer inschattingen gemaakt kunnen worden. We zullen uiteraard ook aan het Ctgb vragen wat zij verwachten dat het betekent voor hun werklast als er een definitief compromisvoorstel ligt. Dat is wat anders dan een doorrekening van wat dit allemaal gaat kosten. Dat is inherent aan het Omnibusproces: je moet op dit detailniveau met elkaar uiteindelijk de politieke weging maken of je verwacht dat die inschatting realistisch is of niet. Daar kunnen wij uiteraard iets over zeggen op basis van het definitieve voorstel, maar dat is wel echt iets anders dan een doorrekening.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraagje over dat impactassessment. De staatssecretaris zegt eigenlijk dat dit een verloren zaak is en dat we dit niet meer voor elkaar gaan krijgen. Wat is de reden dat Brussel, of andere landen, daar geen behoefte aan hebben? Is dat omdat ze niet willen weten wat de impact is of omdat ze bang zijn voor een gebrek aan impact?
Staatssecretaris Erkens:
Dan zou ik in de hoofden moeten kruipen van alle andere kabinetten in Europa. Maar ik kan u wel vertellen dat de belangen tussen verschillende lidstaten flink uiteenlopen. Wij trekken op in verschillende coalities om op bepaalde onderwerpen de boel aan te scherpen. Er zijn natuurlijk ook lidstaten die de boel verder versoepeld willen zien. De belangen lopen dus echt behoorlijk uit elkaar. Als ik het zou weten, zou ik het u vertellen.
De heer Lohman (CDA):
Dank voor de uitgebreide beantwoording. Ik denk dat we als Kamer heel erg op zoek zijn naar een bepaalde mate van garanties en waarborgen. Het is echt een zoektocht naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat we niet blokkeren. Er ligt nu toch een hele grote hoeveelheid vraagtekens bij u op het bord. Zou u nog één keer willen uitleggen hoe die weging tot stand gaat komen? Ik zou het namelijk jammer vinden als we dit debat over een paar weken opnieuw gaan doen. Er is eigenlijk niet één lijn te vinden in wat het Ctgb en wat de andere wetenschappers zeggen. Wat gaat er anders zijn als we over een aantal weken opnieuw dit debat hebben waarmee wij als Kamer gerustgesteld worden over het voorstel?
Staatssecretaris Erkens:
Ik kan de heer Lohman geruststellen. Nog gefeliciteerd met uw maidenspeech trouwens. Dat had ik wel in mijn inleiding staan, maar heb ik niet genoemd. Dat had ik wel moeten doen. Over een aantal weken hebben we weer een debat over gewasbescherming. Ik ga er dus van uit dat we een deel van dit debat dan opnieuw gaan voeren met elkaar. Dat stemt mij vreugdevol.
Volgens mij is het belangrijkste in dezen het feit dat de inzet vrij breed gedeeld wordt, zowel door de Kamer als door het kabinet. Als kabinet gaan we alles op alles zetten in dit proces om dat voor elkaar te boksen. Dan zal ik uw Kamer informeren over wat onze weging is op basis van het definitieve voorstel en wat onze richting zal zijn op dit voorstel. Dan kunt u zich daar nog over uitspreken.
Wat ik daarbij wil zeggen is: het zal natuurlijk niet gebeuren dat we op alle punten exact onze zin gaan krijgen, maar er zijn een aantal grotere doelen die voor ons, als kabinet, wel pal overeind staan. Eén daarvan is inderdaad het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu. Daar hadden we het net over. Dat moet niet verslechteren door het voorstel. Een risicogebaseerd systeem kan ervoor zorgen dat het verbetert, mits goed ingericht. Als het niet goed is ingericht, zitten er inderdaad grote risico's aan. Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor ons als kabinet om dat er echt in te krijgen, net als de versnelling van de alternatieven en het mogelijk maken van innovatie. Daarnaast zijn er nog heel veel andere voorstellen in deze Omnibus waar we het vandaag niet over gehad hebben, die natuurlijk ook geraakt kunnen worden door een stem hierop. Die algehele politieke weging zal ik zo goed mogelijk proberen te maken. Ik zal proberen om u daar zo goed mogelijk in mee te nemen. Dan heeft u als Kamer natuurlijk ook nog uw zegje daarover.
De heer Lohman (CDA):
Als ik u goed beluister, hoor ik het volgende. Het blijft een politieke weging. We krijgen zullen niet wonderbaarlijk veel meer nieuwe wetenschappelijkeconsensusinformatie hebben dan nu, misschien wel iets meer. Echte garanties over het niet verslechteren voor mens, dier en milieu kan je eigenlijk nooit geven, maar u heeft voldoende vertrouwen dat wij met die nieuwe informatie tot een politieke weging kunnen komen, waarmee we niet bij voorbaat de Omnibus af hoeven te schieten.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, politiek ben ik me sowieso bewust van alle risico's op het geven van garanties. Dat doe ik dus niet. Wat ik toezeg, is dat wij u zo goed mogelijk zullen meenemen in wat wij verwachten dat de impact is. Ik zal voorafgaand aan de stemmingen aan het Ctgb vragen om daar vanuit hun expertise een advies op te geven, zodat we ook aan de hand van die informatie met elkaar kunnen zeggen: zien we dat het risico inderdaad groot is of hebben we er met elkaar vertrouwen in dat het een verbetering is?
De voorzitter:
U vervolgt met het onderdeel herbeoordelingssysteem.
Staatssecretaris Erkens:
De mapjes worden steeds dunner, kan ik u vertellen, voorzitter. Dat vindt u misschien fijn.
Het lid Bromet had een aantal vragen. Ziet het kabinet manieren om de achterstanden bij toezichthouders terug te dringen zonder de periodieke herbeoordeling af te schaffen? Waarom zetten we daar niet op in? Een aanzienlijk deel van de achterstanden en de werklast komt voort uit de verplichte herbeoordeling, zonder dat daar altijd een wetenschappelijke aanleiding voor is. In die zin is het logisch dat we kijken naar aanpassing van het systeem. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat we tot herbeoordeling kunnen overgaan als daar een wetenschappelijke aanleiding toe is. Dat moet echt geborgd worden in dat nieuwe systeem. U heeft gelijk: er zijn manieren om die achterstanden ook op andere wijzen in te lopen. Eén daarvan is inderdaad het tijdelijk opplussen van de mensen die bij EFSA werken. Ze gaan daar ook naar kijken, begreep ik. Ook op die route zal ingezet worden, want zelfs met een nieuw systeem is er gewoon een enorme bulk aan achterstand die je moet inlopen met elkaar.
Voorzitter. Het lid Podt vroeg of we het ermee eens zijn dat het schrappen van de periodieke herbeoordeling in strijd kan zijn met het voorzorgsbeginsel en hoe we dat meenemen. Het voorzorgsbeginsel is op dit moment ingebed omdat in stand blijft dat alle stoffen getoetst worden op risico's voor mens, dier en milieu voordat ze op de markt komen. Dat blijft hetzelfde in het nieuwe model. Tegelijkertijd moet er dus wel herbeoordeeld worden als er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn. De inzet in Brussel is om dat te borgen en daarmee het voorzorgsbeginsel goed tot zijn recht te laten komen.
Dan een vraag van het lid Goudzwaard en de heer Flach. Welke typen signalen kunnen een aanleiding zijn voor een herbeoordeling? De wetenschap over risico's van chemische stoffen ontwikkelt zich voortdurend. Deze inzichten worden verwerkt in nieuwe Europese richtsnoeren voor de beoordeling van deze stoffen. Het richtsnoer verplicht de Commissie om een werkprogramma op te stellen voor de herbeoordeling van een groep stoffen. Denk aan een nieuw bijenrichtsnoer — daar ging het net trouwens ook al over — en de herbeoordeling van insecticiden. Als die nieuwe inzichten er zijn, moeten die meegenomen worden in de werkprogramma's, zodat de herbeoordeling niet plaatsvindt op basis van oude kennis. Uit het onderzoek kunnen ook directe aanwijzingen komen die aanleiding geven tot een herbeoordeling. Het gaat dan bijvoorbeeld over de nieuwe informatie over pfas in grondwater. Dat was een aanleiding voor het Ctgb om een aantal stoffen en middelen waar dit in zit, te gaan herbeoordelen. Dat proces loopt nu ook. Zij hebben er oog voor dat beide typen signalen goed in het voorstel geborgd worden.
Dan een vraag van het lid Bromet en de heer Goudzwaard. Waaruit blijkt de effectiviteit van de nieuwe methode en de zogenaamde werkprogramma's? Kunnen we daar meer informatie over delen? Zoals ik net al zei, moeten stoffen worden herbeoordeeld als daar een wetenschappelijke aanleiding voor is. In het voorstel gebeurt dit via werkprogramma's. Ik vind dat wij ook beter moeten vastleggen onder welke voorwaarden je dus in zo'n werkprogramma terechtkomt. Dat is op dit moment gewoon nog te onduidelijk. Een van de speerpunten van onze inzet is dus om dat te borgen. Daarin trekken we natuurlijk samen op met een aantal andere lidstaten.
Voorzitter. Dan een vraag over de effectiviteit van de werkprogramma's. Nou, die heb ik volgens mij net beantwoord. Als een signaleringssysteem wel goed in het voorstel komt, zou het mooie kunnen zijn dat je daarmee op basis van nieuwe, wetenschappelijke inzichten veel sneller tot herbeoordeling kan overgaan. Daardoor kan je juist de schadelijke effecten beperken en zou het misschien inderdaad tot een verbetering kunnen leiden van de effecten op mens, milieu, natuur en dieren. Dat zou het systeem effectiever maken, maar dat hangt wel af van de randvoorwaarde dat wij dit signaleringssysteem goed opgenomen krijgen in dit voorstel.
Hoe worden de criteria voor het starten van een herbeoordeling uitgewerkt? Dat was een vraag van de heer Flach. In het Omnibusvoorstel wordt gewerkt met werkprogramma's, waarin herbeoordelingen worden gestart voor stoffen waarvoor dit noodzakelijk wordt geacht. Er moet beter worden opgenomen hoe deze werkprogramma's worden opgesteld. Dat heb ik net besproken.
Het lid Beckerman had vragen over de voorstellen van de wetenschapstoets: behoud het voorzorgsprincipe en sta geen verlenging van een respijtperiode toe. Zijn we bereid die aanbevelingen over te nemen? Ik heb met veel interesse kennisgenomen van die wetenschapstoets. We hebben drie van de vier aanbevelingen overgenomen. Dat is inderdaad het goed borgen van de green lanes. Denk ook aan het verlengen van de zogeheten grace periods, de respijtperiode. Dat is gelukkig iets wat we in Nederland nog steeds zelf beoordelen, ook al wordt die periode opgerekt. Idealiter wil je in het kader van een gelijker speelveld dat die ook in andere landen niet opgerekt wordt. Vandaar dat we ook proberen dit uit het voorstel te krijgen en ook het voorzorgsprincipe te behouden, conform het antwoord dat ik zojuist gaf. Het enige waar we vanaf wijken, is dat we wel willen inzetten op een goed ingericht en wetenschappelijk onderbouwd risicogestuurd herbeoordelingssysteem, ook conform het antwoord dat ik eerder gaf.
Dan waren er nog meer vragen over de respijtperiode. Die heb ik net al beantwoord. Het Ctgb laat een dergelijke respijtperiode dus afhangen van de mogelijke risico's die het middel met zich meebrengt. Die bevoegdheid blijft er ook. Dan kan Nederland inderdaad ook gewoon zelfstandig het beschermingsniveau blijven waarborgen, maar idealiter staat dit niet in het voorstel.
De heer Flach vroeg: klopt het dat het op basis van een risicoanalyse …
De voorzitter:
Nee, mevrouw Beckerman, we handelen eerst even de blokjes af, dus het was niet een aansporing.
Mevrouw Beckerman (SP):
Sorry. Ik dacht dat u gebaarde: loop eens wat sneller!
De voorzitter:
Nee, mevrouw Beckerman, het spijt me, maar zo komt u wel aan uw stappen.
Staatssecretaris Erkens:
Ik ben intussen door de bulk van het blokje heen, hoor.
De voorzitter:
Bij de aanvang van de beantwoording van de zijde van het kabinet hadden we gezegd: we doen het gestructureerd, in dit geval nadat de staatssecretaris het onderdeel over het herbeoordelingssysteem heeft afgerond. Maar uw loopje zag er bijzonder interessant uit!
Staatssecretaris Erkens:
Dat kan een interessant gifje worden, toch? Dat zeg ik even tegen de collega's hier in de zaal.
De voorzitter:
De staatssecretaris doet dat zo, hoor!
Staatssecretaris Erkens:
Ja, maar die moet nu antwoorden.
De heer Flach vroeg: klopt het dat op basis van een risicoanalyse de Europese Commissie de bevoegdheid heeft om een herbeoordeling te vereisen, ook zonder sluitende bewijslast? Het klopt dat er geen sluitende bewijslast nodig is voor een herbeoordeling. Hier is de herbeoordeling juist voor. De producent is verplicht om met bewijslast te komen om te bewijzen dat zij voldoen aan de goedkeuringscriteria. De Commissie kan dit nog steeds doen, maar moet in ieder geval wel een deel van de lidstaten hierin meekrijgen. Maar er is inderdaad een bevoegdheid om dit te doen zonder het hele proces te doorlopen en die bevoegdheid blijft er ook.
De heer Flach had nog een vraag. Hij vroeg: het Ctgb pleit ervoor om ook op middelenniveau te kiezen voor een risicogestuurde herbeoordeling; gaan we hierop inzetten? Dat is ook onze inzet, maar uiteraard wel conform alle waarborgen die ik net genoemd heb.
Ik heb nog een vraag van de heer Flach. Hij vroeg: "In het voorstel wordt op het niveau van de werkzame stof gekozen voor een risicogestuurde herbeoordeling. Op middelenniveau moeten lidstaten periodiek herbeoordelen. Hoe is dat te rijmen?" Hij gaf net zelf aan dat we die systemen moeten synchroniseren, zodat ze aansluiten op elkaar. Daar kijken we inderdaad naar, omdat dit anders voor significante uitvoeringsproblemen zal zorgen bij het Ctgb, bijvoorbeeld omdat de termijnen niet op elkaar aansluiten en het daardoor misgaat. Dat kan voor problemen zorgen bij de nationale toelatingsautoriteiten, omdat bij de herbeoordeling van een middel de meest recente informatie over de werkzame stof gebruikt moet worden. Daarmee wordt de herbeoordeling van de werkzame stof door de nationale toezichthouders in feite doorvertaald naar de middelen waarin die stoffen zitten. Daarom is het ook logisch dat we de herbeoordeling van middelen blijven koppelen aan de herbeoordeling van de werkzame stoffen, zodat het in de tijd niet uit elkaar gaat lopen. Je wilt voorkomen dat je een situatie hebt waarin een stof door Europa van de markt wordt gehaald, terwijl wij het middel pas zeven jaar daarna gaan herbeoordelen.
Dan zijn er nog twee vragen van de heer Flach. "Zowel de wetenschap als het Ctgb pleiten voor een Europees signaleringssysteem. Hoe gaan we dat inbrengen?" Binnen de onderhandeling draag ik aan dat een signaleringssysteem van grote waarde is om mogelijke risico's van stoffen in beeld te brengen. Hierbij refereren we in de onderhandeling bijvoorbeeld ook aan Frankrijk, waar men al met succes een dergelijk systeem ontwikkeld heeft. Het zou ook goed zijn om dit systeem naar het Europese niveau op te schalen, ook onder de vlag van EFSA, zodat je al die kennis kan vergaren op één punt. Dan kan je op basis van dat signaleringssysteem die werkprogramma's ook goed invullen.
Dan is er nog een hele lange vraag van de SGP. "Nemen we ook een gebruiksprofiel en de risico's in de praktijk mee? Hebben we dus nog steeds ruimte voor een breder palet aan gewasbeschermingsmiddelen bij precisietechnieken en zetten we daarop in?" De gebruikte dosis van een middel maakt nog steeds onderdeel uit van de Europese beoordeling van een stof. Binnen het voorliggende voorstel blijven deze beoordelingscriteria ook intact. Bij de beoordeling van stoffen en middelen wordt daarbij gekeken naar de mogelijke risico's voor mens, dier en milieu, maar inderdaad ook de dosering en wat de impact daarvan is. Voor een aantal kenmerken wordt ook gekeken naar de gevaarkwalificatie van de stof, waarbij sommige wel al uitgesloten worden van goedkeuring aan de voorkant, omdat ze te gevaarlijk zijn. Bij andere telt de dosering inderdaad wel mee. Stoffen die bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, worden vooraf uitgesloten van goedkeuring hierin.
Voorzitter. Dan heb ik misschien nog één interessant feitje dat ik nog in het debat miste, maar dat ik wel zou willen delen. We hebben circa 400 werkzame stoffen die goedgekeurd zijn op dit moment op Europees niveau. Dat wordt allemaal doorvertaald naar een veelvoud aan middelen, die we zelf nationaal beoordelen. Van die 400 werkzame stoffen is inderdaad een deel uitgezonderd van het risicogebaseerde systeem. Dat gaat om drie stoffen, de zogeheten "candidates for substitution". Dat zijn stoffen waarvan de Europese Commissie eigenlijk zegt: daar wil je op termijn van af. Die worden dus nog wel gewoon periodiek herbeoordeeld. Die vallen niet onder het nieuwe systeem. Hetzelfde geldt voor stoffen met een tijdelijke goedkeuring en stoffen waar een kennishiaat bij bestaat, dus waar de wetenschap gewoon nog niet rond genoeg voor was op dat moment. Die vallen dus ook buiten het risicogebaseerde systeem, waardoor je de meest riskante stoffen op basis van de kennis die we nu hebben in ieder geval wel onder de periodieke herbeoordeling blijft houden.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman schrijdt naar de interruptiemicrofoon.
Staatssecretaris Erkens:
Niet rennend deze keer.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zou niet durven, voorzitter. Is nou eigenlijk het belangrijkste argument van het kabinet tegen periodieke herbeoordeling dat het huidige systeem zulke lange wachtlijsten kent?
Staatssecretaris Erkens:
Dat is een van de argumenten. Tegelijkertijd is periodieke herbeoordeling ook niet de efficiëntste inzet van capaciteit. We zien dat er gewoon wachtlijsten ontstaan. Dat betekent dat ook de herbeoordeling van stoffen waar je misschien meer zorgen over hebt, vaak later in de tijd plaatsvindt. Daar kan je dus ook pas later op ingrijpen. Het is een systeem dat gewoon best wel bot is, waardoor we alle middelen op alles net zo stevig moeten inzetten. Een risicogebaseerd systeem zou er juist voor kunnen zorgen dat we a die middelen effectiever inzetten en b dat we misschien eerder op basis van signalen aan de slag gaan met die herbeoordeling.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik denk dat er brede consensus is van links tot rechts in de Kamer dat het huidige systeem vastloopt. Dat zeiden we net ook: capaciteitsgebrek, een gebrek aan menskracht. Tegelijkertijd zijn er ook heel veel vraagtekens bij het nieuwe systeem. Ik snap het argument dat je met risicogestuurd ook bepaalde middelen kunt prioriteren en opnieuw kunt beoordelen, maar je mist misschien ook middelen die er bij een herbeoordeling wel uitgepikt gaan worden. Ik probeer dan toch een soort middenweg te vinden. Zou je niet ook, hoewel ik voorstander blijf van periodiek herbeoordelen, af en toe middelen die misschien niet uit een risicoprofiel komen, moeten herbeoordelen of toetsen? De wetenschap is namelijk nou eenmaal ook gebaat bij dit type onderzoek.
Staatssecretaris Erkens:
Ik snap de redenatie en de vraag. Ik denk wel dat je daarmee nog steeds middelen op een niet-effectieve wijze inzet, want ik wil liever inzetten op de middelen waar wij een groter risico zien. Ik denk wel dat dit iets is wat je moet borgen in een signaleringssysteem. Bij een signaleringssysteem wil je niet alleen maar aan de hand van signalen die je ontvangt vanuit lidstaten of vanuit wetenschappers kijken naar wat je in zo'n werkprogramma stopt. Je wilt ook dat er van tijd tot tijd voor alle stoffen gekeken wordt naar de laatste academische literatuur op dat vlak. Als u zou zeggen "borg dit in een signaleringssysteem", dan ben ik het ermee eens.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
Daarbij merken wetenschappers natuurlijk ook op dat de praktijk soms dingen laat zien die je niet wetenschappelijk verwacht. Ik vind de antwoorden van de staatssecretaris in de hele termijn eigenlijk gewoon heel goed. Alleen, het probleem dat ik zie, is dat Brussel het "risicogestuurd" noemt en tegelijkertijd met andere voorstellen in dit Omnibuspakket juist risico's vergroot. Er wordt bijvoorbeeld gezegd "we gaan risicogestuurd onderzoeken, want dan halen we de gevaarlijkste stoffen er als eerste uit", zoals ik het kabinet hoor zeggen, maar tegelijkertijd krijg je de verlenging van de grace period. Herkent de staatssecretaris dat we bij wat hij verstaat onder "risicogestuurd" nog niet per definitie de zekerheid hebben dat dit ook in dit Omnibusvoorstel zit?
Staatssecretaris Erkens:
Dat herken ik. De insteek van het kabinet is om dit Omnibusvoorstel aan te grijpen als een kans om tot een beter systeem te komen. Dat vergt nog wel aanpassingen. Op dit moment zitten er ook nog zaken in die het risico inderdaad mogelijk laten toenemen. Onze inzet zit niet voor niks op de punten die de Kamer net heeft genoemd, dus dit punt herken ik.
Mevrouw Podt (D66):
De staatssecretaris zegt dat een voordeel van dat risicogestuurde systeem ook is dat je makkelijker tussentijds zou kunnen beoordelen, dus eigenlijk ook sneller dan in het huidige systeem. Nou is volgens mij het probleem dat je ook in het huidige systeem al tussentijds zou kunnen herbeoordelen. Dat geldt ook als je net tien jaar hebt gezegd. Dat is ons indertijd bijvoorbeeld ook over glyfosaat gezegd: als er aanwijzingen zijn, dan kunnen we dat herbeoordelen. Dat kan nu al. Maar dit betekent dat alle lidstaten moeten meestemmen. De EFSA weigert in de praktijk vaak om dat alsnog te doen, ook als er wetenschappelijke aanleiding is daarvoor. Dat hebben die wetenschappers ook in voorbeelden aangegeven.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Podt (D66):
Wat geeft de staatssecretaris het vertrouwen dat wat nu niet goed werkt, in dat nieuwe systeem wel ineens gaat werken?
Staatssecretaris Erkens:
Op dit moment heb ik dat vertrouwen nog niet volledig omdat het systeem nog niet compleet is, omdat het nog aangepast en verbeterd moet worden. Dat zit met name in of je een goed borgend signaleringssysteem kan maken waarin wij als lidstaat ook vertrouwen hebben.
Mevrouw Podt (D66):
Als de staatssecretaris spreekt over "goed borgend", hoe ziet dat er in de praktijk dan uit?
Staatssecretaris Erkens:
In de praktijk zou ik het liefste zien dat het bij EFSA geborgd wordt, dus dat EFSA periodiek de stoffen langsloopt om te bekijken wat de laatste academische literatuur is, wat het laatste onderzoek is, wat kan worden meegenomen vanuit de lidstaten. Maar ook moet er een proces zijn waarin signalen gegeven kunnen worden vanuit zowel de wetenschap in Europa als vanuit verschillende lidstaten wanneer zij zelf ook zaken zien waar zij zich zorgen om maken. Ik kan me zomaar situaties voorstellen waarin het Europees nog niet op het netvlies staat en wij tegelijkertijd aan de hand van de discussies die we misschien wel in Nederland hebben omdat we meer dingen weten, omdat we ook meer dingen meten op dat moment in Nederland, signalen goed in het proces kunnen stoppen. Daarbij zit je niet meer in een proces waarbij de herbeoordeling de grote uitzondering is omdat je op zo'n brede consensus moet rekenen. Zo'n systeem kan er juist ook voor zorgen dat we inderdaad niet meer in dit omslachtige proces zitten.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Podt (D66):
Dat betekent dus wel een echt heel andere visie op hoe er nu wordt omgegaan met die tussentijdse beoordeling. Ik heb nog één andere, veel kortere vraag. Die gaat over de respijtperiode. Daarover zei de staatssecretaris: dat doen we in eigen land al. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, zeg ik dan. Alleen, via het water, via de lucht, op allerlei manieren komt dat wat in de ons omringende landen gebeurt ook ons land binnen. Is de staatssecretaris het met mij eens dat het daarom echt onwenselijk is dat die respijtperiodes ook op Europees niveau uitgebreid gaan worden?
Staatssecretaris Erkens:
Daar ben ik het mee eens.
De voorzitter:
U vervolgt met het onderdeel groene en laagrisicomiddelen.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Dat begint met een vraag van het lid Podt en de VVD over de groene busbanen. "Die hebben we al nationaal. Laten we die naar de Europese Unie brengen en combineer die met de EFSA-capaciteit, die dan moet toenemen. Kan er een alternatief ingebracht worden en kunnen we hierin samen met andere lidstaten optrekken?" Het Omnibusvoorstel van de Europese Commissie heeft als doel om te komen tot snellere en prioritaire beoordeling van groene middelen. In deze zin geeft het Omnibusvoorstel invulling aan het creëren van die zogeheten groene busbanen, de Omnibus-groene busbanen. Het ov wordt veel gebruikt als metafoor in dit debat. Ik blijf er scherp op dat die voorstellen ook daadwerkelijk leiden tot snellere markttoegang voor groene middelen en laagrisicomiddelen. In Nederland heeft het Ctgb deze groene busbanen inderdaad al ingericht. Dat geldt ook als goed voorbeeld voor andere lidstaten, merken wij. Vanuit de Commissie is er veel interesse in een doorvertaling om dat ook op EFSA-niveau zo in te richten.
Voorzitter. De heer Flach had ook een vraag. Hij had het erover dat de wetenschappers de aanbeveling doen om bij biocontrolmiddelen, onder andere biologische gewasbeschermingsmiddelen, te zorgen voor een classificatie ten behoeve van de green lane. Hij vroeg of we dat oppakken. Ik zei net dat het Ctgb in Nederland al een groen loket kent waar ze daarvan gebruik kunnen maken. Dat is ook een voorbeeld voor andere lidstaten. Binnen het huidige voorstel wordt ingezet op de versimpeling en prioritering van de beoordelingen van deze biocontrolmiddelen. In feite komt dat dus neer op een versnelling van de beoordeling van deze groep middelen, conform de vraag van de heer Flach. Het afdwingen van een green lane is wel een verantwoordelijkheid van de lidstaten zelf. Wij hebben het in Nederland al geregeld. Dat betekent niet dat elke lidstaat dat gaat doen. EFSA doet de goedkeuring van de stoffen. In Europa zitten de stoffen bij EFSA en de middelen bij de lidstaten. Bij die goedkeuring komt nu inderdaad ook een green lane. Het voorstel in de Omnibus is nu om die prioriterende behandeling daarin op te nemen. Dat zou ook goed aansluiten bij het systeem dat we in Nederland hebben.
Voorzitter. Dan kom ik bij een vraag van de heer Lohman. Het was eigenlijk een mooie inzet van het CDA, zou ik zeggen, met de drie punten die u zelf noemde. Als ik ze nu ga voorlezen, dan ben ik een minuut verder. Het ging met name over het signaleringssysteem, de groene busbanen en ook gewoon investeringen in de praktijk, dus geïntegreerde gewasbescherming. Dat is gewoon een inzet waarbij het kabinet zich goed kan aansluiten. Die is ook conform onze inzet, dus ik neem de opmerkingen van de heer Lohman uiteraard mee in de inbreng bij het Omnibusvoorstel. Daarbij geven we ook uitvoering aan het amendement van de heer Flach van 19 maart waarin hij vraagt om middelen beschikbaar te stellen voor een praktijkprogramma plantgezondheid. Daarmee gaan we inderdaad meer alternatieven proberen te ontwikkelen.
De heer Lohman vroeg ook of we bereid zijn te investeren in het onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe middelen voor teelt en plagen waarvoor nu nog geen effectieve alternatieven bestaan. Ik ben bereid daarnaar te kijken. Ik denk wel dat het in beginsel ook aan de markt is om die middelen te ontwikkelen. De overheid kan het inderdaad wel stimuleren via innovatiesubsidies. Daarnaast loopt er nu dus een proces voor een convenant gewasbescherming, waarin dit onderwerp ongetwijfeld ook de revue zal passeren.
De heer Lohman vroeg ook naar de strategische autonomie. Hij vroeg of we bereid zijn om in te zetten op versnelde procedures voor groene middelen op basis van het risicoprofiel. Daar zijn we toe bereid. Dat wordt nu ook voorgesteld in de laatste versie van het Omnibusvoorstel. We hebben in Nederland een groen loket ingericht om dat te bewerkstellingen.
Voorzitter, ik heb nog twee vragen in dit blokje. Het lid Van der Plas had een vraag over strategische autonomie. Ze vroeg of we het ermee eens zijn dat boeren in het kader van strategische autonomie in staat moeten zijn om middelen te gebruiken, of zij hun gewassen nog kunnen beschermen en de oogst nog van het land kunnen halen en of wij dit structureel inbrengen in Brussel. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, groen of chemisch, is een belangrijke randvoorwaarde voor een robuuste voedselproductie. Tegelijkertijd is de maatschappelijke vraag natuurlijk duidelijk. Ik merk echter ook een bereidheid van de sector om daar via het convenant aan te werken. Ik heb zeker oog voor wat er de laatste jaren al gebeurd is. We zien inderdaad dat het gebruik van de meest schadelijke middelen is afgenomen in Nederland en dat daarin geïnnoveerd wordt. Die lijn wil ik eigenlijk in gezamenlijkheid verder doortrekken. Dat zal wat mij betreft ook een deel van onze inbreng in Brussel op dat punt zijn.
Dan heb ik nog één vraag, van de heer Goudzwaard. Hij zei dat Brussel moet zorgen voor alternatieven om een ongelijk speelveld te voorkomen en vroeg of we alles op alles gaan zetten om een tekort aan middelen te voorkomen. Ook vroeg hij ons de voortgang van de Omnibus te ondersteunen. Het stimuleren van alternatieven, zoals groene middelen en laagrisicomiddelen, is een speerpunt van Nederland hierin. Dit Omnibusvoorstel zou een deel van de oplossing kunnen vormen, mits het inderdaad aangescherpt en verbeterd wordt. Tegelijkertijd zal daarmee niet alles binnen twaalf maanden opgelost zijn, want er is gewoon nog een grote bulk van achterstallig onderhoud waar extra op ingezet moet worden. Wij hebben in Nederland ook nog een hele bulk werk om in te lopen. Dat doen we hopelijk binnenkort, onder andere via het amendement van het lid Podt daarover, dat is aangenomen door de Kamer.
De heer Flach (SGP):
Ik weet niet of ik van de staatssecretaris een goed antwoord heb gehad op de vraag die ik stelde over de biocontrolmiddelen. Het Ctgb legt er terecht de vinger bij dat de Europese Commissie een definitie hanteert waaronder ook "breed werkende giftige stoffen van natuurlijke oorsprong" vallen. Ik stelde in mijn inbreng dat die eigenlijk een aparte behandeling zouden moeten hebben en niet onder de prioritaire behandeling van biocontrolmiddelen zouden moeten vallen. Gaat de staatssecretaris daarop inzetten?
Staatssecretaris Erkens:
Ja, daar ga ik op inzetten. Onze inzet in Brussel is erop gericht om de definitie van biocontrolmiddelen aan te scherpen, omdat er natuurlijk ook schadelijke of zeer risicovolle stoffen van biologische oorsprong zijn, zoals ook in het debat gewisseld is. Die definitie proberen we dus inderdaad aan te passen, ook omdat het natuurlijk een proces is waarbij die risico's nog steeds terecht kunnen komen in Nederland als die stoffen worden toegelaten op de markt.
De voorzitter:
U rondt uw beantwoording af met de overige gestelde vragen.
Staatssecretaris Erkens:
Ja, voorzitter, het mapje overig. Er waren een aantal vragen van het lid Bromet over de waterkwaliteit. "Heeft het kabinet in kaart gebracht welke gevolgen Omnibus heeft voor de bindende doelen voor waterkwaliteit? Zo ja, kan die analyse gedeeld worden? Zo nee, kan het alsnog worden uitgevoerd?" Het kabinet heeft de gevolgen van het Omnibusvoorstel voor de bindende doelen van waterkwaliteit niet in kaart gebracht. Het voorstel verandert niet de goedkeuringscriteria voor werkzame stoffen en heeft de Kaderrichtlijn Water ook niet als scope. Omdat het voor het kabinet wel een belangrijke richtlijn is, is de inbreng van Nederland erop gericht om de prioritaire stoffen die in de KRW zijn geïdentificeerd mee te nemen in het lijstje van stoffen die periodiek herbeoordeeld worden. Dus de inzet van het kabinet is wel om die niet in het nieuwe systeem te plaatsen. Daarnaast zetten we ook in op aanvullende veiligheidsvoorwaarden en nemen wij ook de adviezen van het Ctgb over ten aanzien van de risico's hierop. Daarom doen we niet nog een losse nationale impactanalyse hierop. We proberen het gewoon in het voorstel geborgd te krijgen.
Voorzitter. De tweede vraag hierover is: zegt het kabinet toe dat het voldoen aan de KRW een randvoorwaarde is voor steun aan Omnibus en dat het expliciet tegen zal stemmen als de bindende doelen van Nederland in gevaar komen? We zeggen dit niet toe met betrekking tot de algehele Kaderrichtlijn Water. Volgens mij heeft dit ook te maken met het volgende. A, krijgen we die KRW-stoffen in het oude systeem gehouden? En b, als dat niet zo is, hebben we dan een risicogebaseerd systeem dat in ieder geval niet zorgt voor een verslechtering in de bescherming van mens, milieu en dier? Want als dat het geval zou zijn, zou je meer risico nemen. Dan is het inderdaad ook geen vanzelfsprekendheid dat het kabinet dit voorstel zal steunen in Brussel.
Voorzitter. Dan een vraag van het lid Van der Plas: kunnen wij toezeggen dat wij in Brussel kiezen voor het niet simpelweg afbouwen van middelen maar voor beleid waarbij boeren en tuinders kunnen blijven produceren, de voedselzekerheid overeind blijft en alternatieven eerst beschikbaar zijn voordat bestaande middelen verdwijnen? Hoe laat zich dat zien? Ik vind het inderdaad belangrijk dat boeren goed kunnen werken en dat de voedselzekerheid overeind blijft. Hierbij is het heel belangrijk dat telers ziekten en plagen kunnen blijven bestrijden op een goede wijze. Daarbij is het wel van belang dat we alleen middelen toepassen wanneer dat aangetoond veilig kan. Daarom staan we ook positief tegenover het Omnibusvoorstel, omdat er ook alternatieve groene of laagrisicomiddelen beschikbaar moeten komen. We zien dat er de laatste jaren steeds meer stoffen van de lijst verdwijnen, net als middelen. Maar de goedkeuring van de alternatieven die nodig zijn, al die mooie innovaties, gaat veel te traag. Daar herkent u ook de inzet van het kabinet in.
Voorzitter. Dan een vraag, ook van het lid Van der Plas, over de motie-Flach/Vedder over een actualisatie van de verwachte teeltknelpunten voor de komende vijf jaar. Willen we daarbij niet alleen een lijstje van problemen meesturen maar ook een plan van aanpak? Zoals toegezegd aan uw Kamer sturen we jaarlijks die lijst met knelpunten toe. De laatste update is van mei vorig jaar. Ik kan u toezeggen dat we een nieuwe versie sturen voorafgaande aan het commissiedebat Gewasbescherming op 11 juni. Dus dat komt naar de Kamer.
U vraagt ook om inzichten voor de langere termijn. Dat zou ik graag meenemen in het Convenant gewasbeschermingsmiddelen, waarbij we ook kijken naar het langetermijnplan, precies wat mevrouw Van der Plas noemde, om telers te helpen in de transitie naar een gereduceerd gebruik van schadelijke middelen en alle alternatieven die nodig zijn om de teelt te beschermen.
Dan een vraag van het lid Flach over de MRL's. De Europese Commissie stelt voor om de importtolerantie voor residuen van in de EU verboden gewasbeschermingsmiddelen te schrappen. Dat is een begrijpelijke inzet, zei de heer Flach. Het kan wel grote gevolgen hebben voor de import van groente en fruit, dus gaan wij aandringen op het afwachten van een impactassessment op dit onderdeel? Tot nu toe wordt gepleit voor het afwachten van een assessment. De Europese Commissie heeft deze eerder aangekondigd in de visie voor voedsel en landbouw. U zult zich afvragen waarom er hiervoor wel een impactassessment is. Dat heeft te maken met het feit dat dit impactassessment al gestart is voordat het hele Omnibustraject in Europa op gang kwam. Het is pas daarna in het Omnibusvoorstel gestopt. Ik dacht zelf dat dit anders misschien een mooi haakje zou zijn om alsnog hierom te vragen, maar helaas is de geschiedenis hierbij anders gelopen.
Dan heb ik nog twee vragen, voorzitter. Het lid Goudzwaard had nog een vraag over de koers van het kabinet rondom het Convenant gewasbeschermingsmiddelen: hoe voorkomen we dat provincies eigen kaders en beperkingen invoeren waardoor er chaos gecreëerd kan worden rondom gewasbeschermingsmiddelen? Ik ben me ervan bewust dat provincies worden geconfronteerd met juridische procedures over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de effecten ervan op de natuur, en dat telers daardoor ook in onzekerheid verkeren. Dat is gewoon een ongewenste situatie. In de bestuurlijke afspraken met provincies richten wij ons op een robuust pakket aan maatregelen om die effecten weg te halen. Het is aan de ene kant onderdeel van de samenhangende aanpak van de landbouw-, natuur- en stikstoftaskforce, én van de gesprekken in het Convenant gewasbeschermingsmiddelen. De minister en ik streven ernaar om u voor de zomer over allebei te informeren, dus aan de ene kant over de maatregelen van het bredere pakket en aan de andere kant over de afspraken op hoofdlijnen met de convenantpartijen op het gebied van gewasbescherming.
Voorzitter. De laatste vraag, of meer een pleidooi of statement, was van de heer Jansen. Wij staan in principe positief tegenover het Omnibuspakket en onderschrijven de doelstelling van vereenvoudiging, versnelling en ook harmonisatie, omdat dat het voor ondernemers makkelijker zou maken. Het betekent inderdaad wel dat we het voorstel moeten verbeteren. Ik hoop de heer Jansen hierbij te kunnen vinden, ondanks zijn kritische grondhouding. We moeten juist ook voor onze telers zorgen dat er alternatieve middelen op de markt kunnen komen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Nog even over de Kaderrichtlijn Water. Er wordt een eis gesteld om volgend jaar te zorgen voor schoon water. Daar zijn we al twintig jaar mee bezig, maar het is nog lang niet zover en we hebben nu nog ongeveer een jaar. Ik begrijp heel goed dat het niet allemaal via dit dossier geregeld kan worden, maar ik zou het ook een gemiste kans vinden als we het niet doen. Ik hoorde de staatssecretaris zeggen: er mag geen verslechtering optreden. Maar dat is niet aan de hand bij de Kaderrichtlijn Water. Er moet verbetering optreden. Daar zou ik dus graag nog even een reflectie op krijgen van de staatssecretaris, want "geen verslechtering" is niet genoeg.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, dat klopt. Er moet geen verslechtering komen door dit voorstel, dat niet specifiek ziet op de Kaderrichtlijn Water. Maar voor de Kaderrichtlijn Water moeten we onze prestaties inderdaad flink gaan verbeteren.
De heer Goudzwaard (JA21):
Even een verduidelijkende vraag. Je zag in mijn provincie, Friesland, dat er een handhavingsverzoek werd ingediend dat betrekking had op lelieteelt, maar dat het provinciebestuur toen zei: iedere teler die een vorm van gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, krijgt een waarschuwingsbrief en moet binnen een jaar laten zien dat het niet schadelijk is. Dat is een enorme opgave voor die agro-ondernemers. Ik vraag me even af of de staatssecretaris bekend is met dit soort acties vanuit provinciebesturen. Of handelt elke provincie daarin weer verschillend? Ik ben daar heel erg benieuwd naar. Kan de staatssecretaris daar iets over zeggen?
Staatssecretaris Erkens:
Ja, daar ben ik mee bekend. Dat geldt trouwens ook op gemeentelijk niveau. Dit komt doordat we als Rijk op dit onderwerp onvoldoende regie hebben genomen. Mijn voorstel is om het convenant gewasbescherming te gebruiken om die regie zo snel als mogelijk te nemen en daarmee ook te zorgen voor eenduidige verwachtingen, zodat provincies en gemeentes daar uniform aan kunnen voldoen. Dat heeft gewoon te maken met het feit, vind ik ... Je merkt dat ook bij de convenantpartijen. We hebben aan de ene kant provincies en gemeentes aan tafel zitten, evenals de waterschappen en Natuur & Milieu, maar aan de andere kant ook gewoon de sectorpartijen, om te komen tot die afspraken. Je wilt voorkomen dat het per provincie of gemeente, uiteraard wel binnen de eigen bevoegdheidsruimte die zij nog hebben, te veel gaat verschillen. Maar zij moeten zich nu natuurlijk ook ergens op baseren.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank voor deze toelichting. Het gaat mij er dan even om wat er gebeurt tot het moment dat het convenant wordt gepresenteerd. Is dat dan een beetje een grijs gebied waarin andere overheden of andere bestuurslagen feitelijk vrijelijk gaan bewegen, vrijelijk acties gaan uitzetten en vrijelijk brieven gaan sturen, met allerlei consequenties voor ondernemers? Dat lijkt mij niet heel erg wenselijk. Ik denk ook niet dat de staatssecretaris daar heel erg voor warmloopt. Wat kunnen wij nou dus doen voor de overbruggingsperiode? Wat is daarin de concrete actie van de staatssecretaris?
Staatssecretaris Erkens:
Dat is de reden waarom we met zulke spoed werken aan het convenant gewasbeschermingsmiddelen. We proberen voor de zomer afspraken op hoofdlijnen te hebben, zodat we daar samen met provincies en gemeenten handen en voeten aan kunnen geven. Maar in het proces van die enkele weken daarvoor is dat gewoon een bevoegdheid die provincies hebben. Het is aan ons als Rijk om nieuwe afspraken te maken met elkaar, waardoor we de ondernemers in deze situaties kunnen helpen.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Op dit punt. Volgens mij gaat het niet om een bevoegdheid maar om een verplichting, omdat er een rechtszaak is geweest waarin burgers hebben gevraagd om vergunningen voor het gebruik van bepaalde gifstoffen. Het is dus allemaal niet zo vrijblijvend dat we het wel even kunnen oplossen met een convenant. Kan de staatssecretaris dat bevestigen?
Staatssecretaris Erkens:
Nee, dat klopt. Er is jurisprudentie op dit onderwerp, maar ik denk dat er ook steeds meer juridificering is omdat er onvoldoende regie op dit dossier zit, waardoor je ook steeds meer tegenover elkaar komt te staan. Dat willen we in de toekomst voorkomen met het convenant.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil de staatssecretaris toch een aantal teelten noemen die nu echt in gevaar zijn. Dat zijn onder andere de teelt van de bosui, sla, uien, spruiten en andere koolgewassen en pootaardappelen. Nederland zorgt ervoor dat wereldwijd 800 miljoen mensen kunnen eten, dankzij onze pootaardappelsector. Kool en zacht fruit staan ook echt onder druk. Dit zijn de teelten die nu letterlijk in gevaar zijn. Ik heb nog een pagina van teelten waarbij het niet lang meer duurt voordat ze dreigen te verdwijnen, maar die zal ik niet opnoemen. Ik wil de staatssecretaris vragen of hij zich goed realiseert dat het heel hard kan gaan met het einde aan deze teelten in Nederland, aan de voedselproductie. Er wordt altijd wat bagatelliserend over gedaan, maar dit is niet niks.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, dat realiseer ik me. Mevrouw Van der Plas heeft daar gelijk in. Dat is precies de reden waarom we aan de ene kant werken aan een nieuw Europees systeem om te zorgen dat er voldoende alternatieven op de markt komen en dat we heel veel aandacht gaan hebben in het convenant gewasbescherming om te zorgen voor die alternatieven, of in een middelpakket of in alle andere stappen in het proces waarmee we teelt kunnen beschermen. Zonder voldoende middelen in het pakket zullen sommige teelten in Nederland inderdaad steeds slechter renderen, de voedselproductie kwijtraken en gaan importeren vanuit landen die waarschijnlijk wat minder streng zijn met de regels dan wij zijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker, dat is waar. Daar komt nog bij dat als wij importeren uit landen die onze regelgeving niet hebben, er wereldwijd iets kan gebeuren waardoor landen hun voedsel zelf nodig hebben en dus even niet meer exporteren. In de covidperiode hebben we gezien dat een aantal landen even niet meer exporteerden. Daardoor worden wij heel erg kwetsbaar. Wat vindt de staatssecretaris ervan dat mensen in Nederland erg bang worden gemaakt voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waardoor ook provincies en gemeentes hierin meegaan en er nog meer extra regelgeving ontstaat die telers en boeren in de weg zitten?
Staatssecretaris Erkens:
Ik wil daar twee dingen over zeggen. Vorige week zat ik bij Nieuwsuur. Daar ging het om "landbouwgif". Dat was de term die daar gebruikt werd. Ik heb daarvan wel gezegd dat ik het "gewasbescherming" noem, omdat ik wil voorkomen dat we die groepen tegenover elkaar krijgen in de samenleving. Aan de ene kant denken mensen dat er bij elk veld dat naast hun huis zit gif gebruikt wordt. Het gaat om bepaalde middelen in bepaalde doseringen op bepaalde plekken waar een risico aan zit. Aan de andere vind ik wel dat als we inzetten op de gewasbescherming, als we letten op de woorden die we in deze discussie gebruiken, we niet blind moeten zijn voor de effecten. Dat zegt mevrouw Van der Plas hier ook niet. We hebben de laatste tien, vijftien jaar ook gezien dat de telers in Nederland al bepaalde middelen uitgefaseerd hebben en overgestapt zijn op alternatieven. Die beweging willen we doorzetten. Ik zie het echt als mijn doel om te proberen om die twee kampen weer bij elkaar te brengen. Volgens mij kunnen die belangen namelijk prima naast elkaar bestaan.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Tot slot wil ik de staatssecretaris het volgende meegeven. In de periode dat de landelijke uitkoopregeling veehouderij nog niet echt in werking was, stonden er nog heel veel koeien in de wei. Die koeien zijn verdwenen. Er stond zelfs een column in Tubantia, een Twentse krant, waarin de columnist zich afvroeg waar de koeien gebleven zijn. De koeien waren namelijk weg, maar er kwamen wel andere teelten voor in de plaats. Denk bijvoorbeeld aan de maisteelt en de lelieteelt.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het gevolg was dat mensen ervan schrokken en dachten: dit was helemaal niet de bedoeling. Dat wil ik de staatssecretaris wel meegeven. Laten we ook op dit gebied, ook in gesprekken met provincies en gemeentes, wel even uitkijken waar we mee bezig zijn.
Staatssecretaris Erkens:
Dat signaal vind ik helder. Ik heb in de brief over het convenant gewasbescherming ook aangegeven dat waar gemeentes bijvoorbeeld deels kunnen wachten, ook te wachten op de regie en duidelijkheid van het Rijk, zodat we geen postcodebeleid krijgen op dat vlak. Het is volgens mij zowel verwarrend voor omwonenden als heel moeilijk om mee om te gaan voor de ondernemer als het in de ene gemeente wel mag en in de andere niet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik vind "gewasbescherming" overigens helemaal geen neutrale term, omdat ik dan denk aan het doden van de dieren die je daarvoor nodig hebt. Maar goed, dat is even een zijpad.
Ik had de staatssecretaris nog gevraagd: is het denkbaar dat het kabinet tegen de Omnibus gaat stemmen als niet aan de voorwaarden voldaan wordt? Mijn aanvullende vraag daarop is: hoe gaat het kabinet nou bepalen dat er aan die voorwaarden voldaan is? Hoe doet de staatssecretaris dat?
Staatssecretaris Erkens:
Daarover kan ik het volgende zeggen. Als wij denken dat het voorstel leidt tot een verslechtering van de bescherming van mens, dier en milieu, als het niet leidt tot het toelaten van duurzame middelen, is het inderdaad een mogelijkheid dat het kabinet tegenstemt. Dat is een optie die op tafel ligt. Mijn intentie hierbij is wel om te zorgen voor een goed voorstel, dat we wél kunnen steunen. Die ruimte zien we ook echt de komende periode. Hoe gaan we dat wegen met elkaar? Wij zullen tot onze laatste snik, tot de laatste onderhandeling, proberen om al die voorstellen opgenomen te krijgen. Dan ligt er een definitieve compromistekst. Daar zit altijd een beperkte periode tussen waarin je de weging kunt maken of je politiek voor of tegen gaat stemmen. Dat kan een periode van dagen zijn, maar dat kan ook een periode van weken zijn. Dat weten we op dit moment niet. We zullen in dit geval uiteraard pleiten voor een aantal weken, dus voor een wat langere termijn, zodat we ook het Ctgb nog uitvoerig kunnen vragen of de verwachting is dat ook voldaan wordt aan de adviezen die het Ctgb gegeven heeft. Wij hebben ambtelijk natuurlijk ook een aantal hele goede experts die erbovenop zitten. Aan de hand daarvan informeer ik de Kamer over het voornemen van het kabinet en vertel ik waar we dat op baseren. Dan maken we met elkaar een gecalculeerde inschatting: geloven we inderdaad dat het beter is of niet?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik wil benadrukken dat ik het belangrijk vind dat de Kamer zich er dan nog even over buigt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Daar gaan we zeker een motie over indienen, maar de staatssecretaris sprak goede woorden. Ik hoorde de staatssecretaris net iets zeggen over de bevoegdheid van het Ctgb: die blijft; het Ctgb kan nog steeds zelfstandig de middelenbeoordeling doen op basis van onderzoek, als zij zorgen hebben en die kunnen onderbouwen. Maar volgens mij is dat niet zo. Het Omnibusvoorstel verbiedt nou juist precies dat wij in Nederland via het Ctgb of op een andere manier kunnen kijken of die middelen nog steeds veilig zijn en dan een besluit kunnen nemen. Het wordt nu juist veel politieker gemaakt, waardoor we nog afhankelijker worden van andere lidstaten en hun politieke wil om onze eigen burgers en ons eigen milieu te beschermen. Kan de staatssecretaris bevestigen dat daar wel een knelpunt zit?
Staatssecretaris Erkens:
Nee. Op dit moment gaat in het Omnibusvoorstel de EFSA over de toelating van de stoffen. Het Ctgb zal ook blijven gaan over de middelen. Dat zou niet moeten veranderen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is misschien iets om verder uit te diepen, want volgens mij wordt de bevoegdheid van Nederland hierin zwaar beperkt en worden we afhankelijker van andere landen.
Een ander punt. Ik begrijp oprecht niet dat … Ik begrijp dat je iets moet doen aan de lange processen voor beoordeling en herbeoordeling. Daar hebben we het vaak over gehad. Maar feitelijk is er geen onderbouwing voor het idee dat de oplossing is om de periodieke herbeoordeling te schrappen of zwaar in te perken.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn vraag is de volgende. EFSA zelf heeft aanbevelingen gedaan om de lange wachtrijen, om het zo maar te noemen, op te lossen. Daarbij gaat het om extra geld — dat is beperkt extra geld, namelijk 15 miljoen; dat is twee extra medewerkers per lidstaat — en bijvoorbeeld de aanpak van de industrie die halve dossiers aanlevert en daardoor voor vertraging zorgt. Waarom kijkt de staatssecretaris daar niet naar, als er zo'n duidelijke boodschap is van de EFSA?
Staatssecretaris Erkens:
Daar kijken we in de breedte wel naar. Ik kan in de tweede termijn nog verder ingaan op wat EFSA al precies zal krijgen aan extra budget. Er komt dus al een opschaling bij EFSA. Ik zal straks dan specifiek terugkomen op de vraag om hoeveel mensen en welk budget het gaat. Daarnaast kijkt het Ctgb ook nog naar de mogelijkheid om medewerkers tijdelijk te detacheren. We zijn nog met elkaar aan het invullen aan de hand van welke middelen we dat doen, maar we kijken ook wel degelijk naar andere voorstellen om de knelpunten weg te werken, ook omdat dit losstaat van de vraag of je een risicobaseersysteem hebt of niet, want ook met een risicobaseersysteem moeten we de hele bulk aan achterstand nog wegwerken, zoals ik net zei. Zeker, dus.
De voorzitter:
Kort, tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is supergoed nieuws, maar het bevestigt wel dat er eigenlijk geen onderbouwde reden is om af te stappen van de periodieke herbeoordeling. Heel concreet: we hebben nu een systeem waarin we regelmatig bekijken of de stoffen wel echt zo veilig zijn. Vaak blijkt dat ze niet veilig zijn, helaas. Dat systeem is, met alle mitsen en maren, toch een goede waarborg. De staatssecretaris stelt nu echter een systeem voor waardoor iemand aan de alarmbel moet trekken: oe, dit is misschien toch niet veilig. Wie moet dat doen? Is dat de arts om de hoek? Zijn wij dat hier, in de Kamer, die extra goed in onze tuin moeten kijken? En als we het gaan doen, bij wie moeten we dan aankloppen? Moeten we dan aankloppen bij het waterschap, bij het Ctgb, bij de staatssecretaris? Hoe ziet dat eruit?
Staatssecretaris Erkens:
Bij mij kunt u in dezen altijd aankloppen. Ik wil twee punten maken. Het huidige systeem heeft echt knelpunten en beperkingen. Herbeoordelingen vinden plaats tien tot vijftien jaar nadat de stof goedgekeurd of voor het laatst beoordeeld is. We zien dat er enorme vertragingen beginnen op te treden omdat we gewoon de capaciteit niet hebben om die stoffen weg te werken. Soms krijgen we dan inderdaad nog een procedurele verlenging van een stof die mogelijk niet veilig is. Het is dus niet zo dat we nu een systeem hebben dat echt soepel werkt.
Aan de andere kant moet er wel een goed signaleringssysteem komen. Hoe wij dat voor ons zien, en ook inbrengen, is dat EFSA die autoriteit krijgt. Dat betekent dat EFSA op een aantal niveaus signalen moet meenemen. Aan de ene kant moet dat door structureel te kijken naar het laatste wetenschappelijke onderzoek. Daar hadden we het net in een interruptiedebat ook over. Dat betekent dat je ook voor stoffen waarvoor misschien niemand aan de bel trekt, nog steeds bekijkt of er nieuwe inzichten zijn. Aan de andere kant wil je dat die signaleringsfunctie de ruimte biedt voor nationale toezichthouders en wetenschappers om die signalen ook af te geven. Als je ziet dat meerdere wetenschappers uit meerdere lidstaten een signaal afgeven, kan EFSA ook zeggen: dit zou voor ons misschien iets zijn om in het werkprogramma mee te nemen. Ik zou het mooi vinden als wij via onze nationale toezichthouder, maar ook als lidstaat, zaken mee kunnen blijven geven die wij in Nederland misschien eerder zien dan in andere landen.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee komt de staatssecretaris aan het einde van zijn eerste termijn.
Ik geef het woord aan lid Kostić voor haar bijdrage in tweede termijn. In tweede termijn hebben de leden een derde van de spreektijd uit de eerste termijn. Het woord is aan het lid Kostić.
Termijn inbreng
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in het BNC-fiche als voorwaarde voor steun voor het Omnibusvoorstel heeft gesteld dat het in ieder geval aantoonbaar niet zal leiden tot een verminderd beschermingsniveau van gezondheid van mens, dier en milieu;
constaterende dat het kabinet in het BNC-fiche al twijfels heeft geuit over het halen van de doelen, maar dat er uit de wetenschapstoets aanwijzingen naar voren komen dat er zelfs afbreuk wordt gedaan aan het beschermingsniveau;
overwegende dat de Kamer eerder heeft uitgesproken (21501-32, nr. 1744 en 21501-32, nr. 1771) dat het Omnibusvoorstel nu leidt tot een inbreuk op de bescherming van de volksgezondheid, natuur en milieu;
overwegende dat in tijden van stijgende maatschappelijke zorgen over de effecten van bestrijdingsmiddelen van de politiek aantoonbaar betere bescherming van gezondheid van mens, dier en milieu wordt verwacht;
verzoekt de regering niet in te stemmen met een voorstel dat leidt tot verslechtering van het huidige beschermingsniveau van mens, dier en milieu, en zich in de beoordeling te laten bijstaan door adviezen van betrokken wetenschappers van Universiteit Leiden, Wageningen University & Research en het Ctgb, en hierover aan de Kamer te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić, Podt, Bromet en Beckerman.
Zij krijgt nr. 4328 (22112) (#39).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het heel slecht gaat met onze bestuivers en de Kamer eerder het kabinet de opdracht heeft gegeven om hiervoor extra maatregelen te nemen (21501-08, nr. 942);
verzoekt de regering om zich er in Brussel in het kader van de onderhandelingen over het Omnibusvoorstel voor in te zetten dat het uiteindelijke voorstel geen afbreuk doet aan de bescherming van bestuivers, zoals bijen en vlinders, maar juist bijdraagt aan de doelen van herstel van populaties, in verband met het grote belang voor de voedselzekerheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 4329 (22112) (#40).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in het BNC-fiche over de Omnibus al stelt dat niet duidelijk is of het voorstel de vertraging en werkdruk in de (her)beoordeling van stoffen zal oplossen en ook niet welke kosten ermee gemoeid zijn;
overwegende dat het voor verantwoorde besluitvorming nodig is dat de Kamer een realistische indicatie krijgt van de kosten voor de belastingbetaler;
verzoekt de regering om voordat de Kamer definitief besluit over de uiteindelijke versie van het Omnibusvoorstel onafhankelijk te laten uitzoeken wat ongeveer de extra capaciteitsvraag en kosten die voortvloeien uit het voorstel zullen zijn voor Nederland en de belastingbetaler, aan te geven hoe dat betaald wordt, en de Kamer hierover ruim voor de besluitvorming te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Bromet.
Zij krijgt nr. 4330 (22112) (#41).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Ik besluit deze motie buiten de orde van de vergadering te verklaren, want hij was buiten de spreektijd. Het woord is aan mevrouw Beckerman.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, ik was ermee begonnen binnen de spreektijd.
De voorzitter:
Het was buiten uw spreektijd.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, ik was er echt mee begonnen bínnen de spreektijd, voorzitter.
De voorzitter:
De motie wordt buiten de orde van de vergadering verklaard.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, ik zag het: ik was er écht mee begonnen!
Mevrouw Podt (D66):
Even een punt van orde. Ik snap dat we hier in de Kamer richtlijnen hebben over hoe om te gaan met een tweede termijn. Tegelijkertijd vind ik dit heel erg ingewikkeld. Dit hele debat kent een hele lange aanlooptijd. We hebben met elkaar een hele lange voorbereiding gehad. Ik vraag om enige clementie van de voorzitter voor het indienen van de moties, zodat we de staatssecretaris ook goed voorbereid richting Brussel kunnen sturen.
De voorzitter:
Ik begrijp dat u hierover nog heel snel komt te spreken in een debat over de gewasbeschermingsmiddelen … Maar ik wil het voor nu toestaan.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik zeg tegen u, lid Kostić: u bent echt ver buiten de orde van tijd. Let erop in de lengte van uw moties. Ze zijn echt te lang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, zeker.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de schadelijkheid van stoffen vaak pas na gebruik in het veld zichtbaar wordt;
overwegende dat bij afschaffing van de periodieke herbeoordeling de kans groot is dat stoffen op de markt blijven die bij langdurige blootstelling schadelijke effecten hebben op milieu en gezondheid;
verzoekt de regering in Europa te pleiten voor het behoud van periodieke herbeoordelingen voor alle stoffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 4331 (22112) (#42).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Vereenvoudigingspakket voedsel- en diervoederveiligheid een langere respijtperiode voor het gebruik van stoffen die schadelijk zijn bevonden toestaat dan nu het geval is;
overwegende dat dit zal leiden tot een langer gebruik van schadelijke middelen met onacceptabele risico's;
verzoekt de regering in Europa te pleiten tegen het verruimen van de respijtperiodes voor gewasbeschermingsmiddelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 4332 (22112) (#43).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een van de doelen van het Vereenvoudigingspakket voedsel- en diervoederveiligheid is om toelating van biocontrols te versnellen;
overwegende dat dit onvoldoende is uitgewerkt in de voorliggende plannen;
overwegende dat green lanes een succesvolle manier zijn om dit proces te versnellen;
verzoekt de regering om verder in te zetten op het ontwikkelen van green lanes voor biocontrols, daarbij een adequate definitie van biocontrols te hanteren en hier ook op Europees niveau voor te pleiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 4333 (22112) (#44).
Mevrouw Beckerman (SP):
Daar laat ik het bij. Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik vond het een goed debat. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland nog een grote opgave heeft om vanaf 2027 te voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit die volgen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW);
overwegende dat het versoepelen van regels voor de herbeoordeling van stoffen, waaronder mogelijk de prioritaire stoffen uit de KRW, pfas en TFA, afbreuk doet aan de voorwaarde die het kabinet en de Kamer stellen om de waterkwaliteit, volksgezondheid en milieu onverminderd te beschermen;
van mening dat Nederland goede wil moet tonen dat het zich committeert aan de juridisch bindende doelen van de KRW, en dat het hiertoe van belang is dat de Omnibus Food and Feed in geen enkel geval deze opgave bemoeilijkt;
verzoekt de regering om bij de Omnibus Food and Feed gerichte voorstellen te doen die Nederland bewezen in staat stellen om de doelen van de Kaderrichtlijn Water sneller te behalen en in ieder geval niet in te stemmen met voorstellen die dat bewezen bemoeilijken;
verzoekt de regering om tijdig vóór het definitieve beslismoment over de Omnibus Food and Feed op basis van wetenschappelijke inzichten in kaart te brengen wat de gevolgen van het pakket zijn op het gebied van waterkwaliteit en het voldoen aan de KRW, en dit zwaar mee te wegen in het definitieve kabinetsstandpunt over het totaalpakket,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Kostić.
Zij krijgt nr. 4334 (22112) (#45).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer via de motie-Podt/Bromet (21501-32, nr. 1744), de motie-Den Hollander/Bromet (215011-32, nr. 1771) en de motie-Kostić (21501-08, nr. 1020) voorwaarden heeft gesteld aan de Nederlandse inzet met betrekking tot de Omnibus Food and Feed;
van mening dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om de kosten, baten, en risico's die voortvloeien uit de Omnibus Food and Feed integraal af te wegen op basis van alle beschikbare informatie;
verzoekt de regering om voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voor te leggen, zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen;
verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten of toezeggingen te doen in het kader van de Omnibus Food and Feed zonder dat de Kamer de kans heeft gehad zich hierover uit te spreken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet, Podt, Lohman, Beckerman, Den Hollander en Kostić.
Zij krijgt nr. 4335 (22112) (#46).
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dank voor de clementie.
De voorzitter:
Mevrouw Bromet, ook voor u geldt: de moties moeten de volgende keer echt korter. U bent ver over de spreektijd heen. Mevrouw Van der Plas. U gaat laten zien hoe het moet, denk ik.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, gaat u nu een beetje boos tegen mij doen?
De voorzitter:
Nooit, mevrouw Van der Plas!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Omnibusvoorstel beoogt procedures rond voedsel- en diervoederveiligheid te vereenvoudigen;
verzoekt de regering om in Brussel voedselzekerheid, teeltzekerheid en strategische autonomie en weerbaarheid volwaardig mee te nemen in de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen over het Omnibusvoorstel, en de Kamer hierover regelmatig te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 4336 (22112) (#47).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de motie-Flach/Vedder (27858, nr. 690) de regering verzoekt de Kamer jaarlijks te informeren over verwachte teeltknelpunten in de vijf volgende jaren en zo nodig werkgroepen in te stellen voor kwetsbare teelten;
constaterende dat steeds meer werkzame stoffen en middelen onder druk staan, terwijl alternatieven niet altijd tijdig beschikbaar of effectief zijn;
overwegende dat een knelpuntenoverzicht alleen niet voldoende is als telers in de praktijk zonder werkbare middelen komen te zitten;
verzoekt de regering om bij de eerstvolgende actualisatie van de verwachte teeltknelpunten tevens een concreet actieplan per kwetsbare teelt aan de Kamer te sturen, waarin ten minste wordt aangegeven welke middelen wegvallen of onder druk staan, welke alternatieven beschikbaar zijn, welke vrijstellingen of toelatingsroutes mogelijk zijn, welke werkgroepen worden ingesteld en welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat teelten uit Nederland verdwijnen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 4337 (22112) (#48).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Stop de tijd.
De voorzitter:
Kijk, geachte afgevaardigden: zo kan het ook! Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Meneer Lohman, het is uw tweede termijn. Die vier seconden van mevrouw Van der Plas krijgt u er niet bij! Gaat uw gang.
De heer Lohman (CDA):
Voorzitter. Als we stoppen met automatisch herbeoordelen, moet er een goed systeem voor in de plaats komen. In dat licht dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Europese Commissie op 16 december 2025 een pakket maatregelen heeft gepresenteerd om de toelating en toepassing van biocontrol- en laagrisicomiddelen te versnellen, maar dat zowel het kabinet als het Ctgb hebben aangegeven dat het voorstel op wezenlijke punten moet worden verbeterd;
overwegende dat het Ctgb adviseert de voorgestelde risicogestuurde herbeoordeling aan te vullen met een Europees signaleringssysteem, een verplicht en periodiek bij te stellen werkprogramma en een koppeling tussen de herbeoordeling van werkzame stoffen en middelen;
overwegende dat ook de EU-wetenschapstoets aandacht vraagt voor de risico's van het voorstel voor het beschermingsniveau en het gelijke speelveld;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor een spoedige verbetering van het Omnibusvoorstel, in lijn met het BNC-fiche en het advies van het Ctgb;
verzoekt de regering tevens in het aanstaande convenant gewasbescherming nadrukkelijk in te zetten op niet-chemische maatregelen voor zowel de gangbare als de biologische sector;
verzoekt de regering tevens gericht in te zetten op onderzoek en ontwikkeling voor teelten en plagen waarvoor nu nog geen effectieve alternatieven beschikbaar zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Lohman.
Zij krijgt nr. 4338 (22112) (#49).
Dank u wel, meneer Lohman. Het woord is aan mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Ik ga mijn best doen, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in de Omnibus Food and Feed Safety voorstellen voor versnelde toelating van biocontrol worden gedaan;
overwegende dat biocontrolstoffen en -middelen belangrijk zijn voor weerbare teelten met minimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen en dat de sector al jaren vraagt om versnelde toelating van biologische middelen;
overwegende dat de huidige "green lane" van het Ctgb leidt tot snellere (her)beoordeling van biocontrolmiddelen;
overwegende dat bij EFSA en andere lidstaten onvoldoende kennis en capaciteit is om biocontrolstoffen en -middelen te beoordelen;
overwegende dat een goede beoordeling van biocontrols noodzakelijk is, omdat ook hier extreem toxische stoffen tussen kunnen zitten, die de gezondheid van boeren, omwonenden, de waterkwaliteit en de natuur bedreigen;
overwegende dat de door de Commissie voorgestelde definitie voor biocontrol heeft geleid tot kritiek en zorgen bij het kabinet, het Ctgb en maatschappelijke organisaties;
verzoekt de regering om samen met gelijkgestemde lidstaten te pleiten voor een versnelde beoordeling van biocontrol in een variant op de Nederlandse "green lanes" bij zowel EFSA als verplicht bij alle lidstaten, voor micro-organismen en chemische stoffen die aan de door het Ctgb aangescherpte definitie van biologische middelen voldoen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Podt, Lohman en Bromet.
Zij krijgt nr. 4339 (22112) (#50).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de lange doorlooptijden bij de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en bij de nationale beoordelingsinstanties een belangrijke oorzaak zijn van het tekort aan toegelaten biologische gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
constaterende dat volgens de EFSA een investering van 15 miljoen euro om 50 extra experts aan te nemen voldoende is om de bestaande achterstanden weg te werken;
overwegende dat het aanpakken van de capaciteitsproblemen bij de bron effectief en betrouwbaar is;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten om extra financiering te vinden voor capaciteit bij de EFSA om bestaande achterstanden in beoordelingsprocedures op te lossen en toekomstige achterstanden te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Podt en Bromet.
Zij krijgt nr. 4340 (22112) (#51).
Mevrouw Podt (D66):
Ik had er ook nog eentje over respijtperiodes, maar die is al ingediend door mevrouw Beckerman. Daar ben ik heel blij mee.
De voorzitter:
Nou, het mag nog iets korter de volgende keer; dan ben ik helemaal gelukkig. Het woord is aan de heer Goudzwaard. O, die ziet af van zijn tweede termijn. Meneer Jansen, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors zes minuten. Dan volgt de beantwoording van het kabinet.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Erkens:
Er was een vraag van het lid Kostić, over dat EFSA extra budget krijgt. Het voorstel van de Europese Commissie is vijftien extra medewerkers om die achterstand in te halen. Ze hebben daar op termijn 2,5 miljoen euro per jaar voor vrijgemaakt.
Voorzitter, dan de moties. De motie op stuk nr. 4328 geef ik oordeel Kamer, met een interpretatie erbij. Het is mijn inzet om te voorkomen dat het veiligheidsniveau verslechtert. Idealiter verbetert die. Daarnaast ben ik ook blij met de adviezen van de Ctgb en de wetenschapstoets. Ik vraag het Ctgb nogmaals om een finaal advies. Het Ctgb heeft mij laten weten dat zij ook in gesprek gaan met de wetenschappers van de wetenschapstoets, om hun inzichten mee te kunnen nemen. Dus met de interpretatie dat ik niet drie losse toetsen laat uitvoeren en dat via het Ctgb laat lopen, kan de motie oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
Ik kijk even of lid Kostić kan leven met die interpretatie. Ik zie een duim, dus dat is het geval. Ik zie ook mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik had deze ook ondertekend, maar dat is weggevallen op een of andere manier. Ik wilde alleen vragen of ik er weer op mocht.
De voorzitter:
Dat gaan we regelen. Mevrouw Beckerman dient de motie op stuk nr. 4328 mede in.
Staatssecretaris, de motie op stuk nr. 4329.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 4329 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 4330.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 4330 moet ik ontraden onder verwijzing naar het debat. Ik kan niet voldoen aan het verzoek om een extra doorrekening te doen, omdat ik niet meer informatie heb om dat verder concreet te maken. Ik kan wel toezeggen dat ik u erover zal informeren in een Kamerbrief als er meer inzicht is of het concreter wordt.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nogmaals, ik vraag niet naar een doorrekening. Dat staat ook niet in de motie. Ik snap de opmerking van de staatssecretaris, maar dit is een betere indicatie, want nu hebben we eigenlijk niks concreets. We hebben geen goede inschatting van wat de kosten zullen zijn. Voor verantwoorde besluitvorming vraag ik alleen maar om een betere inschatting. That's it.
Staatssecretaris Erkens:
Nou, de motie vraagt mij om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de extra capaciteitsvraag en kosten. Dat gaat wel een stuk verder dan dat ik kwalitatief nog een paar opmerkingen toevoeg. Ik denk dat ik niet aan die verwachtingen kan voldoen. Daarom moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 4331.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 4331 ontraad ik ook, onder verwijzing naar het debat.
De motie op stuk nr. 4332 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 4333 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 4334 moet ik ontraden. Dat wil ik wel heel even toelichten, omdat het gaat om het tweede deel van de motie, namelijk de impactstudie. Die kan ik niet toezeggen. Die kan ik ook moeilijk uitvoeren, want dit is geen voorstel dat ziet op de Kaderrichtlijn Water. Het eerste deel van het dictum zou ik wel oordeel Kamer kunnen geven, maar het is aan het lid Bromet of zij bereid is om de motie aan te passen.
De voorzitter:
Is lid Bromet daartoe bereid?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik mag best mevrouw genoemd worden, voorzitter. Ik zie niet dat het gaat over een impactassessment. Het tweede deel gaat over iets zwaar meewegen in het definitieve kabinetsstandpunt. Ik begrijp de toelichting dus niet zo heel erg. Ik ben best bereid om iets te schrappen, hoor, maar ...
Staatssecretaris Erkens:
Ik ben bereid om het te laten meewegen. Dat heb ik net gezegd: geen verslechtering op het gebied van mens, dier en milieu. Daar moet dit voorstel aan voldoen. Daar valt de Kaderrichtlijn Water ook onder. Het gaat mij om "op basis van wetenschappelijke inzichten in kaart brengen wat de gevolgen zijn op het gebied van waterkwaliteit". Daar ziet het voorstel gewoon niet op.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Oké. Ik ga even overwegen of ik dat eruit haal.
Staatssecretaris Erkens:
Check, dank.
De voorzitter:
De staatssecretaris zegt hiermee dus dat als het tweede dictum wordt geschrapt, de motie aan het oordeel van de Kamer wordt gelaten.
Staatssecretaris Erkens:
Grotendeels aangepast, maar daar komen we vast wel uit. Als mevrouw Bromet bereid is dat te doen: oordeel Kamer. Maar op dit moment wordt de motie ontraden.
De voorzitter:
Oké. Dan wordt de motie in deze vorm ontraden en constateren we voor de Handelingen dat als het tweede dictum wordt geschrapt, de motie aan het oordeel van de Kamer wordt gelaten.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Even voor de efficiëntie: ik ga het tweede deel schrappen, dus dan kan de motie oordeel Kamer krijgen.
Staatssecretaris Erkens:
Dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan wil ik mevrouw Bromet wel vragen om inderdaad een gewijzigde versie in te dienen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil even terug naar de motie op stuk nr. 4332, die oordeel Kamer krijgt. In deze motie staat het eigenlijk als feit dat er een langere respijtperiode wordt bepleit in de Omnibus, maar dat is niet zo. Als het echt niet anders kan of als er echt geen alternatieven zijn, dan geeft de Omnibus het Ctgb en de EFSA, de Europese voedselveiligheidsautoriteit, de mogelijkheid om van die drie jaar gebruik te maken. Ik vind het bijzonder dat deze motie oordeel Kamer krijgt op basis van iets wat eigenlijk helemaal niet zo omschreven wordt in de Omnibus.
Staatssecretaris Erkens:
Dit is de huidige kabinetsinzet, dus daarom krijgt de motie oordeel Kamer. Dat hebben we ook eerder gecommuniceerd. Ik denk dat er twee dingen door elkaar lopen. De respijtperiodes zijn inderdaad vrij lang, terwijl Nederland vaak kiest voor een korte variant. Vandaar onze zorg over een gelijk speelveld. Bij een landbouwkundige noodzaak is het mogelijk om vrijstellingen te verlenen wanneer er geen alternatieven zijn. Dat zal volgens de huidige procedure blijven lopen. Die belanden ook van tijd tot tijd op mijn bureau.
De voorzitter:
Ik wil het eigenlijk bij één vervolgvraag houden. We zijn bij de motie op stuk nr. 4335, staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Die krijgt oordeel Kamer, met een hele kleine interpretatie, die mevrouw Bromet vast zal kunnen volgen. Ik zal de Kamer op de hoogte brengen als er besluitvorming zal plaatsvinden. Dat doe ik van tevoren, dus tussen de definitieve tekst en de besluitvorming. Maar dat kan wel op een hoog tempo gebeuren, want de termijnen kunnen erg kort zijn. Het is dus aan de Kamer om mij spoedig hierheen te sommeren, want als het een korte periode is, moet ik uiteindelijk wel stemmen. Maar ik kom graag.
De voorzitter:
Mevrouw Bromet stemt daar non-verbaal mee in, dus daarmee wordt het oordeel aan de Kamer gelaten. Dan de motie op stuk nr. 4336.
Staatssecretaris Erkens:
Die krijgt oordeel Kamer. Dat vind ik belangrijk, ook gezien de balans in dit debat.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 4337.
Staatssecretaris Erkens:
Die krijgt oordeel Kamer, met een interpretatie. Ik gaf eerder aan dat het overzicht van de actualisatie volgt voorafgaand aan het commissiedebat over gewasbescherming. Maar dat gaat niet in twee of drie weken lukken voor de actieplannen. Ik wil daar wel bij zeggen dat we dit in het convenant verder gaan uitwerken in de komende maanden, dus het zal dit jaar in een of andere vorm de Kamer moeten bereiken. Met de interpretatie dat ik het niet in twee of drie weken kan doen, krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van der Plas knikken.
Staatssecretaris Erkens:
Fijn. De motie op stuk nr. 4338 van het lid Lohman laat ik aan het oordeel van de Kamer.
De motie op stuk nr. 4339 krijgt oordeel Kamer, met ook een hele kleine interpretatie. Het is uiteindelijk aan de lidstaten zelf of de green lanes verplicht worden voor alle lidstaten, maar alle andere onderdelen volg ik uiteraard.
De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Podt en ik zie een duim, dus daarmee wordt de motie aan het oordeel van de Kamer gelaten.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 4340 krijgt oordeel Kamer, met de interpretatie dat we gaan kijken of we de middelen kunnen vinden binnen de huidige begroting. Dat betekent dat we misschien iets anders minder gaan doen, ook gegeven de bredere discussie die het kabinet nu voert over de toekomstige begroting in Brussel.
De voorzitter:
Er is één vervolgvraag van mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Mijn gedachte was echt dat dit ging over Europese middelen. De staatssecretaris hoeft dus niet per se binnen zijn eigen begroting te zoeken.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, dat klopt. Maar het is kwetsbaar als ik ga pleiten voor meer geld op de Europese begroting als de premier en de minister van Financiën nu hun best doen om de uitgaven van Nederland daaraan zo veel mogelijk te beperken. Vandaar dat ik zeg: ik zal mij inzetten voor budget hiervoor, maar dan wel binnen de begroting van de Commissie op dat vlak.
De voorzitter:
Daarmee is de staatssecretaris aan het einde gekomen van zijn beantwoording in de tweede termijn en zijn wij aan het einde gekomen van dit debat. Ik dank de staatssecretaris en de deelnemende leden voor het gevoerde debat.
De voorzitter:
Ik sluit de vergadering, maar niet voordat ik zeg dat er aanstaande dinsdag over de ingediende moties zal worden gestemd. Ik sluit de vergadering van dinsdag 12 mei.